blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Faber Paul

Zeemeermin van de week

door Paul Faber
Verhalen en legenden over zeemeerminnen komen bijna overal ter wereld voor. In Japan werden verhalen verteld over de Ningyo, letterlijk vismens. Het zou een zeewezen zijn met een vissenlijf en een aapachtig mondje met kleine tanden en goudkleurige schubben. Als je het vlees at van de ningyo kon je heel oud worden, maar het vangen van een ningyo bracht storm en ander ongeluk. In de Edo-periode werden soms gedroogde ningyo’s op kermissen getoond: namaakwezens gemaakt van een vissenonderlijf en een apenbovenlijfje, kunstig aan elkaar geknutseld.
Via het Nederlandse handelseiland Deshima bereikten sommige nep-ningyo’s de buitenwereld, via zeelieden en wetenschappers. In Europa werden ze met veel bombarie gepresenteerd als mummies van zeemeerminnen. Een groot succes werd dat niet. De ingedroogde lijfjes met hun gruwelijke koppen leken maar weinig van doen te hebben met de beeldschone verleidingsmachine die de zeemeermin inmiddels in de Europese verbeelding was geworden. Naast de ‘echte’ ningyo’s werden er in Japan ook schilderingen van gemaakt op zijde. Uit beide categorieën zijn voorbeelden te zien op de tentoonstelling ‘Een zee vol meerminnen’ in het Teylers Museum.
Paul Faber is conservator aan het Tropenmuseum en gastconservator van de tentoonstelling ‘Een zee vol meerminnen’.

Volkse reclame?

door Gerard Boon

Schaafijs & Wilde Bussen; Straatkunst in Suriname is een heel mooi boek over de levendige cultuur van geschilderde reclames in Suriname. Met honderden foto’s van plaatjes op schaafijskarretjes, op bussen en op muren. De beelden vormen een kleurige, uitbundige, steeds veranderende, en gedeeltelijk bewegende bijdrage aan het stedelijk landschap. De schilderingen zijn vluchtig: deuken, blutsen, krassen, de felle zon, de hitte en de vochtigheid leiden tot verval. En tot vernieuwing en uitbreiding. In de wereld van deze verleiding gaat de zon nooit onder, wat direct werd geleefd gaat zich in een voorstelling verwijderen.

De visuele explosie dateert van de zeventiger en tachtiger jaren. Het begon met de bussen. Na de ondergang van het openbaar vervoer bloeide het particuliere busvervoer, de ‘wilde’ bussen. Bushouders lieten ze meer en meer beschilderen, om klanten te lokken. Ze sloten aan bij de belevingswereld van de beoogde passagiers en de tijdgeest. Motieven, stijl en portretten werden eerst vooral ontleend aan sterren uit de wereld van de muziek, film en politiek, zoals James Brown, Elvis Presley, Arnold Schwarzenegger of Gandhi, later ook Bin Laden, Saddam Hoessein, (samen met Bush) en Bouterse. Met het optreden van een ‘technisch perfect’ schilderende familie worden sinds 1995 ook sterren uit de Indiase filmwereld een thema. Bussen worden van binnen en van buiten, tot aan de spatlappen toe, overdekt met schilderingen. En met teksten als: “Catch me if you can”, “Don’t look for trouble”, of “Power of Love”.

Oogverblindende donkere vrouwen, in strakke, glimmende kleding en uitdagende poses zijn onder de beelden dominant. Dat geldt niet alleen voor de wilde bussen maar ook voor de schaafijskarren. De verkoop van schaafijs is een oude maar niet exclusieve Surinaamse vorm van straathandel: men schaaft ijsjes van stangen ijs op karretjes en maakt ze met siroop op smaak. De handel is een laagdrempelig beroep. Geïnspireerd door de bussen werd het beschilderen van de ijskarren een rage die zijn hoogtijdagen in de negentiger jaren beleefde. De karren werden toen groter; hoe groter en hoger de kar, hoe minder ambulant maar des te meer ruimte voor afbeeldingen en teksten. Naast pikante dames ook hier veel zwarte helden zoals Martin Luther King, Bob Marley, Ruud Gullit, Stevie Wonder, Mandela, Obama. Maar ook romantische paartjes en landschappen. Foto’s uit tijdschriften, stripfiguren en platenhoezen zijn vaak voorbeelden. Religieuze of andere stichtelijke woorden, spreuken met levenswijsheden, ook in het Surinaams, zijn vaak aan de binnenkant van de kar aangebracht, bijvoorbeeld: “Netheid is mijn naam”, “Bidt en werk”, “Ik zal zien”, of “Let them talk”.

Een ansichtkaart van de Keizerstraat uit 1905 toont aanbevelingen voor sigaren en fietsen. Reclames voor waren op wanden zijn al oud, tegenwoordig zijn in Suriname bijna alle muren bezet. Tussen de opdrachtgevers – de winkels en de merken – en de uitvoerders van de commerciële muurschilderingen opereren ook intermediairs, in Paramaribo zijn zo’n vijftien schildersploegen actief. Veel voorkomende beelden tonen bruine bonen in potten of een biermerk, soms worden hele hoekpanden aan één merk gewijd. Het is een hectische markt, een reclame-oorlog waarin schilders soms over elkaar heen schilderen. Dat ergert sommigen mateloos. Winkeliers maken het overtreden van de informele normen op dit gebied soms makkelijker door een wand of winkel die ze willen veranderen alvast wit te kalken

De foto’s in het boek zijn voor een groot deel gemaakt door twee van de drie samenstellers, die bij het KIT werken. Het plaatjesboek bevat ook serieuze beschouwingen die het een en ander in hun context plaatsen. De derde auteur van deze gezamenlijke essays is de bekende Surinaamse journaliste en publiciste Chandra van Binnendijk. Het lijkt alsof de samenstellers met iedereen gesproken hebben die zich met deze beelden bemoeid heeft, en vooral met de schilders. De grootste aandacht gaat uit naar het kleinste verschijnsel, de schaafijskarren. Tegenwoordig zijn er nog een stuk of twintig, vroeger wel vier keer zoveel. Daar zijn de schilders het minst professioneel, soms zijn ze zelf ook de ijsverkoper en eigenaar van de schaafijskar. De eigen inbreng van de maker is bij de karren groter dan bij de bussen of muren. Het boek is wat nostalgisch: men betreurt het verdwijnen van deze individualiteit, ‘de ziel’ en maakt zich zorgen over digitalisering. Een schaafijswagen geheel gehuld in bedrijfsreclames wordt een zorgelijke ontwikkeling genoemd.

De samenstellers noemen het volkskunst. De schilders komen uit alle bevolkingsgroepen en hebben zelden een (kunst)opleiding afgemaakt. Talenten ontwikkelen zich in de praktijk; de schilders zien het als een ambacht en verdienen er soms een aardige boterham aan, wat met “vrije kunst” slecht mogelijk is. Op het hoogtepunt van hun bekendheid emigreren ze trouwens vaak. Afgezien van de plaatjes van al die verleidelijke jongedames spelen vrouwen, behalve als toeschouwers en mogelijke kopers, in deze bedrijfstak geen enkele rol van betekenis.

Om dit nou ‘volkskunst’ te noemen, het blijft reclame. Dat de opdrachtgevers bij hun propaganda de creativiteit bevorderen is niet hun doel. Deze opvatting van ‘volkskunst’ of ‘straatkunst’ is ook anders dan in veel andere landen omdat er, naar de mening van de auteurs, in Suriname vrijwel geen grafitti voorkomt. Met dat laatste ben ik het niet eens. Maar dat zal komen omdat ik dit soort onbetaalde, vaak kritische, berichten al zo lang interessant vind. Ik weet nog goed dat ik bij mijn eerste bezoek aan Suriname in september 1979 kon lezen: “Ontsla de bazen”. Dergelijke geschreven interventies in de openbare ruimte zijn er sindsdien volgens mij altijd wel geweest hoewel het bij hun aard hoort dat ze vaak snel verwijderd worden. Sommige blijven trouwens wél langer zitten. Ik ben benieuwd of er op de sokkel van het standbeeld van koningin Wilhelmina aan de Waterkant bij Fort Zeelandia nog steeds het woord “SHIT” te lezen valt.

Schaafijs & Wilde Bussen; Straatkunst in Suriname
Tammo Schuringa, Paul Faber en Chandra van Binnendijk
KIT Publishers – Amsterdam
ISBN 978-9460220548
158 bladzijden

[geschreven voor Oerdigitaal Vrouwenblad]

Expositie Schaafijs & wilde bussen

Opening expositie Schaafijs & wilde bussen: Straatkunst in Suriname

Vanaf de jaren zeventig ontwikkelde zich in Suriname, met name in de hoofdstad Paramaribo, een verrassende vorm van popular art. Op de particuliere ‘wilde’ bussen, en op schaafijskarretjes werden schilderingen en teksten aangebracht, gaandeweg met een steeds uitbundiger uitstraling.

In dezelfde periode maakten reclameschilders een vergelijkbare ontwikkeling door. Anno 2010 bloeien deze vormen van straatkunst in Paramaribo als nooit tevoren. Honderden bussen vormen een rijdende tentoonstelling met afbeeldingen van afro-amerikaanse en Indiase sterren, treinen, trompetten en fraai gekalligrafeerde teksten; schaafijskarren geven kleurige accenten in het straatbeeld en complete gebouwen worden ingepakt in enorme hyperrealistische reclameschilderingen.

Deze straatkunst groeit nog steeds, zowel in omvang als in kwaliteit, en begeeft zich op het grensgebied van autonome en toegepaste kunst. Het maakt Paramaribo tot een levend en inspirerend openluchtmuseum. In dit boek wordt de geschiedenis van de Surinaamse straatkunst gereconstrueerd en maakt u kennis met de belangrijkste makers. Maar bovenal geeft Schaafijs & wilde bussen een overdonderende visuele impressie van deze weinig bekende kunstexplosie.

De opening van de expositie in Nederland opv4 juni om 17:00 uur bij CBK Zuidoost, Anton de Komplein 120, Amsterdam.

CBK Zuidoost presenteert van 4 juni t/m 19 augustus 2010 werk van 13 meesters van de Surinaamse straatkunst (Winston van der Bok, Ramon Bruyning, Ray Daal, Manoodj Gangadin, Johnny Khodabaks, Nishar Khodabaks, Bietje Kramer, Amatsoedir Mohamadigsan, Dennis Riebeek, Hendry Singoredjo, Elvis Sim Sjoe, André Sontosoemarto en Lloyd Wolff).

De schilderijen worden aangevuld met fotocollages van straatbeelden uit Suriname, tekstborden met achtergrondinformatie en een film met interviews met diverse schilders.

Artists in residence: Kwakoe Zomerfestival

Ramon Bruyning en André Sontosoemarto zijn twee weekenden aan het werk te zien op het Kwakoe Zomerfestival;zaterdag 31 juli, zondag 1 augustus, zaterdag 7 en zondag 8 augustus.

Schaafijs en Wilde bussen is nog te zien in Heden Hier (Den Haag) van 11 september t/m 25 oktober en in CBK Rotterdam.

Boekgegevens
Titel: Schaafijs & wilde bussen. Straatkunst in Suriname
Auteurs: Tammo Schuringa, Paul Faber en Chandra van Binnendijk,
ISBN 978 94 6022 054 8
Paperback, 160 pagina’s, € 19,50
Uitgever: KIT Publishers
Verkrijgbaar in boekhandel, bij de uitgever en via internet.

 

Schaafijs en wilde bussen

Op 12 maart 2010 wordt in Suriname het boek Schaafijs en wilde bussen over straatkunst in Suriname gepresenteerd tijdens de opening van de gelijknamige tentoonstelling in Fort Nieuw Amsterdam. Deze tentoonstelling opent op 4 juni in Amsterdam, en reist tot december door Nederland.

.
Schaafijswagen van Sherwood van Axwijk, geschilderd door Ramon Bruyning. Fotograaf: Paul Faber, 2009
Vanaf de jaren zeventig ontwikkelde zich in Suriname, met name in hoofdstad Paramaribo, een verrassende vorm van informele schilderkunst. Op de particuliere wilde bussen en op schaafijskarretjes werden schilderingen en teksten aangebracht die steeds uitbundiger werden. Tegelijkertijd maakten reclameschilders een vergelijkbare groei door. Anno 2010 bloeien deze vormen van straatkunst als nooit tevoren. Honderden bussen vormen een rijdende tentoonstelling vol Afro-Amerikaanse muzikanten en Indiase filmsterren, treinen, trompetten en fraai gekalligrafeerde teksten. Schaafijskarren vormen kleurige driedimensionale kunstwerken in het straatbeeld, en complete gebouwen worden ingepakt in hyperrealistische reclameschilderingen. In dit boek wordt de geschiedenis van de Surinaamse straatkunst gereconstrueerd en maakt u kennis met de belangrijkste makers. Maar bovenal geeft Schaafijs en wilde bussen een overdonderende visuele impressie van deze weinig bekende kunstexplosie.
Auteurs
Chandra van Binnendijk is redacteur, woonachtig in Suriname en co-auteur van o.a. Twintig jaar beeldende kunst in Suriname. Paul Faber is conservator Afrika in het Tropenmuseum Amsterdam en auteur van o.a. Twintig jaar beeldende kunst in Suriname. Tammo Schuringa is docent aan de Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam en initiator van dit project. De vormgeving van het boek is in handen van Sabine Verschueren.
Tentoonstellingen Suriname en Nederland
De tentoonstelling staat van 12 maart tot eind april in Fort Nieuw Amsterdam, Suriname. Daarna is de tentoonstelling te zien in Nederland, bij Centrum Beeldende Kunst Zuidoost te Amsterdam, van 4 juni t/m 21 augustus. Vervolgens in oktober in Heden, Den Haag en in CBK, Rotterdam in november/december.
Tijdens de tentoonstelling in CBK komen twee Surinaamse schilders naar Nederland voor een artist-in-residenceprogramma.
.

Duoschildering: John Abraham & Bipasha Basu, schildering door Nishar Khodabaks Fotograaf: Tammo Schuringa, 2007

Chandra van Binnendijk, Paul Faber, Tammo Schuringa, Schaafijs en wilde bussen.
ISBN 9789460220548. € 19,50. Uitgegeven door KIT Publishers in samenwerking met CBK
Verkrijgbaar in boekhandel, of bij de uitgever KIT Publishers.
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter