blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Gangaram Panday Diana

Vrouwelijke voetstappen in de geschiedenis zichtbaar gemaakt

1001 vrouwen in de 20ste eeuw

door Chandra van Binnendijk

Je zou het niet gauw denken, maar er bestaan écht geschiedenisboeken die zich net zo smakelijk laten lezen als een goede roman. Zo een uitzonderlijk boek is 1001 vrouwen in de 20ste eeuw (2018), samengesteld door historica Els Kloek. Even meeslepend als de legendarische verhalenvertelster Sheherazade die haar leven wist te redden door duizend-en-een-nachtenlang spectaculaire verhalen te vertellen aan de man die haar wilde onthoofden, zo boeiend voert Els Kloek de lezer mee door de geschiedenis van de vorige eeuw, aan de hand van de levensverhalen van duizend-en-een interessante vrouwen.

read on…

Is Wan pipel de grootste Surinaamse film ooit?

In Suriname kennen ze de dialogen nog woord voor woord. Wan pipel (1976) van Pim de la Parra wordt maandagavond vertoond in het Compagnietheater in Amsterdam.

read on…

De maatschappelijke betekenis van ‘Rubia’ in Wan Pipel

 

Afgelopen week overleed Diana Gangaram- Panday. Volgens regisseur Pim de la Parra zou Wan Pipel zonder haar als ‘Rubia’ nooit zo goed zijn geweest. Hij pleit voor een monument voor Gangaram-Panday vanwege haar rol in het doorbreken van het raciale taboe in Suriname. Ook journalist Roy Khemradj vindt dat er een monument voor ‘Rubia’ moeten komen, maar dan in de vorm van een sociologische studie. “Een creools-Hindostaanse relatie is veertig jaar na dato nog steeds een gevoelig onderwerp in discussies.” read on…

‘Zonder Rubia zou Wan Pipel niet zo goed zijn’

door Naomi Hoever

Paramaribo – “Zonder Rubia zou Wan Pipel niet zo goed zijn geweest”, zegt cineast Pim De La Para als reactie op het overlijden van Diana ‘Rubia’ Gangaram Panday. “Zij was geen beroepsactrice maar deed niet onder voor Willeke van Ammelrooy.” De la Parra is de regisseur en scenarioschrijver van deze filmklassieker (1976) waarin Borger Breeveld de mannelijke hoofdrol speelt. read on…

Diana Gangaram Panday overleden

Paramaribo – Diana Gangaram Panday, die de hoofdrol Rubia vertolkte in de Surinaamse filmklassieker Wan Pipel, is dinsdagavond overleden in het Academisch Ziekenhuis. Dit bevestigen familieleden van Gangaram Panday aan de Ware Tijd. read on…

Het kleine meisje in ‘Rubia’ zoekt liefde

Diana Gangaram Panday vertolkte ‘Rubia’ in Wan Pipel (1976). Foto © Jason Leysner 
Paramaribo – Diana Gangaram Panday (66), die de hoofdrol Rubia vertolkte in de film Wan Pipel, is na lang weer in Suriname. Mens & Maatschappij ging bij haar op audiëntie. Het werd open en openhartig gesprek over een ‘verbrijzelde ziel’. De klappen vielen sinds haar prille jeugd. “Toen al was ik Wan Pipel.”
“In de ogen ziet men de ziel”, zegt Gangaram Panday. Op de vraag of ze iets erover kan zeggen, antwoordt ze: “Nou, ik weet niet of ik nog wel eentje heb. Mijn ziel is zo vaak verbrijzeld dat je zelf eraan gaat twijfelen. Als ik ‘s morgens mijn Bijbel lees, zeg ik huilend met pijnen: ‘Heer, mijn ziel vindt geen rust, mijn ziel dwaalt nog. Nog steeds knijpt het, het doet pijn.'”
Diana Gangaram Panday als Rubia in Wan Pipel (1976)

 

Over haar bezoek aan president Bouterse zegt zij onder meer: “Nu er eindelijk een president is die echt iets voor me wil doen, wordt er gezegd dat hij me wil misbruiken. Hij wil mij huis en haard en een scootmobiel geven.”
Maar nog belangrijker vindt zij vergiffenis en liefde van haar familie. “De hele wereld komt langs, maar wat heb ik eraan als mijn moeder niet komt; dan kan ik net zo goed stikken. Dat kleine meisje in mij huilt en wil stoppen met huilen.”
[uit de Ware Tijd, 08/02/2014]

Actrice uit film Wan Pipel bij president Bouterse

Diana innig omhelsd door Bouterse

De door de zeer populaire Surinaamse speelfilm Wan Pipel bekend geworden actrice Diana Gangaram Panday was gisterochtend, donderdag 23 januari 2014, te gast bij president Bouterse. De ontmoeting vond plaats op zijn Kabinet.

Gangaram Panday vertolkte in de film de rol van Rubia. Ze blikt tevreden terug op het de ontmoeting en het gesprek met het de president en heeft haar waardering uitgesproken voor het feit dat hij tijd heeft kunnen vrijmaken om haar te ontvangen.
Een zogenoemde ‘ingewijde’ zegt op GFC Nieuws, dat de actrice vol lof is over de hartverwarmende en liefdevolle wijze waarop het Surinaamse staatshoofd haar tijdens de ontmoeting heeft behandeld.
Waarom de ontmoeting blijkt niet uit het GFC Nieuws-bericht.
Wan Pipel is een Surinaams-Nederlandse speelfilm uit 1976 van regisseur Pim de la Parra. De hoofdrollen worden vertolkt door Borger Breeveld, Willeke van Ammelrooy en Diana Gangaram Panday.

[uit Obsession/GFC Nieuws, 25 januari 2014]

Wan Pipel

De film Wan Pipel ging op 18 mei 1976 in Cannes in première, werd op 7 juli 1976 in Paramaribo voor het eerst vertoond en op 18 augustus 1976 in Nederland. De respons in Cannes – voor zover daar al van gesproken kon worden – was lauw, tot grote teleurstelling van regisseur Pim de la Parra. In Paramaribo daarentegen was de aandacht voor de productie overweldigend. De identificatie van de toeschouwers met het verhaal en zijn personages overtrof de stoutste verwachtingen. In de discussies die op gang kwamen, stonden de maatschappelijke en culturele dimensies van de film centraal. De kunstzinnige aspecten bleven onderbelicht. In Nederland lokte het werk leden van de Surinaamse gemeenschap naar de bioscoop, maar lieten representanten van de autochtone witte bevolking het duidelijk afweten. Recentelijk is de film gerestaureerd en in Suriname en Nederland opnieuw aan het publiek vertoond. Ook in de kortgeleden voltooide documentaire Parradox van In-Soo Radstake komt Wan Pipel voorbij. In dit portret van De la Parra gaat het eveneens om de productie en receptie en veel minder om de artistieke aspecten van de rolprent.

Borger Breeveld en Grace Ooft

Op zichzelf is dat niet onbegrijpelijk. Vanaf de eerste vertoning in Suriname was Wan Pipel omgeven door controverses. Exponenten van de Hindostaanse bevolkingsgroep – namokkend over de onafhankelijkheid die in 1975 tegen hun wil tot stand was gekomen – hekelden de moraal van de film. De boodschap van etnische assimilatie hield naar hun oordeel onvoldoende rekening met de eigenstandigheid en waarde van de afzonderlijke deelculturen. Het kon toch niet zo zijn dat een bevolkingsgroep, die op dat moment niet in het politieke machtscentrum vertegenwoordigd was, als achterlijk werd afgeschilderd, omdat deze groep zijn culturele en religieuze identiteit wenste te behouden? Heethoofden mobiliseerden krachten tegen de Hindostaanse acteurs in de film, die zij verweten onvoldoende loyaal te zijn aan de eigen groep. Vooral hoofdrolspeelster Diana Gangaram Panday kreeg het zwaar te verduren. Er werd een hetze tegen haar gevoerd, die de actrice dwong naar Nederland uit te wijken. Zelf heeft De la Parra de productie van Wan Pipel altijd als een noodlotsdrama voorgesteld. De begroting van de film werd ver overschreden, de bezoekersaantallen bleven bij de verwachtingen achter en het failliet van productiemaatschappij Scorpio Films bleek onafwendbaar. Wan Pipel kostte De La Parra bovendien zijn huwelijk en markeerde het einde van zijn cinematografische carrière. Hij zou nadien nog wel minimal movies maken, maar nooit meer speelfilms voor het grote publiek.

Wat in het collectieve geheugen is weggezakt (of misschien wel nooit deel heeft uitgemaakt van dat geheugen) is dat Wan Pipel er zonder een geldinjectie van de Surinaamse regering er nooit zou zijn gekomen. Het toenmalige kabinet-Arron stak zijn nek uit door De la Parra een royale subsidie te verlenen. Dat kwam de minister-president in augustus 1976 – kort na de Surinaamse première – op kritiek te staan van de oppositie. Die had geen goed woord over voor de schenking van Sf 275.000,- aan Wan Pipel, ‘die in Suriname veel aanleiding tot kritiek heeft gegeven mede omdat de verhoudingen tussen de delen van de bevolking er door vertroebeld zijn’. Waarom had de regering geen voorschot (desnoods renteloos) verstrekt, ‘ook gelet op het kassucces dat Wan Pipel was geworden in Suriname’? Was het niet mogelijk om de overheidsbijdrage geheel of gedeeltelijk terug te vorderen? In april 1977 deed de Rekenkamer er nog een schepje bovenop. Deze liet weten dat de regering beter een lening onder gunstige voorwaarden aan Scorpio Films had kunnen verstrekken. Zou de film commercieel niet succesvol blijken, dan had de lening alsnog in een volledige of gedeeltelijke gunstgave kunnen worden omgezet.

Arrons repliek op de geuite bezwaren was simpel. De uitgave die was gepleegd ten behoeve van Wan Pipel diende te worden beschouwd als een verantwoorde kostenpost in het kader van het integratiestreven van de regering: ‘Het verschil in opvatting tussen de oude en de huidige generatie t.a.v. de zo noodzakelijke integratie tussen de verschillende bevolkingsgroepen is in Wan Pipel op treffende wijze weergegeven. De opvatting van de oude generatie, die de etnische groepen gescheiden wilde houden, wordt in deze film categorisch verworpen.’ Behalve als een instrument in het proces van natievorming diende de film volgens Arron te worden beschouwd als een visitekaartje voor Suriname. Het zou de bekendheid van de jonge republiek in het buitenland vergroten.

Diana Gangaram Panday en Borger Breeveld

Daarmee was de kous niet af. Na de staatsgreep van 25 februari 1980 riepen de militaire machthebbers in september van dat jaar een Bijzonder Gerechtshof in het leven. Dit Gerechtshof bestond uit burgers en militairen en was per decreet ingesteld om corruptieve gedragingen te onderzoeken en plegers van corruptie op te sporen, te vervolgen en te berechten. Een aantal politici en ambtenaren ontkwam niet aan gevangenisstraf opgelegd door het Gerechtshof. Maar opmerkelijker was dat veel kopstukken van de NPK-regering niet werden veroordeeld. Hun zaken werden bij gebrek aan bewijs geseponeerd. Zo ook de zaak tegen Arron. Auditeur-fiskaal Ronald van Ritter meende daarbij wel enkele kanttekeningen te moeten maken. In navolging van eerdere criticasters verweet hij Arron Sf 275.000,- te hebben geschonken aan Scorpio Films zonder de vertoningsrechten op Wan Pipel op te eisen. Hierdoor was volgens hem een deel van de gunstgave niet in de staatskas teruggevloeid. In die zin, zo meende Van Ritter, had Arron afbreuk gedaan aan de financiële belangen van de staat en was de Surinaamse gemeenschap benadeeld. Bij Arron leidde deze uitlating tot een laconiek schouderophalen. Hij bracht het integratiestreven van zijn regering in herinnering en bleef erbij dat er niets onrechtmatigs was gebeurd.

Dat was er natuurlijk ook niet. Sterker, de schenking weerspiegelde een staatsbemoeienis met cultuur die zijn weerga niet kende en tot op heden in Suriname niet is geëvenaard. Wan Pipel was het cadeau van het kabinet-Arron aan het Surinaamse volk om de geboorte van de onafhankelijke staat Suriname te vieren. Tegelijk fungeerde de film als een ideologisch vehikel dat kijkers aansprak op hun verantwoordelijkheid als burger en als deelnemer aan de zich ontwikkelende natie. Ook nu nog spoort het verhaal kijkers aan om na te denken over hun plaats in de samenleving en de bijdrage die zij aan hun land kunnen leveren. Een geslaagder voorbeeld van een linkse hobby wil mij dan ook even niet te binnen schieten. Nu nog een discussie over de artistieke aspecten van de film.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter