blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Dutch Caribbean Book Club

Lezing 110 Jaar Paul Brenneker

SambumbuLekete MinawaBenta en Curaçaoensia vormen een onschatbare bron van informatie over de ontwikkeling van de taal Guene als voorloper van het Papiamentu, over volksreligie en verzet tegen de slavernij. Deze werken vormen een culturele erfenis van Paul Brenneker die zijn liefde voor de cultuur op Curaçao met naastenliefde combineerde.

read on…

Portugese immigranten op Curaçao

Dutch Caribbean Book Club organiseert op zaterdag 6 november 2021 een online bijeenkomst met drs. Charles do Rego over Portugese immigranten op Curaçao.

read on…

Honderdste geboortedag Amador Nita

Dutch Caribbean Book Club organiseert op zondag 29 augustus 2021 n.a.v. de 100e geboortedag van wijlen Amador Nita een online bijeenkomst over zijn leven en literaire nalatenschap met prof. dr. Wim Rutgers.

read on…

Online bijeenkomst over Medardo de Marchena

Dutch Caribbean Book Club organiseert een digitale bijeenkomst over Medardo de Marchena op zaterdag 31 juli a.s. Start om 15.00 uur (NL) / 9.00 uur (ABC-eilanden). Bent u geïnteresseerd en wilt u deelnemen aan deze online bijeenkomst?

read on…

7 jaar Dutch Caribbean Book Club

Dutch Caribbean Book Club bestaat 7 jaar en organiseert op zaterdag 25 januari 2020 een feestelijke bijeenkomst in Theater de Vaillant. Ingrid M.A. Gumbs zal op deze middag een lezing geven over ‘Talentontwikkeling’.

read on…

Bijeenkomst rond Martis’ geschiedenis van Aruba

Oktober is de Maand van de Geschiedenis, het grootste geschiedenisevenement van Nederland. Ter gelegenheid hiervan organiseert de Dutch Caribbean Book Club in samenwerking met het Haags Historisch Museum op zaterdag 26 oktober een bijeenkomst waarbij er aandacht is voor de geschiedenis van Aruba.

read on…

Uitnodiging 100ste geboortedag Luis H. Daal

SPLIKA en Dutch Caribbean Book Club organiseren op zaterdag 5 oktober 2019 een bijeenkomst ter gelegenheid van de 100ste geboortedag van de Curaçaose schrijver en dichter Luis H. Daal (1919-1997)

read on…

Presentatie Een spiegel in het Koninkrijk

Dutch Caribbean Book Club organiseert een lezing met de auteur Raymond Sambo over zijn boek Een spiegel in het Koninkrijk. Het boek is het werk van een afstammeling van een slavin en een Nederlander uit de slavenperiode op Curaçao.

read on…

Dutch Caribbean Book Club viert haar 5-jarig jubileum

Dutch Caribbean Book Club viert haar 5-jarig jubileum en nodigt u graag uit, om deel te nemen aan deze jubileumviering op zaterdag 11 november 2017 om 14.00 uur in Theater de Vaillant Den Haag. Verschillende schrijvers en dichters geven acte de présence op deze middag. read on…

Habibe over liefdespoëzie

Dutch Caribbean Book Club organiseert op zaterdag 21 juni 2014 in Den Haag een literaire middag met Henry Habibe. Thema van deze middag is ‘Liefdespoëzie’. Toegang is 5 euro en u kunt zich alvast aanmelden via: dutchcaribbeanbookclub@gmail.com.

Twee lezingen over Den Haag, Curaçao, slavernij en vrijheid

De Dutch Caribbean Book Club presenteert twee lezingen over Den Haag, Curaçao, slavernij en vrijheid op zaterdag 12 april 2014.

read on…

Literaire Tertulia van Dutch Caribbean Book Club

Amateuristische lezing van Debrot door Walter Palm

door Henry Habibe  

Op initiatief van Dutch Caribbean Book Club (DCBC) werd op 9 november 2013 in Den Haag voor de zoveelste keer aandacht besteed aan de bekende novelle Mijn zuster de negerin van Cola Debrot. Spreker, de heer Walter Palm, gaf daarvan wat hij zelf noemde ‘een andere visie’  dan de reeds bestaande. Hij deelde mee dat hij bij een herlezing van de novelle ‘tot zijn verrassing tot een andere kijk’ was gekomen, namelijk: ‘de labiele geestestoestand van de hoofdpersoon trok mijn aandacht en niet zozeer de rassenrelaties waar deze novelle uit 1935 om bekend staat’. Hierna volgde een samenvatting van het bewuste werk en kwam de spreker, na een vrij onsamenhangende uiteenzetting over wat hij als de ‘vorm’ beschouwde, tot de conclusie dat Mijn zuster de negerin een ‘magisch-realistische inslag’ heeft.    

Opmerkelijk is dat het niet tot de spreker schijnt te zijn doorgedrongen dat het hier gaat om een raciaal thema (Négritude). De hoofdpersoon geeft – aldus Debrot – de voorkeur aan een negerin boven de blanke vrouw in Europa. Tegen het einde van het verhaal, nadat de hoofdpersoon een hele tijd gemijmerd heeft over het zwarte meisje uit zijn jeugd, voelde hij ‘onweerstaanbaar de drang in zich opkomen om naar de kamer van Maria [het negermeisje uit zijn jeugd] te gaan’. Debrot heeft dit thema op een hoogst eigen wijze behandeld.   In plaats van de novelle aan een min of meer stilistische benadering te onderwerpen en zoveel mogelijk binnen een passende historische context, wijkt Palm daarvan af en gaat op zoek naar aspecten van psychologische aard (hallucinaties, zelfmoordneigingen) en  veronderstelt dat daarmee reeds van een ‘magisch-realistische inslag’ sprake is.  Hij gaat als volgt te werk. Nadat hij (aan het begin) als een tweede ‘reden’ had gegeven waarom de hoofdpersoon naar Curaçao teruggekeerd was, week hij af van het raciale thema en probeerde elders voorbeelden te vinden (dus uit andere werken) om daarmee de vermeende ‘magisch-realistische inslag’ van Mijn zuster de negerin te signaleren. Dit is wat ik een ‘extra-literaire vlucht’ zou willen noemen. De spreker verlaat immers de tekst, die hij zich voorgenomen had te bespreken. Zo verwijst hij naar een kort verhaal van Daphne du Maurier (‘Don’t look now’) omdat daarin sprake is van ‘het zien van een schim’. Meent hij misschien dat hij zodoende het Magisch Realisme reeds gedefinieerd heeft? Ook deelt hij mee dat het gedicht ‘Wie weet Malinda’ van Debrot ‘geen deel uitmaakt van de novelle’. Desalniettemin stelt hij (zonder het aan te tonen!) dat de ‘magisch-realistische sfeer’ uit dat gedicht ook in  de novelle aanwezig is.  

De spreker meende bovendien dat, aangezien Debrot bevriend was met de Nederlandse magisch-realistische schilder Carel Willink, zijn novelle ook elementen moet bevatten van het Magisch Realisme. Zonder deze literaire tendens te hebben gedefinieerd of minstens aan te geven wat hij daaronder verstaat, gaat hij over tot de volgende verkondiging: ‘Is Mijn zuster de negerin met zijn magisch-realistische inslag een voorloper van de magisch realistische roman, zoals die in de jaren zestig in de Latijns Amerikaanse literatuur doorbrak met Cien años de soledad van de Colombiaanse auteur Gabriel García Márquez?’ (Palm noemt ook La casa de los espíritus van Isabel Allende).    

Uit Palms verhaal blijkt niet wat hij met ‘magisch realistische inslag’ bedoelde. De ene keer gaat hij bij Du Maurier te rade (wiens tekst uit 1971 dateert, terwijl die van Debrot uit 1935), een andere keer baseert hij zich op de ‘sfeer’ uit een heel andere tekst van Debrot, in de veronderstelling dat beide werken vanzelfsprekend dezelfde ‘sfeer’ moeten ademen. Het toppunt van deze ‘amateuristische’ benadering wordt aan het eind bereikt met de vrij groteske uitspraak: ‘García Márquez, maar ook (…) Isabel Allende (…) zouden niet opkijken van de passage in Mijn zuster de negerinwaarin Frits Ruprecht wordt besprongen door “iemand  of iets met gloeiende ogen” als hij in Miraflores de voormalige slaapkamer van zijn ouders binnen wil gaan’. Beide Latijns-Amerikaanse auteurs zouden – volgens mij – juist in lachen uitbarsten bij het constateren dat Ruprecht de schrik te pakken had (‘… Doodsbleek smeet hij [Ruprecht] de deur weer dicht. Het angstzweet brak hem uit…’). In de werken van García Márquez en Allende gaat het juist niet om het zich distanciëren van de ‘mysterieuze’ verschijnselen, maar om een ‘zich daarin onderdompelen’ om die op een min of meer indringende wijze te omschrijven. Dat gebeurt soms aan de hand van sterk hyperbolische elementen.    

Fantastische verhalen hebben altijd bestaan. Het Magisch Realisme is echter een postmodernistische stroming in de schilderkunst, die zich ook in de literatuur manifesteerde en wel aan het eind van de jaren veertig met werken als El Reino de este mundo van de Cubaan Alejo Carpentier. Men denke daarbij ook aan werken als Kafka’s De Metamorfose. Mijn zuster de negerin willen beschouwen als een novelle met een ‘magisch realistische inslag’ is louter een wishfull thinking van de heer Palm.  

Er kan gesteld worden dat deze bijeenkomst van de Dutch Caribbean Book Club geslaagd was. Alleen was er niet voldoende gelegenheid om te discussiëren. Vooral het gesproken ‘In memoriam Jules de Palm’ door de bekende Arubaanse pianist Alwin Toppenberg omvatte veel interessante informatie over de Curaçaose schrijver. De moderator, Darlène Westmaas, kweet zich goed van haar taak. Er heerste een heel ontspannen sfeer onder het publiek. Het succes was mede te danken aan de inspanningen van de actieve voorzitter van Dutch Caribbean Book Club, Magda Lacroes.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter