blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Fokké Stephen

Bouw oorlogsmonument doorgedrukt: ‘Het is powerplay van Herrenberg’

door Audry Wajwakana
 .
Paramaribo – “Met de voortzetting van de bouw van het oorlogsmonument aan de Waterkant worden bestaande wetten overtreden”, reageert Johan Roozer, secretaris van Commissie Monumentenzorg Suriname furieus. Volgens Roozer heeft de commissie ‘Monument van de gesneuvelde militairen 1986-1992’ niet de juiste instanties bewandeld en is het stuk, om het monument te bouwen, wild geoccupeerd.
Aan de Waterkant werken arbeiders aan het ‘Monument van de gesneuvelde militairen 1986-1992’. Het nieuwe monument ligt op enkele meters afstand van het Monument der Gevallenen.  Foto: Stefano Tull.
Slaan figuur
Hij geeft aan dat de Waterkant valt onder de Werelderfgoedlijst van Unesco die door Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname wordt beheerd. Bij eventuele veranderingen, ook het plaatsen van monumenten, moet de beheerder eerst op de hoogte gesteld worden. Die koppelt terug met de Unesco. “Gesneuvelde militairen in de binnenlandse oorlog en de Waterkant hebben totaal niets met elkaar te maken. Internationaal slaan wij weer een modderfiguur en wordt hiermee bewezen dat effectief communiceren nog altijd een slecht ontwikkelde eigenschap is van bepaalde Surinamers”, zegt hij fel. “Ik heb geen moeite met geen enkele monument, maar laten we nu eindelijk volgens de geldende regels werken. Dit is powerplay van Herrenberg”, zegt Roozer.Brieven
In een brief naar directeur Stanley Sidoel van het Directoraat Cultuur en het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling wees Monumentenzorg eind vorige maand op het effect van dergelijke handelingen op de positie van Suriname op de Unesco Werelderfgoedlijst. Het ministerie van Openbare Werken (OW), die voor de bouw van het monument zorgt, staakte vorige week zaterdag dientengevolge de bouwwerkzaamheden. Per brief liet OW-directeur Mark Rommy de commissie ‘Monument van de gesneuvelde militairen 1986-1992’ toen weten dat er geen toestemming is verleend van instanties voor de bouw. Henk Herrenberg heeft de toestemming uiteindelijk bij het Kabinet van de President gekregen, waarna OW donderdag de werkzaamheden hervatte. Deze handeling komt op het moment dat Suriname op de vingers is getikt door de Unesco over het uitblijven van maatregelen om zijn plaats op de Werelderfgoedlijst te behouden.
 
 
Actoren
Minister Ashwin Adhin van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling waaronder het Directoraat Cultuur valt, blijft op de vlakte over het onderwerp. Volgens hem is het nog onduidelijk wie toestemming moet geven. “We gaan dit na met de verschillende actoren en kijken welke afspraken gemaakt zijn”, geeft hij aan. Directeur Stephen Fokke van Stichting Gebouwd Erfgoed die de beheerder is van de Werelderfgoedsite, is met verlof en heeft via zijn secretaresse laten weten voorlopig niet in de publiciteit te treden. In een eerder interview gaf hij echter aan dat de overheid voldoende bewust is van de impact van zulke handelingen op de kwaliteit van de Werelderfgoedsite. Maar “de overheid speelt don manmet ons”. Alle veranderingen van het Onafhankelijkheidsplein en de Waterkant dienen met Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname opgenomen te worden. Hoewel minister Soewarto Moestadja leden van de Commissie Monument Gesneuvelde Militairen en Burgers tijdens de Binnenlandse Oorlog woensdag heeft geïnstalleerd, is de bouw van het monument maandag 28 oktober aangevangen.
[uit de Ware Tijd, 16/11/2013]

Suriname en de reprimande van Unesco

“Ik ben het natuurlijk oneens met jullie stelling van de dag. Het cultureel erfgoed is een nalatenschap van onze voorouders en daar moeten we zuinig mee omgaan” zegt de directeur van de Stichting Gebouwd erfgoed van Suriname (SGES), Stephen Fokké. “Je belandt op de lijst vanwege je unieke karakter. Wanneer je er op staat komen er vanzelf meer toeristen. Ze komen echt niet voor lelijke moderne gebouwen!”
In het jaar 2002 is onze historische binnenstad op voordracht van de Republiek Suriname geplaatst op de Werelderfgoed lijst van de United Nations Educational Scientific and Cultural Organization, (UNESCO). De Stichting Gebouwd erfgoed van Suriname is ingesteld als de Surinaamse monumentenzorg. Enkele doelstellingen zijn: het leveren van een bijdrage aan de monumentenzorg in Suriname, optimaliseren van het monumentenbeheer en advies geven voor wet en regelgeving. Volgens Steven Fokké zou de Stichting meer bevoegdheid moeten krijgen: “Op papier zijn we de waakhond maar zoals het nu is zijn we meer een papieren tijger.”
Reden
“Het is een misvatting om te denken dat de veranderingen van de waterkant de enige reden is waarom UNESCO dreigt om Suriname van de lijst te halen,” geeft de directeur aan. Er zijn strenge regels voor toelating tot de lijst en als je eenmaal ben toegelaten moet je eraan committeren. “Ik denk dat voor de organisatie dingen spelen zoals: de slechte staat van de gebouwen, wet- en regelgeving die grotendeels ontbreekt en de stadsplanning waar nauwelijks over wordt nagedacht. Het gaat om structurele zaken die al heel lang niet zijn aangepakt,” zegt hij.
Bij onze toetreding tot de internationale lijst heeft Suriname zich gecommitteerd aan regels die nageleefd moeten worden. “Ook het feit dat de gebouwen een te zware kantoorfunctie hebben werkt tegen ons,” denkt Fokké. “Wat we nu zien is dat er aan de gebouwen wordt bijgebouwd om meer kantoren te accommoderen. Na werkuren is het een spookstad die niet aantrekkelijk is voor toeristen want er zijn geen activiteiten meer. De stad is dan dood,” zegt hij.
Suriname
De kranten stonden er bol van, het nieuws dat wij mogelijk van de lijst worden afgevoerd. Ook de directeur Cultuur op het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (MINOV) , Stanley Sidoel geeft zijn mening. Hij vindt dat Suriname er alles aan moet doen om te voorkomen dat Paramaribo de bijzondere status kwijtraakt. Hij is van mening dat betrokkenen meer moeten communiceren om te voorkomen dat zaken plaatsvinden die in strijd zijn met de Monumentenwet. Volgens de krantenberichten vertrekt de minister van Minov over twee weken naar de UNESCO-vergadering en zal daar pleiten dat Suriname alles zal doen om op de lijst te blijven.
Fokké deelt Sidoel’s mening dat de communicatie heel slecht is. “ Veranderingen aan monumenten worden op het laatste moment bekendgemaakt, maar dan is het al te laat.” Daar moeten we voor waken zegt hij: “Als wij veranderingen aanbrengen starten wij een onomkeerbaar proces. Als we de gebouwen eenmaal vernietigen dan is het ‘Einde Verhaal’!”
[overgenomen van boks.sr]

Onafhankelijkheidsplein is geschiedenis

Onafhankelijksheidplein zoals het was

door Edgar Mampier

Het is niet te geloven dat de verminking van het Onafhankelijkheidsplein inmiddels al drie weken aan de gang is en dat eerst nú protesten te horen zijn. Stephen Fokké, directeur van de Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname, die er elke dag mee wordt geconfronteerd als hij naar en van zijn werk gaat, laat eerst nu van zich horen in de media. Alle parlementariërs worden er sindsdien mee geconfronteerd -waarschijnlijk zelfs gehinderd– als ze naar of van de DNA gaan, en eerst nu is er één parlemetariër – slechts één – opgestaan, Gajadien, die zich ernstig zorgen maakt over wat daar aan de hand is.

Bij mijn weten heeft De West op 7 januari als eerste melding gemaakt van het schandaal dat daar in gang is gezet, de dag erna gevolgd door Suriname Stemt. Sindsdien is er een voorlichtingsfilmpje van het ministerie van Openbare Werken op televisie vertoond, waarbij door middel van een animatie een zeer oppervlakkig beeld werd gegeven van hoe het er moet gaan uitzien, waarbij voornamelijk opviel dat het vlaggenplein het ‘centrepiece’ van deze hele exercitie is, kennelijk ontsproten aan het militaire brein van Bouterse en Abrahams om grote militaire parades mogelijk te maken. Korte tijd later was op de televisie te zien dat regeringsvoorlichter Limburg een wandeling langs het project maakte met een onderdirecteur van OW om ons te tonen hoe fraai het zal worden.

Nou, ik kan u zeggen, het ziet er niet uit! Alhoewel het niet zo werd gebracht, is het uitgangspunt waarschijnlijk geweest de versterking van de wal van de Surinamerivier van Torarica tot aan de Centrale Markt, die hier en daar ontoelaatbaar ver is afgekalfd. Die wordt met stenen verzwaard en voorzien van een borstwering over de hele lengte. De stenen trap is daarbij geofferd (met de stenen zouden ze nog iets gaan doen) en de marinetrap zal worden verlengd, omdat er anders geen schepen meer zouden kunnen aanmeren vanwege de aangeplempte walkant. Het budget voor dit project gaat ten koste van het gebudgetteerde bedrag voor de versterking van de wal aan de overzijde in Commewijne, echter zonder dat het afbreuk zou doen aan dat project, maar vraag me niet hoe dat kan.

Zicht op het Zeelandiacomplex en de Waterkant vanaf de Surinamerivier met links de Marinetrap die gaat verdwijnen. Gravure uit Benoit, Voyage à Surinam, 1839.

Dat er eindelijk een halt wordt toegeroepen aan de afkalving is net zo prijzenswaardig als de toevoeging van vlaggenplein met alles er omheen afkeurenswaardig is. Geheel in stijl hebben Bouterse/Abrahams een Nederlands bureau als adviseur in de arm genomen, die met dit plan duidelijk heeft aangetoond geen enkel gevoel te hebben voor de meest bijzondere zowel als kwetsbare plek in Paramaribo. De vraag is ook waarom zo nodig eerst dat vlaggenplein moet worden aanglegd, het had in de rede gelegen als begonnen was met de versterking van de wal. Moet Chávez wellicht binnenkort ontvangen worden?

Gajadien en Fokké hebben – alhoewel te laat – groot gelijk hun hart vast te houden en ze kunnen hun kruistocht niet hoog genoeg opspelen. Gajadien heeft volledig gelijk het een verminking te noemen en Fokké kan niet snel genoeg deze verminking aanmelden bij de Unesco, in de hoop dat die onmiddellijk een schot voor de boeg afgeeft om tot Bouterse/Abrahams te laten doordringen dat Paramaribo wordt afgevoerd van de World Heritage-lijst als dit plan wordt doorgevoerd. Maar ik vrees dat het inderdaad te laat is en dat we het voortaan met foto’s moeten doen, het Onafhankelijkheidsplein is geschiedenis.

De Marinetrap in zijn huidige staat

Rampspoed op en rond het Onafhankelijkheidsplein

door Edgar Mampier

De West van gister had mij al gealarmeerd: “De grasmat van het Onafhankelijkheidsplein wordt uitgegraven als onderdeel van een totale renovatie (…), vanaf Torarica tot aan een Pier? Welke Pier? Wat is het plan en waar kan dat allemaal in maquette-vorm door de volksvertegenwoordiging en omwonenden worden aan-/ingezien? Wat doet men met De Marinetrap, met de Stenentrap, en wie steken achter dit monstergebeuren? Alleen de overheid, of zijn er ook particuliere ganzenavonturiers betrokken?”

Ik ben naar het plein gegaan om het met mijn eigen ogen te zien, maar het is nog vele malen erger dan door De West beschreven, het ziet er naar uit dat het gras voor goed is verdwenen, om plaats te maken voor Noord-Koreaanse défilé’s op hoogtijdagen en een racebaan voor buiten défilé-tijd, vele malen erger nog dan een “monstergebeuren”! Hoe kan dit gebeuren zonder dat iemand er weet van heeft, zonder dat iemand een deugdelijk plan heeft gemaakt en zonder dat belanghebbenden en bevolking zich hierover een mening hebben gevormd en gegeven? Antwoord: Suriname is hard op weg naar een autocratie!

De hele Waterkant, van Leonsdorp tot Beekhuizen, is een gevoelige plek in Paramaribo, waarmee van oudsher gevoelloos is omgesprongen. Maar de Waterkant, van Torarica tot en met het gezwel dat Centrale Markt heet en inclusief het Onafhankelijkheidsplein, is een extreem gevoelige plek, waar niet voorzichtig genoeg mee kan worden omgesprongen. Maar nee, nu komen er de militaire bulldozers Bouterse en Abrahams en ze dozeren die hele gevoelige plek tot gort, niets maar dan ook niets blijft er van over, alleen nog maar geschikt voor militaire parades à la Kim Jong Il, uitgevoerd door onze straks goed gedrilde dienstplichtige jeugd.

 

Hoe bestaat het dat een nitwit als Abrahams dit op z’n jan-militaire fluitjes en in z’n eentje afdoet, hoogstwaarschijnlijk alweer zonder aanbesteding, en wel zeker zonder er deskundigen bij te betrekken, technische zowel als esthetische, zonder Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname en de Unesco vanwege het ‘beschermde stadsgezicht’? Zoals De West schrijft: “Het is gewoon een schande. Men blijft rommelen, totdat het volk zijn stem wederom zal laten horen.”

Laten we hopen dat het volk liever vandáág nog dan morgen een protestmars houdt op wat eens ons mooie Onafhankelijkheidsplein was en dat nu alleen nog maar uitziet als een startbaan in aanleg, ready for take-off.

 

Onafhankelijkheidsplein vlaggen

Vlaggenparade Onafhankelijkheidsplein Paramaribo. Foto © Michiel van Kempen

Vlaggenparade verminking Onafhankelijkheidsplein

De aanleg van een Vlaggenparde is een verminking van het Onafhankelijkheidsplein in Paramaribo. Dat zegt Stephen Fokké, directeur van de Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname (SGES) in een interview met de Wereldomroep.

Als Suriname zich niet houdt aan de afspraken die gemaakt zijn voor het behoud van de oude binnenstad, dat zou dat zelfs kunnen betekenen dat Suriname van de Werelderfgoedlijst wordt gehaald. Ook een TRIS-monument in het gebied rond het Onafhankelijkheidsplein, ziet Fokké niet zitten.

Luister naar het interview, klik hier

OW knikkert Paramaribo van de Werelderfgoedlijst

(zoals Oranjetuin Hotel & Casino eruit zou moeten gaan zien, ware het dat de Chinees op die hoek zijn pand zou verkopen)

Opnieuw wordt een aanslag gepleegd op het historisch erfgoed van Paramaribo. Opnieuw, want nauwelijks langer dan een jaar geleden lanceerde een Nederlands consortium haar project River Harbour Village (RHV). Aan de Waterkant, naast de SMS-pier, zou een jachthaven moeten verrijzen met alle denkbare toeters en bellen, zoals apartementen, restaurants, hotel, casino, shopping mall, etcetera. Daarmee zou de Waterkant zoals wij die tot op heden kennen volledig geramponeerd worden, het zou een barrière vormen tussen de rivier en de stad, het zou het zicht op Paramaribo vanaf het water volledig teniet doen en ‘last but not least’, het zou hebben geleid tot verwijdering van Paramaribo van de Wereld Erfgoedlijst van de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (UNESCO).

Het was zelfs al zover dat de toenmalige minister van Ruimtelijke Ordening Grond en Bosbeheer (RGB), Michael Jong Tjien Fa, een Memorandum of Understanding (MOU) had getekend met genoemd consortium en gepland was om in het voorjaar 2010 met de werkzaamheden aan te vangen. Niet alleen schreeuwden alle organisaties die er toe doen moord en brand, maar ook in de media kwam een breed gedragen protestactie op gang, welke protesten er uiteindelijk in hebben geresulteerd dat toenmalig President Ronald Venetiaan een streep door de rekening heeft gehaald en het project heeft afgeblazen.

Behalve dat de stad onherstelbaar zou zijn verminkt, was er de wetenschap dat de UNESCO Paramaribo zou hebben verwijderd van de Werelderfgoedlijst, omdat realisatie van RHV volledig in strijd was met alle richtlijnen en voorschriften die zij hanteert om de instandhouding van dit unieke stuk werelderfgoed zeker te stellen. Tenslotte is ons erfgoed van Paramaribo een ‘unique selling point’ (usp) voor stad en land, dat als geen ander een magneet vormt voor toerisme, dat gezien moet worden als een van de speerpunten van beleid.

(werelderfgoedlijst)

Alsof wij onze les nog steeds niet hebben geleerd, ligt er alweer een plan op tafel dat bij realisatie hetzelfde desastreuse gevolg zal hebben, namelijk dat Paramaribo wordt afgevoerd van de Werelderfgoedlijst. En ook nu weer verkeert het plan in een vergevorderd stadium, zo ver zelfs dat de Bouwcommissie van het Ministerie van Openbare Werken (OW) het ontwerp heeft goedgekeurd. Bij monde van voorzitter Stephen Fokké heeft de Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname (SGES) ernstig bezwaar aagetekend, omdat het de betreffende nieuwbouw valt binnen het geselecteerde deel van de stad, de zogenaamde bufferzone, waar de strenge richtlijnen en voorschriften van de UNESCO gelden. Helaas ontbeert de stichting echter elke mogelijkheid tot het opleggen van sancties en is zij ambtelijk te laag ingeschaald om effectief te kunnen opereren.

Ook nu is het weer een Nederlandse groep, de EMB-groep, die in dit geval de bouw voorbereidt van Oranjetuin Hotel & Casino (alsof wij er daarvan al niet genoeg hebben) op de hoek van de Zwartenhovenbrugstraat en de Nassylaan, tegenover het pand van Mets en tegenover Casino Princess, het voormalig Star Theater. Hiertoe moeten echter eerst twee historische panden worden gesloopt om plaats te maken voor een gebouw dat qua schaal, hoogte, breedte en massiviteit vloekt met alles wat daar niet mag.

Toen ik bijgaande afbeelding zag, dacht ik even dat Krasnapolsky was ‘gepimpt’ met ballustrades en balkons om een beetje ‘koloniale’ sfeer op te roepen. Maar nee, het is nog erger, het is een nieuw maar quasi koloniaal gebouw, waaraan alleen de geldschieters een boodschap hebben. Het maakt de volstrekt verkeerde want valse indruk: het is geen nieuwbouw en het is geen oudbouw, het is smakeloos: vlees noch vis!

Het is tekenend voor het langs elkaar heen werken van mensen en instaties in dit land, zoals dat ook bij RHV het geval was. Nu is echter OW de grote boosdoener, waar men volledig op de hoogte is van de eisen die aan de bouw in de bufferzone worden gesteld en die desalniettemin het ontwerp heeft goedgekeurd. Ongetwijfeld met een beroep op het economisch belang en zonder twijfel ook op de werkgelegenheid wordt ons erfgoed met droge ogen verkwanseld. Wie wil er nog een bordje linzensoep?

Ston oso: zwarte smet op Paramaribo’s blazoen

door Rolf van der Marck

 

Een foto op de voorpagina van de Ware Tijd van gister, waarop een dame langs Ston oso loopt, Zwartenhovenbrugstraat # 88, op de hoek met de Dr. Sophie Redmondstraat, waarin en waarnaast de petflessen en andere troep hoog liggen opgestapeld, heeft hopelijk velen weer eens geattendeerd op het decennia oude schandaal dat Ston oso heet.

Tekening van zij- en voorkant van het pand in originele staat

Geschiedenis
Over het bouwjaar van het pand bestaat onzekerheid, het pand moet ergens tussen 1776 en 1810 zijn gebouwd. Het was het enige bakstenen woonhuis dat niet in de eerste uitleg van de stad, begrensd door het Kerkplein en de Keizerstraat, lag. Dat was zo uitzonderlijk dat het daarom de naam Ston oso ofwel Stenen huis heeft gekregen. Het huis telde in de breedte vijf traveeën, met twee dubbele deuren aan de straatzijde. Dit wijkt af van de vrijwel overal elders voorkomende patroon van één deur in het midden. Het had twee lagen en een steil schilddak, dat met ronde tegels was afgezet en met dakkapellen aan alle zijden. Aan de restanten van vandaag is te zien dat de stoep over de gehele breedte loopt en de hoek om gaat aan de zijde van de Dr. Sophie Redmondstraat. De uitgebouwde galerij was drie vakken breed en 2 lagen hoog. Het balkon had ijzeren spijlen.

In het midden van de achttiende eeuw is Ston oso grotendeels uit hout opgetrokken. In die tijd was het niet gebruikelijk dat in Paramaribo panden volledig met bakstenen werden gebouwd. Om onduidelijke redenen werd voor dit gebouw een uitzondering gemaakt. Volgens de mofo koranti stonden in Ston oso slaven terecht die misdaden zouden hebben begaan, waar het pand de bijnaam Zwarten Hof aan te danken heeft. Hiervoor is echter nooit enig bewijs gevonden. Velen durven niet in Ston oso te komen, omdat zij ervan uitgaan dat de geesten van veroordeelde slaven onheil brengen. Sinds de negentiende eeuw heeft het monument onder meer dienst gedaan als woonhuis, levensmiddelenzaak en fotostudio.

Afbeelding uit Geschiedenis van Suriname | Van stam tot staat, Zutphen 1998, in veel gelijkend op het pand Zwartenhovenbrugstraat # 88, waar slaven worden verkocht

Boedelkwestie
Decennialang reeds staat dit pand te verpieteren. De overheid heeft in 2007 toch nog overeenstemming bereikt met de erven Tjon Joe Tjoen, die het uiteindelijk niet op onteigening wilde laten aankomen. De familie kreeg een ander stuk grond van de overheid en het terrein waar Ston oso op staat is nu officieel domeingrond. Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname (SGES) kan nu uiteindelijk aan de slag en heeft nu een aanvraag bij de Dienst Domeinen lopen voor het verkrijgen van titel op de grond. Volgens directeur Stephen Fokké is dit nodig om fondsen voor de restauratie te kunnen verwerven, want geen enkele financier wil inkomen als er geen titel op de grond is. Zodra de financiering binnen is, wil SGES aanvangen met de conserveringsfase.

SGES is jaren bezig geweest met het zoeken naar financiering om het vervallen historisch pand weer in zijn oude glorie te herstellen. Eén van de organisaties was de Nederlandse Stichting Monumenten van de West-Indische Compagnie (MoWIC). Deze organisatie ontfermt zich over gebouwen over de hele wereld die ooit het bezit zijn geweest van de oude Nederlandse maatschappij. Kennelijk is MoWIC niet op de hoogte van de vorderingen van de overheid en heeft daarom nog altijd op haar website staan dat zij pas op de plaats heeft gemaakt totdat de erfgenamen onderling en met de Surinaamse overheid uit de onprettige onderhandelingen zijn geraakt.

Dan is er nog een ietwat mistig project van advocaat Jennifer van Dijk-Silos en de Nederlandse Stichting Advies Cultureel Erfgoed over de toekomst van Ston oso. Fokké is daarvan wel op de hoogte, maar “ik heb er verder geen bemoeienis mee”. Ston oso heeft voordat het werd gesloten dienst gedaan als winkelpand. Vanwege het gevaar dat het vormde voor voetgangers heeft het ministerie van Openbare Werken (OW) het dak en het balkon verwijderd. Een deel van de tichels en het balkon is op het achtererf van de Stichting Gebouwd Erfgoed opgeslagen. De bedoeling is dat, zoals de Unesco dat voorschrijft, de oude delen van het pand bij herbouw worden verwerkt in het gebouw.

Maar waarom er drie jaar nadat erf en pand in de boezem van de staat zijn gekomen, nog steeds niets gebeurt, blijft een typisch Surinaams raadsel.

De trieste toestand van het pand nu

Rotonde dwars door Ston oso
“Regelmatig hebben er verhalen gecirculeerd als zou er een rotonde bij de kruising Dr. Sophie Redmondstraat en de Zwartenhovenbrugstraat worden gebouwd”, zo meldt Fokké. Een ingenieursbureau is destijds zelfs op eigen houtje met het voorstel gekomen. De plannen zijn vrij uitgewerkt en men probeert het plan te verkopen aan OW om tot uitvoering over te gaan. Het wordt dus bewust de ether in gegooid, als zou er een rotonde komen en bepaalde mensen spelen dat spel mee. Bij die plannen zou het standbeeld van Kwakoe ook moeten plaats maken, en dat allemaal voor een rotonde, als of op iedere kruising een rotonde mogelijk is.

Volgens het plan zou de rotonde dwars door Ston oso gaan, waarbij het voetgangers- en rijwielgedeelte door Ston hoso heen zou gaan. Een absurd idee. “Van ons en van het ministerie van Onderwijs zal in elk geval geen toestemming worden gegeven tot uitvoering van dit rotondeplan. Bovendien is het te zot dat het ene departement zich jaren heeft ingezet om Ston oso in bezit te krijgen en het andere departement dan met een rotonde dwars door Ston oso zou komen”, zo besluit Fokké.

Waarom geen onderdoorgang creëren?
Maar nu zijn er bij OW tóch officiële studies in gang gezet om een rotonde aan te leggen op het bewuste kruispunt, alhoewel een leek al kan zien dat daartoe de ruimte ontbreekt, tenzij men Kwakoe onthooft en Ston oso als een onbetekenende hoop puin eenvoudigweg opruimt. Voor de technici van OW waarschijnlijk de ideale oplossing, maar waarom niet een onderdoorgang van de Dr. Sophie Redmondstraat gecreëerd, hetgeen architect Ir. Harnarain Jankipersadsing van Architektenbureau ARTO N.V. al veel eerder heeft bepleit, naar ik meen in zijn onlangs herdrukte en aan de minister van OW gepresenteerde Structuurvisie Paramaribo?


[Dit artikel is gelijktijdig geplaatst op www.surinamestemt.com]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter