blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Guda Trudi

Documentaire Frank Martinus Arion in Bibliotheek Bijlmercentrum

Frank Martinus Arion (rechts) met zijn vrouw Trudi Guda
en literatuurhistoricus Michiel van Kempen in Arions huis, 2006
Hommage aan Frank Martinus Arion

De documentaire Frank Martinus Arion: Yu di Kòrsou van Cindy Kerseborn over de Nederlands-Antilliaanse schrijver en dichter Frank Martinus Arion wordt op donderdag 12 december vertoond in de Centrale Bibliotheek Amsterdam-Zuidoost. De film wordt ingeleid door maakster Cindy Kerseborn.
Bibliotheek Bijlmercentrum, Frankemaheerd 2, tel: 020-6979916
Donderdag 12 december 20.00 uur
Reserveren aanbevolen via brc@oba.nl / 020-6979916
Gratis toegang

Boeli (3)

Trudi Guda. Foto © Michiel van Kempen

door Trudi Martinus-Guda

Hierbij steun ik graag het initiatief van de heer Van Buiren en anderen om te komen tot een Letterkundig museum op Curaçao, waar de literaire nalatenschap van Boeli van Leeuwen geheel of gedeeltelijk kan worden ondergebracht. Uiteraard als zijn erfgenamen het hiermee eens zijn. Ik hoop wel dat de oprichting van een dergelijk museum een eind zal maken aan de bestaande literaire ‘apartheid’. Ik bedoel hiermee het onderscheid in bejegening tussen schrijvers wier werk een vermeend pro-Nederlands (Europees) karakter zou hebben en die men beschouwt als representanten van de Nederlandse groep c.q. Nederland op Curaçao, en diegenen wier werk een vermeend anti-Nederlands (Europees, what about Curaçaos?) uitgangspunt zou hebben, die beschouwd worden als representanten van een eigenzinnige niet-Nederlandse bevolking, en om die reden met negatieve reserve tegemoet worden getreden. Hiertoe behoren overigens ook niet-Nederlandse schrijvers wier werk wel binnen het gewenste perspectief valt, of wier werk bruikbaar is voor de Nederlandse politiek van het moment, hetgeen de bejegening toch positief kan beïnvloeden.

Met name Aart Broek die kennelijk bezig is, geheel volgens bovengenoemde gedachtelijn, de onverdeelde literaire nalatenschap van Van Leeuwen in het Nederlands Letterkundig Museum onder te brengen, houdt zich al jaren bezig met Nederlands-nationalistische verdeel-en-heers activiteiten binnen het Curaçaose literaire domein. Al dan niet aangestuurd/gesubsidieerd door politiek Den Haag.

Het huwelijk van Boeli van Leeuwen met
Dorothy Debrot in 1947, ingezegend door
ds Eldermans.
Uit Drie Curaçaose schrijvers in veelvoud.
Ik hoop daarom van harte dat het initiatief om te komen tot een Curaçaos Letterkundig museum zal slagen. We hebben immers al musea voor postzegels en munten! Wat de schrijvers zelf betreft is een dergelijke onderneming, denk ik, zeker oké. Als echtgenote van Frank Martinus Arion moet ik helaas melden dat het kopje koffie waar Boeli van Leeuwen Frank voor uitnodigde, niet is doorgegaan vanwege Boeli’s overlijden. Ik herinner me verder dat, nadat hij zich weer op Curaçao vestigde (begin jaren tachtig) Frank, om de Curaçaose schrijvers bij elkaar te brengen, een barbecue organiseerde bij ‘kluizenaar’ Tip Marugg thuis op Pannekoek. Deze ontmoeting werd het begin van regelmatig contact, voorheen niet bestaand, tussen Tip en Boeli van Leeuwen. Volgens mij zouden/zullen de schrijvers zelf het wel eens zijn met de oprichting van een neutraal, bonafide Letterkundig museum waar zowel werk van Boeli als van andere schrijvers, alsook informatie over hun literaire activiteiten, een permanent thuis zullen kunnen vinden. In het belang van Curaçao en van de literatuur.
[uit Amigoe, 27 november 2013]

Schrijversgroep ’77 bestaat 35 jaar

 
De onbegrijpelijke uitspraak van voorzitter Ismene Krishnadath, dat Schrijversgroep ’77 vanwege zijn politieke onafhankelijkheid “bij uitstek geschikt is om te bemiddelen in kwesties waar schijnbaar onoverbrugbare politieke tegenstellingen zijn”, deed mij van mijn stoel vallen van verbazing. Was ik lid geweest dan zou ik onmiddellijk hebben bedankt. Krishnadath noemde als voorbeeld de plannen van het kabinet van de president om het Fort Zeelandia-complex terug te brengen “in de schoot van het beleids- centrum”. Uiteindelijk gingen deze plannen niet door, “maar, mochten er bemiddelaars nodig zijn geweest, dan hadden wij als S’77 een rol kunnen spelen.” Hoe haalt Krishnadath het in haar hoofd?
Doel & leden

Alvorens onjuiste uitspraken te doen, heb ik mij op Wikipedia geïnformeerd over ontstaan, doelstelling en geschiedenis van de groep, die op 31 oktober haar 35ste verjaardag viert. De statuten van de Vereniging Schrijversgroep ‘77 hebben als doelstelling te streven naar de bevordering van de Surinaamse letterkunde, de bevordering van de geestelijke en maatschappelijke belangen van haar leden en de bevordering van internationale literaire contacten, in het bijzonder die van de eigen regio.
Als gewone leden kunnen personen ouder dan 18 jaar worden toegelaten die literair werk hebben geschreven en gepubliceerd in een van de in Suriname gangbare talen en die in het bezit zijn van de Surinaamse nationaliteit, of geboren uit een of twee Surinaamse ouders, of die in Suriname geboren en getogen zijn. De voorwaarden impliceren dat ook Surinaamse schrijvers zonder Surinaams paspoort lid kunnen worden.

Frank Martinus Arion & Trudi Guda in 1977, het jaar van hun huwelijk en van de oprichting van S’77
Geschiedenis

De groep werd mede door de inzet van de toen in Suriname wonende en werkende Antilliaanse schrijver Frank Martinus Arion en diens Surinaamse vrouw, de dichter Trudi Guda, op 26 augustus 1977 in Paramaribo opgericht. Het eerste bestuur bestond uit: Mechtelli Tjin-A-Sie (pseudoniem Mechtelly), Harry Reeberg (pseudoniem Imro), Orsine Nicol, Stanley Slijngard (pseudoniem S. Sombra), Eddy Pinas, Gerrit Barron en René Isselt.

De belangrijkste activiteit van de Schrijversgroep ‘77 werd het organiseren van literaire avonden, zowel rond werk van de eigen leden, als rond het werk van buitenlandse schrijvers of in Nederland woonachtige Surinaamse auteurs, waaronder Henk Barnard en Corly Verlooghen. De groep nam niet deel aan maatschappelijke debatten, hetgeen begrijpelijk is gezien zijn doelstelling.

Geheel anders moet echter worden geoordeeld over het uitblijven van enige stellingname inzake de coup van 25 februari 1980 en de toenemende mensenrechtenschendingen sindsdien, zeker nadat de schrijver Jozef Slagveer op 8 december 1982 lafhartig is gemarteld en vermoord. Kennelijk vanwege de revo-sympathieën van onder andere Barron, Mechtelly en Sombra was de Schrijversgroep ’77 niet in staat en/of niet bereid onderscheid te maken tussen deelname aan maatschappelijk debat en verzet tegen dictatuur.

Geheel begrijpelijk ebde de belangstelling weg en werd de Schrijversgroep gemarginaliseerd tot een kleine club met over het algemeen zeer matig bezochte avonden rond de figuren Frits Wols, S. Sombra, Mechtelly en Albert Mungroo. Leden als Michael Slory, Shrinivási, Bhai en Orlando Emanuels lieten zich nog maar zelden zien.
Stand van S’77 
Wedergeboorte
In de tweede helft van de jaren ’90 beleefde de S’77 zijn wedergeboorte. Er kwam een nieuw bestuur, bestaande uit Ismene Krishnadath, voorzitter, Robby Parabirsing (pseudoniem Rappa) secretaris, en Alphons Levens, bestuurslid. Sinds 1992 organiseert S’77 elke laatste woensdag van de maand activiteiten in Tori Oso aan de Frederick Derbystraat. In de nu 35 jaar van zijn bestaan heeft Schrijversgroep ’77 zich naar zeggen van Ismene Krishnadath ontwikkeld van een groep linkse creoolse intellectuelen tot een politiek onafhankelijke organisatie.
 
Dat laatste, de status van een politiek onafhankelijke organisatie,verhoudt zich volgens mij absoluut niet met een bemiddelingsrol bij politieke tegenstellingen. Ook zou daarvoor tenminste een statutenwijziging noodzakelijk zijn, indien een ledenvergadering deze wezenlijke wijziging van de doelstellingen al zou goedkeuren. Mijns inziens moet de S’77 lering trekken uit het verleden, en begrijpen dat wel degelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen deelname aan maatschappelijk debat en verzet tegen dictatuur. En daarmee bedoel ik heel direct de zelfcensuur die de schrijvende pers onder dictator Bouterse moest toepassen om te overleven, maar die onder ‘democratisch’ president Bouterse niet meer nodig zou zijn maar toch nog voortleeft. Dan heeft de groep geen andere politieke geschillen meer nodig.

 

Trudi Guda

Portret van de Surinaams-Antilliaanse dichter en cultureel antropologe Trudi Guda, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 67 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto is ook in verschillende uitvoeringen te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Een gevoelige snaar raken

 Met het verschijnen van het boek Drie eeuwen Banya van Trudi Martinus-Guda, is het niet verwonderlijk dat deze oude dans- en muziekvorm weer volop in de belangstelling staat. Daarom willen we in deze museumstof aandacht besteden aan de muziekinstrumenten die in het bezit zijn van de Stichting Surinaams Museum . In de collectie van het museum aan de Commewijnestraat is een grote collectie oude en nieuwere instrumenten aanwezig, uit allerlei culturen.

 

In deze museumstof gaan we wat dieper op één ervan in. Het betreft hier een eensnarig instrument. Dit is onder andere afgebeeld in het boek Narrative of a five years expedition […] van John Gabriël Stedman (1796) dat in vele edities is verschenen. Van oktober 1772 tot april 1777 hield hij een dagboek bij over zijn verblijf als soldaat in Suriname, waarin hij een schat aan informatie neerpende, onder meer over de gewoonten van de slaven en indianen. Hij genoot erg van het ‘baljaren’ (dansen) en heeft ter illustratie een tekening gemaakt van 18 instrumenten die door de slaven werden bespeeld. Stedman beschrijft het betreffende eensnarige instrument als volgt: de naam van deze is een Benta, een tak die gespannen is als een boog, door een snaar van droog riet (Warimbo), wanneer het tegen de tanden gehouden wordt slaat men de draad aan met een korte stok. Heen en weer bewogen klinkt het niet ongelijk een Joodse harp.
Bij de foto: een kijkje in het aangehaalde diorama. De man rechts bespeelt de Benta. (Momentopname uit het STVS actualiteitenprogramma Suriname Vandaag van 29 november 2005.)

 

Deze Benta lijkt dus een soort mondharp te zijn waarvan de oorspong in Afrika ligt. Dat het ‘baljaren’ een feest was om te zien, blijkt niet alleen uit de beschrijvingen van Stedman. Gerrit Schouten heeft in de eerste helft van de 19e eeuw een aantal diorama’s gemaakt waarin ‘baljarende’ slaven en vrije negers zijn nagebootst. Hieruit blijk wel weer de enorme cultuurhistorische waarde van de drie diorama’s die Nederland aan de Republiek Suriname heeft geschonken bij de viering van 30 jaar onafhankelijkheid, vorig jaar november. In een van deze diorama’s is een slavendans te zien waarbij diverse instrumenten bespeeld worden. Daaronder bevindt zich de Benta.

 

Veel van de oude muziekinstrumenten worden niet meer gebruikt, wat jammer is. Naar de beschrijvingen te oordelen brachten ze goed in het gehoor liggende, aantrekkelijke klanken voort. De Afrikaanse oorsprong blijkt uit het gebruik van een soortgelijk instrument, de berimbao, in Brazilië. Hier is de klankkast niet langer de mond, maar is er een kleine afgetopte kalebas aan gebonden die af en aan met de open zijde tegen de buik aangedrukt wordt en zodoende het geluid meer timbre geeft. De muzikant bespeelt de (metalen) snaar niet met een houten stok, maar met een steen. Dit instrument kun je steeds horen in de kleine formaties (met trommels) die het capoeira-gevecht begeleiden. Zowel de muziekvorm als de gevechtsdans zijn onder de ex-slaven en hun nakomelingen van de regio Bahia tot een ware kunst verheven. Omdat enkele Brazilianen deze gevechtsdans tegenwoordig ook in Paramaribo praktiseren, vindt het bespelen van een benta-achtig instrument hier wellicht ook weer ingang.

 

De afbeelding van de muziekinstrumenten in het boek van Stedman, waaronder de benta, is te zien in het Surinaams museum. Dit boek is namelijk digitaal te bezichtigen op een touch-screen waarbij de bladen in een vloeiende beweging kunnen worden omgeslagen. Vraagt u er naar wanneer u het museum bezoekt. De suppoosten wijzen u graag de weg.
[Museumstof 82]

Trudi Guda – Verlanglijst

Leren praten met de liefste nu,
met onze kinderen later,
de wereld tussen onze vingers
laten glijden,
proberen met schone handen
haar aan te raken
Te spreken zonder geheim,
als onze lichamen

Leren zwijgen
Of liever, luisteren
naar het juiste ogenblik
van spreken

Houden van het land van mijn liefste
Haar adem
over ons en onze kinderen

Mijn liefste nabij.
Het leven een hangmat
tussen ons in

[uit Vogel op het licht, 1981]
.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter