blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Doorson Ané

Op zoek naar het levenswater van Ana Bolindo-Kondre

door Els Moor

Op 29 juni had het Heilpedagogisch Instituut Matoekoe in Lelydorp weer zijn jaarlijkse toneelstuk ter gelegenheid van 1 juli, Manspasi-dei, afschaffing van de slavernij, een feest van vrijheid dus! De pupillen van Matoekoe zijn vrije mensen. Geen slaven van hun beperking. Ze werken aan hun persoonlijke ontwikkeling en dankzij hun liefdevolle en deskundige begeleiders, lukt dat. Kunst is een belangrijk middel tot het vergroten van je zelfvertrouwen en je eigenheid, vooral ook toneel; dat doe je samen en je hebt veel plezier.

Het levenswater van Ana Bolindo-Kondre is een verhaal uit de orale traditie in Suriname. Rubbertappers, balatableeders, vertelden het elkaar vroeger als ze de nacht moesten doorbrengen in het bos. Het gaat over een vader van drie zoons die blind wordt doordat hij het giftige sap van een broodvrucht in zijn ogen krijgt. De lukuman raadt de jongens aan dat ze ‘het levenswater’ moeten halen bij Ana Bolindo. Dat zal vader genezen. Moeder weet dat het heel gevaarlijk is om daarheen te gaan, maar om de beurt, eerst de oudste, dan de middelste en ten slotte de jongste, gaan ze, op een paard. Indri, de dappere jongste broer, slaagt erin het levenswater te bemachtigen, zijn door misdadige heksachtige vrouwen gedode broers weer tot leven te wekken en ten slotte pa’s ogen weer ziende te maken met het levenswater van Ana Bolindo. Hij is de enige die communiceert met Krab’dagu die steeds weer opduikt, met wie hij zelfs zijn eten deelt. Aan dit goede dier heeft hij veel hulp te danken om het doel te bereiken en zijn twee broers te redden. Eind goed al goed!

Om vrijheid te bereiken moet je dapper zijn, maar ook sociaal. Regisseur Marylou Asmodikromo van Matoekoe heeft weer een prachtige prestatie geleverd met haar acteurs, pupillen en medewerkers. Het verhaal werd deels door een verteller verteld en deels gespeeld. Bijna helemaal in het Sranantongo dat de pupillen en hun families beter verstaan dan het Nederlands en dat bovendien het verhaal weer origineel maakt. Want de balatableeders vroeger zullen echt geen Nederlands gesproken hebben en de bevrijde slaven ook niet!

Alles was eenvoudig, maar creatief: het spel, het decor en de kleding. Op een stok met een paardenkop maakten de drie jongens achtereenvolgens hun reis. En alles doorspekt met liedjes, muziek en grappen. Het publiek genoot. Veel familieleden van de pupillen, veel kinderen. Het publiek leefde ook duidelijk mee, waardoor het stuk één groot geheel werd.

Balatableeders aan het werk: met inkepingen wordt
het balata (de rubber) uit de boom getapt.
Foto @ Surinaams Museum.

Dankzij de positieve instelling van Indri en zijn persoonlijkheid (hij laat zich niet verleiden door die heksachtige wijven) overwint hij alle hindernissen om het levenswater te bemachtigen. Dat is een stuk vrijheid en vandaaruit geeft hij zijn broers het leven terug, hun persoonlijke vrijheid en zijn vader het licht. Indri is een voorbeeld, hij is de ‘manspasi ‘in levenden lijve! De voorstelling is een prachtig voorbeeld van wat je bereiken kunt als je met jongeren met een beperking een tekst speelt die herkenbaar voor ze is, spannend en toch ook gewaagd, zoals de confrontatie van de broers met de heksachtige vrouwen die kaart met ze speelden en als ze geen geld meer hadden voor hun verlies, dan maar hun leven!

Het levenswater van Ana Bolindo Kondre is in 1979 uitgegeven in een bewerking van Ané Doorson. Het is echt een ‘klassiek’ verhaal uit de orale traditie en we hopen dat het ooit herdrukt gaat worden.

Rudi Spa leidt Sranan Akademiya

Paramaribo – Na een lange inactieve periode heeft de Sranan Akademiya eindelijk een voltallig bestuur. De nieuwe voorzitter, Rudi Spa (foto rechts), noemt het een ‘alen sribi’ (Surinaamse omschrijving voor winterslaap) die de stichting heeft meegemaakt. Jarenlang stond ex-voorzitter Eddy van der Hilst er alleen voor om de organisatie te leiden.

De Sranan Akademiya die in 1983 officieel werd opgericht, stond voor het bevorderen van het Sranantongo, maar richtte later ook haar aandacht op het gebied van cultuur en de ontwikkeling van de eigen taal bij andere bevolkingsgroepen. Grondgedachte van de stichting verdeelt ‘fositen edeman’ van Sranan Akademiya, Hein Eersel, in drie colleges: wetenschap, cultuur en verspreiding van kennis. De introductie van het nieuw bestuur vond afgelopen woensdag plaats in Tori Oso. ‘Puwema uma’ Celestine Raalte deed een serie voordrachten uit haar nieuwste bundel Sapatiya, ‘dron man’ Henk Sako gaf een hoogstaande apinti performance en Eddy van der Hilst las een ludiek verhaal voor, geschreven door Ané (André Doorson).

In het filmpje gemaakt door Tolin Alexander vertelde Hein Eersel over het begin van Sranan Akademiya, dat ook een tijdje werd geleid door wijlen Hugo Overman. Van der Hilst, die later erbij werd gehaald als linguïst, leidde de organisatie vanaf 1988 tot twee dagen geleden. In de jaren tachtig werd de televisiecursus Skrifi Sranantongo verzorgd, maar van een Surinaams woordenboek is het tot heden niet van gekomen. Wel was het bestuur onder Van der Hilst er al ver mee gevorderd toen zij werd geconfronteerd met de moeilijke periode van SAP. Meer dan één baan, vertrek naar Nederland en het pro Deo werk, waren de gevolgen dat alleen Van der Hilst en Robert Wijdenbosch in het bestuur overbleven.

Laatstgenoemde kwam later te overlijden. In het nieuw bestuur komt Van der Hilst terug, maar dan als commissaris. De overige ‘tiri man’ en ‘tiri uma’ zijn: Helmut Gezius, Celestine Raalte en Rinaldo Tanawara. Voorzitter Rudi Spa noemde de punten waarop het bestuur zich de komende tijd wil gaan richten: radioprogramma, krant, kinderopstel en -gedichten, komediespel en verandering aan de negatieve teksten in de Surinaamse muziek. Hein Eersel geeft aan dat niet alleen in ‘alen ten’, maar ook in ‘drei ten’ het slapen kan gebeuren. “Dit is het jaar van de Afrikaanse Diaspora, grijp dit aan om te beginnen, maar begin niet aan een aantal projecten tegelijk,” liet Eersel weten. Hij gaf er de voorkeur om het ‘wortu buku’ (woordenboek) te hervatten. Hoewel de bevolking dagelijks Surinaams spreekt, weet niet iedereen dit correct te doen. Linguïst Van der Hilst: “Mensen denken teveel in het Nederlands, vanwaaruit ze het Sranantongo woord voor woord vertalen. Een spelling van een taal gebruiken voor een andere, dat kan niet!” Hij gaf een voorbeeld van verkeerd Sranantongo: ‘Mi si yu tap tv’. Vertaald betekent dit: ‘Ik heb je de tv zien dichtmaken.’

[uit de Ware Tijd, 12/12/2011; alle taalfouten rechtgezet]

Wat lezen we voor op 4 maart?

4 maart: Nationale Voorlees- en Verteldag. De redactie en kinderredactie van de Ware Tijd Literair stelden een vraag aan 10 mensen die met taal of onderwijs, of met doelgroepen voor voorlezen te maken hebben: aan wie zou u willen voorlezen op 4 maart en uit welk boek?

Helen Chang, voorzitter van de Nederlandse Taalunie in Suriname, wil op 4 maart voorlezen aan alle Surinaamse schrijvers en wel uit het zeer toepasselijke boek Leven om het te vertellen (2003), de autobiografie van de Latijns-Amerikaanse schrijver Gabriel García Márquez (1928), waarin hij een deel van zijn levensgeschiedenis geeft, maar ook de ontstaansgeschiedenis van zijn werken.

Yvonne Caprino, directeur van de Stichting Projekten Christelijk Onderwijs Suriname (PCOS), wil voorlezen aan bejaarden in Huize Albertine en wel uit Het levenswater van Ana Bolindo-Kondre door Ané Doorson (1927-1997), schrijver uit Nickerie. Het is een mondeling overgeleverd volksverhaal uit kringen van de balatableeders, over een echte ‘queeste’ (zoektocht), drie broers die op zoek gaan naar het ‘levenswater van Ana Bolindo’ dat hun vader moet genezen van blindheid. Een schitterend Surinaams sprookje!
Cynthia Mc Leod, auteur van historische romans, wil voorlezen in klas 5 of 6 van een basisschool. Het boek van haar keuze is: Rossy dat krantenkind (1952) van Ann Rutgers van de Loeff (1910-1990). Het is een waar gebeurd verhaal over een 14-jarig meisje uit Amerika dat haar broertje uit een brandend huis redt en zelf gehandicapt wordt.
Ellen Ombre, auteur van verhalenbundels, non-fictie en een roman, wil voorlezen op een VOS-school, uit Tijding van ver (1961) van een al bijna vergeten auteur uit de Nederlandse literatuur, Ferdinand Bordewijk (1884-1965). Het is een roman waarin de vervaging van de standenmaatschappij een belangrijk thema is met als negatieve bijwerking dat het leven ‘stijl gaat missen’. In het boek komt een Surinaams meisje voor dat in die tijd al in Nederland woont. Zij vertelt veel over de cultuur van haar land.
Sandra Purperhart is actief met leesbevordering te Abrabroki, ook in een bibliotheek. Daar wil ze op 4 maart de kleintjes vanaf een jaar of vier voorlezen uit Lafu van Cynthia Mc Leod. Lafu is het hondje van Sita. Het is een grappig verhaal over een hondje in een gezin. Lafu maakt dingen mee waar kinderen om moeten lachen: ‘Pe lafu de, y’ e tan leisi’, is het motto van Sandra.
Rappa/Robby Parabirsing, schrijver voor de jeugd en volwassenen. Bij zijn huis heeft hij een bibliotheek waar jongeren boeken komen lezen en lenen. Voorlezen wil hij aan die groep, meest leerlingen van eind mulo of begin havo/vwo, problematische lezers die liever niet lezen. Rappa kiest voor verhalen uit de tweede bundel, Holland heeft ook takru sani van de Surinaamse auteur John Wladimir Elskamp. Daarin staan moderne verhalen die deze jeugd aanspreken, soms lekker gewaagd.
M. Rust, directeur van Huize Ashiana, wil in de bejaardensoos voorlezen uit Hoe duur was de suiker? van Cynthia Mc Leod, een begrijpelijke keuze, want het is een van de meest geliefde boeken uit onze literatuur.
Raymond Sapoen, minister van Onderwijs en Volksontwikkeling, wil voorlezen in een eerste klas van een lagere school, uit Amaisa gaat baden, uitgegeven door de Stichting PCOS, als vastlegging van een van de thema’s uit het project ‘Vroege Taalstimulering’ in negen dorpen aan de Boven-Suriname. Opvoeders van kinderen die nog niet naar school gaan leren er de woordjes uit hun dagelijks leven in de schooltaal, zodat de kinderen die weer van hun mama of oma leren in de eigen omgeving. Een prachtige keuze van de minister, want die eersteklassers kunnen de eenvoudige zinnen over Amaisa die gaat baden thuis weer doorgeven!
Xaviera, 10 jaar, medewerker van de kinderredactie, kiest voor het boek Van mij mogen ze opvliegen (1993) van Corrie Hafkamp (1929). Dit boek gaat over ouders die vaak buitenshuis naar vogels gaan kijken, waardoor ze te weinig aandacht schenken aan hun kinderen. Aan wie wil Xaviera het voorlezen? Ze zegt: ‘ik ga dat niet voorlezen. Volwassenen moeten het voorlezen, aan al die mensen die niet naar hun kinderen kijken.’
Marijke Zschusschen, maatschappelijk werker aan het Heilpedagogisch Instituut Matoekoe voor kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking te Lelydorp, wil graag voorlezen aan de oudere pupillen, van 14 tot 18 jaar. Ze houden veel van Anansitori, maar het Nederlands is erg moeilijk voor hen. Daarom leest ze in het Sranan. Er bestaat een oude serie Sranan Anansi Tori, zoals Anansi nanga Freifrei, uitgegeven door het Instituut voor Taalwetenschap in Paramaribo omstreeks 1980.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter