blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Garmers Sonia

Balans: Arubaans letterkundig leven (15)

door Wim Rutgers

 

04.0.2 BNA De bibliotheek als centrum van leescultuur
Het centrale punt waar sinds de Status Aparte het moderne letterkundige leven van het eiland zich concentreerde was de Biblioteca Nacional Aruba, die op 1 september 1982 aan de George Madurostraat 13 officieel geopend werd. Nadat er vanaf het begin de de 20e eeuw al diverse bibliotheekjes gevormd waren, zoals de bibliotheek van het Algemeen Nederlands Verbond in 1905, is de eerste Openbare Bibliotheek en Boekerij van 20 augustus 1949, aanvankelijk gevestigd in het Gezaghebberskantoor, vervolgens aan de Lagoenweg 11, Wilhelminastraat 6 en tenslotte in de George Madurostraat 13, met diverse nevenlocaties in de loop van de tijd in Santa Cruz en San Nicolas. Inmiddels werd de afdeling Arubiana – Caribiana verplaatst naar Bachstraat 5. read on…

Het orakel van Curaçao (4 en slot)

door Elodie Heloise

Sonia Garmers 2012

Sonia Garmers is van Pietermaai en weet niet anders dan dat ze veel, heel veel vrouwen heeft gezien en meegemaakt die altijd in beweging waren. Met van alles en nog wat. Harde werkers die van hun werk een belevenis maakten. Zo was er Shishi van de plasa. Zij verkocht Zjazjimein met stukjes cocosnoot. “Zjazjimein is een pap gemaakt van gekookte mais. Voor een kwartje kreeg je een kopje. Een goed zwaar ontbijt. Je had Labertin in de steeg van de synagoge. Ze maakte de beste sopi mondongo. Je kon er alleen ‘s avond terecht. Na acht uur werd er thuis gekookt voor de verkoop.” Sonia denkt ook terug aan de vrouwen van Sint Michiel die te voet met vis de berg opkwamen om die te verkopen. “Taya en Yeye waren er. Ze verkochten allebei in de Penstraat. Taya was groot en lang. Ze bracht al roepend aan de man wat zij in haar mand had. ‘Awe ta snuk’ of ‘awe ta masbangu’. Ik hoor het haar nog roepen. Yeye was een indiaanse met twee donkere vlechten. Als zij riep dat ze ‘ko’i famia’ had, dan waren er grote vissen te koop. Buni bijvoorbeeld, waar het hele gezin van kon eten.”

[van de website van Elodie Heloise, 17 juli 2012]

Het orakel van Curaçao (3)

Sonia herinnert zich ook de discussie over de voertaal in het
Bestuurscollege en dat er steeds meer stemmen opgingen om de
moedertaal, het Papiaments, ‘naar school’ te sturen.

door Elodie Heloise

Sonia Garmers (1933), de grande dame van de Curaçaose literatuur, is een van die kleurrijke mensen die ons eiland rijk is en wiens leven vol gekkigheid en wijsheid zit. Wie ‘Sonia’ zegt, heeft het over het over geheimen, verhalen, nieuwtjes (meestal waar) doorspekt van humor en een ongebreidelde liefde voor het leven en mensen. Met een lach en een traan brengt zij het verleden tot leven, verdraagt zij het nu en heeft ze een uitgesproken mening over de toekomst. ,,Ik ben misschien oud, maar niet gek.” In deze serie mag Sonia roepen wat ze maar wil. Over mannen, vrouwen, kinderen, politiek, de liefde, seks. Over Curaçao en haar tradities. Over wat was, wat is en wat nog zal komen. Het Orakel van Curaçao zal spreken. Deze keer over de politiek en de Staten.

Ik deed verslag van de Staten voor La Cruz in een tijd dat je werd uitbetaald per centimeter/kolom. Er werd een meetlint langs de krant gelegd en op basis van het aantal centimeters tekst dat je geproduceerd had, werd het loon berekend. Ik geloof dat het zo’n 25 cent per centimeter was. Zoiets was het. De allerbeste klussen toentertijd waren de begrotingsbehandelingen in het parlement. Dat ging vaak door tot drie uur ’s nachts en je kreeg er een vergoeding van 40 gulden voor. En we werden er goed verzorgd. Duurde het lang dan kreeg je wat te drinken en een sandwich.”

Plechtige opening Staten van Curacao, 13 april 1946. Foto @ Anefo

De perstribune en de publieke tribune zaten in de tijd waar Sonia over spreekt nog vol met belangstellenden. Het waren de jaren vijftig en zestig. De Nederlandse Antillen bestonden nog als land. Het monument met de zes vogels aan de Fokkerweg werd trots geopend: ‘Steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan.’ De strubbelingen met een Aruba – dat zich steeds meer wilde distantiëren en dat zich uiteindelijk in 1985 afscheidde van het land en een status aparte binnen het Koninkrijk verwierf – werden zichtbaar. Maar het waren ook de jaren van Moises Frumencio ‘Dòktor’ da Costa Gomez van de Nationale Volkspartij (NVP, later PNP) en Efrain Jonckheer van de Democratische partij (DP), van de vorming en de uiteindelijke ondertekening van het Statuut, van het recht voor vrouwen om te mogen stemmen (1948) en de invoering van een algemeen ouderdomspensioen. Het politiek bewustzijn op Curaçao groeide en werd verwoord. ,,Toon van Dongen schreef voor de Amigoe en Bea van Delden voor de Beurs- en Nieuwsberichten. We hebben vreselijk veel lol gehad op die perstribune. Door de versprekingen die ontstonden bijvoorbeeld door het verplichte gebruik van het Nederlands in de Openbare Vergaderingen. Maar ook door het ommentaar dat vanaf de publieke tribune naar de Statenleden toe werd gesmeten. Maar het ging altijd op een nette manier. Met veel gevoel voor humor.”

Sonia schiet in de lach wanneer ze zich een paar anekdotes uit die tijd herinnert.”Deze moet je horen. Er was een parlementslid dat uiterst netjes aangaf dat hij even de ruimte nodig had om zich te wijden aan ‘de noodzakelijkheden van de natuur van de mens’. Vanaf de publieke tribune werd daar direct korte metten mee gemaakt door te roepen: ‘Kèns bo ta? Bisa pupu òf pishi, no’ (Ben je gek geworden, zeg gewoon dat je moet poepen of plassen). Dat leverde een lachsalvo en vervolgens een waarschuwing van de voorzitter op die dreigde de publieke tribune te laten ontruimen. Of de parlementariër die verwees naar ‘het onderste deel van de minister’. ‘Voorzitter’, sprak de man. ‘Ik ben met het onderste gedeelte van de minister in aanraking gekomen.’ Wij bleven er bijna in. Hij bedoelde het onderste gedeelte van een ministeriële beschikking; daar had hij vragen over. En zo was er een Statenlid dat aan de minister van Financiën refereerde met de ‘minister van Fiansa’ (lening). Het was vaak echt lachen.”

Sonia herinnert zich ook het moment in de Staten dat er besloten moest worden wie er naar Nederland zou gaan om het Statuut te ondertekenen. ,,Van Efrain Jonckheer stond dat al vast. De DP had namelijk de verkiezingen gewonnen. Statenlid Harry Maal, ook van de DP, zou hem vergezellen maar stond zijn plek af aan ‘Dòktor’ van de NVP. Hij bracht het heel mooi: ‘We kunnen niet een lijf sturen zonder hoofd. En zodoende sta ik mijn plaats af aan Dòktor’. Dat was nog eens politiek bedrijven. Respect was er voor de ander, ook al was hij niet van dezelfde politieke partij.”

Bij Sonia thuis was de politieke gezindheid gelijk. Sonia’s oma, yaya, was vervent NVP-aanhanger. Zo ook haar moeder. “Yaya liep rond in haar groene gedoe en waste iedereen de oren. Ik was ook voor de NVP. Ik hield van Dòktor’. Op woensdag hield hij bijeenkomsten speciaal voor vrouwen. De Dames van Woensdag (Damanan di Djarason), zo werden we genoemd. Ik herinner me ook dat het vrouwenkiesrecht werd ingevoerd. In 1948. Wij leerden de vrouwen hoe ze stemmen moesten. We hadden een proefhokje, een stembiljet en een potlood. Uiteraard maakten wij van die gelegenheid ook gebruik om de partij van Dòktor aan te duiden. ‘Je moet op die groene kleur stemmen en dan helemaal bovenaan het bolletje inkleuren.” Yaya, Sonia’s oma, stemde haar hele leven trouw op de NVP met uitzondering van één keer. ,,Dat was toen de DP met de invoering van het Ouderdomspensioen kwam. Ze is toen niet gaan stemmen maar heeft een volmacht afgegeven voor een DP-stem. ‘Als ik dat niet doe, ga ik toch op Nashonal stemmen.’ Van het pensioengeld dat ze kreeg, 50 gulden per maand, spaarde ze een bedrag bij elkaar om een grafkelder met twee verdiepingen te kopen. ‘Ik ga boven. Jij mag eronder.’ Ik was het daar natuurlijk niet mee eens en protesteerde. Yaya gaf repliek en liet weten dat er geen discussie over mogelijk was. ‘Het is zoals met seks… wie betaalt, ligt boven.’ Toen ik aanhaalde dat er echt wel meerdere manieren waren om seks te bedrijven, zei yaya: ‘Sera bo boka’ (Hou je mond).”

Sonia herinnert zich ook de discussie over de voertaal in het Bestuurscollege en dat er steeds meer stemmen opgingen om de moedertaal, het Papiaments, ‘naar school’ te sturen. ,,Fifi Römer kwam ermee. Hij had zijn kinderen uit hun schoolboeken horen lezen. Dat voorbeeld bracht hij in. ‘Voorzitter, mijn kinderen spreken van ‘de apostélen van je-zus’ en van ‘Nico-de-mus was een neef van je-zus’. Dat kan toch niet.’” Het werd uiteindelijk Chano Margaretha van de DP die de stap echt zette. ,,Hij sprak het parlement in het Papiaments aan. In 1958. ,,Dat was wat. De vergadering werd gesloten. De voorzitter, Michael Gorsira, sommeerde Margaretha in het Nederlands te spreken. Hetgeen hij weigerde. Ondertussen stroomde het Wilhelminaplein vol mensen. Dit was natuurlijk een zeer gewaagde rel. De brandspuit werd klaargezet. Heel spannend allemaal. Na rijp beraad werd de Openbare Vergadering weer hervat en mocht Chano in het Papiaments verder praten.”

Ook in het Papiamentssprekende parlement bleef er genoeg te lachen. ,,Curaçaoënaars zijn heel creatief met woorden. Ik ging graag naar de Staten, vaak alleen maar om te lachen. Zo was er een keer een vergadering over een meelfabriek die ervan werd beticht een monopoliepositie in de markt te hebben. Een parlementariër kwam met een zak meel naar de Staten om zijn punt kracht bij te zetten. Het meel was volgens hem heel erg slecht. ‘Hasta trahadó di repa ta bisa ku e ariña no ta sirbi’ (Zelfs pannenkoekenbakkers zeggen dat dit meel niet deugt). Wij begonnen al te lachen omdat ‘trahadó di repa’ ook lesbienne betekent. Het antwoord hierop kwam van een minister van Economische Zaken: ‘Bisa e trahadó di repa di stòp di traha repa i usa stòkbrood’ (Zeg tegen die pannenkoekenbakkers dat ze moeten stoppen met pannenkoeken bakken, laat ze een stokbrood gebruiken). Dat stokbrood had hij bij zich en daar stond hij mee te zwaaien. Plat lagen we. Het was echt leuk maar ook inhoudelijk goed. Je kwam niet zomaar in de Staten, zoals nu. De parlementariërs waren ouder en legden gewicht in de schaal. Ze kenden hun onderwerpen en waren goed op de hoogte van het reglement van het parlement. Kundige fatsoenlijke mensen. Het ging er ook veel gemoedelijker aan toe, ook al gebeurde er genoeg gekkigheid.

Ik weet van een premier die in slaap gevallen was en daarmee een motie van wantrouwen miste. Toen hij de Statenleden toesprak en het had over ‘zijn kabinet’ werd hij onderbroken met de mededeling dat hij dat niet meer had. Het kabinet was terwijl hij dutte gevallen. Hilariteit alom natuurlijk maar op een nette manier. Niet zoals het nu gaat. Daar word ik echt verdrietig van. Ik ben ook al heel lang niet meer gaan stemmen. De laatste keer was met het referendum over de slotverklaring. De ‘si’- of ‘no’-verkiezing. En naar de Staten luisteren doe ik al helemaal niet meer. Ik kan niets met de grove, harde manier waarop het nu gaat.”

[Klik hier voor deel 4]

[uit Antilliaans Dagblad, 11 mei 2012]

Het orakel van Curaçao (2)

door Elodie Heloise

Sonia Garmers (1933), de grande dame van de Curaçaose literatuur, is een van die kleurrijke mensen die ons eiland rijk is en wiens leven vol gekkigheid en wijsheid zit. Wie ‘Sonia’ zegt, heeft het over het over geheimen, verhalen, nieuwtjes (meestal waar) doorspekt van humor en een ongebreidelde liefde voor het leven en mensen. Met een lach en een traan brengt zij het verleden tot leven, verdraagt zij het nu en heeft ze een uitgesproken mening over de toekomst. ,,Ik ben misschien oud, maar niet gek.”

 

Sonia Garmers
Als schrijfster en alleenstaande moeder van vier dochters heeft ze van alles gedaan om haar
hoofd boven water te kunnen houden. Regelmatig werd ze geconfronteerd met tegenslagen die alleen met een klinkende lach te hanteren waren. Zo deed ze haar man de deur uit (‘Hij kon niet kiezen tussen wat er achter het hek en daarbuiten op straat aan vrouwelijk schoon rondliep’), werkte ze bij La Cruz, de Amigoe en Radio Hoyer. Ze verkocht antiek, gouden sieraden en werd plaatstelijk wereldberoemd vanwege haar lotenverkoop. Verder schreef ze kinder- en kookboeken – de laatste vooral wanneer ze geld nodig had – en werkte ze op haar ‘oude dag’ bij Landhuis Bloemhof als wegwijzer en curiositeit. Dat Sonia ook een van de speciale beschermelingen was van May Henriquez, één van de pioniers van Curaçao met betrekking tot kunst en cultuur, is iets dat niet veel mensen weten.
Willemstad, Koningin Emmabrug, @ Archief Fraters van Tilburg
Deze keer spreekt zij van oude mensen op Curaçao.Mi tin ril di Kòrsou… Ik krijg de rillingen van Curaçao.”Oude mensen zijn slim. Door de jaren die ze geleefd hebben. Ze zitten vol wijsheden die praktisch zijn. Bruikbaar en waar. Ook nog in deze tijd. Maar je moet ze wel met respect behandelen. Het is jammer dat jongeren tegenwoordig denken dat ze alles beter weten. Het leven blijft het leven en oude mensen hebben daar al een heel stuk van achter de rug. Zij weten dingen, hebben voor situaties gestaan en hebben oplossingen moeten verzinnen. Daar kun je wat van leren. Maar dan moet je wel willen luisteren. Jongeren nemen daar de tijd niet meer voor. Ik denk altijd: ‘Laat ze maar kletsen’ en ik denk er het mijne van.Maar ja wie ben ik. Ik ben gek.”
Een communicantje met haar yaya
Het thema ‘oude mensen’ voert Sonia direct naar haar eigen oma waar ze een bijzondere band mee had. Een sterke realistische en intelligente vrouw die zo haar nukken en grillen had. “Gelukkig is mijn oma nooit naar school gegaan”, zegt Sonia lachend. “Anders was ze waarschijnlijk een levensgevaarlijke advocaat geworden. Mensen zoals mijn Yaya zijn er niet meer. Ze deed alles, werkte op het land, had een kleine veestapel en zorgde voor ons nadat mijn vader was overleden.” Sonia’s oma, Emerencia Justina Lorenzo Hulita Candelaria Macares (‘Vraag niet waar al die namen vandaan komen, ik heb geen idee, maar zo noemde ze zichzelf’), ging zich echt bemoeien met het leven van haar kleindochter toen Sonia’s vader op zijn 33e overleed. Sonia was vijf jaar. ,,Op Aruba, waar we toen woonden, is hij gestorven. Hij was douanebeambte en kreeg een fataal auto-ongeluk. Mijn grootmoeder had maar één kind en toen zij dat verloor besloot zij zich alles wat dat kind had voortgebracht aan familieleden toe te eigenen. Ze had een eigen huis op Rooi Santu maar trok ook half bij haar schoondochter en kleinkinderen in. Ik weet niet beter of Yaya was er. Altijd en vaak tot ergernis van mijn moeder omdat die twee niet goed met elkaar overweg konden. Het waren twee eigenwijze vrouwen elk met de missie de ander te domineren. Trots was ze, en als je haar krenkte dan was je aan de beurt. Er zijn mensen waar ze om die reden nooit meer mee gesproken heeft. Ze werkte bij mensen thuis, kon verschrikkelijk goed koken. Maar er waren drie woorden waar ze allergisch voor was: ‘Hasi lie (doe vlug) en mester (moet)’. Die woorden moest je niet gebruiken.
Er zijn er die daar over mee kunnen praten. Er was een gezin waar krabben klaargemaakt moesten worden en de man des huizes gebruikte ‘mester’ en ‘hasi lie’. Alles moest om 12.00 uur klaar staan. Yaya deed om vijf voor twaalf uien in de pan en liet het huis geuren naar eten.
Het gezin zat al likkebaardend aan tafel. Maar er kwam niks. Yaya was vertrokken.”
Foto: Bea Moedt
“Nee, de tijden zijn veranderd. Bo sa no: Het is voor oude mensen niet leuk meer. Ze zijn bang. Gaan de deur niet meer uit. Vroeger deed je de deur misschien dicht, maar nooit op slot. Nu moet je in een kooi wonen. Ik weet nog dat een moord iets heel bijzonders was. Daar werd weken, zo niet maanden over gepraat. Nu is dat normaal. Het is echt heel triest. Zelfs autorijden is gevaarlijk geworden. Er is geen geduld en als je niet snel genoeg reageert, word je uitgescholden. Dat is mij ook overkomen. Twee dames met krulspelden in riepen naar me: ‘Muhe pendeu, bai kore na Betesta’ (Stomme vrouw, ga bij Betesta (verzorgingstehuis) autorijden).”
De derde inbraak in Sonia’s huis in de stad heeft haar flink geraakt en ervoor gezorgd dat ook zij eigenlijk de deur niet meer uit wil. “Die vent is midden in de nacht binnen geweest. Ik lag te slapen en dat idee, daar heb ik last van gehad. Het gebeurde vlak voor Kerstmis vorig jaar en ik besloot het advies van mijn dochters dan toch maar op te volgen. Zij wilden al langer dat ik wegging waar ik zat. En nu zit ik dan in een ‘home’. Mi tin ril di Kòrsou. Zoals het nu is…, dit land is zo veranderd. Wapens, geweld, slecht opgevoede kinderen. Ik weet dat Yaya tegen me zei dat ik ervoor moest zorgen dat ik altijd twee flessen zoutzuur in huis had. ‘Voor het geval een man je iets wil doen. Wapens heb je niet nodig. Gewoon zoutzuur. En als de rechter aan je vraagt hoe het kan dat je dat in huis had zeg je gewoon dat je er de wc mee schoonmaakt’.”
Sonja zucht en zegt dan: “Ik weet niet waarom het nu zo is. Soms denk ik dat Nederland dit land gecorrumpeerd heeft door er altijd maar voor te blijven zorgen. Wanneer mensen niet moeten werken voor hun geld, het gewoon krijgen, dan kan er toch ook niets goeds van terechtkomen? Dit is in elk geval niet goed.”
“Weet je wat het is: ik ben niet bang om te sterven. Helemaal niet. Maar ik wil dat rustig kunnen doen. Op mijn eigen bed.”
[Klik hier voor deel 3]
[Eerder verschenen in het Antilliaans Dagblad, hier iets ingekort omdat een deel van het interview al in deel 1 stond]

Het orakel van Curaçao (1)

Sonia Garmers (79) is iemand die ik graag en als het even kan veel spreek. En niet alleen vanwege het feit dat zij de perikelen van schrijvers kent en ik haar niet zoveel hoef uit te leggen. Sonia’s leven en dat van mij vertonen regelmatig maffe parallellen en ik leer ervan door te luisteren naar wat zij met wat zij op haar bord kreeg, deed. Zo deed ze haar man de deur uit, werkte ze bij de Amigoe, schreef ze kinderboeken en stond ze er in alles voornamelijk alleen voor met haar kinderen. Ze heeft de gekste dingen gedaan om haar hoofd boven water te houden en werd regelmatig geconfronteerd met ‘tegenslagen’ die alleen met een klinkende lach te hanteren waren. Zo werd haar eerste ‘epistel’ dat zij op stencils drukte opgegeten door geiten omdat ze het niet goed opgeborgen had. Zo geronnen, zo gewonnen. Sonia liet haar hoofd niet hangen en besloot grinnikend dat er dan in elk geval ‘iemand’ van haar verhalen genoten had. Zij het dan niet op de manier die zij voor ogen had gehad. En zo zijn er duizenden verhalen die huizen in deze vrouw. Ik ga nooit bij haar vandaan zonder een lach op mijn bloknote die zich ook nestelt in mijn hart.

Onlangs verhuisde ze van haar huisje middenin een levendige wijk waar zij de lokale junks haar sigaretten liet halen naar een ‘home’, een aanleunwoning in een nettere buurt. Omdat er voor de derde keer bij haar ingebroken was. ‘Het is nu genoeg. Ik ga weg.’ Sonia zou Sonia niet zijn als zij daar gras over liet groeien. Een beslissing eenmaal genomen betekent boter bij de vis. Ze belde me op om me te vertellen dat ze nu op een kerkhof woont met allemaal oude suffe mensen. Dat zij zelf ook al bijna 80 is, is daarin slechts een onnozel detail. Onnozel of niet, ze begeeft zich nu in schemertijd en wanneer we niet oppassen zijn zij en haar verhalen straks spookfluisteringen in mijn oor. Daarom zal ik een serie maken waar zij het platform krijgt. Ik zal haar op een zeepkist zetten en haar laten roepen wat ze maar wil. Over mannen, vrouwen, kinderen, politiek, de liefde, seks. Over Curaçao en haar tradities. Over wat was, wat is en wat nog zal komen. Het orakel van Curaçao zal van zich laten horen. Omdat het nu nog kan.

[Klik hier voor deel 2]

[van de blogspot van Elodie Heloise]

Sonia Garmers

Portret van de Antilliaanse schrijfster Sonia Garmers, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 101 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

En nou wat?

door Elodie Heloise

Daar zit ik dan. Een boek bijna bij de drukker, de ander ligt bij mijn coach voor commentaar. Een routine van meer dan een jaar ligt op z’n ‘gat’. In between books… dat is waar ik zit en het voelt vreemd om er even niet mee bezig te zijn. De twaalf mensen die maanden doorleefden in mijn hoofd terwijl ik aan het koken, werken of wassen was, zijn tot rust gekomen. Geen razende scenes meer, geen dialogen in wording. Het is gewoon doodstil. Wat hen betreft dan. Bij mij van binnen namelijk broeit het. Een beetje onwennig en eerlijk gezegd jeuken mijn handen. Een rustige onrust, alsof er ruimte is ontstaan in mij waarmee ik nog even niet weet wat ik ga doen. Zo voelt het.

Is dat normaal, vroeg ik me af. Volgens Sonia Garmers is het beste wat je kan doen gewoon aan je volgende boek beginnen. Seth Gaaikema vertelde me dat je zonder die onrust creatief ‘dood’ bent en dat ik er heel dankbaar voor moet zijn dat ik me zo voel. Mijn moeder zei: ‘Ga wat doen. De bedden verschonen, je huis poetsen, doe iets.’ Ik keek rond, zag de wapperende lakens aan de lijn en de streeploos opgedroogde vloer. ‘Al gedaan mam.’ Ze zette me wel aan het denken. De ruimte zit niet in wat ik doe, ontdekte ik, ze zit in mijn hoofd en behalve dat het wat onwennig is voelt het eigenlijk ook wel goed.

En dus doe ik even niets. Laat ik het maar over me heen komen. Ik ben in between books en ik heb zo’n idee dat ik dat nog vaker mee zal maken.

[van de blogspot van Elodie Heloise]

Lees- én kijkboek: Kwelgeesten rond de kapokboom

door Sharlon Monart

Het leesboek Kwelgeesten rond de kapokboom wordt donderdag 10 november gepresenteerd in Teatro Luna Blou op Curaçao. Bijzonder aan dit boek zijn Quick Response codes (QR-codes) waarmee via smartphones een filmpje over het eerste deel van het boek te zien is.

Charlotte Doornhein. Foto © Sharlon Monart

“Lezen is goed voor jongeren. Waarom hen niet daartoe prikkelen door over te steken naar hun digitale wereld vol moderne gadgets?”, stelt auteur Charlotte Doornhein. Zij is daarom blij met haar bijdrage aan de kinderboekenweek die op Curaçao van 5 tot en met 16 november 2011 loopt.

Kruisbestuiving
De tekst van het boek en de bijbehorende kunstvideo van beeldend kunstenaar Frouwkje Smit versterken elkaar bij het verhaal over een bijzondere kapokboom in het natuurgebied Roi Rinkon op Curaçao. In de crossover-roman komen onder meeree erfenis van indianen, locaties met een unieke energie en afgehakte hanenvleugels voor.

“Er is een crossover tussen literatuur en film, Curaçao en Nederland en ook tussen het verleden en het heden”, aldus Doornhein. Doornhein vindt dat de lezer van haar boek een grote keuze heeft in de manier waarop het verhaal benaderd en opgevat kan worden.. Zij raadt echter af om de vier delen van het 110 pagina’s tellende boek snel achter elkaar te lezen: “Sommigen die dat hebben gedaan, meldden mij dat zij er duizelig van werden.”

16+
Kwelgeesten, een offersteen, een revolver en foto’s van dode honden maken het boek verder ongeschikt voor té jonge lezers. Volgens de schrijver kunnen lezers van zestien jaar en ouder zich aan haar werk wagen.

Voor deze doelgroep presenteren Diana Lebacs, Laura Quast en andere podiumkunstenaars uit Curaçao en Nederland Kwelgeesten donderdag tussen negen en tien uur ‘s ochtends in Teatro Luna Blou. De toegang is gratis en na de doop van het boek door Sonia Garmers en Rina Penso kunnen scholieren in de tuin nader kennismaken met alle aanwezige schrijvers, acteurs en kunstenaars.

[RNW, 9 november 2011]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter