blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Groenberg Roy

Boze negers verbranden boek Harry van Bommel

Goeie kans dat dit topic een dezer dagen in uitgeprinte vorm opduikt op de Dam, begeleid door een boze Surinamer met een doosje lucifers. Want het woord ‘neger’ staat in de kop en dat woord was vanmiddag aanleiding om een boek van Harry van Bommel te verbranden. read on…

Boekverbranding door Surinamers

Verbranding van het boek Surinamers in de polder van Harry van Bommel, door het Comité “Een waardig standbeeld voor Anton de Kom”, zondag 27 december 2015, op De Dam in Amsterdam.  read on…

Kabra neti in Amsterdam

Een fotoreportage van de Kabra neti =- een rituele maaltijd voor de voorouderlijke geesten – op 26 juni 2015 in Amsterdam. Fotografie van Hellen Jeanette Gill en Steve I. J. Biervliet Productions. read on…

Slaafgemaakte Elieser gehuldigd

door Stuart Rahan

Ouderkerk aan de Amstel – Tijdens een plechtige ceremonie op de oudste Joodse begraafplaats in Nederland Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel, is een beeltenis van de slaafgemaakte Elieser onthuld.
Iinitiator van de beeltenis van de slaaf Elieser, Perez Jong Loy, houdt trots een hand op de schouder van zijn “opa”. Het bronzen beeldje dat nog een officiële plek krijgt, is gemaakt door Erwin de Vries. Foto Stuart Rahan
Elieser werd als eerste en enige slaafgemaakte Afrikaan in 1629 begraven naast zijn meester. Perez Jong Loy, voorzitter van de stichting Opo Kondreman, beijverde zich jaren voor de beeltenis. Kunstenaar Erwin de Vries maakte het ontwerp. Waar het beeld komt te staan, is nog onbekend.
Tegelijk met de onthulling van het beeld, kreeg Elieser ook zijn eigen pad. Het Elieserpad loopt langs de begraafplaats. Dat Elieser aldaar werd begraven, was niet vanzelfsprekend. Hij werd eerst bekeerd tot het Jodendom. Slaafgemaakten kwamen onder normale omstandigheden in naamloze graven buiten de muren van de begraafplaats terecht. Elieser was de bediende van een Joodse koopman, Pauluo de Pina (ca. 1575-1634). Op de grafsteen staat dan ook “Servo (Bediende) Elieser”.
Koninklijke excuses?
Het is de vierde keer dat stichting Opo Kondreman in samenwerking met andere organisaties deze tocht over water organiseert naar het graf. Volgens Perez Jong Loy is deze symbolische tocht over het water een ode aan de tot slaafgemaakte voorouders die van het vasteland van Afrika naar het Caribisch Gebied en de Amerika’s verscheept werden. Er wordt ongeveer een uur gevaren vanaf de steiger nabij het Heineken Museum naar de gemeente Ouderkerk aan de Amstel. Ondertussen worden verhalen over de slavernij verteld. Dit jaar waren er ook leerlingen bij van een VMBO-school, die nooit eerder lessen over de slavernij hebben gehad. Enkele leerlingen dachten zelfs dat de slavernij slechts tien jaren had geduurd, omdat er twee jaartallen steeds terugkeren. In het jaar 1863 toen de slavernij in administratieve zin was afgeschaft en 1873 als officiële datum toen de slaafgemaakten hun volledige vrijheid als mens terugkregen.
Roy ‘Kaikusi’ Groenberg van de stichting Eer en Herstel, zorgde tijdens de ceremonie even voor wat commotie toen hij bekendmaakte dat koning Willem Alexander en koningin Maxima in de Surinaamse Assemblee hun excuses zouden aanbieden voor het Nederlandse slavernijverleden. De ruim vierhonderd aanwezigen rondom het graf van Elieser klapten uit blijdschap. Reeds enkele jaren zijn er geluiden vanuit de Surinaamse gemeenschap in Nederland voor een officieel excuus vanuit het koningshuis. Maandag tijdens de herdenking in het Oosterpark van 150 jaar afschaffing van de slavernij is het koninklijk echtpaar officieel aanwezig. Dan zal blijken of het grote verlangen van de Surinaamse gemeenschap ook waarheid zal worden.
[uit de Ware Tijd, 28/06/2013]

Een feestje voor oude blanken (3 en slot)

door Rudie Kagie
 
Het n-woord
 

Roy ‘Kaikusi’ Groenberg, activist uit Amster­dam-Zuidoost, voormalig welzijnswerker en sinds tien jaar voorzitter van de stichting Eer en Herstel Betalingen Slachtoffers van Slavernij in Suri­name, hoopt in het kader van het herdenkingsjaar 2013 op een ontmoeting met koningin Beatrix. ‘Ik wil met Hare Majesteit onder het genot van een kopje koffie terugblikken en vooruitkijken. Het wordt tijd om een dikke streep te zetten onder het slavernijverleden. Dat verleden heeft mijn generatie opgehouden omdat het nog niet verwerkt was. Ik vind dat mijn kleinkinderen niet meer over slavernij moeten praten. Ze behoren te weten wat de geschiedenis van hun voorouders is, maar ze moeten zich vooral bezighouden met cultuur, wetenschap, politiek, huizen kopen. Ze moeten voort in het leven.’De eerste grote triomf oogstte Groenberg in 2001, toen zijn stichting met succes ageerde tegen de omschrijving van het woord ‘neger’ in de Dikke Van Dale. Het lukte niet om het n-woord geschrapt te krijgen, maar met de toevoeging dat de aanduiding door sommigen als krenkend wordt ervaren, waren de activisten tevreden.

In 2006 richtte Groenberg zijn peilen op de chocoladespecialiteit de negerzoen. De firma Van der Breggen uit Tilburg, die de fabricage van de firma Buys had overgenomen, reageerde niet op brieven van de stichting. ‘We wilden een cultureel historisch centrum bouwen in Nederland. Als we voor elke doos negerzoenen die in al die jaren zijn verkocht één kwartje zouden krijgen, hadden we aan de vijfentwintig miljoen gezeten die we nodig hadden.’ Dat de opdruk van de gele dozen voortaan ‘Negen zoenen’ in plaats van ‘Negerzoenen’ vermeldde, zal de omzet geen kwaad hebben gedaan. ‘Achteraf blijkt dat we dat bedrijf met onze actie aan enorm veel free publicity hebben geholpen. Daar hebben we geen bloemetje voor gehad.’Vorig jaar kwamen Groenberg en zijn stichting in opstand tegen Het negerboek, de Nederlandse vertaling van The Book of Negroes van de Canadese romancier Lawrence Hill. De titel werd als beledigend ervaren, maar uitgeverij Nieuw Amsterdam voelde er niets voor om te capituleren voor de eis dat de publicatie uit de handel zou worden genomen. Groenberg: ‘We stonden op het punt om via een juridische procedure te bereiken dat we twee euro per verkocht exemplaar zouden krijgen als genoegdoening. Uiteindelijk hebben we dat niet gedaan omdat de indruk zou kunnen ontstaan dat we een stelletje geldwolven zijn. Omdat we ons gekrenkt voelden, hebben we in het openbaar de kaft van het boek verbrand. Dat was wereldnieuws, we hebben daar zelfs het achtuurjournaal van de Canadese televisie mee gehaald.’

Zwarte holocaustIn de herstelbetalingen waar het bij de oprichting van de stichting om was begonnen, zit vooralsnog weinig schot. Advocaat Gerard Spong zag wel mogelijkheden om naar Amerikaans voorbeeld claims in te dienen bij bedrijven die zich eeuwenlang aan de slavernij verrijkten. Zo zou Hudig, inmiddels eigendom van het Amerikaanse Aon, vroeger slavenschepen hebben verzekerd. De Nederlandse handelsmaatschappij, een van de voorlopers van ABN Amro, kan ook een rol hebben gespeeld in de Surinaamse plantage-economie. ‘Dat we daar toen niet uitgekomen zijn, is een geldkwestie,’ zegt Roy Groenberg. ‘Voordat Spong namens onze stichting een zaak zou aanspannen, moest er een bedrag op zijn rekening worden gestort. We hadden hem gevraagd om het pro deo te doen, maar dat bleek niet mogelijk. Het idee dat Nederland een gebaar zou moeten maken tegenover de nazaten van de slaven is niet van de baan, maar dat betekent niet dat we met geopende portemonnee klaarzitten om de miljoenen op te vangen. De herstelbetaling zou bijvoorbeeld ook kunnen bestaan uit vijftig jaar adopteren door Nederland van het peuteronderwijs in Suriname. Dat zou bijdragen tot echte bevrijding. Iemand die elke maand een formulier moet invullen om zijn geld te krijgen, noem ik niet bevrijd.’

Het geharrewar over geschiedschrijving, herstelbetalingen en excuses voor de gruweldaden die Nederland in de koloniale tijd beging, heeft primair met perceptie te maken, legt Sandew Hira uit. Zelfs ruimdenkende, meegaande progressieve mensen onder zijn gehoor beginnen ongemakkelijk te zuchten zodra hij de Zwarte holocaust ter sprake brengt, die volgens hem in mening opzicht de grimmigheid overtrof van de Holocaust (‘de Holocaust heeft vijf jaar geduurd, de slavernij heeft vijfhonderd jaar geduurd. De Holocaust kostte het leven aan zes miljoen mensen, slavernij aan tweehonderd tot vierhonderd miljoen mensen’). ‘Als mensen mij op grond van die uitspraak in de gevangenis willen stoppen, moeten ze dat vooral doen,’ zegt hij. ‘Maar zo uitzonderlijk is het niet wat ik beweer. In literatuur van Amerikaanse wetenschappers kwam je dergelijke analyses al tientallen jaren geleden tegen, maar in Nederland is dit een betrekkelijk nieuw geluid. Daar schrikken die witte hoogleraren van, ze zijn niet gewend dat ze worden tegengesproken. Zwarte intellectuelen beginnen kritische vragen te stellen. In dat proces zitten we nu. De tijd dat zwarte mensen een stijve nek overhielden aan het gedwee ja en amen knikken en onderdanig luisteren naar wat de witte professor te zeggen heeft, is voorgoed voorbij.’

Boekverbrandingen onderschatten de intelligentie van lezers

Dubbelklik op de afbeelding voor groter formaat

door Hilde Neus

Boekverbranding. Boekliefhebbers rillen alleen bij het idee al. Het roept direct beelden op van censuur. In dit geval ging het slechts om de kaft. Roy Groenberg heeft moeite met het woord ‘neger’, hij vindt het denigrerend, kan het zelfs niet uit zijn mond krijgen en wil het dan ook uit het woordenboek schrappen. De reden ook waarom hij, samen met een handjevol andere Surinamers bij het slavernijmonument in het Oosterpark in Amsterdam vorige week een aantal aan elkaar geplakte kopieën van de kaft heeft verbrand. Hij had geen problemen met de inhoud van het boek, wel met de titel. Maar de titel is functioneel. Aminata komt voor in The Book of Negroes waarin de groep ex-slaven is opgetekend die tussen 23 april en 30 november 1783 vanuit New York werden ingescheept om naar Novia Scotia te reizen. Natuurlijk waren er meer verschepingen, maar dit boek is bewaard gebleven en een belangrijk archiefstuk. Het geeft niet slechts namen, maar ook belangrijke, soms schrijnende details over diverse mensen. Zoals Betty, van wie de eigenaar claimde dat ze niet vrij was. De Britse autoriteiten geloofden hem en ze werd naar hem teruggestuurd om hem ‘in alles ten dienste te zijn zoals hij beliefde.’ Dit historische document kunt u googelen en u zult diverse sites met achtergronden vinden die zeer de moeite waard zijn. Door deze titel te kiezen, verwijst Lawrence Hill direct naar het historische document en stelt zijn publiek tevens in de gelegenheid terug te gaan naar de bronnen. Het is Groenberg ontgaan hoe belangrijk dit is: door juist terug te gaan naar de archieven en onderzoek te doen, kunnen we de wortels van goed en kwaad blootleggen. De reactie van de auteur op het plan van Groenberg was dan ook: ‘Boekverbrandingen zijn uitgevonden om mensen te intimideren. Ze onderschatten de intelligentie van de lezers, onderdrukken discussie en beledigen diegenen die de vrijheid koesteren om te lezen en schrijven.’

Een glimp van een nieuwe toekomst

door Sandew Hira

“Beste meneer Hira,
Met veel interesse lees ik uw columns op starnieuws.com. Ik studeer geschiedenis aan de universiteit van Groningen. Voor mijn masterscriptie doe ik onderzoek naar de invloed van het koloniale verleden op de relatie tussen Nederland en Suriname, die ik vergelijk met de relatie tussen België en Congo. In uw columns, artikelen en boeken presenteert u een visie op dit koloniale verleden die ik graag in mijn onderzoek zou willen verwerken. Is het mogelijk om met u in contact te komen?”

Dit verzoek kreeg ik begin mei per email van Hanneke Hofman. Ik beschouwde het als een routine verzoek en mailde terug: bel maar op.
Ze wilde niet bellen, maar persoonlijk langskomen. Helemaal uit Groningen, drie uur reizen van Den Haag.
Ze kwam bij me thuis, installeerde zich aan de eettafel met haar notebloc en begon: “Nederland en Suriname hebben een gemeenschappelijk verleden, een gemeenschappelijke band. Hoe kijkt u aan tegen die band?”
Ik: “Slavernij en kolonialisme waren een misdaad tegen de menselijkheid, net als de Joodse holocaust. Onze band is net als de band tussen de Jood en de nazi. Alleen een gekoloniseerde geest meent dat we blij moeten zijn met die gemeenschappelijke geschiedenis en die gemeenschappelijke band, alsof we samen veel plezier en leuke avonturen hebben beleefd tijdens slavernij en kolonialisme. Dekolonisatie van de geest betekent dat we moeten ophouden om dit valse beeld te schetsen van onze geschiedenis en zeggen hoe het werkelijk was: Nederland heeft met slavernij en kolonialisme een historische misdaad gepleegd in Suriname. En dat is niet iets om samen trots op te zijn.”

Zo, dacht ik bij mezelf, dat is nu opgehelderd.
Maar Hanneke ging door: hoe zit het met het Afrikaanse aandeel in de slavernij? Raak je met herstelbetalingen de Nederlanders niet in hun portemonnee en schep je niet meer tegenstellingen? Sinterklaas is diep geworteld in onze samenleving? Etc. etc.
Ik ging uitvoerig in op haar vragen.
Op enig moment veranderde haar houding. Ze zei: “Onze koloniale geschiedenis is niet iets waar ik trots op ben. Ik weet niet of ik me verantwoordelijk moet voelen voor wat onze Nederlandse voorouders hebben gedaan. Mijn eigen voorouders waren geen slavenhandelaren of bezitters van plantages, maar het is wel deel van onze geschiedenis als natie. Draag ik nu ook persoonlijk verantwoordelijkheid voor ons koloniaal verleden? Hoe moet ik daarmee omgaan?”

Ik raakte van mijn stuk door haar opstelling.
Hanneke is een leuke meid. Een jonge, knappe vrouw van in de twintig. En ze zat er ook echt mee. Ik zag haar worstelen met het Nederlandse koloniale verleden en wist even niet wat ik moest zeggen. Met mijn verstand hield ik het rationele verhaal over de verhouding tussen individuele en collectieve verantwoordelijkheid voor historisch onrecht, met de nodige voorbeelden van hoe in andere landen hiermee wordt omgegaan. Mijn gevoel vroeg zich af: moet ik haar nu geruststellen en voorkomen dat ze opgezadeld wordt met een gevoel van persoonlijke schuld? Hier zat een jonge Nederlandse vrouw voor me die vanuit een integer gevoel voor rechtvaardigheid worstelt met het koloniale verleden van haar land. Dat vind ik op zichzelf al nieuw en hoopvol, maar vooral ook inspirerend. Ze had mijn dochter kunnen zijn. Aan de ene kant wilde ik haar geruststellen en voorkomen dat ze een persoonlijk schuldgevoel ging ontwikkelen. Aan de andere kant zijn daar de harde feiten van de historische misdaad die de Nederlandse natie heeft gepleegd, net als de harde feiten over de Duitse natie die een historische misdaad heeft gepleegd met de holocaust. De verhouding tussen individuele en collectieve verantwoordelijkheid wordt dan plotseling meer dan een wetenschappelijke discussie. Het wordt iets emotioneels.

We eindigden de sessie met een lunch. Mijn vrouw kwam erbij. We spraken over haar studie, ouders, wonen in Groningen etc. Ze vertrok daarna voor een reis van drie uur naar huis.
Mijn vrouw zei: “Wat een leuk meisje! Hoe ging het interview?”
Ik: “Ze vroeg wat ik vond van de gemeenschappelijke band tussen Nederland en Suriname.”
Mijn vrouw: “Oh nee, wat heb je gezegd?”
Ik: “Ik maakte de vergelijking met de band tussen de nazi en de Jood.”
Mijn vrouw: “Jij, altijd met die dingen van je! Zo’n lieve meid, en je zadelt haar op met de last van een koloniaal verleden. Straks wordt ze depressief!”
Ik: “Je onderschat haar. Ze wordt niet zo gauw depressief. Weet je wie haar scriptiebegeleider is?”
Mijn vrouw: “Wie?”
Ik: “Doeko Bosscher.”
Mijn vrouw: “Doeko Bosscher!!??”
Prof. Dr. Doeko Bosscher is hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Groningen. In mijn column over Anton de Kom in Starnieuws bij de viering van 35 jaar onafhankelijkheid had ik kritiek geuit op zijn positieve bespreking van de mislukte biografie van Rob Woortman en Alice Boots over De Kom.
Boscher mailde me naar aanleiding van mijn column: “U lijkt me vol haat en rancune te zitten, ook jegens mij.” Daarmee was de toon gezet voor een scherpe en kribbige correspondentie tussen ons. Ergens in die correspondentie echter feliciteerde hij mij met 35 jaar onafhankelijkheid. Het klonk oprecht. Een uitgestoken hand moet je nooit weigeren, heb ik geleerd. Ik besloot om niet te mailen, maar te bellen om hem persoonlijk te bedanken voor zijn felicitatie.
Bosscher was gevraagd om les te geven aan de nieuwe masteropleiding geschiedenis van de Anton de Kom Universiteit. Naar aanleiding van de correspondentie met mij trok hij zich terug van de opleiding.

Hanneke wordt opgeleid door Bosscher. Toen ik haar worsteling met het koloniale verleden observeerde, bedacht ik me dat haar begeleider geweldig werk doet. Ik besloot Bosscher te mailen en hem te complimenteren met zijn werk.
Een nieuwe mailcorrespondentie ontstond tussen ons in een geheel andere sfeer en op een geheel andere toon. Doeko stelde voor om in Amsterdam een discussie te houden met zijn studenten over mijn visie op het kolonialisme.
Afgelopen week waren ze in NiNsee om met mij en directeur Artwell Caine in gesprek te gaan.
Dezelfde worsteling die ik bij Hanneke zag, zag ik bij Doeko en zijn studenten. Zij stelden hun vragen. Artwell en ik gaven onze antwoorden. Dat ging in een kritische sfeer van openheid en debat.
Op enig moment vertelt Doeko over zijn dochter die met een Surinamer is getrouwd en in Suriname woont. Hij gaf uiting aan zijn diepe afkeer van de PVV. In zijn verhaal herkende ik wat alle vaders voelen voor hun kinderen en hun zorgen voor de toekomst. Net als Hanneke heeft Doeko me met zijn verhaal emotioneel geraakt.
Het is niet gemakkelijk: aardige integere mensen wier land zich schuldig heeft gemaakt aan een misdaad tegen de menselijkheid voorhouden dat er zoiets is als een collectieve verantwoordelijkheid voor historisch onrecht en tegelijkertijd sympathie voelen voor hun worsteling en diep in je hart hen toewensen dat ze er zonder kleerscheuren uit kunnen komen.

In de bijeenkomst bij NiNsee zag ik een flits van een hoopvolle toekomst temidden van een harde realiteit waarin we vandaag leven. In die week hoorde NiNsee dat de VVD-CDA-PVV regering had besloten om per 31 december 2012 de subsidie aan NiNsee stop te zetten (een handtekeningenactie is aan gang via www.ninsee.nl
In diezelfde week besloot Roy Groenberg, alias Kaikusi, om in Amsterdam het boek van Lawrence Hill getiteld Het Negerboek te verbranden vanwege het gebruik van de term Neger. Kaikusi is, net als ik, een anti-kolonialist, maar deze actie keur ik ten stelligste af. Waarom? Omdat het verbranden van boeken komt uit een traditie waar wij ons ver van zouden moeten houden, namelijk die van de nazi’s, die op grote schaal boeken verbranden als teken dat de vrijheid van meningsuiting definitief ten einde was gekomen. Die vrijheid is iets waar we voor zouden moeten vechten. Lawrence Hill moet je met argumenten bestrijden en niet met een boekverbranding als je het niet met hem eens bent.

Afgelopen week kreeg ik een andere realiteit onder ogen: de correspondentie van de werkgroep bestaande uit Maurits Hassankhan, Eric Jagdew en Jerry Egger, die in februari volgend jaar een conferentie voorbereiden over geschiedschrijving op de Anton de Kom Universiteit. De heren hadden me gemaild en verteld dat ik alleen welkom was als ik op “rationele en correcte wijze” wilde mee discussiëren. Maar ze weigerden om mij te vertellen wat “rationeel en correct” is, zodat je het risico moet nemen dat je ter plekke moet horen wat je niet mag zeggen. Exit Sandew Hira.
Armand Zunder, die later ook een uitnodiging ontving, stelde dezelfde vraag en hij kreeg het volgende antwoord van Hassankhan mede namens Jagdew en Egger: “De regels en normen die doorgaans in de geschiedwetenschap gelden. Wat die regels zijn, zullen de deelnemers uit de historisch wetenschappelijk literatuur moeten halen.”
Dit antwoord is typerend voor het bedenkelijke niveau van de werkgroep. Het wekt de indruk alsof er een wetenschappelijke discussie aan de gang is over wat “rationeel en correct” is en daar ook overeenstemming over zou bestaan. Maar ze hebben die onzin ter plekke verzonnen om mij uit de conferentie te weren. Er bestaat helemaal geen algemeen geaccepteerde stelling in de geschiedwetenschappen over wat “rationeel en correct” is. Ze kunnen geen enkele bron aanwijzen waaruit blijkt dat die overeenstemming wel bestaat. Het is je reinste boerenbedrog.
Ze denken: In het land der blinden is éénoog koning; niemand weet dat we het verzonnen hebben en niemand gaat het controleren.
Mijn oproep dat wetenschappelijke conferenties geen beperkingen zouden moeten leggen op de vrijheid van meningsuiting, werd beantwoord met stilzwijgen. Ik werd uitgesloten van de maildiscussie over de conferentie, die gewoon doorging. Alex van Stipriaan stuurde een mail rond waarin hij mijn opstelling karakteriseert als een “kruistocht tegen een aantal van ons” en pleit tegen “een te openbare bijeenkomst”. Ook die mail werd niet naar mij gestuurd. Zo werd voorkomen dat ik een weerwoord kon formuleren: het principe van hoor en wederhoor is onbekend in dit gezelschap. Ik ontving de mail via via.
In een andere mail schrijven ze dat ze niet alleen “rationeel en correct” willen discussiëren. Ze willen uitsluitend “positieve krachten” hebben op de conferentie. En daar hoor ik volgens hen niet bij. Double exit Sandew Hira.

Het is net als in die oude dagen op de plantage. De blanke meester roept: “Houdt die opstandige marrons weg van de plantage!” En de basja’s Hassankhan, Jagdew en Egger reageren gezagsgetrouw. Ze sluiten de poorten van de plantage en houden de wacht voor de meester.

Zo te zien wordt deze conferentie van de Anton de Kom Universiteit een vergadering van braveriken, van wie verwacht wordt dat ze in nederigheid en onderdanigheid applaudisseren als de meester aantreedt.
In november 2010 was mijn waardering voor Doeko Bosscher ver beneden nul. Ruim een half jaar later is mijn respect voor hem torenhoog gestegen nu ik hem beter leer kennen. We zijn het niet altijd met elkaar eens, maar zijn integriteit en intellectuele moed om samen met zijn studenten het debat met mij aan te gaan, hebben dat respect bij mij doen groeien.
Hanneke en Doeko hebben me een glimp van een nieuwe toekomst laten zien, die helaas nog ver weg is voor Suriname.

[van Starnieuws, 27 juni 2011]

Roy Groenberg

Das war ein Vorspiel nur, dort wo man Bücher
Verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen.
(Heinrich Heine, Almansor)

Negerboek verbrand bij Slavernijmonument

Amsterdam (RNW) – Bij het Slavernijmonument in het Oosterpark in Amsterdam is woensdagmiddag Het Negerboek verbrand. Dat wil zeggen een kopie van de titelpagina van het gewraakte boek.

Volgens Roy Groenberg, voorzitter van de Stichting Eer en Herstel is de Nederlandse titel van het boek beledigend en krenkend. Onder aanwezigheid van zo’n dertig sympathisanten, voornamelijk creoolse Surinamers, ging de kopie in vlammen om.

In de Surinaamse gemeenschap is discussie ontstaan over de Nederlandse vertaling van de roman The Book of Negroes van de Canadese schrijver Lawrence Hill. Na kritiek in de Verenigde Staten werd in dat land niet gekozen voor de Canadese titel maar voor Someone knows my name. Groenberg had graag gewild dat de Nederlandse uitgever ook voor een andere titel gekozen had.

Het Negerboek vertelt het verhaal van een meisje dat als slavin uit Afrika naar Amerika wordt gebracht en uiteindelijk in New York wordt vrijgemaakt. Ze gaat op die manier via Nova Scotia terug naar Afrika. De Engelsen registreerden in het ‘book of negroes’ 3.000 namen van slaven die vrijgemaakt konden worden en New York mochten verlaten. De slavenhouders werden gecompenseerd.

Als de Nederlandse uitgever de omslag van het gewraakte negerboek niet verandert is Groenberg van plan ook een boekverbranding te organiseren bij de uitgeverij Ailantus in Amsterdam.

[RNW, 22 juni 2011]

[Zie ook het bericht hieronder en andere vroegere berichten op deze blogspot, door op het label Groenberg te klikken]

Prof. Natalie Davis: “Accepteer verbranding The Book of Negroes niet”

[Brief van prof. Natalie Davis, Princeton University & University of Toronto, verzonden op 22 juni 2011 aan wetenschappers in Nederland]

This morning I heard on CBC radio an interview with the distinguished Canadian novelist Lawrence Hill: a group of Surinamese-born residents of The Netherlands are planning to burn his recent book The Book of Negroes because of its use of the word “Negroes” in its title. I am emailing you in hopes that you will protest this outrageous action and even prevent its occurring.
Lawrence Hill is himself a man of color, and from a family that has done much to protest racism and defend human rights in Canada. His Book of Negroes is an excellent historical novel set in the late 18th and early 19th century, ranging in location from Africa, to the Americas (including Nova Scotia) and England. (I have been on a panel with Lawrence Hill and know about the research behind the book.) The title refers to an actual physical object, a record book called “The Book of Negroes,” into which the names of former slaves were inscribed after the American Revolution -former slaves who had won their freedom (a precarious freedom) because they had been loyal to the British. This record book plays an important role in the historical novel, and the title is also a literary play on the whole subject of the book.

As for the word “Negroes,” you as scholars are familiar with its use by slaves and ex-slaves in the Sranan form of “ningri” and its variants. AND the word has a history in the U.S., with which -as a long activist in anti-racist movements in North America – I am very familiar. “Negroes” was forgrounded as the preferred polite term to refer to people of color, to black people, -the “politically correct” term if you will – for many decades of the 20th century. It was introduced and used by anti-racists among black people and others, as preferable to “colored people” (the NAACP was initially founded as the National Association for the Advanced of Colored People).
Then during the late sixties and afterward, the word “blacks” and “Afro-Americans” came to be preferred, for various reasons connected with the precise political movements in the US at the time. But “Negroes” was not a derogatory term (in contrast with the word “nigger,” which is an insult when said by a white person). “Negro” is simply not a preferred term -but it has historically a significant role, both in contexts which are racist and in contexts which were resisting racism.

So the choice of this book to burn is absurd, both historically and politically. And the burning of a book as a form of protest is dangerous and unacceptable. I hope you will do what you can to oppose this action.

Natalie Zemon Davis, Professor of History emeritus, Princeton University; Adjunct Professor of History and Anthropology, University of Toronto

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter