blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Chang Charles

Kenneth Slooten over Anton de Kom

Op woensdag 26 juni 2019 heeft Schrijversgroep ’77 de Anton de Kom Consciousness Movement Suriname te gast met een lezing getiteld: Het verloop van de afschaffing van de slavernij in de periode voor, tijdens en na 1 juli 1863. De inleider is Kenneth Slooten.
Na de lezing is er ruimte voor vragen. read on…

Schrijversgroepavond

Op woensdag 31 augustus 2016 organiseert de Schrijversgroep’77 weer een avondje. read on…

Kinderboekenfestival Nickerie

Nowilia Tawjoeram tijdens het Kinderboekenfestival van 2012

Het kinderboekenfestival Nickerie vindt plaats van 3-5 februari 2014. De kinderboekenfestivals van 2014-2016 hebben als thema ‘groeien’. De slogan van dit jaar is ‘Opgroeien kan je niet alleen, denk aan de wereld om je heen’. De organisatie verwacht duizenden bezoekers, waarvan een groot deel in schoolverband zal komen. Schrijversgroep ’77 heeft een stand, die bemand zal worden door Irene Welles, Sombra, Ismene Krishnadath en Charles Chang. Natuurlijk zijn ook andere leden welkom om te participeren. Verder zal ook het lid Nowilia Tawjoeram aanwezig zijn. Zij heeft een eigen stand, waar zij naast haar boeken sieraden verkoopt die ze heeft vervaardigd van natuurmaterialen. De contactpersoon voor deelname van S’77 aan het KBF is Alphons Levens, tel. 8504362

[Mededeling Schrijversgroep ’77]

Genduren-ceremonie luidt Sasi Sura in

door Charles Chang
.
Paramaribo – Bij het centrum van Pernatan Adat Djawa Rasol Suriname (PADRS) is de ingang versierd met jonge palmbladeren. “Voor de vreugde”, zegt Amin Kasanmohamat, de geestelijke leider van de eenenveertig jaar oude religieuze organisatie. De organisatie vierde dinsdag Sasi Sura, de inleiding van het Javaans Nieuwjaar. Wie dat dinsdag niet heeft gedaan, krijgt nog een maandlang de tijd.
De kip wordt in stukken gefileerd om uitgedeeld te worden tijdens Sai Sura. Het Javaans Nieuwjaar is dinsdag ingeluid met de traditionele Genduren-ceremonie. Foto: Stefano Tull.
Wanneer de zon ondergaat, wordt het drukker. Zowel ouderen als jongeren stappen binnen, allen opvallend in het zwart. “Voor de Javaan staat zwart voor de oosterse filosofie, het is de oorspronkelijke kleur van onze leerstelling”, verklaart de goeroe. “Onze doelstelling is behoud van de Javaanse cultuur, want het verwatert. En daarom is deze organisatie opgericht. PADRS is een erkend rechtspersoon met haar eigen geestelijke gidsen, huwelijksambtenaren en begeleiders voor gezinsproblemen en overlijden.” Van dewejanang kawara jawa, de geheime orde, maakt Kasanmohamat ook geen geheim. “Dat hebben we ook – net als bij elk geloof.”
Dresscode
Net zo ‘vreemd’ als de dresscode is, is ook het gebedshuis van de PADRS. Van de buitenkant ziet het eruit als een moskee, maar het is een Javaanse sanggar. Volgens Kasanmohamat komt het model niet van de islam, maar van de kapurwan, een uitvloeiing van het Javanisme. De dienst is hier op elke donderdag. Leden van de PADRS bidden tweemaal per dag: één om te smeken voor een goede dag en de tweede om daarvoor te bedanken. Zeven weken voor de jaarwisseling vasten ze telkens op de maandag en donderdag (senènenkemis), van zonsopgang tot zonsondergang. In de laatste fase onthouden ze zich 24 uur lang van eten, slapen en praten.Heilsmaaltijd
Wanneer het grote moment is aangebroken, zit Kasanmohamat samen met de kaums in kleermakerszit in een rij voor de genduren (de ceremonie). De papaja op de grond, waarop alles in bakken en schalen staat geserveerd, is tot de rand gevuld met de heilsmaaltijd. De goeroe start met een gebed en het branden van de menyan (soort wierook), daarna mag een assistent het overnemen. Zonder onderbreking begint die alle gerechten en de betekenis ervan op te sommen in het hoog Javaans. Het is Nieuwjaar, dus volgt er een pagara na het ceremoniële half uur.Inwijden
Dan komt de zaal tot leven. Opgerolde bladeren worden rond gedeeld, terwijl blote handen de gekookte kip uit elkaar halen. Mannen delen uit, maar bij de vrouwen doen vrouwen het werk.
Het duurt niet lang of de berg rijst op het blad wordt aangevuld met kip, groente, bami, patat en andere toespijzen. Vakkundig wordt dan de brekat opgevouwen en gaat het in een plastic zak. De traditie is om het thuis gezamenlijk te eten met het gezin. “Ik was moe, maar ik ben toch gekomen want het is Sasi Sura”, zegt Henny die ‘s middags terugkeerde uit Nickerie. Wanneer hij aanstalten maakt om weg te gaan, is de helft al naar huis. Wie niet weggaan, zijn vijf mannen in de sanggar. Zij hebben zich opgegeven om in de leer te gaan. Tegen middernacht worden ze ingewijd met verzen die ze uit het hoofd moeten leren. Dan zijn ze Javanist in de diepere zin. Een vierenvijftig jarige muslima die pas is overgestapt naar dit geloof, denkt er voorlopig niet aan. “Ik ben er nog niet ready voor.”

[uit de Ware Tijd, 07/11/2013]

 

Javaanse taal vindt meer ingang

Foto is afkomstig uit C.F.A. Bruijning, Suriname:
geboorte van een nieuw volk.
 Amsterdam  Amsterdamsche
Boek- en Courant Mij, 1957.
door Charles Chang
Paramaribo – In de studiezaal van de Indonesische ambassade werden de cursussen bahasa Indonesia en basa Jawa officieel afgerond. Dat betekende dat de dertig geslaagden maandag, onder het genot van een hapje en drankje, hun cijfers te horen kregen. Voor de Indonesische- en Javaanse taalcursussen slaagt iedereen die aan het examen meedoet. Dit is al jaren een feit, omdat de ‘slechte’ cursisten simpelweg niet verschijnen op de examendagen. Leginah Partowidjojo schrikt wanneer ze met een gemiddelde van 8,5 als beste slaagt voor niveau één bahasa Indonesia. Als alles naar wens verloopt, bezoekt zij volgend jaar Indonesië. “Ik wil het land zien waar mijn voorouders vandaan komen.” Partowidjojo heeft helaas geen familie kunnen opsporen via internet, maar Indonesische films en liedjes gaven haar reden genoeg om de taal te leren. De best geslaagde van niveau twee, Irene Ronoredjo, heeft ook dezelfde redenen, alleen heeft het haar meer moeite gekost. Ronoredjo woont niet in Paramaribo, maar op Voorburg, Commewijne. “Dat is 47 kilometer van Paramaribo en als het verkeer meevalt, doe ik het in een uur.” Haar overleden moeder is een Indonesische en daarom wil ze haar roots opzoeken. “Toen ze nog leefde, had ik haar nodig om de films en liedjes te verstaan, nu weet ik het uit mezelf.” Tijdens de vorige cursus was de leerkracht met de hoogste score geëindigd. “Als leerkracht moet je het voorbeeld geven, maar ik vind het bahasa ook een fantastische taal!”
Surinaams-Javaans
Hoog Javaans
Bij de andere cursus, het basa Jawa, zwaait Roy Ong Sioe Khing met de eer. De eigenaar van restaurant Sarinah komt oorspronkelijk uit Indonesië, maar desondanks kent hij het Javaans niet helemaal. “Thuis werd Nederlands gesproken, want mijn vader kwam uit Bandung en mijn moeder uit Oost-Java. Het Ngoko Javaans heb ik dus een beetje van mijn moeder, verder heb ik het hier op het werk, onder de markt en door de muziek geleerd. Het Krama inggil of hoog Javaans heb ik op de cursus geleerd.” Ong heeft altijd de taal willen leren, maar heeft pas op pensioengerechtigde leeftijd tijd daarvoor. “Basa Jawa is een mooie klassieke taal met verschillende niveaus en dat maakt het uniek.”
Behalve mooi, is zoeken naar identiteit ook een reden om de eigen taal beter te spreken. “Ik was ‘afgedwaald’, zegt Johannes Kartowirjo. Van de vier overgebleven cursisten van het eerste niveau was hij de beste. “Wat ik sprak was een mix, nu kan ik me beter presenteren en corrigeer ik anderen die ervoor openstaan. Want er zijn ook ouderen die het Javaans slechter dan ik spreken.”
Cursusleider van zowel de Indonesische als Javaanse taal, Roesman Darmohoetomo, is ingenomen met het aantal van 41 inschrijvingen tijdens de Indo Fair. Maar de grootste uitdaging telkens, blijft het terugbrengen van het aantal uitvallers dat ongeveer een vijfde deel uitmaakt. Daarom belooft pak ‘Darmo’ een andere betalingsconditie te introduceren wanneer de cursussen in januari volgend jaar beginnen.
 [uit de Ware Tijd, 25/10/2013]

 

Chinezen in Suriname: ‘Alsof ik in mijn vorig leven hier was geboren’

Roy Ong Sioe Khing

door Charles Chang

Honderdzestig jaar geleden arriveerde het eerste groepje Chinezen in Suriname. Sindsdien hebben zich er steeds meer permanent gevestigd. Een van hen is Roy Ong Sioe Khing (65), eigenaar van restaurant Sarinah. Hij werd niet geboren in China of Hongkong, maar in Indonesië. En hoewel hij een Braziliaans paspoort bezit, heeft hij in Suriname zijn thuis gevonden.

Lees hier verder in Parbode

Export cultureel erfgoed: Hulp gevraagd voor oud inheems ritueel

Red House, Trinidad
 
 

door Charles Chang

Paramaribo – Amerindian Heritage Day wordt in Trinidad op 14 oktober gevierd. Het is de Inheemse dag van het eiland, maar deze wordt alleen gevierd in de Santa Rosa Carib Community van Arima. Op Trinidad en overige eilanden in het Caribisch Gebied bestaan geen indianen meer. Wat van dit volk is overgebleven, leeft niet in stamverband en is sterk vermengd. In een poging om dit en de cultuur terug te brengen, werd Heritage Day geïntroduceerd en kregen de ‘inheemsen’ vorig jaar een stuk grond toegewezen om een traditioneel dorp op te zetten. Amerindian Heritage Day bestaat uit een weekprogramma met internationale conferenties, dans en muziek, ceremoniën, workshops en activiteiten met de jeugd. Extra aan deze editie is een rookceremonie bij het Red House parlementsgebouw. In maart dit jaar werd namelijk de stoffelijk resten ontdekt van vier personen tijdens de renovatie werkzaamheden aan het gebouw. Medio dit jaar vermeldde de uitkomst van het onderzoek dat het om resten gaat uit de precolumbiaanse tijd, daterende tussen 430 en 1390 n.chr.
Surinaamse inheemse
Confronterend
 Het toeval wil dat Peter Harris, de archeoloog die het onderzoek leidde, twee maanden na de ontdekking komt te overlijden. Nu heeft de Trinidiaanse overheid een speciaal team ingezet op het historisch erfgoed. Maar om deze zaak op correcte (spirituele) wijze af te handelen, is de hulp ingeroepen van Suriname. Dit gebeurde via Ricardo Barat Hernandez, de kapitein van de Santa Rosa Carib Community, die goede contacten heeft met Juku Jume Maro en Wayono, twee culturele groepen in Suriname. Tot de eerste groep behoren enkele ‘zwaargewichten’ die voor de spirituele ceremonie zullen zorgen, terwijl Wayono het dans- en muziekgedeelte op zich neemt.
“Het verzoek is gedaan omdat de mensen de kennis er niet voor hebben”, zegt Audrey Christiaan, voorzitter van Juku Jume Maro. “We vinden het dan een plicht om hierop in te gaan. De mensen kunnen niet helpen dat de kennis er niet meer is. Hun voorouders werden op de eilanden uitgeroeid om hun gronden en men is nooit hiervoor gecompenseerd. Wat toen was gebeurd, leeft nog en daarom hebben de geesten geen rust!”
Hoewel het om resten gaat uit de precolumbiaanse tijd verwacht Christiaan een confronterend moment bij Red House. “Per slot van rekening zijn het ook onze voorouders, want via het vasteland zijn ze overgestoken naar de eilanden. Alles wat daar groeit om te eten, komt van hun.”
Export cultureel erfgoed
Christiaan benadrukt dat Suriname gelukkig nog de kennis in huis heeft. Ze heeft de overheid gevraagd om een bijdrage, maar kreeg hierop geen reactie. “Trinidad zorgt wel voor alles, maar we hebben geen handgeld en het gaat hier om export van cultureel erfgoed. We missen hierin een stuk erkenning van onze eigen overheid.” De groep is gisteren vertrokken.
[uit de Ware Tijd,12/10/2013]

De Balinese dichter Tan Lioe Ie: ‘Gedicht in muziekvorm wordt poëziemuziek – Twee worden dan één’

door Charles Chang

 

‘De dichter is het gedicht! Tan Lioe Ie bezig zien en horen is een sensatie. Al je zintuigen staan op scherp, want je ziet, hoort, proeft, ruikt en vooral begrijpt waar het over gaat, ook al versta je geen woord omdat je zijn taal niet kent.’ Dit zegt Cynthia Mc Leod van de Balinese dichter Tan Lioe Ie in haar voorwoord bij Nacht van de Lampionnen. In 2008 werd deze bundel van het Indonesisch vertaald naar het Nederlands en uitgegeven door Conserve. Zijn eerste bundel heette We are All One, die in 1996 in het Engels werd vertaald en uitgegeven in Bali.
Tan, nu 55 jaar, woont vanaf zijn geboorte in Denpasar, de hoofdstad van Bali, en behoort tot de derde generatie van zijn familie in Indonesië. Zijn vader en moeder zijn respectievelijk geboren in Bali en Zuid-Sulawesi. Zijn grootvader komt uit Hainan, een eiland dicht bij Hongkong dat aan China toebehoort. Tan is goed op de hoogte van zowel de Chinese als Indonesische cultuur en tradities – in het bijzonder de Balinese, die is gebaseerd op de Javaanse hindoereligie. Wellicht is hij een van de eerste Chinees-Indonesische dichters die door middel van zijn poëzie uitdrukking geeft aan zijn etnische achtergrond. In zijn actieve jaren als beoefenaar van de pencak silat, was hij meer geïnteresseerd in de filosofische kant van deze gevechtkunst. Tans oom, Amir Syamsudin, is een van de bekendste advocaten van de archipel en zit momenteel in de regering als minister van ‘Law and Human Rights’. Zijn zoon maakt als volksvertegenwoordiger deel uit van het parlement.
Leeuw
Als gastartiest op het Winternachtenfestival in 2006 kreeg Tan de gelegenheid om zich te presenteren in Suriname met gedichten uit zijn eerste bundel. De lokale media doopten hem toen om tot ‘de Leeuw van Bali’. Het literatuurminnend publiek dat doorgaans gewend is aan rustige voordrachten, maakte toen voor het eerst kennis met de dynamische wijze waarop deze dichter zijn werken voordraagt. Tan doet het niet alleen op een sterk verhalende manier, hij beweegt ook het hele lichaam om meer expressie te geven aan zijn woorden. Niet zelden leidt dit tot explosieve momenten die het publiek geboeid houden. Zijn lange haar, een typisch kenmerk van Balinese mannen, draagt een steentje bij aan het eigenzinnig optreden. Hiermee maakte Tan ook furore in Kaapstad en Durban, tijdens het Winternachtenfestival in Zuid-Afrika. Eerder trad hij op in Den Haag, Parijs, Hobart (Tasmanië) en als laatste Berlijn. In eigen land heeft Tan meermaals op talloze plaatsen voor literaire sensaties gezorgd. Soms solo, en anders met muzikale begeleiding. Voor een eilandbewoner als Tan komt de zee vaker terug in zijn gedichten.
Bali PM
Ondertussen is de naam Winternachtenfestival veranderd in Writers Unlimited om zo het aanbod aan schrijvers op dit festival te vergroten. Daarvóór was het een vereiste dat ze afkomstig moesten zijn uit een van de voormalige koloniën van Nederland.
Bij zijn voordrachten gaat het niet altijd om eigen werken, Tan draagt ook gedichten voor van Umbu Landu Paranggi en Frans Nadjira – zijn guru’s. Andere dichters voor wie hij bewondering heeft zijn: Pablo Neruda, Octavio Paz, Arthur Rimbaud en Paul Celan.
Gezien het grote tijdverschil tussen de twee bundels is het niet verwachtbaar dat Tan, bijgenaamd Yokki, op korte termijn met een derde bundel uitkomt. ‘Ik hou mij nu meer bezig met poëtische muziek’, geeft hij als reden. De Balinees houdt van cross genres(fusie van twee of meer muzieksoorten) en zet daarbij zijn gedichten om in muziekvorm. Samen met zijn band Bali PM, de twee letters staan voor Puisi Musik, houdt hij op deze manier zijn voordrachten. ‘Niet alleen voor jou, maar zelfs voor de Indonesiër zijn ze moeilijk te begrijpen’, zegt hij over zijn diepzinnige gedichten in het Bahasa Indonesia, de officiële taal van het land. Om het dan beter verteerbaar te maken, haalt Tan muziek erbij. ‘Twee worden dan één!’ concludeert hij. De dichter die van jongs af de klassieke gitaar beheerst, noemt het geen muzikale poëzie, maar poëziemuziek, ‘want poëzie is uit zichzelf al muzikaal, omdat het rijm en typografie heeft. Een gedicht vraagt reeds naar een eigen muziekvorm en omgekeerd ook. Je kan het niet forceren en in een andere muziekvorm zetten, anders haal je de spirit eruit.’
Spirit
Bali PM maakt deel uit van Bali Blue Island, de ‘blues community’ van het eiland. Daarmee heeft Tan landelijk talloze malen opgetreden en de mensen weten te raken. ‘Want muziek is assertief – al begrijp je de woorden niet, de klanken ervan maken de connectie. Je kan woorden ook niet scheiden van geluid en gedicht. Frans Nadjira zegt ook dat het bij woorden niet alleen gaat om de betekenis, maar ook om de spirit en klanken. Mantra’s, bijvoorbeeld, hebben al een spirit en eigen klank. Je kan deze woorden niet vertalen, de werking is niet hetzelfde.’
Zijn definitie van muziek is ‘management of the sound’, bepalen hoe hard of zacht, hoog en laag het geluid moet zijn. Maar een schrijver als Tan houdt nooit op met schrijven. Naast muziek is hij toch bezig met het maken van nieuwe gedichten. ‘Ik hoop dat het rauwe materiaal voor mijn nieuwe boek af is tegen het eind van het jaar. Daarvoor moet ik meer onderzoek doen en informatie verzamelen over de klassieke Chinese vierlijn-gedichten, beter bekend als Qihu. In mijn voorgaande bundels had ik het over broederschap, sociale kritiek op onrecht en milieu en verder alles wat te maken heeft met het menselijk bestaan, zoals liefde, tijd en het universum. Deze thema’s komen terug in mijn derde bundel, nu met de Chinese tradities als een belangrijk deel van de inhoud om deze hernieuwde kracht te geven.’
[naar een interview door Charles Chang met Tan Lioe Ie op Bali, mei 2013)
Tan Lioe Ie: Nacht van de Lampionnen. Gedichten vertaald uit het Indonesisch door Linde Voûte. Schoorl: Uitgeverij Conserve, 2008. ISBN 978-90-5429-261-6

 

Monument na dertig jaar onthuld

door Charles Chang


Het monument van Rene Doorson in de vorm van een gebroken schakel, krijgt na dertig jaar een plek in het openbaar. Voorlopig staat deze op het terrein van Sarafina totdat het multifunctionele gebouw van de organisatie Fiti fu Wini af is. Op de achtergrond de ceremoniële dank aan de Doorsons. Foto: Charles Chang.
Paramaribo – ‘Blaka sma lesi’, is een bewering die wijlen Rene Doorson graag ontkracht zag. Zijn visie was: ‘materiële productie is de sleutel voor ontwikkeling en daarvoor moet gewerkt worden. Door alleen maar te consumeren komen we niet vooruit’. Doorson, bekend van het gelijknamige constructiebedrijf, had de eerste verzinkerij in het Caraïbisch Gebied en maakte behalve constructiewerken en waterbakken ook kunstwerken. De meest bekende zijn de monumenten van Abaisa, de SLM en Gerechtigheid en Vrede. In verband met de komst van een Afrikaanse koning begin jaren tachtig, werd hij door het militaire bewind benaderd voor het maken van een monument. Echter, kwam de koning niet en het monument werd ergens op de werkplaats bewaard. Nu, dertig jaar later, vinden de Doorsons de tijd rijp om vaders werk uit de vergetelheid te halen. “Honderdvijftig jaar afschaffing van de slavernij is een goed moment hiervoor, zegt zoon Edo, tevens initiatiefnemer.
Bribi nanga wroko
De eer viel te beurt aan de organisatie Fiti fu Wini bij wie het monument zondag werd onthuld op het terrein aan de Sir Winston Churchillweg. De bedoeling is dat het monument later een plek krijgt op Poelepantje wanneer het multifunctionele gebouw van de organisatie af is.
Niet ver daar vandaan is de geboorteplaats van de Doorsons op Abrabroki. “Het besluit is niet zomaar genomen om het aan Fiti fu Wini af te staan, want je ziet hoe lang het bij ons heeft gestaan”, zegt dochter Lorenzia, die het publiek toesprak. “Fiti fu Wini hebben we lang gevolgd en we hebben gezien dat ze goed werk doen. Mijn vader was net als deze stichting een nationalist en zelfbewuste Surinamer.”
De blijde voorzitter, Claudetta Toney bracht ceremonieel dank uit aan de Doorsons en wees naar het monument, gemaakt van verzinkte metalen platen in de vorm van een schakel. “If yu luku bun dan yu si dati a keti broko. Laat dat de boodschap zijn om af te rekenen met het verleden en meer geloof te hebben in jezelf!” Die boodschap werd nog eens benadrukt door het motto van Rene Doorson op het monument: Bribi nanga wroko musu broko da katiboketi (geloof en arbeid zal afrekenen met het slavernijverleden).
[uit de Ware Tijd, 03/08/2013]

Literaire deelname aan Carifesta XI

Suriname doet als land ook mee met Carifesta. Een van de onderdelen is Literary Art. Er participeren ongeveer 10 landen in dit onderdeel, waaronder Suriname. Surinaamse literaire artiesten kunnen dus  ook deelnemen aan Carifesta.  Registratie voor deelname aan de onderstaande activiteiten kan bij Jeffrey Quartier (email: j_quartier@yahoo.com / tel 8584388) (m.u.v. Book Business)

Sombra en Charles Chang
Daily readings: Schrijvers en dichters/rappers kunnen zich opgeven om voor te lezen / dragen uit hun eigen werk of uit werk van andere Surinaamse schrijvers. Van 17 augustus tot en met 24 augustus wordt er in de ochtenduren voorgelezen voor kinderen. Van 19 – 24 augustus wordt er in de vooravond voorgelezen voor volwassenen. Alle deelnemers zijn verplicht hun teksten  te oefenen. De oefentijden zullen nader worden bekendgemaakt. Het is de bedoeling dat de readings worden opgenomen en via de radio uitgezonden. Lokatie: Zaal 2 of 4 in de hal van de Kamer van Koophandel.
Bookfair expo/sales: Schrijvers kunnen hun boeken laten exposeren en/of verkopen. Gaarne de titels opgeven welke boeken u geëxposeerd/verkocht wilt hebben. De bookfair is in de hal van de Kamer van Koophandel en maakt deel uit van de Grand Market.
Bookfair standbemensing: Schrijvers en andere geïnteresseerden kunnen zich ook opgeven om de stands te bemensen. Hiervoor is een vergoeding op de begroting geplaatst. De Grand Market is open van 17 – 25 augustus en wel van 10.00 – 23.00u.
Bookfair kinderhoek: Op de bookfair zal een kinderhoek worden ingericht waar spontaan mag worden voorgelezen of verteld.
Michael Slory met een dame waarvan zijn bril scheefzakt. Foto @ Hijn Bijnen
Bookbusiness Meetings: Op maandag 19 en dinsdag 20 augustus zijn er van 14.00 – 18.00u book business presentaties. Hier kunnen uitgeverijen (ook self-publishers en stichtingen), boekverkopers, drukkerijen, grafische vormgevers, vertaalbureaus, illustratoren en individuele auteurs  hun diensten/producten presenteren gedurende 15-30 minuten. Het gaat met name om uw mogelijkheden en wensen tot internationale samenwerking. De presentaties moeten in het Engels. De meetings zijn in zaal 2 van de hal van de kamer van Koophandel. Registratie kan via email (ismene.krishnadath@gmail.com). Via dit emailadres kunt u ook verdere informatie krijgen. Bellen is ook mogelijk op de telefoonnummers: 8784120 / 520513 / 8912005.
Master classes: Er zijn drie masterclasses gescheduled in zaal 2 van de hal van de Kamer van Koophandel. De masterclasses worden in de middaguren verzorgd door Surinaamse en buitenlandse master writers. Schrijvers en anderen geïnteresseerden zijn vrij om de master classes bij te wonen.
[Mededeling van Schrijversgroep ’77]
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter