blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Gomez M.F. da Costa

De grootste schandvlek van ons volk [1]

door Aart G. Broek

Het is niet vanzelfsprekend dat op Curaçao jaarlijks op 17 augustus de revolte van slaven wordt herdacht, die in 1795 plaatsvond op het eiland onder leiding van Tula. Het nam ruim honderd jaar om het slavernijverleden serieus onder ogen te zien en het verzet tegen slavernij als ronduit heldhaftig te waarderen. Deze historische ontwikkeling is te tekenen aan de hand van gedichten, toneelteksten, columns, romans en verhalen. read on…

Jan de Heer over De Stoep, Chris Engels en de literatuur op Curaçao 1940-1951 (deel 1)

door Jeroen Heuvel

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd het allengs moeilijker voor Nederlandse auteurs om in Nederland hun (literaire) werk te publiceren, door de nazificatie van de Nederlandse maatschappij. Met het instellen van de Nederlandse Kultuurkamer, in 1942, kon er alleen nog in het door de Duitsers bezette Nederland met goedkeuring van die bezetter werk verschijnen, hoewel er ook illegaal boeken werden gedrukt. Op Curaçao was de invloed van de bezetter niet bepalend voor wat wel en niet gepubliceerd mocht worden. Chris Engels heeft er al snel in het begin van de oorlog voor gezorgd dat een vrij platform voor Nederlandse auteurs werd opgericht.  read on…

Lezing over Mr. Dr. Moises Frumencio Da Costa Gomez

De Dutch Caribbean Book Club organiseert op zaterdag 2 april om 14.00 een lezing over Mr. Dr. Moises Frumencio Da Costa Gomez, de eerste premier van de voormalige Nederlandse Antillen. Da Costa Gomez was ook oprichter van de De Nationale Volkspartij (NVP) of Partido Nashonal di Pueblo (PNP), de op één na oudste nog bestaande politieke partij van Curaçao. Key-note spreker op deze middag is drs. R.D. Eugène Boeldak MBA. read on…

Eerbetoon voor pionier ‘Tata’ De Lannoy-Willems

Eerste vrouw in de Staten: Angela Altagracia
de Lannoy-Willems

Willemstad — Op donderdag 17 maart 1949 gingen vrouwen op het eiland voor het eerst naar de stembus. Dat gebeurde met de introductie van het algemeen kiesrecht op Curaçao, waardoor zowel mannen als vrouwen ouder dan 25 jaar een stem konden uitbrengen. Dit jubileum wordt vandaag gevierd met een eerbetoon aan Altagracia de Lannoy-Willems (1913-1983), de eerste vrouw die lid werd van de Staten.

Tijdens een plechtigheid bij de Katholieke Begraafplaats aan de Roodeweg werd vanochtend De Lannoy-Willems geëerd. Oud-premier Maria Liberia-Peters hield een toespraak, waarin zij inging op het belang van het algemeen kiesrecht voor Curaçao en de belangrijke rol die De Lannoy-Willems, die bekend stond onder de roepnaam ‘Tata’, vervulde in die jaren. De strijd voor het algemeen kiesrecht voor vrouwen was een rechtvaardige strijd, aldus Liberia-Peters. Zij verklaarde blij te zijn dat iedereen samen, los van elke politieke oriëntatie, een van de pioniers die de weg heeft geopend voor het algemeen kiesrecht op Curaçao, kan eren.
Liberia-Peters had een aantal lovende woorden voor De Lannoy-Willems. “Geen negatieve kritiek of beledigende karikatuur kon haar geest breken. Als politicus hebben wij de gewoonte om in de verdediging te gaan, wanneer wij het niet eens zijn met de geuite kritiek. Altagracia was iemand die altijd haar worden woog en er niet voor koos om op een twijfelachtige manier terug te slaan. Van personen die haar gekend hebben, heb ik gehoord dat zij in alle rust, zonder te beledigen, op een positieve manier iets negatiefs kon beantwoorden.” Een voorbeeld dat door Liberia-Peters werd aangehaald was toen De Lannoy-Willems in een karikatuurprent werd getekend als een naakte Lady Godiva op een ezel. De enige reactie van De Lannoy-Willems was: Als zij mij zo willen tekenen is dat goed, want zo heeft mijn moeder mij gebaard”, waarmee de kous af was.

Minister Irene Dick (Onderwijs, Wetenschap,
Cultuur en Sport, PS) plaatst een bloem
bij het graf van De Lannoy-Willems.
Onder meer oud-premier Maria
Liberia-Peters (tweede van rechts) kijkt toe.

 

In haar toespraak stond Liberia-Peters ook stil bij de kritiek van De Lannoy-Willems op het feit dat telkens wanneer er een nieuwe regering aantrad, deze alles van haar voorganger ging afbreken, om vervolgens alles weer van voren af aan op te bouwen, ‘omdat de ideeën en acties van een politieke tegenstander afkomstig waren’. “Zij betreurde de zucht naar wraak op het eiland en was van mening dat Nederland hierdoor in staat was om ons te manipuleren. Uit haar woorden kunnen wij halen dat wijsheid en kennis de elementen zijn om te voorkomen dat de zucht naar wraak nog groter wordt en schade aan het eiland wordt berokkend.”
De verkiezingen van 1949 waren de eersten waarbij het algemeen kiesrecht van kracht was. De eerste verkiezingen op Curaçao vonden plaats op 20 december 1937. Indertijd werden de eerste leden van het parlement van de Antillen gekozen. Aan deze verkiezingen mochten alleen mannen, ouder dan 23 jaar deelnemen, die belasting betaalden en over eigendommen beschikten, of een opleiding van minimaal zesde klas lagere school. Op 17 maart 1948 werd het algemeen kiesrecht op Curaçao van kracht. De grondleggers die hiervoor hebben gestreden waren onder meer Moises ‘Doktoor’ Da Costa Gomez, Adèle Rigaud, de toenmalige voorzitter van de vrouwenvleugel van de Katholieke Volkspartij (KVP) en de beroemde Damanan di Djarason, de vrouwenvleugel van de Nationale Volkspartij (NVP) onder leiding van Clarita da Costa Gomez, Mena Davelaar en Thelma da Costa Gomez. Vrouwen op Curaçao haalden 1013 handtekeningen op en stuurden brieven naar de Nederlandse Tweede Kamer om steun te verwerven voor vrouwenkiesrecht op Curaçao.

Curaçao, Westpunt, ca. 1950

 

Uit een publicatie van de politieke partij Pais blijkt dat in de verkiezingscampagne voor de verkiezingen van 1949 de thema’s katholicisme en autonomie een centrale rol speelden. De KvP was van mening dat politiek en godsdienst hand in hand moesten gaan en plaatste een priester op hun kandidatenlijst. De Curaçaose Onafhankelijke Partij (COP) riep haar kiezers op juist ver te blijven van katholieken en van de Pauselijke richtlijnen die de KvP het volk wilde opleggen. Aan de andere kant werd de COP door haar politieke tegenstanders omschreven als elitair en intellectueel, die ver van het volk afstond. De NVP en DP hielden zich niet bezig met aanvallen op de Katholieke Kerk. De NVP maakte zich sterk voor meer autonomie, terwijl de DP zich tegen de NVP afzetten omdat de rode partij van mening was dat de NVP zich te soft opstelde ten opzichte van Nederland.
Aan de verkiezingen van 1949 namen 37.688 mensen deel. 18.087 mannen en 19.601 vrouwen die voor het eerst een stem konden uitbrengen. Grote winnaar van de verkiezingen was de Nationale Volkspartij (de huidige PNP, red) met vier zetels. De Democratische Partij (DP) volgde op de tweede plaats met drie zetels, terwijl de KVP één zetel behaalde op verkiezingdag. De COP bleef op nul zetels steken. De grootste stemmentrekker was Doktoor Da Costa Gomez, die 12.834 persoonlijke stemmen behaalde.
De nieuwe Staten traden aan op 18 april 1949. Het zou nog tot 4 augustus duren voordat De Lannoy-Willems tot de Staten toetrad.
[uit Amigoe, 17 maart 2014]

Nieuwe naam universiteit Curaçao onthuld

Gisteren werd de nieuwe naam van de universiteit onthuld. Dat gebeurde nadat premier Ivar Asjes in zijn hoedanigheid als waarnemend minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport een toespraak had gehouden in de aula van de universiteit die tot gistermiddag bekend stond als de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA). De nieuwe naam van de universiteit luidt University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez. De onthulling van het naambord werd gedaan door de weduwe van Moises da Costa Gomez, Lucina en Asjes waarna de Curaçaose vlag en de vlag van de universiteit werden gehesen. Ook gouverneur Lucille George-Wout was bij de plechtigheid aanwezig.

[uit Antilliaans Dagblad, 15 november 2013]

Tentoonstelling Driehoeksreis in Curaçaosch Museum

De tentoonstelling Driehoeksreis werd in het Curaçaosch Museum op 29 januari jl. geopend. De succesvolle respons zorgt inmiddels voor een verlengde openstelling tot eind april. De reeks etsen van Bert Kienjet bestaat uit tientallen portretten van ‘personages’ die de driehoeksreis bevolk(t)en. Deze reis van Europa via West Afrika naar het Caraïbisch gebied en weer naar Europa werd in de 17de eeuw door de West-Indische Compagnie begonnen. Deze reis wordt door Kienjet als metafoor gebruikt voor de sociale, culturele en bestuurlijke beïnvloeding en banden tussen Westerse, Afrikaanse en Caraïbische culturen. Kienjet opende de tentoonstelling met een voordracht die hier ingekort volgt.

(Links) Johannes van den Bosch / naar portret van Johannes van den Bosch, ets/aquatint, 15 x 10 cm; (rechts) Tula / portret naar een beeldje in de slavernijafdeling van het Museum Kura Hulanda, ets/aquatint, 15 x 10 cm

 

door Bert Kienjet

Damas i caballeros di Korsou, bonnochi,

Ik ben als toerist op uw mooie en fascinerende eiland. Toerist weliswaar, maar niet het type dat niet verder komt dan Kontiki beach, het Seeaquarium en een visje eten bij Jaanchi. Ik ben gewend om goed om mij heen te kijken en te begrijpen wat ik zie en hoor. Zo is het mij niet ontgaan dat het nu op Curaçao carnavalstijd is. In Leiden waar ik vandaan kom, wordt dat feest nauwelijks gevierd. Wat we wel hebben is 3 oktober. Op die dag wordt in Leiden elk jaar gevierd dat we in 1574 ontzet werd van de Spaanse belegeraars.
Volgens de overlevering mochten de Leidenaren in 1574 kiezen. Als beloning voor hun heldhaftige verzet tegen de Spaanse belegeraars van hun stad hadden ze de keuze tussen tien jaar geen belasting betalen of een eigen Universiteit. Ze kozen de Universiteit. Direct, vanaf het jaar van oprichting, bewees dit wetenschappelijke steunpunt van de Stadhouder al zijn belang. Opgejaagd door Spaanse furie vluchtten niet alleen de lakenwevers maar ook, en vooral, de vrijdenkende elite en rijke koopmansstand van Antwerpen in de zuidelijke Nederlanden naar het noorden en kregen een warm onthaal in de vrije Hollandse steden Amsterdam en Leiden; zoals ook mijn Antwerpse voorvaderen Quinget in die jaren de weg naar het noorden zochten en vonden.

In 1585, na de definitieve val en de te verwachten teloorgang van Antwerpen, vestigden de ouders van de toen vierjarige Johannes de Laet – zijn vader was een rijke Antwerpse koopman – zich Leiden. Hij zou er een mooie toekomst tegemoet gaan. De Laet studeerde in Leiden van 1597 tot 1602, filosofie, Grieks en Romeins en alle andere toen gangbare academische vakken en verkeerde in de kringen van de meest eminente Europese geleerden van die tijd. Later zou hij een van de meest vooraanstaande oprichters van de WIC worden; bevelvoerder namens de stad Leiden in de kamer van Amsterdam.
In 1633 besloten de Heren XIX van de WIC in de Caribische zee een militair steunpunt in te richten ten behoeve van de kaapvaart op Spaanse schepen en zoutvaart op de Caribische kusten. Begin 1634 meldde zich Jan Janssen Otzen bij de Heren XIX – een West-Indiër in Hollandse dienst. Hij had in Spaanse gevangenschap op het eiland Curaçao verfhout moeten kappen en kon de Heren informeren over de geografische ligging en de voortreffelijke gesteldheid van het eiland.
Op 6 april 1634 besloten de Heren in vergadering bijeen dat het Curaçao moest worden. Al op 8 april kregen Johan van Walbeeck, expeditieleider, en Pierre le Grand, militair commandant, de commissie van de Heren XIX om het eiland te veroveren op de Spanjaarden en zich daar te vestigen.
Genius van de Hollandse vestiging op Curaçao was de Leidse kamergeleerde, steile contraremonstrant, WIC-ideoloog en wraakzuchtige papenvreter Johannes de Laet. Hij was de vaste scribent en chroniqueur van de WIC. Uit zijn pen komt de beroemde zin uit het voorstel van de Amsterdamse Kamer: “Souden goet vinden tot bemachtinge van het eijlant Curaçao, in consideratie gecomen om te hebben een bequaeme plaetse, daermen sout, hout ende anders mocht becomen, ende van deselve plaetse den viant in West-Indien te infesteren.”

Het maritieme steunpunt Curaçao – de vestiging van de Hollanders op het eiland – zou zomaar verzonnen kunnen zijn in Leiden, in het voorjaar van 1634, ergens op het Rapenburg, een steenworp afstand van mijn geboortehuis,
Op 15 mei 1648 tekende de Republiek in Münster de vrede met Spanje. In december 1649 overleed Johannes de Laet. Door de vrede met Spanje waren zowel de programmatische noodzaak als de financiële bodem onder de, van handel en kaapvaart levende, compagnie weggevallen. Op Curaçao bleek niets te halen, Jan Janssen Otzen had erg overdreven. Toen al het verfhout gekapt was en het beetje zout naar Holland verscheept, werd het eiland door de Heren XIX voor een aantal jaren – tot aan de gruwelijke slaventijd – min of meer vergeten.
Zo eindigt het verhaal van de Leidenaar Johannes de Laet en het ‘eijlant Curaçao’, zijnde mijn toelichting op de eerste twee etsen uit de 56-delige serie Driehoeksreis.
Ik zal niet even uitgebreid ingaan op de overige 54 etsen en op de tweede serie die ik laat zien, met 16 Curaçaose en Hollandse landschappen, maar de verhalen waarin uw en mijn wereld samenkomen zijn talloos. Ik noem in willekeurige volgorde: Het verhaal van twee Leidse Minervanen, de jongeheren De Rouville en Sassen, beide in Leiden afgestudeerd onder de grote Thorbecke, en door wie in Curaçao door hun vriendschap niet alleen een Herensociëteit werd opgericht – die ironisch genoeg voor het verdere verloop van hun geschiedenis de ‘Gezelligheid’ heette – maar ook een volksoproer ontketend.
Van Frank Martinus die droomde van zijn Dochter van God in zijn eenzame Leidse tijd, vol heimwee, die niet kon kiezen tussen funchi en aardappels en in zijn gedichten om hulp vroeg omdat hij in de sneeuw was gevallen.
Van Chris Engels die als brave katholieke medicijnenstudent zich in Leiden zo inzette voor de Roomsche zaak dat hij als reli-activist opviel bij de Jezuitische missiebazen en daarom uitgezonden werd naar de West – maar achteraf een heel andere missie verkondigde dan die van de Katholieke kerk.
Van Dr. Luis, de praatgrage personage uit De eerste Adam, de paradijsvogel van Pietermaai, die net als zijn schepper Boeli van Leeuwen in Leiden studeerde en eveneens als zijn schepper voornamelijk woorden voortbracht, heel veel mooie woorden.

 

 

Van de tijdgenoten mooie Johannes en tragische Tula. Johannes van den Bosch, die de Antillen moest redden na de Engelse overheersing en slavernij afwees op economische gronden omdat vrije mensen productiever zijn. En Tula die het liberté, egalité, fraternité van de Franse revolutie in praktijk bracht, maar tot zijn ongeluk moest ervaren dat dat blijkbaar niet voor Curaçaose slaven gold.
De verhalen van de wachters. De bewakers van hun cultuur en geschiedenis. Verschaffers van van Afro-Curaçaose identiteit. De Obi door er te zijn in de meditatieve stilte van de West-Afrika-afdeling van het Kura Hulanda Museum. Van Jules de Palm, door te zingen en te vertellen over zijn eiland, door goedmoedig de surrogaatvader te zijn voor duizenden bursalen; ze voor stommiteiten te behoeden.
Van de Ansestro Preokupá Sosegá, de bezorgde voorouder. Bezongen door de jonge dichter met de timide stem Hemayel Martina. Die daags voordat ik in januari 2011 naar Curaçao vertrok, op de vroege zondagmorgen zijn noodlot tegemoet reed. Hij zat in Leiden op school. Zijn zachte stem droeg ver. Aan hem moest ik denken toen ik even later in Museum Kura Hulanda oog in oog stond met de even bescheiden en toch ook even indringende ansestro.
Van de scherpzinnige blik van ‘Doctoor’ Moises Frumencio da Costa Gomez, die even scherp keek als de ogen van de 17de-eeuwse koopman en statenlid Jacob Olycan, maar wiens blik toch anders was. Het door Boeli van Leeuwen in ‘the rest is silence’ zo prachtig beschreven verschil tussen kijken en zien. De verhalen van het goed of het kwaad?
Van Jacob Trip, destijds de rijkste man van Amsterdam en wapenhandelaar – dat hield medio 17de eeuw ook slavenhandel in. Door de handelsgeest van Trip ontstond de driehoeksreis; wapens, slaven, handelswaar. Van de Republiek naar Dahomey, naar het eijlant Curaçao en weer naar de redes van Texel en Vlissingen. Met de slavenschepen nam ook de geest de vlucht; voor voodoo en brua, zijn er geen afstanden, geen oceanen. Zolang je geen zout eet kun je terug. Wie is Jacob Trip, wie is Legba, wie is goed, wie is slecht?
Het verhaal van de sombere nestor van de Nederlands-Caraïbische literatuur Cola Debrot. Wie leest ‘Bewolkt bestaan’ tegenwoordig nog echt helemaal en kan het samenvatten of navertellen? Wie reist de literaire driehoeksreis met Debrot mee van Curaçao naar Amsterdam naar Parijs, naar Caracas en komt uiteindelijk toch weer op Miraflores terecht?
De verhalen van Carel de Haseth, van Alletta Beaujon, George Maduro, Anna Oltheten, Tirzo Martha, Alexander Pechtold, René Zwart, Anton Vrede, Aart Broek, Chris Smeets, Douglas Pinedo, Jan Brokken, enzovoort enzovoort.
In mijn keuze voor het tentoonstellen van mijn etsen in het Curaçaosch Museum heb ik mij laten leiden door de woorden van Chris Engels bij de opening van het museum in 1948: ‘dat het museum het eigen, het Europese en het Latijns-Caribische cultuurbezit elkaar moest laten treffen.’

(Links) Chris Engels / naar portret van arts, schilder, dichter. schrijver, musicus en schermer Chris Engels, ets, 15 x 10 cm / Johannes de Laet / zelfportret als Johannes de Laet, ets, 15 x 10 cm

Dat culturen elkaar treffen is goed, daar worden ze rijker van. De Afro-culturele invloed op Curaçao is groot, maar in de rede van Chris Engels komt het woord Afrika niet voor. Ik ben zo vrij geweest om in mijn serie Driehoeksreis het Afrikaanse cultuurgoed een ruime plek te geven en daarmee meer recht te doen aan de veelkleurige Curaçaose cultuur. De cultuur waarvan het Curaçaosche Museum getuigt. Ik heb daarbij dankbaar gebruik gemaakt van de prachtige collectie Afrikaanse kunst van het Kura Hulanda Museum. Curaçao
Ten slotte draag ik de tentoonstelling op aan mijn literaire helden van Curaçao: Boeli van Leeuwen, Frank Martimus Arion en Tip Marugg. Ik wens u veel kijkgenoegen en dank u voor uw aandacht.

Media Caribisch Nederland willen voortzetting Wereldomroep

Philipsburg — De voortzetting van de nieuwsvoorziening door Radio Nederland Wereldomroep (RNW) in Caribisch Nederland is het onderwerp van een brief die door media op Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba en St. Eustatius verstuurd is naar ministers Marja van Bijsterveldt (Cultuur) en minister Liesbeth Spies (Koninkrijksrelaties).

 

Geheel links Johan van de Walle, de eerste chef van de Caribische Afdeling van de Wereldomroep. Verder van l.n.r. dr. M.F. Da Costa Gomez, Lucila Engels-Boskaljon, Chris Engels (Luc Tournier), H.C. Jorissen, Frits van der Molen en mr. L.C. Kwartsz bij de opening van een boekententoonstelling in ‘De Gezelligheid’.

 

Van Bijsterveldt heeft vorig jaar aangekondigd dat de vijftien redactieleden van RNW in het Caribisch gebied eind dit jaar ontslagen zullen worden. Nieuwsuitzendingen voor de radio in Caribisch Nederland zullen overgenomen worden door de staatsomroep Landelijke Publieke Omroep (LPO) met ingang van 1 januari 2013.

De sluiting van de redactie-afdelingen is het resultaat van dat er gesneden is in de jaarlijkse overheidssubsidie, die daarmee van 46 miljoen euro gedaald is tot 14 miljoen euro.

RNW heeft sinds 1947 toen zij van start ging, programma’s voor de Nederlandse eilanden in het Caribisch gebied verzorgd. Oorspronkelijk maakte dit deel uit van de West-Indische Afdeling.

De media in het Caribisch gebied zijn van mening dat het staken van de uitzendingen ernstige gevolgen zullen hebben voor nieuws binnen het Koninkrijk, evenals informatie over de eilanden en de grote Antilliaanse gemeenschap in Nederland. RNW fungeert als een belangrijke brug.

De mediapartners hebben de ministers met klem verzocht RNW te verzoeken een voorstel te presenteren waarbij de nieuwsvoorziening voor de Nederlandse eilanden in het Caribisch gebied en gemeenten in het rijk wordt voortgezet zoals dit het geval is met andere regionale omroepen in het Koninkrijk.

De mediapartners zijn ook van mening dat de LPO alleen een selectie kan geven van Nederlands nieuws, verzorgd door bijvoorbeeld de NOS en bestemd voor het in Nederland gevestigde publiek. “Wat de LPO te bieden heeft is niet genoeg voor ons in die zin dat wij als mediapartners de behoefte hebben aan specifiek en onafhankelijk nieuws over en voor dit gedeelte van het Koninkrijk”, wordt in de brief naar voren gebracht.

Vervolgens stelt men dat ‘de meeste Caribische mediapartners financieel en structureel niet in staat zijn deze belangrijke taak van de Wereldomroep over te nemen’. Bovendien willen zij er de nadruk op leggen dat RNW gedeeltelijk door de bedrijvigheid van de journalisten in het Caribisch gebied over een expertise beschikt die niet aanwezig is bij de nationale omroepen in Nederland.

Zij verzoeken de mogelijkheden dat het nieuws hen blijft bereiken in de talen die gebezigd worden in het Koninkrijk, Nederlands, Papiaments en Engels, aan te houden.

[uit Amigoe, maandag 13 februari 2012]

Standbeeld Gomezplein bestaat 39 jaar

door Kimberly de Bruïne

Curaçao – Stichting da Costa Gomez werpt licht op het standbeeld van dokter Moises Frumencio da Costa Gomez, dat zaterdag precies 39 jaar het Gomezplein in Punda siert. In februari 1973 werd besloten het Helfrichplein om te dopen naar het Gomezplein, en werd tevens het standbeeld onthuld.

Deze beslissing werd genomen na het overlijden van de dokter op 22 november 1966, nadat verschillende voorstellen werden overwogen. Het was onder andere een idee om de nieuwe brug over de St. Annabaai (Julianabrug) naar hem te vernoemen.

Standbeeld
Het bestuurscollege besloot uiteindelijk een bronzen naamplaat ter ere van de dokter te vervaardigen. Juancho Evertsz nam hierop het initiatief particuliere fondsen te werven voor het oprichten van een standbeeld. Het standbeeld werd gemaakt door de Italiaanse beeldhouwer Carlos Pisi en arriveerde op 6 februari 1967 op het eiland. 11 februari werd destijds het standbeeld onthuld.

Onthulling
De onthulling werd groots aangepakt. Meer dan vijfhonderd mensen waren aanwezig. De onthulling werd gedaan door Arthur Jesurun en weduwe Lucina da Costa Gomez, gevolgd door het zangkoor van de Da Costa Gomez-school. Dit zong onder begeleiding van de St. Vincentius-harmonie ‘Nos tera ta baranka’. Gezaghebber Anno Kibbelaar nam voor het eilandgebied het standbeeld in ontvangst.

Vandalisme
Het standbeeld is een paar keer doelwit geweest van vandalisme. Op 24 augustus 1974 werd het besmeurd met witte verf, terwijl het op 26 november 2006 beklad werd met goudkleurige verf. Meer positief nieuws is dat op verzoek van de stichting Da Costa Gomez het standbeeld op 1 november 2009 naar voren werd gebracht op het plein, om het meer zichtbaar te maken. Niemand kan nu het prominente beeld missen.

[naar Versgeperst.com, 09-02-2012]

Foto: @ Michiel van Kempen

Driehoeksreis [3]

Eind januari opent in het Curaçaosch Museum een overzicht van het grafisch werk van Bert Kienjet. Deze Leidse kunstenaar laat zich in zijn grafisch werk inspireren door de Dutch Caribbean. Dit leidde tot een reeks etsen met de titel Driehoeksreis.

De reeks bestaat uit tientallen portretten van ‘personages’ die de driehoeksreis bevolk(t)en. Deze reis van Europa via West Afrika naar het Caraïbisch gebied en weer naar Europa werd in de 17de eeuw door de West-Indische Compagnie begonnen. Deze reis wordt door Kienjet als metafoor gebruikt voor de sociale, culturele en bestuurlijke beïnvloeding en banden tussen Westerse, Afrikaanse en Caraïbische culturen.
Soms betreft het personages die zich feitelijk op en tussen de drie continenten manifesteerden, soms gepersonifieerde cultuurdragers, soms bestaande figuren die een grote of kleinere rol spelen/gespeeld hebben in het grote geheel van cultuuroverdracht en identiteitsbevestiging. Door het groepsgewijs tonen van de portretten worden verhalen zichtbaar, wordt een hernieuwd combineren en vergelijken mogelijk.

In het Curaçaosch Museum zal de serie Driehoeksreis in zijn geheel getoond worden. Vanaf 21 oktober, vrijdags zes weken lang, alvast een voorproefje van dit bijzondere kunstwerk op Caraïbisch Uitzicht, voorzien van korte onderschriften door Kienjet zelf.

Links: portret van mr. dr. Moises Frumencio da Costa Gomez, ets/aquatint, 2011
rechts: portret van lid van de Staten Generaal en koopman Jacob Olycan (naar Frans Hals 1625), ets/aquatint, 2010

In zijn meest indringende column ‘The rest is silence’ (uit de bundel Geniale anarchie) beschrijft Boeli van Leeuwen het verschil tussen kijken en zien. Als het over ‘zien’ gaat moet Boeli de ogen van zijn vriend ‘dòktòr’ in gedachten hebben gehad; hij zag scherp. Even scherp zijn de ogen van de 17de-eeuwse koopman Jacob Olycan, tevens Statenlid, maar zijn blik is anders. Beide staatsmannen kijken hetzelfde, maar hun zien is zo verschillend. Objectiviteit bestaat niet. Waarnemen is relatief, afhankelijk van de positie van de waarnemer. Hoe relatief is zien? [BK]

Voor Driehoeksreis no. 1, no 2

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter