blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Cesaire Aimé

Bij de herdruk van Ségou

“Volgens [Frantz] Fanon kun je je pas bevrijden door niet langer te geloven dat zwarten allemaal hetzelfde zijn. Daar was [Maryse Condé] het grondig mee eens, zei ze in een interview in 1991: ‘Het is volstrekt passé om de wereld te blijven verdelen in zwart en wit volgens de lijnen Zwart is goed en Wit is slecht of Zwarten zijn slachtoffers en Witten zijn handlangers. Er zijn slachtoffers en onderdrukkers in beide kampen.’”

door Mineke Schipper

read on…

Saint John Perse en Édouard Glissant: twee belangrijke, maar vaak vergeten, Caribische dichter-denkers

door Brede Kristensen

Er is geen enkele aanleiding om eens iets over Saint John Perse (1887-1975), de dichter afkomstig uit Guadaloupe te schrijven. Of het zou moeten zijn dat hij in 1960 de Nobelprijs voor literatuur ontving, maar dat is nog een jaar te vroeg voor het jubileum van 50 jaar. Ondanks die prijs is hij nogal onbekend gebleven, zelfs op zijn geboorte eiland Guadaloupe. Zijn naam wordt maar zelden genoemd. In zijn overzicht van de Caribische literatuur, wijdt Aart Broek geen bespreking aan Saint-John Perse. Terwijl de titel van zijn boek Het zilt van de passaten aan een gedicht van hem is ontleend: ‘Het is een smaak van groene vruchten, het rinse dat je indrinkt met de dageraad, de melke lucht, gekruid met het zilt van de passaten’. Deze regels gebruikt Broek bovendien als motto van zijn boek. Typerende regels voor Perse.
Édouard Glissant (1928-2011) uit het naburige eiland Martinique is nog nadrukkelijker dichter en denker ineen. Over hem is veel geschreven, maar het grote publiek kent hem amper. Als dichter is hij moeilijk te doorgronden. Als denker heeft hij een betekenis die ver uitstijgt boven de Caribische regio. Hieronder volgen de uitgebreide en oorspronkelijke teksten op basis waarvan ik dit jaar twee stukjes voor de Amigoe schreef. read on…

Beschaving en identiteit; de moeizame strijd tegen “kolonialisme in de psyche”

door Anneke Visée

“als een koele warmende bries uit asia
is je zaad in sranan gevallen
china, india en indonesia
hebben samengespannen
hebben je geschonken aan mijn land
als ik afrika en amerika
kan oculeren in je takken
zal de wereld jaloersen op het nieuwe ras
vijf sterren zullen zich dan eindelijk
hebben verenigd tot één”
(Uit gedicht “Eén ster” van de Surinaamse dichter en politicus Robin ‘Dobru’ Raveles) read on…

Tango Karibeño (4)

door Fred de Haas

Een bijzondere persoonlijkheid was Patrice Lumumba (1925-1961), die premier van Congo was toen in 1960 de onafhankelijkheid van Congo werd uitgeroepen in Kinshasa, dat tot die tijd nog Léopoldville heette. Tijdens die ceremonie waarbij de Belgische koning Boudewijn, premier Eyskens en enkele Belgische ministers aanwezig waren, hield Lumumba een redevoering die de Belgische delegatie met ontzetting vervulde. De verongelijkte Boudewijn kon nog maar net door Eyskens ervan worden weerhouden onmiddellijk te vertrekken naar Brussel. read on…

Tango Karibeño (2)

door Fred de Haas

De slavernijgeschiedenis moet, zegt de Martinikaanse schrijver Aimé Césaire, zo worden onderwezen dat kinderen er geen complex aan overhouden en dat er geen haatgevoelens worden gekweekt ten aanzien van Europeanen. Ook moet worden vermeden dat door een suggestieve manier van vertellen kinderen in een slachtofferrol worden gepraat. Wederom de verantwoordelijkheid van de leerkrachten en hun opleiders. read on…

Tula’s droom (1)

door Fred de Haas

 

Op 24 oktober 1956 schreef Aimé Césaire een brief aan de toenmalige voorzitter van de Franse Communistische Partij, Maurice Thorez, waarin hij zijn lidmaatschap van de Partij officieel opzei. Hij was toen al burgemeester van Fort-de-France, Martinique.
Bij die gelegenheid boog hij zich ook over het lot van de ‘zwarte volken in hun strijd voor vandaag en voor morgen: strijd voor rechtvaardigheid, strijd voor de cultuur, strijd voor waardigheid en vrijheid’. read on…

Why Caribbean History Matters

by Lillian Guerra

Over the years, I have had dozens of conversations on the question of whether Caribbean history “really matters” and for whom it matters. I’ve heard the region’s history dismissed due to the relative size of Caribbean societies, historians’ supposedly excessive preoccupation with slavery, and a questioning of what lessons can be learned from such allegedly dysfunctional societies. read on…

Toni Morrison in een Caraïbische anthologie?

door Jules Rijssen en Lucia Nankoe

In de Ware Tijd Literair van 1 maart 2014 verscheen met als titel ‘Vlieg terug naar Afrika’ een recensie van Hilde Neus over het boek De slaaf vliegt weg onder redactie van Lucia Nankoe en Jules Rijssen (Arnhem: uitgeverij LM Publishers, december 2013). [Klik hier]
Een gemiste kans van de recensent om een unieke publicatie te bespreken, hoe de doorwerking van de slavernij wordt verbeeld in het werk van hedendaagse Caraïbische kunstenaars. Het is een gemiste kans indien de inleiding tot de bundel die als sleutel dient niet goed wordt gebruikt oftewel gelezen. Natuurlijk kan de bundel gelezen worden zonder de inleiding te raadplegen en dan wordt de lezer geconfronteerd met het thema doorwerking en verbeelding van de slavernij in verschillende kunstgenres te weten: poëzie, het korte verhaal, essays, fragmenten van historische romans, biografische portretten, storytelling, theater, cinematografie. Verschillende genres die over hetzelfde thema gaan, want dat is de essentie van een anthologie, zoals we weten.
George Padmore
De lezer maakt in De slaaf vliegt weg ook kennis met het denkwerk van Caraïbische en Afrikaanse filosofen én letterkundigen die bij velen uit het Caraïbisch Gebied onbekend (gebleven) zijn. Bijvoorbeeld het denkkader van de grondleggers van de invloedrijke Négritude-beweging die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in Parijs opbloeide met Caraïbische vertegenwoordigers in de personen van George Padmore (Trinidad), Aimé Césaire (Martinique), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana). De invloed van deze beweging was en is nog steeds terug te vinden in artistiek werk van verschillende kunstenaars en niet alleen bij hen die afkomstig zijn uit het Caraïbisch Gebied. In onze bundel is er ook prachtig werk opgenomen van Léon-Gontran Damas en van Ina Césaire; ja, de talentvolle dochter van Aimé.
Ook wordt er geschreven door de auteur Ernest Pépin (Guadeloupe) over de visie van de in 2011 overleden Caraïbische denker en essayist Édouard Glissant (Martinique), over de identiteit en ontwikkeling van de Caraïbische cultuur. Glissant bedacht hiervoor het concept Antillianité. Zijdelings wordt het denkwerk over meervoudige Caraïbische identiteiten van de onlangs overleden Brits-Jamaicaanse socioloog, cultuurwetenschapper en grondlegger van de British Cultural Studies – ook bekend als The Birmingham School of Cultural Studies – Stuart Hall aangestipt.
Het is wederom een gemiste kans dat de recensent de inleiding niet goed heeft gelezen en daardoor de opzet van de bundel versmalt tot slechts de vraag welke rol historische romans vervullen in de beeldvorming met betrekking tot de slavernijgeschiedenis. Dat was daadwerkelijk het onderwerp van het symposium uit 2009 in de Muiderkerk te Amsterdam. We hebben op pagina 8 aangegeven, met het oog op 150 jaar afschaffing Nederlandse slavernij (sommigen onder ons praten liever over 140 jaar), het thema van de beeldvorming op te rekken naar kunst in het algemeen. En niet alleen de historische roman te beschouwen, omdat deze slechts één cultuurbron is. De lezer wordt op het verkeerde been gezet door de recensent doordat ze vermeldt welke teksten ontbreken in plaats van aan te geven wat er wel wordt gepresenteerd. Waarom de magnifieke Noord-Amerikaanse Toni Morrison in een Caraïbische anthologie opnemen?
Nicolaas Porter – Facing truth
De mens krijgt culturele informatie vanuit verschillende kunstbronnen van waaruit beïnvloeding uitgaat. Op basis van deze beïnvloeding en ontstane (positieve of negatieve) beeldvorming wordt vaak het debat gevoerd. En niet alleen aan de keukentafel, onder de markt of bij de bushalte. Maar ook op heuse maatschappelijke en wetenschappelijke podia. Daarnaast hebben wij ook aangegeven dat kunst fungeert als doorgeefluik én bewaarders [sic] van nationale en individuele identiteiten en idem herinneringen.
De bloemlezing De slaaf vliegt weg richt zich niet slechts op kenners. Neen, met de bundel willen wij ook de lezer bereiken die geen of geringe kennis heeft van het wetenschappelijke debat over bijvoorbeeld de complexe processen van beeldvorming en taal die zich in ons denken voltrekken. En met dat doel hebben wij gepoogd dit in begrijpelijk taalgebruik te beschrijven.
Maar ook hier constateren wij dat de recensent de theoretische discussie over beeldvorming verengt en versimpelt. Ze schrijft: ‘Mijns inziens betekent het begrip beeldvorming binnen het literaire kader het ontstaansproces van een beeld (in fictie) over een persoon of groep mensen dat niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid of de feiten overeen hoeft te komen. Als de samenstellers bedoelen dat beeldvorming een visualisatie is die bestaat uit het vertalen van een gedachte naar een beeld of uitdrukkingsvorm, dan klopt de bundel wel.’
In onze Caraïbische bundel komen literaire kaders en verschillende kunstgenres ter sprake. Daarnaast bespreken we in onze beschrijving over beeldvorming de kunstzinnige wereld en de realiteit van het leven van alledag. Mede vanuit dát perspectief moet de inleiding tot de bloemlezing gelezen worden. Hiermee overstijgen we de gedachte dat (literaire) kunst een weerspiegeling is van de samenleving en de actualiteit. Ten derde gaan wij ook in op de kracht en invloed van taal. Want taal beïnvloedt niet alleen in hoge mate onze gedachten maar stuurt ze ook aan.
Ten vierde, nog een gemiste kans om thema’s als familie, taal, overleveringen, tradities, opvoeding, opleiding, levensvisie, en -houding, geschiedenis, politieke verhoudingen en samenleving die de kunstenaars in de bundel beïnvloeden en hoe deze aspecten terugkomen in hun werk niet aan te halen.
Hilde Neus bespreekt geen van de bijdragen uit De slaaf vliegt weg diepgaand en haalt alleen Surinaamse auteurs aan op Suzanne Diop na.
Het beoordelen en appreciëren van het werk vraagt dus het nodige van de lezer en/of toeschouwer om overeenkomsten en parallellen tussen verschillende Caraïbische landen te zien.
De slaaf die terugvliegt naar Afrika behoort daardoor tot één van de denkconstructies die tot op heden opgaat voor grote delen van het immense Caraïbisch Gebied dat zich uitstrekt tot de metropolen van West-Europa en de Verenigde Staten.
Ten slotte: ‘terug naar Afrika’, is dat cynisch bedoeld door de recensent, vroeg een lezer over de kop. Ziedaar de sturing van taal!
Wij hebben een Caraïbische bloemlezing samengesteld met bijdragen van beeldend kunstenaars als Letitia Brunst (Suriname), Frank Creton (Suriname), Remy Jungerman (Suriname), Natasja Kensmil (Nederland), Elis Juliana (Curaçao), Ras Ishi Butcher (Barbados) en literaire bijdragen van Rudy Bedacht (Suriname), Ina Césaire (Martinique), Fausten Charles (Trinidad), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana), Gilda Dannarag (Suriname), Margot Dijkgraaf (Nederland), Suzanne Diop (Senegal), Glenn Helberg (Curaçao), Rihana Jamaludin (Suriname), Cynthia Mc Leod (Suriname), Lucia Nankoe (Suriname), Quito Nicolaas (Almere), Anil Ramdas (Suriname), Jules Rijssen (Suriname), Ernest Pépin (Guadeloupe) en Ini Statia (Aruba). En de vertalers: Carmen Lie, Henne van der Kooy en France Olivieira. Het woord is nu aan de lezers!
Nederland, 9 maart 2014

 

Colloque rend hommage à Aimé Césaire

L’Ecole normale supérieure de la rue d’Ulm (Paris) rend hommage à son ancien étudiant, Aimé Césaire. Cet hommage est rendu le 12 et 13 décembre 2013 à l’occasion de la sortie chez CNRS Editions d’un épais volume critique et génétique contenant l’essentiel de son oeuvre littéraire et critique, et de l’inauguration d’une salle Césaire à l’Ecole.

Aimé Césaire (1913-2008) a fréquenté l’Ecole Normale Supérieure de la rue d’Ulm plusieurs années (de 1935 à 1939) et singulièrement la bibliothèque de Lettres, très bien fournie. C’est le lieu où il a passionnément parfait sa culture française tout en en préparant le rejet violent.  Lequel se concrétisera en 1939 par la parution de la première version du si célèbre Cahier d’un retour au pays natal, appelé à de nombreuses reprises jusqu’à la version dite définitive de 1956.
En cette année du centenaire de sa naissance, l’ENS a donc naturellement souhaité s’associer aux hommages rendus en de nombreux lieux à l’écrivain majeur de la bataille anti-coloniale, mondialement reconnu. Le groupe de chercheurs internationaux, rassemblés au sein de l’équipe ITEM / CNRS /ENS, a entrepris depuis quelques années un travail critique et génétique sur les processus de la création césairienne, qui se concrétise dans un fort volume intitulé Poésie, Théâtre, Essais et Discours, à paraître en même temps que le colloque lui-même.

Cette équipe propose un programme de colloque sur deux journées. Des écrivains qui ont dialogué avec Césaire – de vive voix et dans leurs écrits – rendront compte de leur relation à l’écriture du poète martiniquais, tandis que seront présentés en contrepoint l’itinéraire intellectuel d’un écrivain qui fut à la croisée de plusieurs mondes ainsi que les traits essentiels de l’apport scientifique d’une entreprise placée sous le signe de la génétique textuelle.

LE 11 décembre, VEILLE DU 1ER JOUR DE COLLOQUE
New Morning
Concert spécial Aimé Césaire.

PREMIERE JOURNEE – 12 décembre

MATIN (10h-12h)

– Mot d’ouverture : A. James Arnold

– Daniel Delas : Lectures / Ecritures d’Aimé Césaire (1935-1955). Naissance d’une poétique

– A. James Arnold : De l’importance d’une approche génétique de l’œuvre de Césaire

APRES-MIDI (14h30 – 17h)

Panel 1 (animé par Jean Khalfa) : quelle compréhension nouvelle de l’œuvre de Césaire engage une édition critique à dominante génétique ?

– Exposés de Pierre-Marc de Biasi et Marc Cheymol, sur l’approche de la collection Planète Libre

– Exposés de P. Laforgue (poésie), A. J. Arnold (essais), A. Tshitungu Kongolo (théâtre), J. Couti (Le Cahier d’un retour au pays natal)

DEUXIEME JOURNEE – 13 décembre

Matin (10h-12h)
Panel 2 (animé par Daniel Delas) : Comment des écrivains d’aujourd’hui approchent l’écriture du poète, du militant politique, de l’historien et du dramaturge.

– Exposés de Nimrod, D. Maximin, M. Norvat, J. Darras
Débat

Après-Midi (14H30-17h)
Panel 3 (animé par A. James Arnold) : « Aimé Césaire, de la carrière américaine à l’Afrique. Un itinéraire intellectuel ».

– Exposés de K. Gyssels (Césaire et Damas), R. Furlong (Césaire et Maunick), Daniel Delas et Georges Ngal (Césaire l’Africain).
Débat

LE 12 décembre, SOIR DU 1ER JOUR DE COLLOQUE
Salle des Actes, ENS, 45 rue d’Ulm, 75005 Paris.
18h : vernissage de la plaque salle Césaire. Présentation du volume Césaire dans la collection « Planète libre » en présence des directeurs de la collection (Marc Cheymol et Pierre-Marc de Biasi). Cocktail.

Claire Riffard
Equipe “manuscrits francophones du Sud”
ITEM-CNRS
61, rue Pouchet,75017 PARIS
Tel : 01 40 25 12 20
http://www.item.ens.fr/index.php?id=14033

Martinique Celebrates 100th Anniversary of Aime Cesaire’s Birth

By the Caribbean Journal staff
 
It was 100 years ago Wednesday that Aimé Césaire, the leading political figure in Martinique in the 20th century, was born. Césaire, a writer, poet, thinker and longtime mayor of Fort de France, inspired multitudes as one of the founders the “négritude” movement.
Serge Letchimy, the president of Martinique’s Regional Council, said meeting Césaire was an “honour and a privilege.” “His whole life was only thinking, wisdom, goodness,” he said. “Martinique will never forget you. Martinique thanks you.”
Martinique, which renamed its international airport for Césaire in 2007, has been holding a series of celebrations this year to mark the centennial of Césaire’s birth.
 
Césaire was born in Basse-Pointe Martinique in 1913, before moving to Paris, where he lived for eight years. It was there that he founded the landmark literary review called L’Etudiant Noir, “the black student,” which was a forebear of the Négritude movement, which encouraged black youths to “maintain a positive racial identity.” He served for 55 years as the mayor of Martinique’s capital city.
 
Césaire passed away in 2008.
[from Caribbean Journal, June 26, 2013]

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter