blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: grondenrechten

Traditioneel gezag en grondrechten

door Ettire Patra

Al eeuwen worden de rechten van de binnenlandbewoners (Marrons en inheemsen) met de voeten getreden door de mensen die van buiten uit een ware invasie plegen op de bestaanszekerheid van deze tribale volken. Hierbij gaat het niet alleen om de stedelingen, maar ook het buitenland. read on…

Bigi Poika krijgt titel op grondgebied

Onverwacht (District Wanica) – Het dorpsbestuur van Bigi Poika heeft zaterdagmiddag een gemeenschapsbosbeschikking ontvangen van een ministeriële delegatie onder leiding van minister Steven Relyveld van Ruimtelijke ordening Grond- en Bosbeheer (RGB) en minister Edgar Dikan van Regionale Ontwikkeling (RO). Het betreft een landschap van 22.000 hectare in het Bigi Poika-gebied. Dit meldt het dictrictscommissariaat van Para in een persbericht. read on…

Martin Misiedjan: “Klacht Inheemsen gebaseerd op onwaarheden”

door Kavish Ganesh

Er is op 25 november 2015 een vonnis uitgesproken in de zaak van de Kaliña en Lokono volken van Beneden Marowijne tegen de Staat Suriname. Twee weken geleden werd het vonnis door het Inter-Amerikaans Hof voor Mensenrechten ter beschikking gesteld. Deze zaak liep sedert 2007. De Kaliña- en Lokono-volken hebben op een bepaald moment gemeend de Staat Suriname aan te klagen voor de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens. read on…

Onverdeelde en onbeheerde boedels remmen de economische ontwikkeling in Suriname

Promotie Chequita Ramautar

A. Chequita Ramautar, gehuwd Akkal, docent aan de Universiteit van Suriname en gewezen lid van de Staatsraad, verdedigde vrijdag 9 oktober j.l. haar proefschrift Boedelproblematiek in Suriname bij de Open Universiteit in Heerlen.
Onverdeelde en onbeheerde boedels van onroerende goederen in Suriname zijn een voortdurend probleem dat de economische vooruitgang van Suriname in de weg staat. read on…

‘Inheemsen verwerpen voorlopige grondhuur’

door Christio Wijnhard
Paramaribo – Het inheemsenplatform voor Eenheid en Solidariteit voor Alliantie en Vooruitgang (Esav) verwerpt de uitspraak van Lesley Artist, dat inheemsendorpen hun traditionele woongebied in ‘grondhuur’ willen, en eisen rectificatie. Dit zegt Romeo Pierre, kapitein van Pierrekondre. “Indien Artist spreekt als voorzitter van de Vids (Vereniging van Inheemse DorpshoofdenSuriname, …red.), dan spreekt hij ook namens ons. Maar wij zijn niet geraadpleegd.” read on…

Promovendus: Suriname kan betwiste gebieden kwijtraken

Suriname kan door niets te doen zijn betwiste grondgebieden kwijtraken door geldende volkenrechtelijke beginselen. Lachman Soedamah concludeert dat na onderzoek naar de grensgeschillen die Suriname heeft met zijn buurlanden. Hij is vandaag gepromoveerd op zijn onderzoek Suriname compleet? 
 
Lachman Soedamah tijdens zijn promotie vandaag.


De grenskwesties zijn een erfenis van het koloniale verleden. Soedamah heeft zijn onderzoek gericht op de oorzaken en problemen die ten grondslag liggen aan het nog niet definitief vaststellen van de Surinaamse grenzen. Om een totaalbeeld te krijgen over het grensprobleem tussen Suriname en Guyana, behandelt hij ook de land- en maritieme grensgeschillen tussen Suriname en Frans-Guyana.In 1891 hebben Suriname en Frans-Guyana een grensregeling getroffen. Suriname heeft dat ook gedaan met Brazilië in 1906. De promovendus is ook ingegaan op de rol van het regionaal volkenrecht bij de beslechting van grensconflicten in Latijns-Amerika. Hij is nagegaan hoe in het bijzonder de Latijns-Amerikaanse landen hun problemen hebben aangepakt om tot een oplossing te komen.

Uit zijn onderzoek komt Soedamah tot zes richtlijnen die Suriname zou kunnen volgen om zijn grensgeschillen op te lossen. In elk geval concludeert hij dat Suriname door niets te doen, meer kwaad dan goed doet aan zijn grenskwesties.
Het proefschrift is als handelseditie uitgegeven door Wolf Legal Publishers. Er hangt een prijskaartje van 24,95 euro aan het 259-pagina’s tellend onderzoek.

Soedamah, geboren in het district Nickerie, is advocaat en heeft vanaf 2009 de advocatuur gecombineerd met zijn promotieonderzoek aan de Open Universiteit in Nederland.

[van Starnieuws, 14 februari 2014]

 

Rechtsgeldigheid traktaten nader bekeken

door Bert Eersteling
Ik heb zeer bruikbare reacties gekregen op het eerder verschenen artikel naar aanleiding van het artikel van Mr. Carlo Jadnanansing over de kanttekening van Prof. Walther Donner op de vredestraktaten met de bosnegers in de jaren 1760, 1762 en 1764 [zie hieronder – red. CU]. De heer Donner vroeg zich af of de traktaten rechtsgeldigheid hebben. Hij maakte een vergelijking tussen de totstandkoming van het traktaat in Jamaica en de traktaten in Suriname. Hij constateert dat het traktaat in Jamaica onder gezag en met machtiging van de koning van Engeland tot stand is gekomen, terwijl de traktaten in Suriname niet onder gezag/machtiging van de koning zijn geschied, maar onder gezag van de gouverneur en de Raad van Politie en Criminele Justitie. De heer Donner vroeg zich af of Suriname in die periode een onafhankelijke status kende.
De Republiek der Zeven Verenigde Provinciën

Hierop heb ik gereageerd door te stellen dat de heer Donner een retorische vraag heeft opgeworpen, omdat hij zelf weet dat Suriname pas in 1975 een onafhankelijke status heeft gekregen. Uit de reacties die ik kreeg en het raadplegen van enkele historische bronnen, blijkt dat zowel de heer Donner als ik niet erop hebben gelet dat Nederland van 1588-1795 een Republiek werd die uit zeven onafhankelijke staten of provincies bestond. In de Franse tijd werd Nederland zelfs een Eenheidsstaat, die aangeduid werd als de Bataafse Republiek. Deze Eenheidsstaat duurde van 1806-1813. In 1813 herwon Nederland zijn vrijheid en in 1815 riep de uit ballingschap teruggekeerde Willem Frederik, bekend als Koning Willem I, zich uit tot Koning van het Koninkrijk der Nederlanden.

Het is dus logisch dat de Koning nooit de traktaten met de bosnegers kon hebben getekend of onder diens gezag of machtiging kon zijn aangegaan, omdat de koning of het koninkrijk der Nederlanden in de periode van de traktaten in Suriname gewoonweg niet bestonden. Ik ben dan verplicht de denkfout mijnerzijds te corrigeren. Ik schreef namelijk als reactie op de redenering van de heer Donner voor wat betreft de status van Suriname tussen 1760-1764 het volgende: “Omdat Suriname geen onafhankelijk land was, zijn de traktaten dus onder gezag en met machtiging van de koning tot stand zijn gekomen”. Dit is zoals eerder betoogd incorrect. Deze foutieve vaststelling is gemaakt zonder goed in herinnering te nemen de kennis die wij hebben opgedaan bij het vak vaderlandse geschiedenis.In elk geval blijft mijns inziens, ondanks de correctie als hierboven gepleegd, de opgeworpen stelling van de heer W. Donner met betrekking tot de vredestraktaten recht overeind. Het is van belang in de nadere bestudering van dit vraagstuk mee te nemen het feit dat de traktaten herzien zijn na herstel van het koninkrijk der Nederlanden. Ik neem gevoeglijk aan dat de ondertekening van de herziene traktaten wel in naam van het herstelde koninklijke gezag moet zijn geschied.
Dus zijn de traktaten zoals herzien in respectievelijk 1835 en 1837 wel of niet rechtsgeldig?

[uit Starnieuws, 25 september 2013]

 

Juridische status vredestraktaten vaststellen

door Bert Eersteling

In het artikel ‘Marronverdragen zijn een kopie van de Jamaicaanse’ van de hand van mr.Carlo Jadnanansing, wordt melding gemaakt van de stelling van mr.dr Walther Donner aangaande de rechtsgeldigheid van de traktaten. In het bedoelde artikel van de heer Carlo Jadnanansing lijkt het erop dat de heer Walther Donner de rechtsgeldigheid van de traktaten met de Aucaners, de Saramaccaners en de Matawai in twijfel trekt, omdat deze traktaten niet in naam van de koning, maar onder gezag of in naam van de gouverneur zouden zijn gesloten. Tenminste indiceert hij in het artikel, door de rechtsgeldigheid aan de orde te stellen, dat er iets juridisch niet in orde zou zijn met de traktaten.
The Maroons in Ambush on the Dromilly Estate in the parish of Trelawney, Jamaica. The painting was done by J. Bourgoin and engraved by J. Merigot. It was published by J. Cribb (London, 1801).
De heer Donner maakt in het artikel, dat verschenen is in het juristenblad, een vergelijking tussen de traktaten van Jamaica en Suriname voor wat betreft de totstandkoming. In Jamaica zou het traktaat namens en met machtiging van de koning tot stand zijn gekomen. In Suriname zou het eerste traktaat (1760) gesloten zijn met de gouverneur en de Raad van Politie en Criminele justitie, die toen als een soort parlement fungeerde. Naar aanleiding van de constatering zoals hierboven aangehaald is, stelt de heer Donner zich de vraag of Suriname toen als een soevereine staat kon worden beschouwd, die zelfstandig bevoegd was om traktaten te sluiten. Overigens een vraag die retorisch van aard is.
Orale geschiedenis
De hoogleraar Donner concludeert volgens het artikel dat er contacten hebben bestaan tussen de Jamaicaanse slaven en de Surinaamse slaven, omdat Araby van de Aucaners, bij een contact met een delegatie van de gouverneur, gerefereerd zou hebben aan het traktaat dat gesloten werd met de Maroons in Jamaica.
Of de voornoemde conclusie van de heer Donner met de door hem aangehaalde onderbouwing correct is, kan ik niet beoordelen. Het kan wel zo zijn dat de heer Donner ook kennis draagt van wat zeker in de orale geschiedenis bekend is, namelijk dat een van de Aucaanse onderhandelaars, de heer Boston Band, een bijzonder belangrijke rol vervuld heeft bij de totstandkoming van het traktaat met de Aucaners in 1760. Deze Boston Band behoorde tot de Compai clan of lo, en zou het schrijven en lezen machtig zijn. Hij was slaaf in Jamaica, maar belandde later (niet bekend hoe en wanneer) in de kolonie Suriname.
Hij ontvluchtte de slavernij en voegde zich bij de clan/lo der compai-nenge. Deze clan/lo komt voor in de dorpen Mpusu, Poowi en Tjong-tjong aan de Tapanahony. Een grote groep compai-nenge uit Poowi woont ook in het misidjan-nenge dorp Lebidoti aan de Sarakreek. Kennelijk heeft Boston Band de ervaringen van Jamaica voor wat de vredesverdragen betreft naar de bossen van Suriname meegenomen. Dr. Silvia de Groot heeft in een van haar pennenvruchten gewag gemaakt van de wezenlijke bijdrage van Boston Band aan het vredesverdrag met de Aucaners. De conclusie van de heer Donner kan ook aan deze informatie van S. de Groot haar grondslag gehad hebben.
In elk geval heb ik met de twee voorbeelden willen aangeven dat het geen nieuwe inzichten of assumpties zijn dat een verband gelegd kan worden tussen de vredesverdragen van Jamaica en Suriname. Er kunnen ook meerdere bewijsbare argumenten bestaan, die goed en helder de relatie tussen de twee vredesverdragen aangeven. Vooralsnog houd ik het op deze informatiebronnen, namelijk de orale lezing die de afkomst van Boston Band aangeeft en de vermelding van Silvia de Groot over de bijdrage van Boston Band aan het vredesverdrag met de Aucaners.
Rechtsgeldigheid Surinaamse traktaten
Ik weet niet waarom, en met welk juridisch argument de heer Donner meent te moeten vaststellen of vermoeden, dat er verschil bestaat in het tekenen van het traktaat in Jamaica in naam van de Koning en onder zijn machtiging en de in Suriname getekende traktaten door de gouverneur en een soort parlement.
Suriname was in 1760 absoluut nog een kolonie van Nederland waarbij alles in naam van de Koning en onder diens machtiging werd gepleegd. Het lijkt mij interessant om de ordonnantiën van die periode te raadplegen om goed vast te stellen welke correspondentie heeft plaatsgevonden tussen het koloniaal bestuur en het koningshuis voor, tijdens en na de totstandkoming van de vredestraktaten. Het is ook voer voor juristen, historici en anderen om aan de hand van feitenmateriaal vast te stellen of er sprake is van rechtsgeldigheid of niet van de vredestraktaten.
Onverminderd het resultaat van het bovenstaande, blijkt dat de traktaten in Suriname, zeker voor een periode hun functionaliteit hebben bewezen. Want er was een afbakening waarbinnen de bosnegers zich vrijelijk konden bewegen. Er waren controleposten waar posthouders geplaatst waren. Het traditionele gezag functioneerde buiten of naast de jurisdictie van het gezag in Paramaribo.
Het traject dat de bosnegers moesten volgen om zaken te doen in Paramaribo was ook bekend. Bij de herziening van het vredestraktaat van 1760 is na onderhandeling dit traject gewijzigd. Er zijn, zij het zeer marginaal, mensen overgeleverd aan het koloniaal bestuur. De ordenings- en rustscheppende functie van de traktaten hebben voor bepaalde momenten in onze geschiedenis waarde gehad. Uiteraard is gedurende deze periode onder ander de Boni-oorlog ontstaan. Een oorlog die overigens een ruimer bevrijdingsdoel had.
Conclusie
Ik vind dat de professor, zoals ik hem van zijn artikelen ken, met zijn bijdrage een poging heeft ondernomen om Surinamers aan het denken te zetten over het onderhavige vraagstuk. Dat moet als zeer lofwaardig gezien worden. Met dit specifieke onderwerp wil hij kennelijk bevorderen dat er van uit het nationaal oogpunt een Suricentrische benadering wordt gegeven aan onze geschiedbeschrijving. Laat de Surinamers een goed onderbouwde mening geven over de vredestraktaten. Immers er zijn mensen die de vredestraktaten als bron/middel willen gebruiken om de ‘grondenrechten’ aan te vechten. De vraag is daadwerkelijk om vast te stellen wat de juridische status of waarde van deze vredestraktaten zijn.
Ik heb mijn persoonlijke visie over deze traktaten. Om strikt strategische reden ga ik hierover geen uitspraak doen. Ik feliciteer de Saramaccaners met het feit dat op 19 september 1762 het vredestraktaat met hun voorouders getekend werd. De Aucaners herdenken over drie weken het feit dat op 10 oktober 1760 het vredestraktaat getekend werd met hun voorouders. Ook alvast gefeliciteerd.
[uit Starnieuws, 22 september 2013]

Universiteit Leiden haalt Vids naar Nederland

Inheemsen: de groep Mutusji
Van 8 tot en met 22 mei brengt een delegatie van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (Vids) een bezoek aan Nederland.  De delegatie vertrekt op uitnodiging van de Universiteit en Museum van Leiden. De instanties hebben documentatiemateriaal gevonden dat meer dan honderd jaar oud is de Inheemse gemeenschap rakende. De documenten hebben een culturele waarde, vandaar dat er ook sjamanen in de delegatie zijn opgenomen. Deze mededeling deed Lesley Artist, voorzitter van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (Vids), afgelopen zondag bij de aanwijzing van de nieuwe dorpsassistent van Christiaankondre.
Artist  zei verder dat de Vids het grondenrechtenprobleem in 3 fasen wil aanpakken. Ten eerste zal de Vids streven naar de erkenning van het traditioneel gezag in de grondwet van Suriname. Er zijn al wetsvoorstellen gemaakt die ingediend zullen worden bij het parlement. Er zullen geen concessies meer uitgegeven worden binnen de woon- en leefgemeenschappen van de Inheemsen. Uitgegeven concessies zullen ingetrokken worden. De derde fase betreft een goede afspraak die gemaakt moet worden met de overheid, zodat zaken duidelijk voor beide partijen zijn. “De Vids is niet van strategie veranderd”, zei Artist zelfverzekerd.
Dit jaar zal de Inheemse organisatie binnen haar structuren de Dag der Inheemsen op een centrale plaats organiseren. In de afgelopen jaren waren er organisaties die op verschillende plaatsen in Suriname de dag vierden. ‘Dit is niet bevorderlijk voor de Inheemse gemeenschap.’ De Vids-voorman wist ook te vertellen dat een speciale dag voor de Inheemsen uitgetrokken wordt tijdens Carifesta XI in augustus in ons land. Om de communicatie binnen de gelederen van de Vids beter te bevorderen, worden een snelle boot en een auto aangeschaft voor de ondervoorzitter van de vereniging.
[uit Dagblad Suriname, 27-04-2013]

Pleidooi voor grondenrechten op Dag der Inheemsen

Het wordt een dag van feesten en presentatie van inheemse kunst en cultuur, een dag van bezinning en gebed, maar bovenal een dag van voortzetting van de strijd voor wettelijke erkenning van inheemse landrechten, in Suriname alom bekend als de grondenrechten. Stanley Liauw-ANgie, waarnemend voorzitter van de Organisatie van Inheemsen in Suriname (OIS) bij verhindering van voorzitter Andrew Karwafodi, zegt in gesprek met De West dat de boodschap van de inheemsen met betrekking tot de viering van de Internationale Dag der Inheemsen niet nieuw is. Het draait allemaal rond het bekende pleidooi voor een vorm van medezeggenschap, ofte wel erkenning van hun rechten op de gronden, die zij al eeuwen bewonen en bewerken. Het is een oude boodschap, maar zolang ze die rechten niet volop kunnen beleven, zullen de inheemsen de strijd voortzetten en dus zal de boodschap alleen maar sterker worden.

Sinds 2006 is 9 augustus, de Internationale Dag der Inheemsen, een officiële vrije dag in Suriname. De Dag der Inheemsen als nationale feestdag is een symbool van respect voor het inheemse deel van het Surinaamse volk en een blijk van erkenning. Maar dat is niet voldoende, want zolang de inheemsen onzeker blijven over de grond waarop zij leven en elke dag in hun dorp verrast kunnen worden door het geronk van bulldozers omdat daar een nieuw houtkapbedrijf, bauxietgigant of goudmultinational met een concessie van de regering op zak is neergestreken, is er nog een lange weg af te leggen voor de eerste bewoners van Suriname op weg naar erkenning van hun rechten.

Liauw-A-Ngie vindt het spijtig, dat de overheid met de mond belijdt dat ze de inheemsen een warm hart toedraagt, maar dat in de praktijk niet waarmaakt. ,,De regering praat vaak over steun aan de inheemsen, maar dan moeten ze dat toch ook doen. Kijk maar naar de grondenrechten, daar doen ze niets aan.” Integendeel vreest de OIS voor verergering van de situatie van de inheemsen als hij een blik werpt op enkele van de ambitieuze plannen van het huidige kabinet.

[uit De West, 4 augustus 2012]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter