blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Fortuin Arjen

Onheus bejegend? Moreira werd getroffen door puur racisme

Ahmad Mendes Moreira (Excelsior) werd in het FC Den Bosch-stadion uitgescholden voor Zwarte Piet, katoenplukker en erger. Dat werd een mini-itempje in Studio Sport.

read on…

Polemist, krenker en agressieveling

Albert Helman – Het leven van deze auteur, journalist en politicus leest als een trip door de 20ste eeuw

door Arjen Fortuin

Eigenlijk zou er bij Rusteloos en overal, de biografie van Albert Helman (1903-1996) een animatie gevoegd moeten worden die zijn reis over de wereld toont. Want het ‘overal’ uit de titel is een understatement. Als kind van Suriname naar Nederland en terug. Weer naar Amsterdam en door naar het Republikeinse Spanje, Zwitserland en Mexico. Terug naar Nederland en van daaruit verder terug naar Suriname. Washington, New York, Tobago en Italië; Hilversum en, ergens moet het eindigen, sterven in Buitenveldert. Maar het belang van een mens ligt niet in waar hij was, maar in wat hij deed. Maar ook daar rijst bij Albert Helman de vraag waar je moet beginnen? Bij de literator of bij de politicus, bij de diplomaat of de musicus? Of, dezelfde vraag eenvoudiger gesteld: bij Lou Lichtveld of bij Albert Helman? read on…

Mano Bouzamour straalt de meisjes op de eerste rij omver

door Arjen Fortuin

Is er nog een leesbevorderingsvrije ruimte in Nederland? Ik twijfelde eraan toen ik, voor de interviews uiteraard, naar de talkshow RTL Late Night keek en daar plotseling Kluun ontwaarde, bijkans onzichtbaar achter een imposante stapel paperbacks, die hij stuk voor stuk aanprees. Waarna een vriendelijke blonde rapper (naam vergeten, sorry) en zanger Gordon Heuckeroth hun eigen favoriete boek presenteerden. Gerard Joling keek zwijgend toe met de blik van een vierdeklasser die vreest een beurt te krijgen. read on…

Roemer: “P.C. Hooftprijs is troostend”

Sinds P.C. Hooftprijs-winnaar Astrid Roemer te horen kreeg van de toekenning van de belangrijkste Nederlandse literatuurprijs is ze “onophoudelijk blij”.

door Arjen Fortuin

Astrid Roemer woont weer in de Benelux – in Gent. De afgelopen jaren gold de P.C. Hooftprijswinnaar 2016 als ‘spoorloos’. Documentairemaker Cindy Kerseborn zocht haar tot in Schotland, waar de 69-jarige schrijfster „met kat, rugzak en laptop” naartoe was getrokken. Na ruim tien jaar verscheen Roemer in mei van dit jaar weer in de openbaarheid, op een literaire avond die te harer ere werd georganiseerd. read on…

Het zijn er niet veel hè, die boeiend schrijven en emoties losweken

Hij is naar de Spaanse horizon vertrokken. Na twee bestsellers komt Stefan Brijs (De engelenmaker) nu met een ‘harde, maar eerlijke’ roman over Curaçao. „Er gebeuren verschrikkelijke dingen in mijn boeken.”

door Arjen Fortuin read on…

Alles van waarde is waardeloos

door Arjen Fortuin

Was het nog maar oorlog. Terwijl een gracht verderop de medewerkers van De Arbeiderspers ‘Utrecht’ googleden om te zien wat hun boven het hoofd hing, las ik op zolder bij Querido het jaarverslag over 1943.

In dat jaar maakte die uitgeverij 29.000 gulden winst. Omgerekend naar 2010 is dat 168.000 euro. En dat was dan alleen de legale winst van de uitgeverij, die op dat moment werd bemand door Geert van Oorschot, zijn broer, zijn zus en zijn zwager. Hij scharrelde ook nog wat in sigaren. Het joodse personeel zat ondergedoken en kreeg betaald uit de zwarte kas, waarvan de omvang niet meer te achterhalen is.

Het klinkt onvoorstelbaar, maar cijfers zijn pas cijfers als je er andere cijfers bijhaalt: een jaar eerder was de winst van Querido het dubbele. (Zoals Wesley Sneijder verantwoordelijk is voor de 6,6 % procent groei van de Maand van het Spannende Boek 2011: vorig jaar overlapte de actiemaand met het WK voetbal en bleven de resultaten 6,8 % achter bij 2009)

Toen de nazi’s Querido in de zomer van 1944 liquideerden, was de boekenvoorraad 400 gulden waard. Een jaar eerder was dat nog 12.000 gulden en een maand na de bevrijding was die magere boekenstapel teruggetransformeerd tot 17.539 gulden. Verstoppen is ook een vak.

Maar het is geen oorlog meer. Een uitgever die nu zijn boeken een jaar in de kelder laat liggen, kan ze nog maar op één plaats kwijt: de ramsj. We naderen het punt waarop de genetisch gemodificeerde kiloknaller bieflapjes langer houdbaar is dan een roman. Wie zijn boekenkast weleens opruimt, kent de meewarige glimlach van de antiquair die een stapel onbeschadigde, 12 maanden oude romans ziet: ‘We kunnen er niets mee, maar u mag die tas hier laten staan.’

Dat laatste komt ook omdat je de eerste druk van Nijhoffs Nieuwe gedichten (Het lied der dwaze bijen, Moeder de vrouw, Het kind en ik, Awater) er niet hebt bijgestopt. Die bundel werd in 1934 gedrukt in een oplage van 500 exemplaren, onkosten 268 gulden, waarvan 93 aan honorarium voor de auteur. In het kasboek van Querido staat voorzichtig geschreven: 400 verkopen. (‘Een geur van hoger honing […] ried ons, ach roekeloozen, de tuinen op te geven, riep ons, ach roekeloozen, naar raadselige rozen.’)

Niet dat de spullen op zolder bij Querido zoveel waard zijn: ‘We hebben ons knipselarchief aan het Letterkundig Museum aangeboden, maar dat had geen belangstelling. We proberen er dus zelf maar zo goed mogelijk voor te zorgen.’

[uit NRCboeken, vrijdag 8 juli 2011]

De criticus tussen Facebook en bushokje

door Arjen Fortuin

De literaire kritiek dood en begraven? Je zou het zo langzamerhand voor waar aannemen. Een reeks opgewekte essays in de New York Times bewijst echter het tegendeel. De kritiek bloeit. Binnen zes weken na verschijning van Freedom van Jonathan Franzen stonden zeshonderd recensies op amazon.com, aldus de boekenbijlage van de New York Times. Nooit was recenseren zo eenvoudig: één Facebook-muisklik is genoeg om ‘Dit vind ik leuk’ te zeggen. Volwaardige literaire kritiek is dat niet, vond de krant, die zes critici vroeg om ‘uit te leggen wat ze doen, waarom ze het doen en waarom het belangrijk is’.

Critici die over kritiek schrijven – ik maakte me op voor sombere stukken over de dood van de kritiek (niemand luistert nog!), ruimtegebrek (boekenbijlages verdwijnen!) en wereldvreemdheid (stijl is alles!) met uitlopers naar het algehele verval van de cultuur (de iPad is van de duivel!). Maar nee: slechts één criticus schreef over de dood van de kritiek (inderdaad, de academicus) en één collega meldde een tikje blasé dat hij weliswaar over romans schreef, maar zich niet als criticus beschouwde (juist, de romanschrijver van het gezelschap). Verder las ik een reeks opgewekte essays. Over hoe de droomtheorie van Freud iemand deed inzien dat er toch méér over Anna Karenina te zeggen is dan er in de tekst staat, over het nut van de negatieve recensie, over hoe een zelfbewuste criticus kan tonen dat we méér zijn dan consumenten, over de het verdwijnen van saaie stukken ‘die bestemd lijken voor iemand die opgesloten zit in een bushokje tijdens een wolkbreuk in, zeg 1953’.

En geïnspireerde stukken over kritiek zijn óók altijd geïnspireerde stukken over literatuur, waarmee ze zich onderscheiden van moeizame academische deconstructiepogingen en van babbelstukjes met een handvol ‘sterren’ of ‘ballen’ in de kantlijn – om de twee uitersten van het spectrum even te noemen. ‘De hedendaagse criticus moet een evangelist zijn’, schrijft Sam Anderson, ‘impliciet of expliciet – niet voor een bepaald boek of een bepaalde schrijver, maar voor de literaire ervaring zelf’.

Had ik dat maar via Facebook gelezen in plaats van op nytimes.com, dan had ik er mijn eerste ‘Dit vind ik leuk’-duimpje van 2011 bijgezet.

[uit NRC Boeken, dinsdag 18 januari 2011]

‘Hans Faverey werkte net als Joan Miró’

Duizend pagina’s Faverey zorgen voor nieuwe blik op het werk van de dichter

door Arjen Fortuin

De nalatenschap van dichter Hans Faverey bevat een complete, afgewezen, debuutbundel en 200 ongepubliceerde gedichten, ontdekte Marita Mathijsen.

Zes weken zat neerlandica Marita Mathijsen in een appartement in het Italiaanse Triëst om de nalatenschap van dichter Hans Faverey (1933-1990) uit te zoeken. Het leverde tweehonderd onbekende gedichten op van de man die lang onbegrepen bleef, maar die inmiddels wordt beschouwd als een van de belangrijkste Nederlandse dichters van de twintigste eeuw.

Ook vond Mathijsen het manuscript van een complete bundel, die in 1964 door uitgeverij Querido werd afgewezen, vier jaar voor Faverey’s debuut bij De Bezige Bij. De helft van de 33 gedichten belandde later in reguliere bundels, 16 van de allervroegste Favereys verschijnen woensdag voor het eerst in de verzamelbundel Gedichten 1962-1990.
Waarom is deze bundel niet eerder ontdekt, bijvoorbeeld toen tien jaar geleden de bundel Springvossen, met nagelaten gedichten verscheen?
Springvossen was een persoonlijke keuze uit de nalatenschap door Faverey’s vrouw. Het waren de gedichten die zij mooi vond. Er was waanzinnig veel materiaal, dat heb ik nu pas helemaal bestudeerd. Ik trof een mapje aan met de gedichten die hij aan Querido stuurde, compleet met de afwijzingsbrief van die uitgeverij.”
Waarom wilden ze het niet hebben?
„In de brief worden geen argumenten genoemd. Ik vond ook een brief van tijdschrift Maatstaf uit dezelfde periode. ‘Het kan aan ons liggen, maar dit sprak ons nauwelijks aan’, schreven zij.”
Lag het inderdaad aan hen, of zijn deze gedichten gewoon minder goed dan het wel gepubliceerde werk?
„Reinold Kuipers van Querido heeft later aan Faverey gezegd dat hij spijt had. De gedichten uit die bundel passen precies bij het werk uit zijn eerste bundels, het doet daar zeker niet voor onder.”
Waarom wist men er zich dan geen raad mee?
„Faverey was, zeker in het begin, een zeer conceptuele dichter. Heel geestig en humoristisch, maar niet eenvoudig te begrijpen. Hij haalde dingen de poëzie binnen die daar volgens de heersende opvattingen niet thuishoorden.”
Zoals?
„Er is een kort gedicht waarin hij de computertaal ALGOL 60 gebruikte. De meeste mensen wisten in de jaren zestig niet eens dat die bestond, laat staan dat je er gebruik van kon maken met een dichtregel als ‘ :: =’ Dat deed Faverey gewoon. ”
Zit in dat soort vernieuwingen ook zijn grote verdienste?
„Het was bijzonder, maar het is niet het allerbelangrijkste. Dat is de manier waarop hij naar taal keek. Hij prikte steeds door de oppervlakkige betekenis van de woorden heen, probeerde ze te isoleren en dan te kijken wat er overbleef. In Triëst zag ik een tentoonstelling van de schilder Joan Miró en de gelijkenis trof me. Allebei gaan op een vergelijkbare speelse manier met hun materiaal om.”
Faverey werd pas in de jaren voor zijn dood begrepen. Hij is lang miskend gebleven.
„De latere bundels van Faverey zijn veel anekdotischer, dan zie je sneller wat zijn bedoeling is. Die is in de loop der jaren niet veranderd. ”

De bundel Gedichten 1962-1990 (De Bezige Bij) wordt woensdag gepresenteerd op een aan Faverey gewijde literaire avond in Amsterdam. Zie http://www.slaa.nl/

Twee van de ongepubliceerde gedichten van Hans Faverey uit de jaren zestig:
Duidelijk:
het wit neemt toe,
de tekst neemt af.

Op een morgen
kan ik niet meer
met mijn rechterhand
mijn linkeroor aanwijzen.

Zon
en maan, elk

met zó’n dossier bij de BVD –
dacht u,

dat die ooit nog
op een leidinggevende post kwamen?

[overgenomen van NRC, donderdag 11 november 2010]

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter