blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Domacassé Pacheco

Honderd jaar Arubaans toneel (16)

In een serie afleveringen publiceert CU een geschiedenis van het Arubaanse toneel in de twintigste eeuw, geschreven door Wim Rutgers.

read on…

De grootste schandvlek van heel ons volk

door Aart G. Broek


Het is niet vanzelfsprekend dat jaarlijks op 17 augustus de revolte van slaven onder leiding van Tula – op die dag in 1795 begonnen – wordt herdacht op Curaçao. Die herdenking krijgt praktisch meer aandacht dan de afschaffing van de slavernij – per 1 juli 1863 – zelf.

read on…

Juryrapport Cola Debrotprijs 2020 voor Laura Quast

De Jury, benoemd door de Konseho Kultural Kòrsou, adviseert de Ministerraad van het land Curaçao, om de Cola Debrot Prijs 2020 – theater – toe te kennen aan Drama docent, actrice, vakdidacticus maar voornamelijk Dramaturg: Laura Quast.

read on…

Edsel Samsons beginjaren in toneel (2)

Wat heeft Edsel Samson in zijn begintijd voor het toneelleven op Curaçao betekend? Deze vraag probeer ik in deze artikelenreeks te beantwoorden.

read on…

Edsel Samsons beginjaren in toneel (deel 1)

Op 5 oktober was het 13 jaar geleden dat Edsel Samson is overleden. Ter herinnering aan hem volgt hier de eerste aflevering van een reeks van 7 over zijn beginjaren in het toneel.

read on…

De grootste schandvlek van ons volk [2]

door Aart G. Broek

Het is niet vanzelfsprekend dat op Curaçao jaarlijks op 17 augustus de revolte van slaven wordt herdacht, die in 1795 plaatsvond op het eiland onder leiding van Tula. Het nam ruim honderd jaar om het slavernijverleden serieus onder ogen te zien en het verzet tegen slavernij als ronduit heldhaftig te waarderen. Deze historische ontwikkeling is te tekenen aan de hand van gedichten, toneelteksten, columns, romans en verhalen.

read on…

De grootste schandvlek van ons volk [1]

door Aart G. Broek

Het is niet vanzelfsprekend dat op Curaçao jaarlijks op 17 augustus de revolte van slaven wordt herdacht, die in 1795 plaatsvond op het eiland onder leiding van Tula. Het nam ruim honderd jaar om het slavernijverleden serieus onder ogen te zien en het verzet tegen slavernij als ronduit heldhaftig te waarderen. Deze historische ontwikkeling is te tekenen aan de hand van gedichten, toneelteksten, columns, romans en verhalen. read on…

In memoriam Tone Brulin

Wie herinnert zich nog de opvoeringen van de theaterstukken Toela, E lucha final en The Kaaka Makaako, begin jaren 70, in Curaçao? De verbindende factor hiertussen is Tone Brulin geweest, theatermaker, door de Sticusa uitgezonden van 1970 tot 1972 en grote motor achter de vernieuwing in het Antilliaans toneel. Tone is op 15 maart jongstleden naar de eeuwige schouwburgen overgegaan.

read on…

Leinders verdedigt ‘zijn’ Tula

door Otti Thomas

Den Haag – In aanloop naar de herdenking van de slavenopstand van 17 augustus 1795, kropen tientallen mensen afgelopen weekend in de huid van Tula. Sprekers, publiek en dichters zochten in Den Haag naar de gedachten die de beroemde vrijheidsstrijder destijds had en naar manieren om in zijn voetsporen te strijden tegen moderne vormen van onderdrukking. De bijeenkomst werd georganiseerd door de Dutch Caribbean Book Club en was de tweede in een reeks activiteiten waarmee de Openbare Bibliotheek in Den Haag aandacht schenkt aan de afschaffing van de slavernij, 150 jaar geleden. De opkomst was niet zo groot als tijdens de officiële opening op 19 juli, maar met 170 tot 200 bezoekers toch hoger dan verwacht.
Ronnie Martina © foto Henk Looman
 
Afgewisseld met de voordracht van gedichten over Tula en een tekst uit de voorstelling Op zoek naar oom Tom door Raymi Sambo, gaven drie sprekers hun visie op de slavernij. Voormalig Antillenhuis-voorlichter Ronnie Martina sprak onder meer over de obstakels die er nog zijn voor er daadwerkelijk gesproken kan worden over vrijheid, waaronder het gevoel van minderwaardigheid waar veel Caribische Nederlanders nog mee kampen en gebrek aan liefde voor het Papiaments, maar ook overdreven vaderlandsliefde, de armoede op de eilanden en vooral onverschilligheid en onwetendheid.
Initiatiefneemster en mede organisator Guiselle Starink-Martha
en acteur Raymie Sambo 
© foto Henk Looman
 
Letterkundige Aart G. Broek analyseerde de wijze waarop dichters en schrijvers sinds 1863 de slavernij hebben verwoord, variërend tot dankbaarheid voor de afschaffing tot hernieuwde aandacht voor de creoolse cultuur. Een belangrijke rol was weggelegd voor Pierre Lauffer, die als een van de eerste schrijvers aandacht vroeg voor Tula en waardering voor al het moois van de Curaçaose cultuur, gevolgd door Pacheco Domaccassé die in 1972 het toneelstuk Tula bracht.
De meeste aandacht ging echter uit naar Jeroen Leinders. De regisseur van Tula the Revolt kreeg veel vragen over zijn keuzes bij de verfilming van het verhaal. ‘Tula lijkt een lulletje rozenwater, die achter de feiten aanloopt. U gaat voorbij aan het historisch feit dat de opstand was voorbereid,’ zei bijvoorbeeld Rubin Severina, voorzitter van belangenorganisatie Splika. Een ander vroeg waarom de marteling van Tula en zijn medestrijders niet in beeld is gebracht.
Aart G. Broek © foto Nico van der Ven
 
‘Er zijn veel verschillende Tula’s,’ antwoordde Leinders. ‘Als je kijkt naar de blanke visie die er was over Tula, dan was hij een misdadiger en oproerkraaier, die zo snel mogelijk moest worden opgepakt, maar in de ogen van de lokale bevolking was Tula een groot krijgsheer. Als je je erin verdiept, is er geen andere conclusie mogelijk dan dat beide verhalen niet kunnen kloppen,’ aldus Leinders.
De filmmaker stelde vervolgens dat uit Tula’s historisch feitelijke voorkeur voor een staking een veel vredelievendere houding sprak dan bij de vrijheidsstrijders op Haïti. ‘Als Tula een bloeddorstige strijder zou zijn geweest, dan had de plantage-eigenaar dat nooit overleefd.’ Leinders zei verder dat er wel bronnen zijn waarin gesproken wordt over een voorbereiding van de opstand, maar dat er geen eenduidig en geloofwaardig bewijs is over die wijze van voorbereiding of het belang daarvan tijdens de opstand. ‘Als we het wel hadden meegenomen in het verhaal, dan zou het voor discussie hebben gezorgd en daarmee de aandacht hebben afgeleid van Tula’s strijd.’
Jeroen Leinders
Leinders bracht de marteling van Tula en zijn medestrijders niet in beeld omdat daarmee de indruk kon ontstaan dat het een specifiek vonnis was voor de opstandelingen, terwijl het een gebruikelijke straf was in die tijd. ‘Het was geen daad van agressie, maar een straf. We hebben het vonnis laten uitspreken, zelfs twee keer, omdat de verbeelding vele malen sterker is dan ik kan tonen. Zeker vanwege de kilheid waarmee het vonnis wordt voorgelezen,’ aldus Leinders.
Panel met: Aart Broek, Jeroen Leinders en Ronnie Martina © foto Henk Looman
 
De keuzes waren er uiteindelijk allemaal op gericht om het verhaal van Tula geloofwaardig en feitelijk te vertellen en daarmee de huidige generatie Curaçaoënaars en vooral Nederlanders bewust te maken van het verleden en het trauma dat daarmee gepaard gaat, zei Leinders. ‘Onze intentie met de film was om voor discussie over het onderwerp te zorgen. Voor en tijdens de herdenking van de slavernij op 1 juli was er in Nederland wel aandacht voor de slavernij, maar de meeste Nederlandse media schrijven er niet meer over. Een film heeft gelukkig een langere looptijd.’
[Ontleend aan Amigoe, 6 augustus 2013.]

Het Tula-tumult

 
door Elodie Heloise
Ik zeg ‘Tula’… en heb inmiddels het idee dat ik of direct mijn schild op moet zetten om mij te verdedigen tegen de lading ‘rotte’ tomaten die mijn kant op geslingerd worden of dat ik het op een lopen moet zetten om te ontkomen aan een venijnige groep opgeschoten historici die op mijn nek uit zijn. Voordat ik ‘Tula’ zeggen mag, moet ik tegenwoordig, zo lijkt het althans, eerst heel erg goed te rade gaan bij mijn historische kennis en kunde. Wanneer ik heb vastgesteld dat ik in elk geval drie van de naar verluid vijf boeken over Tula gelezen heb, het toneelstuk van Pacheco Domecassé ken, met daarin overigens een hele jonge Diana Lebacs en Laura Quast, stijgen mijn kansen om iets over de film Tula The Revolt te mogen zeggen. Maar we zijn er nog niet, de eerste rotte tomaat ligt al in de aanslag bij de een of andere Curaçao-expert al dan niet van eigen bodem, ik moet namelijk ook nog even heel goed kijken welke kleur ik heb en waar ik geboren ben. Hoe verder mijn wortels verwijderd zijn van de Curaçaose bodem, hoe meer mijn recht van spreken slinkt… tot op het punt waar ik eigenlijk netjes met mijn armen over elkaar behoor te zitten met bij voorkeur duct-tape op mijn mond.
Scène uit het toneelstuk Tula van Pacheco Domacassé
Zo moet het voelen voor de filmmakers Dolph van Stapele en Jeroen Leinders die het waagden een film over de nationale held van Curaçao te maken en die een stroom van kritiek over zich heen hebben gekregen sinds de film in premiere ging. Triest is het dat een van hen in een interview aanhalen moet: ‘Ik heb 18 jaar op Curaçao gewoond’. De ander, en dat weet ik, heeft alle documenten en stukken geraadpleegd. Zo ook de experts om vooral niet af te wijken van de historisch vastgelegde gebeurtenissen rondom de slavenopstand van 1795. Genadeloos wordt hij ‘aangepakt’ op een omissie in de feiten… die hij in overleg met experts heeft ingevuld met de meest voor de hand liggende interpretatie. Nee, de redelijkheid en de doorgaans daaraan voorafgaande objectiviteit over Tula The Revolt is ver te zoeken. En dat laatste intrigeert me.
Het filmboek van Leinders had ik al gelezen ruim voordat ik de film zelf zag.  Ik vond het een strak boek. Weinig ‘speelruimte’ zat erin, het was al een half filmscript dat zeer dicht op de feitelijke gebeurtenissen van 1795 vastgenageld zat. En ik begreep ook waarom… dit ging over Tula en daar kun je niet zomaar iets mee doen. Niet op Curaçao. En al helemaal niet als ‘niet-Curaçoënaar’.  De argusogen van de historici keken daarom ook zeer nauwlettend mee. In mijn optiek is daarmee elke mogelijkheid om van Tula een heldenverhaal te maken op voorhand al gesneuveld. Daar was ik dan ook bang voor toen ik het boek van Leinders las.
Op de set van Tula the Revolt

 

Stel je voor: een schip vaart de Annabaai binnen. Het komt uit Haïti en heeft een verstekeling  annex halve crimineel bij zich. Mercier genaamd. De man is veroordeeld en moet zijn tijd ‘uitzitten’ op een plantage alwaar hij onder de slaven het bericht van de Franse strijd brengen kan. Stel je voor dat Madame Johanna Lesire een echte française was die het nieuws uit eigen bronnen ook al vernomen had. Stel dat het stadsleven van Curaçao van rond 1795 meer in beeld was gebracht, of het leven op de plantages….? En dat de historische route niet met een animatie in beeld was gebracht, maar gewoon op de kaart, op tafel, tussen soldaten die een strategie uitzetten om de opstand te beteugelen? Ja, op het plot of script van deze film is zeker het een en ander aan te merken, maar alleen wanneer je als schrijver ervan de vrijheid ook echt hebt gehad.  En die was er vrees ik niet. Die was al eerder om zeep geholpen, door de feitelijke geschiedenis en haar vaandeldragers.
Kritiek op een plot rechtvaardigt echter naar mijn smaak niet het tumult dat over deze film is ontstaan. Het tumult erover is emotioneel. ‘Want Tula komt niet uit de verf zoals hij had moeten zijn’. En daar zit de angel, denk ik. De plaats van Tula als nationale held van Curaçao. Welke plaats? Voor zover ik weet, alle historici kunnen nu heel hun gewicht in de schaal gooien en met titels van proefschriften smijten, is Tula nog altijd niet in het collectieve besef van de bevolking van Curaçao doorgedrongen als held, of iemand om trots op te zijn. Waar zijn de kinderen die Tula heten? Dit in tegenstelling tot de duizenden die zijn vernoemd naar Martin Luther King, Malcolm X of Rosa Parks, allemaal voorvechters van gelijke rechten voor iedereen en in het bijzonder voor de Afrikaanse afstammelingen. Sterker nog: een kind dat op Curaçao op het schoolplein ‘Tula’ wordt genoemd, ervaart dat als een vernedering. ‘Ik ben geen slaaf’. Waar is de Tulaschool? Er is een museum, dat wel. En er is een straat naar hem vernoemd. Maar daar houdt het wel zo’n beetje mee op. Wat betekent dat?
Elodie Heloise

 

Ik denk dat Tula The Revolt voor Curaçao te vroeg is verschenen. Curaçao is er nog steeds niet klaar voor om Tula echt als een held tot zich te nemen. Het maakt niet uit wie de film gemaakt heeft of welke megasterren erin hebben gespeeld. Alle boekjes, historici en standbeelden ten spijt. Dat is de echte reden van de emotie die achter de reacties zit. Zolang dit stuk verleden niet in ons denken en voelen wordt omgezet tot een trots op wie we zijn en waar we vandaan komen, dansen we om de hete brei heen. Misschien is Tula The Revolt toch precies op tijd verschenen. De discussie erover is in elk geval al gestart.
En Tula? Die wacht al 218 jaar op rehabilitatie en erkenning… hij zal, vrees ik, nog wat langer geduld moeten hebben.
[van de blog van Elodie Heloïse]

Toelichting van Ini Statia:
Elodie, prachtig verwoord! Heel mooi en treffend. Eén kleine correctie: Tula is bijna vier jaar geleden (in oktober 2009) OFFICIEEL gerehabiliteerd als ‘held.’ Dit gebeurde tijdens een plechtig en serieus symposium in Kurá Hulanda. Ik was daarbij aanwezig. Echter, het was een handjevol mensen, dezelfde groep als altijd. Bijna alleen Curaçaoënaars. Een commissie die onder anderen uit mr. Suzy Camelia-Römer en prof. dr. Jandi Paula bestond, had zich hierover gebogen en heeft in een juridisch document vastgelegd dat Tula officieel gerehabiliteerd is.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter