blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Eersel Hein

Schrijversgroep ’77 presenteert gedichtenbundel Fri

De gedichtenbundel Fri met 48 gedichten is een uitgave van de Schrijversgroep’77 in verband met de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij. Het idee voor de bundel ontstond in 2012. Een commissie onder leiding van Johan Roozer, waarvan verder Arlette Codfried en Sombra lid waren, riep dichters op hun emoties rond vrijheid te verwoorden.

Hein Eersel zal op uitnodiging van de Schrijversgroep’77 zijn licht laten schijnen op de bundel. Er zullen tien gedichten uit deze bundel worden voorgedragen. Naast bekende dichters zoals Sombra en Alphons Levens hebben ook nieuwe dichters werk aangedragen, zoals Cobi Pengel, Rose-Marie Maître, Hermien Wimpell, Josta Vaseur, Judith Ruimwijk, John Verwey, Patricia Rotgans, Raoel Doelahasori en Jennifer Lawson.

Alphons Levens

Ook is een uniek project opgenomen, waarbij het Nederlandstalig gedicht Vrijheid in vijf Surinaamse talen is vertaald door onder andere Dorus Vrede, Jit Narain en Kadi Kartokromo. Ook zal eindredacteur Robby Parabirsing (Rappa) vertellen hoe de productie van manuscript tot eindproduct is verlopen. Dit is vooral interessant voor opkomende dichters die meer willen weten over de mogelijkheden om hun werk te publiceren.

Op woensdag 26 juni 2013 zal de Schrijversgroep’77 de gedichtenbundel ‘Fri’ in Tori Oso aan de Frederik Derbystraat presenteren. Aanvangstijd: 20.00 uur.

Update Tori Oso avond 27 februari

Ook aanwezig bij de presentatie van Hecht en Sterk van Shrinivási zijn Hein Eersel, Jerry Dewnarain en Rappa. Samen met Lila Gobardhan zullen zij participeren in het panelgesprek over de bundel. Jerry Dewnarain heeft al een voorzet gedaan. Van zijn hand verschijnt op zaterdag 23 februari een recensie in De Ware Tijd Literair.

Diana Lebacs bij de Curaçaose presentatie van Hecht en Sterk
Op de S’77 avond van woensdag 27 februari zullen er twee boeken worden gepresenteerd. In het eerste deel van de avond gaat het om de nieuwe dichtbundel van Shrinivasi, Hecht en Sterk. Geert Koefoed verzorgt een korte inleiding en Jit Narain, Guillaume Pool en Lila Gobardhan dragen voor uit de bundel. Daarna volgt de paneldiscussie waaraan het publiek mag deelnemen. In het tweede deel van de avond presenteert Karen van Gelder haar boek Hilde. Hilde is een oude dame die terugblikt op haar flamboyante leven. Ze groeit op in de Surinaamse smeltkroes van rassen, rangen en standen. Door een tragische gebeurtenis kiest ze voor een bohemien leven en een glanzende carrière, haar grote liefde achterlatend. Pas na een jarenlange strijd met zichzelf is ze in staat de demonen uit het verleden te overwinnen. Een bijzondere inspiratiebron van Karen is ‘internal voice dialogue’, een concept van de psycholoog Hubert Hermans.
Beide publicaties zullen op de avond te koop zijn en u hebt de gelegenheid het boek Hilde te laten signeren door de auteur. Alle literatuurliefhebbers zijn van harte welkom. De avond is vrij toegankelijk. Aanvang: Stipt 20.00u.

[Mededeling van Schrijversgroep ’77]

Verklarend Sranan woordenboek in de maak

 

De voorzitter van Fiti Fu Wini, Claudetta Toney (l) feliciteert Renata de Bies (r) met de benoeming van de commissie ter voorbereiding van het verklarend Sranan woordenboek. Op de achtergrond v.l.n.r. Stanley Uiterloo, Rudi Spa, Hein Eersel en France Olivieira.  Foto: Jason Leysner
Paramaribo – Het Sranan is onlosmakend verbonden met de identiteit van de Afro-Surinamers. Er moet dus gewerkt worden aan het ontwikkelen van deze taal, zodat het een positieve impuls geeft aan de ontwikkeling van deze groep. Vandaar dat de organisatie Fiti Fu Wini heeft besloten om samen met Sranan Akademiya te werken aan de uitgave van een verklarend woordenboek.
Gisteren werd de commissie bestaande uit Stanley Uiterloo, Rudi Spa, Hein Eersel, Renata de Bies, Celestine Raalte, France Olivieira en Monica Drente geïnstalleerd, die dit plan moet verwezenlijken.
Taalarmoede
“In 1986 is de spelling voor het Sranan officieel goedgekeurd, maar het is daarbij gebleven. Doordat de taal zo weinig geschreven en verspreid wordt, merken we dat we steeds vaker woorden uit het Nederlands lenen om ons verstaanbaar te maken. Maar dat leidt tot taalarmoede en dat willen we voorkomen”, meent Uiterloo die namens Fiti Fu Wini de kar moet trekken binnen de werkgroep.
Vermeer – Het melkmeisje. Rijksmuseum Amsterdam
Bevrijding
De commissie streeft ernaar om een woordenboek met tienduizend woorden uit te brengen. De contouren daarvan moeten rond de viering van 150 jaar afschaffing slavernij gepresenteerd worden aan de besturen van de twee participerende organisaties. “We zijn dan 150 jaar verder en werken aan onze bevrijding. De taal is daarbij een goed instrument”, benadrukt Kortensia Sumter Griffith, ondervoorzitter van Fiti Fu Wini bij het voorlezen van de proclamatie.
Uiterloo meent ook dat de taal afmoet van het stigma dat erop rust. “Je werd vernegerd genoemd als je Sranan sprak. En je werd voor dom aangezien. Maar ik ken mensen die het Sranan altijd al hebben gesproken en die zijn dé grote mannen van dit land geworden. Dat slaat dus nergens op.”
Spa, voorzitter van Sranan Akademiya, ondersteunt het initiatief en meent dat het aansluit bij het doel van de organisatie. “Sinds de oprichting met mannen als Hugo Overman, Eersel en Olivieira zijn we bezig hiermee. We hopen door te participeren in deze commissie dat we eindelijk een doorstart kunnen maken, met deze voor ons allen zo belangrijke stap.”
De commissie zal uitgaan van de Sranan-spelling van 1986. “Maar we gaan de inconsistenties eruit moeten halen. Ook de zaken die onvolledig zijn bij dat van 1986 zullen we moeten aanpakken”, legt lexicoloog De Bies uit.
De leden zijn zich ervan bewust dat het geen eenvoudige taak is en beginnen zo snel mogelijk met het samenstellen van de begroting die hoort bij het projectplan. “Daarmee gaat Fiti Fu Wini op zoek naar financiën bij donoren en andere gelijkgerichte organisaties”, aldus Uiterloo.
[uit de Ware Tijd, 20/02/2013]

Hein Eersel-lezing

Op zaterdag 9 juni j.l. vierde Dr. Christiaan Hendrik (Hein) Eersel zijn 90ste verjaardag. Als eerbetoon aan Eersel, die zich als taalkundige op bijzondere wijze verdienstelijk heeft gemaakt zal een lezing worden gehouden op 15 juni in het auditorium van Self Reliance.

Er zullen diverse sprekers, die zich beroepsmatig en of functioneel bezig houden met taal en overdracht van taalkennis, aan het woord komen. Vanuit de eigen ervaring, deskundigheid en perspectief in de Surinaamse context, zullen korte beschouwingen worden gehouden. De hoofdspreker van de avond is Dr. Renata de Bies. Zij zal het hebben over het Sranantongo in sociolinguïstisch perspectief. De avond wordt opgeluisterd met voordrachten en muziek.

Surinaams-Nederlands, wakaman-taal of slecht Nederlands?

Renata de Bies

door Rolf van der Marck

Kort geleden heb ik hier verslag gedaan van een onderzoek naar de meest gesproken, meest gebruikte taal in Suriname, waaruit het Surinaams-Nederlands als duidelijke winnaar naar voren kwam. Alhoewel ik mij toen beperkt heb tot het doen van verslag, dat betekent niet dat ik geen kanttekeningen heb bij dit resultaat. Nu, enige tijd en twee ‘ervaringen’ later, voel ik mij toch genoodzaakt die sindsdien ‘verrijkte’ kanttekeningen naar buiten te brengen. De door mij genoemde ‘ervaringen’ zijn a) dat naar ik heb begrepen de enige tijd geleden ingestelde adviescommissie inzake de taal onder leiding van de Surinaamse ‘eminence grise’ Hein Eersel naar verwachting binnenkort een advies naar buiten zal brengen om het Surinaams-Nederlands tot Suriname’s officiële taal te maken, en b) dat ik vandaag op de ‘dag van de vrouw’ een tijd lang met gekromde tenen naar de verloedering van onze taal op de radio heb zitten luisteren.

Hein Eersel

Allereerst mijn kanttekeningen. Waar Renata de Bies, bouwdecaan van de Masteropleiding Nederlands van de subfaculteit Humaniora van de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS), aan de hand van onderzoek meende te kunnen aantonen dat het Surinaams-Nederlands (SN) steeds meer afstand neemt van het Algemeen Nederlands (AN) zijn daarbij een aantal vraagtekens te plaatsen. Het alles overheersende vraagteken is wel welk Nederlands De Bies nu eigenlijk doceert aan de AdeKus. Uit de strekking van haar stelling spreekt een grote preoccupatie met het Surinaams-Nederlands, ongetwijfeld gevoed door de door haar samengestelde woordenboeken, wat haar onderzoeksverslag zo ongeveer tot een zegetocht heeft gemaak. Met andere woorden, wordt er op masterniveau aan de AdeKUS wel voldoende onderscheid gemaakt tussen AN en SN?

Welk Nederlands wordt onderwezen op de AdeKUS?
De opvolgend meest belangrijke vraag is, welk onderscheid wordt er in die opleiding gemaakt tussen Surinaams-Nederlands en slecht Nederlands? De woordenboeken van De Bies vormen nog slechts een aanzet tot een beschrijving van het Surinaams-Nederlands, de status van het Surinaams-Nederlands als een autonome taal is alleen maar een uiterst officieuze, zo is er bijvoorbeeld nog helemaal geen onderzoek gedaan naar de verschillen op het gebied van stijl en grammatica. Er zal dus nog heel wat water door de Surinamerivier moeten vloeien alvorens het Surinaams-Nederlands een autonome taal genoemd kan worden. Bij gevolg wordt straffeloos beweerd dat er Surinaams-Nederlands wordt gesproken, terwijl het over een heel grote linie niet anders dan slecht Nederlands is.

Uitgaande van deze status quo is de wens om het Surinaams-Nederlands tot onze officiële taal te maken misschien wel begrijpelijk, maar wij moeten wel beseffen dat genoemde status quo het resultaat is van de in de laatste decennia te constateren verloedering van het onderwijs in Suriname, eerst en vooral de verloedering van het taalonderwijs. Dit blijkt uit een volledig gebrek aan taalbesef, gebrek aan notie wat afzonderlijke woorden betekenen en hoe ze te gebruiken om er iets mee tot uitdrukking te brengen en dat geldt zonder onderscheid vanaf de kleuterschool tot en met de universiteit. Als de universiteit zou selecteren op een goede beheersing van de Nederlandse taal, dan kon zij haar poorten maar beter sluiten.

 

Door de kat of door de hond gebeten?
Tegen deze achtergrond is het niet eens meer de vraag of je door de kat of door de hond wordt gebeten, de allesoverheersende vraag is hoe de mensen weer taalbesef bij te brengen, om het even of het AN, SN of Engels is, want die keuze is arbitrair, of emotioneel om het anders te zeggen. En daar ligt mijns inziens dan ook de crux, welke taal ligt het dichtstbij voor de Surinamer van vandaag? Het lijdt volgens mij geen twijfel dat het Surinaams-Nederlands de emotionele keuze is, maar ook dat lost het probleem niet op, maar het zou wel een stap kunnen zijn in de goede richting. Het probleem is namelijk een pedagogisch probleem: op welke wijze kan de Surinamer weer voeling met taal worden bijgebracht? Daartoe moet eerst die keuze worden gemaakt en vervolgens moet ijlings worden gewerkt aan een standaard van het Surinaams-Nederlands, want anders is er überhaupt geen onderwijs mogelijk. Het is een verdomd complex probleem, nog complexer dan het probleem van de kip en het ei.

Wakaman-taal
Dan kom ik tot slot bij wat ik wakaman-taal wil noemen, stoer taalgebruik om interessant te klinken, met als pluspunt dat het het gebrek aan kennis van de taal maskeert en in tegendeel wordt geacht indruk te maken door het veelvuldig gebruik van Engelse termen. Zoals ik hierboven al zei, heb ik vandaag enige tijd naar de radio zitten luisteren, waar niet de minste onder de Surinaamse radio-omroepers, Steven van Frederikslust, commentaar gaf op het Hindoestaanse Holi-feest en de Dag van de Vrouw, die allebei vandaag worden gevierd. Daarbij is de Dag van de Vrouw aangegrepen voor een bewustwordingscampagne, de Pink Ribbon-campagne ter bestrijding van borstkanker. Bij het aanzetten van de radio moest ik beluisteren dat awareness noodzakelijk is, willen wij borstkanker bestrijden. Geen speld tussen te krijgen, behalve dan dat de gemiddelde Surinamer eerder zal begrijpen wat bewustwording is dan awareness. Maar daar gaat het dus helemaal niet meer om, het gaat erom om indruk te maken, niet om de boodschap zo goed mogelijk over te brengen. De rest van mijn luisterergernis zal ik u besparen, maar Van Frederikslust had in elke zin minstens drie Engelse woorden gevlochten, zonder dat ze tot een betere bewustwording bijdroegen.

Tien dagen geleden was ik aanwezig bij een door het Suriname Heritage Festival in samenwerking met de Kamer van Koophandel georganiseerde lezing met als titel: “De economische waarde van ons erfgoed”. De lezing met powerpointpresentatie werd gehouden door een Surinaamse landschapsarchitect die haar opleiding in Amerika had genoten, waar ze ook is afgestudeerd. Wellicht was dit mede de oorzaak van een overmatig gebruik van Engelse termen, maar los daarvan bevatte praktisch elke op het scherm weergegeven Nederlandse zin minstens één grove fout, heus niet alleen een verwisseling van ‘de’ en ‘het’. En natuurlijk ging het ook hier –in weerwil van de titel– niet om erfgoed, maar om heritage, en om awareness, niet om bewustwording.

De opvolgers van de ‘commissie-Eersel’ worden zodoende opgescheept met een hels karwei, namelijk om slecht Nederlands te beschrijven en definiëren, om er zodoende een autonome taal van te maken. Vrijwilligers vóór!

Lucia Nankoe in gesprek met Hein Eersel

De Caribische literatuur in tekst en context in Galerie Sukru Oso

Op donderdag 26 januari organiseerden de heren dr. Hein Eersel, mr. Carlo Jadnansing en dr. mr. Edwin Marshall een causerie over de Caribische literatuur. De gastspreker was Lucia Nankoe. Zij trad in dialoog met Hein Eersel en het publiek.

Tori Oso

De dialoog begint met de vraag van Hein Eersel, taalkundige, aan Nankoe welke literatuur gerekend mag worden tot de Caribische literatuur. Nankoe laat duidelijk blijken dat zijn geen voorstander is om de Caribische literatuur in te delen vanuit een geografisch optiek. Deze kenner van de Caribische literatuur kiest evenmin voor een historische indeling.

Volgens Nankoe is de tijd aangebroken om naar stromingen te kijken, want achter deze stromingen gaan ook veel ideeën, gedachtes en verwachtingen schuil. “Er moet eerder gekeken worden wat er is geschreven en welke stromingen aanwezig zijn”, vindt deze literatuurwetenschapper. Heel duidelijk en met veel enthousiasme onderbouwt Nankoe haar mening. Zo vrij als een vis zich in het water voelt, zo vrij en boeiend vertelt Nankoe over de geschiedenis van de Caribische literatuur waarin de vele literaire stromingen aan de orde komen. Zij geeft veel voorbeelden van schrijvers die thuishoren bij de verschillende stromingen. Ook worden de thema’s bij elke stroming kort belicht.

De Négritude

Zij begint met de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw waarin auteurs uit de verschillende Caribische eilanden toentertijd Afrika idealiseerden. Alles wat Caribisch Gebied was, was Afrika. Afrika was het moederland, Europa, Azië enz. telde niet mee. Frank Martinus Arion met zijn boek Stemmen uit Afrika is een duidelijk voorbeeld hiervan.

Er was een opkomst van auteurs die zich in een beweging, de Négritude, bundelden met name uit het Frans Caribische eiland Martinique. Deze Négritude-schrijvers stelden Afrika centraal in hun werken.

Gedurende de dialoog kwam Nankoe enkele keren terug op het thema Afrika. “Wat je ziet in de Caribische literatuur is aan het begin van de twintigste eeuw en zeker in Londen en met name Parijs dat er studenten uit de verschillende koloniën bijeenkomen.” Deze aanstaande ‘zwarte’ intellectuelen gaan op zoek naar hun verleden. Uit Martinique is bekend geworden Aimé Césaire (Martinique, 26 juni 1913-17 april 2008). Uit Frans-Guyana kwam Léon-Gontran Damas (28 maart 1912-januari 1978). Uit Afrika, Senegal, Léopold Sédar Senghor (9 oktober 190620 december 2001), die later ook nog president wordt. Zij richtten de Négritude-beweging op.

Deze beweging is volgens Nankoe heel erg belangrijk in de literaire geschiedenis van het Caribische Gebied. Er ontstaat zodoende een link tussen Frans-Guyana (Damas) en de rest van de Frans Caribische eilanden (o.a. Cesairé) en een link met Afrika via Senghor. Afrika werd geïdealiseerd, het moederland, maar dit was de eerste aanzet om het Caribische Gebied te herwinnen of te hervinden. Een belangrijke thema hierbij was het idealiseren van de zwarte vrouw. Alle zwarte personages in hun werken waren de mooiste vrouwen of zwarte godinnen. De gedichten van René André de Rooy (Paramaribo, 1917) staan bekend om de verheerlijking van de zwarte vrouw.

Négritude in Suriname: een voorbeeld

Met deze thematiek (Négritude) toonde ook de Surinaamse Eugène Rellum zich verwant aan dichters uit de négritude-beweging en dan met name met de van Cayenne afkomstige Léon Gontron Damas. Een van de bekendste gedichten over de Surinaamse neger zou ‘Negerschap’ worden:

Negerschap
is als bloeiende vanille
hoog in de bomen van het bos;
in wijde omtrek
laat de geur niemand los,
hij dwingt een ieder
om naar hem
omhoog te kijken


Antillanité

Langzamerhand verandert de ‘Back to Africa’-gedachte in de Antillianiteit (Antillanité) met als bekende schrijver Edouard Glissant (21 september 1928 3 februari 2011). Hij is de absolute grote denker die pleit voor het Antilliaan zijn. Daarom moet, volgens Nankoe, deze schrijver uit Martinique zeker op de leeslijst voorkomen van studenten. “Wij zijn niet meer Afrika, India, en China, wij zijn Antillianen! Daar schrijft Glissant over.”

In Suriname lijkt gedurende de jaren ‘60 en de eerste helft van de jaren ‘70 het merendeel van alle schrijvers – en zeker van alle dichters – er zich terdege rekenschap van gegeven te hebben dat hun inzet een ernstig en concreet realiseerbaar doel diende: de strijd voor de onafhankelijkheid van Suriname! De maatschappelijke betrokkenheid van auteurs was ook altijd groot, maar vanaf het einde van de jaren ‘60 zijn alle maatschappelijke ontwikkelingen praktisch van dag tot dag te volgen in vooral de poëzie. De auteurs identificeerden zich met hun land in de meest letterlijke zin. Eugène Rellum:

Sranan na mi,
mi na Sranan.
Suriname ben ik;
ja, ik ben Suriname.
In dit opzicht was de literatuur van Suriname helemaal in lijn met de massa van niet-westerse letteren.

Creolité

Vervolgens komt de nieuwe generatie van auteurs. Hun stroming wordt de la Creolité genoemd. Bekende auteurs zoals Patrick Chamoiseau (Martinique, 1953), Jean Bernabé (Martinique, 1942), Raphaël Confiant (Martinique, 1951). “Dat zijn drie wilde jongens die gigantische veel schrijven. Zij schrijven niet alleen gedichten en of romans. Zij gaan verder. Zij probeerden bepaalde gedachtegoed te verwoorden”, weet Nankoe dit op een humorvolle manier het publiek mee te delen.

In het Frans Caribische Gebied komen de auteurs op het punt dat de natuur belangrijk werd. Uit de andere taalgebieden zou er een raakvlak getrokken kunnen worden om te kijken welke auteur binnen deze stroming past, “want er zijn nog steeds mensen die leven vanuit de literaire ervaring met de Afrika-gedachte”’, eveneens met de ‘India-gedachte’”, volgens Nankoe.

“Dit betekent dus dat de we het Caribisch Gebied de indeling van letterkunde in talen zouden moeten loslaten, concludeert Eersel. “Een regio met een eigen cultuur, een eigen geschiedenis die tot uitdrukking komt in minimaal vier talen: het Engels, het Spaans, het Nederlands en het Frans. Nankoe vult aan, dat tegenwoordig ook het Frans Creools een erkende taal is. Vooral Haïti schijnt hele goede schrijvers in deze taal voort te brengen.

Thema’s

De thema’s die vaak dan nog aan de orde komen zijn: het slavernijverleden, de koloniale geschiedenis, ras, kleur, exodus naar de metropool etc. Eersel geeft een mooi voorbeeld van de Cubaanse dichter Nicolás Guillén (Nicolás Cristóbal Guillén Batista, 10 juli 190216 juli 1989). In een van zijn mooiste gedichten ‘Balada de los dos abuelos’ probeert hij een duidelijke tegenstelling tussen blank en zwart op te lossen in het mulat zijn.

Ook de klassentegenstellingen komen aan de orde. De Surinamer Dobru heeft het over de bakadyari. Dobru doorbreekt het taboe door het naar buiten brengen van het leven op de bakadyari (achtererven) te beschrijven. Maar niet dit alleen, hij doorbreekt ook het taboe op winti en dat is zeker een groot verdienste van deze grote Surinaamse dichter geweest!

 

Lucia Nankoe (links), Renate de Bies & Hein Eersel
 

Tekst en context

Nankoe vervolgt haar gesprek door te vertellen dat auteurs op gegeven moment naar de metropool (moederland) gaan: Parijs, Londen en Amsterdam. Zij geraken ver weg van de Caribische ervaring. De vraag is in hoeverre zijn deze auteurs nog Caribische auteurs. Als voorbeeld wordt de jonge schrijver Karin Amatmoekrim genoemd. Deze schrijfster is geboren in Suriname, maar is opgegroeid in Nederland. In hoeverre is zij nog een Surinaamse auteur? Want in sommige romans zijn deze auteurs weggeraakt van de Caribische context, want hun verhalen spelen zich dan ook in Europa af.

En als je ver weg bent geraakt van de Caribische cultuur, ben je dan nog een Caribische auteur of een Nederlandse auteur?, werpt Nankoe deze vraag op aan de aanwezigen. Misschien een leuk onderwerp voor een volgende causerie! Nankoes babbeltje in Sukru Oso heeft ongetwijfeld zelfs de aanwezige leek in de Caribische literatuur op deze avond absoluut een interessant beeld over de Caribische literatuur gegeven!

[uit DWT, 28 januari 2012]

Foto’s: Carmen Lie (behalve die van de Arion, Césaire en Rellum)

Donner gebelgd over Nankoe tijdens causerie

Op 26 januari organiseerden prominente cultuurkenners een causerie over Caribische Literatuur in Sukro Oso. Gast hierbij was drs Lucia Nankoe (foto rechts). Zij is een kenner van vooral de Franstalige Caraibische literuur en doceert deze thematiek in Nederland. Nankoe was in gesprek met Hein Eersel, taalkundige. Don Walther, die de causerie bezocht, ergerde zich over het feit dat Lucia Nankoe, geen Surinaamse boeken besprak en ook geen aanbevelingen wilde doen in deze richting. Het publiek kon zich in het algemeen hierin terugvinden. Inmiddels heeft Donner zijn ergernis verwoordt in een internetschrijven, waarbij hij Nankoe een ‘krabbenmentaliteit’ verwijt. De stoom die Donner blaast, kan een indicatie zijn dat er in inderdaad in Suriname zelf meer discussie moet komen over de producties van Surinaamse schrijvers en hun positie in het literaire en maatschappelijke veld.

[S’77 Info]

Dobru-biografie gedoopt

Op 29 november j.l. werd in het Nationaal Archief in Paramaribo de biografie van dichter-politicus R. Dobru door Cynthia Abrahams ten doop gehouden. Een foto-impressie.
Cynthia Abrahams met kunstenaar Erwin de Vries, die het portret van Dobru op het voorplat van het boek maakte

 

Cynthia met Jenny Simons, voorzitter van DNA

 

Op de eerste rij de familie-Raveles

Cynthia Abrahams met de weduwe van Dobru, mevr. Wonny Raveles-Resida

 

Met taalkundige Hein Eersel

Met dichter Celestine Raalte

Rudi Spa leidt Sranan Akademiya

Paramaribo – Na een lange inactieve periode heeft de Sranan Akademiya eindelijk een voltallig bestuur. De nieuwe voorzitter, Rudi Spa (foto rechts), noemt het een ‘alen sribi’ (Surinaamse omschrijving voor winterslaap) die de stichting heeft meegemaakt. Jarenlang stond ex-voorzitter Eddy van der Hilst er alleen voor om de organisatie te leiden.

De Sranan Akademiya die in 1983 officieel werd opgericht, stond voor het bevorderen van het Sranantongo, maar richtte later ook haar aandacht op het gebied van cultuur en de ontwikkeling van de eigen taal bij andere bevolkingsgroepen. Grondgedachte van de stichting verdeelt ‘fositen edeman’ van Sranan Akademiya, Hein Eersel, in drie colleges: wetenschap, cultuur en verspreiding van kennis. De introductie van het nieuw bestuur vond afgelopen woensdag plaats in Tori Oso. ‘Puwema uma’ Celestine Raalte deed een serie voordrachten uit haar nieuwste bundel Sapatiya, ‘dron man’ Henk Sako gaf een hoogstaande apinti performance en Eddy van der Hilst las een ludiek verhaal voor, geschreven door Ané (André Doorson).

In het filmpje gemaakt door Tolin Alexander vertelde Hein Eersel over het begin van Sranan Akademiya, dat ook een tijdje werd geleid door wijlen Hugo Overman. Van der Hilst, die later erbij werd gehaald als linguïst, leidde de organisatie vanaf 1988 tot twee dagen geleden. In de jaren tachtig werd de televisiecursus Skrifi Sranantongo verzorgd, maar van een Surinaams woordenboek is het tot heden niet van gekomen. Wel was het bestuur onder Van der Hilst er al ver mee gevorderd toen zij werd geconfronteerd met de moeilijke periode van SAP. Meer dan één baan, vertrek naar Nederland en het pro Deo werk, waren de gevolgen dat alleen Van der Hilst en Robert Wijdenbosch in het bestuur overbleven.

Laatstgenoemde kwam later te overlijden. In het nieuw bestuur komt Van der Hilst terug, maar dan als commissaris. De overige ‘tiri man’ en ‘tiri uma’ zijn: Helmut Gezius, Celestine Raalte en Rinaldo Tanawara. Voorzitter Rudi Spa noemde de punten waarop het bestuur zich de komende tijd wil gaan richten: radioprogramma, krant, kinderopstel en -gedichten, komediespel en verandering aan de negatieve teksten in de Surinaamse muziek. Hein Eersel geeft aan dat niet alleen in ‘alen ten’, maar ook in ‘drei ten’ het slapen kan gebeuren. “Dit is het jaar van de Afrikaanse Diaspora, grijp dit aan om te beginnen, maar begin niet aan een aantal projecten tegelijk,” liet Eersel weten. Hij gaf er de voorkeur om het ‘wortu buku’ (woordenboek) te hervatten. Hoewel de bevolking dagelijks Surinaams spreekt, weet niet iedereen dit correct te doen. Linguïst Van der Hilst: “Mensen denken teveel in het Nederlands, vanwaaruit ze het Sranantongo woord voor woord vertalen. Een spelling van een taal gebruiken voor een andere, dat kan niet!” Hij gaf een voorbeeld van verkeerd Sranantongo: ‘Mi si yu tap tv’. Vertaald betekent dit: ‘Ik heb je de tv zien dichtmaken.’

[uit de Ware Tijd, 12/12/2011; alle taalfouten rechtgezet]

Winnaar RNW-prijsvraag Sranantongo Dictee bekend

door Patrick Dorder

Het Grote Sranantongo Dictee dat werd gehouden op zaterdag 9 juli, trok relatief grote belangstelling in zowel Nederland als in Suriname. Dat blijkt uit de vele inzendingen die de Caribische redactie binnenkreeg na het uitschrijven van een prijsvraag. De winnaar is Frank David.

Deelnemers konden vanaf hun computer het dictee maken, door via onze site te luisteren (en kijken) naar Gerda Havertong die het dictee voorlas. Het Sranantongo Dictee is volgens de officiële spelling opgesteld. Hein Eersel, deskundige op het gebied van het Sranan, was verantwoordelijk voor de redactie.

Het Sranantongo Dictee werd georganiseerd door het NiNsee (Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis) in samenwerking met radiostation Double7fm en Stichting Eer en Herstel.

Met het bekendmaken van de winnaar, publiceren wij ook meteen de tekst (zie hieronder).

Het Grote Sranantongo Dictee
Zaterdag 9 juli te NiNsee v.a 14.30

Tekst: Aspha Bijnaar
Presentatie: Gerda Havertong

Disi na wan trutru tori fu wan umapikin.
En nen na Jacquelina.
Jacquelina ben de wan srafupikin, di ben e wroko na ini a oso fu Masra Van Halm.
A ben e yepi na kukru.
Masra Van Halm ben e hori wan lo srafu na ini en oso, nanga na en dyari tu.

Yu e aksi yusrefi now, ‘fa wan yongu pikin kan de srafu?’
Ma so a ben de, na katiboten.
Ala suma, yonguwan nanga owruwan, ben de srafu.
Jacquelina ben abi tinafeyfi (15) yari nomo.
A ben de wan moy wenke fu si. Na so den ben taki.

Ma na wan pisi ten kaba Jacquelina e hori nanga wan boy.
En nen na Kwasi.
Dey fu dey Jaquelina e lobi Kwasi moro nanga moro.
Ala suma kan si dati.

Ma a no ala sma lobi a tori dati. A sma di e fòk Jacquelina òp, na Masra Van Halm. Masra Van Halm no wani Jacquelina e teki waka nanga Kwasi.
Ibri leysi te a yere taki Jacquelina miti Kwasi, Masra Van Halm e fon a pikinwenke te fu dede.

A tori dati e meki Jacquelina e firi so sari.
Tye! A libi fu wan srafu hebi nofo kaba: ala dey lebawroko, nanga so furu fonfon. Dan ete yu no fri fu lobi suma yu wani. Baya! Fu san ede so?

A gersi taki masra Van Halm habi wan pikin ay na tapu a moy wenke Jacquelina. Na soso dyarusu meki a e krakeri Jacquelina so. A wani en fu ensrefi wawan. Ma Jacquelina no wani dati srefisrefi. Jacquelina lobi Kwasi!

Jacquelina no man hori a libi disi moro. A sidon prakseri: san mi kan du fu broko nanga a sortu libi disi?

Baka wan bun prakseri Jacquelina si wan okasi nomo.

Wan tu dey na baka, son e piri en tifi sote. Jacquelina teki wan busroyti. A waka go na foto fu go bay wan sani na a dresiwenkri fu masra Goudman.

Sortu sani a go bay so?

Baya, fa a tori disi sa waka moro fara?

Dati unu musu leysi moro fara na ini a buku: Jacquelina. Slavin van plantage Driesveld.

Redactie: Hein Eersel

[RNW, 20 juli 2011]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter