blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Coco Julian

Bolo ta di pueblo (4)

Fred de Haas over Frantz Fanon
Op een Nederlands forum voor Creolen vond ik de volgende twee uitspraken uit 2011:
– ‘Ik vindt het triest dat sommige creoolse of hindoestaanse vrouwen hun gezicht bleken. Soms zie ik dames die ik nog ken uit mijn schooltijd en ik weet dat ze van nature donker waren. Maar plotseling zie je ze na jaren met een lichtere tint in hun gezicht terwijl de rest van hun lichaam nog donker is. Of ze bleken hun hele lichaam. Hebben deze mensen een complex of zo? Waarom kan je niet mooi zijn als je donker bent? Weten ze niet dat het bleken van je huid heel gevaarlijk is? Nep om te zien man!’
– ‘de media maakt ons nog steeds wijs dat je niet mooi ben als je donker ben’
Fanon was het hiermee eens en vond dit soort gedrag (zoals het gladmaken van kroeshaar en bleken van de zwarte huid) ook ongelofelijk dom.
Julian Coco
Julian Coco en Helmin Wiels
Ik herinner mij in dit verband (nooit ontkennen dat je zwart bent) de gewoonte van Julian Coco, de onlangs overleden zwarte meestergitarist uit Curaçao, om een kamer vol blanken binnen te komen met de woorden: ‘wie wil er een kus van deze zwarte lippen?’ Julian wist dat de mensen hem erg zwart vonden en, geestig als hij was, nam hij altijd de vlucht naar voren. Hij was iedereen vóór door de aandacht te vestigen op zijn kleur en kreeg altijd de lachers op zijn hand. Dat had, vond ik, altijd iets tragisch. Maar zo deed Coco het nu eenmaal en, in zekere zin, was dat een effectieve zelfbescherming. Julian Coco had trouwens helemaal geen hekel aan de Hollanders. ‘Ik heb een zwak voor die Makamba’s, ’ zei ie altijd. Hij was trouwens met een getrouwd.
Iemand die ook zijn kleur niet onder stoelen of banken stak was Helmin Magno Wiels, de leider van de Curaçaose volkspartij, de Partido Soberano. Herinnert u zich nog dat Helmin een video-opname had laten maken waarin hij achter tralies een banaan zat te eten? Hij deed dit om op een meedogenloze – maar geestige – manier te laten zien hoe blanken over zwarten konden denken. Dat tafereel (ik heb er verschrikkelijk om moeten lachen) was duidelijk geïnspireerd door wat Fanon schreef op bladzij 90 van Peau noire, masques blancs (een boek dat Helmin Wiels waarschijnlijk in een Nederlandse of Engelse vertaling  onder zijn hoofdkussen had liggen):
‘Ik wierp een objectieve blik op mezelf, ontdekte mijn zwartheid, mijn etnische eigenschappen en op mijn schedel voelde ik woorden beuken als: kannibalisme, achterlijkheid, fetisjisme, raciale gebreken, slavenhalers en vooral, vooral de reclameboodschap ‘Y’a bon Banania!’
Y’a bon Banania
Toen ik in mijn jonge jaren veelvuldig gebruik maakte van de Parijse metro viel me altijd één affiche op dat op elk station minstens één keer voorbijflitste. Dat affiche was banaangeel en er stond een forse, zwarte soldaat op die lachend de boodschap ‘Y’a bon Banania’ ( = wat is die Banania toch lekker!) verkondigde. Het feit dat ik me dat nu nog steeds herinner betekent dat de reclamejongens van 1912 – zo oud is het merk Banania al –  voortreffelijk werk hadden gedaan.
Drie jaar lang heeft er op het Banania affiche uit 1912 een Antilliaanse vrouw gestaan, maar in 1915 werd ze vervangen door een zwarte Senegalese soldaat. Dat was de man die ik steeds had gezien in de ondergrondse. De slogan ‘Y’a bon Banania’ was een verzonnen soort pidgin-Frans dat Afrikanen en Antillianen geacht werden te spreken als ze hun Creoolse taal gebruikten. Het product Banania was een chocoladedrank in poedervorm van cacao, bananenmeel, tarwe, honing en suiker. Wel lekker. Je kon het met melk koken en het was in tien minuten klaar. Het was voedzaam en prima geschikt voor het leger.
De soldaat op de affiche beantwoordde volledig aan het beeld dat de gemiddelde blanke zich toen maakte van de ‘neger’: een vriendelijke maar domme Afrikaan met dikke lippen en een grote mond die nogal onnozel lachte en eruitzag als een groot soort kind. En hij sprak natuurlijk (!) geen algemeen beschaafd Frans. Kortom, hij was het perfecte symbool van de Creools sprekende onderdaan uit de Franse koloniën. De tekening wekte de lachlust op en zorgde ervoor dat het product Banania gretig aftrek vond bij het grote publiek.
De firma heeft die reclame lang weten te handhaven en pas in 2011 vaardigde de rechtbank van Versailles op verzoek van de  ‘Beweging  tegen het racisme en voor de vriendschap tussen de volken’ het verbod uit
om het product Banania nog langer te verkopen met de slogan ‘Y’a bon’. Op straffe van 20.000 euro per overtreding per dag.
Fanon merkte al op dat de zwarte man op die affiche eigenlijk gereduceerd was tot een voorwerp temidden van andere voorwerpen.
Wie het Banania-effect wil vergelijken met de Zwarte Piet discussie in Nederland is ver van huis. Zolang er nog niet op elk treinstation in Nederland 24 uur per dag een Zwarte Piet en een Sinterklaas te zien is valt het allemaal nogal mee in onze gebieden.
Racisme en intolerantie
Vreemdelingenhaat, racisme en intolerantie zijn verwante zaken die meestal moeilijk van elkaar zijn te onderscheiden. Tegenwoordig schuilen ze nog wel eens onder de vlag van ‘strijd tegen het terrorisme’. Die camouflage werkt goed, want niemand wil natuurlijk terrorisme, behalve de terroristen zelf.
In Nederland zijn velen bang voor ‘geestelijke terreur’ van de kant van fanatieke Moslims en zijn daarom gauw bereid beledigende opmerkingen aan het adres van moslims te vergoelijken. De Nederlandse PVV politicus Wilders heeft ooit voorgesteld belasting te heffen op het dragen van Islamitische hoofddoekjes onder de naam ‘Kopvoddentax’. Met dit verbaal nogal beledigende voorstel heeft hij de vrije meningsuiting wel erg hoog in het vaandel geheven. Vanwege dit soort uitspraken wordt hij dag en nacht bewaakt. Obsessie, ijdelheid en moed gaan bij hem hand in hand. Opvallend is ook zijn laatste politieke streek: een anti-islamsticker die je bij hem kan bestellen. De sticker stelt de vlag van Saoedi-Arabië voor met daarop een Arabische tekst die o.a. de volgende inhoud heeft: “De Islam is een leugen. Mohammed is een boef’.
Dit lijkt me niet de juiste manier om geesten rijp te maken voor een open discussie. Wat zou hij ervan zeggen als ze in Saoedi-Arabië gingen rondlopen met de Nederlandse vlag waarop stond: ‘Jezus is een oplichter en de Paus is zijn profeet’?
De anti-islamsticker van Wilders
Het vervelende bij Wilders is dat ie ook wel eens gelijk heeft met zijn uitspraken. Zo is hij van opvatting dat je niet zó tolerant moet zijn dat je anderen de volledige vrijheid moet geven om intolerant gedrag te vertonen.
Geen speld tussen te krijgen…
Frantz Fanon stelde in zijn tijd dus al vast dat racisme, intolerantie en geweld overal aanwezig waren. In zijn tijd kreeg de Franse schrijfster Simone de Beauvoir nog een officiële waarschuwing omdat ze gearmd met de zwarte schrijver Richard Wright over straat liep.
Europa en Amerika blijven ook heden ten dage gewelddadig en racistisch. Denk aan de massamoord in het voormalige Joegoslavië. Denk aan de Verenigde Staten waar nog altijd stadswijken zijn waar alleen zwarten, Spaanssprekende Latijns-Amerikanen of Aziaten wonen. En nog niet zo lang geleden, in 1991, speelde de zaak Rodney King, de zwarte jongeman die op sadistische wijze werd afgeranseld door blanke politieagenten die hiervoor niet werden veroordeeld…
Een donkere president Obama helpt wel een beetje en de woorden die hij in 2008 als presidentskandidaat richtte tot de Afro-Amerikaanse gemeenschap waren ongetwijfeld oprecht gemeend:
‘[…] in feite hebben we geen keus als we willen voortgaan op de weg van een betere saamhorigheid. Voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap betekent dit dat we de last van ons verleden moeten accepteren zonder er slachtoffer van te worden, dat wil zeggen dat we echte rechtvaardigheid moeten blijven eisen in alle aspecten van het Amerikaanse leven’.
Meer dan vijftig jaar geleden zei Frantz Fanon hetzelfde en de omstandigheden waarin hij toen verkeerde waren heel wat slechter. Nog steeds heeft zijn boodschap niets aan kracht ingeboet en die boodschap geldt ook voor Latijns-Amerika waar de zwarte, gekleurde en Indiaanse gemeenschappen nog altijd zwaar worden gediscrimineerd (o.a. in Brazilië, Colombia, Perú enz.).
[wordt vervolgd]

Julian Basilico Coco

door Jeannette van Ditzhuijzen
Hij woonde net iets meer dan zestig jaar in Nederland. Op de dag van de watersnoodramp, 1 februari 1953, kwam Julian Coco met de boot aan. Zijn gastvrouw van die dag zou hebben gezegd: “Coco is aangekomen, een ongeluk komt zelden alleen.”
 Julian Coco en Magdalena Kuhn, Foto: Marisa Leinhos.
Het is een van de vele verhalen die de Curaçaose gitarist en contrabassist Julian Basilico Coco graag mocht vertellen. Of ze waar zijn, doet niet ter zake. Het gaat om de pretoogjes waarmee hij dergelijke verhalen opdiste. Dat hij de waarheid soms iets leuker voorstelde, dat hoorde bij hem – een vrolijke man die graag grappen maakte.
Julian werd in 1924 geboren in een klein huisje in de Curaçaose volkswijk Colon. Zijn oudste zuster Petronilla, die een bekende zangeres zou worden, moest als jong meisje van school om voor de zeven kinderen te zorgen, wanneer moeder werkte. Vlakbij woonden diverse (aankomende) musici. Pianist Wim Statius Muller bijvoorbeeld. Wanneer die als kind piano studeerde, bleef Coco vaak staan luisteren, terwijl zijn vrienden juist wilden uitgaan. “Ik kom wel als die kleine naar bed gaat”, riep Julian hen dan na.
Chinees restaurant in de wijk Colon, Willemstad. Foto @ Michiel van Kempen

 

Ook leden van de muzikale en vooraanstaande familie Palm woonden in de buurt. Elsa Debrot-Palm, die piano speelde, had Julian horen spelen en vroeg hem bij haar te komen musiceren. Maar, bescheiden als hij was, weigerde hij binnen te komen, dat paste niet in het nog gesegregeerde Curaçao. Dus speelden ze samen muziek, hij buiten op het terras, zij binnen op de piano.
Julian begon als achtjarige met een tokkelinstrument dat hij maakte van een plankje en vislijnen. Daarna leerde hij zichzelf mandoline en gitaar spelen. Zijn vader, die kapper was, maakte elke zaterdag muziek met een groep vrienden. Ook de kleine Julian was van de partij onder de boom achter een café. “Iedere week maakte iemand een liedje”, vertelde hij kort voor zijn overlijden. “Toen de gitarist een liedje van mijn vader niet kon begeleiden, wilde ik het doen. Mijn vader beloofde me een gitaar als me dat zou lukken. Het ging prima, maar tot op heden heb ik van hem geen gitaar gekregen”, vervolgde hij lachend.
Johnny Guitar van Julian Coco
Cruciaal voor zijn muzikale carrière was zijn confrontatie met de Curaçaose violist Jossy van der Linde. Die hoorde Julian op een gitaar tokkelen en vroeg hem om een mi te spelen. Julian had geen idee wat hij bedoelde. “Ik wist het verschil niet tussen een noot en een akkoord, en sloeg dus een akkoord aan.” Van der Linde liep smalend weg en Julian was razend. “Als ik had geweten dat iemand zo zou reageren, had ik op school wel noten geleerd. Toch ben ik hem dankbaar. Zonder deze ‘tik’ was ik dom en trots gebleven.” Julian volgde daarna een schriftelijke cursus Harmony and Arranging.
In zijn vrije tijd ging Julian in lokale orkestjes spelen, overdag werkte hij. Onder meer bij het departement van landbouw. De gitaar ging mee, zodat hij er stiekem op kon spelen. Tot op een dag, eind 1952, de Nederlandse muziekpedagoog Willem Gehrels langskwam en hem hoorde. “Hij vroeg of ik niet aan de door hem opgerichte Volksmuziekschool in Amsterdam wilde studeren. Een paar maanden later zat ik – dankzij bemiddeling van enkele Curaçaoënaars – met een studiebeurs op de boot naar Nederland.”
Een eerder aanbod voor een beurs voor Amerika had hij afgeslagen. “Daar wilde ik niet heen, omdat daar destijds te veel negers werden doodgeschoten.” In Amsterdam kon hij al snel door naar het conservatorium. Gitaar was nog geen hoofdvak – “Daar keek men een beetje op neer” – en omdat Julian graag in een orkest speelde, koos hij voor de contrabas. Toen gitaar een paar jaar later wel een hoofdvak werd, deed hij ook het solistenexamen klassieke gitaar.
Soms kostte het Julian moeite om een kamer te vinden. Om teleurstellingen te voorkomen zei hij daarom door de telefoon alvast dat hij zwart was. Maar in de Michelangelostraat, waar meer conservatoriumstudenten woonden, bleek hij welkom, ongeacht zijn kleur. Dat hij hard moest werken, had hij graag voor de muziek over. Niet voor niets staat op zijn buste in zijn geboortewijk Colon ‘Leren is je enige redding.’ Dat hield hij de jeugd van Curaçao ook voor: leren, leren, leren.
Op het conservatorium leerde Julian de Amsterdamse vioolstudente Helena Blans kennen, met wie hij in 1956 trouwde. Op de verbaasde vraag van een docente, wanneer deze relatie was begonnen, antwoordde hij droogjes “’s Nachts”. Deze directheid is bepaald niet Curaçaos, maar typeerde Julian. Toen een man met een bos zwart krullend haar voor zijn deur stond, vroeg hij doodleuk: “Waarom ben jij geen neger?”
Julian Coco en Magdalena Kuhn
Zijn schoonouders hadden kennissen en vrienden van zeer gemengd pluimage, waar deze zwarte jongeman uit Curaçao prima tussen paste. Met zijn schoonvader deelde Julian de liefde voor muziek, met zijn schoonmoeder voerde hij levensbeschouwelijke gesprekken met een luchtig tintje. Vanwege de woningnood trok het echtpaar bij Helena’s ouders aan de Witte de Withstraat in. Op die bovenwoning woonden ook een tante in, twee zusjes en een zwager. Plus tien katten. Pas in 1960 konden Helena en Julian naar de Admiraal de Ruyterweg verhuizen.
In die jaren was Julian bijna elk weekeinde in België te vinden waar hij in clubs speelde om geld te verdienen. Dat was hard nodig, want al snel werd zoon Ciro geboren, vijf jaar later gevolgd door Julian. Inmiddels speelde hij toen contrabas bij het Utrechts Stedelijk Orkest.
Zijn grote liefde was klassieke muziek, vertelt fluitiste Magdalena Kuhn. Met haar vormde hij vanaf 1964 ruim veertig jaar een duo en toerde hij door Europa en de West. “Het publiek wilde graag Curaçaose muziek van hem horen. Maar daaraan gaf hij niet toe. Die speelden we altijd alleen als toegift.” Als concessie aan de Antillen nam het duo in 1991 wel de cd Sin Duda (zonder twijfel) op met Antilliaanse muziek.
Hij gaf ook gitaarlessen en zijn oud-leerlingen lopen weg met hem. Julian Coco is hun grote voorbeeld, wat ook bleek uit het concert dat een Arubaanse gitarist en een Curaçaose pianist in 2010 voor hem organiseerden in de Rotterdamse Doelen. Die verering voor hem als docent deed hij af als onterecht. “Als het talent er niet is, kan ik op mijn kop gaan staan, maar dan komt het er niet uit”, zei hij daarover, bescheiden als altijd. Over zijn koninklijke leerling, prinses Christina, weigerde hij iets te zeggen. Dat vond hij niet netjes.
Sinds hij getroffen werd door een herseninfarct (2007) trad hij niet meer op. Na het verpleeghuis verzorgde Helena hem nog altijd thuis. Maar toen vanwege zijn suikerziekte een onderbeen werd afgezet, was dat volgens de arts niet meer mogelijk. Hoe erg ze het ook vond, ze moest hem loslaten. Zo vertrok hij in 2011, in een rolstoel, naar het Rosa Spierhuis.
Hij leed onder zijn slechte gezondheid die hem verhinderde om muziek te maken. Zijn vrouw en kinderen bezochten hem uiteraard, net als Magdalena Kuhn, met wie hij samen naar muziek luisterde. Ook oud-leerlingen kwamen langs en onlangs nog de toenmalige interim-premier van Curaçao, Stanley Betrian, zelf een fanatiek gitarist. “Kennelijk voelde hij zijn einde naderen. Hij wilde dolgraag nog een keer naar Curaçao en ik heb hem toen plechtig beloofd al het mogelijke te doen om dat verlangen te realiseren. Tevergeefs, Julian vertrok alvorens hij overgebracht kon worden.”
Net als veel Curaçaoënaars is Betrian maar wat trots op zijn beroemde eilandgenoot. Julian zelf voelde zich in de eerste plaats Nederlander, maar hij verloochende zijn afkomst bepaald niet. En hij miste de sfeer van de volkswijk waar hij opgroeide; waar de deuren altijd open stonden en iedereen muziek maakte.
Julian Basilico Coco werd op 9 januari 1924 geboren op Curaçao. Hij overleed op 4 februari 2013 in Laren.
 
[uit Trouw]

Alwin Toppenberg over Julian Coco

Een groot musicus is ons ontvallen. Met innig leedwezen bericht ik jullie dat op 4 februari 2013 van ons is heengegaan Julián Basílico Coco. Julián, geboren op 9 januari 1924 in Curaçao was een groot musicus. Hij zal worden gecremeerd op vrijdag 8 februari 2013 in het Crematorium ‘Den en Rust’, Frans Halslaan 27, 3723 EA Bilthoven. De ceremonie begint om 15.00 uur.

De gevolmachtigde minister van Curaçao, Sheldry Osepa, bezoekt Julian Coco nadat hij een knieoperatie heeft ondergaan in Utrecht in december 2010. Osepa nam de gitaristen Doy Salsbach en Ludwig Rondón mee. Foto © Marije Berkhouwer.
Als jongeman heeft Julián ook in Aruba gewoond. Als douanebeambte heeft hij toentertijd overplaatsing gekregen om in Aruba te gaan werken.
Als afgestudeerd contrabassist aan het toenmalige Amsterdams Conservatorium, speelde hij jarenlang contrabas in het Utrechts Symfonie Orkest. Daarnaast studeerde hij eveneens aan het Amsterdams Conservatorium gitaar als hoofdvak. Toen hij afstudeerde was Julián de eerste abituriënt die aan een Nederlands conservatorium het solistendiploma gitaar behaalde.
Wij verliezen in hem een groot musicus, leermeester, mentor, raadgever maar bovenal een groot persoonlijkheid, die altijd klaarstond om je te helpen maar ook – als het nodig is – correctief kan optreden. Hij was een zeer gewaardeeerde gitarist die vaak heeft opgetreden voor de Nederlandse televisie. Ook in het buitenland was hij een geziene gitarist die veel gastoptredens had. Op de buitenlandse tournees heeft hij vaak met de topmusici van de wereld gespeeld.
Persoonlijk heeft ondergetekende – reeds als jonge pianist – vaak met Julián gemusiceerd en veel waardevolle adviezen van hem meegekregen. Het Caribische deel van het Koninkrijk heeft hij met zijn voortreffelijke spel op de kaart gezet. Wij zullen hem missen!
Met vriendelijke groet,
Alwin Toppenberg

In Memoriam Shon Coco, 9 januari 1924 – † 4 februari 2013

pa Liberta Rosario
Julian Basilico Coco (1924) a studia guitara i bas na e Konservatorio di Amsterdam kaminda e la optené komo promé persona e diploma di solista di guitara. Despues di su estudio Julian Coco a toka guitara i bas durante hopi aña den e orkesta Sinfóniko di Utrecht. Asta na Palasio Soestdijk nan konosé Julian Coco. E la duna prinsesa Christina hopi tempu lès di guitara. Huntu ku e fluitista Magdalena Kuhn Julian Coco a forma un duo ku a duna hopi presentashon fo’i aña 1964. Nan a saka un cd tambe huntu.

Mi promé enkuentro ku Julian Coco tabata hopi aña pasá na un konsiertu ku e la duna na Utrecht. Loke semper mi a atmirá di Julian Coco tabata e manera amabel i kaluroso ku e tabata aserka su públiko. Julian Coco tabata tuma semper tempu pa bisa algu personal. 
I vooral e hendenan muhé presente tabata haña hopi atenshon di dje.
Na onor di Julian Coco su 80 aña di bida e Asosashon di Músikonan Pro Guitarra a organisá un konsierto dia 24 di yanὓari 2004 p’e. I e músikonan a gradisié pa tur loke e la hasi i nifiká pa e Asosashon durante tur e añanan ku e tabata miembro. Semper Julian Coco tabata sa kon entretené e públiko ku su toká fenomenal i inigualabel i ku su presensia.
Julian òf Júlian manera Sὓrnam- i Hulandesnan ta yamé, tabata echt di fiesta e dia ei. E la bira hopi kontentu ora e la mira tur e personanan ku a bai e konsierto speshal p’e. Pa e okashon ei e fluitista Hulandes Ingrid Nicodem i e guitarista yu di Kòrsou Rignald Kastaneer a forma e duo Coco. Nan a toka bunita piesanan di antes di Antia i Suramérika.

Dos otro persona ku tambe a duna un kontribushon grandi na e konsierto pa Julian Coco tabata e kantante i guitarista Arubano Lidwina Booi i e hóben guitarista yu di Kòrsou Diangelo Cicilia. Julian Coco a kompañá tur e músikonan ku su guitara i asta e tabatin tempu pa hasi su weganan di kustumber.

Rignald Kastaneer su tata a fayesé e dia promé ku e konsierto i tòg e la toka e anochi ei pa Julian Coco i su tata. E la demostrá di ta un gran artista i a surpasá su mes ku su toká. E la toka e piesa Dalia na memoria di su tata. Antes nan dos a yega di toka guitara huntu. Despues Ingrid Nicodem i Rignald Kastaneer a toka e bunita wals Shon Coco ku Rignald Kastaneer a komponé pa Julian Coco. Fuera di un gran músiko Julian Coco ta un gran lingwista tambe ku sa bon kon skohe su palabranan. Pero despues di a skucha e wals Julian Coco a keda ku su boka abrí i no por a bisa nada.


Julian Coco en Henkel


Na final di e konsierto Julian Coco a sunchi Rignald Kastaneer i Diangelo Cicilia manera un tata riba nan kabes i a pasa man riba kabes di Ingrid Nicodem. Mi tabata tin e impreshon ku Julian Coco tabata kontentu ku e por a pasa e antorcha e o’rei trankil na e dos guitaristanan hóben ei.

Despues a sigui mas homenahe pa Julian Coco. Den 2008 su busto a ser inougurá na Colon, na Kòrsou. Riba e busto tin e teksto: ‘Siña ta bo úniko salbashon’. Julian Coco a keda semper un mucha di Colon apesar di su karera largu komo músiko internashonal.
Un par di aña pasá e pianista Yu di Kòrsou Randal Corsen i e guitarista Arubano Marlon Titre a dediká un homenahe na Julian Coco. Julian Coco a asistí na e konsierto ei den su rolstul i tabata tin ora basta emoshoná.

Buste van Julian Coco

 


Libreria Selexyz na Utrecht a pone algun aña pasá un potrèt grandi di Julian Coco den nan vitrina durante e Siman di Buki. Esei tabata nan manera pa duna Julian Coco, un abitante di Utrecht durante hopi aña, e rekonosimentu ku e la meresé pa tur su bon trabounan pa e siudat.
I awor Julian Coco ta biba na Rosa Spierhuis na Laren. Den kuminsamentu tabata un kambio basta grandi p’e, pero awor Julian Coco ta sintié basta ‘na kas’ na su kas nobo.
Julian Danki pa tur kos i sosegá awor na Pas! 

In memoriam Julian Coco 1924-2013

Gisteren overleed de legendarische Curaçaose gitarist Julian Coco. Karolien Karels schreef in de Volkskrant van 7 mei 2010 het onderstaande portret.

‘Als Julian één noot speelt, swingt het al’

Julian Coco belichaamt als geen ander de muzikale kruisbestuiving op de Antillen, zeggen deze fans…

Amsterdam – Zie ze zitten, Randal Corsen en Marlon Titre, tijdens een optreden voor het tv-programma Vrije Geluiden. Corsen, met zichtbaar plezier improviserend op de vleugel. Titre: kaarsrechte rug, de blik strak op zijn bladmuziek. De meester en de leerling – zo lijkt het. Toch was het gitarist Marlon Titre (27), geboren in Aruba, afgestudeerd aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, die jazzpianist Randal Corsen (38) twee jaar geleden voorstelde ‘iets’ te doen met gitarist en contrabassist Julian Coco, de held van een hele generatie jonge musici uit de Antillen en Aruba. Dat ‘iets’ werd een Tribute to Julian Coco, vanavond in De Doelen in Rotterdam het openingsconcert van het Antillen Festival.
Corsen: ‘Het wordt een mix van klassieke muziek en jazz, in de geest van Julian. Hij belichaamt als geen ander de muzikale kruisbestuiving die de afgelopen eeuwen op de Antillen heeft plaatsgevonden.’
Julian Coco (1924) woonde tot 1953 op Curaçao. Telg uit een arm gezin, autodidact op de contrabas. In de jaren veertig en vijftig speelde hij samen met alle musici die er in Curaçao toe deden: Benny Priviana, Padu del Caribe, Rufo Wever. Corsen: ‘Op het eiland was het in die jaren nog niet gewoon om cross-overs te maken tussen de verschillende muziekstijlen. Je had de Europees georiënteerde Antilliaanse walsen en mazurka’s voor de elite uit de stad, en de tambú, meegebracht door de slaven uit Afrika. Die muziek was taboe in de stad. Ik heb me laten vertellen dat de versmelting van de muziek pas echt op gang is gekomen met de komst van Shell naar Curaçao. Landarbeiders kwamen in de stad werken, brachten hun muziek mee, er werd geld verdiend, dansfeesten kwamen op. Julian is een product van die tijd.’

In 1953 vertrok Coco met een beurs naar Nederland, naar het conservatorium in Amsterdam. Daar studeerde hij als eerste gitarist op een Nederlands conservatorium af. Later kwam hij terecht bij het Utrechts Symphonie Orkest, maar hij bleef daarnaast altijd Antilliaanse muziek spelen.
Titre: ‘Een klassiek gitarist heeft weleens tegen me gezegd: ‘Als Julian Coco zijn gitaar pakt en één noot speelt, swingt het al.’ Dat klopt: Julian is in de eerste plaats een klassiek musicus, maar hij heeft het spontane nooit verloren.’
Marlon Titre was 15 toen hij Julian Coco ontmoette, tijdens een openbaar examen op het conservatorium in Den Haag. Het was 1998, hij zat op de vooropleiding en ging luisteren naar een vriend die afstudeerde. ‘Daar zat hij, de ‘meester’. We raakten aan de praat, na afloop liepen we samen naar het station. Op een bankje op het perron hebben we gitaar gespeeld. Toen we afscheid namen schreef Julian zijn nummer op een briefje en zei: kom maar eens langs.’
‘Totaal in de wolken’ kwam Titre thuis en vertelde zijn ouders over zijn ontmoeting. Zijn vader was stomverbaasd, en trots: die had in de jaren zeventig, als student in Delft, een gitaar gekocht nadat hij Coco op televisie het Concierto de Aranjuez van Rodrigo had zien spelen.
Titre: ‘Toen ik hem ontmoette, twijfelde ik nog of ik definitief moest kiezen voor de muziek. Ik was bang dat ik alleen maar met mijn instrument bezig zou zijn. Maar Julian sprak zijn talen, hij citeerde de ene filosoof na de andere. Zijn leven hield niet op bij de gitaar.’
Julian Coco is nu 86. Hij speelt al jaren niet meer in het openbaar. In een interview uit 2008 antwoordde hij op de vraag hoe het ging met muziek maken: ‘Ik moet mijn gitaar laten rusten, of alleen nog in kleine kring gebruiken. Er is een nieuwe stroming jonge artiesten ontstaan, het heeft geen zin meer me te bewijzen. Het is passé, en ik ook.’

Antilliaanse musici (vlnr.) Oswin (‘Chin’) Behilia, Tania Kross, Izaline Calister en ‘Shon’ Julian Coco tijdens de Culturele Zondagen in Utrecht. Foto: © RAM.
Ja, hij zal er zijn, vanavond in De Doelen: eregast tussen de Antillianen en de Nederlanders. Corsen en Titre zullen er, begeleid door het kamerorkest New European Ensemble, laten zien wat het betekent om de fakkel over te nemen van hun held, op een eigen festival – eindelijk. Corsen: ‘Het is toch wel een beetje vreemd dat de organisatoren van het festival nog nooit iets met de Antillen hebben gedaan, terwijl wij onderdeel van het koninkrijk zijn. Ik ben blij dat dat nu wordt rechtgezet, en dat het publiek kan horen hoeveel moois er uit de Antillen komt.’
Hij zal niet herhalen wat een collega laatst zei: ‘Zo zien jullie maar dat niet alle mensen uit de Antillen bolletjesslikkers zijn.’ Corsen: ‘Alsof we ons moeten verdedigen.’ Nee, hij zal laten zien waarom Coco, waarom Titre, waarom hijzelf, het kunnen: cross-overs maken. ‘Omdat we uit een cultuur komen die heel rijk is, wat sommige Nederlanders tegenwoordig ook over ons mogen beweren.’

Randal Corsen en Marlon Titre eren Julian Coco

Randal Corsen en Marlon Titre geven met hun band en het New European Ensemble een eerbetoon aan Julian Coco tijdens het Winternachten-festival in januari.

In Julian Coco (onderste foto) kwamen twee werelden samen. Hij was een jongen van Curaçao die zich op het conservatorium in Nederland liet opleiden tot klassiek gitarist en contrabassist, maar vervolgens volgde hij niet alleen het klassieke pad van de orkestmusicus, maar hij keek verder. Buiten zijn werk voor het Utrechts Symfonieorkest, begon hij de Europese traditie te vermengen met Afrikaanse muziek. En zo ontstond nieuwe Caraïbische muziek met oude wortels. Coco werkte samen met Curaçaose componisten als Emilio Prudencia en Albert Palm en speelde met Dizzy Gillespie, met wie hij ook goed bevriend was. Voor een hele generatie jonge musici uit de Antillen en Aruba geldt Coco als voorbeeld en inspiratiebron. Ook voor de pianist Randal Corsen en de gitarist Marlon Titre. Samen besloten ze een programma te maken waarin ze Coco muzikaal een eerbetoon zouden brengen. Dat doen ze op hun eigen manier. Ze spelen niet alleen maar muziek van Coco, maar zoals Coco experimenteerde en naar nieuwe combinaties zocht, zo doen Corsen en Titre dat ook. Musiceren in de geest van Coco dus. Ze spelen dan ook niet alleen met het Randal Corsen quartet, maar ook met het New European Ensemble, een kamermuziekensemble van jonge musici, dat voor dit project zal bestaan uit een strijkkwartet, rietkwartet plus dirigent.

Corsen, Titre en het ensemble treden zaterdagavond 22 januari 2011 op. Marlon Titre zal ook op zondagochtend 23 januari optreden bij Winternachten tijdens VPRO’s OVT live vanuit café brasserie Dudok in Den Haag.

Antillen Festival

Van 7 t/m 16 mei barst in de Concert- en congresgebouw de Doelen in Rotterdam en het Tropentheater in Amsterdam het Antillen Festival los. Het festival presenteert een breed overzicht van de Antilliaanse cultuur. Naast concerten staan er ook films en een kindervoorstelling op het programma.

Een paradijs van zon, zee, strand, salsa en cocktails: dat is wat men zich doorgaans bij de Nederlandse Antillen voorstelt. De grote culturele rijkdom is echter een verborgen schat die door de meeste Nederlanders nog ontdekt moet worden. Vanwege een historie van kolonisatie en slavernij steunt de Antilliaanse muziek op drie culturele pilaren: de Europese, de Afrikaanse en de oorspronkelijke indiaanse cultuur. Al deze elementen – van traditionele tot hedendaagse muziek – komen aan bod tijdens het Antillen Festival.

Pianist Randal Corsen en schrijver Jan Brokken illustreren de Antilliaanse salonmuziek, waaronder mazurka’s en walsen. Dezelfde Corsen brengt een ode aan de Curaçaose musicus Julian Coco. Eveneens uit Curaçao, maar al jaren woonachtig in Nederland, komt jazz-zangeres Izaline Calister. Speciale gast bij haar concert is de nestor van het Papiamentse lied, Oswin Chin Behilia. Ook St. Eustatius is vertegenwoordigd met de kettledrum- en stringband-muziek van Afrikaanse afkomst van Victor Sams.
Uit Aruba komt Grupo di Betico, die de traditionele stijlen paranda, aguinaldo (uit Venezuela overgewaaide kerstliederen) en de dandé vertolken. De traditionele dansgroep Nos Caribe toont de rijke erfenis van de Antilliaanse dans.

Klik hier voor het hele programma

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter