blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: geneeskunde

Dr. Samuel Kissam: An early American in Surinam. Tormented & Forlorn

door William L. Man A Hing

In 1968 ondernam Dr. Paul Cushman Jr. (1) een zoektocht naar zijn landgenoot Dr. Samuel Kissam die zich in de achttiende eeuw in Suriname zou hebben gevestigd. Deze Amerikaanse arts had het plan opgevat om een essay te wijden aan Dr. Samuel Kissam in het kader van de tweehonderdjarige herdenking van de eerste afgestudeerden aan de Medische Faculteit van het King’s College in 1769. read on…

Symposium Medische Geschiedenis van Suriname

De Anton de Kom Universiteit van Suriname organiseert op 27 en 28 januari in het IGSR-gebouw een internationaal symposium over de medische geschiedenis van Suriname. Dit is een bijzondere samenkomst van personen uit verschillende disciplines, zoals historici, dermatologen, artsen, biologen, specialisten in DNA-onderzoek, cultuurspecialisten en sociale wetenschappers. read on…

Baanbrekend onderzoek in gynaecologie

Angelo Hooker.  Bovenste vijf foto’s © Mineke de Vries
 
door Mineke de Vries
Uit recent onderzoek blijkt dat veel meer vrouwen dan tot nu toe gedacht werd, nadelige gevolgen ondervinden van een curettage na een miskraam. Verklevingen aan de baarmoederwand kunnen leiden tot moeilijk zwanger worden, maar ook tot complicaties in de zwangerschap. Angelo Hooker, gynaecoloog in het Zaans Medisch Centrum ontving voor zijn onderzoek hiernaar diverse awards. Aanleiding tot een gesprek over zijn ervaringen als gynaecoloog en onderzoeker.
Het ziekenhuis onder de rook van Amsterdam loopt langzaam leeg met bezoek en artsen die hun dienst erop hebben zitten, maar voor gynaecoloog Angelo Hooker  begint de avond- en nachtdienst pas net. De telefoon gaat geregeld en we lopen samen naar de afdeling Verloskunde waar een vrouw aan het bevallen is en waar Hooker een patiënt met een gynaecologisch probleem ook ’s avonds nog maar even laat komen, omdat ze zich zo’n zorgen maakt. Een toegankelijk arts, die vooral het contact met mensen zo belangrijk vindt.
Inschattingsfouten
De van Curaçao afkomstige Hooker is sinds 2012 in dienst van het Zaans Medisch Centrum, waar hij met zes collega-gynaecologen, negen arts-assistenten en twee klinisch verloskundigen samenwerkt op de afdeling Gynaecologie en Verloskunde. Hooker: “Het is een fijne groep om mee te werken, bijna een soort familie, dat moet ook wel omdat we ook tegenslagen samen moeten opvangen.” De taken zijn verdeeld en Hooker houdt zich vooral bezig met bevallingen, fertiliteit, anticonceptie, menstruatie- en overgangsklachten. De bevallingen vindt hij nog altijd één van de mooiste dingen om getuige van te zijn, elke keer weer een wonder. “Maar het gaat ook weleens fout, door omstandigheden buiten jou om, maar ook door eigen inschattingsfouten, dat is een zwaarte die je meedraagt. Een kind is het kostbaarste wat mensen krijgen, de verantwoordelijkheid die je als arts hebt, is enorm. Recent verloren we een kindje van ruim 40 weken, het hele team is daardoor geraakt. Aan de andere kant geeft het ook voldoening deze mensen goed te begeleiden en als je na twee weken een kaartje krijgt waarop staat: ‘Bedankt dat je ons hebt geholpen in het moeilijkste moment van ons leven’, dan krijg ik een boost waardoor ik er weer tien jaar tegenaan kan.”
Kentering
Angelo Hooker woonde tot zijn twaalfde op Curaçao. Net toen hij op de Marnix-mavo zat, besloot zijn nog jonge moeder, ze was achttien toen ze hem kreeg, dat ze als kraamhulp nog een opleiding in de zorg wilde doen in Nederland. Ook vader zegde zijn baan bij de raffinaderij op en het gezin vestigde zich in de Amsterdamse Bijlmer, waar Angelo op school ging; van de mavo naar de havo, van 4 havo naar 5 vwo. Op zijn 17e wilde moeder terug naar Curaçao maar Angelo bleef bij een tante, omdat hij het jaar erna ging studeren. Wàt dat werd, wist hij nog niet, maar de beslissing voor een studiekeus kwam door een onverwachte gebeurtenis. Wonend bij zijn tante in één van de Bijlmerflats was hij op een avond getuige van de Bijlmerramp. Een Boeing vloog de flat in achter hun flat. “Ik weet het nog zo goed, je onthoudt de gekste details. We waren voetbal aan het kijken, PSV stond met 7-0 voor. Aan de motor hoorden we dat het foute boel was, toen een knal en een explosie. We renden naar buiten, ik zag de vleugels van het vliegtuig, de wielen op straat en zoveel gegil. Het was bijna niet uit te houden door de kerosinelucht. We liepen tussen de wrakstukken door en ik voelde me machteloos vanwege het gevoel te willen helpen en niet te weten wat je moet doen. Dat was voor mij een kentering en betekende een directe aanleiding om geneeskunde te gaan studeren.”
Stages in Sehos
Toen hij zijn tweedejaars-stage verloskunde/gynaecologie volgde, was hij meteen verkocht en dat is nooit veranderd. “Uit mijn verslag van toen bleek al de enorme impact die het op me had. Het is zo intiem op dat moment deel te zijn van iemands leven. Het is hun feestje en jij mag de gastheer zijn.” Tijdens de co-schappen gynaecologie – die hij in het Sehos deed – kwamen er ook andere aspecten bij, waarbij het veelal het praktische werk is dat hem aanspreekt. “Gynaecologie is afwisselend, je doet operaties, poli-diensten, bevallingen. De tegenstellingen zijn groot, bevallingen zijn meestal een feest, maar daarentegen zijn er ook mensen met kanker.” Ook zijn kennismakingsstage in het eerste jaar deed hij in het Sehos. “Dat is een soort verpleeghulpstage, het gaat erom dat je leert wat de verpleegkundigen doen. Hilarisch, omdat de vrouwelijke patiënten mij eerst niet aan hun bed wilden, laat staan dat ik ze mocht wassen!” Het werken op Curaçao was goed om andere regels, andere manieren van aanpak te ervaren, ook hoe je patiënten benadert: “In Nederland leg je de patiënt verschillende opties voor en bespreekt die gezamenlijk om te besluiten wat je gaat doen. Als je op Curaçao opties voorlegt, denken ze meteen: die weet het zelf kennelijk niet! Dokters staan daar veel meer op een voetstuk.” Medisch gezien zijn er op Curaçao ook andere ziektebeelden. “Daar zag ik écht zieke mensen, veel vrouwen met zwangerschapsvergiftiging. Donkere vrouwen zijn daar vatbaarder voor dan blanke, maar misschien wachten ze ook te lang om te komen. Verder spelen natuurlijk veel tienerzwangerschappen, maar tegelijkertijd heb ik juist daar geleerd om niet te oordelen. Je moet ieder mens in zijn eigen referentiekader zien. Heel jong kinderen krijgen is in sommige groepen heel gewoon, ik moet me geregeld realiseren dat veel klasgenoten toen ik net afstudeerde, allang kinderen hadden. Terugredenerend naar hun referentiekader: bij tienerzwangerschappen is er ook een groot sociaal vangnet, dus het komt vaak wel goed met die tienermoeders.”
Leven en dood
Afstemmen op degene die tegenover je zit, dat is wat een goede arts steeds doet, dat geldt voor je taalgebruik maar ook voor de levenssituatie. Dat je de patiënt ziet als mens, in het geheel van zijn omgeving is het belangrijkste. “Het zijn soms moeilijke afwegingen die je moet maken, ik wil dat graag met de patiënt bespreken. Samen met die 85-jarige vrouw bespreek ik of ik haar nog ga behandelen tegen kanker, maar ook met het 18-jarige zwangere meisje ga ik het gesprek aan over het feit dat ze geen anticonceptie heeft gebruikt en wijs haar op haar verantwoordelijkheid. Ik kan aardig directief zijn, daar sta ik om bekend. Je neemt veelomvattende beslissingen, die gaan over leven en dood.” Op de afdeling Gynaecologie krijgen ze geregeld te maken met het afbreken van zwangerschappen. “Zo eenvoudig is dat niet: dertig procent van de vrouwen krijgt spijt en vrijwel iedereen draagt het toch hun leven mee.” Hooker gaat het gesprek met de vrouwen aan, waarbij hij ingaat op de vraag of het hun eigen keuze is of gedwongen, of over andere opties is nagedacht en hij geeft het wettelijke verhaal mee van de vijf officiële bedenkdagen. “Maar bovenal stel ik me op als de dokter die ze bij welke keuze dan ook zal ondersteunen. Als ik twijfel haal ik er een collega bij.” Eén keer weigerde hij pertinent een ingreep uit te voeren bij een meisje dat voor de vierde keer een abortus wilde, zonder ooit anticonceptie te gebruiken. “Je moet je eigen grenzen bewaken, ik wil mezelf in de spiegel blijven aankijken. Ik draag de verantwoordelijkheid voor wat ik doe, je moet dicht bij jezelf blijven.” Bij de ingrepen zelf denkt hij niet teveel na: “Dit is niet het prettigste deel van het vak.”
Awards
Recent verdiepte Hooker zich in de risico’s op verklevingen in de baarmoederwand na miskramen. Hij verzamelde alle gepubliceerde literatuur en zette die op een rijtje. Uit zijn systematische review kwam hij tot de schokkende ontdekking dat wat altijd werd aangenomen, namelijk dat maar bij één procent van de vrouwen verklevingen optrad, in werkelijkheid bijna twintig procent is. Eén op de vijf vrouwen krijgt dus na een operatie – de curettage die na een miskraam vaak wordt gedaan om de baarmoeder schoon te maken – verklevingen van de baarmoederwand. Bij de helft van de vrouwen gaat het om  minimale verklevingen, bij de andere helft zijn het zodanige misvormingen van de baarmoeder, dat de kans op zwangerschap drastisch vermindert of dat complicaties tijdens de zwangerschap ontstaan. “Wat er gebeurt bij verklevingen is dat de holte die de baarmoeder is, verandert van vorm. Er ontstaan een soort bruggen binnen die holte, doordat delen aan elkaar ‘’plakken’’. Zo krijg je compartimenten in wat één ruimte zou moeten zijn. Je kunt je voorstellen dat het innestelen van een eitje in die kleine ruimtes moeilijk wordt.”
Voor zijn onderzoek naar de risico’s van verklevingen na een miskraam ontving Hooker van de NVOG – de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie – de Young scientist award. Vanuit deze vereniging verdiepen verschillende werkgroepen zich in een onderdeel van de gynaecologie. Hooker sloot zich aan bij de werkgroep van gynaecologen die speciaal bezig zijn met endoscopie in buikholte en baarmoeder, de zogenaamde sleutelgatchirurgie. De award bestond naast de eer uit een reis naar Berlijn waar hij het congres van de European Society Gynaecology and Endoscopy bezocht (het Europese zusje van de werkgroep waaraan Hooker deelnam). Hij hield op dat congres een lezing over zijn bevindingen.
Vervolgens kreeg Hooker van het Curaçaohuis de Manera solo di Korsou den Exterior award, een award voor Antillianen die zich in het buitenland verdienstelijk maken, met de belofte de studie bekend te maken bij het ministerie van Volksgezondheid op Curaçao.
Nieuw middel
Momenteel is Hooker bezig met een vervolgstudie. Er is namelijk een middel op de markt gebracht om de kans op verklevingen te voorkomen of te minimaliseren, een soort gel die in de baarmoeder wordt ingebracht na de curettage. “Dit is mogelijk omdat de baarmoeder afgesloten en overzichtelijk is, maar de gel wordt ook al gebruikt bij verklevingen in de buikholte na andere operaties, wat ook vaak voorkomt.” Als bijkomend voordeel geldt dat kosten van heropnames, die vaak te wijten zijn aan ontstane verklevingen, verminderen. “We zijn een vervolgstudie, de zogenaamde PAPA-studie gestart naar de resultaten van de gel onder een groot aantal ziekenhuizen. Vrouwen die meedoen aan het onderzoek krijgen acht tot tien weken na de curettage een kijkoperatie waar we kijken of verklevingen zijn ontstaan in de baarmoeder. Tevens wordt onderzocht hoeveel vrouwen binnen het jaar zwanger werden en hoe de zwangerschap verloopt.” Hooker, die het onderzoek leidt, denkt halverwege dit jaar de resultaten bekend te kunnen maken.
Angelo Hooker, een betrokken arts, die dichtbij zijn patiënten staat. Waar hij kan, wil hij mensen adviseren en informeren, of dat nu in het ziekenhuis is, of zelfs via social media. “Zo gaat dat tegenwoordig, mensen weten je overal te vinden. Ik krijg wereldwijd vragen om informatie, uit Portugal, Egypte, de V.S., maar vooral heel veel uit Curaçao. Ik ken daar natuurlijk nog veel mensen.” Voordat hij kinderen had, ging hij een paar keer per jaar terug, naar familie maar ook om te helpen bij duikschool Wederfoort, waar hij lesgaf. “Het is nu al vier jaar geleden dat ik er was, veel te lang.” Geregeld komt toch ook de vraag op of hij zich niet weer op Curaçao zal vestigen.  “Maar omdat ik zelf de overgang naar Nederland als zo zwaar en ingrijpend heb ervaren qua aanpassing en wennen, wil ik dat mijn kinderen niet aandoen.” Hoe dan ook blijft het wel altijd trekken.

‘Blijspel in vier bedrijven’: Wie is de kwakzalver?

door Christine F. Samsom
 .
Toen mijn dynamische vriendin Ada een paar maanden geleden de laatste drie treden van haar trap met te grote snelheid benedenwaarts wilde overslaan en tegelijk ook nog uit de bocht naar links vloog, kwam ze heel ongelukkig terecht op de stenen vloer en bevond zich al de volgende dag in een ziekenhuisbed op de derde etage van het AZP met een gebroken heup en een gewicht van drie kilo aan haar voet. Ze moest al haar bezigheden ‘on hold’ zetten, lijdzaam toezien, hoe het leven voor haar compleet stilstond, een werkwoord dat normaal niet in haar vocabulaire voorkomt. Na twee weken balen besloot ze het advies van een goede vriend op te volgen, liet zich in een rolstoel het ziekenhuis uitrijden en meldde zich aan bij de Saramakaanse genezer Pakë aan de Meursweg, de bekendste dresiman in Suriname, maar ook in het buitenland een begrip.
Pakë vinden we terug op pagina 137 van het vorig jaar verschenen boek Geneeskunst? Blijspel in vier bedrijven van de chirurg-in-ruste van Surinaamse afkomst, dr. Henk Tjong Tjin Tai, een boek waarvan lezers met een voorliefde voor alternatieve geneeswijzen zullen genieten en lezers die heilig geloven in de alleenheerschappij van de reguliere geneeskunde zullen gruwen, maar bij wie hopelijk de ogen opengaan voor de mogelijkheden van de vele alternatieve vormen van de aanpak van ziektes die zich ‘buiten’ voordoen. Tjong verdiepte zich, na een lange periode normaal als (gepromoveerd) specialist te hebben gefunctioneerd, op latere leeftijd in de acupunctuur en bijbehorende fytotherapie (kruidengeneeskunde), de uit het land van zijn voorouders China stammende en daar algemeen aanvaarde geneeswijze. In zijn boek noemt hij het ‘Traditional Chinese Medicine’ (TCM). Daarnaast bekwaamde hij zich in de hypnotherapie. Hij heeft samen met een collega een praktijk in Leiden. Beide geneeswijzen worden ook in Suriname beoefend, onder andere door universitair geschoolde artsen.
De ondertitel, Blijspel in vier bedrijven, doet een vrolijke komedie vermoeden en hij gebruikt dan ook de structuur met bijbehorende termen uit de klassieke literatuur, waaraan een blijspel moet voldoen, zoals de indeling in ‘bedrijven’, in plaats van hoofdstukken, die weer onderverdeeld zijn in ‘tonelen’, dit alles voorafgegaan door een proloog en afgesloten met een epiloog. Wikipedia zegt onder andere over het blijspel: ‘Het blijspel laat menselijke fouten zien van een belachelijke kant en houdt op die manier de toeschouwer een spiegel voor. De bedoeling van het blijspel is vooral te amuseren, maar vaak niet zonder te moraliseren.’ Na lezing van het boek zal menigeen tot de conclusie komen dat de ondertitel de lading van het boek aardig dekt, al zijn bepaalde beschrijvingen van ziektegevallen ronduit tragisch en maken bepaalde onderdelen en spelers in het medische veld volgens dit boek de geneeskunde soms tot een tragedie.
Dokter Tjong mikt met zijn boek op een aantal doelgroepen die hij in zijn proloog opsomt: 1. Patiënten en potentiële patiënten; 2. Ongelovigen, sceptici en militanten; 3. De regulier werkende arts; 4. De beoefenaar van de TCM en 5. Dr. Tjong zelf, omdat hij het als zijn plicht ziet zoveel mogelijk mensen te wijzen op deze alternatieve vorm van geneeskunde. Bij elke doelgroep geeft hij een verklaring van het waarom.
In het eerste bedrijf met de titel ‘Medische Misverstanden’, in het eerste toneel: ‘De Inleiding’, legt dokter Henk uit, wat volgens hem het verschil is tussen geneeskunde en geneeskunst. Daarin herken je al direct het verschil waarover zoveel te doen is tussen veel regulier werkende artsen en de alternatievelingen: de eerste groep ziet een patiënt met een fysiek lichaam, waarvan een onderdeel niet (goed) werkt, dat volgens het reguliere leerboek en volgens bepaalde protocollen gerepareerd moet worden. De ander kijkt naar de hele mens, niet alleen zijn organen, maar ook zijn psychische, emotionele gesteldheid. Holisme is de term die daarbij steeds valt. Volgens de schrijver is daarbij niet alleen nodig wat je in je geneeskundige opleiding hebt geleerd. Ook je intuïtie, mensenkennis, betrokkenheid bij de patiënt moeten een rol spelen en daarvoor past de term geneeskunst. De reguliere geneeskunde gaat sterk uit van gemiddelden, maar mensen zijn allemaal verschillend. Het lijkt een open deur, maar door angst voor fouten en voor aansprakelijkheid houden veel artsen zich toch liever aan die ‘evidence based’ protocollen. Elke arts die daarbuiten werkt wordt dan al gauw beschouwd als een kwakzalver. Dit eerste ‘toneel’ besluit de schrijver met de opmerking: ‘Ik durf de stelling aan dat de ware geneeskunstenaars zich merendeels onder de alternatief werkende artsen bevinden.’ (p. 17)
In het tweede toneel, ‘De Ziektegevallen’, bespreekt dr. Tjong Tjin Tai achtendertig gevallen uit zijn praktijk, die allemaal na een reguliere behandeling bij hem terechtkwamen, soms weggestuurd met dooddoeners (een term die letterlijk genomen zou kunnen worden – CFS) als ‘Mevrouwtje, u zal hiermee maar moeten leren leven’, of ‘Ach ja, slijtage, meneer, ouderdom! Daar kunnen we niets aan doen.’ Dat daar wel degelijk nog wat aan te doen was, blijkt uit de bespreking. De vele medische termen in dit onderdeel worden achterin het boek in een ‘Verklarende Woordenlijst’ uitgelegd.
Achttien psychische ziektegevallen – van depressie, ADHD, fobieën – worden in het volgende toneel besproken. Reguliere medicijnen zoals antidepressiva worden volgens de schrijver te vaak voorgeschreven zonder voldoende rekening te houden met bijwerkingen. Hypnotherapie beschouwt de schrijver als een goed alternatief. Ten slotte haal ik uit dit eerste bedrijf de volgende uitspraak van de schrijver: ‘De kunst van het genezen bestaat uit het zoeken naar de juiste oplossing voor die speciale patiënt’ (p. 140).
Het tweede bedrijf heeft als titel ‘Medische tegenstand’, voor mij het meest tot de verbeelding sprekende en spannende hoofdstuk. In dit deel trekt de schrijver fel van leer tegen de rol van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) in Nederland. Je kan het zo gek niet bedenken, maar elke therapie die niet wetenschappelijk bewezen kan worden, is bij de leden van deze vereniging taboe. Tjong vergelijkt de VtdK met het religieus fundamentalisme, gebaseerd op een letterlijke interpretatie van bijbel, koran of andere heilige boeken, waarmee we de laatste jaren zo veelvuldig worden geconfronteerd. Fundamentalisme kan leiden tot sektarisme, fanatisme, onverdraagzaamheid, terrorisme, als de fundamentalist zijn normen en waarden wil opdringen aan anderen: ‘Voor deze medische fundamentalisten gelden alleen de betovering van evidence based medicine en/of de officiële boeken van de reguliere geneeskunde.’ (p. 150) De schrijver wijst er in dit verband op dat veel zogenaamde bewijzen en positieve onderzoeksresultaten zijn gesponsord door de farmaceutische industrie en achteraf vaak niet kloppen. Volgens het beroemde tijdschrift Nature deugen zelfs 89% der uitkomsten van dierproeven naar middelen tegen kanker niet. Dit soort kritiek van de schrijver op de reguliere onderzoeksresultaten komt herhaaldelijk voor. Dokter Tjong blijkt erg goed op de hoogte! Het is volgens hem onmogelijk alternatieve geneesmethoden te onderzoeken met regels uit de reguliere geneeskunde. De uitgangspunten zijn totaal verschillend. Bij hem gaat het niet om denkbeeldige gemiddelden en protocollen die op elke patiënt van toepassing zouden zijn. Er zijn geen gemiddelde patiënten, iedere patiënt is weer anders. Nog een mooie uitspraak van Tjong op pagina 165: ‘Alle wetenschap begint met verwondering.’
In het derde bedrijf, ‘Medische Stand’, praat Tjong vooral over het beroep van chirurg, volgens hem het specialisme met de meeste misverstanden en dat het dichtst staat bij geneeskunst. Hij vertelt hier vooral over zijn lotgevallen als chirurg en steekt de loftrompet over de verpleegkundigen die hem regelmatig hebben gered van foute beslissingen.
Ten slotte dan het vierde bedrijf, ‘Medische Misstanden’. Ook in dit laatste hoofdstuk worden verschillende ziektegevallen uitgebreid besproken, vaak een lijdensweg in het reguliere medische circuit, inclusief wat de schrijver zelf heeft meegemaakt als patiënt. Het is geen prettig verhaal en meer dan ooit hoop je na lezing dat je nooit in handen van een specialist zal vallen die behoort tot de ‘sektariërs, antikwakkers, malloten, militanten’ van de VtdK.
Hoe het verder ging met Ada? De specialist van het AZ is tevreden. De genezing van de heup gaat prachtig! Is het de specialist, zijn het de kruiden van Pakë, is het het optimisme van Ada? Het is wetenschappelijk niet te bewijzen. Voordat Newton de wet op de zwaartekracht formuleerde, vielen de manjes al naar beneden. Ervaring is de beste leermeester. En wie is er nu eigenlijk kwakzalver?
Dr. Henk Tjong Tjin Tai: Geneeskunst? Blijspel in vier bedrijven. Leiden: uitgeverij Pagode, 2012. ISBN 978-90-819479-0-9

 

Avalon University Curaçao biedt Suriname medische studie aan

door Raoul Lith
Studenten die door beperkte inschrijving niet kunnen studeren op de Medische Faculteit van de Anton de Kom Universiteit, hebben een alternatief. Zij kunnen zich aanmelden bij de Avalon University School of Medicine op Curaçao. De clinical director Roy Heerenveen zegt dat Suriname een basis kan vormen om studenten aan te trekken die uitgeloot zijn. Dit is een van de weinige medische scholen in het Caribisch Gebied, die is opgericht en wordt gedraaid door artsen opgeleid in Verenigde Staten (VS).Op de Medische Faculteit van Suriname is de studie toegankelijk voor veertig studenten per jaar. “Daarvan worden twintig toegelaten met de beste cijfers en die anderen worden dan geselecteerd door loting”, legt Humphrey Schurman uit. Schurman Advocaten is vertegenwoordiger van Avalon University in Suriname. Voor studenten is het vaak demotiverend of werkt het frustrerend als ze niet vallen binnen het aantal vastgestelde toelatingen. Schurman geeft aan dat de mogelijkheid bestaat om zich in te schrijven op de Avalon University en vervolgens de studie af te ronden aan de Ohio Universiteit in de VS. Volgens Schurman kunnen afgestudeerden met een bul van deze universiteit praktisch in alle landen het medische beroep uitoefenen.

 

Rembrandt – De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp (1632)
 
Vruchtbare gesprekken 
Een andere optie is dat ook in Nederland deze opleiding gedaan kan worden. “In Nederland is er ook maar een bepaald aantal studenten dat wordt toegelaten tot de universiteit”, zegt Schurman. Hij vindt het jammer dat veel studenten noodgedwongen gaan kiezen voor een andere opleiding of ze doen niets. Van Suriname naar Cuba is ook een andere mogelijkheid om verder te studeren.Heerenveen zegt dat er de afgelopen week veel vruchtvolle besprekingen zijn gevoerd. Op het gebied van onderwijs en geneeskunde zijn met verschillende mensen en instanties in Suriname gesprekken gevoerd. Hij geeft aan dat er heel gauw weer delegatie zal komen voor de verdere stappen die gezet zullen worden. “We willen de ouders persoonlijk antwoord geven als ze vragen op ons gaan aanvuren. Het gaat om de tweede mogelijkheid die we aanbieden”, legt Heerenveen uit.

[van Starnieuws, 8 augustus 2013]

Bundeling natuurgenezers op til

door Hugo den Boer

Paramaribo – Frits van Troon moet er niet aan denken dat kostbare kennis over traditionele geneeswijzen verloren gaat. Daarom wil de etnobotanicus er alles aan doen deze branche te bundelen en ordenen. Zondag aanstaande wisselt hij in het Naks-gebouw met andere natuurgenezers van gedachten over het opzetten van een gezamenlijk centrum.
Van Troon heeft zelf veel kennis van bomen en planten in Suriname. “Ik weet van veel planten de werkzame stoffen; of ze medicinaal zijn of giftig. Maar ik ken niet de juiste recepten zoals de medicijnmannen dat maken. De kennis is vaak mondeling doorgegeven, maar lijkt nu stilletjes aan verloren te gaan.” Hij zegt afgelopen jaar extra bewust te zijn geworden van de noodzaak tot bundelen en ordenen van de branche. “Mijn zoon had een verwonding die met de reguliere geneeskunde niet beter kon worden. Na lang zoeken heb ik uiteindelijk de juiste dresiman gevonden die mijn zoon heeft genezen.”
Kennisbehoud
Van Troon ziet verschillende oorzaken van de kennis aderlating. “Onze jeugd trekt naar de stad en heeft geen interesse in de traditionele geneeswijzen. De ouderen nemen ook de tijd niet om hun kennis te delen en door te geven aan de kinderen. Dan wordt de kennis in het graf meegenomen terwijl de aandoeningen voortleven.” Van Troon onderkent dat bepaalde genezers zelfs hun kennis bewust vasthouden. “Maar waarschijnlijk willen ze die kennis wel delen als er een financiële vergoeding tegenover staat.”
Concreet stelt Van Troon voor om een centrum te bouwen waar traditionele natuurgenezers van de verschillende culturele groepen vertegenwoordigd zijn. In het centrum moet naast kennisoverdracht deze kennis ook direct worden toepast.
[uit de Ware Tijd, 23/05/2013]

Chirurgijnen en medische kennis

Chirurgijnsinstrumentarium
 
door Jerry Egger
In 1492 gebeurde er meer dan een toevallige kennismaking van Columbus met een voor Europa onbekende wereld. Er ontstond rond de Atlantische Oceaan een circulatie van goederen, mensen, dieren, planten en ideeën die de hele wereld grondig veranderde. Het beeld dat nog steeds bij teveel mensen bestaat, is dat van Europeanen die erop uit trokken om de hele wereld te veroveren en hun wil op te leggen aan gekleurde volkeren als willoze slachtoffers van dit imperialistisch handelen.
In zijn boek, Vrijbuiters van de heelkunde. Op zoek naar medische kennis in de tropen 1600-1800, laat Stephen Snelders zien dat het geen eenrichtingsverkeer was. Europa heeft geprofiteerd van de bestaande medische kennis in Afrika en de Amerika’s. Vooral chirurgijnen zochten bewust naar geneesmiddelen welke hen konden helpen tegen onbekende tropische ziekten, die veel slachtoffers maakten onder Europeanen. Hoewel er de laatste drie decennia meer aandacht is voor deze aspecten van de zogenoemde ‘Columbian Exchange’, is deze publicatie toch een welkome aanvulling op de literatuur.
Een piskijker in zijn kabinet. naar Adriaen Jansz. van Ostade
Toen Europeanen steeds meer belangstelling kregen voor tropische gebieden in Afrika en de Amerika’s, werden zij geconfronteerd met ziekten die veel slachtoffers eisten onder schepelingen en anderen die wilden profiteren van de rijkdommen uit die gebieden. Zij moesten een antwoord vinden op het hoge sterftecijfer. De traditionele Europese geneeskunst was nauwelijks in staat om adequaat hierop in te spelen. Integendeel, hun methode was vaak funest voor de slachtoffers. Heel bekend was het purgeren van het lichaam. Bloed moest worden afgetapt om het hele lichaam te zuiveren. Zo werden de ‘rotte zaken’ eruit gehaald.
Veel ontbrak aan de opleiding. Er waren drie soorten geneesheren. Artsen hadden een universitaire opleiding, maar chirurgijnen volgden een beroepsgerichte training die meestal op jonge leeftijd begon. De eerste groep hield zich vooral met inwendige ziekten bezig, de tweede met botbreuken en verwondingen. Dan waren er nog de barbiers, die buiten het haarknippen tevens wonden verbonden. Uiteraard had je toen ook al kwakzalvers die rondtrokken en van alles deden. De meeste schepen die naar de tropen voeren, konden zich alleen chirurgijnen permitteren.
Schedel van iemand die is overleden aan scheurbuik. Groninger Universiteitsmuseum
De oorzaak van sommige ziektes die uitbraken op schepen, was al snel bekend. Scheurbuik kon worden voorkomen door verse groenten en fruit. Vaak gebeurde het dat men van elkaar afkeek hoe sommige ziekten werden behandeld. Was de behandeling succesvol, dan werd die overgenomen. Hoewel het toen nog niet bekend was, hadden scheepslieden wel door dat het gebruik van limoen en sinaasappelen een positieve uitwerking had. Nu weten we dat zij op die manier vitamine C binnen kregen. Verder zagen Europeanen dat het gebruik van tamarinde hielp bij koortsen. Tot op de dag van vandaag is tamarinde te vinden in diverse winkels in Europa. Snelders zegt dat het ‘vanaf de 16de eeuw een van de meest begeerde geneesmiddelen’ is. (p. 64)
Johan Maurits van Nassau
Snelders behandelt verschillende episoden uit de Nederlandse koloniale geschiedenis die invloed hadden op de toenemende medische kennis. De verovering van een deel van Brazilië leverde veel kennis op. Vooral in de periode toen Johan Maurits gouverneur was in Recife, stimuleerde hij diverse wetenschappers erop uit te trekken om meer te weten over mens en natuur in het binnenland. Hij legde een botanische tuin aan met vruchtbomen en had ook een dierentuin met heel wat dieren uit de bossen. Verder had hij een klein ziekenhuis waar slaven konden worden behandeld. Bij overlijden pleegde zijn lijfarts Willem Piso autopsie zodat hij meer te weten kwam over ziekten en de gevolgen daarvan voor het lichaam. Piso bleef in de stad maar Georg Marcgraf, ook in dienst van Maurits, trok eropuit om in het binnenland botanisch en zoölogisch materiaal te verzamelen. Hij vervaardigde ook kaarten en tekeningen.
Piso zou later in Europa pronken met deze kennis. Het was vooral de inheemse bevolking die heeft bijgedragen aan deze Europese kennis. De contacten die ontstonden hebben heel wat stereotiepe beelden de wereld in geholpen. ‘Enerzijds waren de indianen (sic) een zeer wreed volk, geneigd tot alle vleselijke lusten. Tegelijk waren ze een volk zonder zorgen, en leefden ze alleen om te eten en te drinken’ (p. 76). Ze waren bovendien bijna nooit ziek en hun omgeving was heel gezond. Deze beelden zouden de inheemse bevolking van de Amerika’s nog heel lang achtervolgen en bestaan waarschijnlijk nog steeds bij sommige Europeanen, zij het dat het nu wel positief wordt geïnterpreteerd.
Uiteraard speelde slavernij een belangrijke rol in het medisch gebeuren van die tijd. Voor Europeanen was de westkust van Afrika ongezond. Zij hadden moeite om te overleven in een omgeving die wat ziekteverschijnselen betreft niet erg vriendelijk was. Maar ook bij de Afrikaanse gevangenen die over de oceaan werden vervoerd, lukte het de chirurgijnen vaak niet om een juiste diagnose te stellen. Het gevolg was dat op schepen epidemieën uitbraken. Dat was uit zakelijk oogpunt niet wenselijk, want de Afrikaanse gevangenen waren koopwaar en het ging er tenslotte om winst te maken. Om dat te kunnen doen moesten zo veel als mogelijk levende mannen en vrouwen aankomen in de zogenoemde ‘Nieuwe Wereld’. Het vergaren van kennis om dit te kunnen bewerkstelligen was dan ook belangrijk. Snelders beschrijft de ervaringen van David Henry Gallandat die aanmonsterde op slavenschepen in Middelburg. Hij behoorde tot de categorie nieuwsgierigen die belangstelling had voor de Afrikaanse geneeskunst en cultuur. Hij was zeer praktisch want dit hielp hem om de situatie op schepen de baas te kunnen zijn. Hij schaamde zich niet middels deze ‘geringe lieden’ kennis op te doen en die vast te leggen in een publicatie. Een interessante activiteit op slavenschepen was het gebruik van muziek en dans. Europeanen hadden door dat de omstandigheden de gezondheid niet ten goede kwamen. Het was dus van belang dat het ruim regelmatig werd gelucht. Slaven werden op het dek beziggehouden met muziek en dans. Dit zou de triestheid onder hen deels wegnemen. Dansen leidde tot beweging en dat was belangrijk. Muziekinstrumenten – vooral percussie – gingen mee op de schepen en werden ingezet om de ‘handelswaar’ op te vrolijken.
Ook Suriname komt aan bod. Uit het bekende boek Narrative of a five years expedition against the revolted negroes of Surinam (1796) van John Gabriel Stedman haalt Snelders het nodige. Stedman stond open voor aanwijzingen die hij van de lokale mensen kreeg om gezond te blijven. Regelmatig baden was een eerste stap. Luchtiger kleding, weinig schoeisel en niet de zware legerlaarzen dragen, hielpen ook. Zo kon hij overleven. Hij behoorde tot een vrij kleine groep huurlingen die met Fourgeoud naar Suriname was gekomen om de Boni-marrons te verslaan en die heelhuids terugkeerde naar Europa. De rol die Kwasi speelde, wordt besproken. Hij wordt geassocieerd met het naar hem genoemde kwasibita (hout) dat tegen diverse ziekten waaronder malaria kan worden gebruikt. Heel lang was dit een van de exportproducten van Suriname. Kortom, in zijn boek laat Snelders zien dat Europeanen in hun zoektocht naar tropische producten en het stichten van handelsrijken genoodzaakt waren medische kennis op te doen om te overleven. Hij zegt het niet expliciet maar deze activiteiten hadden wel gruwelijke gevolgen. Het meest pijnlijke is dat Europeanen wel hebben geleerd van inheemsen in de Amerika’s, maar dat diezelfde mensen op grote schaal werden uitgeroeid door de voor hen vreemde ziekten die uit Europa kwamen.
Stephen Snelders: Vrijbuiters van de heelkunde. Op zoek naar medische kennis in de tropen 1600-1800. Amsterdam/Antwerpen: Atlas, 2012. ISBN 978 90 450 1998 7

Sjamaan Edje Alingo Doekoe: “Behoud traditionele geneeskunst”

Sjamaan Edje geeft een voordracht en healings-ritueel in jongerencentrum No Limit te Amsterdam op 28 april.

Op het moment dat de mens zijn respect voor obia verliest, verliest hij zijn respect voor de natuur. Obia is de bezielde kracht achter natuurverschijnselen als bossen, bomen en rivieren. Het is deze bezielde kracht die de sjamaan helpt bij zijn diagnose en behandeling van ziekten. Met de ontheiliging van de natuur wordt niet alleen de natuur bedreigd, maar ook de mens.

Het Surinaamse oerwoud is rijk aan geneeskrachtige planten. Helaas dreigt de kennis over deze planten te verdwijnen nu nieuwe generaties binnenlandbewoners hun heil zoeken in de grote stad en obia mede door toedoen van de kerk geridiculiseerd is.

Aan het woord is Edje Alingo Doekoe. Edje is een obiaman, een sjamaan uit Pikin Slee een dorp in het middelpunt van Suriname. Hij is op tournee in Nederland om te pleiten voor het behoud van de kennis van de traditionele geneeswijzen en het tropische regenwoud. Maar Edje is veel meer dan alleen een sjamaan. Eigenlijk is levenskunstenaar veel beter van toepassing. Het verhaal van Edje heeft veel weg zoals we dat kennen in een archetypisch heldenepos. Tegenwoordig bekleedt hij de functie van basja in zijn dorp. Een basja is een gezagsdrager in Pikin Slee. Men heeft veel respect voor hem, maar dat is niet altijd zo geweest. Toen Edje in 1982 Rastafari omhelsde, moest hij zijn toevlucht zoeken in het bos. De dorpelingen associeerden het gebruik van marihuana met gewelddadige criminaliteit en daarom moest hij gaan. Net als zijn voorvaders die wegliepen van de slavenplantages, wist hij te overleven in het bos.

Edje en de andere rasta’s in het dorp leven zo natuurlijk mogelijk. Ze verbouwen zelf hun groente, hebben een afkeer van gefabriceerd voedsel en dankzij Rastafari heeft Edje letterlijk zijn geweer aan de bomen gehangen. Doden past niet binnen zijn Rasta-leefwijze. Destijds vond hij nauwelijks gehoor voor zijn visie, tegenwoordig hangt de wereld aan zijn lippen. Het is in het Pikin Slee van tegenwoordig een komen en gaan van toeristen. Het dorp kent een heus museum. Op initiatief van Edje en vier andere rasta’s van het kunstenaarscollectief Totomboti werd het museum opgericht om de cultuur van de Samaaka-gemeenschap te bewaren. Daarnaast ontpopten de leden van Totomboti zich tot moderne kunstenaars en meubelmakers. Als gevolg hiervan genieten de leden van Totomboti en Edje in het bijzonder veel aanzien, zonder dat ze concessies hebben gedaan in hun Rasta-leefwijze.

En zo is Edje een voorbeeld geworden voor de jeugd. Als je trouw blijft aan je principes, aan je eigen visioen, zul je ondanks de vele en zware beproevingen, toch je doel bereiken. Nu heeft Edje een nieuwe droom. Hij wil in Pikin Slee een medische kliniek oprichten waar het beste van de westerse geneeswijze wordt gecombineerd met het beste van de traditionele geneeswijze. Deze samenwerking is in zijn ogen noodzakelijk omdat hiermee weer de mens centraal komt te staan in de behandeling en niet langer de ziekte. Omdat Edje in zijn geneeskunst afhankelijk is van kruiden die in het bos groeien, maakt hij zich grote zorgen over de roofbouw op het tropische regenwoud. Daarom zoekt hij ook steun in Nederland om het tropische regenwoud te behouden. De gezondheid van de mens mag niet meer losgezien worden van de gezondheid van de natuur. Een spirituele her-verbinding met de natuur is noodzakelijk.

In navolging van zijn succesvolle verschijning bij TedX in Maastricht zal Edje op 28 april een voordracht compleet met een helingritueel voor de aanwezigen, houden.
Plaats: No Limit, Geldershoofd 80 1103 BG Amsterdam-Zuidoost
Tijd: 17-19.00
Telefoon 020-3989525
Info en opgave: 06-20625115 (Roland van Reenen) 06-11760224 (Shahida Albitrouw) roworld2004@hotmail.com
Vrijwillige bijdrage
Catering aanwezig

Medicinale planten goed voor 2,4 miljard US dollar

door Astrid van Oosterum

Paramaribo – Geneeskrachtige planten zouden Suriname op jaarlijkse basis een geschatte 2,4 miljard US dollar kunnen opbrengen. Er dient nog wel veel onderzoek gepleegd te worden voordat het land kan profiteren van deze inkomstenbron. Dat stelt Dennis Mans op de dertiende RedLAC General Assemblee, waar verschillende milieufondsen uit de regio vergaderen en informatie uitwisselen. Het Amazonegebied kent ongeveer 33.000 verschillende planten.

Slechts 10 procent daarvan is bekend en daarvan wordt slechts 1 procent geëxploiteerd. “Er is dus een aannemelijke kans dat er een groot aantal onontdekte planten is met medicinale krachten.” Hoogleraar Mans van de Faculteit der Medische Wetenschappen van de Anton de kom Universiteit verklaart dat geneeskrachtige planten al sinds eeuwen een economisch belangrijke bron van inkomen vormen. “Al sinds de oudheid worden planten door mensen gebruikt als eten, voor kleding, onderdak, jaagactiviteiten, voor cosmetica en als medicatie. De conclusie is: planten hebben een economische waarde.”

Er is een groeiende belangstelling voor de economische waarde van biodiversiteit, inclusief geneeskrachtige planten. De reden achter deze interesse is, volgens Mans, bezorgdheid over ernstige dreigingen waar de natuur onder te lijden heeft zoals opwarming van de aarde en ontbossing. De wereldwijde economische waarde van medicinale planten is sinds jaren alleen maar gegroeid. In 1997 hadden geneeskrachtige planten een waarde van 20 miljard US dollar in 2004 kwam de waarde al op 80 miljard US dollar. De verwachtingen voor 2050 zijn dat de wereldwijde economische waarde van medicinale planten op 5.000 miljard komt.

“Zijn deze verwachtingen wel realistisch?”, vraagt Mans zich af. “Mogen wij anticiperen op de identificatie en ontwikkeling van baanbrekende medicijnen die wij van planten onttrekken? En wat zijn de kansen dat moderne technologie snel met een goedkopere synthetische variant op de markt komt waardoor de duurdere medicinale plant overbodig wordt?” Hoewel deze vraagstukken nauw bestudeerd moeten worden, gelooft Mans in de kansen die landen uit de regio, en dus ook Suriname, voor zich hebben liggen. “De Amazone beschikt over een biodiversiteit van onschatbare waarde. De mogelijkheden om economisch te profiteren van onze rijke natuur zijn er en dienen nader onderzocht te worden”, besluit Mans zijn betoog.

[uit de Ware Tijd, 09/11/2011]

Foto © Jim Healy

De Kroon op het werk

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Toen mijn vader in 1938 als 26-jarige jongeman directeur werd van het St. Vincentiusziekenhuis, stonden er drie torentjes op het dak. Twee kleine op elke zijvleugel en 1 grote met een kruis er boven op in het midden. De hoogste verdieping was het klooster, waar de nonnen, de zusters van Liefde uit Tilburg, huisden. Niemand mocht die verdieping betreden. Wij kwamen er pas toen zij verhuisden naar het nieuw gebouwde klooster achter in de tuin, dat werd geopend door mijn zus Nell en ik, door de bel te luiden.

Alle vijf kinderen zijn in het St. Vincentius geboren. Net als vele duizenden Surinamers, want mijn vaderwas een zeer geliefd arts en specialist. Onze hele jeugd keken wij vanaf het balkon naar het mooie oude gebouw uit 1916 met de drie torentjes. Aan de voorgevel stonden vier mooie heiligenbeelden.

Wij waren trots op Pa zijn ziekenhuis, ons tweede huis, waar we vaak in en uit liepen om Pa en de nonnetjes te gaan groeten. Wij namen in 1955 afscheid om naar Nederland te gaan voor studie. Rond die tijd verdwenen bij een verbouwing de drie torentjes. Mijn broer Fritz die architect was deed de verbouwing van nieuwe vleugels, poliklinieken en later restauratie en renovatie. Pa was daar erg trots op.

Maar de drie torentjes moesten wachten tot 31 augustus 2011. Toen belde hij ons.

“Ik ga de torentjes vandaag plaatsen. Er is een hijskraan besteld, kom kijken!”

We belden taxi John en reden naar de hoofdingang. Daar stond een enorme gele kraan van Haukes, hijgend en puffend. Eerst werd het platform voor het grootste torentje geplaatst en vastgelast. Toen werd het rechtertorentje geplaatst. Het achthoekige koepeltje zag er mooi uit met zwart dak, waarboven op een bol. Het moment was daar. Ik zag mijn broer Fritz even op de plaats waar de grote koepel moest komen. Wat passen en meten, schuiven en daar stond de mooie koepel als een achthoekige kroon, met het kruis gekroond. Het ijzeren balkonnetje sierlijk er onder. “Champagne!” riep iemand van beneden en mijn broer schudde onder daverend applaus de schuimende fles over het dak, de drie bouwers namen beurtelings een slok. De klus was geklaard. De kroon op hun werk.

Beneden feliciteerden wij elkaar. Het St. Vincentius was in de oude glorie hersteld. Mijn vader zou trots zijn.

cat, 31 augustus 2011

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter