blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Document

Frank Martinus Arion in Engeland

Frank Martinus Arion

 

Frank Martinus Arion, op 28 september j.l. overleden in Willemstad, Curaçao, was in 1998 de ‘writer in residence’ in Sheffield (UK) en deed een rondje langs de Engelse universiteiten. Hij hield een lezing over zijn werk maar vooral over zijn liefde voor het Papiaments en hoe hij een school oprichtte en je de taal moest uitbreiden met woorden voor wiskundige begrippen en dat soort zaken meer. Voor studente Linsey schreef hij bovenstaande opdracht in een exemplaar van Dubbelspel.

 

Met dank aan Henriëtte Louwerse, Senior Lecturer in Dutch, University of Sheffield.

Geen overheidssteun voor Albert Helman

Op 91-jarige leeftijd ontvangt Albert Helman van de toenmalige voorzitter van het Nederlands Fonds voor de Letteren, Sylvia Dornseiffer, een brief waarin hem wordt medegedeeld dat hij vanaf dat moment een jaarlijks eregeld zal krijgen, groot 15.000 gulden. Hij antwoordt dat hij ‘de brief van 5 februari 1995 (helaas niet 1985)’ met instemming en verbazing heeft gelezen. Hij zegt: ‘Tevens heeft u mij het aanbod van een jaarlijks eregeld de mogelijkheid ontnomen om nog met enige trots te kunnen volhouden nimmer een cent overheidssteun bij mijn publicistische werkzaamheden te hebben getoucheerd, integendeel.’ Formeel had hij gelijk, al vergat hij blijkbaar dat de Sticusa, die toch voor 100 % werd gefinancierd uit Nederlands overheidsgeld, hem jarenlang tienduizenden guldens had toegestopt. read on…

Albert Helman & Albert Kuyle – Critische quatrijnen

door Michiel van Kempen

 

In het weekblad De Nieuwe Eeuw van 24 juni 1926 verscheen een vijftal ‘Critische quatrijnen’ van ‘Albert Helman-Kuyle’, spotverzen in quasi-oud-Nederlands die zonder enige twijfel geschreven zijn tijdens  een reis naar Noord-Afrika die de beide heren eind 1925, begin 1926 maakten. Ze zijn interessant, omdat ze exact aangeven hoe de katholieke jonge schrijvers hun plaats uitkiezen door zich af te zetten tegen anderen. read on…

Brief van Barryl Biekman aan Philomena Essed

Zaterdag 15 februari 2014
Dierbare Philomena,

Dankzij de altijd weer alerte sister Hellen Gill ontvang ik de interessante informatie over de Book launch. Ik zou er graag bij willen zijn maar verwijzend naar de bijlage dan weet je dan precies de reden waarom.In de beschrijving van de Book launch die van Hellen is ontvangen lees ik over de verschillende vormen van discriminatie maar niet over anti black racism. Wist je dat de UN HRC akkoord is gegaan om deze vorm van Racisme te betitelen als Afrofobia. Ik ben benieuwd of, hoe en in welke mate deze vorm van Racisme in het boek wordt belicht. Ik hou me aanbevolen voor een exemplaar. Laat weten waar het te koop is.

Overigens ik ben nog steeds dankbaar voor jouw interventie tijdens mijn presentatie in de NPRD in 2006 over Zwarte Piet is Racisme toen ik op ‘schandalige’ wijze (zo kwalificeerde je het gedrag toen)werd aangevallen. Bijna alle NPRD participanten inclusief vertegenwoordigers van het CIDI, het Anne Frankhuis, Artikel 1 (LBR), Forum waren van mening dat het Sint Nicolaas concept een onschuldig kinderfeest is dat niet thuis hoort op de agenda van de NPRD. Dat het concept niets te maken zou hebben met Racisme. Ik werd aangemaand om het liever niet meer erover te hebben. Sommigen hadden zich geërgerd aan de videopresentatie, die voorafgaande aan mijn presentatie werd vertoond waaruit de visie over zwarte piet van o.a. wetenschappers zoals Henri Dors naar voren kwam. Als er een gat wat waar ik stond was ik erin gevallen zo geschrokken was ik van organisaties die naar mijn mening zouden moeten weten hoe racisme werkt. Ik schaamde me tot op het bot.

Dankzij de zeer zeer krachtige stellingname van jou, ondersteund door mevrouw Mulder van Amnestie International, werd het mogelijk gemaakt om middelen beschikbaar te krijgen om de conferentie “Focus op Zwart” te organiseren. Ik herinner me een emailbrief van de pas overleden (helaas vermoorde!!!)  Els Borst (toen voorzitter NPRD) die mijn ‘overdrijven’ nogmaals bevestigde. ‘U moet niet zo overdrijven en deze kwestie op de spits drijven’ werd mij door haar verweten tijdens de bijeenkomst.Waarna jij aandacht vroeg van iedereen. Jouw betoog over hoe racisme werkt dwong iedereen tot stilte en besef waarna ik de middelen beschikbaar kreeg om de conferentie “Focus op Zwart” te organiseren. Geen enkel lid van de NPRD verscheen op de conferentie behoudens een vertegenwoordiger van Justitie en Politie. Els Borst die wel aanwezig was bij conferenties die andere organisaties organiseerde verontschuldigde zich wegens andere verplichtingen.

Ik heb veel redenen om bij het thema racismebestrijding altijd terug aan jou te denken. Onze lange gesprekken in het kader van de speciale vakgroep (INDRA) en het boek Bijvoorbeeld (Essed & Helwig) en mijn panellidmaatschap tijdens de presentatie van: Bijvoorbeeld zal altijd in mijn herinnering blijven. Eén van de redenen waarom ik in één van de hoofdstukken van mijn proefschrift uit Bijvoorbeeld heb geciteerd. Dit in het kader van de op “partijpolitieke en etnisch raciale gebaseerde motieven/overwegingen bij processen van werving en selectie.

Ik wens je heel veel succes bij de Book presentatie.

Vriendelijke groet,

Barryl Biekman

Brief aan Martin Luther King uit 1965

Aandoenlijk: Maddy Tolud van de Anti Discriminatie Klub (ARK), Pancrasstraat 2 te Amsterdam, schreef op 3 november 1965 een brief aan Dr. Martin Luther King. ‘We do not want to deny that racial discrimination here does not exist, but this percentage can be neglected’.

The King Center, Digital Archive.

Met dank aan Rudie Kagie.

Klik op afbeelding om te vergroten

Familie De Kom distantieert zich van roman Amatmoekrim

Hieronder de tekst van een advertentie d.d. maandag 11 november 2013 in dagblad De Ware Tijd :
V  E  R  K  L  A  R  I  N  G
Naar aanleiding van het recent verschenen boek De man van veel van de schrijfster Karin Amatmoekrim bij de uitgeverij Prometheus, Amsterdam, Nederland, wensen de kinderen van Anton de Kom het volgende bekend te maken :
Onwaardig en kwetsend zoals onze vader Anton de Kom en moeder Petronelle de Kom-Borsboom worden beschreven.
Wij distantiëren ons nadrukkelijk en volledig van de inhoud van dit boek.
Paramaribo, 8 november 2013
De nabestaanden: Ad de Kom (87 jaar), Cees de Kom (85 jaar), Judith de Kom (82 jaar).

Pim de la Parra – Het integrale verhaal over mijn contact met Bernardo Bertolucci

[Opgetekend op verzoek van zekere Lisa Bom van College Tour]

In 1966 waren Wim Verstappen en ik behalve de oprichters en hoofdredacteuren van filmblad Skoop ook partners in onze in 1965 opgerichte firma $corpio Films, alsook bestuursleden van de Amsterdamse Filmliga. Na realisatie van enkele korte films hadden we eindelijk een lange fictiefilm beoogd, met Wim van der Linden als cameraman/eigenaar van de eerste Eclair geluiddichte 16mm camera in Nederland.
Als spelers hadden we toezeggingen van Shireen Strooker, Etha Coster, Rudolf Lucieer, Nouchka van Brakel, Ab van Ieperen, Johannes van Dam, Roelof Kiers, Barbara Meter en anderen, om geheel onbezoldigd rollen te spelen in onze eerste lange fictiefilm, De minder gelukkige terugkeer van Joszef Katus naar het land van Rembrandt. Iedere medewerker voor & achter de camera zou een percentage in de eventuele opbrengst van deze film ontvangen, waarvoor we met iedereen een contract van 1 pagina afsloten. Ook met Frans Bromet en Jan de Bont, die naast Wim van der Linden ook als cameraman hebben gefungeerd.
De film werd opgenomen tussen 30 april en 6 mei 1966, zodat Koninginnedag en de openbare 4-Mei en 5-Mei herdenkingen op de Dam als couleur locale zouden dienen. Toen we halverwege de opnamen waren werden we uitgenodigd om in Rotterdam de première van een film van Joris Ivens bij te wonen, een korte docu waarin o.a. Willeke van Ammelrooy een rolletje speelde. Wim en ik hadden in 1964 de film Aah… Tamara geproduceerd, waarin ook Joris Ivens was te zien, die we in 1964 voor Skoop hadden geinterviewd. De film was aan hem opgedragen.
Op de première van de film van Joris in Rotterdam, stelde Ab van Ieperen ons voor aan de toen 24-jarige Italiaanse filmmaker Bernardo Bertolucci, van wie we zijn eerste lange film hadden gezien, La commare secca, die grote indruk op ons had gemaakt, niet in het laatst vanwege de zeer vrije vorm, terwijl het ons ook niet ontging dat hij dit debuut op zijn 21steof 22ste had gerealiseerd, met als mentor de door ons bewonderde cineast & auteur Pier Paulo Pasolini.
Na de voorstelling nodigden Wim Verstappen en ik Ab van Ieperen en Bernardo Bertolucci mee terug naar Amsterdam in onze Scorpio stationcar, een derdehands auto, en gingen we in Slotermeer langs om een warme maaltijd te nuttigen bij mijn toenmalige echtgenote Liesje Tjoe Hwa Oei.
Omdat Bernardo evenals wij een bewonderaar van Hitchcock was, wilde hij graag voor het eerst in zijn leven een Hollandse molen van binnen bekijken, zoals gebruikt als decor in Foreign Correspondent van Hitchcock. Het toeval wilde dat er dicht bij mijn woning in Slotermeer zo’n windmolen stond. Na lekker Chinees-Indisch gegeten te hebben reden we met Bernardo naar die molen, waar we ook even in zijn geweest en hij uiteindelijk voor het eerst met eigen ogen zo’n Hollandse windmolen van nabij kon zien en betreden. (Ik toen ook!)
Het leek Wim en mij wel aardig om van Bernardo’s verblijf in Nederland gebruik te maken en we nodigden hem uit om twee dagen later, op een zaterdagochtend, als acteur een scène te zullen improviseren samen met onze hoofdrolspeler Rudolf Lucieer. Er werd afgesproken dat we hem nog bij een bepaald hotelletje in Amsterdam zouden komen ophalen en ergens aan de Amstel de  betreffende scène zouden improviseren.
Toen het eenmaal zo ver was, bleek Bernardo echter de avond daarvoor te zijn vertrokken naar Scandinavië, in het kielzog van een Zweedse die hij in Amsterdam had ontmoet.
We hadden de film, voorzien van Engelse ondertiteling, ingeschreven naar het filmfestival van Mannheim, dat in oktober plaatsvond, en waar er een prijs van DM 10.000.= was te $coren.  Bovendien stond Mannheim toen bekend als een festival waar jonge filmmakers van over de hele wereld met hun films konden debuteren, en zo een springplank voor die films vonden naar andere festivals in Europa en elders. (Zoals onze film hierna vertoond werd op de Semaine de la Critique in Cannes, in Pesaro en in Chicago en een paar andere filmfestivals anno 1967 en 1968.)
Toen we in Mannheim arriveerden hoorden we dat Bernardo Bertolucci een van de juryleden was.  Dit deed ons vermoeden dat we in elk geval van hem een positieve beoordeling zouden krijgen. Dat klopte, want hij vond de film zeer intrigerend, en sprak over “a sense of doom”, dat over de hele film hing, wat ook veroorzaakt werd door de musical score bestaande uit muziek van de Russische componist Katchaturian.
Op een middag gedurende het festival, nadat onze film al 1x was vertoond, verliet ik de vertoning van een andere film, zonder Wim Verstappen, en kwam op weg naar ons hotel toevallig Bernardo tegen. Hij vroeg me of ik zin had om met hem mee te gaan naar twee gemeenschappelijke vrienden, de Amerikaanse filmmakers Sheldon en Diana Rochlin, bekend van de New American Cinema, en die ik eerder in Amsterdam had leren kennen als programmacommissaris van de Amsterdamse Filmliga bij een serie films van de New American Cinema in Kriterion.
Bernardo vertelde me dat Sheldon & Diana uit Nepal kwamen en Nepal weed bij zich hadden, gekregen van Vali, een wereldberoemde New Yorkse dame uit de scene van Andy Warhol, die in een boom leefde en zo veel publiciteit genereerde. Bernardo vroeg me of ik ooit Nepal weed had gerookt en ik bekende van niet. Hij vroeg me mee omdat hij was uitgenodigd om op de kamer van Sheldon en Diana (een echtpaar) deze verse Nepal weed te komen genieten.
In Mannheim hebben de straten geen namen maar nummers. Op de zevende verdieping van een hotel in een straat met een nummer, werden we welkom geheten door Sheldon en Diana, Joodse New Yorkers, en er werd op een bandrecorder muziek van Charlie Mingus gedraaid en terwijl Sheldon en Diana op hun tweepersoonsbed zaten/lagen en allebei joints rolden, zaten Bernardo en ik naast het bed en/of af en toe op de rand van het bed.
Toen begonnen we te roken en hielden we existentieel filosofische gesprekken terwijl ik na een half uur zo stoned werd dat ik naar de badkamer liep, alwaar ik me in de spiegel bekeek, en de sensatie beleefde dat ”ik” niet meer wist waar ik was: hier in de badkamer, of daar bij hen in de hotelkamer…
 In mijn herinnering staat me bij dat ik niet wilde laten merken dat de weed behoorlijk hard op mij inwerkte, en ik beleefde ook het plezierige gevoel dat ik met deze jonge cineasten hiernu op deze kamer deze vriendschap deelde.
Ik liep naar een van de ramen om wat frisse lucht binnen te laten, maar Sheldon vroeg me om het raam weer dicht te doen, opdat juist de geur van de weed de kamer niet uit zou gaan maar helemaal zou doordringen, want zo zouden we tenminste echt goed stoned worden.
Inmiddels lag Diana languit op het bed gespreid en begon ik me af te vragen of het soms de bedoeling zou zijn dat we gedrieën met haar zouden vrijen, wat in die tijd = voordat er AIDS bestond en er nog nauwelijks de anticonceptiepil  verkrijgbaar was!! = in New Yorkse en Amsterdamse kunstenaarskringen geen ongebruikelijke situatie was.
Opnieuw bevind ik me in de badkamer voor de spiegel en ik was nog nooit zo stoned geweest en kon niet meer aan het gesprek deelnemen. Ik dronk water, waste mijn gezicht, en voelde me behoorlijk beroerd. Toen liep ik terug de kamer in en weer naar een van de ramen, om wat frisse lucht te happen. Er bevond zich een kozijn van ongeveer 15 centimeter tussen het raam en de buitenmuur, zodat ik voorover kon hangen en met mijn hoofd naar beneden kon kijken. Ik zag de auto’s met hun koplichten voorbij gaan in de vroege avond en beleefde een zeldzaam gevoel van vrijheid. Met beide handen naar omlaag leek ik naar beneden te zweven, toen ik van achteren aan mijn broekriem werd beetgepakt en naar binnen getrokken…
Bernardo hield me vast en de anderen kwamen er bij staan en ze waren erg geschrokken: ik was op het nippertje door Bertolucci de kamer in getrokken, en dat was mogelijk vanwege mijn solide leren broekriem, die hij met een hand had beetgepakt en mij zo terug had getrokken. Ik werd op het bed gelegd en de andere ramen werden open gedaan, zodat ik na een paar minuten weer okay was.
Toen vertrok ik, omdat ik me herinnerde dat ik met Wim Verstappen had afgesproken om kennis te maken met de beroemde Hollywood regisseur Josef von Sternberg, die te Mannheim ook een zwart-witfilm in competitie had, een experimentele film met Japanse spelers.
Zo herinner ik het me.
Op weg naar de zaal waar de gesprekken met de filmmakers werden gehouden na elke film, besefte ik dat ik aan de dood was ontsnapt en door Bernardo Bertolucci’s hand was gered.
 Onze film werd enkele dagen later bekroond met de INTER Film Preis, maar het Nederlandse lid van deze organisatie meende dat Wim en ik de 10.000.= Deutschmark niet nodig hadden, zodat wij de prijs in onze maag kregen gesplitst ZONDER de bijbehorende 10.000.= DM. Dat was heel pijnlijk, omdat het $corpio Films onmiddellijk uit de schulden  had kunnen halen, want de film had in totaal ongeveer datzelfde bedrag gekost: 10.000.= Toen we hoorden dat Bernardo onze film deze prijs had helpen toekennen, wilden we hem gaan bedanken, maar hij was reeds vertrokken.
Ik heb hem later een paar keer ontmoet op het filmfestival van Cannes en voor het laatst in 1977 op het filmfestival van Venetië.
Welnu, beste Lady Lisa Bom, hier eindigt het verhaal dat ik u toezegde.
Ik denk niet dat B.B. ooit heeft geweten dat hij mijn leven heeft gered. Het was dus niet Oberhausen, maar Mannheim. En hij had toen beslist al vaker marihuana gerookt, dus het was echt niet de eerste keer dat hij dat rookte, zoals hij zei in dat interview. En het was geen Wim, maar Pim met wie hij dit heeft beleefd.
Willeke van Ammelrooy & Hugo Metsers, Frank & Eva. Regie: Pim de la Parra. Productie: Wim Verstappen voor Scorpio Films.
Ik vertrouw er op dat ik u hiermee naar voldoening over die bewuste avond met Bernardo Bertolucci heb ingelicht en hoop ook dat u hem zult vertellen hoe ik het heb beleefd. Hij zal zich wellicht de namen van Sheldon & Diana Rochlin herinneren en wie weet nog wat meer. Zo u wilt kunt u hem mijn e-mailadres geven en ik hoop nog van u te zullen horen hoe het gesprek met hem verliep. Doe hem mijn hartelijke groeten en vertel dat Wim Verstappen inmiddels is overleden, in 2004.
Dank voor uw aandacht.
Gran Odi
Pim de la Parra Sr.Jr.

Pim de la Parra’s eerste korte film

Het originele affiche van Pim de la Parra’s eerste korte film Aah..Tamara, 28 minuten speelduur, opgenomen zowel in kleur als in monocolor op 35mm Eastman, en als Nederlandse inzending geselecteerd en vertoond op het filmfestival van Cannes 1965. De film heeft een motto van Jean-Luc Godard en is opgedragen aan Pims eerste filmleermeester Joris Ivens, die er zelf ook prominent in te zien is. De oprichting van $corpio Films van Pim de la Parra en Wim Verstappen geschiedde een maand voor de wereldpremière van Aah… Tamara in Cannes.

Brief Pim de la Parra over minimal movies


Paramaribo, 2/10/2012
Aloha beste In-Soo, San Fu, Eddy & Emjay,
Het is vermakelijk om in de laatsteNieuwsbrief van het Nederlands Filmfonds te lezen over een door de Biënnale van Venetië georganiseerde  “micro-budget cinema”-reeks, waar lange fictiefilms van beginnende filmmakers voor een budget van Euro 150.000.- zullenworden ondernomen en er “nieuwe filmproductiemodellen” zullen worden onderzocht…
Uit het Nederlandse filmproductieklimaat waren er in de malaisejaren anno 1988-1993 maar liefst 15 (vijftien) zogenaamde minimal movies ontstaan, maar door kortzichtigheid en gebrek aan een toekomstvisie van de toenmalige filmoverheden, werd deze organisch gegroeide filmbeweging tenslotte de grond in geboord, zelfs zodanig dat er nu nog 6 (zes) onvoltooide “minimal movies” in de kluizen van EYE Film Instituut Nederland in gevaar verkeren, maar nog “gered” kunnen worden indien er iemand bij het Nederlands Filmfonds of bij EYE Film alsnog de moed & het inzicht zou koesteren dat deze nationale filmbeweging tot op de dag van vandaag ernstig is onderschat, ook in commercieel opzicht, en na 25 jaar eindelijk een research waard is.
Ik hoop het nog te mogen meemaken dat deze in verschillende fasen van voltooiing verkerende minimal movies alsnog het levenslicht zal worden gegund :
Screenshot uit Extravaganza
Het gelukzalige lijden van Derek Neaujon ;
Extravaganza;
Fear and Desire ;
Labyrint der lusten ;
Dagboek van een zwakke yogi
+  en de in 1995 voor Stichting de Rotterdamse Academie voor Cinematografie (RAC) geproduceerde Rotterdamse minimal movie De droom van een schaduw/The Dream of a Shadow.
Alleen al de gekozen titels kunnen aangeven dat deze minimal movie beweging “benen had om verder te kunnen gaan”, als er toen maar het inzicht was geweest dat “low budget filmmaking” geen fenomeen was dat snel zou overwaaien…
Graag zal ik ooit in de gelegenheid zijn om jullie bovengenoemde experimentele lange fictiefilms nog eens in voltooide vorm te kunnen tonen.
#  {Deze brief wordt in Bcc verzonden naar enkele relevante betrokkenen.}
Dank voor je aandacht en met hartelijke groeten,
Pim de la Parra Sr. Jr.  

Première-uitnodiging Wan Pipel

Een foto van de enveloppe en uitnodiging voor het bijwonen van de Amsterdamse première van de film Wan Pipel van Pim de la Parra op woensdagavond 18 augustus 1976 in het Calypso Theater in Amsterdam. Klik op afbeelding voor groter formaat.

Foto @ Theo Tjong
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter