blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Dewulf Jeroen

Grijs slavernijverleden?

Over Grijs Slavernijverleden? van Jeroen Dewulf

door Michiel van Kempen

In Grijs slavernijverleden? Over Zwarte milities en redimoesoegedrag bekijkt Jeroen Dewulf, hoogleraar aan de University of California, Berkeley, de groep van de ‘redimoesoes’, de zogenoemde “zwarte overlopers” die collaboreerden met de koloniale macht in het 18de-eeuwse Suriname. Hij slaagt er met zijn studie in een vermenselijking en een nuancering van het beeld van deze soldaten van het Neger Vrijcorps of Korps Zwarte Jagers en hun tegenstanders, de marrons, te bewerkstelligen. read on…

From Papiamentu to Afro-Catholic Brotherhoods

An Interdisciplinary Analysis of Iberian Elements in Curaçaoan Popular Culture

by Jeroen Dewulf read on…

De koningen van Pinksteren en van de Kongo

door Hilde Neus

The Pinkster King and the King of Kongo: opmerkelijke titel voor een opmerkelijk boek: wat zouden Pinksteren en een Kongokoning nou met elkaar te maken hebben? Als uitgangspunt heeft Jeroen De Wulf, de auteur, een citaat genomen van Sojourner Truth (1797-1883), een zwarte Amerikaanse activiste voor burger- en vrouwenrechten, die bekend is geworden vanwege haar levensverhaal. Voor ons is het onbegrijpelijk dat ze aangaf dat ze terug wilde naar haar eigenaar, John Dumont, om het pinksterfeest mee te vieren. Onbegrijpelijk, want ze was slechts enkele maanden daarvoor weggelopen, omdat hij haar sloeg, ondanks beloften haar niet had vrijgemaakt en zelfs haar zoon Peter had verkocht. Blijkbaar was het vieren van het pinksterfeest zo iets bijzonders, dat ze dat erg miste. read on…

From the Kingdom of Kongo to Congo Square: Kongo Dances and the Origins of the Mardi Gras Indians

From the Kingdom of Kongo to Congo Square: Kongo Dances and the Origins of the Mardi Gras Indians by Jeroen Dewulf presents a provocatively new interpretation of one of New Orleans’s most enigmatic traditions—the Mardi Gras Indians. By interpreting the tradition in an Atlantic context, Dewulf traces the “black Indians” back to the ancient Kingdom of Kongo and its war dance known as sangamento. Enslaved Kongolese brought the rhythm, dancing moves, and feathered headwear of sangamentos to the Americas in performances that came to be known as “Kongo dances.” read on…

Shifting the Compass: Literature from the Dutch Antilles and Suriname

by Marja Kingma

Five years ago, from 15-17 September 2011, The Dutch Studies Program at the University of California, Berkeley organised a conference on Dutch literature overseas: ‘Colonial and Postcolonial Connections in Dutch Literature’. A selection of papers presented at this conference was published as Shifting the Compass: Pluricontinental connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature (Newcastle, 2013; British Library YC.2013.a.14249). read on…

The Pinkster King and the King of Kongo: The Forgotten History of America's Dutch-Owned Slaves

The Pinkster King and the King of Kongo presents the history of the nation’s forgotten Dutch slave community and free Dutch-speaking African Americans from seventeenth-century New Amsterdam to nineteenth-century New York and New Jersey. read on…

Not a single word on Dutch-Caribbean people

by Jeroen Dewulf

[Review of: The Postcolonial Low Countries: Literature, Colonialism, and Multiculturalism. Edited by Elleke Boehmer and Sarah De Mul. Lanham, MD: Lexington Books, 2012. 266 pp. Cloth $ 90.00.]

As the editors Elleke Boehmer and Sarah De Mul of The Postcolonial Low Countries rightly argue, little attention has traditionally been paid to Dutch-speaking areas in global analysis of the cultural legacy of Europe’s colonial policies. In this respect, the publication of a new volume that attempts to reach a broad range of scholars interested in the legacy of Dutch and Belgian colonial policies in the contemporary Low Countries and their former overseas possessions in Africa, Asia, and the Americas should be welcomed. read on…

(Post)koloniale literatuur nu ook pluricontinentaal bekeken

 
door Karwan Fatah-Black
Op het omslag van Shifting the Compass; Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature, geredigeerd door Jeroen Dewulf, Olf Praamstra en Michiel van Kempen,  prijkt een kaart met daarop prominent een windroos in beeld en een tekening van een zeventiende-eeuws scheepje. Het vaartuigje oogt weifelend; hoewel het vóór de wind lijkt te gaan, wappert een van de zeilen doelloos langs de mast. Aan de randen van de kaart zien we drie onherkenbare continenten.
De bundel is een verzameling essays waarin verschillende auteurs pogingen doen om de Nederlandse koloniale literatuur en geschiedenis te bezien vanuit een pluricontinentaal perspectief. Daarmee verschuiven de auteurs de verteltrant richting de veelheid aan verbindingen en relaties die er ontstonden als gevolg van de Nederlandse kolonisatie in de Amerika’s, Afrika en Azië. In plaats van de nog steeds dominante nadruk op de relatie en verhouding tussen kolonie en kolonisator, zoeken de auteurs juist naar de verbindingen tussen ‘Oost’  en ‘West’. Deze opzet is geslaagd. Hoewel dergelijke bundels vaak maar moeizaam tot coherentie en eenheid komen, lukt het in Shifting the Compass wel degelijk overtuigend een stap voorbij het postkolonialisme te zetten.
V.l.n.r. Olf Praamstra, Adriaan van Dis, Ena Jansen
Naast de academische artikelen die de hoofdmoot van de bundel vormen, verzorgen Adriaan van Dis en Giselle Ecury aan het begin en het einde van het boek een persoonlijke reflectie op het thema. Van Dis doet dat vanuit zijn rijke ervaring in postkoloniale literaire kringen, om te eindigen met een bespiegeling over wat postkoloniale schrijvers heeft verbonden: ervaringen met racisme, discriminatie, maar vooral ook het onderzoek naar de Nederlandse cultuur en het verschil met het eigene. Ecury schetst een genealogische geschiedenis die reikt van de Antillen tot Duitsland en die eindigt rond de opening van een museum in het gebouw dat ooit haar overgrootmoeders shap (winkel) was. De twee stukken leggen sterk de nadruk op levenslopen en familiegeschiedenissen, wat ook een aantal andere artikelen in de bundel kenmerkt. Naast dergelijke ‘microgeschiedenissen’ biedt de bundel ook onderzoeken naar koloniale inspiratiebronnen voor Nederlandse literatuur, en meer historische bijdragen.
Het is uiteraard niet mogelijk om alle artikelen in de zo uiteenlopende bundel recht te doen, mijn aantekeningen in het boek zelf en op mijn kladblok overschrijden ruim de gestelde limiet aan het aantal woorden dat in OSO beschikbaar is voor een recensie. Het zal moeten volstaan om er drie stukken wat meer uit te lichten, en in een afrondende alinea de balans van het gehele project op te maken.
Rudolf Mrazek
Op het stuk van Van Dis volgt het artikel van Rudolf Mrazek. In vier delen bespreekt hij het overlappende werk en leven van drie mannen: Dr. Louis Schoonheyt, Chalid Salim, en Anthony van Kampen. De belangrijkste decors voor het verhaal zijn de gevangenenkampen Boven Digoel waar vanaf het einde van de jaren 1920 tot 1943 (vermeende) Indonesische communisten werden opgesloten en Jodensavanne waar (vermeende) Indische nazi-sympathisanten tijdelijk vast zaten. Aan de randen van het uiteenvallende Nederlandse imperium schetst Mrazek hoe Schoonheyt, geïnterneerd in Jodensavanne vanwege zijn NSB-sympathieën na vijftien jaar arts te zijn geweest in Boven Digoel, er niet aan ontkomt de parallel te zien tussen hemzelf en de opgesloten communisten. Salim daarentegen, in zijn jonge jaren als communist opgesloten in Boven Digoel, schrijft zelfs na de massamoord van Soeharto op de Indonesische communistische beweging bewonderingsvol over ‘onze president’. De vervlechting van de verhalen en levenslopen en de schuivende ideologische perspectieven lenen zich voor bespiegelingen over de manier waarop aan  geschiedenis en literatuur betekenis wordt gegeven en hoe die zelden goed lijken te rijmen met de beleving van degenen die de ideologisch geïnterpreteerde gebeurtenissen doormaakten.
Nicole Saffold Maskiel
Een andere bijdrage aan de bundel waarin de interkoloniale uitwisselingen en netwerken sterk worden geïntegreerd is het mooie onderzoek van Nicole Saffold Maskiel naar de lange lijnen van slaafeigendom tussen de Nederlandse Caraïben en Nieuw Nederland (tegenwoordig New York). In het artikel bespreekt Maskiel de lange ketens van slaafeigendom die door de geschiedenis van de Noord Amerikaanse heersende klasse lopen. Via de familie Stuyvesant die van Curaçao naar Nieuw Amsterdam ging, is slavernij onlosmakelijk onderdeel van de familiegeschiedenis van het vooraanstaande geslacht Bayard geworden. Maskiel laat zien dat via interkoloniale en interimperiale handelsverbindingen slaafgemaakte Afrikanen in Noord Amerika terecht kwamen, en hoe de vertrouwdheid met het eigendom van mensen door overerving van generatie op generatie werd doorgegeven.
Michiel van Kempen
Suriname en de Caraïben keren in de gehele bundel regelmatig terug. Aan het eind van de verzameling zit een stuk van Michiel van Kempen waarin hij onderzoekt hoe men in ‘nieuwe naties’ literatuur begint te lezen, en komt tot ‘postkoloniale canonformatie.’ Hij richt zich in het stuk met name op Suriname, maar het gebrek aan resultaat van de Surinaamse canoncommissie haalt de angel wat uit het stuk. Het is duidelijk dat er ook zonder een formele canon, iedereen met kennis van de Surinaamse literatuur zonder problemen een lijst op zou kunnen stellen van belangrijke werken. Typisch Surinaams-Nederlandse vraagstukken, zoals of de diaspora wel op zo’n lijst mag figureren spelen natuurlijk onmiddellijk op. Van Kempen legt veel nadruk op de celebrity culture dynamiek in Suriname. In het stuk van Van Kempen blijft het ‘pluricontinentale’ aspect buiten beeld.
Over het geheel genomen is de bundel een boeiende verzameling van stukken geworden. Het verschuiven van de aandacht van postkoloniaal naar pluricontinentaal is door de meeste auteurs met succes omarmd. De redacteuren zijn er in geslaagd om in een pluricontinentaal project een lezenswaardige en belanghebbende eenheid te creëren.
Jeroen Dewulf, Olf Praamstra en Michiel van Kempen (ed.), Shifting the Compass; Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature.Newcastle upon Tyne: Cambridge Scholars, 2013. 286 p., ISBN 978 14 4384 228 0,  prijs £ 44,99.

 

Cynthia McLeod gaf lezing Berkeley

Cynthia Mc Leod gaf een lezing aan de University of Berkeley, California, op 14 november 2013. Zij werd ingeleid door Jeroen Dewulf, hoofd van de Netherlandic Studies in Berkeley.

Recently published: Shifting the compass by Jeroen Dewulf, Olf Praamstra and Michiel van Kempen


Shifting the compass: Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature was recently published [January 2013] by Cambridge Scholars Publishing.

On the back cover:

‘While the inclusion of a hybrid perspective to highlight local dynamics has become increasingly common in the analysis of both colonial and postcolonial literature, the dominant intercontinental connection in the analysis of this literature has remained with the (former) motherland. The lack of attention to intercontinental connections is particularly deplorable when it comes to the analysis of literature written in the language of a former colonial empire that consisted of a global network of possessions. One of these languages is Dutch. While the seventeenth-century Dutch were relative latecomers in the European colonial expansion, they were able to build a network that achieved global dimensions. With West India Company (WIC) operations in New Netherland on the American East Coast, the Caribbean, Northeastern Brazil and the African West Coast and East India Company (VOC) operations in South Africa, the Malabar, Coromandel and the Bengal coast in India, Ceylon (Sri Lanka), Malacca in Malaysia, Ayutthaya in Siam (Thailand), Tainan in Formosa (Taiwan), Deshima in Japan and the islands of the Southeast Asian archipelago, the Dutch achieved dominion over global trade for more than a century. Paraphrasing Paul Gilroy, one could argue that there was not just a Dutch Atlantic in the seventeenth century but rather a Dutch Oceanus. Despite its global scale, the intercultural dynamics in the literature that developed in this transoceanic network have traditionally been studied from a Dutch and/or a local perspective but rarely from a multi-continental one. This collection of articles presents new perspectives on Dutch colonial and postcolonial literature by shifting the compass of analysis. Naturally, an important point of the compass continues to point in the direction of Amsterdam, The Hague and Leiden, be it due to the use of the Dutch language, the importance of Dutch publishers, readers, media and research centers, the memory of Dutch heritage in libraries and archives or the large number of Dutch citizens with roots in the former colonial world. Other points of the compass, however, indicate different directions. They highlight the importance of pluricontinental contacts within the Dutch global colonial network and pay specific attention to groups in the Dutch colonial and postcolonial context that have operated through a network of contacts in the diaspora such as the Afro-Caribbean, the Sephardic Jewish and the Indo-European communities.’


Jeroen Dewulf en Michiel van Kempen


Authors: 

Jeroen Dewulf is Queen Beatrix Professor in Dutch Studies at the University of California, Berkeley.
Olf Praamstra is extra ordinary professor in Dutch Literature in Contact with Other Cultures and head of the Department of Dutch Studies at Leiden University.
Michiel van Kempen is a extra ordinary professor in West-Indian literature at the University of Amsterdam.
 
ISBN 978-1443842280 
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter