blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Ferrier Johan

Gebazel over switi Sranan

door Els Moor

Suriname en ik is de wat egocentrische titel van de bundel, samengesteld door John Leerdam en Noraly Beyer (foto links), met persoonlijke verhalen over Suriname van in Nederland wonende geboren Surinamers en anderen die veel met Suriname te maken hebben. De ondertitel ,’Persoonlijke verhalen van bekende Surinamers over hun vaderland’ is dus fout. Zijn Gerard van Westerloo, Peter Meel, Michiel van Kempen, Jan Pronk en andere Nederlanders die verbonden zijn met Suriname ‘Surinamers die over hun vaderland schrijven’? Dat de redacteur van uitgeverij Meulenhoff dat niet heeft gemerkt, is op z’n minst vreemd.

Zevenenvijftig ‘verhalen’ bevat de bundel en dat is veel. Ik kwam er moeilijk doorheen omdat de kwaliteit van de ‘verhalen’ zo verschillend is; van slecht geschreven nostalgische, clichématige jeugdherinneringen aan Suriname tot realistische en toch persoonlijke beschouwingen over de veranderingen die het land sinds de onafhankelijkheid ondergaan heeft. Twee problemen doen zich voor: veel van de medewerkers aan de bundel zijn wel geboren Surinamers, die in Nederland een goede plaats gevonden hebben, maar geen schrijvers of journalisten en de samenstellers zijn grote figuren op hun vakgebied, maar hebben geen ervaring met dit werk, het samenstellen van zo’n diverse bundel met zo’n moeilijk onderwerp.

Na elkaar in de bundel staan de bijdragen van Gerard Spong en Denise Jannah. Gerard Spong, advocaat in Nederland, van Surinaamse afkomst, die zich al vanaf 1980 inzet voor het herstel van de rechtsstaat in Suriname, geeft in zijn bijdrage onder de titel ‘Suriname: een ontgoocheling’ blijk van felle woede. Hij heeft een hechte band met het land, maar hij voelt zich ook thuis in Nederland. De ‘rauwe werkelijkheid’ van Suriname tast echter zijn warme gevoelens aan. Hoe de hoofdverdachte in het decembermoordenproces op democratische wijze president werd, brengt hem ertoe de grote Duitse auteur Bertold Brecht aan te halen: ‘Erst kommt das Fressen und dann die Moral’. Zijn felle aanklacht tegen onrecht en verwording van democratie eindigt met de conclusie:’Suriname is vooralsnog een verdwaald, diep gezonken tropisch paradijs dat is afgegleden naar een tropische hel.’

Het artikel van Denise Jannah, internationaal bekend jazzvocaliste, componiste, zangpedagoge en actrice, staat lijnrecht tegenover dat van Spong. Ze begint aldus: ‘Bepaalde geuren uit mijn jeugd zullen me altijd bijblijven’. En ze is lang niet de enige die het motief ‘geuren’ als blijk van liefdevolle herinnering uitwerkt. En dan de wolken, de allermooiste ter wereld… en de energie die ze ervaart in ‘Gods prachtige natuur’… en het verdriet als ze weer opstijgt van de luchthaven en haar ‘Mama Sranan’ achterlaat. Aan Mama Sranan schreef ze dan ook in de vliegtuigstoel een gedicht, in het Sranan en het Nederlands dat aldus begint: ‘Mijn hart zucht in mij/ Wanneer ik wegga van jou/ Zo hoog in de lucht/ Om ver weg te gaan/ Het vliegtuig brengt mij/ Over sula’s, bergen en kreken/ Over mijn stad/ Mijn dorp waar ik opgroeide […].

Tussen deze twee uitersten bewegen zich de andere vijfenvijftig bijdragen in deze bundel en de kwaliteit ervan varieert van heimwee-achtige cliché’s tot rationele informatie en creatieve benadering. Ook Eva Essed-Fruin (foto rechts), van oorsprong Nederlandse, echtgenote van Frank Essed, eerst cursusleider en later directeur van het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), die in 1995 naar Nederland vertrok, geeft haar bijdrage, ‘Suriname een paradijs?’ aan de bundel. Haar begin is verrassend leuk: ze hoorde voor het eerst over Suriname als kind via een Surinaamse onderwijzer die haar school bezocht. Hij vertelde dat Surinaamse kinderen geen inktlap nodig hadden omdat ze hun pen afveegden aan hun kroeshaar. Eva was jaloers op die kinderen. Zij zat altijd met inktlappen te knoeien! In 1957 kwam ze zelf in Suriname en ze begon als lerares, maar toen schreven alle leerlingen al met ballpoint. Ze vertelt boeiend over de tijd tot de onafhankelijkheid, positieve en negatieve situaties en hoe Suriname langzaam maar zeker moderniseerde met verharde wegen, kantoorgebouwen, veelsoortige huizen en meer opleidingen waardoor de jeugd meer kansen kreeg. Ook Eva Essed versombert in haar verhaal als ze komt bij 25 februari 1980 en later. Ze eindigt met een realistische uitspraak: ‘Een paradijs zal Suriname nooit worden, want er bestaan nu eenmaal geen paradijzen op aarde.[…] Het kan hoogstens een land worden waar het goed leven is’.

De bijdragen van de Hollandse Surinamegangers vallen tegen. Ze hebben een andere band met het land die niet diep wortelt. Wetenschapper Wim Hoogbergen bijvoorbeeld begint te vertellen hoe hij in zijn jeugd in Nederland voetbalde met ‘zwarte voetballers’, waaronder de later beroemd geworden Humphrey Mijnals. Hij heeft nog een hond naar hem genoemd. Michiel van Kempen beschrijft hoe hij eens in een Chinees restaurant aan de Johannes Mungrastraat zat te eten en vanachter het raam getuige was van een botsing met een geweldige klap en hoe hij later voor de politie moest getuigen… wel met humor geschreven… een anekdote over een lome zondagmiddag. Suriname en ik? Jan Pronk die als minister betrokken was bij de onafhankelijkheidsbesprekingen tussen Suriname en Nederland betoogt in zijn artikel dat de onafhankelijkheid van Suriname beslist niet opgedrongen was van de kant van Nederland, wat vaak gezegd wordt. Een artikel dat zeker stof tot discussie kan geven, maar niet in het kader van Suriname en ik.

Zo zijn er toch nog heel wat artikelen die de moeite van het lezen waard zijn. Thea Doelwijt werkt met fragmenten uit haar eigen werk in ‘Geesten in luchtland’. Ze is op een wolk gaan zitten omdat ze rustig wil nadenken over een manier om haar verhaal goed te vertellen. En zo laat ze thema’s zien die een rol speelden en spelen in Suriname. Mooi is ook wat de gezusters Joan en Kathleen Ferrier doen als ze een Braziliaans lied aanhalen (vrij vertaald door Kathleen) ‘Mijn vader was van Sao Paulo/ mijn grootvader van Parnambuco/ mijn overgrootvader van Minas/ mijn overovergrootvader van Bahia/ mijn machtige leermeester/ was Antonio de Braziliaan. De woorden van dit lied herinneren hen steeds weer aan het antwoord dat Johan Ferrier, laatste gouverneur en eerste president van Suriname en hun vader, gaf voor de Nederlandse televisie op de vraag waar zijn wortels nou eigenlijk liggen. Johan Ferrier antwoordde dat zijn wortels verspreid liggen over de hele wereld.

En zo is het ook. Ik word niet goed van al dat gebazel over ‘Switi Sranan’. We zijn allemaal wereldburgers en we wonen waar we ons thuisvoelen, om welke reden dan ook, en we zullen mee moeten werken om dat land leefbaar te houden. Of dat nou je ‘vaderland’ is of een ander land, dat maakt niet zoveel uit. Het gaat erom dat het goed gaat in een land, dat er geen mensonterende toestanden zijn en daarover schrijven gelukkig nogal wat medewerkers aan deze bundel.

Jammer van die titel, van de rommelige inhoud, van de titel ‘biografieën’ tot slot boven de korte alinea’s met informatie over de auteurs en zelfs enkele taalfouten. We zijn dat niet gewend van Meulenhoff.

Red:. John Leerdam & Noraly Beyer: Suriname en ik; Persoonlijke verhalen van bekende Surinamers over hun vaderland. J.M. Meulenhoff bv, Amsterdam 2010. ISBN 978 90 290 8719 3

Foto’s: @ Roeland Fossen

Suriname is akte onafhankelijkheid kwijt

Vandaag is Suriname precies 35 jaar onafhankelijk. Maar de akte waarbij de republiek Suriname als onafhankelijke en soevereine staat wordt erkend, is zoek. De Nederlandse koningin Juliana ondertekende het document in 1975. Op de tentoonstelling die het Nationaal Archief in Paramaribo deze week opende, ligt nu een kopie. Dat wist niemand, totdat de Surinaamse krant De Ware Tijd dat aan het licht bracht.
In Suriname wordt er vanuit gegaan dat de akte is zoekgeraakt, niet gestolen. Op drie verschillende plekken wordt naar de akte gezocht. Het zou kunnen liggen in het Nationaal Archief in Paramaribo of in de kluis van de Centrale Bank van Suriname.

 

Brand
Een andere mogelijkheid is dat de geboorteakte van Suriname is vernietigd bij de brand van het ministerie van Algemene Zaken in de jaren tachtig.

De akte van erkenning werd vandaag precies 35 jaar geleden in paleis Huis ten Bosch in Den Haag in tweevoud getekend door koningin Juliana, premier Joop den Uyl en de ministers Max van der Stoel, Dries van Agt en Wilhelm de Gaay Fortman.

Ferrier
Eén document bleef achter in Nederland. Het andere ging naar Johan Ferrier, de eerste president van Suriname. Vanaf dat moment ontbreekt elke spoor. Vooralsnog is het land niet in rep en roer over de kwestie.

[uit de Volkskrant, 25 november 2010]

Het grote Anansiboek van Ferrier en Lichtveld

door Cynthia Mc Leod

Het ziet er prachtig uit. Gebonden, harde kaft, glanzend papier en de tekeningen in full colour! Op de achterkaft staat er: ‘Dit hele boek zou in een wolkje moeten staan, want de verhalen hierin zijn direct opgetekend uit de mond van meesterverteller Johan Ferrier.’ Dat klopt helemaal, want zo is dit boek ontstaan. Dr. Johan Ferrier heeft niet achter een typemachine of de computer zitten schrijven. Welnee, hij vertelde de anansitori’s aan groepen leerlingen op scholen en in bibliotheken.

Het idee om van het sinds 1986 bestaande boek een jubileumuitgave te maken, ontstond twee jaar eerder bij de planning van de viering van Johan Ferriers 100ste verjaardag, die op 12 mei 2010 zou zijn. Toen hij hoorde van deze plannen, zei hij zelf, dat het boek niet duur mocht zijn en dat hij graag had dat alle basisscholen en kindertehuizen in Suriname een exemplaar cadeau zouden krijgen.

.

Een mooi boek maken, dat niet duur mag zijn en daarvan nog 500 exemplaren cadeau geven, zou alleen lukken als er subsidie kwam. Dat werd moeilijk, want een mogelijke Nederlandse subsidiegever stelde al meteen dat de tekst niet literair genoeg was, dat de verhalen te moralistisch waren en dat er teveel onderbrekingen waren. Eén van de commissieleden dacht erover de tekst te herschrijven. Toen ik dat hoorde, zei ik: ‘Anansitori’s zijn volksverhalen en die zijn per definitie moralistisch en die onderbrekingen, die horen erbij, want de echte verteller wil juist onderbroken worden en maakt de onderbreking een deel van het verhaal. Niemand mag aan de tekst komen, want anders zijn het niet meer Johan Ferriers anansitori’s.’
Gelukkig kwam de oplossing vanzelf: Surinaamse bedrijven wilden spontaan en onvoorwaardelijk subsidie geven voor dit echte Surinaamse boek!

Want dat is het. Een mooi Surinaams boek. Bekende en ook vrij onbekende anansitori’s waarnaar alle kinderen met plezier zullen luisteren en die ze ook heel graag zelf willen lezen.

Maar er is nog meer. Die onderbrekingen! Want wat deed Johan Ferrier tijdens het vertellen? Het luisterpubliek onderbrak hem niet, maar hij onderbrak zichzelf. A tori ben koti! En in die koti verklaarde hij iets of legde iets uit. Daardoor staat het boek vol van allerlei wetenswaardigheden over de leefwijze van vroeger en typische aspecten van onze cultuur. Een voorbeeld: in een verhaal verstopt Anansi zich in de ashoop. De verteller: ‘Vroeger werd in Suriname op hout gekookt in een keuken achter in de tuin. De as werd op een hoop gegooid en gebruikt om hard water zacht te maken. Als je hard water een nacht in een teil met as liet staan, werd het zacht. Dan had je minder zeep nodig om kleren te wassen.’ In een ander verhaal is Ba Tigri zogenaamd dood. De verteller: ‘ ‘s Avonds gingen alle dieren in rouwkleren naar het sterfhuis. Ze gingen graag naar een sterfhuis, want dan is er altijd lekker eten en drinken. Er is popcorn, er zijn koekjes en chocolademelk, koffie en thee. En ook sterkere drank dan chocola, koffie en thee!’

In weer een ander verhaal heeft tante Sjaklien haar ‘kasmoni’ gekregen en dan wordt uitgelegd wat kasmoni is en hoe dat werkt.

Bij één van de verhalen begint de verteller zo: ‘In Ghana krijgen kinderen de naam van de dag waarop ze geboren zijn. Weet jij op welke dag je geboren bent? Nee? Vraag het je ouders. Dan weet jij ook hoe jij genoemd zou worden in Afrika. Een meisje dat op zondag geboren is, heet Kwasiba, een jongen: Kwasi. Een meisje, op maandag geboren, heet Adyuba, een jongen Kodyo. Meisjes, op dinsdag geboren, heten Abena of Abeniba, jongens: Kwamina. Een meisje, op woensdag geboren, heet Akuba, een jongen: Kwaku. Een meisje, op donderdag geboren, heet Yaba, een jongen: Yaw. Meisjes, op vrijdag geboren, heten Afi of Afiba, jongens: Kofi. Meisjes, op zaterdag geboren, heten Amba of Amimba, jongens: Kwami. Anansi is getrouwd met Akuba. Op welke dag is zij dus geboren?’ Die onderbrekingen bevatten allerlei culturele aspecten en blijken dus juist heel waardevol te zijn.

Wat ik zelf van groot belang vind, is het feit dat aan het begin van het boek iets staat over de spelling en de uitspraak van het Sranan. Door onze geschiedenis en vooral de onderwijssituatie van de afgelopen honderddertig jaar, is het Nederlands onze officiële taal geworden. Daar is niets mis mee. Het Surinaams-Nederlands is de moedertaal van een grote groep Surinamers, het is de voertaal, de onderwijstaal, taal van pers, enzovoort. Maar het Sranan of Sranantongo, dat is voortgekomen uit het Nengre, heeft zich ook ontwikkeld en is een nationale taal geworden, zelfs zo dat we altijd het Sranan couplet van ons volkslied zingen. Het Sranan is al sedert onze onafhankelijkheid een gestandaardiseerde taal, dat wil zeggen dat er vastgelegde spellingregels zijn. Maar helaas, helaas, heel weinig mensen kennen deze regels en iedereen schrijft het Sranan maar zoals hij/zij zelf wil: ‘Swiet Djaarie’ in plaats van Swit’ Dyari en ‘viadoe’, terwijl het fiyadu moet zijn. Het lijkt erop dat we heel weinig respect voor onze eigen taal hebben.
Maar waar leren mensen spellingregels? Juist, op school! En daarom kennen wij Surinamers de spellingregels van het Sranan niet, want op school wordt ons dat niet geleerd. Ja, onze kinderen mogen wel Engels correct leren spellen en Spaans en Frans, maar niet het Sranan. Drie of vier lesuren in de vijfde klas van de basisschool hieraan besteed, zou daarin al heel wat verandering kunnen brengen. Aan de leerkrachten van de vijfde en zesde klas geef ik nu het volgend advies: Als u uw leerlingen beloont met een anansitori uit ‘Het Grote Anansiboek’ van Johan Ferrier, kijk dan ook vóór in het boek en voeg er een kort lesje Sranan spelling aan toe. Dat zal goed zijn voor alle Surinamers.

Johan Ferrier: Het Grote Anansiboek. Met illustraties van Noni Lichtveld, 136 pp.. Schoorl: uitgeverij Conserve, 2a010. ISBN 978 90 5429 295 1
Oorspronkelijke uitgave in 1986. Sindsdien verschenen drie drukken in paperback (2002, 2003 en 2007) bij Conserve te Schoorl

[overgenomen uit De Ware Tijd Literair; Cynthia Mc Leod is de dochter van Johan Ferrier; haar historische romans verschijnen eveneens bij uitgeverij Conserve in Schoorl]

Op de foto: Cynthia Mc Leod spreekt bij de presentatie van
Het grote Anansiboek

Grote Anansiboek in Suriname

De presentatie van de jubileumuitgave Het grote Anansiboek van Johan Ferrier vindt plaats op donderdag 8 juli 2010 in Theater Thalia in Paramaribo om 18.00u. Het hoogtepunt is de uitreiking ervan aan vertegenwoordigers van scholen, kindertehuizen, bibliotheken, sponsoren en het Kinderboekenfestival. Deze jubileumuitgave van Het Grote Anansiboek kwam tot stand door een samenwerking van de familie Ferrier, de illustratice Noni Lichtveld en uitgeverij Conserve. De presentatie wordt georganiseerd door de commissie ‘Het Grote Anansiboek’ en de Stichting Projekten Protestants Christelijk Onderwijs.

Voor meer info 472072/472070

Het grote Anansiboek gedoopt

Op zondag 16 mei j.l. werd in Amsterdam een gloednieuwe editie van Het grote Anansiboek van Johan Ferrier en Noni Lichtveld gepresenteerd. Een fotoreportage, met o.m. de kinderen-Ferrier, Denise Jannah en Robby Alberga, Guillaume Pool, Gerda Havertong.


Gloednieuwe editie Het grote Anansiboek

Op zondag 16 mei wordt een gloednieuwe editie van Het grote Anansiboek van Johan Ferrier en Noni Lichtveld gepresenteerd, voor het eerst full color en gebonden met talloze nieuwe illustraties. President Ronald Venetiaan van Suriname en minister-president Jan Peter Balkenende schreven voor deze bijzondere geïllustreerde gebonden uitgave een voorwoord. Noni Lichtveld maakte vele nieuwe illustraties in kleur. De presentatie vindt plaats na afloop van de kerkdienst o.l.v. ds. Rhoïnde Mijnals-Doth op zondag 16 mei plm 12.00 uur in de Koningskerk van de Evangelische Broedergemeente Amsterdam-Stad & Flevoland, Ostwaldstraat 1 (de kerkdienst begint om 10.30 uur). Denise Jannah zal een lied zingen als aubade aan Johan Ferrier. Na afloop is het boek verkrijgbaar in de tuinzaal waar u een glas Fernandes wordt aangeboden.
Aanbieding door de kinderen Ferrier aan de Nederlandse minister-president, v.l.n.r. Joan, Cynthia, Jan-Peter Balkenende, Kathleen en David


Het grote Anansiboek
is nooit geschreven: het is verteld. Deze verhalen zijn zó uit de mond van de verteller opgetekend. Daardoor is Het grote Anansiboek het meest echte Anansiboek van de wereld, van de hand van meesterverteller Johan Ferrier. Zie het voor je: kinderen die met open mond luisteren naar verhalen over Anansi, de slimste spin ter wereld. Ja, zo ging het als schoolmeester Johan Ferrier vertelde over Anansi. Duizenden kinderen zijn opgegroeid met zijn verhalen over Anansi.
.

V.l.n.r. Joan, Cynthia, Jan-Peter en Kathleen
Johan Ferrier, die op 4 januari van dit jaar op 99-jarige leeftijd overleed was docent, vader, minister, premier, gouverneur en werd in 1975 de eerste president van de Republiek Suriname, die in november 2010 haar 35ste verjaardag viert. Dit boek is eerbetoon aan het mooie leven en de vertelkunst van Johan Ferrier. Door deze verhalen kunnen ook komende generaties kinderen genieten van Anansi.Het grote Anansiboek van Johan Ferrier is een echte klassieker geworden, niet alleen in Suriname maar ook in Nederland. Het verscheen voor het eerst in 1986 en beleefde verschillende herdrukken maar steeds met zwart-witillustraties van Noni Lichtveld. Voor deze luxe jubileumeditie zijn én tekst en illustraties en vormgeving volledig herzien. De tekst is gemoderniseerd, de illustraties zijn geheel in kleur en Noni Lichtveld (foto links) maakte ook prachtige nieuwe illustraties; de vormgeving is stijlvol en doordacht.

Conserve-auteur Cynthia Mc Leod-Ferrier voerde de redactie, Lieke van Duin de bewerking en Renée Koldewijn ontwierp omslag en binnenwerk.

De uitgave werd mede mogelijk gemaakt door financiële steun van De Surinaamsche Bank, IamGold, de Nederlandse Taalunie, Staatsolie en Telesur. Het eerste exemplaar van het boek is op 12 mei, de 100ste geboortedag van Johan Ferrier, door zijn dochters Cynthia, Helen, Joan en Kathleen overhandigd aan premier Balkenende en mevr. Susan Derby, tijdelijk zaakgelastigde van de Surinaamse ambassade.

Op 8 juli wordt het boek gepresenteerd in theater Thalia in Paramaribo waar tien leerlingen van basisscholen en kindertehuizen in Suriname een gratis exemplaar ontvangen namens hun schoolbibliotheek. Voor het onderwijs worden er lessuggesties gemaakt.

Johan Ferrier & Noni Lichtveld – Het grote Anansiboek – 140 pagina’s, full color geïllustreerd, gebonden, ISBN 978 90 5429 295 1, € 19,95

Surinaamse Klassieken
Het boek komt uit als deel 6 in de reeks Surinaamse Klassieken van uitgeverij Conserve, die onder redactie staat van Peter Sanches. Overige delen reeks Surinaamse Klassieken:
Deel 1 Leo Ferrier – Atman
Deel 2 Bea Vianen – Strafhok
Deel 3 Albert Helman – De stille plantage
Deel 4 Tonko Tonckens – De vicieuze cirkel
Deel 5 J. van de Walle – Een vlek op de rug

Voor meer informatie over het boek:
Uitgeverij Conserve, postbus 74, 1870 AB Schoorl, telefoon 072-509 3693, info@conserve.nl website http://www.conserve.nl/

 

Foto’s van de aanbieding: @ Henk Augustijn
Foto van Noni Lichtveld: @ Michiel van Kempen

Teri den, 100 jaar Johan Ferrier

Teri den; 100 jaar Johan Ferrier is een documentaire over Johan Ferrier, onder regie van Astrid Serkei. TV uitzending is op 8 mei op Nederland 2 om 16.10 uur, enkele dagen voor zijn honderdste geboortedag op 12 mei 2010.

Het is 1 juli 1980, Jan de Koning – destijds de Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking – viert in Suriname Keti Koti, de dag der vrijheden. Wat hij op dat moment niet weet is dat er plannen worden gesmeed hem te gijzelen. De militaire machthebbers willen op die manier hervatting van ontwikkelingshulp afdwingen. Hoe dat afloopt ziet u in de documentaire. ‘Teri den’ betekent ‘tel je zegeningen’.


Johan Henri Eliza Ferrier, de laatste gouverneur en de eerste president van een onafhankelijk Suriname in 1975 overleed in de nacht van 4 januari 2010. Hij werd 99 jaar.

Altijd aan de top, tot de militaire coup op 25 februari 1980 zijn carrière doorkruist. Johan Ferrier heeft het liever niet over een coup; als een bovenmeester wist hij toen de militairen te beteugelen. De jonge democratie Suriname wordt pas echt bedreigd als de grondwet in augustus 1980 aan de kant wordt geschoven. “Zonder grondwet geen president” is zijn stelling en dus vertrekt Ferrier naar Nederland.

Hij was een onderhandelaar pur sang en wist met de juiste diplomatie verschillende grote projecten voor zowel Nederland als voor Suriname binnen te halen. Voor Nederland haalde hij ESTEC naar Noordwijk; voor Suriname zorgde hij voor de financiering van de Brokopondo-waterkrachtcentrale in het Van Blommensteinstuwmeer, die Suriname nog steeds voorziet van energie. Ferrier werd internationaal gezien als bruggenbouwer en door vele politici geprezen. Met het Koningshuis had hij een bijzondere relatie.

Deze documentaire schetst niet alleen een beeld van Ferrier als persoon, maar vertelt ook anekdotisch de Surinaamse geschiedenis en ontwikkeling in relatie tot Nederland in de 20ste eeuw. Met zijn dochters Joan en Kathleen gaan de makers terug naar het ouderlijk huis in Oegstgeest.

Een productie van NOS/NPS en MTNL

Bekijk de documentaire hier

Voor meer informatie kunt u bellen met 06 511 48 264 of mailen naar astrid@sureas.nl

Dokteren in Suriname

Dokteren in Suriname is een verhaal apart. Voor veel Nederlandse artsen is Suriname een land vol contrasten. Wat je verbaast en inpalmt tegelijk. Vele bevolkingsgroepen leven naast en met elkaar. Ieder met hun eigen identiteit en toch voldoende ruimte biedend aan elkaar. Competitie en competentie, coöperatie en concurrentie. Het is er. Je voelt het, je merkt het, maar op een of andere manier stoort het je niet. Als ware het een symbiose, het past in het land.
Een bijzondere ontmoeting met enthousiaste collega’s voor wie wij veel bewondering hebben gekregen. De uitwisseling van kennis, gevoel, ervaringen en vaardigheden staan centraal.
Spannend om te doen en uitnodigend en interessant tegelijk om mee te maken. Een bron van positieve energie. Een relaas van Nederlandse huisartsen en psychiaters op werkbezoek in Suriname, zowel in Paramaribo als in de binnenlanden. Boeiende verhalen worden afgewisseld met romantische Surinaamse gedichten, sfeervolle fotografie uit het Suriname van rond 1920 en uit het Suriname van nu en smaakvolle lokale gerechten. Ook hebben wij hier Johan Ferrier willen herdenken door hem, in onze gedachten, enkele Anansiverhalen te laten voorlezen.

Dokteren in Suriname
prijs: € 29,95
200 pagina’s – hard cover / full color
ISBN 978 90773 22 475
NUR 870

Uitgeverij Mension
Tappersweg 85
2031 ET Haarlem
tel. 023-542 36 75
fax 023-235 423 712
info@mension.nl
http://www.mension.nl/

Tweemaal 99 jaar

door Carry-Ann Tjong-Ayong

99 is een mooier getal dan 100. Symmetrisch als een eeneiige tweeling die naast elkaar loopt op weg naar de volgende levenseeuw. En eigenlijk zijn de honderd jaren ook voltooid want het eerste levensjaar in de moederbuik wordt nooit meegeteld.
Als je 1 zegt, bij het tellen is het eerste getal immers al voltooid.
Dus tante Nelletje en oom Johan, waren voor mij allebei honderd jaar.
Een topprestatie om zo lang zo alert, zo gezond op deze wereld, dit grontapu, dit aardoppervlak te mogen vertoeven. Ik heb hen allebei haast tot de laatste dag mogen zien en een brasa mogen geven. Oom Johan op het Ferrierfeest op in Katwijk aan Zee, waar hij nog een gloedvolle speech hield bij de inauguratie van de stichting die zijn naam draagt. Ik dacht toen nog: wat een zegen, als je dat nog kunt op die leeftijd….
Tante Nelletje zocht ik op 15 december op en ik schrok omdat zij niet op haar kamertje lag. Ik zag dat zij met afgedekte mond lag te slapen en streelde nog even haar zilvergrijze haar. Haar conditie was in een maand hard achteruit gegaan en het was eigenlijk geen schok meer dat wij op 17 december te horen kregen, dat zij in haar slaap was heengegaan. Het was al maanden haar grote wens, dat Hij haar zou komen halen.
Oom Johan vierde nog Kerst, Oud en Nieuw met zijn twee jongste dochters en hun gezinnen. Aan de vooravond van zijn overlijden gebruikte hij nog de dagelijkse maaltijd met Joan en Jan, die vlakbij hem wonen. Hij ging naar zijn huis, kleedde zich uit, ging op zijn bed liggen, deed het lampje aan, draaide zich op zijn zij en sliep in. Voor altijd, bleek de volgende ochtend, toen Joan hem belde en hij niet opnam. Toen Jan bij het huis kwam stak de krant nog uit de brievenbus. Dat was vreemd. Papsie haalde altijd de krant, maakte zijn ontbijt klaar. Toen Jan boven kwam vond hij zijn schoonvader met een vredige uitdrukking op zijn gezicht. Hij leefde niet meer.
Daarna kwam het hele circus in beweging, wat resulteerde in herdenkingsplechtigheden van het hoogste niveau, in de twee landen waar zijn hart en zijn leven lagen.
Tante Nelletje had een bescheiden Anitri begrafenis op de Hernhutterbegraafplaats Mariusrust. Zij liet geen nakomelingen na. Wij stonden met een handjevol rouwenden bij haar graf.
Oom Johan kreeg een staatsbegrafenis, waarbij de snelwegen langs de route werden stilgelegd door de escorterende politie. Een koninklijke uitvaart.
Hij liet 6 kinderen, 31 kleinkinderen 33 achterkleinkinderen en 2 betachterkleinkinderen na. Een grotere tegenstelling was niet mogelijk.
Twee mensen die mijn ouders hebben gekend. die hen hun onvoorwaardelijke vriendschap hebben gegeven. Die ik bewonderde.Van wie ik mijn hele leven heb gehouden.

cat 1 februari 2010

Johan Ferrier: een onderwijzer en gentleman in de Surinaamse politiek

door Peter Sanches

Op 4 januari 2010 stierf Johan Ferrier (99): de eerste president van Suriname. Peter Sanches werkte aan een speciaal cadeau voor de 100ste verjaardag van Ferrier: het Grote Anansiboek. Want behalve onderwijzer en president van Suriname was Ferrier ook een meester-verteller van Anansiverhalen.

Helder en monter van geest is hij als ik hem ontmoet tijdens de jaarlijkse herdenking van de 8 december-moorden in de Mozes en Aaronkerk in Amsterdam, nog geen maand geleden. Voor een 99-jarige loopt hij erbij als de beste reclame voor goede gezondheid. Ik kon toen niet weten dat ik – en veel van de andere aanwezigen – hem die avond voor de laatste keer levend zouden zien. Maandagmiddag om 13.00 uur rinkelt mijn mobieltje. Een nicht van Johan Ferrier is aan de lijn en zegt: ‘Gecondoleerd’. Ik snap haar niet, want het kwartje valt niet onmiddellijk. Zij zegt voorzichtig: ‘Weet je het nog niet…?’ Dan begint mij te dagen dat Johan Ferrier op 4 januari het aardse voor het hemelse heeft verwisseld.

Anansiboek

De emoties steken even de kop op. Want ik ben vanaf november 2008 als redacteur nauw betrokken bij het samenstellen van een speciale editie van zijn Grote Anansiboek. De verhalen zijn allemaal door hem geschreven. Op zijn 100ste verjaardag op 12 mei 2010 zou het hem feestelijk worden aangeboden door zijn kinderen en kleinkinderen, om de verjaardag van hun ‘papsie’ (zo wordt hij door hen genoemd) op een bijzondere manier te vieren. Met een speciaal voorwoord van de Surinaamse president Ronald Venetiaan en de Nederlandse premier Jan-Peter Balkenende. Ik heb me heel even verdrietig gevoeld na het nieuws. Maar dat was snel over. Want Johan Ferrier heeft een rijk en goed leven gehad. Hij is nu gaan rusten, zoals Surinamers dat zeggen. Het is absoluut een welverdiende rust na meer dan 80 jaar van harde en noeste arbeid.

Moksikwatra
Johan Henri Eliza Ferrier, zoals hij voluit heet, is een echte ‘moksiwatra’, van gemengd bloed. In zijn afkomst kun je de meeste bevolkingsgroepen die Suriname telt, terugvinden. Dit zal hem later in de Surinaamse politiek goed van pas komen. Zijn ene overgrootmoeder komt in 1873 als contractarbeider uit India met het schip Lalla Rookh in Suriname aan. Zijn andere overgrootmoeder heeft de afschaffing van de slavernij in 1863 nog meegemaakt en vertelt de jonge Johan hier veel over. Van Ma Tante, zoals zij in de familie werd genoemd, hoort hij ook de Anansitories. Verhalen over de schrandere spin Anansi, die met de slaven uit West-Afrika zijn meegereisd naar het Caraïbisch gebied. Ma Tante heeft grote invloed op Johan: hij ontwikkelt zich tot een meester-verteller van de Anansiverhalen. Decennia lang hangen Surinaamse kinderen aan zijn lippen om hem te horen vertellen.
Zijn staat van dienst is indrukwekkend. Op zijn 17de begint hij te werken als onderwijzer. Dat doet hij door de jaren heen op verschillende opleidingen. Hij wordt vakbondsleider en is één van de initiatiefnemers van de Unie Suriname. Als politieke partijen eindelijk worden toegestaan in de kolonie Suriname, is hij een van de medeoprichters van de Nationale Partij Suriname (NPS). Ook dient hij het land als onderwijsdirecteur en vernieuwer, als lid van de Koloniale Staten, minister, minister-president, mijnbouwdirecteur, gouverneur en ten slotte als president.
Boven de partijen
Nog voor het ontstaan van het poldermodel in Nederland creëert Ferrier een eigen poldermodel in Suriname. Van onbesproken gedrag, gerespecteerd en boven partijen staand kan Ferrier in gecompliceerde politieke verhoudingen bruggen slaan tussen de verschillende etnische groepen in Suriname, en verlaat daarmee de koloniale weg van verdeel- en heerspolitiek. Zo lukt het hem in 1969 de toenmalig premier Johan Adolf ‘Jopie’ Pengel ertoe te bewegen om af te treden, en kan hij etnische onlusten in de loop naar de onafhankelijkheid van 1975 bezweren. In 1980 ziet hij de staatsgreep van de militairen onder leiding van Desi Bouterse als een misstap en probeert hij als president van de Republiek Suriname ‘die jongens’ op het pad van respect voor rechtsstaat en democratie te houden. Als dit hem niet lukt en de militairen de grondwet in augustus 1980 buiten werking stellen, vindt Ferrier het tijd om te gaan. Hij kan de denkbeelden en handelswijze van de militairen niet langer verdragen. Hij verhuist met zijn vrouw naar Nederland, maar behoudt voor de rest van zijn leven zijn Surinaamse paspoort en nationaliteit.
Onderwijzer met een missie

Johan Ferrier heeft de functies die hij bekleedde niet als vanzelfsprekend beschouwd, hij vond het een eer zijn ‘land en volk’ te mogen dienen en heeft dit met grote toewijding gedaan. Hij leefde niet in een ivoren toren, integendeel wist hij altijd wat er onder de bevolking speelde. Hoewel hij veel politieke functies heeft bekleed, is hij zijn hele leven in hart en nieren ‘onderwijzer met een missie’ gebleven: hij wilde door middel van educatie en opvoeding zijn volk verheffen, mede als reactie op het feit dat de kolonisator educatie niet nodig had gevonden voor de gewone Surinamer. Het klinkt wat plechtstatig, maar dit was wat Ferrier voor ogen had: de ontwikkeling van zijn land en volk. Het maakte hem tot de staatsman die hij uiteindelijk is geworden. Het maakte ook dat hij altijd balanceerde tussen hoop en zorg als het Suriname betrof. Op momenten dat het moest koos hij zijn woorden zorgvuldig om ‘zijn’ mensen toe te spreken en een hart onder de riem te steken. Zijn speeches waren meestal opvoedkundig van aard, maar nooit belerend van toon, wel altijd enthousiasmerend.

Product koloniale maatschappij?
Volgens critici was Ferrier een product van de koloniale maatschappij en van de lichtkleurige elite die meedeed met de kolonisator. Dit is een kwalificatie die mij te kort door de bocht is en geen recht doet aan zijn inspanningen. Opgegroeid tijdens de koloniale periode zag hij de tekortkomingen, de mogelijkheden en onmogelijkheden van de koloniale maatschappij. Daarom behoorde hij tot een van de initiatiefnemers van het platform Unie Suriname die de leuze ‘Baas in eigen huis’ bezigde. De Unie wilde vergaande autonomie voor Suriname. Ferrier was geen tegenstander van onafhankelijkheid, maar zag dit als een geleidelijk proces, als van een kind, die een ontwikkeling moet doormaken van baby naar volwassenheid. Zo zag hij ook het groeiproces van Suriname. Hij vond dat het land in 1975 nog niet rijp was voor de onafhankelijkheid. Maar toen Den Uyl dreigde de onafhankelijkheid op te leggen, sloeg Johan Ferrier om. Aan de waardigheid van de Surinamer moest men niet komen. Als landskind moest hij in de functie van gouverneur balanceren tussen de belangen van Suriname en die van de Koninkrijksregering en de Koningin in Nederland. Dit was niet makkelijk. Toch ontstond er een warme en persoonlijke band met de vroegere Koningin Juliana en haar dochter Beatrix. Ferrier was in zijn tijd echt een ‘koninkrijksburger’, op zijn gemak in zowel Suriname als Nederland.
Misschien is zijn tekortkoming dat hij te veel gentleman en diplomaat was en geen straatvechter, zoals velen in de politiek. Ik heb Ferrier nooit met modder zien gooien en nooit een onvertogen woord horen zeggen over een andere politicus. Door zijn houding had hij geen politieke vijanden, hooguit tegenstanders. Dit maakte hem voor sommigen tot een kleurloos figuur, maar diegenen die hem hebben gekend, weten wel beter.
Anansitories beginnen altijd met Er tin tin, sigri tin tin. Anansi ben de! Anansi de! Anansi sa tan! Lang, héél lang geleden… was Anansi er! Anansi is er! Anansi zal eeuwig blijven bestaan. Ik eindig met: Johan Ferrier de! Johan Ferrier sa tan! Johan Ferrier is er! Johan Ferrier zal eeuwig blijven bestaan!

[Overgenomen van de site van Wereldjournalisten]

 
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter