blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Chen Poun Joe Carol

Krishnadath in China

China is geweldig! Ik woonde in april/mei 2016 in Beijing. Kom naar mijn presentatie hierover op de Schrijversgroepavond van 27 juli in Tori Oso, Paramaribo. read on…

Surinaamse Nederlanders en remigratie

door Dennis Lapar

Rotterdam – Op de website van het Nederlands Migratie Instituut staat het volgende aangegeven: “Hoge Raad Nederland kent Nederlandse nationaliteit toe aan man met Surinaams paspoort. Surinaamse Nederlanders die in Suriname zijn geboren, mogen beide nationaliteiten aannemen. Dit kan nu door een besluit van 26 juni 2015 van de Hoge Raad, de hoogste Nederlandse rechtsinstantie.” Tevens is een gesproken reportage opgenomen. read on…

Solokunstexpositie 2012 Carol Chen Poun Joe

Carol Chen Poun Joe is één van de jongste publieke kunstenaressen in Suriname. Die zowel in Suriname als in ‘t buitenland publieke tentoonstellingen heeft gegeven en vele jongeren heeft gemotiveerd en geinspireerd

Directrice Lucia Liauw Anjie- Bijlhout van Royal Torarica House of Art nodigt u uit voor een solokunstexpositie van  Carol Chen Poun Joe.  Thema van deze kunstexpositie is : “ Serenity (Rust)”

De expo is van 28 juli tot 4 augustus 2012. De officiële opening voor uitgenodigden van bedrijven vindt plaatst op 27 juli 2012 en de officiële publieke opening vindt plaats van 28 juli 2012 – 4 augustus 2012.

De openingstijden zijn :
maandag t/m zaterdag 10.00u tot 15.00u en op de
woensdag,vrijdag en zaterdag in de avond van 19.00u tot 21.00u,

Locatie : Royal Torarica + Royal House of Art
Kleine Waterstraat 10

Kom en bewonder een Rustgevend en Wonderbaarlijke kunst!

Vreemdelingen in het paradijs (6)

door Willem van Lit

[Dit is het 6e vervolg van het hoofdstuk 4 van mijn boek over de Nederlands Caribische eilanden. Twee andere hoofdstukken zijn integraal terug te vinden in de Knipselkrant Curaçao.]

Toen ik mijn dozen en boekenrek doorspitte op deze gedachten, noteerde ik: ras, racisme, historicisme, volk, identiteit, voedingswortel van de geschiedenis, kolonialisme, angst, zwijgen, slavernij, slachtofferisme en ook vitaliteit, bewustzijn, trots, ontwikkeling, emancipatie, verwaarlozing. Is het dat? Wil men het hier niet over hebben? Wie niet? Er is schaamte over de schaamte. Ook dat hebben we eerder geconstateerd. Er is angst óm de angst. Zwijgen over het zwijgen zelf. Wie zwijgt? Ook naar de motieven van dat zwijgen, moeten we raden. Natuurlijk, er zijn misschien altijd formele redenen, zoals afspraken over wie wat mag of kan zeggen, enz. Dan nog… er zijn even zoveel mogelijkheden om wel wat te zeggen. En redenen? Beweegredenen? Waarom zouden we er iets over willen zeggen? Er is geen mogelijkheid dit in een of twee alinea’s samen te vatten. De enige mogelijkheid is confrontatie. Er is veel geschreven ook óver die confrontatie, die pathetische omhelzing, zoals ik het noem. Er is echter nooit écht onderzoek naar gedaan, zoals anderen zeggen. Ik verwijs hier onder andere naar Marcha en Verweel, maar ook naar Rose Mary Allen; hun beschouwingen zijn steeds vanuit de (eenzijdige) Curaçaose – Afro-Caribische – invalshoek gedaan. Zij hebben om begrijpelijke redenen de intentie de problematische positie van de zwarte bevolking te tonen: hun schaamtepositie. Ook wordt Hoetink heel veel geciteerd. Deze socioloog is vooral bekend geworden om zijn theorie over het somatische ideaalbeeld en de segmentering van de oude Curaçaose samenleving. Onder- en bovenschikking langs de scheidslijn van huidskleur staan hier centraal. Daarnaast is er de laatste jaren heel veel gepubliceerd over bijvoorbeeld de geschiedenis, het kolonialisme, de herkomst en afstamming, enz.

In het najaar van 2011 heeft de NTR een serie over de slavernij uitgezonden op de televisie waarbij voor het Nederlandse publiek een uitgebreid beeld werd geschetst van die geschiedenis. In de toelichting over deze serie vertelde een historica dat het erom ging de Nederlanders kennis te laten maken met de minder fraaie kant van het roemrijke verleden. Geschiedenis wordt veelal uitgelegd vanuit perspectieven die men (collectief) wil zien, waarbij de lastiger delen van het verleden niet gemakkelijk in beeld en ter oor komen.

Maar ook met deze hernieuwde aandacht en focus komen de gesprekken over de kern van de omknelling niet op gang. De stilte blijft, hoewel er veel geschreeuwd wordt.

Om meer inzicht te krijgen in de aard en de ruimte die het zwijgen inneemt, gaan we kijken wat anderen hiervan zeggen. Ik heb in dit boek al eerder de Franse filosoof Finkielkraut te hulp geroepen. Hij vraagt zich af hoe romans ons kunnen helpen bij het gewone leven om hierbij onszelf meer richting te geven. Hij bespreekt het boek van Philip Roth De menselijke smet 1) . Hierin komt dit zwijgen op een andere manier naar voren. Coleman Silk is in dit boek een decaan aan een hogere school in de VS. Hij is een zwarte Amerikaan, maar hij heeft een blanke huid. Hierdoor ziet iedereen hem als blanke. Hij draagt dit als een geheim met zich mee. Op een dag wordt hij beschuldigd van racisme doordat hij twee zwarte studenten (die hij nooit eerder heeft gezien en waarvan hij niet eens weet dat het zwarte studenten zijn) zou hebben beledigd om hun huidskleur. Het incident is een misverstand, maar Coleman wordt vervolgd. Hij neemt ontslag en hij neemt een besluit: hij zal voortaan zelf als “kleurloze” door het leven gaan. Dit zal hem niet helpen.Finkielkraut haalt Alexis de Tocqueville aan die in zijn De la démocratie en Amérique over de Amerikaanse tragedie zegt dat dit niet zozeer de slavernij betreft als wel “de combinatie van ‘het immateriële en blijvende feit van het ras’. Daarin zit een fataliteit die door de vrijmaking onvoldoende doorbroken wordt, want ‘de herinnering aan de slavernij berooft het ras van zijn eer en het ras handhaaft de herinnering aan de slavernij’. Een afstammeling van slaven kan op die situatie reageren door zich uitdagend, onverstoorbaar waardig of overdreven slaafs te gedragen 2) . Maar hij moet wel een begin met een antwoord maken. Hij is ertoe veroordeeld te reageren en te reageren als lid van een gemeenschap. Hij is altijd al het initiatief en de onafhankelijkheid kwijtgeraakt. Hij is niet meer de baas over zijn leven, maar, in onderworpenheid of opstandigheid, de slaaf van zijn kleur”. 3)

En – vervolgt Finkielkraut – omdat hij als slaaf van zijn kleur aan die fataliteit verbonden bleef – het was een “essentie” – kon hij ook geen deel uitmaken van de genesis van de mens. Het wegzenden uit het paradijs door God omdat Adam tot weten was gekomen (of tot besef), houdt tevens de belofte in van vrijheid: de mens moet voortaan zélf bepalen – naar eigen vrije wil – hoe hij zijn leven inricht. Zoals ik in het vorige hoofdstuk zei, is het het lot van de mens te weten in vrijheid, maar dat op straffe van verlies van het paradijs. Door de gebondenheid aan de huidskleur als herinnering en hét kenmerk van het slaaf-zijn, kán die Adam niet zwart zijn: “…, de zichtbaarheid van de zwarten bepaalt (…) op tirannieke wijze hun identiteit en hun eigennaam blijft aan hun soortnaam geketend. Zwart zijn blijft onvergetelijk, terwijl de blanken vrij om al dan niet belang aan hun huidskleur te hechten. Een zwart gezicht is zwart en daarna pas gezicht. Een bleek gezicht is in de eerste plaats gezicht” 4) .

En dus besluit Coleman kleurloos te worden, zodat hem die belofte van vrijheid ten deel kan vallen. Hij wordt niet blank en ook niet zwart. Hij wil ontsnappen aan het “ons”, zoals Finkielkraut dat noemt en hij wordt op die manier de pionier van het “ik”. Hij had echter geen rekening gehouden met een ander “wij” 5) .

Carol Chen Poun Joe, African beauty

 

“Dat wij stond verdekt opgesteld op hem te wachten en liet hem struikelen door hem van racisme te betichten, hem, wiens hele leven protest tegen de racistische stigmatisering en ontindividualisering was”. En racist ben je niet zomaar van de ene dag op de andere. Je bent racist vanaf dag één van je geboorte. Finkielkraut noemt dit een genadeloos determinisme, waaraan hij – Coleman Silk – niet kon ontsnappen. “De R van ‘Racist’ is zijn ingebrande letter en die letter is onuitwisbaar”. Het is de omkering van het kenmerk als de gebrandmerkte slaaf in vroeger dagen. Dit is de smet, de menselijke smet die op hem rust. En de veroordelaars die dat onvoorwaardelijke en absolute merk hebben uitgedeeld, zoeken hun toevlucht en bescherming in het omhulsel van een “collectieve identiteit”. Ze lopen weg voor hun vrijheid en verantwoordelijkheid doordat ze niet op basis van hun verdienste of prestatie handelen, maar op basis van hun verleden, voedingswortel of huidskleur. En – zoals Finkielkraut verder opmerkt – bestaat er uiteraard geen rechtvaardiger zaak dan die der gelijkwaardigheid van de mensen en de strijd tegen rassendiscriminatie is meer dan gerechtvaardigd, maar “achter goede bedoelingen gaat soms ressentiment schuil”. En de antiracistische geest die – dikwijls gevoed door politieke correctheid – in veel streken heerst, “verdrijft de geest van vervolging niet maar blaast hem nieuwe krachten in. Het beest is geveld; dat wat de tijdgeest niettemin zo moeilijk verteerbaar maakt, is de gelijkenis tussen het zegevierende correcte denken en de als schandelijk gehekelde slechte gedachten”.6)

Hieronder vormt zich de trilling van het zwijgen, de angst van de schaamte waar we niet aan blootgesteld willen worden en in de stilte broeit het verwijt … de zinderende dreiging dat iedereen weet.

[wordt vervolgd, klik hier]

1) A. Finkielkraut, Een intelligent hart, Hoe romans je helpen in het leven, vert. F de Haan, uitgeverij Contact 2010, pag 170 – 213.

2) Bij deze passage moet ik denken aan een situatie in de serie over de slavernij van de NTR. Roué Verveer is een van de presentatoren. Hij is van Surinaamse afkomst en gaat op zoek naar zijn voorouders. Het blijkt dat een van zijn voorouders als slaaf heeft gewerkt op de plantage Barbados. Hij weet ook de afstammeling van de (blanke) plantagehouder van desbetreffende plantage uit die tijd te achterhalen en gaat bij hem op bezoek. Deze laatste blijkt zelf ook voorouders te hebben die zwart waren. Verveer vraagt hem of hij ook niet trots is op deze (ook zwarte) afkomst. De man antwoordt hem dat het niet aangaat trots te zijn op afkomst; het is geen verdienste van jezelf. Over afstamming heb je niets te zeggen gehad en daar kan je niet prat op gaan. (Verveer zelf heeft via een DNA-onderzoek achterhaald dat hij afkomstig moet zijn van mensen die zijn afgevoerd uit Ghana. Hij zou afstammeling zijn van het “trotse” Ashantivolk en dat straalt ook op hem af, zo laat hij blijken).

 

Foto rechts: Slavenpaal, Christoffelpark, Curaçao

 

3) Finkielkraut, Een intelligent hart, pag 182 – 183.

4) Finkielkraut, Een intelligent hart, pag 183 – 184.

5) Finkielkraut, Een intelligent hart, pag 188

6) Finkielkraut, Een intelligent hart, pag 189 – 191. Coleman Silk wordt na deze affaire nogmaals op de slachtbank gelegd en dan op die van de seksuele moraal, waarbij hem verweten wordt een veel jongere vrouw dan hijzelf seksueel uit te buiten “een door seks bepaalde verschijningsvorm van ongelijkheid tussen man en vrouw”. Dit wordt Coleman duidelijk gemaakt door een briefje dat hij krijgt van een vrouwelijke collega en dat luidt als volgt: “Iedereen weet dat jij een half zo oude, mishandelde analfabete seksueel uitbuit”. Dat “iedereen weet”. Het is, zoals Finkielkraut schrijft, het sinistere refrein van de “de menselijke smet”. Iedereen weet: “het gewicht van het cliché stort neer op het werkelijke leven. Iedereen weet: een gezichtsloze verteller formatteert de menselijke wereld. Iedereen weet: de mensen die zich van de traditie hebben vrijgemaakt worden afhankelijk van de publieke opinie; de leegte die de zichtbare macht van de gemeenschap heeft achtergelaten, wordt opgevuld door een anonieme sociale macht.”

Klik hier voor deel 1 , deel 2, deel 3, deel 4 en deel 5.

Carol Chen Poun Joe enige Surinamer bij Art Expo New York 2011

door Claudine Saaki

Paramaribo – De 22-jarige kunstenares Carol Chen Poun Joe heeft als enige Surinamer Suriname vertegenwoordigd tijdens de Art Expo New York 2011. De expo die een maand terug is gehouden, was in de periode van 25 tot en met 27 maart op de Hudson Pier 94 in New York. De expositie wilde kunstwerken op internationaal gebied aan een groter publiek tentoonstellen. Meer dan 400 kunstenaars deden mee.

Voor Chen Poun Joe is de expositie een succes geweest, omdat zij haar netwerk heeft kunnen vergroten. Ook heeft ze haar naam en ook haar land Suriname meer bekendheid gegeven. In New York kreeg zij enkele aanbiedingen: ze zou schilderijen moeten maken over de joodse cultuur en geschiedenis in Suriname.



Kunstenaar Carol Chen Poun Joe staat voor haar booth tijdens de Art Expo in New York. Als enige Surinamer nam ze deel aan de expositie.

Dat de kunstenares als enige Surinamer mocht participeren bij deze expositie, is voor haar een eer: een droom is werkelijkheid geworden. Tijdens deze expositie heeft de kunstenares 15 kunstwerken geëxposeerd. Carol kon geen grotere schilderijen meenemen, vanwege gebrek aan sponsors. De reis- en vrachtkosten heeft zij zelf bekostigd.

Claudine Saaki vervolgt:
Er waren andere kunstenaars met grotere kunstwerken. Wat de buitenlandse en Surinaamse kunst betreft, zijn er volgens Chen Poun Joe wel verschillen. “In het buitenland maken de kunstenaars meer realistische kunstwerken, maar in Suriname zijn de kunstwerken meestal abstract. Kunstenaars richten zich ook meer op het culturele vlak, vandaar dat er ook meer “culturele” schilderijen zijn. Als een “cultureel” kunstwerk in het buitenland zou worden geëxposeerd, zou men zich afvragen wat het kunstwerk inhoudt”, vertelt de kunstenares aan dWT. Poun Joe’s stijl is het maken van “realistische kunstwerken, vooral stilleven, want daar houd ik van.” In Suriname heeft zij drie keer geparticipeerd aan groepsexposities. Een van hen was haar afstudeerexpositie en ook een keer bij de Nationale Kunstbeurs (NK).

[uit de Ware Tijd, 6 mei 2011]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter