blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Gummels Soecy

Literatuuronderwijs in Suriname

Van de redactie van dWTL

Eind januari zijn aan de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur (IGSR) twee docenten afgestudeerd op een literair onderwerp. Diana Menke heeft gekeken naar wat het nut is van het invoeren van de leesniveaus van Dr. Witte binnen het voj-onderwijs en Sharon Veldkamp heeft de rol van Surinaamse schrijfsters bestudeerd binnen het onderwijs en hoe we die zouden kunnen uitbreiden. Er zijn veel vrouwelijke auteurs die een belangrijke rol zouden kunnen spelen middels de literaire canon bij de vorming van onze leerlingen. De dames vertellen zelf over hun werk.   

read on…

De gloednieuwe Surinaamse kinderboeken!

door Marja Themen-Sliggers en Jaïr

Hieronder bespreken we de kinderboeken die recent verschenen zijn, onder meer die welke gepresenteerd werden op het Kbf in Paramaribo.

‘Ik kan…! Kan jij ook!?!’
Een mooi uitgevoerd boekje, met aantrekkelijke foto’s van een bijdehand meisje dat veel kan. De titel is uitnodigend en maakt benieuwd naar verrassende dingen die een kind misschien kan, anders dan andere kinderen. Jaïr had het boekje snel uit en was heel gauw klaar met zijn commentaar: ‘Niet uitdagend, er komt niets uit van mijn nieuwsgierigheid.’ Maar let wel, grasmaaien met een tractor is niet voor elk kind weggelegd. Zij kan dat, maar wel samen met de tuinman. Kan jij ook!?! Een peuter of kleuter kan geboeid worden door de eenvoudige dingen, maar dan is de tekst wel ingewikkeld. Hoe omschrijf je bijvoorbeeld ‘een tikkeltje verlegen’ als tekst bij een foto van moeder en dochter, die zo uit een familiealbum lijkt te komen. Mijn indruk van het boekje is dat het inderdaad mooi en leuk is als familie-fotoalbum, om te laten zien wat dochtertje/ kleindochtertje allemaal kan en doet, maar nauwelijks boeiend om breed te verspreiden.
Soecy Gummels (tekst en foto’s): Ik kan…! Kan jij ook!?!, lay-out: Latoya Briel. Wageningen: Teslar Productions, 2013. ISBN 978-99914-52-03-6
‘Ik heb … Wat heb jij!?!’
Dit boekje moet een serie vormen met Ik kan…! Kan jij ook!?! Het ziet er heel anders uit, niet zo mooi. Met tekeningetjes in plaats van foto’s.
Het was lastig om Jaïrs commentaar te krijgen. ‘Ik weet niet of ik dat wel mag zeggen’, vroeg hij zich af. Na enig aandringen en (wederom) de verzekering dat het gaat om de mening van kinderen bij de stukjes over kinderboeken kwam het eruit: ‘Gewoon… plaatjes zijn gewoon, de rest heeft mij helemaal niet verrast.’ Inderdaad loopt er veel parallel in zijn leven met het boekje, ook een broertje en een zus, ook twee oma’s en een opa, ook speelgoed, een mooi huis met tuin…, maar dat hebben lang niet alle kinderen zo probleemloos, zo vanzelfsprekend. Het is een boekje dat gebruikt kan worden door opvoeders om kinderen te leren dat het leven niet voor alle kinderen zo rooskleurig is, maar dan zouden er ook items moeten zijn van kinderen die helemaal niet veel hebben. Het thema ‘groeien’ van het Kbf zou dan gebruikt kunnen worden, immers sommige kinderen moeten groeien tegen de verdrukking in en dat kost veel energie, vaak zelfs verdriet. Zoals het boekje nu is, is het nogal elitair.
Soecy Gummels (tekst en lay-out): Ik heb … Wat heb jij!?! Wageningen: Teslar Productions, 2013. ISBN 978-99914-52-02-9
 ‘Happy’s wens’
 Een leuk idee om tijdens het Kbf een reclameboekje uit te geven van Godo. Immers sparen heeft ook groeien in zich, je kapitaal dat groeit, je spaarrekening die met je mee groeit. Jaïr weet wat een godo is, dus hij vindt het leuk dat het over bijen gaat, maar hij vindt het raar dat bijen zo groot als mensen worden en toch voelsprieten houden en strepen op hun lijf. En hoe zit dat met een mamabij? Dat kan toch niet? Bij bijen gaat het toch om de koningin? Verder vraagt hij zich af waarom Happy helemaal naar Parijs moet voor een lekker ontbijt, met een plaatje van een Franse ‘bistro’ en met het menu in het Frans! Samen zochten we naar de clou, misschien omdat flink sparen alles binnen bereik brengt, ook een reisje naar Parijs? Een punt waar op gelet moet worden is de bijentaal in dit boekje, het gebruik van zzz en sss in een woord kan voor kinderen, vooral beginnende lezertjes verwarrend zijn. Zo’n zin bijvoorbeeld: ‘Zzzzo zzzo zzzo’, zoemt mamabij, ‘ik heb een zsssuperbij idee.’
Consuela John: Happy’s wens, in opdracht van GODO, illustratie, ontwerp & print: Studio TMC. z.p, z.j. Geen ISBN
‘Torbie en Zandy’
Altijd belangrijk, een boekje over de zeeschildpadden, die bedreigd zijn. En mooi de tekeningen van Gerold Slijngard. Jaïr vindt ‘Torbie en Zandy’ op twee punten leerzaam: zorg dat de zee niet vervuild wordt, want daar hebben de zeeschildpadden last van en raap geen eieren, want dan sterven ze uit.
Dat komt er zeer vlot uit! Jaïr houdt van leerzaam. Het verhaal is niet erg helder (waar komt ineens dat hert vandaan?). En er mocht best meer informatie over ons land, met name over Matapica gegeven worden. Wat mij betreft mag er ook meer fantasie aan te pas komen, wat meer ‘jus’. De tekeningen van Gerold Slijngard zijn wél heel levendig en fantasievol! Op de achterflap staat: ‘Oma Aiti vertelt haar verhaal’…, maar dat komt binnenin nergens tot uiting.
Alwin Breinburg: Torbie en Zandy, illustraties Gerold Slijngard. z.p., z.j.. ISBN 978-99914-7-251-5
De volgende drie boekjes zijn tot stand gekomen tijdens het Kbf 2013, een serie Kinderen tekenen welzijn. Tijdens de festivals is met de kinderen nagedacht over ‘welzijn en milieu’. Vanessa Paulina, een schrijfster en tekenares uit Aruba, heeft aan de hand van gesprekken samen met de kinderen tekeningen gemaakt. In alle drie de boekjes zijn de mooie illustraties van Vanessa Paulina gebruikt in combinatie met de tekeningen van schoolkinderen. Heel leuk! Jammer dat slechts in één van de boeken de namen van de kinderen en hun school zijn genoemd. Het is niet duidelijk wat de volgorde van de boeken moet zijn; er wordt twee keer gesproken van ‘eerste deel’.
Puppie’s verhaal
 Een verhaal over een jong hondje dat gestolen wordt en bij een baas terechtkomt die helmaal niet goed voor dieren is. Geen welzijn voor puppy dus. Gelukkig vindt zijn oude baasje hem terug en komt hij weer in zijn eigen nest. Hij vindt welzijn terug. De illustraties van Vanessa Paulina zijn prachtig, levendige plaatjes van een jong hondje, in combinatie met kindertekeningen. Welzijn speelt een rol in het boek, niet letterlijk, maar de kinderen kunnen erover praten. Puppy krijgt welzijn terug, maar zijn baasje ook: het geeft je immers een heerlijk gevoel als je met je eigen hondje kan spelen.
Vanessa Paulina (tekst): Puppie’s verhaal, lay-out: Jessica Polanen. z.p.: Stichting Projekten, 2013. Geen ISBN

‘Tocht over de rivier!’

 Dit boek is gemaakt tijdens het Kbf te Atjoni in 2013. Kinderen uit het binnenland die zich in de vakantie vervelen maken een plan om de rivier op te gaan en een schat te zoeken. Ze vinden geen schat, wel een enorme hoop troep, vuil dat gestort wordt in de dorpen langs de rivier en zich ophoopt. Er komt een mooi plan uit voort: vuilnistonnen en milieubewustzijn. Nog beter dan een schat! De grote tekeningen van Vanessa Paulina maken dat je het verhaal meebeleeft.
Vanessa Paulina (tekst, illustratie en samenstelling): Tocht over de rivier!, lay-out: Jessica Polanen. z.p.: Stichting Projekten, 2013. ISBN 978 99914 52 22 2
‘Wat word ik later?’
Het kiezen van een goed beroep vormt de basis voor jouw latere welzijn. Het boekje geeft een scala aan beroepen die door de kinderen gezien worden als toekomstmogelijkheid, en die ze noemen in de gesprekken over wat je kan doen als je groot bent. Veel bekende beroepen worden besproken met tekeningen van Paulina en de kinderen, piloot natuurlijk en verpleegster en bakker en dierenarts en nog veel meer… en… Marian wil astronaut worden!
Zeven boekjes dus, waarvan drie uitgegeven door Stichting Projekten (PCOS). Jammer dat ze allemaal de realiteit als basis hebben. Geen fantasie, die de creativiteit van kinderen prikkelt en nieuwe werelden opent.
Vanessa Paulina (tekst en illustraties): Wat word ik later?, lay-out: Jessica Polanen. z.p.: Stichting Projekten, 2013. Geen ISBN

Ismene Krishnadath over Juliën Zaalman

[Onderstaande tekst is de voordracht die Ismene Krishnadath hield tijdens de presentatie van A Nyame van Juliën Zaalman  in theater Unique in Paramaribo op vrijdag 13 april 2012.]

Het werk van Juliën Zaalman heeft een bijzondere plaats in de Surinaamse literatuur. Hij debuteerde in 2002 met August, een Bonoeman. De beleving van Winti. Vertellingen. Dit boek wil ik de eerste spirituele roman in de moderne Surinaamse literatuur noemen. In een spirituele roman geeft de schrijver met verhalen een handreiking voor geestelijke verheffing van de lezer. Maar laat me eerst het werk van Zaalman in de totaliteit van onze literaire historie bekijken.

De culturen waaruit onze bevolking voortkomt, hebben een rijke verhalentraditie. Een belangrijk deel van die verhalen heeft te maken met de geloofsbelevenis. De vertelling is in alle religies een van de succesvolste methodieken om religieuze waarheden en tradities over te dragen. Elke religieuze groep heeft verhalen die tot het collectief geheugen van de geloofsgroep behoren. Dit komt doordat die verhalen steeds opnieuw verteld worden. Eeuwenlang is dat mondeling gegaan, omdat de massa’s niet geletterd waren. Nu grote massa’s wel geletterd zijn, zien we dat verhalen van de bekendste wereldreligies in grote oplagen op schrift worden verspreid.

August, een bonoeman

Ik zou dit boek willen karakteriseren als een raamvertelling waarbij het uitgangspunt is: een jongeman die op zoek gaat naar spirituele waarheden vanuit de winti-leer. Vanuit dit uitgangspunt zet hij in elk hoofdstuk een verhaal neer waarin een bepaald aspect van de winti-leer naar voren komt. De verhalen in August, een bonoeman lijken allemaal nieuw. Recente belevenissen die hij optekent als hij zijn studie doet naar de winti-leer. In feite zijn het variaties op verhalen die allang behoren tot het collectieve geheugen van winti-belijders. Dit soort verhalen wordt al eeuwenlang verteld in de geloofsgroep. Omdat deze groep (een groep van Afrikaanse oorsprong) erg belangrijk is in de totaliteit van de Surinaamse samenleving, is het zelfs zo dat begrippen en ideeën uit de winti-leer diep geworteld zitten in het collectieve brein van de totale Surinaamse samenleving. Ik ben zelf nooit naar een bonuman gegaan, maar ik heb wel gehoord van bonu, van winti, van kroi en wisi, van leba en abangi, van yorka en dyodyo, en van wasi. Maar omdat de winti-leer zolang in de verdomhoek heeft gezeten, heb ik, en velen met mij, deze begrippen nooit goed kunnen plaatsen. Door de verhalen gerelateerd aan de winti-religie op schrift te stellen en te publiceren haalt Zaalman de winti-religie uit de taboesfeer. Hij emancipeert daarmee niet alleen de winti-religie maar levert ook een bijdrage aan de maatschappelijke discussie over religieuze beleving.

Dan wil ik Zaalman plaatsen binnen de moderne Surinaamse literatuur. Die begint mijns inziens na onze onafhankelijkheid,.na 1975. Deze moderne stroming is op veel manieren te karakteriseren, maar het belangrijkste wat je merkt is een behoorlijke toename van publicatie van prozawerk, meest verhalen, en de taal die gebruikt wordt, overwegend Nederlands. De groei van de kinderliteratuur is daar het meest duidelijke voorbeeld van. Verder zien we dat in de literatuur voor volwassenen er een verscheidenheid aan genres en thematieken ontstaat. Het literaire werk van voor 1975 had vooral te maken met het feit dat Suriname opgesloten zat in koloniale verhoudingen. Dichters en schrijvers richtten zich op het sociaal-maatschappelijke onrecht dat daaruit voortvloeide. Na ’75 is deze thematiek op zijn eigen wijze blijven bestaan. We kennen allemaal schrijvers als Rappa en Alphons Levens, die nog steeds sociaal-maatschappelijke problemen aan de orde stellen.  


Maar je ziet ook dat hierbij het subgenre ‘de historische roman’ populair wordt door werk van Cynthia Mc Leod en Clark Accord. Je krijgt ook een hele stroom van migrantenromans, een ander subgenre, nog steeds over het spanningsveld tussen moederland en neo-kolonie. Een van de belangrijkste migrantenschrijvers is Edgar Cairo. Ook hij schreef over winti. Zie zijn roman Famir’man-sani. Maar bij hem was dat een onderdeel van zijn totale neo-koloniale frustratie. Ik schreef zelf de eerste mythologische science-fiction roman waarin ik de effecten van globalisering voor traditionele samenlevingen aan de orde wilde stellen. Maar je ziet ook een schrijver als Roué Hupsel opkomen met zijn thrillers. Hij debuteert met Blinde muren en schrijft later Zwarte Magie.

Soecy Gummels concentreert zich op de romantische liefde met haar romans Seeds of Hope en Circle of Love. Ook de schrijver Krishan komt met de romantische roman Rachna. Ja en dan natuurlijk, de eerste spirituele roman: August, een bonoeman. Het boek is zeer aanbevelenswaardig voor het middelbaar onderwijs, vooral omdat de winti-religie zolang verboden is geweest en tot nu toe voor velen in de verdomhoek wordt gezet. Het is belangrijk dat onze studenten onze werkelijkheid kennen en de winti-religie behoort tot onze werkelijkheid. Ik beveel het ook aan voor muloscholen, waar ze de discussie over religieuze beleving aan durven gaan. Het boek is prettig geschreven en is al goed te lezen door leerlingen op het niveau mulo 3-4.

Het boek dat Juliën Zaalman vandaag presenteert, A Nyame, is het zesde boek in zijn oeuvre. Ik zie dit boek meer als een filosofisch werk. Voer voor theologen en degenen die zich willen verdiepen in de achterliggende filosofieën van de winti-leer. In ieder geval: Met het oeuvre dat hij tot nu toe heeft neergezet, heeft Zaalman zijn naam gevestigd als dé Surinaamse schrijver in het spirituele genre, met als specialiteit de winti-religie. In de Surinaamse literatuur heeft hij daarmee een unieke plaats ingenomen, waar ik, als promotor van Surinaamse literatuur, bijzonder trots op ben. Ik wil hem van harte feliciteren met dit bereikte resultaat en hem aanmoedigen om door te gaan op deze weg.

Interguyanese literatuur in Fort Zeelandia

Het Inter Guyana Cultural Festival gaat deze week van start en duurt het hele weekend door. In samenwerking met Schrijversgroep ’77 is een literair programma uitgezet. Op vrijdag 26 augustus beginnen de workshops Proza en Drama, verzorgd door resp. Ismene Krishnadath en Tolin Alexander. De workshops worden in de Louiseschool verzorgd en duren van 9.00 – 13.00u.

Op zaterdag 27 en zondag 28 augustus gaat het het literair gebeuren verder in Fort Zeelandia, in de expositiezaal boven de oude apotheek. Het publiek kan de hele dag, vanaf 9.00u boeken bekijken en kopen in de boekenstands. Op zaterdagochtend om 10.00u zijn er presentaties van schrijvers uit Guyana, Suriname en Frans Guyana. Vanuit Frans Guyana schuiven M. Henri Claude Coeta, Tchisseka Lobelt, Monique Dorcy, Marie Benoit aan. Coeta is schrijver, de rest van de delegatie is verbonden aan de Frans Guyanese organisatie Promolivres die regelmatig boekenbeurzen en internationale literatuurfestivals organiseert in Frans Guyana. Uit Guyana komen Jolyon Boston en Petambar Persaud (foto links). Deze laatste is bekend van zijn televisieprogramma’s met spoken word en orale vertellingen en erg actief in Guyanese literaire kringen.

Op zondag is er van 11.30u tot 12.30u een ochtendcauserie, een luchtig gesprek over schrijvers, boeken en leven in de Guyana’s. Hierbij zitten schrijvers Petambar Persaud, Tchissèka Lobelt en Cynthia McLeod aan. Zowel op zaterdag en zondag kunt u aanschuiven bij schrijvers aan tafel om hen de vragen te stellen die u altijd wilde stellen.

Op zaterdagochtend zijn de volgende Surinaamse schrijvers aanwezig: Rappa, Soecy Gummels, Jeffrey Quartier en Sombra. In de middaguren zijn dat: Susan van Dijk, Cobi Pengel en Charles Chang. Zondagmorgen kunt u babbelen met Kadi Kartokromo, Jit Narain, Indra Hu. ’s middags zijn Sombra, Roué Hupsel en Celestine Raalte present. Alphons Levens kunt u beide dagen ontmoeten in de boekenstand. Het is ook een goede gelegenheid om een praatje te maken met onze gasten uit de buurlanden en hun literaire producties te bekijken.

Psychologe: liefdesroman slecht voor vrouwen

Liefdesromannetjes leiden tot psychologische problemen bij vrouwen, stelde de Britse psychologe en schrijfster Susan Quilliam in een vakblad. De romans geven een onrealistisch en geïdealiseerd beeld van relaties. Ze stelt dat veel van de problemen die ze bij therapiesessies tegenkomt, door romantische fictie zijn beïnvloed.

De boekjes bieden volgens haar een vlucht uit de realiteit. Relaties zijn in werkelijkheid nooit perfect en vereisen veel werk, aldus Quilliam.

[ANP/RNW, 7 juli 2011]

Blijf creatief voor de kinderen!

door Marja Themen-Sliggers, Xaviera, Jaïr en Jamar

Tijdens het KInderboekenfestival Paramaribo kwamen er 11 boeken uit, een recordaantal. Ze zijn voor verschillende doelgroepen: van peuters en kleuters tot en met ervaren lezers. De drie boeken over het taal- en geschiedenisonderwijs vanuit de eigen leefwereld en geschiedenis te Kwamalasamutu zijn voor leerkrachten en kinderen. Deze week bespreken we vier boeken: Ram eet kwie-kwie, Rupsje regenboog, De familie Oker en de monsters en Lied voor schoonwater. Van de vier bovengenoemde boekjes zijn er twee in een prachtige, maar o zo dure uitgave en dat trekt. Dat trekt trouwens niet alleen de kinderen. Die dure uitgave vertaalt zich wel direct door naar de prijs, helaas, en maakt dat de boekjes toch nog niet bereikbaar zijn voor alle kinderen.

Ram eet kwie-kwie, van Ismene Krishnadath en Raquel Yhap is in heldere kleuren uitgevoerd op dik glanzend papier, bijna dun karton. Mooi en toch eenvoudig gedaan. Lekker stevig voor de jonge lezertjes voor wie het kennelijk bedoeld is. Er zijn geen hoofdletters, er zijn alleen korte zinnetjes gebruikt en de woorden zijn in lettergrepen verdeeld. Het verhaal gaat over Ram, die met zijn vader gaat hengelen op kwie-kwie en mama maakt de kwie-kwie klaar met masala. Er wordt ook uitgelegd hoe je kwie-kwie moet eten, moeilijk hoor, met al die harde schubben, en tenslotte moet je de kwie-kwie zoenen. Zoenen, stel je voor, getsie, bah. Dat laatste moest serieus gevraagd aan opa, die vertelde dat je niet een klaargemaakte kwie-kwie zoent, maar juist een levende, als je na lange tijd eindelijk weer een kwie-kwie vangt is die om te zoenen! Xaviera en ik vonden dat pas echt vies, bah! Bovendien vinden we het verhaal over Ram, in het boekje van Ismene Krishnadath, Ram vangt een dief, veel spannender dan dit nieuwe. Praktisch zijn weer de taaloefeningen achterin aan de hand van de in het boek voorkomende woordjes.

Rupsje Regenboog van Indra Hu is prachtig. Prachtig wat uitvoering betreft, met een dikke, harde kaft, een echt boek! Prachtig wat kleur betreft en schitterend geïllustreerd door Stanny Handigman. Het boekje werd gepresenteerd in een aantrekkelijke stand met een variëteit aan bijkomende attributen, kant en klaar of door de kinderen zelf te knutselen. De inhoud geeft in dichtvorm hoe rupsje bezig is met zijn paren schoenen voor iedere dag een andere kleur in de kleuren van de regenboog. Net als voor kinderen is het voor Rupsje moeilijk om zijn schoenen te ‘veteren’, maar ineens… wat is Rupsje geworden? Een prachtige vlinder in diezelfde heldere kleuren. Dit past goed in het thema van het Kinderboekenfestival met een slogan over je toekomstplan. Rupsje wordt een prachtige vlinder, en jij? Voorin het boekje is door Els Moor een pagina geschreven met aanwijzingen hoe het boekje gebruikt kan worden voor verschillende leeftijden met verschillende doelstellingen. Handig voor opvoeders, een goede manier om verantwoorde overdracht en de juiste didactische aanpak te bevorderen. Een crècheleidster had al allerlei plannen hoe ze met het boekje met haar peuters aan verschillende thema’s kon werken, maar ze had jammer genoeg het geld niet om het boekje te kopen. Ze zou dan maar zelf iets bedenken om te doen.

De familie Oker en de monsters van Ans Engel is weer zo’n dure uitgave, fraaie uitvoering. Heel apart is het tweeledige: er is een exemplaar met tekst en een groter exemplaar als prentenboek. De stand waar activiteiten met de boeken werden gedaan, was prachtig aangekleed en zeer uitnodigend. Ik heb enkele kinderen gesproken die in de stand geknutseld hadden en dat vonden ze leuk. Dit sluit ook aan bij de boodschap van de schrijfster op de achterkant dat het een lees- en doeboek is. Maar van het lezen waren de kinderen die ik sprak niet onder de indruk. Van een verhaal of enige spanning was niets blijven hangen. Sommige vonden het idee van een groente, oma Oker uit het boekje, die groente gaat planten echt te ver gezocht. De monsters werden niet herkend als monsters, wel als decoratieve vondsten. We hebben behoefte aan herkenbare, spannende boeken voor jonge kinderen in Suriname met een fantasie die ze kunnen volgen. Dit is veel te gezocht.

Lied voor schoonwater van Soecy Gummels, is weer een eenvoudige uitgave van de Waginagroep, deze keer niet met een harde kaft. Het boekje is op gewoon wit papier met illustraties voornamelijk in een fletse blauwe kleur, heel passend bij het thema ‘water, schoon drinkwater’. Het hele boekje ziet er een beetje onaf uit, alsof het snel snel voor het Kinderboekenfestival klaar moest. De tekst is niet een samenhangend verhaal geworden, wel een basis voor een liedje. In een apart inlegvelletje wordt ook uitgelegd dat het de bedoeling is dat er een wijsje bij de tekst komt. Een origineel, leuk idee en ik heb een enkel kind ook al een wijsje horen neuriën bij het lezen van en praten over het boekje. Ik hoop dat er inzendingen komen en dat we dan een boekje met cd-tje tegemoet mogen zien.

De conclusie over deze vier boekjes is dat ze, met Rupsje Regenboog als uitzondering, de creativiteit en inventiviteit missen waar Surinaamse kinderen behoefte aan hebben. De familie Oker en de monsters is wel creatief, maar staat ver af van veel lezertjes hier, Ram eet kwie-kwie en Lied voor schoonwater zijn te weinig creatief. Schrijf geen boek omdat het moet, maar vanuit creativiteit en inventiviteit!

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter