blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Ecury Nydia

De flonkering van het Papiamentu

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres.Vandaag een stuk over De kleur van mijn eiland van Aart G. Broek, Sidney M. Joubert en Lucille Berry-Haseth uit 2006.

 

door Michiel van Kempen

‘Voor degenen die de echte tambú gekend hebben, moet het een trieste zaak zijn de hedendaagse tambú te zien opvoeren door de jonge folkloristische groepen. Een tambú waar de man nu constant met opgeheven armen achter de vrouw aandanst totdat hij haar zo dicht nadert, dat zij hem een kontstoot geeft.’ Dat schreef de Curaçaose dichter Elis Juliana in 1983. Hij had het over de bekendste traditionele dans van de Nederlandse Antillen, maar het citaat geeft de hele ontwikkelingsproblematiek van de Antillen in een notendop: van de taal (het Papiamentu), van de cultuur in brede zin, van de hele samenlevingsvorm van de drie Benedenwindse eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao. Waar komen wij vandaan? wat kennen wij van die traditie?, wat is ervan overgebleven?, wat geven we op als we als minuscule samenlevingen meegaan in de vaart der grote volkeren? Hoe verhoudt zich de eilandelijke cultuur tot de Nederlandstalige van het Koninkrijk der Nederlanden en de machtige Spaanstalige van het nabijgelegen Zuid-Amerikaanse continent? Het zijn altijd kernvragen geweest van de Benedenwinders en nu, anno 2006, op de drempel van nieuwe belangrijke staatkundige hervormingen, zijn die vragen niet minder klemmend dan ooit ervoor. read on…

Nydia Ecury – een portret

door Zaza de Ridder

Biografie
“Nydia Ecury, ofwel volledig Nydia Maria Enrica Ecury, is op 2 februari 1926 geboren op Aruba als negende van dertien kinderen (Joubert 2013, 7). Haar vader, Segundo ‘Dundun’ Ecury, was ereconsul van Haïti en van Arubaanse afkomst, met voorouders in Afrika. Haar moeder, Shon Annie Ecury-Ernst, was een weeskind uit Curaçao van waarschijnlijk Duitse komaf, haar vrije tijd besteedde zij graag aan het maken van gebak. Nydia studeerde in Canada en schreef als journaliste stukken voor de Lago-raffinaderij op Aruba. In 1957 verhuisde zij naar Curaçao, waar ze Engelse les ging geven op onder andere de Nilda Pintoschool en ook privélessen gaf in Papiaments. In 1960 trouwde ze met de Nederlandse Wilhelm Eduard Isings. Zij kregen twee kinderen: Caresse Isings Ecury en Wilhelm Alexander Isings. In 1964 scheidde Nydia van Wilhelm Eduard, waarna ze in haar eentje de kinderen opvoedde. read on…

Balans: Arubaans letterkundig leven (37 en slot)

door Wim Rutgers

Nawoord: werk in uitvoering

Hiermee ben ik aan een voorlopig eindpunt van mijn balans gekomen. Maar het is uiteraard een voorlopig eindpunt, want een dergelijk werk is dynamisch, ontwikkelt zich en is nooit af. Het is nooit volledig noch definitief. Het is werk in uitvoering. Er verschijnen nieuwe auteurs en nieuwe werken, maar ook duiken nieuwe inzichten en perspectieven op die tot aanvulling en herschrijving noodzaken. Daarom deze digitale vorm die geen beperking in omvang of einddatum kent. read on…

Pronken met andermans veren

door Henry Habibe

 

Het verhaal ´De eerste lyrische worstelaars in de Arubaanse literatuur; Van indianen en Arubanen´ van Fred de Haas (Amigoe, Ñapa, 23/01/2016) heb ik, door een heel lang verblijf in het buitenland, pas eind februari jl. kunnen lezen. Het is, althans voor mij, geen nieuw verhaal. Bepaalde aspecten die daarin naar voren komen, heb ik ongeveer zes jaar geleden reeds uitgebreider opgetekend in het boek Aruba in literair perspectief. Dit boek is tot stand gekomen met een subsidie van UNOCA en het Prins Bernhard Cultuurfonds Caribisch Gebied en verscheen vorig jaar (maart) op Aruba. read on…

Balans: Arubaans letterkundig leven (21)

door Wim Rutgers

04.3.1 Belén Kock-Marchena: Ik wil niet dat de hoop in mij sterft
Belén Kock-Marchena werd in 1942 geboren op Bonaire, maar groeide op in Aruba. Na haar lagere school haalde ze haar mulo-diploma op Curaçao en volgde de onderwijzersopleiding vervolgens op Aruba. Na de opleiding in Nederland met de volledige bevoegdheid voltooid te hebben, werkte ze in Aruba in het onderwijs. Belén Kock-Marchena werd in 1986 bekend door het gedicht ‘Juffrouw, ik heb een bòter meegebrengt’ dat op posters gedrukt overal verspreid is, tot op Curaçao en Bonaire toe. read on…

Balans: Arubaans letterkundig leven (20)

door Wim Rutgers

04.3. Poëzie: drie tendensen

Poëzie is klank en beeld. Als ze wordt gedeclameerd met instrumentale begeleiding of wordt gezongen, sluit ze aan bij de muziek. Wordt ze schriftelijk gepubliceerd, dan sluit ze door lay out en illustraties aan bij de beeldende kunst. De grote Nederlandse dichter en poëzietheoreticus Simon Vestdijk verwoordde dat in zijn lezingen die hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in het gijzelaarskamp Sint Michiels Gestel hield voor zijn medegevangenen en die later als De glanzende kiemcel (1973) werden gepubliceerd als volgt:

Door de metrische regelmaat en de klankrijkdom nadert de poëzie tot de muziek, – door het op de voorgrond treden van aanschouwelijke beelden, van concrete, plastische details zoekt de poëzie als het ware aansluiting bij de beeldende kunst. read on…

Balans: Arubaans letterkundig leven (14)

door Wim Rutgers

Deel II

04 1986 – 2015
Het veelstromenland van de moderne literatuur

04.0 Positiebepaling
Net voor het ingaan van de status aparte per 1 januari 1986 sloot de Lago raffinaderij na zestig jaar definitief haar poorten. Het betekende een abrupte crisis van ongekende omvang, waarbij de bevolking op financieel economisch terrein via het inleveren van salaris en door middel van een solidariteitsbelasting net met het ingaan van de status aparte voor reusachtige problemen stond, zoals decennia eerder de autonomie ook al vergezeld was gegaan van problemen rond de lay off in de raffinaderij, waar door automatisering talrijke arbeiders waren ontslagen. read on…

Balans: Arubaans letterkundig leven (10)

door Wim Rutgers

02.1 Nydia Ecury: verliefd op het Papiaments
Nydia M. Ecury (Aruba 1926 – Curaçao 2013) is een zuster van de op Aruba bekende ‘Boy’ Ecury. Ze werkte voor Aruba Esso News en studeerde Engels in Canada. Sinds 1957 woont ze op Curaçao, waar ze Engels doceerde.
Ze begon relatief laat een rol te spelen op cultureel terrein, maar werd daar zeer bekend en populair als dichteres en voordrachtskunstenares. Ze publiceerde een handvol gedichtenbundels en diverse voorbeelden van kinderliteratuur. Daarnaast vertaalde, speelde en regisseerde ze toneelstukken voor Thalia. Haar ‘One woman show’ bracht haar in 1980 veel waardering. Ze schrijft in het Papiamento en Engels. read on…

Wereldpoëzie uit Aruba

Nydia Ecury – Een droom die ik heb
door Levity Peters
In mijn kast heb ik een plekje voor dichtbundels die ik regelmatig en graag inkijk. Niet alleen Kavafis, Roethke, Walcott, Tranströmer en Jellema, ook D.H. Lawrence, Peter Spaan, Gerrit Bakker, Nachoem Wijnberg en Juliën Holtrigter hebben daar hun plekje, naast vele anderen. Het is mijn plank van ‘Altijd Raak’. Daar komt ook de bundel Een droom die ik heb van Nydia Ecury te staan. Het is niet de onderwerpkeuze waardoor ik zo’n goed gevoel krijg van haar poëzie, noch de taalacrobatiek; het is de echtheid ervan.
Echtheid; hoe subjectief is dat! Volgens een goede vriend van me is het allemaal een kwestie van smaak. Maar al houd ik niet van de poëzie van Lucebert, ik kan wel zien dat hij een van onze grote dichters is. Groter dan Richard Minne die ik graag lees. Rilke was een groot dichter, maar ik heb de pest aan hem. Geef mij T.S. Eliot maar. Enz. Het blijkt dus toch te gaan om het plezier waarmee je iemand, door wat dan ook beïnvloed, kunt lezen.
En ‘echt’ voelt poëzie die aan jouw leven raakt.
Wanneer ik zoek naar een mooie strofe van Ecury, dan is er niet een die er uitspringt. Dit is geen virtuoze poëzie, maar toch, kom er eens om:
(…)
Zo koud, je lichaam.
In mijn wens,
onvervuld, blijf je
warm en aanwezig,
zoals later misschien
ik zal zijn
in de wensen
van hen
die ik dacht
grenzeloos
te hebben liefgehad.
(uit: De cirkel)
Zulke volmaakte, eenvoudige poëzie, in die volgorde: volmaakte eenvoudige poëzie, waarom is die zo zeldzaam? Omdat zulke poëzie niet gemaakt wordt, maar geboren. Nydia Ecury had haar hart op de tong, en de taal leefde in haar hart; anders kan ik het levende van haar gedichten niet verklaren. Behalve met nog iets: Liefde. Wat mij het meeste raakt is de warmte waarmee elk gedicht geladen is. Ook het verdrietigste. Het zijn de gedichten van een vrouw die sterk genoeg was om haar zwakheid te kunnen blootgeven; dat gaat verder dan aanvaarden.
Zoet bekkie
Ik weet,
het is gelogen.
Ik weet,
het is een grap,
Maar mijn ogen
bleven glanzen
en ik proefde
sesamsnoepjes
in mijn mond,
toen jij het allang
vergeten was.
Tederheid,
zoet bekkie,
bijna had je me
ten val gebracht.
Dit is typisch een van de gedichtjes die mij zo’n goed gevoel geven. Je hoeft geen vrouw te zijn om je te realiseren hoe heerlijk het gevoel is dat een flirt je kan geven, en des te groter de voldoening wanneer je er niet voor gevallen bent; het gevoel blijft als de nasmaak van een lekker snoepje.
Het volgende gedichtje raakte mij ook op een andere manier. In de in alle opzichten interessante inleiding van Sidney Joubert las ik dat haar laatste jaren werden gekenmerkt door een steeds duidelijker optredende dementie, waardoor zij op het laatst niet meer kon communiceren met haar dierbaren.
Zoekpartij
Ik denk dat ik misschien
oud begin te worden.
Het hoeft niet in de krant,
maar spullen hier in huis
krijgen telkens voetjes.
En zoeken maar!
Ik vind ze wel terug,
na dagen,
her en der,
als ik ze allang
niet meer nodig heb.
Hoe komt het toch, dat er aan ingewikkelde taalconstructies, aan cryptische metaforen, of aan keurige traditionele dichtvormen, met andere woorden: aan het formele aspect van de poëzie, dikwijls meer waarde wordt gehecht dan aan de levende poëzie die zonder bijzondere ingrepen of fratsen kan? Een kind kan de was doen, lijkt het, maar waarom is ze dan zo zeldzaam?
Ik vond zomaar
een vogel die
morsdood
op mijn veranda lag.
Poten als stokjes
wezen omhoog
alsof hij wilde rusten
tegen de wolken aan.
(uit: Pauze)
In al haar gedichten schrijft Ecury over zichzelf in verhouding tot haar wereld; zij geeft ons haar wereld, met inbegrip van zichzelf. Zij maakt zichzelf niet tot middelpunt, maar een onderdeel van het leven waar zij vat op probeert te krijgen. Zij doet dat met humor, wat ook alweer een teken is van een trefzeker gevoel voor verhoudingen. En opvallend helder.
Het wonderlijkste van haar poëzie vind ik dat je haar kunt blijven lezen; ze bevat blijkbaar dat mysterieuze aspect dat je keer op keer tot je wilt nemen, ook al ken je de gedichten van buiten. Het is, om Nijhoff te parafraseren, alsof je meer leest dan er staat.
23 gedichten?! Het is niet veel. Te weinig bijna. De bundel bestaat uit twee delen; het eerste deel bevat de Nederlandse vertalingen die Esther Jansma met medewerking van Ecury gemaakt heeft, en die de dichteres als zelfstandige gedichten beschouwde, het tweede deel bevat de Papiamentse originelen. Bij elkaar is het nog heel wat. Maar al was de bundel de helft dunner geweest, dan nog was hij de aanschaf waard. Sommige strofen lijken geschreven om zich voorgoed in je dagelijks leven te nestelen:
(…)
O, gottegot!
Als ik kon ophouden met huilen
zou ik me te barsten lachen!
(uit: Ruïne)
***
Nydia Ecury (1926-2012), op Aruba ge­boren uit een donkere vader en een blanke moeder, ging op haar dertigste op Curaçao wonen, waar zij ook overleed. Aanvankelijk was zij actief in het onderwijs als leraar Engels en Papiaments en werkzaam bij het Departement van Onderwijs. Zij maakte naam aan het toneel als mede­oprichtster van de toneelgroep Thalia, als ac­trice en regisseuse en vooral als cabaretière met haar ‘one woman show’ Luna di papel (papieren maan).
Als dichter debuteerde zij in 1972 in het Papiaments. Al­leen haar vierde bundel kwam tweetalig uit in het Papiaments en het Engels. Haar zesde en laatste bundel dateert van 2003. Voor Een droom die ik heb, haar eerste bundel in het Nederlands, putte Ecury uit al haar eerder verschenen bundels.
Nydia Ecury
Een droom die ik heb
Uitgever: In de Knipscheer
Jaar: 2013
ISBN: 9789062658428
Prijs: € 17,50
80 blz.
[van Meander, literair e-zine, 18 februari 2014]

Hertaalde poëzie – Nydia Ecury: Een droom die ik heb

door Wim Rutgers

Nydia Ecury (Aruba 1926 – Curaçao 2012) publiceerde de dichtbundels Tres rosea (1972, samen met Sonia Garmers en Mila Palm), Bos di sanger (1976), Na mi kurason mará (1978), Kantika pa mama tera / Song for Mother Earth (1984), Un sinta den bientu (1995) en Luho di speransa (2003).

read on…

Nieuwe boeken van In de Knipscheer: een Caraïbisch mozaïek

door Klaas de Groot

 
 
De theaterzaal van Podium Mozaïek in Amsterdam was op 8 september jl. uitverkocht. Uitgeverij In de Knipscheer presenteerde vier nieuwe boeken uit het Caraïbisch deel van haar fonds en de belangstelling was gelukkig groot.
 
 
Voordat de auteurs met hun laatste werk voorgesteld werden, stond uitgever Franc Knipscheer stil bij het recente overlijden van twee auteurs uit zijn fonds: Elis Juliana en Els Langenfeld. Eigenlijk had Langenfeld op deze middag ook aanwezig moeten zijn met haar nieuwe verhalenbundel Porto Marie. Haar uitgever herdacht haar ontroerd. Het publiek kon een opname bekijken van de presentatie van Porto Marie op Curaçao. Opvallend bij die presentatie was dat Langenfeld nu eens niet een notabele had uitverkoren voor het eerste exemplaar van haar boek. Zij had een beperkte nummertjesloterij georganiseerd. De uitslag was voor alle aanwezigen een verrassing, zagen wij in Amsterdam.
 
Jacques Thönissen, overgekomen van Aruba, was de eerste auteur die zijn boek mocht tonen. Veertien van zijn Arubaanse verhalen heeft hij  onder de titel Onder de watapana  bijeengezet. Hij gaf het eerste exemplaar wel aan een notabele: de gevolmachtigde minister van Aruba Edwin Abath. Thönissen las een mooi stukje voor uit één van zijn verhalen, een legende over het ontstaan van Aruba. De legende vertelt dat Curaçao, Bonaire en Aruba ontstaan zijn uit zweetdruppels die de Schepper van hemel en aarde aan het eind van de zesde scheppingsdag op zijn voorhoofd voelde. Die druppels wierp Hij in zee en als kleinste, maar als mooiste eiland ontstond toen Aruba. Het applaus dat na voorlezing van het verhaal opklonk, liet merken dat er heel wat liefhebbers van ‘nos isla stimá’ aanwezig waren.
 
Peter de Rijk die als redacteur bij uitgeverij In de Knipscheer de boeken van de aanwezige auteurs natuurlijk van haver tot gort kent, had met Thönissen, Ronny Lobo, Giselle Ecury en Joseph (Jopi Hart) steeds een kort gesprek. Daarin ging het nogal eens over de lange weg die er ligt tussen schrijven en publiceren. Een weg die gekenmerkt wordt door veel redigeren en herschrijven. Vooral in het gesprek met Ronny Lobo, die debuteert met de roman Bouwen op drijfzand, werd dit duidelijk.
 
Het gesprek met Giselle Ecury over haar derde roman De rode appel ging meer over de bouw van het boek. Zij wist op een heldere manier duidelijk te maken wat haar bij het schrijven voor ogen staat.
 
De laatste in de rij was Joseph Hart. Hij debuteerde als Jopi Hart met de dichtbundel Entregain 2000 bij uitgeverij Carilexis, op Curaçao. De roman Verkiezingsdans, die nu gepresenteerd werd, is een adaptatie van  een Engelstalige roman die Hart jaren geleden schreef. Uit het gesprek met De Rijk bleek dat de auteur nogal moeite heeft met het politieke bedrijf op het huidige Curaçao, maar een politiek traktaat is de roman  niet geworden. Dat was ook te merken aan de passages die Hart voorlas. Zijn boek had gepresenteerd  moeten worden aan de gevolmachtigde minister  van Curaçao Marvelyne Wiels, die was helaas verhinderd. Het boek ging naar een plaatsvervangster voor deze middag, Marije Berkhouwer.   
Aruba, Bonaire, Curaçao en Nederland, landen en boeken, verhalen en mensen schoven als een mozaïek in elkaar.

Presentator Franc Knipscheer zorgde zelf ook voor afwisseling. Zo presenteerde hij  de pas verschenen roman van Janny de Heer: Gentleman in slavernij. Dat is een dikke roman over een Duitse immigrant in het 19deeeuwse Suriname. De schrijfster was er niet. Het eerste exemplaar ging naar haar kleindochter, die weinig woorden nodig had om het boek in ontvangst te nemen.

 
In 1978 verscheen de verzamelbundel Cultureel Mozaïek van de Nederlandse Antillen varianten en constanten onder redactie van René A. Römer. Een zeer informatief boek met een goed oog voor de bestanddelen van het inlegwerk. De Nederlandse Antillen bestaan eigenlijk niet meer, maar het samenspel is gebleven.
Dat bleek op 8 september treffend uit de muzikale omlijsting van de Porto Marie middag. Die was in handen van Izaline Calister, begeleid door gitarist Ulrich de Jesus. Voor de pauze zong Calister het mooie lied Gracias a la vida van Mercedes Sosa. Het tweede optreden sloten zij af met een opwekkend liedje over Compa Nanzi die de rest van de wereld weer te slim af was. Hij weet de jeuk, ontstaan tijdens het opschonen van een veld met brandnetels, mooi te benutten. Misschien als het soort politicus waar Jopi Hart de buik vol van heeft?
 
Terwijl dit allemaal gebeurde aan de Bos en Lommerweg vond bij de Vereniging Ons Suriname aan de Zeeburgerdijk een soortgelijke middag plaats. Daar waren o.a. Antoine de Kom en Karin Amatmoekrim aanwezig. De muziek was er in handen van Sanne Landvreugd.
Laten we hopen dat volgend jaar deze twee bijeenkomsten  niet op dezelfde dag georganiseerd worden. Auteurs en de boeken verdienen dat. De potentiële lezers trouwens ook. Maar het tij is waarschijnlijk inmiddels al gekeerd. Op 13 oktober a.s. organiseert uitgeverij In de Knipscheer in de OBA een Antilliaans en Surinaams boekenprogramma met onder andere Janny de Heer en Eric de Brabander. Muziek zal er zijn van de groep FTTP van Frank Ong-Alok. De middag wordt gehouden onder de titel Een droom die ik heb.
 
Dat is ook de titel van een nieuwe bundel gedichten van  de markante  dichteres Nydia Ecury (1926-2012). Een van haar bundels Kantika pa Mama Tera / Songs for Mother Earth schreef ze speciaal om het Caraïbisch mozaïek bijeen te houden, staat er op de achterflap van dat boek.
 
Tijdens haar leven stelde zij nog een Nederlandstalige bundel samen. De presentatie hiervan zal op 13 oktober voor de liefhebbers van haar poëzie een mooi moment zijn. En naar ik hoop ook voor nieuwe lezers.
Sanne Landvreugd

“Een droom die ik heb”

Caraïbisch boekenprogramma met voordrachten, interviews, beeld en muziek

Onder de titel ‘Een droom die ik heb’ organiseert Uitgeverij In de Knipscheer op 13 oktober een gevarieerd boekenprogramma met schrijvers uit of over de Antillen. Eric de Brabander komt over uit Curaçao en presenteert zijn derde roman De supermarkt van Vieira. Van Nydia Ecury, geboren op Aruba in 1926 en in 2012 overleden op Curaçao, verschijnt haar eerste nog door haarzelf samengestelde Nederlandstalige gedichtenbundel Een droom die ik heb. Over het 19de eeuwse Suriname publiceert Janny de Heer haar grote historische roman Gentleman in slavernij. Karin Lachmising komt speciaal uit Suriname voor de lancering van haar debuut, de gedichtenbundel Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt.
Rogeria Burgers houdt haar documentaire cd Aan de waterkant ten doop met een bijzonder interview met de grote Surinaamse dichter Michael Slory.
Dit alles wordt muzikaal omlijst door de groep FTTP (Flower to the People) van de (van Surinaamse komaf zijnde) gitarist/componist Frank Ong-Alok. Van hem verschijnt dan het prentenboek-met-cd Bloemies.
Datum: zondagmiddag 13 oktober 2013, zaal open 14.30 uur; programma 15.00 tot 17.15 uur
Locatie: Theater van ‘t Woord OBA (Openbare Bibliotheek Amsterdam) Oosterdokskade 143, 1011 DL Amsterdam
Presentatie Franc Knipscheer, interviews Peter de Rijk
Reserveren kan uitsluitend door overmaking van € 5,00 op ING bank 3647173 t.n.v. Uitgeverij In de Knipscheer o.v.v. uw e-mailadres.
Na afloop signeren de auteurs voor belangstellenden hun boeken.
Uw kaarten liggen voor u klaar op zondag 13 oktober vanaf 14.00 uur bij Theater van ’t Woord (7de etage)
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter