blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Cairo Edgar

Edgar Cairo – De dekstier

waarheen Bullepees?
jij zit ook óveral!

‘oooh oooh oooh!’

de geilheid bijt je
door ’t lijf als wát! read on…

‘Het matispel blijft een vloek voor ons volk’

door Jerry Dewnarain

 

Het onderwerp homoseksualiteit wordt voor het eerst in de Surinaamse literatuur besproken in de lobisingi (liefdesliederen). Daarna is er veel over geschreven. In dit artikel is door mij een kleine selectie gemaakt. Tijdens de slavernij waren de lobisingi erg populair onder de slaven met name onder de slavinnen. Deze liederen werden pas na de slavernij echt populair. Lobisingi bezingen de liefde of vriendschap tussen twee vrouwen. Ze hebben hun oorsprong in de du: een soort Surinaams toneel waarin planters die met elkaar een vete hadden door middel van zang deze uitvochten. Vrouwen uit rijke klassen huurden vrouwen uit de volksklassen in om de deugden van hun concurrenten, andere rijke vrouwen uit hogere klassen, te prijzen en ondeugden af te keuren. Op den duur begonnen de vrouwen uit de volksklassen de liefdesliederen voor elkaar te zingen. Een voorbeeld: Lena pikin/ I mu teki wan man (2x)/ No no Mama/ Mi no wani no wan man (2x)/ (anonieme kaseko). read on…

Drie maal 8 december in de literatuur

Sranan Libre!
De actualiteit wordt weerspiegeld door literatuur. In dit verband is het logisch dat de Decembermoorden van 1982 een plaats hebben gekregen in de Surinaamse literatuur. Er is veel over geschreven, onder anderen door Edgar Cairo en Astrid H. Roemer. Van Edgar Cairo is de roman De smaak van Sranan Libre, die hij schreef vlak na de moorden in december 1982, maar die pas uitgegeven werd in 2007. read on…

Literatuur & Decembermoorden

Van de redactie van de Ware Tijd Literair

Antoine de Kom, kleinzoon van Anton de Kom, stuurde ons een gedicht met het verzoek dat op 6 december te plaatsen. Het gedicht draagt hij op aan Theo Para van wie elke zaterdag een essay in de Ware Tijd staat. Hij beschrijft daarin de huidige politieke situatie in ons land realistisch, vaak terugkijkend naar de tachtiger jaren en verband leggend met het nu. Dit verzoek was voor ons aanleiding om uw aandacht te vestigen op wat er in de loop der jaren geschreven is over de Decembermoorden. Christine F. Samsom verraste met een verhaal, ‘Vader en zoon’, over een zoon wiens vader dood is sinds 8 december 1982, al 32 jaar geleden. Een sterke familierelatie is verbroken en zoon kan geen afstand nemen van wat toen gebeurde. read on…

Edgar Cairo – Vandaag

Vandaag heb ik geen zin
in zalvende verklaring
over geen enkele
Bigi Dagu, Hogepiet dati,
van dit land! Nee, baja! read on…

Famir’man sani

door Stuart Rahan
Ze maken hun op om fo nu en fo eeuwig af te rekenen met die kunu die op ze rust, de familie van Ma Lien met owma Ma Marjana aan het hoofd. Ma Marjana is de buik van de familie dus heeft die afrekening allenig kans van slagen als zij als een wèri wèri koningin behandeld wordt tijdens een ritueel, buiten de stad.
Dit wintiritueel kan niet in de stad gehouden worde. Lanti wil het niet. Ma Lien heeft zoveel tegenslag gekrege in der leve dan meer dan een dozijn bonuman konden genezen. Eén zoon is opgesloten in Kolera omdat hij twee meisjes had vermoord. Ma het is niet fo die moord dat ze hem in Kolera hebben opgesloten. Het is omdat hij ze toen daarna ging gebruiken, ze met fayalobi ging vereren en bij juweliers ging stelen om ze met goud te behangen. Zo iemand sem hoofd is geboord, toch! Een andere zoon moet afgeholpen worden van een kroi door die bakrafrow omdat hij z’n mond aan d’r onderbuik zet.
Oh, wat kon die Edgar Cairo zich toch prachtig uiten in het Surinaams-Nederlands. Hij had het vaak over die ‘negerdinges’ waar Afro-Surinamers moeite mee hebben ze onder ogen te zien maar intussen in het geniep hun winticultuur beleven. Dat was toen, nu zijn de erkenning en het respect gelukkig aardig ingeburgerd. Edgar Cairo had ook een vooruitziende blik. Niet alleen de Afro-Surinamers gaan gebukt onder een ‘kunu’, het hele land en alle Surinamers gaan gebukt onder de nationale vloek, de decembermoorden. Slachtoffers en nabestaanden doen er alles aan om het recht te laten zegevieren, de daders werken nog harder om te voorkomen dat het recht zijn beloop krijgt en zij alsnog achter de tralies belanden. In hun strijd de vloek de baas te zijn, laten onschuldige burgers zich willens en wetens meesleuren in het gevecht dat op drijfzand wordt gevoerd.
De verruimde Amnestiewet van april 2012 moest daders beschermen. In het verlengde daarvan organiseren regering en Nationale Assemblee een conferentie om eventueel te komen tot het proces van nationale verzoening. Processen die uit de koker van de ‘verdachten’ voortkomen. Gelukkig is men zich ervan bewust dat er een vloek heerst en dat er ‘iets’ gedaan moet worden om het land te zuiveren. Alleen bewijst de tot nu toe gevolgde weg dat er sprake is van een bittere afrekening met het verleden. Bitter voor slachtoffers en nabestaanden die geen moment betrokken zijn geweest bij het proces van verzoening, de nationale reiniging van lichaam en geest. Het meest pijnlijke aan dit zogenaamde proces is dat ‘verdachten’ en hun politieke ‘tyamu’ bepalen hoe te handelen en waarvan de uitkomst al in hun voordeel is beslist. De aanstaande anti-corruptiewet is ook zo’n voorbeeld. Op deze manier houdt de ‘kunu’ het land in zijn wurggreep.
Wij leven in een land waar onze afo en trotro van zowel de Afro-Surinamers als de Hindostanen en Javanen culturele waarden met betrekking tot onze ‘yeye’ altijd met een zekere trots hebben beleden. Karma is niet altijd wetenschappelijk te verklaren maar er zijn wel degelijk aanwijzingen die aantonen dat het persoonlijke lot ook mede bepaald wordt door mans levenswandel. Bekijken wij de omstandigheden waaronder zes leden van de ‘Groep van 16’ zijn overleden dan blijkt dat geen van hen ‘vredig’ is ingeslapen. Dat is toch een veeg teken aan de wand zijn. In het verhaal van Edgar Cairo, ‘Famir’man sani/Kollektieve schuld’, een zoektocht naar zelfreiniging wordt er een hoge prijs betaald. Als owma Ma Marjana uiteindelijk die bevrijdende wasi krijgt, een winti en een stevige dansi op plantage Onoribo, is zij de volgende dag dood. Een hersenbloeding werd haar fataal. Dat een kunu onze nationale saamhorigheid in de weg staat, is een feit. De sleutelfiguren zullen de sleutel echter uit handen moeten geven.
[uit de Ware Tijd, 13/02/2014]

Lezing Charl Landvreugd over Edgar Cairo en de zwart-Nederlandse subjectiviteit

Kom op donderdag 20 februari 2014 naar het Tropenmuseum voor de lezing van Charl Landvreugd over Edgar Cairo en de zwart-Nederlandse subjectiviteit. In opdracht van het Tropenmuseum maakte kunstenaar Charl Landvreugd een installatie geïnspireerd op vragen uit de tentoonstelling Zwart & Wit. Hij gaat hiermee in dialoog met het werk van de Surinaamse schrijver en columnist Edgar Cairo (1948-2000).

Tijdens deze lezing licht Landvreugd zijn installatie en relatie tot Edgar Cairo verder toe. Vaak zijn rolmodellen van elders, zoals de bekende Frans-Afrikaanse schrijver Frantz Fanon, ijkpunt geworden voor het zwarte bewustzijn in Europa. Cairo zou een ijkpunt kunnen zijn vanuit de Caribische context, en verdient daarom, hernieuwde belangstelling.
Na afloop van de lezing is er een nagesprek met Wayne Modest, Hoofd Collecties & Onderzoek Tropenmuseum, rondom Edgar Cairo en de zwart-Nederlandse subjectiviteit. Het is raadzaam om vooraf de tentoonstelling Zwart & Wit te bezichtigen.
Wanneer: donderdag 20 februari 2014
Tijd: 17.00 uur
Waar: Kenniscentrum, Tropenmuseum
zwart wit monumenten reeks 2 landvreugd

Performance kunstenaar Charl Landvreugd

Charl Landvreugd

Kom op zaterdagmiddag 18 januari 2014 naar het Tropenmuseum en woon de openingsperformance van Charl Landvreugd bij. Charl Landvreugd heeft Edgar Cairo gekozen als partner voor het project Monumenten voor de toekomst. Landvreugd licht toe:

“Edgar Cairo was in zijn columns en boeken bijzonder kritisch naar hoe de Surinamer/migrant zich vormt in Nederland. Cairo was ervan overtuigd dat men zich bewust moest zijn van de persoonlijke en gemeenschappelijke geschiedenis om een evenwichtige en succesvolle factor te zijn in de samenleving. De vanzelfsprekendheid waarmee hij zijn zwartheid benoemde was voor veel Surinamers vanaf de jaren 70 tot recent choquerend. Een groot deel van de huidige generatie ziet Cairo dan ook als een voorvader van de zwarte vanzelfsprekendheid die zich op dit moment ontwikkeld in Nederland en Europa.”
Landvreugd gaat met dit gegeven in dialoog met als resultaat een monument/document voor de toekomstige burger in de vorm van een installatie.  De openingsperformance van deze tentoonstelling is op zaterdag 18 januari om 15.00 uur. Er zullen delen uit Cairo’s eerste boek Temekoe uit 1969 worden nagespeeld. Door middel van de call and response-stijl vertelt dit boek het verhaal over het doorgeven van generationele trauma’s van de slavernijgeschiedenis in de Surinaams Creoolse gemeenschap. Deze stijl van vertellen is typisch voor de West Afrikaanse gemeenschappen in Noord- en Zuid-Amerika. Tijdens Landvreugds performance staat deze vorm van vertellen ook centraal. Een koor van vijf vrouwen zal met liederen en spreekwoorden reageren op de verhalen van de verteller. Deze manier van vertellen kom je tegenwoordig bijna niet meer tegen, wat het extra bijzonder maakt. De performance wordt geflimd met IPhones.
Het werk van Charl Landvreugd & Edgar Cairo is van 16 januari t/m 2 maart 2014 te zien in de Galerie van het Tropenmuseum
Wanneer: zaterdag 18 januari 2014
Tijd: 15.00 uur
Waar: Lichthal, Tropenmuseum
zwart wit monumenten reeks 2 landvreugd

Carifesta XI Book Fair: Surinaamse trots afwezig

door Jerry Dewnarain

In de grote hal van de Kamer van Koophandel vond gedurende Carifesta XI de Book Fair plaats. De volgende landen waren er onder andere: Suriname, Guyana, St-Lucia, Trinidad en Tobago, Belize en Barbados. Participanten uit deze landen verkochten de beste literaire boeken van hun schrijvers en dichters. De grootste stand was – hoe kan het ook anders – van Suriname. Schrijversgroep ’77 was goed vertegenwoordigd met vooral kinderboeken. De bezoeker had een ruime keuze. Van klassiekers, zoals Anansitori, tot de meest recente werken van onze kinderboekenschrijvers waren er te koop. Zelfs cd’s van schrijvers en/of zangers in diaspora, bijvoorbeeld van Raj Mohan, waren verkrijgbaar. Even kreeg ik in de KKF-hal een trots gevoel, dat het goed gaat met de ontwikkeling van de kinderliteratuur bij het zien van zoveel kinderboeken. Of dit waar is, moet nog worden onderzocht. Er verschijnen in ieder geval jaarlijks meer Surinaamse kinderboeken dan romans. En deze groei van eigen jeugdliteratuur behoort gestimuleerd te worden. Tot nu toe zijn er namelijk veel te weinig jeugdboeken uit en over Suriname verschenen! En dat terwijl hier zoveel moois te vinden is, en er met boeken afgestemd op eigen behoeften en wenselijkheden, zeer veel positiefs valt te bereiken.
Bovendien moeten we onze culturen beter leren kennen. Pas als we meer van elkaar weten, zullen we inzien hoe rijk onze samenleving is en wat voor waardevolle bouwstenen wij met z’n allen voor de groei van de Surinaamse literatuur in het algemeen kunnen aandragen.
Bedroevend was het feit dat de Surinaamse klassieken nergens te bekennen waren. Terwijl St-Lucia zijn Nobelprijswinnaar voor Literatuur in 1992 – Derek Walcott met zijn Omerosen Collected Poems 1948-1984 – trots aanprees, Guyana werken van Edgar Mittelholzer, en Trinidad de beste boeken van V.S. Naipaul (Nobelprijs in 2001), was er nergens in de Surinaamse booth een Trefossa, Albert Helman, Bea Vianen, Edgar Cairo te zien. Dobru redde de Surinaamse eer en gelukkig maar. Hij ontbrak niet tijdens Carifesta XI. Logisch, want hij droeg eraan bij dat Suriname en niet-Engelstalige landen in de Caraïbische regio deelnamen aan het eerste Carifesta in 1972 in Guyana. Voorts leverde Dobru een grote bijdrage aan de bereikbaarheid van de Surinaamse literatuur voor het niet-Nederlandssprekend deel van het Caraïbisch Gebied. Daarom werd op verschillende Carifesta’s aandacht aan hem besteed en zijn gedicht ‘Wan’ is bekend geworden in de regio. Dus Dobru leeft voort. Over Anton de Kom was er een boekje, maar zijn werk Wij slaven van Suriname en zijn biografie ontbraken.
The Back Lot heeft wel zijn documentaire vertoond op het Carifesta-Filmfestival. Ook heeft deze organisatie interessante workshops en masterclasses over het filmwezen verzorgd (de Ware Tijd heeft er enkele besproken). Zelfs de jeugd werd betrokken bij deze educatieve trainingen van The Back Lot. De Schrijversgroep ’77 heeft ook workshops verzorgd voor zowel jongeren als volwassenen. Story-telling bleek erg in de smaak te zijn gevallen bij zowel jong als oud. Helaas ging een masterclass van dichteres Linda Deane uit Barbados over wat poëzie eigenlijk is, op donderdag 22 augustus niet door. Lezingen over literatuur zijn bij dit Carifesta helemaal niet aan bod gekomen. Al bij al, de groten uit onze literatuur ontbraken tijdens Carifesta XI, en dat is heel jammer en bekrompen.

‘Kongo pré agida’

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag een stuk over Kollektieve schuld, ofwel Famir’man-Sani van Edgar Cairo.

Darkboy66. Foto © Nicolaas Porter

 

door Jerry Dewnarain
 
Zoals de Decembermoorden voor veel Surinamers nog steeds een taboeonderwerp zijn, zo zijn er meer onderwerpen in dit land onbespreekbaar door onder andere angst, schaamte, huichelarij of verloochening, maar ook door toedoen van het geloof. Zo een onderwerp is het winti-geloof. In het gekolonialiseerde Suriname werd winti, de natuurgodsdienst van de creolen, te vuur en te zwaard bestreden als barbaars heidendom door het christendom en nog steeds. Het wordt als duivels beschouwd, want als je in winti gelooft dan ben je een heiden, een ketter. Echter, ook iedere ketter heeft zijn letter! Edgar Cairo wist wel de durf aan de dag te leggen om over winti te schrijven. Hij schreef het volgende: ‘Als schrijver vecht ik fo een ander soort bevrijding: de verzoening van de negerman met zijn verdomde kultuur, kultuur die blanken ons hadden leren verwerpen en haten. Want ’t was afgodische negerachtige nonsenserij. No? In plaats van groei van de cultuur, is verlies gekomen. Want welke jongere zal het verschil weten tussen kra en jeje, tussen kra, jeje en djodjo? Tussen kra, jeje, djodjo en konfo? Welke jongere zal, onder dat gewoeker van al die vele medicijnmannen met ieder hun eigen inzicht, de rituelen stuk voor stuk kennen?’
Na afloop van een obiaprei bij de Marrons. Dit wordt ook wel Wintidansi of wintiprei in het surinaams genoemd. De dansers prepareren hun lichaam met kruiden en zijn daardoor in staat om door het vuur te dansen. Terwijl ze muziek maken (slaan op de Apinti, zingen en dansen) is het mogelijk dat de danseres in trance raken. Deze dans wordt alleen uitgevoerd bij speciale gelegenheden (zoals verjaardagen.) Foto © Lorenzo Jonathan. Tropenmuseum Amsterdam, Repronegatief.

 

Cairo haalde de rochel uit zijn gorogoro en beschreef hem in zijn debuutroman Kollektieve schuld. Famir’man-Sani: het leven van een uitgebreide creoolse familie die voorbereidingen treft voor een wintiprei, een rituele dansavond ter gelegenheid van de ‘goden’, de winti. De centrale figuur in deze roman is Tant’ Lien, die haar familie afloopt om hen te winnen voor deelname aan en een financiële bijdrage voor een groot winti-evenement voor de hele familie in de Para. Dit vanwege de vele problemen en ziektes, vooral ook de situatie van haar oude moeder Marjana, het familiehoofd, die zwak is en nauwelijks meer ziet en hoort. Uiteindelijk, na veel dyugudyugu, bezwaren ook vanuit de christelijke familieleden, gaan ze op een vrijdagmiddag, in een Volkswagen-busje, volgestouwd met mensen en goederen. Ze installeren zich op het terrein en langzaam maar zeker groeit de sfeer. Ze vertellen elkaar verhalen, katibo! Uit de slaventijd. Ze plegen magische handelingen, gebruiken kruiden, baden, zingen, dansen veel en fanatiek… en uiteindelijk mondt het uit in de wintiprei. ‘Kongo pré agida,/ e oen pré agida!// Mat’o, e pré agida!: Kom, bespeel de trom!/ o, bespeel de trom!// Vrienden, bespeel de trom!/ kom op! Bespeel de trom!’ Iedereen raakt in trance, ook de oude stammoeder Marjana. Ze danst, ziet weer, hoort weer en een winti-lied voor Mma Marjana luidt als volgt: ‘We fa mi nowtoe doro,/ mi no wegi kompe// Famir’man, famir’man,/ a joe moe koti genti!// Famir’man,/ san w’e meki so?: Nu mijn nood blijkt/ worden vrienden niet gewogen.// Familieleden, familieleden,/ wend het onheil af!// Familieleden,/ waarvoor dit gedoe?’
Magische bezem van een obiaman (medicijnman). Foto © Tropenmuseum Amsterdam.

 

Uiteindelijk sterft Mma Marjana aan een hersenbloeding. Voor het gerecht worden de ‘schuldigen’ streng berecht door de ‘kroetoebakra’. Uiteraard is dat Mma Lien en ‘Ba Fransi, een polisieman in funktie!’ In zekere zin ‘vraagt’ het verhaal om een mythisch, bovennatuurlijk slot. Maar Cairo was een realist en hij koos daarom voor het andere uiterste: het banale. Cairo trok zijn roman bewust omlaag. De voorlaatste zin luidt: ‘Kroetoebakroe deed uitspraak, bij een tjokvolle tribune, met z’n opmerking dat wie ogen sluit voor de realiteit gedoemd is roemloos ten onder te gaan.’ En de laatste regel: ‘Maar daaruit bleek dat hij ze niet begreep.’ Cairo sloot zijn ogen niet voor de realiteit en begreep ze daardoor des te beter! Kortom, Kollektieve schuld… is een klassieke Surinaamse roman over de jaren zestig, toen winti streng verboden was. Dat zien we ook op de manier zoals de doodsoorzaak is vastgesteld van Mma Marjana: ‘Doodsoorzaak: tengevolge van het opzettelijk kreëren van een toestand van lichamelijke en geestelijke opwinding, een bevlieging, winti, ontstond in de hersenen van het slachtoffer een bloeding. Hieraan is ze komen te overlijden. Deze konklusie werd door de raadsheren zwaar aangevochten. Maar ja, ze waren niet al te goed betaald… Ze stonden toch al niet positief tegenover dit soort zaken… En buitendien: P’pa lanti vond dat er nu eindelijk een eind moest komen aan dat onverantwoordelijke gedoe! De schuldigen werden streng gestraft.’
Het boek zit vol thema’s: identiteit en twijfel, creool zijn in een koloniale samenleving, beeldend en vol eigen humor. Centraal in de roman staat het zoeken naar geluk, het vinden van identiteit, verzoening van de creool met zijn beladen verleden, de trauma’s van de slavernij en het kolonialisme, schuld en schuldgevoel, slaafs, winti en ook opstandig gedrag.
Edgar Cairo: Kollektieve schuld. Farmir’man-Sani. Baarn/ ’s-Gravenhage/ Brussel: Het Wereldvenster/ NOVIB/ NCOS, 1976. ISBN 90 293 9506 0
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter