blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Fort Zeelandia

Schrijversgroep ’77 bestaat 35 jaar

 

door Rolf van der Marck

De onbegrijpelijke uitspraak van voorzitter Ismene Krishnadath, dat Schrijversgroep ’77 vanwege zijn politieke onafhankelijkheid “bij uitstek geschikt is om te bemiddelen in kwesties waar schijnbaar onoverbrugbare politieke tegenstellingen zijn”, deed mij van mijn stoel vallen van verbazing. Was ik lid geweest dan zou ik onmiddellijk hebben bedankt. Krishnadath noemde als voorbeeld de plannen van het kabinet van de president om het Fort Zeelandia-complex terug te brengen “in de schoot van het beleids- centrum”. Uiteindelijk gingen deze plannen niet door, “maar, mochten er bemiddelaars nodig zijn geweest, dan hadden wij als S’77 een rol kunnen spelen.” Hoe haalt Krishnadath het in haar hoofd?

Doel & leden

Alvorens onjuiste uitspraken te doen, heb ik mij op Wikipedia geïnformeerd over ontstaan, doelstelling en geschiedenis van de groep, die op 31 oktober haar 35ste verjaardag viert. De statuten van de Vereniging Schrijversgroep ‘77 hebben als doelstelling te streven naar de bevordering van de Surinaamse letterkunde, de bevordering van de geestelijke en maatschappelijke belangen van haar leden en de bevordering van internationale literaire contacten, in het bijzonder die van de eigen regio.

Als gewone leden kunnen personen ouder dan 18 jaar worden toegelaten die literair werk hebben geschreven en gepubliceerd in een van de in Suriname gangbare talen en die in het bezit zijn van de Surinaamse nationaliteit, of geboren uit een of twee Surinaamse ouders, of die in Suriname geboren en getogen zijn. De voorwaarden impliceren dat ook Surinaamse schrijvers zonder Surinaams paspoort lid kunnen worden.

Frank Martinus Arion & Trudi Guda in 1977, het jaar van hun huwelijk en van de oprichting van S’77
Geschiedenis

De groep werd mede door de inzet van de toen in Suriname wonende en werkende Antilliaanse schrijver Frank Martinus Arion en diens Surinaamse vrouw, de dichter Trudi Guda, op 26 augustus 1977 in Paramaribo opgericht. Het eerste bestuur bestond uit: Mechtelli Tjin-A-Sie (pseudoniem Mechtelly), Harry Reeberg (pseudoniem Imro), Orsine Nicol, Stanley Slijngard (pseudoniem S. Sombra), Eddy Pinas, Gerrit Barron en René Isselt.

De belangrijkste activiteit van de Schrijversgroep ‘77 werd het organiseren van literaire avonden, zowel rond werk van de eigen leden, als rond het werk van buitenlandse schrijvers of in Nederland woonachtige Surinaamse auteurs, waaronder Henk Barnard en Corly Verlooghen. De groep nam niet deel aan maatschappelijke debatten, hetgeen begrijpelijk is gezien zijn doelstelling.
Geheel anders moet echter worden geoordeeld over het uitblijven van enige stellingname inzake de coup van 25 februari 1980 en de toenemende mensenrechtenschendingen sindsdien, zeker nadat de schrijver Jozef Slagveer op 8 december 1982 lafhartig is gemarteld en vermoord. Kennelijk vanwege de revo-sympathieën van onder andere Barron, Mechtelly en Sombra was de Schrijversgroep ’77 niet in staat en/of niet bereid onderscheid te maken tussen deelname aan maatschappelijk debat en verzet tegen dictatuur.

Geheel begrijpelijk ebde de belangstelling weg en werd de Schrijversgroep gemarginaliseerd tot een kleine club met over het algemeen zeer matig bezochte avonden rond de figuren Frits Wols, S. Sombra, Mechtelly en Albert Mungroo. Leden als Michael Slory, Shrinivási, Bhai en Orlando Emanuels lieten zich nog maar zelden zien.

Stand van S’77 
Wedergeboorte
In de tweede helft van de jaren ’90 beleefde de S’77 zijn wedergeboorte. Er kwam een nieuw bestuur, bestaande uit Ismene Krishnadath, voorzitter, Robby Parabirsing (pseudoniem Rappa) secretaris, en Alphons Levens, bestuurslid. Sinds 1992 organiseert S’77 elke laatste woensdag van de maand activiteiten in Tori Oso aan de Frederick Derbystraat. In de nu 35 jaar van zijn bestaan heeft Schrijversgroep ’77 zich naar zeggen van Ismene Krishnadath ontwikkeld van een groep linkse creoolse intellectuelen tot een politiek onafhankelijke organisatie.
 
Dat laatste, de status van een politiek onafhankelijke organisatie,verhoudt zich volgens mij absoluut niet met een bemiddelingsrol bij politieke tegenstellingen. Ook zou daarvoor tenminste een statutenwijziging noodzakelijk zijn, indien een ledenvergadering deze wezenlijke wijziging van de doelstellingen al zou goedkeuren. Mijns inziens moet de S’77 lering trekken uit het verleden, en begrijpen dat wel degelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen deelname aan maatschappelijk debat en verzet tegen dictatuur. En daarmee bedoel ik heel direct de zelfcensuur die de schrijvende pers onder dictator Bouterse moest toepassen om te overleven, maar die onder ‘democratisch’ president Bouterse niet meer nodig zou zijn maar toch nog voortleeft. Dan heeft de groep geen andere politieke geschillen meer nodig.

 

Omstreden plannen Fort Zeelandia lijken van de baan

De omstreden plannen om het Fort Zeelandia en omliggende officierswoningen ‘terug te brengen in de schoot van het beleidscentrum’ lijken voorlopig niet door te gaan. Dit blijkt onder andere uit het feit dat betrokkenen de afgelopen maanden niets meer hebben vernomen van het kabinet van de president of van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov).

Ook in zijn jaarrede heeft president Bouterse niets gezegd over de plannen voor het Fort Zeelandia-complex. Toen die in mei dit jaar aangekondigd werden, ontstond hierover veel ophef in de samenleving. Velen zagen het als een mogelijke aanzet van president Bouterse om sporen van de moderne geschiedenis – waaronder de Decembermoorden  van 1982 – ‘uit te wissen’. Directeur Laddy van Putten van het Surinaams Museum, gehuisvest in Fort Zeelandia, zegt sinds de aankondiging niets meer van het kabinet van de president te hebben gehoord. Rinaldo Klas, directeur van het Nola Hatterman Instituut, evenmin. Zelfs directeur Cultuur van het Minov, Stanley Sidoel, weet sindsdien niet hoe het ervoor staat met de plannen.

Zoals aangeschreven zou het complex al op 1 september ontruimd moeten zijn. Bijvoorbeeld het kantoor van het Surinaams Museum zou plaats moeten maken voor de Sranan Tori Academia  en het museum zelf voor het hoofdkwartier van Carifesta 2013. Cultureel adviseur Paul Middellijn, de architect achter deze plannen, is onlangs in ongenade gevallen en uit de voorbereidingscommissie Carifesta gezet door algemeen coördinator Ivan Graanoogst.

[uit de Ware Tijd, 11/10/2012]

Historische blunders

door Rolf van der Marck

Het Britse parlement heeft kort geleden de historische blunder begaan om de ‘Big Ben’ in Londen om te dopen tot ‘Elizabeth Tower’. De toren is hernoemd om Queen Elizabeth te eren, die dit jaar 60 jaar geleden tot koningin werd gekroond. Alhoewel de toren in feite gewoon ‘Clock Tower’ heet, staat hij wereldwijd bekend als Big Ben, naar de politicus Sir Benjamin Hall, Big Ben genoemd vanwege zijn rijzige gestalte, de originator van de in 1859 voltooide neo-Gothische Clock Tower.

read on…

‘Geschiedenis kun je niet opleggen’

De Surinaams geschiedenis moet van onderop geschreven worden. De geschiedschrijving moet niet opgelegd worden, met of zonder uzi. “Het moet gedragen worden”, zei Rosemarijn Hoefte van het Koninklijk instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) bij de Nederlandse presentatie van het boek Verzamelaars en volksopvoerders, musea in Suriname 1863-2012 van de 28-jarige historicus Pepijn Reeser. Eerder werd het boek in Suriname gepresenteerd. Reeser legt uit dat de titel van zijn boek de mensen beschrijft die zich bezighouden met musea: “Ze vinden het belangrijk om iets te verzamelen, maar ze doen het met een doel.” Geschiedenis is een gereedschap, zegt hij, waar je alles uit kunt halen wat je wil.

Bastion Veere
In Leiden kregen de plannen van de Surinaamse regering [geformuleerd in een rapport van adviseur Paul Middellijn] om het Surinaams Museum uit Fort Zeelandia te zetten veel aandacht. Dat kwam naar buiten enkele weken nadat het boek van Reeser op de binnenplaats van het fort was gepresenteerd. “Als je Bastion Veere uit de herdenking (van de Decembermoorden, red.) haalt dan maak je het een soort geuzenplek. Dan krijgt het een nog grotere lading dan het al heeft”, zei Hoefte.
Volgens Reeser geeft het plan aan dat de musea door de Surinaamse regering minder belangrijk worden gevonden dan het levende erfgoed, zoals zang, dans en de vertelcultuur. “Maar ik vind het jammer. De instellingen die er nu zitten doen erg goed werk. Ik zie de noodzaak om ze weg te sturen niet.” De historicus ziet parallellen met de militaire tijd van de jaren ’80.
Dat de regering een eigen visie heeft op de geschiedenis vindt hij niet erg, als andere visies maar niet monddood worden gemaakt. Het Surinaams Museum is belangrijk om een ruimere blik op de geschiedenis te tonen; daar worden dingen getoond die niet meer bestaan. Volgens Reeser is het oude koloniale stempel een van de dingen waar de regering problemen mee heeft.

Surinaams perspectief
Erik Schilp van het Nationaal Historisch Museum benadrukt dat geschiedenis nooit kan worden uitgewist: “Geschiedenis is sterker dan enig machthebber op enig moment.” Hij zou het interessant vinden om het boek van Reeser over vijf jaar een update te geven met de ontwikkelingen die er dan zijn geweest. En met een ander perspectief: “Laat het door een Surinamer schrijven. Dan is de vergelijking interessant.”

[RNW, 19 juni 2012]

Verzetsmuseum Amsterdam steunt Surinaams museum

Het Verzetsmuseum Amsterdam heeft officieel steun betuigd aan de ondertekeningsactie die het Fort Zeelandia Complex in beheer van het Surinaams Museum en de andere gebruikers moet houden. De solidariteitsbrief was ondertekend door bestuursvoorzitter Hans Blom en directeur Liesbeth van der Horst.

Het Verzetsmuseum Amsterdam wijst op de samenwerking met het Surinaams Museum in het kader van de tentoonstelling ‘Wereldoorlog in de West’. Vele tientallen mensen uit de wereld van kunst, geschiedenis, wetenschap, mensenrechten en cultuur hebben inmiddels hun steun betuigd aan de ondertekeningsactie, die was geinitieerd door schrijver/hoogleraar Michiel van Kempen en essayist Theo Para.

De actie was een antwoord op de plannen vanuit het kabinet van president Bouterse het Fort Zeelandia Complex politiek te annexeren. De ondertekenaars maken zich in het bijzonder ook zorgen om het in Fort Zeelandia gevestigde Nationaal Monument Bastion Veere – 8 december 1982, dat een officieel eerbetoon is aan de vijftien helden van de democratie, die vals beschuldigd zonder vorm van proces werden gemarteld en vermoord.

Theo Hiemcke – Ter Overdenking

We kunnen onze bewogen geschiedenis niet veranderen of ongedaan maken. Ons land heeft zowel in het grijze verleden als in onze tijd, goede en slechte tijden gekend. We gedenken met respect allen die geleden hebben onder slavernij, dictatuur, vervolging, ballingschap, oorlog, geweld, armoede en slechte leefomstandigheden. Dat doen we ook om bewust te blijven van de noodzaak ervoor te zorgen dat deze bedreigingen zich in de toekomst niet meer voordoen en we eensgezind kunnen bouwen aan een welvarende en gelukkige samenleving.

read on…

Mausoleum voor Hira?

door Rolf van der Marck

 

Sandew Hira is niet te stoppen. Ondanks alle kritiek die hij heeft moeten incasseren op zijn idee om Fort Zeelandia tot een mausoleum te maken “waarin de pijn en het verdriet van 400 jaar onderdrukking, vernedering en moorden worden samengebracht”, komt hij vandaag –niet verrassend– op StarNieuws met een nieuwe aflevering van zijn obsessieve-compulsieve stoornis aangaande dekolonisatie, getiteld Principes, opportunisme en moraal. Geheel passend in de persoonlijkheidsstructuur van Sandew Hira reageert hij niet op de negatieve reacties, maar enkel op de –in zijn ogen ongetwijfeld– positieve reacties van Eugène van der San en Paul Middellijn. Eerstgenoemde heeft Hira niet alleen de hemel in geprezen, maar hem zelfs “deze geweldige mens Sandew Hira” genoemd, terwijl Middellijn hem via Facebook heeft benaderd om zitting te nemen in de commissie voor de invulling van Fort Zeelandia.

Hira’s column van vandaag is een antwoord op Middellijn’s uitnodiging, een antwoord dat Hira’s spagaat duidelijk maakt tussen opportunisme en moraliteit. Daarbij is Hira ook nog eens uiterst naïef door luidop en publiekelijk aan Van der San en Middellijn te vragen: “Vinden jullie dat Fort Zeelandia moet worden omgebouwd tot een mausoleum waarin ook de Decembermoorden –waar Bouterse, de president, de verantwoordelijkheid voor draagt– een volwaardige plek moet krijgen?” Het antwoord zal natuurlijk “nee” luiden, maar dat wist Hira al. Waarom moet hij dan zo op het publiek spelen? Aan het slot van zijn column herhaalt Hira nog eens zijn vraag in andere bewoording: “In de maatschappelijke commotie die is ontstaan over een nieuwe bestemming van Fort Zeelandia waren er krachten die morele argumenten rond de Decembermoorden gebruikten om politieke punten te scoren. De vraag is nu of het beleidscentrum politieke argumenten gebruikt om een morele benadering van de Decembermoorden terzijde te schuiven. Als de reactie van de initiatiefnemers op deze column bekend zijn, dan kan iedereen beoordelen of ik en andere spelers in de discussie handelen uit opportunisme of principes en moraal.”

Wat beweegt Hira om een vraag te stellen waarop hij het antwoord kent, wat in godsnaam beweegt hem, anders dan zijn obsessieve-compulsieve stoornis? Is dit de manier om ons te overtuigen van zijn hoge morele standaarden? Waarom vindt hij het nodig om ons op de vraag van Middellijn: “Je bent toch niet bang vanwege de herrie die is ontstaan?” te laten weten: “Alsjeblieft zeg, zo kijkt Middellijn kennelijk naar me. Als een opportunist, die met zo’n vraag onder druk moet worden gezet. Als ik niet in de commissie wil, dan ben ik bang. Waarvoor? Om geassocieerd te worden met de NDP!” Waarom deze omhaal van woorden om ons duidelijk te maken dat hij géén opportunist zou zijn? Om aan te tonen “dat mijn keuzen in het leven niet worden ingegeven door angst, maar door morele principes, ongeacht de associaties die wie dan ook wil leggen als gevolg van mijn keuzen.” Was het niet veel eenvoudiger geweest om eerlijk te zeggen dat hij zich heeft vergist? Dat zijn voorstel niet opportuun is in de huidige politieke constellatie? Dan hoeft hij ook geen angst meer te hebben voor ongewenste associaties.

Rapperdepapper de pappappap…

door Rolf van der Marck
Wat bedoelt Rappa nu eigenlijk met zijn commentaar op de brandbrief van Michiel van Kempen en Theo Para? “Ze” fulmineren dan wel, “maar wij wonen en werken hier, wij vangen die klappen het eerste op”. Wat voor klappen heeft Rappa ooit opgevangen? Hij babbelt wekelijks een eind weg in zijn volledig gratuite column op StarNieuwsen in plaats van daar te fulmineren op alles wat Bouterse en die companen van hem misdoen, praat hij ze alleen maar naar de mond, bang om anders boomrijp te zijn voor een nieuw 8 december. Maar nee, dat wil hij vooral voorkomen! En ook als lid van de Schrijversgroep ’77 heeft hij niet de moed kunnen opbrengen om dat clubje een ferm standpunt te laten innemen inzake de annexatie van Fort Zeelandia-complex. Dit is geen zelfbeschikkingsrecht, dit is over je heen laten lopen, anderen over je laten beschikken!
Dan durft hij ook nog te besluiten met een verwijzing naar de reactie van een van de meest dubieuze figuren rond Bouterse, Eugène van der San, op StarNieuwsvan maandag als bewijs dat “het echt wel goed komt”. Op zo’n wijze loopt het Fort echt wel weg, te beginnen met “Devil”.
StarNieuws is niet echt gezegend met columnisten als Hira en Rappa!

Reactie Rappa op de Open Brandbrief over Zeelandia

Open reactie terug aan onze terecht bezorgde broeders en zusters.

28 mei 2012
Rustig aan, jongens, rustig aan. Niet met zo een blinde jodenhaat steeds inhakken op alles wat Bouterse en die companen van’em doen, rustig mang! Jullie zitten daar lekkertjes vaak terecht te fulmineren op dat o zo gehate monster, maar wij wonen en werken hier, wij vangen die klappen het eerst op, niet jullie. Dus, niet te hard van stapel lopen, we wassen dit varkentje ook wel. Als we jullie ondersteuning nodig hebben, zullen we daar beslist om vragen, liever niet andersom. Dat is nou eenmaal het zelfbeschikkingsrecht dat wij als Surinamers op 25 november 1975 toch hebben gehad? Wel nu. Lieb’oen doe oen egi tori, oen n’e kong troeb’oen fasi f’wroko. En zie de reactie van Van der San vandaag, maandag, het komt wel goed, echt wel. We willen niet nog een keer 8 en 9 december hebben. Jullie toch ook niet? Wel nu, rustig aan, rustig aan, dat fort loopt echt niet weg.

Rappa

Beste Rappa,

Er lijkt sprake van misverstand, wij in Nederland zijn slechts de kruiwagens van een verzet tegen de annexatie van het Fort Zeeandia door ‘het gehate monster’ dat in Suriname zelf begon. Dat zal ook blijken uit de ondertekening, die een mooie synthese laat zien van patriottisme en internationale solidariteit. Het is mij ook bekend dat E. van der San een geschrokken terugtrek beweging maakte (‘het is slechts een plan’), ze zijn geschrokken van de ‘heisa’. Ik wil er verder op wijzen dat 8 december 1982 (9 december was een misleiding van de macht) niet het gevolg was van het assertief gebruik van het recht op vrije meningsuiting door de slachtoffers en anderen, maar van het aangematigd recht van de daders te kunnen bepalen wie al dan niet mag leven of wie menswaardig mag leven. De opzet was de vestiging van de totalitaire staat, die zij ook vestigden. Het is als bij de verkrachting, niet het minirokje van het slachtoffer, maar het crimineel gedrag van de dader staat terecht. Zwijgen heeft nooit geholpen mensenrechtenschenders halt te doen houden!

Odi,

Henry Does

Open brandbrief: ‘Handen af van Fort Zeelandia’

Fort Zeelandia, binnenplaats. Foto © Michiel van Kempen

Uitgenodigd door schrijver Michiel van Kempen en essayist Theo Para hebben binnen enkele dagen 123 mensen in Suriname, Nederland, Curaçao en Aruba de Open Brandbrief ‘Handen af van Fort Zeelandia’ ondertekend. De brief is een protest tegen de plannen van het Kabinet van de President om het Fort Zeelandia Complex onder zijn controle te brengen.

De tekst van de brief luidt:

Vanuit het Kabinet van President Bouterse zijn het Surinaams Museum en andere gebruikers van het Fort Zeelandia Complex in de vorm van ‘een plan’ te kennen gegeven dat uiterlijk 1 september 2012 het Fort Zeelandia moet zijn ontruimd. Dit om ‘een nieuwe culturele invulling te geven aan het Complex die past bij de inzichten van het beleidscentrum.’ Het Surinaams Museum heeft echter sinds vele jaren op uitstekende wijze culturele invulling gegeven aan het Fort Zeelandia. Er zijn tal van culturele manifestaties geweest, er zijn belangwekkende exposities georganiseerd en de ruimten van het complex bieden onderdak aan vooraanstaande culturele instellingen. Er is geen andere instelling in Suriname die zoveel Surinaams historisch-cultureel erfgoed beheert als het Surinaams Museum. Het doet dat zonder politiek oogmerk, zonder winstoogmerk en met als enig doel het conserveren en uitdragen van alle culturen die Suriname rijk is.

Het heeft voor de renovatie van het Fort Zeelandia substantiële ondersteuning gehad van Nederland. Die hulp aan het conserveren van het culturele erfgoed vond plaats in de geest van de culturele paragraaf van het Raamverdrag voor Vriendschap en Nauwere Samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname. In die zin kan het gerenoveerde Fort Zeelandia worden beschouwd als een cultureel project van vriendschap tussen de volkeren van Suriname en die van het Koninkrijk der Nederlanden.

Overgaan tot het ontruimen van het Fort Zeelandia Complex is een schoffering van alle bijzondere inspanningen die op het complex gedurende jaren zijn geleverd. De geest van rechtszekerheid en behoorlijk bestuur verdraagt zich niet met het willekeurig terzijde schuiven van gewekte verwachtingen.

Een bijzondere plaats in het Fort Zeelandia wordt ingenomen door het Nationaal Monument Bastion Veere – 8 december 1982, dat op 8 december 2009 met de onthulling van de plaquette door president-dichter Ronald Venetiaan officieel werd opgericht. De vijftien slachtoffers van de decembermoorden waren daarmee officieel gerehabiliteerd. Naast de plaquette bestaat het monument uit de muren van het Bastion waarin de kogelinslagen van de standrechtelijke executies zijn geconserveerd. Met het monument kregen nabestaanden en sympathisanten eindelijk een plek waar zij de gevallenen gezamenlijk kunnen herdenken en er bloemen kunnen leggen. Het monument ligt achter in het Fort Zeelandia en de toegankelijkheid en het beheer zijn slechts gegarandeerd door het Surinaams Museum. Als het Surinaams Museum moet verdwijnen uit het Fort betekent dat ook het eind van het Nationaal Monument Bastion Veere – 8 december 1982. Het is immers onbestaanbaar dat die hulde aan de vijftien voormannen van democratie en recht in Suriname past binnen ‘een culturele invulling’ van het ‘beleidscentrum’ van de hoofdverdachte.

Wij roepen allen op deze aanslag op de museale cultuur, de human rights memorial beweging en de Surinaams-Nederlandse vriendschap met klem af te wijzen.

[einde tekst]

Hieronder in alfabetische volgorde de namen van de ondertekenaars van de Open Brandbrief:

Natascha Adama, politicoloog

Willy Alberga, journalist

Marijke Amatdjais, Sociaal Juridisch Dienstverlener

Henna Asin, bestuurslid mensenrechtenorganisatie OGV/gepensioneerd leerkracht

Wim Bakker, muziekauteur

Kees de Bakker, uitgever Conserve

Rochitas Baldew, gepensioneerde

Shyam Baldew ,supervisor

Sylvia Baldew-Tilakdharie , OGV, gepensioneerde

Henri Behr

Noraly Beyer, journalist
<br/ >Hans Blom, voorzitter bestuur Verzetsmuseum Amsterdam

P.B.M. Bolwerk, Oud waarnemend Directeur Surinaams Museum in Paramaribo/Oud museum consulent in de Provincie Gelderland/Oud Streekconservator in de Gemeente Ede/Oud directeur Nederlands Tegelmuseum

Ronald Bos, intercultureel letterenconsultant

Sharlene Bosk, Line Producer bij The Backlot

F. Brewster-Liesdek, gepensioneerd docente

Helga Burnet

John H. de Bye, chirurg

Ernestine Comvalius, Directeur Bijlmer Parktheater

Carmen Daal, namens nabestaanden van Cyrill Daal, Erven Daal

Eddy C. Dawson, bioloog/ondernemer

Gust De Weerdt, radiologisch laborant, gepensioneerd

Koenti De Weerdt-Baldew, radiologisch laborant, gepensioneerd

Jane Dijk

J.E. Dijkstra, leraar

John Djojo, ontwerper, beeldhouwer, schilder

Albert Doelwijt, tandarts

Thea Doelwijt, schrijfster/theatermaakster

Ida Does, documentaire filmmaker

Michel R. Doortmont, UHD internationale betrekkingen en Afrika studies/voorzitter Nederlandse Vereniging van Afrika Studies/lid ICOMOS Scientific Committee on Shared Built Heritage

Hans Dorrestijn, cabaretier/schrijver

Dolf Douglas

Olga Douglas-Jie A Looi
Bob Dwarka, secretaris VHP Nederland

Alfred Edelstein, directeur Joodse Omroep

H. van Eer

W.A. Egger, jurist

Lydia Emanuels, journaliste/radiomaakster

Andree van Es, wethouder te Amsterdam

Eva Essed-Fruin, voormalig directeur Instituut voor de Opleiding van Leraren, voormalig voorzitter Stichting Surinaams Museum

Maurice Ferrier, chirurg

Gerda Ferrier-Ho Kang You

Hermina G.B. Gaikhorst, vertaalster Spaans en Portugees

Ko van Geemert, publicist

Marijke van Geest, neerlandica

Carolyn Gerling, consultant

Monique Geux, facilitair coördinator

Janis Goede, project Manager

Jennifer Goede, socioloog

Jolanda Goede, thuisbegeleider Vierstroom

Betty Goede – Jong-A-Lim, voorzitter Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede

Rie Goede-Koster

Chequita Goedschalk, coördinator Archief en Kerkelijk Museum

Vanessa Goedschalk

Patty D. Gomes, historica

L.Y. Gonçalves – Ho Kang You, Staatsraad

Valérie Gonçalves, zelfstandig ondernemer
Carel de Haseth, schrijver

Martha Haverkamp,

Martha Hering

Jeroen Heuvel, docent Papiamentu, storyteller en theatermaker

Dorine E.G. van Hinte-Rustwijk, Frankrijk/Nederland

A.E. (Eurlien) Hira, registratiemedewerker

Rosemarijn Hoefte, historicus KITLV

Romeo Hoost, voorzitter schaduwbestuur Moederbond, in 1982, voorzitter Comité Herdenking Slachtoffers Suriname
<br/ >Liesbeth van der Horst, directeur Verzetsmuseum Amsterdam

Isabel Hoving, literatuurwetenschapper

Mike Jacobs, socioloog

Rihana Jamaludin, schrijfster

Denise Jannah, zangeres/zangpedagoge/componiste/actrice

John Jansen van Galen, journalist

Els Jap-A-Joe

Karina Jap a Joe, chemisch technoloog

Sherman de Jesus, cineast

D.C.Jones-Overdulve, lid Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede

Jongeren Tegen Amnestie

Joke Kardux, universitair docent

Michiel van Kempen, schrijver/ bijzonder hoogleraar Caribische literatuur

Vanda Kernizon, social marketeer

Geert Koefoed, taal- en letterkundige

Ada Korbee, kunst- en cultuurmanagement

John Leerdam, politicus en theatermaker

Roos Leerdam-Bulo, informatiemanager

Enver Lieuw, software engineer

Helen Lionarons, psychotherapeut

Wilfred Lionarons, journalist

K.R. Lo Fo Wong, officier KL/SKM/KL b.d.

Ken Mangroelal, filosoof/schrijver

Jetty Mathurin, theatermaker

Ronald May, intercultureel psychiater

May Ling Thio, adviseur/onderzoeker

W.H. Metz, voorziter Stichting MoWic en gastonderzoeker Amsterdam Archeologisch Centrum, UVA

Agnes M. de Miranda-Tjon A Meeuw, sociaalwerkster/pro deo

Els H.P. Moor, redacteur de Ware Tijd Literair/redacteur van vele kinderboeken

Fred Muskiet, kinderarts

Kurt Nahar, beeldend kunstenaar in Suriname

Marianne Nga Yien Elias-Chan, jurist

Carol Nijbroek, MPA-Administrator

Gerard Nijkamp, directie-assistent bij CKC, 1971 tot 1975

Marjo Nijkamp-Treffers, diëtiste in het Diakonessen Ziekenhuis, 1971 tot 1974

Gert Oostindie, directeur KITLV/hoogleraar Caribische geschiedenis Universiteit Leiden

André R.M. Pakosie, natuurgeneeskundige/dichter/schrijver

Theo Para, essayist

Jetty Polanen, onderwijsdeskundige

Milton Ponson, Stichting Rainbow Warriors Core, internationaal activist voor duurzame ontwikkeling en mensenrechten

Ruth del Prado, gepensioneerd leerkracht

Pepijn Reeser, historicus

Gerard Reteig, journalist

Rita Rahman, schrijver, Nederlands Ambassadeur in Santo Domingo

Yasser Riedewald, ondernemer

Gino de Robles, contractadviseur Rijkswaterstaat

Jos de Roo, publicist

G. C. van Roozendaal, UD Internationale Betrekkingen en International Organisatie, Universiteit Groningen

M. Rozenblad, lerares

Wim Rutgers, buitengewoon hoogleraar Literatuurwetenschap en Literatuurgeschiedenis aan de UNA, visiting professor IOL

Yvonne Samson, moeder van de drie jongste kinderen van Cyrill Daal

Ruth San A Jong, schrijver en directeur van de Schrijversvakschool te Paramaribo),
José H. Schmitz, juriste

Tammo Schringa, beeldend kunstenaar

Paulette Smit, actrice

Willy Smits, gepensioneerd Bankemployee RBTT Suriname

Janice Sohansingh, dochter van Robby Sohansingh, Operations/Projectmanagement

Harold Sohansingh, namens de familie Sohansingh

Ravi(jay) Sohansingh, ondernemer

Rob Spong, huisarts te Curaçao

Adriaan van der Staay, cultuursocioloog

Dineke Stam, Intercultural museum and heritage projects

Karel van der Sterren, praktijktrainer en personal coach

Alex van Stipriaan Luïscius, hoogleraar Zuid-Amerikaanse geschiedenis, conservator KIT

Frits Terborg, boekhandelaar te Paramaribo

Anne-Marie Tjin-A-Tsoi, apotheker te Curaçao

P.P.A.M. van Thiel, internist, infectious diseases physician

Ronald Tjoe Ny, gepensioneerde

Ellen Tjon A Meeuw, freelance creative producer

Pieter van der Torn, arts

Owen Venloo, politiek en juridisch adviseur

Hebe Verrest, sociaal-geograaf

Karel de Vey Mestdagh, juridisch adviseur Buitenlandse Zaken/schrijver

Annette de Vries, auteur

Hein Vruggink, auteur Surinaams-Javaans woordenboek

Robert Vuijsje, schrijver

Carlos Weeber, voorzitter bestuur Curaçaosch Museum

Gloria Wekker, hoogleraar gender en diversiteit Universiteit Utrecht

Tanya Wijngaarde, redacteur

Ieteke Witteveen, ex-president Museum Association of the Caribbean

Eddy Wijngaarde, producent

Annet Zondervan, Directeur Centrum Beeldende Kunst Zuidoost, Amsterdam.

Sandew Hira, de afgewezen minnaar van Suriname

 

In zijn wekelijkse column op StarNieuws heeft Sandew Hira gister weer eens zijn monomane dekolonisatie-stokpaardje van stal gehaald, kennelijk heeft hij met zijn boek Decolonizing the Mind onvoldoende bereik gehad. Het nationale drama, de annexatie  van het Fort Zeelandia complex, grijpt hij daarom aan tot meerdere eer en glorie van zichzelf en de auteurs van zijn uitgeverij Amrit, Radjinder Bhagwanbali, De werving en selectie van arbeidskrachten onder het indentured laboursysteem uit India voor de kolonie Suriname, 1873-1916, en Armand Zunder, Herstelbetalingen, en hernieuwde verspreiding van zijn idee van dekolonisatie.

November 1975, het einde van een tijdperk, het standbeeld van Koningin Wilhelmina  moet plaats maken voor het Onafhankelijkheidsplein, foto Surinaams Museum


Nu heeft Fort Zeelandia natuurlijk alles te maken met kolonisatie, maar het is niet zinnig, onkies, welhaast onethisch, om opnieuw de dekolonisatie-strijd op te pakken op het moment dat het hele complex geannexeerd wordt om de geschiedenis geweld aan te doen ten behoeve van de hoofdverdachte in het 8-december-proces. Daarbij gebruikt Hira ook nog valse argumenten: “Maar deze plek is in de loop der tijd verworden tot een folkloristisch museum dat die vier eeuwen durende geschiedenis van pijn en ontmenselijking bagatelliseert en zich beperkt tot 8 december. Het museale gedeelte heeft weinig te maken met de geschiedenis van onderdrukking en uitbuiting en de misdaad tegen de menselijkheid die daar begaan is. Het is een nietszeggend verhaal over cultuur- geschiedenis. Het hele concept van de misdaad tegen de menselijkheid is afwezig. Alleen het verhaal van de Decembermoorden springt eruit terwijl dit verhaal verbonden had moeten worden met het verhaal van pijn en verdriet door de eeuwen heen.”

Hier tegenover staat de perceptie van Theo Para en Michiel van Kempen in hun ingezonden brief in de Ware Tijd van vandaag: “Het Surinaams Museum heeft echter sinds vele jaren op uitstekende wijze culturele invulling gegeven aan het Fort Zeelandia. Er zijn tal van culturele manifestaties geweest, er zijn belangwekkende exposities georganiseerd en de ruimten van het complex bieden onderdak aan vooraanstaande culturele instellingen. Er is geen andere instelling in Suriname die zoveel Surinaams historisch-cultureel erfgoed beheert als het Surinaams Museum. Het doet dat zonder politiek oogmerk, zonder winstoogmerk en met als enig doel het conserveren en uitdragen van alle culturen die Suriname rijk is.”

Hira  is totaal verblind door “die vier eeuwen durende geschiedenis van pijn en ontmenselijking bagatelliseert en zich beperkt tot 8 december. Het museale gedeelte heeft weinig te maken met de geschiedenis van onderdrukking en uitbuiting en de misdaad tegen de menselijkheid die daar begaan is.” Het enige wat Hira ziet en wat voor hem telt is de kolonisatie, of dekolonisatie, al naar gelang. Hij ziet zijn kans schoon om de gedachte van Armand Zunder aan de man te brengen: “Het eeuwenoude fort zou ter nagedachtenis en eerbetoon aan de voorouders van de huidige Surinamers die in Fort Zeelandia zijn vernederd, gemarteld en ook het leven hebben gelaten kunnen worden omgedoopt van Fort Zeelandia in Fort Buku. Liefhebbers van historische namen zouden zich mogelijk kunnen troosten met de gedachte, dat de eerste naam van dit fort, Fort Willoughby was. De sporen van deze naam zijn echter uitgewist. Dit moet niet met de benaming Fort Zeelandia gebeuren. Omdat juist aan deze locatie het afschuwelijke verleden tussen Nederland en Suriname is verbonden moet er een plakkaat komen die uitlegt wat de naam Fort Zeelandia heeft betekend in de historie en verbonden is met het afschuwelijke verleden dat in herinnering moet blijven. Het fort wordt nu als een normaal historisch symbool geprojecteerd, terwijl de historie van de voorouders van vele Surinamers bewust of onbewust in presentaties in het fort wordt verdraaid.

Theo Para


We stellen voor”, aldus nog steeds Zunder, “om de naam Fort Zeelandia te veranderen in Fort Buku, omdat Fort Buku de naam van het Fort is van waaruit de Surinaamse vrijheidsstrijder Boni opereerde. De naamsverandering zou moeten worden gezien als een overwinning van het goede op het kwade. Tegelijk met de naamsverandering zou er in dit fort een mausoleum kunnen worden geplaatst. Het mausoleum dient 24 uur per dag, 7 dagen per week, 365 dagen per jaar door militairen van het Nationaal Leger te worden bewaakt als eerbetoon aan de voorouders van de huidige Surinamers.” Alleen dit laatste zal (de militair) Bouterse aanspreken. Maar ook Zunder doet de werkelijkheid geweld aan door te stellen: ”Het fort wordt nu als een normaal historisch symbool geprojecteerd, terwijl de historie van de voorouders van vele Surinamers bewust of onbewust in presentaties in het fort wordt verdraaid.”

Michiel van Kempen


Hira sluit af met te zeggen: “Het huidige museum in Fort Zeelandia is een Nederlands koloniaal museum. Suriname heeft ook behoefte aan een nationaal museum. Ieder land heeft zo’n instituut. Het wordt tijd dat Suriname dat ook krijgt.” Waarschijnlijk is dit hele verhaal van Hira een ordinaire wraakactie, lees maar: “Het museum wordt ook beheerd vanuit een koloniale visie. Ik heb vorig jaar geprobeerd te filmen in het museum, maar kreeg geen toestemming hiervoor. De wachter aan de poort, een oude vriend van me, zei dat hij opdracht van hogerhand hand had om me niet toe te laten. Ik was daar met Armand Zunder voor een televisie-serie over de geschiedenis van Suriname. We mochten niet naar binnen. Een toestemming die niet onthouden werd aan de Nederlandse makers van de beschamende televisieserie getiteld ‘De Slavernij’. Die mochten zonder problemen filmen.”
Sandew Hira, de afgewezen minnaar van Suriname.

P.S.: Het was verwachtbaar, maar zó snel?!  Lees de reactie van Eugène van der San, de waakhond van Bouterse, op StarNieuws.

P.S. 2: Graag wil ik verwijzen naar een open brief van Stichting  het Surinaams Museum op StarNieuws van woensdag 30 mei, waarin de ‘heren’ Hira, Van der San en Doekhie beleefd doch krachtig op hun vingers worden getikt.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter