blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Gobardhan-Rambocus Lila

Anil Ramdas krijgt bijzondere herdenking

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo – Met de jazzy tonen van het muziekensemble onder leiding van Sonny Khoeb-lal, werd de juiste sfeer gecreëerd om afscheid te nemen van schrijver en journalist Anil Ramdas.

Gepast, omdat Ramdas een muziekliefhebber was en zeker de pittige bastonen op prijs gesteld zou hebben. Tijdens het eerste deel van de avond kwamen vertegenwoordigers van de organisatie Sociëteit Republiek Suriname (So-res), Multiculturele Televisie Nederland (MTNL) en Organisatie Hindoe Media (OHM) aan het woord om allen het belang van het werk van Anil Ramdas aan te geven. Ruud Chander ex-directeur MTNL vertelde over de karaktereigenschappen van Ramdas.

Carlo Jadnanansing leest een stuk voor uit het boek Badal van Anil Ramdas.

 

“Onze gesprekken waren diepgaand, maar soms botsend. We waren een religieuze omroeporganisatie en de ouderen vonden de onderwerpen die Anil besprak niet altijd even prettig. Maar voor hem was de boodschap belangrijk en dat konden wij wel waarderen.” De rest van de sprekers gaf ongeveer hetzelfde beeld van Ramdas; een man die geen blad voor de mond nam, de grens opzocht, zeer rechtvaardig was en zijn toehoorders aanzette tot nadenken.

Boeken
Middels voorleessessies kon de goedgevulde TBL-zaal woensdag ook kennis maken met het geschreven werk van Ramdas. Lila Gobardhan en Carlo Jadnanansing lazen elk een stuk voor uit twee van zijn boeken, waarbij duidelijke werd dat Ramdas een taalvirtuoos was. Gobardhan: ”Hij weet je met de eerste zinnen al te pakken en dan moet je gewoon doorlezen.” De voorleessessies waren zo indrukwekkend dat Hennah Draaibaar die de avond aan elkaar sprak en zelf aangaf Ramdas niet zo goed te kennen, zijn laatste boek Badal gelijk wilde aanschaffen (had ze zich goed voorbereid, dan was dat natuurlijk al gebeurd).

Documentaire
Het tweede deel van de avond bestond uit een korte documentaire over het leven en werk van Ramdas. Kennissen, collega’s en mensen die geparticipeerd hadden aan zijn televisieprogramma kwamen aan het woord en vertelden over Anil. De documentaire laat ook zien waarom Ramdas niet ieders favoriet was. Hij was scherp in zijn oordeel en keek kritisch naar de hindostaanse cultuur en multicultureel Nederland. Eén van zijn gewezen makkers Stephan Sanders las een uitspraak voor van Ramdas die luidde: Hindostanen willen in twee werelden leven. Ze willen de tradities van het Oosten en de vooruitgang van het Westen.

In de documentaire is te zien dat Ramdas onderwerpen bespreekbaar maakte en presenteerde, die baanbrekend waren. Hij presenteerde ook het eerste programma waarbij hindostaanse vrouwen openhartig spraken over mishandeling en echtscheiding. Jammer genoeg kwam niemand van zijn familie aan het woord. Bezoeker Annet Callender vond deze herdenking absoluut waard.” Zijn taalgebruik was bijzonder, hij was een goede observer en gaf dingen zo plastisch weer, waarbij hij iedereen besprak, zowel hindostaan als creool. Jammer dat er geen discussie aan gekoppeld was. Maar deze documentaire moet beslist voor een groter publiek vertoond worden.”

Zelfmoord
Zowel Jadnanansing als Gobardhan vond de avond geslaagd en het aantal aanwezigen was boven verwachting. Op de vraag waarom geen van de sprekers iets heeft gezegd over zijn zelfmoord op 16 februari jongstleden op 54-jarige leeftijd, menen beiden dat het niet aan hun is iets erover te zeggen. Gobardhan: “ Je moet iemand zijn besluiten respecteren, dus ik zal daar niets negatiefs over zeggen.” Eén van de uitspraken van Ramdas was dat zelfmoord de hoogste vorm van beschaving is.

[uit de Ware Tijd, 30/03/2012]

Anil Ramdas: Wat blijft zijn de herinneringen

door Lila Gobardhan-Rambocus

Mijn kennismaking met het werk van Anil Ramdas kwam door de publicatie De strijd van de dansers. Biografische vertellingen (1988). Het boek geeft een prachtige beschrijving en een haarscherpe analyse van de machtsverhoudingen op het eiland Curaçao, waar hij in de jaren tachtig van de vorige eeuw onderzoek naar deed. De ontmoeting kwam vele jaren later in Suriname, toen Anil Ramdas als ‘Writer in Residence’ aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren colleges taalbeheersing (columnschrijven) verzorgde voor een deel van het jaarprogramma 2006-2007 van de opleiding mo B-Nederlands, waar ik opleidingscoördinator was. Het was een hele eer dat de studenten colleges zouden krijgen van zo’n erudiet persoon en hun kennis daardoor zouden kunnen verbreden. Al tijdens de correspondentie werd duidelijk dat het een goede samenwerking zou worden. Anil heeft op verschillende momenten aangegeven dat het prettig werken was met onze studenten, voor wie hij een diepe bewondering koesterde. Zelfs in januari 2012 maakte hij er gewag van tijdens een rondetafelgesprek in een van de programma’s van Writers Unlimited (Winternachten) in Den Haag. Hij vertelde toen dat hij les gaf aan veel vrouwen (het waren er veertig) en een man. Ze hadden allemaal een fulltimebaan, werkten soms ook op redacties van verschillende kranten en daarnaast studeerden ze verder. Voor hem moesten ze elke week heel veel lezen en dat deden ze. Onvoorstelbare discipline, ambitie en gedrevenheid, noemde hij dat.

Ramdas heeft zijn leven lang (hoe wrang klinkt dit nu) zijn interesse voor Suriname behouden; het land was deel van hem en dat mocht iedereen op de wereld weten. Zijn reizen naar India en zijn driejarig verblijf aldaar verdiepten zijn inzichten in de eigen achtergrond. Hij had een haat-liefdeverhouding met de Hindostaanse cultuur, die echter wel zijn basis bleef. Vanuit de Hindostaanse waarden, en met stevige kritiek op de misstanden, benaderde hij wat op zijn weg kwam en waarvoor hij heel veel las, immens veel. Dat heeft hem gevormd tot de denker die hij was. Ik ben er zeker van dat er veel herkenning zal zijn bij de Hindostaanse cultuurgroep als die zijn werk leest/ heeft gelezen. De Hindostaanse cultuur is ten dele een zwijgcultuur (Manai ka boli: wat zullen mensen zeggen) en Anil had het regelmatig over zaken die altijd verzwegen werden, en dat stak soms. Vooral Hindostaanse vrouwen hebben het door deze cultuur zwaar en daarom ontworstelen ze zich er steeds vaker aan. Dat zag Anil ook bij de opleiding Nederlands, waar natuurlijk niet alleen Hindostaanse vrouwen op waren.

Ramdas hield van vrouwen; hij hield van de vrouw als mens. Verstandig vond hij ze, die vrouwen en hij beschreef ze, vooral Hindostaanse vrouwen, want hun cultuur kende hij het best. Respect had hij voor ze, bewondering zelfs en hij is dit beeld van de sterke vrouw trouw gebleven. Is het niet deze Anil Ramdas die hevig verliefd werd op zijn buurmeisje, later met haar trouwde, een dochter en een zoon kreeg, en tot het laatst in Paramaribo (oktober 2007) met mij en mijn man liefdevol over hen sprak?

Anil Ramdas wenste zijn kennis met Nederland én met Suriname te delen. Dat werd hem niet altijd in dank afgenomen. Ons – of je nu uit de cultuurgroep afkomstig was of niet – gaf hij veel stof tot nadenken. Hij heeft zich altijd verbonden gevoeld met Suriname en vanuit zijn Surinaams-Hindostaanse achtergrond maakte hij de rest van de wereld ook deel van zichzelf. Daardoor ontsteeg hij alle engheid die er ook was en bleef ondanks alles zijn liefde voor het land. Zijn zelfgekozen dood zullen we, hoe erg we die ook vinden, moeten respecteren. Wat blijft zijn de mooie herinneringen die hij ons naliet.

Conferentie Neerlandistiek in het Caribisch gebied


Op 22, 23 en 24 november 2011 vindt aan de Universiteit van Aruba in Oranjestad de conferentie Neerlandistiek in het Caribisch gebied plaats. De primaire doelstelling van deze conferentie is het oprichten van een platform van neerlandici in het Caribisch gebied die op regelmatige basis overleg voeren over hun onderwijs en onderzoek. Daarnaast beoogt de conferentie met een publicatie van bijdragen een canon te creëren die als basis kan dienen voor verder onderzoek. Het is de doelstelling deze conferentie elke twee jaar te herhalen op andere plaatsen binnen de regio.

De deelnemers aan de bijeenkomst zijn personen die Nederlands doceren aan een universiteit, hogeschool of lerarenopleiding. De onderzoeksgebieden omvatten literatuur, taalkunde, taalbeheersing en taaldidactiek.

Programma
Dinsdag 22 november 2011
15.00 – 16.30 registratie en ontvangst deelnemers
17.00 – 18.30 openingslezing Kadar Abdolah, aansluitend receptie
19.00 – diner in restaurant The Old Fisherman
Woensdag 23 november 2011
09.30 – 12.00 literatuur in Caribisch gebied
12.15 – 13.45 lunch
14.00 – 16.30 didactiek Nederlands als vreemde taal
17.30 – 19.30 culturele wandeling in Oranjestad
Donderdag 24 november 2011
09.30 – 12.00 taalkunde en taalbeheersing
12.15 – 13.45 lunch
14.00 – 15.30 oprichting platform Neerlandistiek in het Caribisch gebied
16.00 – 17.00 slotlezing Jan Renkema
19.00 – diner in restaurant Old Cunucu House

De deelnemers
Kader Abdolah
Lisette Agatha Universiteit van Curaçao
Bernadette Bérénos Universiteit van Curaçao
Helen Chang Instituut voor de Opleiding van Leraren Suriname
Eveliene Coenen Dienst Onderwijs Bonaire
Mariska Dias Universiteit van Sint Maarten
Elisabeth Echteld Universiteit van Curaçao
Lila Gobardan-Rambocus Instituut voor de Opleiding van Leraren Suriname
Hedy Goeldjar – IJvel Instituut voor de Opleiding van Leraren Suriname
Johannetta Gordijn Dienst Onderwijs Bonaire
Kitty Groothuijse Universiteit van Aruba
Elisabeth D’Halleweyn Nederlandse Taalunie
Preetema Jong A Lock – Pahladsingh Instituut voor de Opleiding van Leraren Suriname
Kitty Leuverink Nederlandse Taalunie
Eric Mijts Universiteit van Aruba
Hilde Neus Instituut voor de Opleiding van Leraren Suriname
Joyce Pereira Universiteit van Aruba
Carola Peeters Directie Onderwijs Aruba
Vanessa Pietersz Directie Onderwijs Aruba
Jan Renkema Internationale Vereniging voor Neerlandistiek
Tjits Roselaar Internationale Vereniging voor Neerlandistiek
Wim Rutgers Universiteit van Curaçao
Ronnie Severing Nederlandse Taalunie Curaçao
Audrey Tromp-Wouters Directie Onderwijs Aruba
Christa Weijer Nederlandse Taalunie Curaçao
Merlynne Williams Instituto Pedagogico Arubano (IPA)

Georganiseerd door de Universiteit van Aruba
Mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Taalunie & Vertegenwoordiging Nederland

 

‘Ala tongo bun!’

Een conferentie over de Surinaamse taalsituatie

door Els Moor

‘Bonjours, wat roest er? wat nieuws, Andries en Harmen?
’t Gaet so wat heen, maer niet als ’t hoort, het Lant is vol allarmen, […]
Als de Kickvors ende Muys dus t’samen hassebassen,
So mocht haar de kuycken-dief wel schielijck eens verrassen […]

Dit zijn enkele regels uit het begin van het toneelstuk Spaanschen Brabander (1618) van Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1585-1618), een toneelstuk dat een brede schets geeft van het Amsterdamse volksleven en in die tijd en nog lang daarna vaak werd opgevoerd. Als het in deze tijd weer gespeeld wordt voor een groot publiek, is het bewerkt in het Nederlands van nu en heet De Spaanse Brabander. Aan dit voorbeeld zien we dat een taal, dus ook het Nederlands, met de tijd meegaat. De taal van 2011 is heel wat anders dan die uit de Middeleeuwen en verschilde ook in de 17de eeuw nog veel van het Nederlands van nu. In de loop van de eeuwen is de taal steeds veranderd, aangepast aan de omstandigheden van de verschillende tijdperken en zoals het Nederlands nu is, zo zal het ook niet blijven. In de bijna 33 jaar dat ik weg ben uit Nederland is de taal wat uitspraak en woordenschat betreft alweer veranderd. Dat hoor ik steeds weer als ik er kom.

Nederlands in Suriname
Het Nederlands kwam als officiële taal in Suriname in 1667. Dat was dus ongeveer de taal van Bredero. Dat de taal zich in de loop der eeuwen aanpaste aan de Surinaamse omstandigheden en als zodanig ook steeds veranderde, is dus wat er altijd gebeurt met een ‘levende taal’. Ten behoeve van het professionele gebruik van de taal en daarmee samenhangend het onderwijs moeten er wel regels zijn. Voor het Nederlands zijn die officieel vastgesteld en vastgelegd in ‘het Groene Boekje’, gevolgd door alle woorden in de juiste spelling van dat moment. Om de zoveel jaren verschijnt er een nieuw groen boekje. Dan zijn er weer nieuwe woorden en zijn de spellingregels veranderd. Suriname is nu ook lid van de Nederlandse Taalunie en in de laatste uitgave van ‘het Groene Boekje’ staan dan ook 500 Surinaams-Nederlandse woorden opgenomen.

Sinds 1667 is het Nederlands in Suriname de taal van het bestuur, later ook van het onderwijs en naast de vele Surinaamse talen een belangrijk communicatiemiddel. Lila Gobardhan-Rambocus hield er een interessante lezing over op de Taalconferentie die op zaterdag 18 juni gehouden werd. Het publiek kreeg een helder overzicht van de geschiedenis van het Nederlands in Suriname. Die geschiedenis is nu toe aan een belangrijke volgende stap die de onafhankelijkheid van Suriname bevestigt: de wettelijke vastlegging, standaardisatie van het eigen Nederlands, dat hier, onder Surinaamse omstandigheden gegroeid is, net als het Nederlandse Nederlands daar. In haar ‘stelling’ over onze meertaligheid in historisch verband slaat Lila Gobardhan deze spijker op de kop: ‘het Nederlands is van een opgelegde taal een eigen taal geworden’. Wie zich wil verdiepen in dit onderwerp leze van Lila Gobardhan-Rambocus: Onderwijs als sleutel tot maatschappelijke vooruitgang. Een taal- en onderwijsgeschiedenis van Suriname (1651-1975), de handelseditie van haar dissertatie uit 2001.

Standaardisatie
Renata de Bies, deskundige op het gebied van het Surinaams-Nederlands, nam op de conferentie het onderwerp ‘standaardisatie’ voor haar rekening. Ze begon met een voorbeeld om het begrip ‘standaardisatie’ uit te leggen: ‘Als een kip niet die eigenschappen van de modelkip heeft, dan wordt hij niet goed bevonden. Zo hoor ik Surinamers in Nederland vaak klagen over Nederlandse kippen die niet zo lekker zouden zijn als Surinaamse. Bijgevolg kan er gesteld worden dat de nationale standaard voor een Surinaams product niet dezelfde hoeft te zijn als de nationale standaard voor hetzelfde product afkomstig uit een ander land.’ Zo is het ook met de taal. ‘Ik koop altijd kip onder de markt’, zeggen wij. In Nederland is dat ‘fout’, moet het ‘op de markt’ zijn. Voor commerciële zaken is er een ‘Centraal Bureau Standaardisatie’ en voor de taal moet er ook zoiets komen. Zo’n standaardisatieproces van een taal bestaat uit 4 fasen: selectie van het model, beregeling van het model, implementatie van het model en onderhoud van het model. Onderhoud zal ook moeten inhouden dat de veranderingen in de taal steeds weer vastgelegd worden. Renata de Bies (foto rechts) voegt aan haar uitleg van de vier fasen toe dat promotie van het model SN in Suriname al in gang is gezet met de leesboekjes van het basisonderwijs. Nog voordat het model is beschreven en vastgelegd, wordt er in de leesboekjes Van hier en daar en overal SN gebruikt. Wat in leesboekjes staat is immers standaardtaal. Er zijn wetenschappers die dit verschijnsel beschrijven als standaardisatie tengevolge van consensus. En ze geeft een voorbeeld: ‘Er kwamen mensen om een sinaasappel. Boyke moest weer nieuwe schillen. Snel en zeker schilde hij ze. Hij maakte nooit een soro.’ (leesboek 11)

Wat Renata de Bies niet zei, maar wat wel moet gebeuren is dat er in het kader van standaardisatie onderzoek gedaan wordt naar het gebruik van het Surinaams-Nederlands in de Surinaamse literatuur die ontstaan is in Suriname zelf. Marylin Simons is een voorbeeld van een auteur die schrijft in de taal die ze om zich heen hoort. Ze woont nu helaas niet meer in Suriname, maar toen ze hier schreef aan haar verhalenbundel Carrousel (Uitgeverij Okopipi, 2003), nam ze vaak ’s morgens vroeg de bus naar de Centrale Markt en legde overal haar oor te luisteren. Een van de mooiste verhalen uit de bundel is: ‘Witte lelies’. De eerste zin luidt: ‘Ronnie heeft me nooit geschijnd’. Als ik dit verhaal op KBF voorlees aan een muloklas veren alle onverschillig kijkende jongens en meisjes ineens op; herkenning; ze willen luisteren! Op de conferentie kwam Edgar Cairo wel ter sprake als auteur die schreef in het Surinaams-Nederlands, maar onmiddellijk werd daartegenin gebracht dat hij in Nederland woonde en daar een eigen Surinaams-Nederlands schreef, dat ‘Cairojaans’ werd genoemd.

De laatste jaren verschijnen er veel Surinaamse kinderboeken waarvan de inhoud en de taal aangepast zijn aan de eigen leefwereld van de kinderen hier en met illustraties die de taal nog verduidelijken. Ook zij vormen een bron voor het onderzoek van de standaardtaal.
Wat moet vastgelegd worden als ‘standaard’? Het Surinaams-Nederlands loopt langs een lijn die zich beweegt van ‘bijna Sranantongo’ tot ‘bijna Algemeen Nederlands’. Ergens in het midden ligt het Surinaams-Nederlands dat de standaard is en dat wettelijk bekrachtigd moet worden. Dat zal heel wat zekerheid geven op het gebied van ‘goed’ of ‘fout’, binnen het onderwijs, binnen beroepsinstanties en voor iedereen die zijn eigen taal goed wil gebruiken.

Rechten en vrijheden
Suriname heeft naast het Surinaams-Nederlands te maken met nog meer dan 20 andere talen, van de bevolkingsgroepen die het land bewonen. In wezen zijn alle Surinaamse talen gelijkwaardig. Dat hoort bij onze democratie. Hein Eersel sprak als voorzitter van de commissie die zich bezighoudt met de regulering van de meertaligheid in Suriname. In 1975 bij de onafhankelijkheid is er niets in de grondwet vastgelegd over de taalsituatie en welke taal de officiële taal is en ook niet in 1987. Dat geeft nu een grote vrijheid. Suriname kan nu vanuit de eigen gegroeide onafhankelijkheid bepalen welke taal de officiële taal is of dat er meer zijn dan één (ook het Sranantongo? Het Sarnámi? Het Javaans?) Moet het (Surinaams)-Nederlands die machtige positie behouden of moet dat het Engels worden? En hoe zit het met het Spaans? Dat kwam allemaal ter spraken tijdens de voordrachten, ook in die van Paul Middellijn (foto links), die pleitte voor het Engels en het Spaans, en vooral tijdens de discussies na de pauze, toen mensen uit het publiek vragen konden stellen die beantwoord werden door de inleiders. Veel mensen maakten gebruik van deze gelegenheid om te kunnen reageren op de gestelde zaken. Hoe zit het met de kleine talen, zoals die van de inheemsen, met vaak weinig sprekers? Was de eerste vraag. Weer werd bevestigd wat in de voordracht van Hein Eersel ook al benadrukt was: alle talen van Suriname moeten gerespecteerd worden, zijn gelijkwaardig; iedere burger heeft het recht zijn eigen taal te gebruiken en eigenlijk heeft iedereen ook recht op basisonderwijs, in ieder geval aanvankelijk, in de eigen taal. Gelukkig worden op basisscholen in het binnenland nu al vaak kinderen opgevangen in hun eigen taal en vanuit die taal en vanuit onderwerpen uit de eigen leefwereld leren ze dan de zo moeilijke en vreemde schooltaal. Ook dit zou wettelijk vastgelegd moeten worden en de leerkrachten zouden veel meer hulp moeten krijgen. Creativiteit, dus een speelse aanpak en aansluiting bij de wereld van het kind zijn belangrijke zaken, waardoor de kinderen gaan houden van die vreemde taal en hij eigen wordt.

Er is in de komende tijd dus heel veel te doen op het gebied van talen in Suriname. Goed was het dat aan het slot van de discussie duidelijk werd gesteld dat we moeten kijken naar wat haalbaar is. Is het haalbaar om het Engels, of zelfs het Spaans nu in te voeren als officiële taal? Dat gaat niet zo maar en we kunnen niet voorbijgaan aan de eeuwenlange traditie van het Nederlands, ook in de literatuur. Wel kan het Engels op creatieve en speelse manieren al aangeleerd worden aan de jongste kinderen binnen het onderwijs, zodat ze het later vanzelfsprekend kunnen leren lezen en schrijven. Doen wat haalbaar is, met duidelijke doelen voor ogen: de meertaligheid ondersteunen naar een eenheid in verscheidenheid toe en standaardisatie van het Surinaams-Nederlands als officiële taal, zijn duidelijk doelen, die ook zeer duidelijk gepresenteerd werden op de taalconferentie.

Taalconferentie toont diversiteit aan visie

Het directoraat Cultuur hield zaterdag een brede conferentie over de invoering van een taalwet. Er is gesproken over ‘ordening van onze meertaligheid’. De conferentie is gehouden in de University Guesthouse en werd geopend door cultuurdirecteur Stanley Sidoel. Deze conferentie was het sluitstuk van afzonderlijke consultaties die de adviesgroep .Taalraad en taalwet’ de afgelopen maanden heeft gehouden met personen en instanties die zich bezighouden met taal. Dagvoorzitter Johan Roozer, gaf het advies mee om jongeren via Facebook te betrekken bij de discussie.

Lila Gobardhan-Rambocus zei dat “Suriname sedert zijn ontstaan een meertalig land is en dat zal blijven. De talen, die deze meertaligheid uitmaken, zullen in aantal blijven wisselen en daarbinnen zal het Nederlands – zeker in de komende honderd jaar – zijn belangrijke positie behouden, omdat het Nederlands van een opgelegde taal een eigen taal is geworden.”

Standaardisatie
Renata de Bies pleitte voor standaardisatie van de talen. Dit is een proces van vier fasen: selectie, beregeling (spelling, grammatica en het woordenboek), uitvoering (hier is een taak weggelegd voor de overheid en taalverenigingen) en onderhoud. De Bies gaf ook aan dat mediahuizen een taalvoorbeeldfunctie hebben.

De voorzitter van de adviesgroep, Hein Eersel sprak over Taalrechten en democratie. Hij verwees naar de grondwet waar in artikel 8.2 staat: “Niemand mag op grond van zijn geboorte, geslacht, ras, taal, godsdienst, afkomst, educatie, politieke overtuiging, economische positie of sociale omstandigheden of enige andere status gediscrimineerd worden.”

Alle mensen hebben het recht om hun taal in het openbaar te gebruiken. Dit betekent ook dat de toegang tot overheidsdiensten en contacten met de overheid, van welke aard ook, niet belemmerd mag worden door de taalkeuze van de burger. Het Surinaamse volk mag niet op grond van taal gehinderd worden in zijn democratisch recht op vrije meningsuiting en op op invloed op de regering. Echte beleving van de democratie kan niet bereikt worden, als men beperkt, belemmerd of gehinderd wordt in de taalkeuze uit de nationale talen van Suriname.”

Visies
Bholanath Narain, lid van de adviesgroep stelde India, Zuid-Afrika en de Antillen als voorbeeld waar meer dan één officiële taal is. Voor Suriname ziet hij als officiële talen: Sarnami, Sranan en Surinaams-Javaans.

Paul Middellijn van Sranan Academia vindt dat het Nederlands afgebouwd moet worden, omdat het een beperking vormt voor ons en ons isoleert. Hij vindt dat aansluiting gezocht moet worden bij landen in de regio en het continent. Hij gaat voor het Engels en het Spaans, omdat deze talen overeenkomsten hebben met het Sranan.

[uit Starnieuws, 18 juni 2011]

Taalpeilonderzoek november 2010

door Lila Gobardhan-Rambocus

Voor de zesde keer – elk jaar in november- verscheen Taalpeil. Deze keer had de presentatie plaats in Gent in het kader van het 30-jarig bestaan van de Nederlandse Taalunie aan het begin van de jaarlijkse conferentie Het Schoolvak Nederlands, dat afwisselend in Nederland of Vlaanderen gehouden wordt.

 

Lila Gobardhan-Rambocus

Lila Gobardhan-Rambocus. Foto © Michiel van Kempen

Uit een onderzoek in Taalpeil met betrekking tot het onderwijs Nederlands in Nederland, Vlaanderen en Suriname kwam naar voren dat de ondervraagden in Nederland en Vlaanderen vinden dat er meer aandacht zou moeten zijn voor schrijfvaardigheid en spelling in het onderwijs, terwijl mensen in Suriname aangeven dat juist luisteren en spreken meer aandacht zouden moeten krijgen. Voor Vlaanderen en Nederland geldt: ‘correct leren schrijven en spellen 80%; met begrip leren lezen 70%; met begrip leren luisteren 70%.’ Surinaamse leerlingen zouden beter moeten leren luisteren en spreken (‘met begrip leren luisteren 90%; een correcte uitspraak 85% en spreken in het openbaar 85%’).
Omdat het Surinaamse deel verrassend anders is, vroeg de Taalunie mij om aan het begin van het congres (deelnemers voor een groot deel leraren Nederlands in het voortgezet onderwijs) vanuit de Surinaamse context een verklaring te geven. Het verzoek was ook hiernaast aan te geven wat leraren Nederlands in het voortgezet onderwijs in Suriname bezighoudt. Welke thema’s spelen in Suriname? De tekst volgt hieronder.Ik zal meteen ingaan op het zojuist genoemde verschil tussen mensen in Suriname en mensen in Nederland en Vlaanderen. Dat mensen in Suriname, anders dan in Nederland en Vlaanderen, aangeven dat juist luisteren en spreken meer aandacht zouden moeten krijgen dan schrijfvaardigheid en spelling lijkt me niet vreemd. In Suriname brengt men dagelijks veel meer tijd zoet met luisteren en spreken dan op het internet bijvoorbeeld. Het internet is bij ons namelijk nog relatief duur, waardoor maar een zeer beperkt aantal huishoudens (nog geen 30 %?) een eigen internetverbinding heeft. Hoewel leerlingen, vooral in het voortgezet onderwijs, veel gebruik maken van cybercafés en van hun mobieltjes, zijn ze na school nog veel meer bezig met radio en tv, die zeer populair zijn in Suriname. Er zijn ook jeugdprogramma’s, waaraan de jeugd meedoet, we hebben een jeugdparlement , er zijn veel populaire opbelprogramma’s, enz. In aardig wat huishoudens staat de radio of de tv vrijwel de hele dag aan. De meeste kinderen groeien er dus mee op.

En dan hebben we nog de Surinaamse politieke cultuur. Onze politieke cultuur is er vanouds een van toespraken. Wie het beste praat, krijgt de meeste aanhang. Vooral charisma telt. Een beetje zoals in Amerika. Welsprekendheid wordt nog steeds door vrijwel elke Surinamer zeer op prijs gesteld. We drijven zelfs de spot met onze hang naar welsprekendheid. Bij massameetings van welbespraakte politieke leiders hoor je mensen vaak verzuchten: ‘Ai baya, a man e tak’ bun’. (Wauw, wat kan die man praten!) En dat terwijl hij best een aantal woorden gebruikt heeft, dat de grote massa waarschijnlijk niet begrepen heeft. Het is dan ook geen wonder dat de jeugd van generatie op generatie de kracht van het gesproken woord, zo op prijs blijft stellen.

Een volgend belangrijk punt in mijn verhaal is het feit dat onze samenleving multicultureel is, maar multicultureel op een andere manier dan Nederland en Vlaanderen. In Suriname zijn grote groepen mensen uit Afrika en Azië letterlijk overgeplant. En deze culturen hebben voor een groot deel hun orale tradities behouden: nog steeds worden er verhalen van vroeger verteld en we hebben zelfs een Tori-oso (letterlijk een huis van verhalen), waar maandelijks dichters en schrijvers bij elkaar komen en hun verhalen en gedichten aan elkaar en aan een belangstellend publiek laten horen.

Ik heb het gehad over de complexe taalsituatie. Ter illustratie wil ik nog het volgende vertellen: er worden meer dan twintig talen gebruikt, waarvan zeker vijf met een relatief groot aantal sprekers. Welnu, vanwege deze complexe taalsituatie zijn veel personen onzeker over hun Nederlands taalgebruik. Zeker als ze uit homogene gebieden afkomstig zijn, zoals uit het binnenland van Suriname, waar het Nederlands, de officiële taal in Suriname, meestal alleen op school gehoord en gebruikt wordt. Dit zijn ook redenen voor het grotere belang dat de mensen in Suriname hechten aan luisteren en spreken.

En zo zou ik natuurlijk door kunnen gaan met u te vertellen waarom ik denk dat de mensen in Suriname anders dan in Nederland en Vlaanderen, aangeven dat juist luisteren en spreken meer aandacht zouden moeten krijgen dan schrijfvaardigheid en spelling.

Maar u zult het waarschijnlijk ook interessant vinden te horen wat leraren in Suriname, in het bijzonder leraren Nederlands over het Nederlandse taalonderwijs denken, wat hen bezighoudt.
In de korte spreektijd die me nog rest, wil ik u het een en ander hierover vertellen. De leraar Nederlands of de sectie Nederlands gaat steeds van twee zaken uit bij de programmering en het aanbod van de leerstof:
Ten 1e het feit dat de samenleving multicultureel en multilinguaal is; er moet dus les gegeven worden aan leerlingen met een verschillende taalachtergrond.
Ten 2e de verre van homogene klassen wat taalachtergrond betreft moeten klaargestoomd worden voor de schoolonderzoeken en het examen. En daarbij heeft het mondelinge schoolonderzoek literatuur een gewicht van slechts ¼ op het totaalcijfer.

U raadt het natuurlijk al; vanuit deze leersituatie zal de leraar noodzakelijkerwijs veel meer aandacht besteden aan de schriftelijke taalbeheersing van de kinderen, zowel het actief als het passief taalgebruik. Maar de leraren hebben natuurlijk wel dromen.

Aangezien mijn spreektijd nu vrijwel op is, kan ik alleen nog enkele van deze dromen noemen:
Ten 1e: het periodiek samen met de leerlingen analyseren van belangrijke debatten in binnen- en buitenland;
Ten 2e: samenwerking van taalleraren met leraren die andere vakken verzorgen;
Ten 3e: bijeenkomsten van vertegenwoordigers van de secties Nederlands van de mulo-, vwo- en havo-scholen om een goede aansluiting tussen de verschillende niveaus te bevorderen.

Ik hoop dat het me gelukt is u een blik te gunnen op de Surinaamse taal- en schoolsituatie.

Ik dank u wel.

Lezing Van Kempen voor studenten Nederlands in Nickerie

Lila Gobardhan-Rambocus, opleidingscoördinator van de opleiding Nederlands aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), zegt dat de studenten van Nickerie dezelfde behandeling krijgen als die van Paramaribo. Ook de leerstof die ze aangeboden krijgen is hetzelfde. “We zorgen ervoor dat de studenten in Nickerie ook de lezingen kunnen bijwonen in eigen omgeving”, zegt Gobardhan. Michiel van Kempen, kenner van de Surinaamse literatuur, letterkundige en auteur maakte enorme indruk op de MO-A studenten Nederlands. Hij verzorgde een lezing over de Surinaamse literatuur.

De studenten waren geïmponeerd door de kennis die Van Kempen heeft over de Surinaamse literatuur. De Surinamist ging uitgebreid in op de werken van Albert Helman, pseudoniem van Lodewijk (Lou) Alphonsus Maria Lichtveld. “Helman heeft zoveel geschreven dat je tijd te kort komt om al zijn werken te lezen. Hij heeft een aantal pseudoniemen gehad, waaronder Albert Helman de meest bekende was”, aldus Van Kempen. Hij ging in op het meest populaire boek van Helman ‘De stille plantage’. Hij analyseerde en rafelde het boek uiteen. De studenten waren enorm tevreden met deze bijdrage. In een tentamen zal hun kennis over dit boek getoetst worden.

Dit was de vierde lezing in Nickerie, die Gobardhan organiseerde. De opleidingscoördinator is tevreden met de behaalde resultaten. Ruim 40 studenten zitten op deze opleiding, die in mei twee jaar bestaat. Het ligt in de bedoeling dat de studie in mei 2011 afgerond wordt. Saskia Angoelal, student, vindt dat de lezing op het juiste tijdstip is gehouden. “We kunnen onze voordeel hieruit halen, want het komt goed uit voor ons tentamen. We zijn veel meer te weten gekomen door deze lezing”, aldus Angoelal. Deze opleiding Nederlands in Nickerie is eenmalig.

[Overgenomen van Starnieuws]

Op de foto: links, met bril, dr Lila Gobardhan-Rambocus, rechts prof. dr Michiel van Kempen

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter