blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Ferrier Leo

Leo Ferrier en het absolute

Vandaag, 30 juli 2019, herdenken we de 13e sterfdag van Leo Ferrier. Bij zijn overlijden in 2006 schreef Michiel van Kempen in Oso het onderstaande herdenkingsstuk. read on…

Enkele beelden van vroegere, Hindoestaanse rijstboeren in de Surinaamse literatuur

door Bris(path) Mahabier

Párápási, het boiti-gebied in Wanica in Suriname

Het woord boiti in het Sranantongo en als leenwoord in het Sarnámi is zeer waarschijnlijk een verbastering van de Nederlandse term buiten (buitenplaats, landgoed), waarmee een gebied dat buiten de stad Paramaribo lag, werd aangeduid. Het woord boiti heeft eigenlijk een specifiek geografische betekenis gekregen: het heeft betrekking op een vroeger agrarisch ingericht gebied in het huidige district Wanica, gelegen tussen de hoofdstad Paramaribo en Lelydorp. Het eerste deel van de oude spoorlijn verbond het centrum van de hoofdstad met Lelydorp. Langs dit deel van de spoorlijn lag het Pad van Wanica, de hoofdweg naar Kofidjompo. Deze weg werd in de volksmond Párápási genoemd. read on…

‘Het matispel blijft een vloek voor ons volk’

door Jerry Dewnarain

 

Het onderwerp homoseksualiteit wordt voor het eerst in de Surinaamse literatuur besproken in de lobisingi (liefdesliederen). Daarna is er veel over geschreven. In dit artikel is door mij een kleine selectie gemaakt. Tijdens de slavernij waren de lobisingi erg populair onder de slaven met name onder de slavinnen. Deze liederen werden pas na de slavernij echt populair. Lobisingi bezingen de liefde of vriendschap tussen twee vrouwen. Ze hebben hun oorsprong in de du: een soort Surinaams toneel waarin planters die met elkaar een vete hadden door middel van zang deze uitvochten. Vrouwen uit rijke klassen huurden vrouwen uit de volksklassen in om de deugden van hun concurrenten, andere rijke vrouwen uit hogere klassen, te prijzen en ondeugden af te keuren. Op den duur begonnen de vrouwen uit de volksklassen de liefdesliederen voor elkaar te zingen. Een voorbeeld: Lena pikin/ I mu teki wan man (2x)/ No no Mama/ Mi no wani no wan man (2x)/ (anonieme kaseko). read on…

Jazz rond de evenaar

door Willem F.R. Tjong-Ayong (1942–2005)

Wie bij het lezen van de kop van dit artikel verlekkerd achterover gaat leunen in een gemakkelijke stoel in de hoop een interessant artikel te zullen lezen over allerlei hypothesen over het ontstaan van de Jazz en de tropische invloed op deze muziekvorm in het bijzonder, komt bedrogen uit. read on…

Shrinivási 88 jaar: Het raadsel van de poëzie

door Wim Rutgers

In het Surinaamse openluchtmuseum Fort Nieuw-Amsterdam stond ooit, waar de meer dan een kilometer brede Surinamerivier en de Commewijnerivier samenvloeien en in de Atlantische Oceaan uitmonden, het in 1962 in opdracht van de Surinaamse regering door Erwin de Vries vervaardigde bronzen beeld van ‘de ontdekker’ Alonso de Ojeda. Het werd in 2011 ‘vervoerd’ naar onbekende plaats, dat wil zeggen domweg gestolen. De Spaanse ontdekker op de uitkijk, de Nederlandse veroveraar en kolonist – Fort Nieuw-Amsterdam is wel een van de meest koloniale plaatsen van Suriname. read on…

Massamoord Mariënburg 111 jaar geleden

door Benjamin Mitrasingh

Het is vandaag, 30 juli, precies 111 jaar geleden dat de massamoord op Mariënburg plaatsvond. Over de aard en het aantal van de slachtoffers zijn er wat onduidelijkheden.
Documentatie over de moord op James Mavor, in het Surinaams Museum

 

Het Koloniaal Verslag van 1903, dus een jaar later, praat van zeventien slachtoffers maar het bronnenonderzoek in het gedenkboek van de Stichting Hindostaanse Immigratie (SHI) van 1998, praat van zestien slachtoffers. Daarom moet nadrukkelijk worden vermeld dat de slachtoffers niet de daders waren van de moord op James Mavor. Zij waren de vrienden van de daders die niet wilden dat hun collega’s door de politie werden meegenomen. Het was dus een solidariteitsactie van de arbeidscontracten op het terrein van de suikerplantage Mariënburg.
Hun protesten waren echter zo heftig, dat de Nederlandse militairen zich genoodzaakt voelden gericht op hen te schieten. In het massagraf liggen dus niet de daders van de moord op Mavor, maar de vrienden van de daders. De daders werden later door de rechter tot een dwangarbeid van twaalf jaar veroordeeld. Het archeologisch onderzoek van de SHI naar het massagraf, moet daarom duidelijkheid brengen in het juiste aantal slachtoffers, dat op 30 juli 1902 in een massagraf werd gedumpt.
Surinamers mogen heel blij zijn dat het archief van Mariënburg heel zorgvuldig is bewaard in de bibliotheek van het Surinaams Museum op Zorg en Hoop. In het gedenkboek van 125 jaar Hindostaanse immigratie dat de Stichting Hindostaanse Immigratie (SHI) in 1998 had uitgegeven, staat een bijna vijftig pagina’s groot artikel van Leo H. Ferrier getiteld: ‘De moord op James Mavor’. Het gedenkboek is een stevige pil van 273 pagina’s en eigenlijk heeft intellectueel Suriname er te weinig aandacht aan besteed. Want in 1998 had men al kunnen weten wat voor pijn en ellende de Hindostaanse contractarbeiders in Suriname hadden meegemaakt.

Surinaamse wetenschappers hebben heel vaak aandacht hiervoor gevraagd en de nakomelingen van de Hindostanen mogen zich zeker gelukkig prijzen dat de ‘knappe mensen’ binnen hun eigen gelederen veel goed en degelijk onderzoek naar de geschiedenis van hun voorouders hebben gedaan. Bekend zijn de werken van pater De Klerk, Kaulesar Sukul, Jnan Adhin, Evert Azimullah, de broers Mitrasingh en tegenwoordig ook van het duo Choennie. In het boekje van Benjamin S. Mitrasingh en R. Motital Marhé, worden in 1978 – dus 35 jaar geleden – in het boekje Mathura, Ramjanee en Raygaroo, verzet tegen uitbuiting en onderdrukking in Suriname voor het eerst de Nederlandse Koloniale Verslagen door twee jonge Hindostanen, een historicus en een taalkundige, kritisch belicht.

Baba en Mai

Uit dat boekje komt ook de naam ‘Baba en Mai’ voor het immigratiemonument dat op 5 juni 1993 naast het Presidentiële paleis door het Surinaamse volk werd onthuld. Toen had Kries Ramkhelawan de Sarnami-versie van ons volkslied ten gehore gebracht. Politiek Suriname heeft de makers van dit monument nooit die ‘grani’ gegeven die ze hadden verdiend, maar blijkbaar zitten de makers van ‘Baba en Mai’ er ook niet op te wachten, want straks beginnen diezelfde mensen met dezelfde ‘good spirit’ met het onderzoek naar het massagraf van 1902 op Mariënburg. Waarom ze het doen? Het antwoord van SHI is kort en krachtig: ‘Voor volk en vaderland, want onze voorouders hebben hier gewoond en gewerkt en ze kunnen niet als een stuk vuil zijn gedumpt in een grote kuil.’
Ondanks de goede zorg van het Surinaams Museum voor het dossier, ontbreekt er toch nog het een en ander in. De schrijver Ferrier had het al in 1998 opgemerkt. Het dossier heeft geen kaarten en plattegronden, blijkbaar zijn ze achtergebleven vanwege hun formaat, want ze zijn er wel (!) en veel details over James Mavor zijn opzettelijk of per toeval weggelaten of weggehaald. Ook de juiste schrijfwijze van veel namen moet goed worden gecorrigeerd.
Benjamin Mitrasingh is onderzoeksleider Massagraf Mariënburg
[van Starnieuws, 30 juli 2013 en 3 februari]

Leo Ferrier

Portret van de Surinaamse schrijver Leo Ferrier, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 145 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten

Atman

door Elsje Dijkstra

Meester Ferrier was anders. Een jonge onderwijzer, maar als meisje van tien zag ik dat niet. Hij was voor mij bijzonder omdat hij op een andere manier lesgaf. Eens per week vertelde hij. Hij las niet voor, nee hij vertelde de verhalen van Anansi uit zijn hoofd. En daarbij zat hij niet stil op zijn stoel, we kregen een complete theatervoorstelling te zien.

Nu weet ik dat meester Ferrier (‘Hoe spreek ik die naam uit meester? Als Ferjé of als Ferrier?’ Het mocht allebei.) mij aangezet heeft tot nadenken. Zomaar nadenken. Niet omdat er een probleem is, maar omdat denken leuk is. Drie woorden, maak daar een verhaal van. Of stel een vraag over wat je altijd al wilde weten. Waarom is het water in de rivier zoet en in de zee zout, meester?

Ik zit op het vliegveld te wachten tot de gele deur open gaat. Mijn cd van Kenny B. heb ik al een keer afgeluisterd. Nog een rondje maken? Vooruit dan maar. In de hoek is een kiosk met boeken en tijdschriften. Ik slenter erheen, zo weinig te doen en zoveel tijd om stuk te slaan. Niet echt geïnteresseerd kijk ik naar de uitstalling van boeken voor het raam. Leo Henri Ferrier, de naam staat in schuine letters gedrukt op de pocket. Mijn meester van toen.

Zou hij nog leven? Hoe is het hem vergaan terwijl ik langzaamaan volwassen werd? Was hij werkelijk zoals ik dacht? En dan kom ik er achter dat ik hem net gemist heb. Tot op heden verbonden aan de Stichting Surinaams Museum, lees ik op de achterflap. Het museum waar ik voor heb gestaan, deze zelfde dag nog. We gingen niet naar binnen, de rondleiding was net afgelopen, zo vertelde de suppoost. Ik kan niet meer terug, de vlucht is geboekt en ik word thuis verwacht.

In het boek lees ik over zijn zoektocht. Na de PABO studeerde hij muziek, hoofdvak piano. Belangstelling voor letteren, filosofie en sociologie. Nu weet ik waarom hij mij aanzette tot denken. Niet omdat hij een probleem zag, maar omdat hij denken leuk vond. Van drie woorden kon hij een verhaal maken. Hij wilde altijd weten. En hij had een eigen mening.

Het boek is geschreven in 1968 en in 1996 heeft Ferrier zelf een nawoord geschreven. Suriname is in rustig vaarwater gekomen, al zijn de krassen van de decembermoorden en de binnenlandse oorlog nog diep. Hij schrijft over de stakingen van de beginjaren ’70, de opstand tegen de overheid die werd geleid door een jonge generatie van intellectuelen die vrijwel allen hadden gestudeerd in Nederland.

In die tijd woonde ik in Wageningen, Nederland en ik kwam regelmatig in de Surinaamse sociëteit. De jongens daar (het waren voor het merendeel jongens) hadden grootse plannen met Suriname. Ze waren, net zoals Ferrier beschrijft, op de eerste plaats Surinamer. En, hoe revolutionair de plannen ook mochten zijn, ze hadden tegelijkertijd een grote hang naar de traditionele Surinaamse cultuur. Zodra ze de studie af hadden zouden ze teruggaan, om daar samen een betere wereld te maken.

Ferrier ziet in de hedendaagse kunst het bewijs van zijn stelling dat in Suriname, ondanks alle onderlinge strijd, de mensen op een goede manier samenleven. Ze hebben belangstelling voor elkaar, erkennen elkaars manier van leven en hebben een gezamenlijke Surinaamse identiteit.

Verder op zoek ga ik, als ik thuis ben. Misschien kan ik hem een brief schrijven, hem vertellen dat ik door de jaren heen vaak heb teruggedacht aan de vierde klas van de lagere school. Het jaar waarin hij me leerde denken, mijn leven een zetje in de goede richting gaf. Maar dan lees ik, het is haast terloops vermeld, dat Ferrier in 2006 is overleden. Te laat? Heb ik hem definitief gemist?

Nee. Zijn boek is er nog. Voorin staat het geschreven.

Atman:

Adem, Bewustzijn, het Zelf, de Wereldwet duidt

subjectieve, innerlijke leven aan;

Kennis van Atman leidt tot Onsterfelijkheid.

[Dit artikel verscheen eerder als blog van de Volkskrant]

 

Herlezen: Leo Ferrier

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag: Leo Ferrier en het absolute.

door Michiel van Kempen

Het zal een jaar of zeven geleden geweest zijn, dat de telefoon ging, en een stem doorkwam met die typische tijdsinterval van een volle seconde waarop een gesprek van de andere zijde van de oceaan doorkomt. Het was Leo Ferrier (foto rechts). Hij vertelde dat het goed met hem ging en dat hij weer aan het schrijven was. Of hij me wat mocht toesturen ter beoordeling. Hoe zou ik het hem hebben kunnen weigeren? Leo Ferrier had enkele van de mooiste bladzijden uit de moderne Surinaamse literatuur geschreven, daarna was het jaren stil geworden rond hem, maar je hoopte nog altijd dat die enorme creatieve kracht sluimerend was gebleven en in betere tijden tot een nieuw prachtboek zou kunnen leiden, dat, wie weet, weer op hetzelfde niveau lag als Átman. Met dat verbijsterende boek uit 1968 had Leo Ferrier in één klap het Surinaamse proza de moderniteit in gesleurd. Hoe goed en met hoeveel toewijding sommigen vóór hem ook hadden geschreven: ze zaten toch nog met huid en haar vast aan de koloniale tijd. Leo Ferrier zette een andere Surinamer neer: zelfbewust, brutaal, toekomstgericht, maar tegelijk ook vol van de twijfels en de ambiguïteit die elk mens kent die geboren is op het kruispunt van culturen en een breekpunt van de tijd.

Nu ik na het verbijsterende bericht dat hij er niet meer is, de bladzijden van Átman herlees, valt me het nerveuze ritme van zijn zinnen op, die vele korte, soms bijna staccato frasen, die dan weer worden afgewisseld met langere, rustige zinnen vol met prachtige beelden. Ik geloof dat ik niet eerder gezien heb hoe die combinatie van staccato en adagio stilistisch de zuiverst uitdrukking was van een tijd waarin de slagader van de verwachting klopte in een genetisch complex lichaam dat nog niet exact wist welke richting te kiezen.

Met Átman schreef Leo Ferrier een absoluut boek, hij was een absoluut kunstenaar die geen genoegen nam met de gulden middenweg, en iemand die zo absoluut leeft voor wat hij doet, kan ook door zijn eigen kunst worden opgevreten. Edgar Cairo was ook zo iemand, en Astrid Roemer: zoekers naar het Ware. Bij Leo Ferrier bleek dat ook uit zijn tweede boek, waarin hij niet de harmonie maar de verwarring thematiseerde. El sisilobi of het basisonderzoek is een ver doorgevoerd vormexperiment, waarin het lijkt alsof Leo Ferrier zichzelf bewust was geworden dat het idealisme van Átman te ver was doorgedreven, dat zijn debuutroman toch niet helemaal zuiver weergaf wat er allemaal in zijn eigen, roerige ziel leefde: de scepsis, de ironie, het cynisme had hij uit zijn eerste boek geweerd. El sisilobi is misschien niet het meest leesbare boek uit de Surinaamse literatuur geworden, maar verbeeldt ongetwijfeld ook een wezenlijk aspect van de Surinaamse ziel.

Toen Átman zijn derde druk beleefde in 1996, schreef Leo Ferrier er een nieuw nawoord bij. Ik vraag me af vanuit welke gemoedsgesteldheid hij dat schreef. Hij gaat terug tot het jaar 1968 en overziet hoe het gegaan is met Suriname: de togetherness van de Surinaamse gemeenschap, de ‘intense vorm van uniteit’, de schoonheid van het land die ‘hartstochtelijk bezongen’ wordt, de muziek die ‘onvoorstelbaar goed’ is, de nieuwe films waarin dat allemaal ‘geniaal aan de orde gesteld wordt’, alle activiteiten die ‘door iedereen druk bezocht worden’ – hij schalt het allemaal zo hard uit, dat het pijn gaat doen aan de oren. Het nawoord ontbeert precies dat wat zijn twee romans zo bijzonder maakt: authenticiteit.

Ik legde de hoorn neer en vroeg me af of er in die ene oceanische seconde misschien nog een geluid van de overzijde was gekomen, of ik misschien net te vroeg de hoorn had neergelegd. En of het verstandig was geweest om zo’n absoluut schrijver, die de afgrond van de kunst had doorwaad, aan te moedigen tot nieuw werk. Hoe dan ook, van een nieuwe roman heb ik nooit meer iets gezien.

[verschenen in Oso, 2006, nr. 2]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter