blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Guadeloupe Francio

Wat delen Wij? Het perspectief van Quito Nicolaas

[Uitgesproken door Cultureel Antropoloog dr. Francio Guadeloupe tijdens de boekpresentatie van de roman Sombra di recuerdo op 21 mei 2013 in het Arubahuis te Den Haag.]

Francio Guadeloupe
Wat delen wij? Wat delen wij als rijksgenoten? Ik herhaal mijn vraag geïnspireerd door de herhalingstechniek van dit deuntje. Wat bedoel ik daarmee? Wat onze muziek doet is steeds een vraag herhalen, maar dan elke keer op een net wat andere manier. Totale consistentie zoals totale anarchie is dus een taboe. Het gaat om herhaling met vernieuwing. A changing same.
Laten we nog een keer beginnen. Wat delen wij? Wat delen wij als rijksgenoten? Wat delen wij als burgers van het koninkrijk der Nederlanden? Wat blijven we delen zelf als we onszelf Arubaan, Antilliaan of Nederlander noemen? Wat delen wij ondanks het feit dat we met donkerbruine, lichtbruine of rozige huidskleur zijn geboren?
Wat delen wij?
U ziet het dus, steeds dezelfde vraag maar dan net iets anders geformuleerd. Net als het deuntje van OREO. A changing same. Hoe moeten we hierop reageren? Wat zou ons antwoord kunnen zijn?
Laten we weer inspiratie zoeken bij OREO: http://www.youtube.com/watch?v=LkSLQJyr_jo
Als een changing same muzikaal aan ons wordt voorgeschoteld dan gaan wij meezingen en dansen. Dan doen klasse en etniciteit veel minder ertoe. Nos ta baila. We jammin. Als dansen de oudste vorm van denken is—een patroon met vernieuwing, losing your habitual sense of self to find yourself and the World renewed and transformed—laten we dan denken als een danser.
Alleen op die manier kunnen we Quito Nicolaas begrijpen.
Het werk van Quito Nicolaas—Bos ta PlantaAtardi di AntañoGerede Twijfels, Verborgen Leegte—interpreteer ik als een literair deuntje. Het is een changing same. Of hij het nou in proza of poëzie vorm stelt, zijn oeuvre is een uitnodiging om stil te staan bij de vraag: Wat delen wij? Wat delen wij als rijksgenoten? Wat delen wij als burgers van het koninkrijk der Nederlanden? Wat blijven we delen zelf als we onszelf Arubaan, Antilliaan of Nederlander noemen? Wat delen wij ondanks het feit dat we een donkerbruine, lichtbruine of rozige huidskleur zijn geboren?
Wat delen wij? Quito geeft ons clues.  In het stuk Ofrenda, Offer, in zijn poëziebundel Atardi de Antaño schrijft hij:
cada pida cu come
ta sinti e grandura
 ora morde aden
e dolo traidor di un..
fruta. meimei e curason  
Pan bieu,
Rand duro – curason duro
Come numa, hambra cu bo ta
E boca ta core awa
Mane’ pampuna
 
Toen ik het las, toen ik Quito’s uitnodiging accepteerde om te dansen met dit literaire deuntje, kwam een beeld op van de oermoeder. Onze aarde. Doen we haar eer met ons gedrag, of verkrachten we haar en behandelen haar als pan bieu, als oud brood?
Dit beeld bleef me bij toen ik deze woorden las in zijn roman, Verborgen Leegte:
vrouwen zijn even sterk als een boom en groeien ondanks alles steeds maar door. Ze kunnen gekleineerd of getreiterd worden en geven geen krimp. Evenzo als ze mishandeld of verkracht worden, verlaat het binnenste van de vrouw de pijn. De man, de maatschappij, de baas krijgt ze niet klein
Door de changing same, door te dansen terwijl ik las, vroeg ik me af of ons gedrag ten opzichte van vrouwen een reflectie is van ons gedrag ten opzichte van onze oermoeder? En als dat zo is, als we mens zijn omdat we allemaal dezelfde oermoeder hebben, en nog in reine moeten komen met de feminien (ja zelfs het vrouwelijk geslacht moet dit), waarom zien we dat niet? In zijn poëzie bundel Gerede Twijfels lijkt Quito antwoord te geven als hij schrijft:
                Humanity therefore exists
                No longer in our continents
                The dilemma left behind,
                 Now shows up more and more
                 The Unity is confined
                 By pervert politicians
                With their despicable ideas
                And infamy
 
Maar wie zijn die perverse politici dan? Natuurlijk diegene met macht, maar zoals Quito duidelijk maakt in Verborgen Leegte heeft niemand schone handen. Hebben wij niet allemaal a pervert politician inside? En dus de vraag weer: Wat delen wij?
Quito’s boeken zijn een samenkomst van histoire en memoire waarbij zijn imaginair ons uitnodigt om onszelf te aanschouwen als wereldburgers. Wat Quito ons lijkt te vertellen is dat wij delen dat we leven na 1492. Wij leven na de reconquista dat de moren verdreef van Spanje en de vervolging van Joden deed intensiveren. Wij leven na de bijna volledige uitroeiing van de Arawakken, Cariben, en Tainos in het Caribische gebied. Wij leven na de proletarisering van arme witten. Wij leven na de systematische onderdrukking van Afrikanen en later Aziatische contractarbeiders. Dit alles en nog meer gaf vaart aan Westers Imperialisme en de strijd tegen onrechtvaardigheid, de WIC en de VOC en de antikoloniale strijd, waardoor all continentale civilisaties verstrengeld raakten en we vandaag te dag leven in een trans-Atlantische Koninkrijk.
Dit is wat wij delen! Wij zijn de erfgenamen van dit planetaire proces. Van daaruit, vanuit dit verleden, vloeit het vraagstuk van de 21ste eeuw: culturele diversiteit. Het behelst twee kwesties. 1): Hoe kunnen we onze cultuur waarderen op een manier dat we die van anderen ook koesteren? 2): Hoe kunnen we ons individuele pad bewandelen op een manier dat we tevens kritisch solidair zijn met de leden van de gemeenschappen waar we deel van uitmaken?
Welke clues staan in Quito Nicolaas’ nieuw boek om deze te beantwoorden? Wat zijn deSombras di Recuerdo?
Ik ben benieuwd. Dank u wel.

Schaduw van herinneringen

Op 21 mei a.s. verschijnt de Papiamentstalige roman Sombra di recuerdo (Schaduw van herinneringen) van auteur Quito Nicolaas. In 2004 verscheen zijn Tera di silencio (Land van het zwijgen), die nu een vervolg krijgt in de vorm van de nieuwe roman. In deze roman krijgt men een ander beeld van de Arubaan en de gevoelswereld die hen omringen. Tijdens een literaire bijeenkomst, welke zal plaatsvinden in het verlengde van het door de Arubaanse regering uitgeroepen Jaar van het Papiamento en op de door UNESCO gekozen Internationale Dag van Culturele Diversiteit & Dialoog.

De roman is met zijn 400 pagina’s het eerste omvangrijke document in het Papiamento en in de Arubaanse literatuur. Het verhaal begint met de beelden van een nucleaire ramp die alles tot de grond had gelijk gemaakt. In deze droom ontmoet Andres zijn vrienden Jane, Dennis en Germaine. De vier vrienden: een leraar, journalist, antropoloog en socioloog blikken afzonderlijk dan wel gezamenlijk terug op hun jeugdjaren.
Datum: dinsdag, 21 mei 2013
Tijd:  16:30 (inloop) – 19:00 uur
Locatie: Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Aruba
R.J. Schimmelpennincklaan 1
2517 JN Den Haag
Quito Nicolaas

 

Bij een samenkomst van Jane en Germaine, vertelde de laatste dat op het moment dat Jane de traditionele Quincianera viert; feest dat gegeven wordt als een dochter de 15-jarige leeftijd heeft bereikt, zij met haar dochter worstelt die aan de drugs is. Een ander keer dat Dennis en Germaine met elkaar hadden afgesproken, haalden ze herinneringen op aan de films van Fellini en Passolini. Als Dennis naar de kapper gaat, belandt hij in een gesprek over o.a. de straatnamen in koloniale tijd en het regiem van Trujillo. Behalve de schrijfstijl, thematiek en levendige personages is het met name de kijk van de vier personages op een veranderende samenleving die het boek zo’n succes maakt. De roman belooft voor de komende tijd het meest gelezen boek te worden, zodenkt de schrijver.
Dr. Francio Guadeloupe (Universiteit van Amsterdam) zal deze middag over het volgende thema komen te spreken:  ‘Op weg naar een kunstzinnig Arubaanse democratie: reflecties op het werk van Quito Nicolaas’. De auteur zal een en ander vertellen over het schrijfproces  en de totstandkoming van de roman die maar liefst 95.932 woorden telt. Ook zal een tweetal fragmenten uit het boek worden voorgelezen door dichteres Tuscha Croes. Na afloop volgt een boeksignering door de auteur.

 

Vanaf nu kunt u het boek reserveren d.m.v. € 26,75 (incl. portokosten) te storten op ING 4820315 t.n.v. BookIsh Publshers. Vergeet niet uw naam en adres te vermelden.  Of u kunt ook onze Crowdfunding acitiviteit steunen viahttp://bookishpublishers.wordpress.com/new-releases/
Titel: Sombra di recuerdo
Auteur: Quito Nicolaas
Formaat: 12.5 x 21 cm, 400 pag.
Idioma: Papiamento
Prijs: € 19,90 (excl. € 6,75 na porto)
ISBN: 978-90-805979-8-0-7
Uitgever: BookIsh Publishers, Almere

Het diverse zwarte bewustzijn van Antilliaanse Jongeren

door Francio Guadeloupe

Over het zwarte bewustzijn van Antillianen lijken vaak maar twee smaken te bestaan: van ‘slachtoffers van de slavernij’ tot zij die ‘hun slavernijverleden gebruiken om Nederlanders te chanteren’. Francio Guadeloupe ziet op de Antillen dat de werkelijkheid van jongeren vele malen diverser is.
[lees hier verder op Sociale Vraagstukken]

Multiplex cultures and citizenships

by Francio Guadeloupe
 
“His dance was like a carefully placed explosive that destroyed the prison houses of race, gender, class, and ethnicity with which we imprison others and ourselves. His torso, his smile, his arms, his legs, moving with a syncopation that was majestic in its humbleness and humble in his majesty, told a story that these prison houses often make us forget: humankind is essentially a No to all categories of identity. he was still a Bahia man, a black man, a poor man, an oppressed man, a favela man, and more than likely a patriarchal man. But he was all this in a different way. these were identifications, not his essential identity (as if he had any). he was a verb not a noun. Pure movement, embodied differance – differing and deferring, not to be pigeon holed in anyway. His dancing touched me in a way that forced me to move out of the common senses that blinded me from seeing without truly seeing. And though we did not speak, he remained a stranger that i gazed at and he gazed back with his body, I thank him for giving me the sight that allows me to feel (and therefore to affectively see) the human beyond exclusionary identity labels.”

This is the first paragraph of my new essay in the edited volume of Nicholas Faraclas which presents views about and from the Dutch Caribbean and beyond. Something I know Ini StatiaRose Mary AllenGregory Richardson, Ieteke WitteveenGuno Jones, and Michiel van Kempen, among others, have been on the forefront in promoting. Theirs is a critical scholarship on the Kingdom of the Netherlands. Check it out peeps:

Multiplex cultures and citizenships: multiple perspectives on language, literature, education and society in the ABC-Islands and beyond
Ed. Nicholas Faraclas a.o.
Uitgave:Willemstad: FPI, Fundashon pa Planifikashon di Idioma, 2012, Omvang 445 pagina’s

Caribbean Sovereignty, Development and Democracy in an Age of Globalization

Guyana. Foto Marina Caf
Many of the nations of the Caribbean that have become independent states have maintained as a central, organizing, nationalist principle the importance in the beliefs of the ideals of sovereignty, democracy, and development. Yet in recent years, political instability, the relative size of these nations, and the increasing economic vulnerabilities of the region have generated much popular and policy discussions over the attainability of these goals. The geo-political significance of the region, its growing importance as a major transshipment gateway for illegal drugs coming from Latin America to the United States, issues of national security, vulnerability to corruption, and increases in the level of violence and social disorder have all raised serious questions not only about the notions of sovereignty, democracy, and development but also about the long-term viability of these nations.
 
This volume is intended to make a strategic intervention into the discourse on these important topics, but the importance of its contribution resides in its challenge to conventional wisdom on these matters, and the multidisciplinary approach it employs. Recognized experts in the field identify these concerns in the context of globalization, economic crises, and their impact on the Caribbean.
 
Caribbean Sovereignty, Development and Democracy in an Age of Globalization
Edited by Linden Lewis
Published December 13th 2012 by Routledge – 258 pages
Hardback: 978-0-415-53658-5: $130.00
eBook: 978-0-203-11031-7:

The politics of ketchup

by Francio Guadeloupe

My hope is that during the upcoming keti koti celebration we will not allow the continuing struggle for a common humanity to be reduced to the rhetoric of white versus black/black versus white. Perhaps we need to think Red again. Perhaps we need to invent seriously ludic concepts such as the politics of ketchup. Ketchup! Yes ketchup. Ketchup has that wonderful thixotropic quality of becoming fluid when under duress and solidifying in tranquil times. Is this not how the arrivants who survived the middle passages sustained themselves on the plantations of the New World? Weren’t these arrivants stolen from Africa — or born on in the bellies of ships or in the Americas — people with the gel like quality of watering their way through the cracks of power when power was at its most invincible? Weren’t these arrivants also the ones who could harden at opportune times to strike more lethal blows at the delusional self image, and failed institutional practices, of moneyed individuals seeking to transform them into beasts of burden? Could this tactic not allow us to recognize the kinship of all who practice a specific politics of ketchup whether they be called Palestinian, Jew, Tibetan, Irish, Dalit, Sudanese, ex-Yugoslavian, woman, gay, or…(you fill in the dots)? But equally could this not help us to recognize that in the end it is about what you do, how you treat others, how you live with your dis/privilege, not about what tribal belonging you claim (or are ascribed)?

Artist Talk; Close Encounters of the Caribbean Kind

In het kader van de expositie Who More Sci-Fi Than Us, hedendaagse kunst uit de Cariben, organiseert Kunsthal KAdE in samenwerking met de debatorganisatie Framer Framed op 26 mei een Artist Talk; Close Encounters of the Caribbean Kind. De toegang tot deze Artist Talk die gehouden wordt in Kunsthal KAdE is gratis!

Jennifer Allora & Guillermo Calzadilla, ‘Returning a sound’, video, 2004. Courtesy of the artists and Lisson Gallery, London

Onder leiding van moderator Francio Guadaloupe presenteren vijf deelnemende kunstenaars hun werk en gaan in op de Caribische artistieke en culturele context. Migratie, kolonialisme en diaspora kenmerken de regio en zijn belangrijke thema’s in de getoonde werken. Tijdens de bijeenkomst vertellen de deelnemende kunstenaars hoe zij vanuit hun artistieke praktijk een eigen perspectief op deze thema’s hebben ontwikkeld.
Aanwezige kunstenaars zijn o.a.: Pepón Osorio (Puerto Rico), Tirzo Martha (Curaçao), Mario Benjamin (Haïti), Remy Jungerman (Suriname) en Jean-Ulrick Désert (Haïti).

Waar: Kunsthal KAdE, Smallepad 3, 3800 MG Amersfoort
Wanneer: zaterdag 26 mei 2012
Tijd: van 14.00 tot 16.00 uur
Toegang Artist Talk: Gratis (voor de tentoonstelling geldt de reguliere entreeprijs)
Voertaal is Engels

Met dank aan:

Deze Artist Talk wordt georganiseerd in het kader van de tentoonstelling ‘Who More Sci-Fi Than Us, hedendaagse kunst uit de Cariben’.

In Kunsthal KAdE is van 26 mei tot en met 26 augustus 2012 de tentoonstelling ‘Who More Sci-Fi Than Us, hedendaagse kunst uit de Cariben’ te zien. De tentoonstelling is samengesteld door gastcurator Nancy Hoffmann. ‘Who More Sci-Fi Than Us’ toont werk van een representatieve selectie van hedendaagse kunstenaars uit de Cariben, van het zuiden (Antillen en Suriname) tot het noorden (Cuba en Jamaica) en van het westen (Costa Rica en Panama) tot het oosten (Haïti en
Dominicaanse Republiek) en alle eilanden daartussen.

Ryan Oduber, ‘Kima Momo’, video still, 2011. Courtesy of the artist

Nancy Hoffmann: ‘Met deze tentoonstelling laten we voor de eerste keer in Nederland het brede palet aan hedendaagse Caribische kunst en kunstenaars zien. De tentoonstelling focust op een gedeelde identiteit, geschiedenis, economische en sociale condities; een combinatie van factoren die tot een bepaalde surrealistische manier van communiceren leidt, in woord en beeld. Of, zoals de Dominicaans-Amerikaanse auteur en Pulitzer Prize winnaar Junot Diaz het zo welbespraakt formuleert: ‘It might have been a consequence of being Antillean. Who more sci-fi than us?’
‘Who More Sci-Fi Than Us’ vertelt een discursief verhaal over het Caribisch gebied waarin een soort overeenkomstige cultuur naar voren komt, die alle eilanden met elkaar delen. Daarnaast laten we zien hoe complex en veelzijdig het gebied is. In feite bestaat er misschien wel niet eens zoiets als ’Het Caribisch Gebied’. We willen de kunstenaars niet ‘framen’ in een geografische context, maar het verhaal over de regio de hoofdrol laten spelen. De tentoonstelling vertelt onder andere het verhaal over een gedeelde historie, politieke omstandigheden, de rol van religie en het dagelijks leven van de gemiddelde bewoner’.
De relevantie van het Caribisch gebied voor Nederland is evident, met o.a. de grote Antilliaanse, Arubaanse en Surinaamse gemeenschappen in ons land. Op kunstgebied is in Nederland tot nu toe slechts spaarzaam aandacht besteed aan deze ‘bloedgroepen’. KAdE zet ze, voor het eerst in Nederland, in het kader van het grotere Caribische gebied.

Catalogus
De catalogus, die bij de tentoonstelling verschijnt, laat nog een extra realiteit zien. Het gebied is gedeeld door verschillende talen en dus taalbarrières. De cultuurverschillen zijn vooral te herleiden naar de relatie met het (voormalige) moederland: Spanje, Frankrijk, Engeland en Nederland. De catalogus is daarom verdeeld in vier katernen, die allen ingeleid worden met een algemene tekst van een auteur uit elk taalgebied: Leon Wainwright (UK), Charl Landvreugd (NL/ SU), Giscard Bouchotte (FR/ Haïti) en Blanca Victoria López Rodríguez (Cuba). De catalogus bevat tevens een interview met Simon Njami (FR) door Jocelyn Valton (Guadeloupe).

Deelnemende kunstenaars:
Aruba: Ryan Oduber, Barbados: Joscelyn Gardner, Sheena Rose, Colombia: Oswaldo Macia, Costa Rica: Edgar León, Cuba: Alexandre Arreachea, Carlos Garaicoa, Yaima Carrazana, Ana Mendieta (†), Curaçao: David Bade, Tirzo Martha, Tony Monsanto, Dominicaanse Republiek: Marcos Lora Read, Jorge Pineda, Limber Vilorio, Guadeloupe: Bruno Pedurand, Guyana: Hew Locke, Haïti: Mario Benjamin, Jean-Ulrick Désert, Edouard Duval Carrié, Jamaica: Marvin Bartley, Renée Cox, Leasho Johnson, Ebony G. Patterson, Martinique: Jean Francois Boclé, David Damoison, Panama: Jhafis Quintero Gonzales, Jonathan Harker/ Donna Conlon, Puerto Rico: Pepón Osorio, Puerto Rico/ Cuba: Jennifer Allora & Guillermo Calzadilla, St. Vincent: Michael McMillan, Suriname: Remy Jungerman, Charl Landvreugd, Marcel Pinas, Trinidad: Wendell McShine.

Marvin Bartley, ‘The Great Rape’, 2011, foto, 51 x 94cm. Courtesy: the artist

Sculpturen, installaties, schilderijen, tekeningen, foto’s, film & animatie
‘Who More Sci-Fi Than Us’ toont een selectie sculpturen, installaties, schilderijen, tekeningen, foto’s, film & animatie van jonge veelbelovende kunstenaars en meer gevestigde kunstenaars. Sommigen leven en werken nog altijd in de Cariben, anderen zijn naar het Westen geëmigreerd.
Titel ‘Who More Sci-Fi Than Us’
De titel van de tentoonstelling: ‘Who More Sci-Fi Than Us’ is ontleend aan een uitspraak in het boek: ‘Het korte maar wonderbaarlijke leven van Oscar Wao’ van Dominicaans-Amerikaanse auteur en Pulitzer Prize winnaar Junot Díaz. Nancy Hoffmann:’Met deze tentoonstelling laten we voor de eerste keer in Nederland het brede palet aan hedendaagse Caribische kunst en kunstenaars zien. De tentoonstelling focust op een gedeelde identiteit, geschiedenis, economische en sociale condities; een combinatie van factoren die tot een bepaalde surrealistische manier van communiceren leidt, in woord en beeld. Of, zoals de Dominicaans-Amerikaanse auteur en Pulitzer Prize winnaar Junot Diaz het zo welbespraakt formuleert:’It might have been a consequence of being Antillean. Who more sci-fi than us?’

 

Marcos Lora Read, ‘Sub-Mundo Caribeño’, 2009, hout, aluminium, circa 300 x 80 x 80cm. Courtesy: Platform3, München

Samenvatting:
In Kunsthal KAdE is van 26 mei tot en met 26 augustus 2012 de tentoonstelling ‘Who More Sci-Fi Than Us’, hedendaagse kunst uit de Cariben’ te zien. De tentoonstelling is samengesteld door gastcurator Nancy Hoffmann. ‘Who More Sci-Fi Than Us’ toont werk van een representatieve selectie van hedendaagse kunstenaars uit de Cariben, van het zuiden (Antillen en Suriname) tot het noorden (Cuba en Jamaica) en van het westen (Costa Rica en Panama) tot het oosten (Haïti en Dominicaanse Republiek) en alle eilanden daartussen.
Nancy Hoffman: ‘Met deze tentoonstelling laten we voor de eerste keer in Nederland het brede palet aan hedendaagse Caribische kunst en kunstenaars zien. De tentoonstelling focust op een gedeelde identiteit, geschiedenis, economische en sociale condities; een combinatie van factoren die tot een bepaalde surrealistische manier van communiceren leidt, in woord en beeld. Of, zoals Dominicaans-Amerikaanse auteur en Pulitzer Prize winnaar Junot Diaz het zo welbespraakt formuleert:’It might have been a consequence of being Antillean.Who more sci-fi than us?’

Edouard Duval Carrié, ‘Silver Landscape’, 2011, gemengde technieken op aluminium, 244 x 366cm. Courtesy: the artist
Jonathan Harker & Donna Conlon, ‘Drinking song’, 2011, still from film. Courtesy: the artists

Over Nancy Hoffmann

Drs. Nancy Hoffmann was directeur/ mede-oprichter van het Instituto Buena Bista – Curaçao Center for Contemporary Art in Willemstad (Curaçao). Samen met medeoprichters Tirzo Martha en David Bade richtte zij zich in die jaren met name op educatie, gastkunstenaars, projecten en strategie. Hoffmann doet nog steeds veel onderzoek naar hedendaagse kunst in het Caribisch gebied en werkt onder meer aan een dissertatie over de kunstenaarsinitiatieven in die regio. Ze bezoekt daarvoor een groot aantal (ei)landen, maar ook instituten die zich hiervoor inzetten binnen en buiten het Caribisch gebied (Americas Society NYC, Museo del Barrio, Hemispheric Institute of Performance and Politics) en overzichtstentoonstellingen zoals ‘Infinite Islands’ (Brooklyn Museum 2008), ‘Krèyol Factory’ (Parijs 2009) en de Biennial de Pontevedra ‘Utrotopicos’ (Spanje 2010).

Geloof in ras is onuitroeibaar

Anti-racisten en racisten zijn eigenlijk aanhangers van dezelfde geloofsovertuiging: het geloof in ras. We moeten stoppen met het belijden van deze godsdienst en in plaats daarvan een nieuwe vorm van atheïsme beoefenen. Pas dan komt er echt een einde aan racisme.

door Francio Guadeloupe

Nederlandse intellectuelen vragen me vaak waarom ik zo weinig belangstelling toon voor het debat over seculiere versus religieuze identiteit. Mijn antwoord luidt elke keer hetzelfde. De verdedigers van beide posities zijn onwetende aanhangers van één en hetzelfde geloof: de religie van de moderniteit. Deze religie staat voor de algemene overtuiging dat we de demon “ras” niet kunnen uitbannen. Ik zie het als mijn taak om dit geloof – deze handelingsgewoonte – te vernietigen en ik wil mijn ‘mede-intellectuelen’ oproepen om hieraan bij te dragen.

Alternatieve aanpak van de strijd tegen racisme

Ik noem de algemeen gedragen overtuiging dat ras een onuitroeibaar begrip is dus een geloof, een godsdienst. Hiermee probeer ik een allerlaatste alternatief te bieden voor de gebruikelijke aanpak van de strijd tegen racisme in Nederland. Deze strijd richt zich tegen ideologieën en institutionele praktijken waarin het algemene geloof in ras en de hiërarchische noties van het raciale verschil aangemoedigd worden. Met ‘de gebruikelijke aanpak’ doel ik op analyses van publieke intellectuelen zoals Sandew Hira, waarin in laatste instantie altijd wordt aangegeven wie meer of minder waarschijnlijk wél of géén racisten zijn. De ‘rozehuidigen’, de zogenaamde ‘oudkomers’ in Nederland, zijn altijd verdacht tot het tegendeel bewezen wordt, terwijl de donkere nieuwkomers op hun beurt altijd slachtoffer zijn, totdat anders bewezen is.[2]Wat irritant is voor diegenen die racisme aldus analyseren, is dat de aangeklaagden en verdachten van racisme – hetzij bewust hetzij onbewust – de aanklacht zelf ontkennen. Zij bagatelliseren als moderne apologeten de impact van racisme in de Nederlandse samenleving, terwijl ze beweren dat we allemaal gewoon maar moeten accepteren dat het geloof in ras niet zal verdwijnen!
Het is interessant dat zij (bijvoorbeeld de conservatieve historicus Piet Emmer) iets delen met hun tegenstanders die van dit apologetische redeneren walgen: het pessimisme dat wat je ook doet, je de ‘blankies’ in dit land niet kunt veranderen.[3]Hoewel ethno-raciaal chauvinisme kan worden geminimaliseerd en gecontroleerd, kan het niet worden uitgeroeid. Beide posities zijn, met andere woorden, verbonden met vormen van racialisme, met niet-hiërarchische versies van het erkennen van het bestaan van raciale groepen (sociaal geconstrueerd zoals de meesten zouden toegeven).

Ras opgevat als praktijk (sociale constructie)

Een mogelijk alternatief voor dit gekibbel en de reacties die het oproept, is te vinden in het onderzoek naar het rassenbegrip van de verfijnde Actor Network Theories (ANT) — beroemd geworden door internationale geleerden zoals Bruno Latour, Donna Haraway, Tim Ingold en Annemarie Mol.
Amade M’charek is de belangrijkste voorstander van deze alternatieve theoretische beweging in Nederlandse intellectuele kringen.[4]Haar project, een verschuiving van het debat zo u wilt, nodigt uit om voorbij het versimpelde onderscheid tussen feit en fictie na te denken over ras. In navolging van ANT, concentreert M’charek zich op de technologieën en technieken van het ‘doen’ en het daardoor verwerkelijken van ras. We ‘doen’ ras waardoor we tot geracialiseerde subjecten worden gemaakt, die denken dat ze een ras hebben. Door nauwgezet deze lijn te volgen, door op de minutieuze praktijken te focussen probeert M’charek ons voorbij de patstelling te leiden dat ras ofwel een biologische gegeven is dat door zorgvuldig belangeloos onderzoek bewezen wordt, of omgekeerd dat ras niets anders is dan een illusie die we slechts theoretisch zouden moeten deconstrueren. Voor M’charek is ras een sociale praktijk. De duurzaamheid ervan ligt in het ‘doen’ en niet in het ‘zijn’. Als geëngageerde geleerden, die zich bewust zijn van sociale rechtvaardigheid, moeten we, aldus M’charek, leren om ras anders ‘te doen’.

Ras als religie

Wij moeten ons echter afvragen of in M’chareks benadering, ondanks al haar radicaliteit en subtiliteit, niet toch weer het gevaar schuilt, dat de positie van ras als een religie (weliswaar een goedaardige, dat moet worden toegegeven) hernieuwd wordt. Wat bedoel ik met religie? Ik benader dit begrip pragmatisch, op een manier die beïnvloed is door het werk van John Dewey. Laat ik dit toelichten.
Je kunt religies hebben zonder goden of hogere machten, maar niet zonder vormen van fundamentele bezorgdheid. Rond deze fundamentele zorgen ontstaan handelingsgewoonten die leiden tot de vorming van identiteit. Eén van de ultieme angsten, die de seculiere-religieuze kloof overstijgt, is dat ras een onoverwinnelijk kwaad is. Wij moeten erkennen dat het sociaal constructivisme niet echt werkt — we kunnen deconstrueren zoveel als wij willen – toch geloven de meeste mensen nog steeds in ras. We moeten – voor eens en altijd – afrekenen met de rampzalige gevolgen van deze geloofsovertuiging. Eén manier om dat te doen, is door te erkennen hoe ras ‘gedaan wordt’ en het anders ‘doen’.
Impliciet in deze strategie is, wat ik noem, een religieuze gemoedstoestand. Het is een indirecte vertaling van de theologische kwestie ‘waarom bestaat het kwaad?’ Maar om te stellen dat het kwaad er is, om de vraag naar het waarom van het kwaad te stellen, moeten we een God veronderstellen en menen het Goede te kennen. Een zuivere God/het zuivere Goede. Als we vragen waarom het kwaad van ras er is, veronderstellen we impliciet ook een zuivere God/het Goede. We gaan dan al uit van een zuivere theorie van ideaal staatsmanschap en veronderstellen dat we weten wat de mens is (aan de belofte van de moderniteit is voldaan).

Het alternatief: ophouden met ras

Ik zou willen voorstellen dat wij hiermee ophouden. Op de eerste plaats kunnen wij niets weten over de mens. Jean Paul Sartre formuleerde dat heel treffend toen hij schreef dat ‘onze existentie vooraf gaat aan elke essentie die we aan onszelf toekennen’. En wat betreft een zuivere notie van een ideaal staatsmanschap: dat is maar een naïef Joods-Christelijk-humanistische obsessie. Onze goden zijn vervuild; ons Goede is door ras besmet.
Ik geloof er niet in om de ene religie door een andere te vervangen, maar ik geloof wel in het daadwerkelijk beoefenen van een nieuwe vorm van atheïsme. Een atheïsme dat God/het Goede, de continue de-totaliserende totaliteit die we de tijdelijke incarnatie van de wereldgeschiedenis in een bepaalde samenleving noemen, recht in de ogen kijkt, en zegt: ‘Ik geloof niet in die zuiverheid van U. Hoewel ik deels een historisch product van U ben, geloof ik niet in U’ (Ik objectiveer en personaliseer hier bewust en moedwillig de Nederlandse maatschappij, maar vergeet niet dat deze verdingelijking slechts het doel dient.) Op pragmatische wijze uitgedrukt: ik zal een andere handelingsgewoonte aannemen. Een die gebaseerd is op de uitspraak, ik doe niet het goede dat ik wil doen, maar het kwade dat ik niet wil doen – dat blijf ik niet doen. Wat bedoel ik hiermee? Ik doe niet het goede dat ik wil doen – dit gaat over het creëren van het goede van een maatschappij zonder ras in haar historisch geconstitueerde termen, dus, om de werkelijkheid van ras in de Nederlandse samenleving anders te ‘doen’. Maar het kwade dat ik niet wil doen – dat wil zeggen denken en doen in termen van ras —– dat blijf ik niet doen – dus helemaal geen ras ‘doen’.
Dus mijn antwoord op de reactie van de Actor Network Theory op de gebruikelijke strategie om racisten, vermeende racisten en slachtoffers van racisme aan te wijzen, is niet dat we anders met ras om moeten gaan. We moeten er helemaal mee ophouden! Wat we moeten doen, is de mechanismen onklaar maken die leiden tot een ‘secondarisatie’ van delen van de Nederlandse bevolking in sociaal en economisch opzicht. Alle verdedigers van secularisme en religie die dit onderschrijven, zijn van harte welkom om aan dit politieke project mee te werken.

Francio Guadeloupe is als onderzoeker verbonden aan de vakgroep sociologie en antropologie van de universiteit van Amsterdam.


Dit essay wordt opgedragen aan de Nederlandse intellectueel Anil Ramdas (16 februari 1958-16 februari 2012). Zijn werk als schrijver, journalist, producent en gastheer van educatieve Tv-programma’s, stond voor een van de minder bekende stromingen van het Nederlandse antiracisme. Zijn visie, impliciet en nooit volledig uitgewerkt in zijn openbare interventies, was dat we een niet-racistische woordenschat moesten ontwikkelen in onze strijd voor een wereldgemeenschap die bestond uit goedgezinde mensen. Dit vocabulaire zou van de religieus-seculiere kloof een abstractie maken en personen uit verschillende etnische groepen verenigen in een anti-racialegemeenschap. Deze gemeenschap zou strijden voor sociale en economische rechtvaardigheid. Ik heb Ramdas’ inzicht verwerkt in mijn laatste publicatie: Adieu aan de Nikkers, Koelies en Makambas: een pleidooi voor de deconstructie van raciaal denken binnen de Nederlandse Caribistiek (Totemboek: Amsterdam, 2010).
Zie dit informatieve artikel over Anil Ramdas: http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/in_memoriam_anil_ramdas/
[2] Onder de verschillende openbare intellectuelen in Nederland, is Sandew Hirahet meest consistent in zijn aanklacht dat autochtonen een racistische attitude hebben. Hij heeft ook kritiek geuit op academici die als apologeten voor (de sporen van het) kolonialisme fungeren. Zie: Decolonizingthe Mind: een fundamentele kritiek op wetenschappelijk kolonialisme (Den Haag: Amrit, de 2009) Zie voor een bespreking van Hira’s denken: http://www.doorbraak.eu/gebladerte/60078d04.htm
[3]Piet Emmer is een conservatieve Nederlands historicus die de historische impact en terreur van de trans-Atlantische slavernij bagatelliseert. Hij staat ook bekend om zijn racistische opvattingen over de huidige multiculturele situatie in Nederland. U kunt de huidige staat van zijn denken nalezen in een boek dat hij samen met Hans Wassink schreef: Wegsturenofbinnenlaten? Tien vragen en antwoorden over migratie. (De Arbeiderspers: Amsterdam, 2005). Zie ook deze website: http://www.doorbraak.eu/gebladerte/11186f75.htm
[4] Zie M’chareks baanbrekende werk: The Human Genome Diversity Project: an ethnography of scientificpractice. (Cambridge University Press: Cambridge, 2005).

[van www.socialevraagstukken.nl, 24 april 2012 in de reeks De etnische bril]

Migrants: Our Role in Building a New Society

Radio Voice of Naija
The Pan-African Media for Informing, Educating and Empowering Migrants in the Diaspora

Migration of peoples is an unavoidable reality of our world and society today. The fact is that migration has always been a part of humanity from olden times. In recent times, however, it has seen an explosive growth due to the turmoils, wars and economic hardships around the world.

That said, when people migrate it brings changes to the ‘giving’ as well as the ‘receiving’ communities. There is supposed to be net benefit or gain to both sides of the equation. That is the ideal expectation we all have but that is not always the case. The resulting imbalance sometimes gives rise to racial and social tensions.

At this juncture, we would like to understand the dynamics of what is happening our present, multi-culturally diverse society. We need to know how everyone of us can help build a newer and better society. To assist us in this task we have for a guest in our radio programme an anthropologist and migration exppert, Dr. Guadelope from the University of Amsterdam.

Part I

Part II

Debat “Slavernij, verleden, heden, toekomst”

Stichting Julius Leeft!, NTR, NiNsee en De Balie presenteren een debat in De Balie in Amsterdam op 19 december 2011. Naar aanleiding van de muzikale geënsceneerde reading “Hoe duur was de suiker?” op 18 december een debat plaatsvinden over “Slavernij, verleden, heden, toekomst”.

In 2013 is het 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij afschafte. Aan de vooravond van dat herdenkingsjaar laat SJL zich inspireren door de succesvolle historische roman “Hoe duur was de suiker” van de Surinaamse auteur Cynthia Mc Leod. Het verhaal over een Joodse plantersfamilie en hun slaven aan het eind van de 18e eeuw biedt voldoende stof voor reflecties op onze huidige maatschappij.

Tijdens het debat staat de volgende vraagstelling centraal:
– “Heeft de huidige Nederlandse samenleving nog een verantwoordelijk-heid voor het slavernijverleden of is het gewoon een historisch interes-sant fenomeen.”
– “Is het onderwerp ‘Slavernij’ afgesloten of niet. Moeten de nazaten tot in de eeuwigheid als slachtoffer bestempeld worden en komen ze daardoor nooit los van de slachtofferrol.”

De debatleiders zijn Noraly Beyer en Yoeri Albrecht. De pannelleden zijn: Carla Boos (eindredacteur NTR-serie “De Slavernij”), Francio Guadeloupe, Henk den Heijer, Arthur Kibbelaar, Ernestine Comvalius en Ing Yoe Tan, terwijl Cynthia Mc Leod, Frank Dragtenstein en Piet Emmer vanuit de zaal op de discussie zullen reageren.

Ing Yoe Tan is een Nederlands politicus. Van 1999 tot 2011 was zij namens de Partij van de Arbeid lid van de Eerste Kamer. In de periode 2007 – 2011 was zij vicevoorzitter van de Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschapsbeleid (Eerste Kamer der Staten-Generaal). In de Eerste Kamer was Tan namens haar partij woordvoerder o.a. BZK, Justitie,Cultuur, Antilliaanse zaken en EPD.Tevens was ze voorzitter van het multi-etnisch vrouwennetwerk in de PvdA Van 1986 tot 2004 was ze als senior-adviseur verbonden aan managementadviesbureau Berenschot . Daarvoor was ze in dienst van achtereenvolgens de Gemeente Amsterdam en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Ernestine Comvalius is andragoloog en heeft daarnaast o.a. organisatiekunde gestudeerd. Zij is directeur van het Bijlmer Parktheater dat professioneel- en amateurtheater programmeert. Tevens is zij directeur van het Krater Theater. Krater organiseert o.a. het Black Magic Womanfestival en het maandelijkse cabaret- en comedypodium FATU. Krater is ook een aanbieder van cultuureducatieprojecten voor het onderwijs.

Francio Guadeloupe, cultureel antropoloog, docent aan de Universiteit van Amsterdam, afdeling Sociologie en Antropologie. In 1999 behaalde Guadeloupe zijn master in ontwikkelingsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn onderzoek richtte zich op de Afro-Braziliaanse religies Condomblé en Umbanda in Rio de Janeiro en Salvador da Bahia. Op basis van zijn onderzoek publiceerde hij twee boeken A vida e uma dança – The Candomble Trough the Lives of Two Cariocas (Nijmegen, CIDI, 1999) en Dansen om te leven, over Afro-Braziliaanse cultuur en religie (Luyten & Babar, 1999). Belangrijk thema in het werk van Guadeloupe is de manier waarop de erfenis van het kolonialisme en het globale kapitalisme hun invloed uitoefenen op nationalisme, multiculturalisme, media en religie. Hij heeft dit thema uitgewerkt in zijn publicaties over de sociale processen op het Frans-Nederlandse eiland Sint Maarten, op Aruba in Brazilië en Nederland. In 2007 verscheen zijn boek Zo zijn onze manieren, visies op multiculturaliteit in Nederland. Zijn laatste boek Chanting Down the New Jerusalem: Calypso, Christianity & Capitalism in the Caribbean, verscheen in 2010 bij de Univerity of California Press.

Henk den Heijer studeerde maritieme en koloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden waar hij in 1988 zijn doctoraalbul (cum laude) behaalde. Hij deed onderzoek naar de Nederlandse handelsrelatie met West-Afrika in de zeventiende en achttiende eeuw waarop hij in 1997 aan de Leidse Universiteit bij Jaap Bruijn promoveerde. Den Heijer is sinds 2003 docent maritieme geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Hij doet onderzoek naar de Nederlandse handel en scheepvaart in het Atlantisch gebied in de vroegmoderne tijd en naar de ontwikkeling van de visserij in de negentiende en twintigste eeuw. Den Heijer publiceerde onder meer De geschiedenis van de WIC (Zutphen 1994 / 2007) en De geoctrooieerde compagnie. De VOC en de WIC als voorlopers van de naamloze vennootschap (Deventer 2005).

Lily Talapessy (1967) is sinds 1994 verbonden aan het ministerie van Buitenlandse Zaken en werkte onder meer in Zimbabwe en de VS. Tot 2009 was Lily lid van de raad van bewindvoerders van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank in Tunis. Sinds 2009 werkt Lily bij de afdeling gezondheid en aids van het ministerie. Lily studeerde Europese Studies aan de Universiteit van Amsterdam en deed voor de Europese Commissie onderzoek naar de positie van vrouwelijke beta-wetenschappers. Lily neemt deel aan de discussie op persoonlijke titel.

Carla Boos is socioloog en vertaler en was eindredacteur van de televisieserie De Slavernij. Eerder werkte ze aan de televisieseries Na de oorlog en Bestaat Nederland wel? Ze maakte deel uit van de redactie van Andere Tijden en stelde de Andere Tijden jaarboeken samen. Ze maakt deel uit van de jury voor de Libris Prijs voor het beste historische boek en van de adviescomissie Twintigste Eeuw van het Rijksmuseum.

Het debat “Slavernij, verleden, heden, toekomst” is een samenwerking tussen Stichting Julius Leeft!, NTR, De Balie en NiNsee.

Het debat wordt mede mogelijk gemaakt door: Het Amsterdams Fonds voor de Kunst, Telesur, Forum en BKB.

Aanvang: 20.00 uur

 
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter