blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Cain Artwell

A sense of belonging / Artwell Cain

Het boek A Sense of Belonging; Multiple Narratives of English speaking Arubans; Migration, Identification and Representation is net gepubliceerd. Het boek, geschreven door Artwell Cain, is een gedeelte van een tweedelig project. read on…

Alanna Lockward in de Tolhuistuin

BE.BOB 2014 bij Framer Framed in de Tolhuistuin

Op 22 juni wordt bij ‘Framer Framed in de Tolhuistuin’, Amsterdam een klein symposium georganiseerd ism Alanna Lockward/ Decolonial Institute. Alanna Lockward is een curator afkomstig uit Santo Domingo. Zij organiseerde diverse projecten rond hedendaagse kunst, identiteiten politiek en zwart bewustzijn in de Caraibe.
Andere deelnemers zijn: Walter Mignolo, Artwell Cain, Teresa Maria Diaz Nerio, Rolando Vazquez, Jeannette Ehlers, Quinsy Gario, Patricia Kaersenhout and Alanna Lockward. De voertaal is Engels, gratis entree. Patricia Kaersenhout zal een performance verzorgen. read on…

De Caribische literatuur neigt naar onafhankelijkheid

door Quito Nicolaas

Dr. Artwel Cain promoveerde in 2007 op een studie naar de sociale mobiliteit van etnische minderheden in Nederland. Daarnaast is hij lange tijd directeur van het Ninsee, het Nationale Instituut voor het Slavernijverleden geweest. In 2009 verscheen onder zijn redactie het boek Tula, de slavenopstand van 1795 op Curaçao met bijdragen van verschillende auteurs. Tegenwoordig zwaait hij de scepter bij de Institute of Cultural Heritage and Knowledge. Vandaag een interview met hem over zijn leesgedrag en de boeken die hij leest.

Hoeveel boeken telt uw collectie?
Ik ga er van uit dat wij meer dan zo’n 1000 boeken hebben, dat zijn inclusief studieboeken en dan geschreven in vijf talen: Engels, Nederlands, Spaans, Frans en Papiaments.

In hoeveel tijd is deze verzameling opgebouwd?
Deze boeken zijn in een periode van ruim 35 jaar verzameld.

Wat is uw favoriete boek?
Mijn favoriete boek is moeilijk te noemen, omdat ik veel boeken ontzettend goed vind, maar als ik toch een moet noemen dan wordt het: Song of Solomon van Toni Morrison. Dat boek heb ik eind jaren zeventig gekocht. Op dat moment was ik vooral een muzikant die belangstelling had in boeken, vooral boeken geschreven door schrijvers uit het Caribische gebied en zwarte Amerikanen.

Ik begon het boek te lezen en was uit het lood geslagen. Ik had nooit eerder zoiets moois gelezen. Zij had ook stukjes van liederen in de tekst opgenomen en zij liet haar karakters praten net alsof ze bezig waren muziekinstrumenten te spelen. Daarna heb ik tot nu toe al haar boeken gekocht en gelezen. Tot dat moment had ik Richard Wright (bekend van Notes of a native son) en James Baldwin (bekend van Go tell it on the mountain) als mijn favoriete schrijvers. Toni Morrison is nog steeds mijn favoriete schrijfster. Uiteraard heb ik ook een aantal van haar essays.

Welke zijn de overwegingen die u neemt bij het kopen van een boek?
Ik ga af van een aantal punten; ken ik de schrijver en haar/zijn werk? Is hij/zij al door vrienden gelezen en hebben ze die aanbevolen? Wat was de toon en inhoud van de recensie die ik in een krant of een tijdschrift gelezen heb? Is deze schrijver een goede verhalenverteller? En tot slot wil ik mijn tijd met deze schrijver doorbrengen?

Welke indeling hanteert u om uw boeken te categoriseren?
Die bestaat in mijn collectie op dit moment niet. Ik ben ruim zes jaren geleden op onze tweede verdieping van een studeerkamer naar de andere verhuisd. Sindsdien heb ik geen tijd vrij gemaakt om alles op de juiste plek terug te zetten net hoe ik dat had in de eerste kamer. Er zijn trouwens in de tussentijd veel meer boeken bij gekomen en die zijn gewoon op de boeken planken voor de anderen gelegd. Wanneer wij na zo veel jaren uit dit huis verhuizen ben ik dan bereid de nieuwe studiekamer netjes in te richten en de boeken nogmaals te categoriseren.

Zijn er ook andere plekken in het huis, waar boeken worden verzameld?
Ja, er zijn andere boeken in de zolderkamer vanwaar ik verhuisd ben. Mijn vrouw Alida Kock heeft ook een werkstudio in huis en daarin zijn ook weer vele boeken.

Leest u naast fictie ook non-fictie of andersom?
In de laatste tien jaar lees ik meer non-fictie dan fictie. Dit vanwege studie en mijn werk. Het zou ondoenlijk zijn op dit moment om ze allemaal te gaan benoemen. De laatste goede fictie dat ik recentelijk heb gelezen is van Maryse Conde: Windward heights. Tussen de bedrijven door lees ik op dit moment Miles een autobiografie van Miles Davis samen met Quincy Troupe. Dat is non-fictie. Het leest ook lekker.

Wanneer leest u meestal, waar en wat (genre) leest u dan ?
Studieboeken lees ik overdag en fictie in het weekeinde of in de avonduren, indien ik thuis ben.

Leest u in het weekend andere boeken dan door de week?
Ja, dat doe ik. Door de week gaat het om wetenschappelijke literatuur en in het weekend leuke boeken, meestal romans.

Behoren tijdschriften ook tot de door u gelezen lectuur?
Op dit moment niet. Ik heb geen tijd ervoor in de laatste jaren vrij gemaakt. Dit is een bewuste keus.

Welk boek zou u voor een tweede keer willen lezen en waarom?
Dat zal Black skin White masks van Frantz Fanon zijn. Ik heb dit boek ruim veertig jaar geleden gelezen. Ik zal het nu beter begrijpen en kunnen analyseren. Intussen heb ik ontzettend veel studies hierover en citaten ervan gelezen. Wellicht is dat een van de redenen dat ik het nog niet herlezen heb. Ik gebruik de tijd om ander werk dat ik nog niet gelezen heb te lezen.

Welk boek beschouwt u als een miskoop en waarom?
Dat heb ik niet. Een boek dat wel in de buurt komt is A Bend in the River door V.S. Naipaul. In dat boek heeft hij een fictief Afrikaans land dat net onafhankelijk was geworden en haar inwoners op een beestachtige wijze neergehaald. Dat was in 1979. Daarvoor had ik al zijn boeken gelezen. Na het lezen van A Bend in the River, kwam ik tot de conclusie dat V.S. Naipaul niet schrijft voor mensen zoals ik en die op mij lijken. Een aantal jaren geleden heb ik A House for Mister Biswas nog een keer gelezen voor een boekenclub die wij in Capelle aan de IJssel hadden, maar daarna heb ik geen boeken meer van hem gekocht en gelezen, behalve Een half leven dat ik in 2001 gratis bij een boekwinkel gekregen heb.

Wie is uw favoriete schrijver/auteur en waarom?
Toni Morrison. Zij weet een verhaal te vertellen en zij heeft veel kennis van zaken. Een van haar boeken, Jazz, vond ik in eerste instantie moeilijk te lezen vanwege de wijze waarop het geschreven is, maar daarna dacht ik het boek niet voor niets Jazz heet.

Wat is zo bijzonder aan de Caribische literatuur?
De Caribische literatuur neigt naar onafhankelijkheid. Men houdt zich niet bezig met “the single story” Dat wil zeggen, datgene wat men denkt dat de lezers in het Westen over het Caribische volk willen lezen. De verhalen zijn meestal herkenbaar. Ze brengen je weer thuis. George Lamming en Maryse Conde zijn twee goede voorbeelden van schrijvers die dit doen. Het zijn twee schrijvers die trouwens nog levend zijn. In het geval van gedichten gaat dat ook op voor wat betreft het werk van Lasana Sekou en Derek Walcott. Uiteraard zijn er veel meer goede schrijvers in de diverse landen en eilanden. Ik kan mij met deze schrijvers identificeren. Ik voel mij thuis bij hun werk.

Hoe kijkt u naar de wereld der wetenschap/letteren?
Zowel bij de wetenschap als bij de letteren dienen Caribische mensen hun eigen verhalen in alle tonen en kleuren zelf te vertellen. Men moet niet meer de fout maken om zich slechts bezig te houden met de ‘master’s narrative’. Men dient de ruimte te nemen en te vullen met de eigen fictie en non-fictie.

Tula: Beeldschone verfilming van Curaçao

Gevechtsscène uit Tula the Revolt
 
door Mario Kleinmoedig
Laat ik dan ook maar iets schrijven over Tula The Revolt: Vooropgesteld: ik vind de film een mooi verhaal na 2 keer zien. Critici als Sandew Hira vinden dat schrijver Leinders een zwakke Tula historische neerzet [zie Hira’s stuk hieronder].
De tragiek is dat mijn inziens die Tula vrij goed overeenkomt met de ‘officiële’ geschiedschrijving op Curaçao. Dus, als deze Tula historisch niet klopt, dan is het probleem niet Leinders. Leinders kon mogelijk niet anders dan de versie volgen, die iedere Curacaoënaar in de geschiedenisles krijgt, gebaseerd op het boek van Charles Do Rego, dat weer gebaseerd is op het boek van Prof Yandi Paula. Ikzelf zag ooit glimpsen van een ander mogelijk verhaal waar Sandew aan refereert door niet naar het betoog van Paula te kijken, maar naar de citaten en anekdotes en ze dialectisch te lezen in de stijl van Eduardo Galeano. Ja dan zie je een andere Tula. En misschien is de meest gegronde kritiek wel dat de martelingen tijdens het verhoor en de executie zelf niet zijn weergeven, want die zijn in alle versies hetzelfde.
Giovanni Abbath, hier op de première met zijn vrouw, speelt Bazjan Karpata
Ik heb nooit het boek van Hira gelezen, lijkt me machtig interessant. Maar ook Hira meldt niet, neem ik aan, dat volgens Venezolaanse historici Bazjan en Mercier 4 maanden eerder nog meegedaan hadden met de slavenopstand van Chirino in Coro. En hij weet misschien ook niet van de theorieën van Bernard Marchena van de Brion Stichting over de betrokkenheid van republikeins en fransgezinde blanken (anti oranje) in Otrobanda, waaronder Pierre Brion, de vader van Luis, die de slaven met wapens geholpen zouden hebben. En ook niet van het smaldeel dat klaarlag in Guadeloupe om naar Curaçao te zeilen, en het eiland te bezetten voor de Bataafse Republiek, als Tula de stad had bereikt.

Als ik ooit zo’n boek zou schrijven, moet ik dan Hira’s boek een mislukking noemen? Ik denk niet, ik dank Hartog, ik dank Paula, ik dank Do Rego, ik dank Domacassé, ik dank Hira en Caine, ik dank Leinders en van Stapele en alle anderen van goede wil. Als ik ooit een boek zou schrijven noem ik het: Tula Rewritten, maar of dat het echte verhaal zou zijn weet ook ik niet.. In ieder geval zou ik voor de verfilming wel Dolph van Stapele erbij halen. In tegenstelling tot een recensie van Caribisch Uitzicht [bedoeld is het stuk van Dick Gilsing, dat is overgenomen uit moviescene.nl – zie hier, red. CU] vind ik het een beeldschone en herkenbare verfilming van Curaçao zonder de stereotiepe landmarks…

Commentaar van Ini Statia:
Ik stelde gisteren bij het NAAM een vraag hierover aan het panel; ik wees op het verhaal van Pierre Lauffer dat mijns inziens uit de orale traditie komt. Lauffer voert een personage op (een oude man) in Westpunt die het verhaal over Tula aan kinderen doorvertelt. De oude man is dan zogenaamd aan het woord over Tula. Zelfs de ‘verbeelde'(?) afkomst van Tula wordt door Lauffer genoemd: hij zou de zoon van een prins uit Mali zijn en behoren tot een bepaalde etnische groep (de naam ben ik nu even kwijt). Ik vroeg of dit een fantasie van Lauffer was of dat dit echt zo in de orale geschiedenis werd verteld. Maar dit bleef toch nog onduidelijk voor me. Gisteren werden ook onder andere bronnen in Venezuela en Spanje genoemd.

Commentaar van IetekeWitteveen:
Ini, terecht doe je recht aan ook de orale geschiedenis. Of Tula van koninklijk oorsprong is, weet ik niet. Er is meer bekend over de grote cimarron van Curacao, de man achter de mei revolt in 1795 in Coro en achter Leonardo Chirino, Jose de La Caridad Gonzalez. Hij hielp Leonardo Chirino en Ik schreef daar in de jaren 90 over na raadplegen van o.a. Antillas y Tierra Firma van Carlos Gonzalez Batista en enkele Venezolaanse achiefstukken. Hierbij een fragment uit mijn artikeltje van 2006, dat ook in het Papiamentu en Engels verscheen (….) José Caridad Gonzalez Van José Caridad Gonzalez is bekend dat hij ‘een neger uit een belangrijk voorgeslacht’ was, die behalve zijn moedertaal, het Luango, ook Papiamentu, Frans en Spaans sprak. Hij was zeer belezen en werd aangesproken als ‘Doctor’. Deze ‘Doctor’ hielp vele slaven uit Curaçao te vluchten. Jose Caridad Gonzalez vertoefde vaak in wijk La Guinea. Hij bemiddelde regelmatig, ten gunste van de zwarte bevolking, bij conflicten om landbezit. Caridad Gonzalez en Chirino onderhielden contacten met Haïti, waar in 1794 de onafhankelijke staat Haïti was afgekondigd met als principes Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap, met Curaçao en Europa. De Venezolaanse vrijheidsstrijders waren, in tegenstelling tot hun lotgenoten in Curaçao onder leiding van Tula drie maanden later, bij de opstand slechts gewapend met stokken en machetes. De wapens die José Caridad had bemachtigd werden onderschept. De opstand werd binnen een dag neergeslagen; de gewonde en gevangengenomen vrijheidsstrijders werden ter plekke zonder vorm van proces onthoofd, onder wie als eerste José Caridad Gonzalez. De koloniale troepen vermoordden daarna ook bewoners van de buurt La Guinea. José Leonardo Chirino ontkwam, maar werd daarna gevangen genomen en op 10 december 1796 na een proces in Caracas ter dood veroordeeld en opgehangen. (eind fragment artikel serie Cultureel Erfgoed, I. Witteveen, 25 mei 2006). Bastiaan Carpata was vermoedelijk ook bij de Coro opstand afwezig en vluchtte met een tiental anderen naar Curaçao.

Bastian Carpata
Uit Nederlandse documenten over de slavenopstand van 1795 op Curaçao weten we dat een van de voornaamste leiders van de Curaçaose slavenopstand, Bastian Carpata, samen met negen andere slaven, gevangen heeft gezeten in Coro en gedeporteerd werd naar Curaçao. Waarschijnlijk gebeurde dit vlak voor de opstand van 17 augustus 1795 op Curaçao, want een slaaf met de naam Jean Forcade werd tot gevangenisstraf veroordeeld, omdat hij het naliet de Nederlandse autoriteiten te informeren dat hij Bastian Carpata had gezien in Venezuela.
Bronnen:
– Dr. A.F. Paula: Slave Revolts: the cases of Curaçao and Saint Martin, paper UNESCO African Diaspora: The Making of the Atlantic World. 28 June – 1 July 2003, Curaçao
– L. de Palm, E lantamentu di 1795, Datos Oral, Curaçao, 1995 – Luis Arturo Domínguez, Rebelión en la Sierra. Caracas, Venezuela, 1995
– Idem: Vivencia de un Rito Loango en el Tambú, 1988
– Carlos Conzalez Batista, Antillas y Tierra Firme, Caracas, Venezuela, 1995
– Jose Millet y Manuel Ruiz Villa: Proyecto de investigación socio-cultural cubano-venezolano, april 2006

Commentaar Louis Philippe Römer:
Yes, het is goed om de Spaanstalige bronnen meer aandacht te geven.

Commentaar Gladys J. Do Rego-Kuster:
Wat Louis Philippe Römer hierboven schrijft klopt. Ook ik wacht al jaren op die documenten. Stukken die bijvoorbeeld om wat voor reden dan ook zijn overgeslagen, bijv. vanwege “niet relevant genoeg” voor de archivaris en speurder. Ook in andere archieven ligt nog wat braakliggend terrein, zoals bijv. die van andere koloniale mogendheden die direct of indirect een band hadden met ons eiland. Het ziet er dus naar uit dat voor de volgende generatie historici nog best wat werk te verzetten is. Hierbij wat aantekeningen: 1) Het is aan te raden om alle documenten cq bewijsmateriaal dat nog naar boven mag komen, zoals Mario Kleinmoedig hierboven stelt, vanuit het dialectisch perspectief te analyseren, dan wel te beoordelen. Beoordeel de scibent als een kind van zijn tijd (eind 18e-begin 19e eeuw). Blijf de vraag stellen uit wiens brein en pen het kwam. Wat was zijn/haar maatschappelijke positionering in die periode en voorál: wat was het doel van die reportage? In de nu toegankelijke documenten (notulen van verhoren en de rechtsgang) valt nogal eens te bespeuren hoe getuigen hun rol in het geheel trachtten af te schermen door plotselinge geheugenverlies, valse verklaringen, dan wel rechtstreekse meineed. Ook in die tijd waren, met name gezien de toegepaste verhoormethoden, menselijke verdedigingsmechanismen niet zeldzaam noch vreemd. 2) Orale overleveringen zijn zonder meer zeer belangrijk en ook vaak het laagje goud dat de wens van elke onderzoeker in vergulling doet gaan. Maar het eerste gebod van elke onderzoeker, dus zeker ook van de orale geschiedkundige, is het kritisch toetsen van de waarheid, dwz de vervuilingsgraad daarvan. Ook moet worden nagegaan uit welke bron de orale overleveraar zijn/haar informatie en of mening oorspronkelijk vandaan heeft. Het zou best kunnen dat de 90 jarige man die Inchi (Witteveen Ieteke) rond 1990 heeft gesproken, het theaterstuk van Pacheco Domacasse/Tone Brulin (1971) had gezien, of de voor die tijd indrukwekkende media campagne, tegenslag en heiza daaromheen had gevolgd. De leuze – Liberté, Egalité, Fraternité-, kwam in het theaterstuk zeer prominent voor en werd ook door jongeren die het stuk hadden gezien als politiek leidraad overgenomen. De respondent van Inchi zou in de periode dat dit stuk werd uitgevoerd ± 50 jaar zijn geweest. Dit stuk was zonder meer een ‘landmark’. Beelden van dit theaterstuk staan in het boek Tula (1973) van historicus dr. Johan Hartog afgedrukt. Het research en de productie van het boek van dr. Hartog gebeurde overigens in opdracht van het Eilandgebied Curaçao omdat, quote “… een nauwkeurige vastlegging van het geschiedkundig verloop noodzakelijk is, omdat wij anders verzanden in een discussie over een begrip waaraan de grondslag ontbreekt”…. Lees het boek en met name di Inleiding van Hartog er rustig op na, want TULA still LIVES on…

Commentaar Gilbert Bacilio:
Puntonan fuerte di Tula ‘The Revolt: “Un pida istoria importante, esensial i di reperkushon spiritual, mental, físiko i sosial INMENSO di Kòrsou ta skibí komo skrept pa pelíkula. E istoria akí awor ta filmá i a drenta mundu, partikularmente e mundo sinematográfiko. Globo por sera konosí awor ku Kòrsou, ku un parti importante di istoria di Kòrsou i ku e gran heroe nashonal di Kòrsou, TULA. Paisahenan presioso di Kòrsou ta filmá. Ora bo mira e pelíkula bo mester rekonosé ku Kòrsou ta un pèrla den Karibe! Diferente aktor lokal ta partisipá den un pelíkula di taye profeshonal i internashonal. E ta enfoká riba temanan di vital importansha manera: Vishon, Ideal, Diálogo, Lucha, Kurashi, Perseveransha, Liderasgo, Amor i Traishon.Puntonan débil: A pèrdè un oportunidat pa pone na mi pareser un Tula ainda mas fuerte mentalmente i spiritualmente, ainda mas vishonario, mas audas i mas inteligente riba pantaya, manera semper mi a lesa i siña di dje. A pèrdè un gran oportunidat pa laga mundu tende i sera konosí ku nos idioma Papiamentu. Mi a spera sikiera un esena kaminda Tula i Bazjan por ehèmpel ta reuní den sekreto i ta interkambiá idea òf ta planeá strategia na Papiamentu. Ta bon pa kòrda ku Tula tabata papia diferente idioma. Lo tabata tremendo pa laga mundu, via di e gran pelíkula akí, tende e presioso i heróiko idioma aki ku a vense ya pa siglo diferente opstákulo, manera opstákulo polítiko, legal/hurídiko,religioso i sosial kultural. Bazjan Carpata mester a profilá na mi opinion mas prominente den e pelíkula akí, mas ‘man drechi’ di Tula i na mas okashon den diálogo kuné. Nos Giovanni Abath tambe e ora ei lo por a profilá mihó komo aktor, representando Bazjan Carpata. Si a skohe mes pa duna Tula un muhé, ku pa ami no tabata nesesario, aunke e ta un eskoho konosí i tradishonal pa duna un istoria mas liña i mas karni i wesu, ami lo a preferá di mira un muhé mas fuerte, mas vishonario, realmente un sosten na su banda, den kama pero tambe pafó di kama. E punto fuerte di e eskoho aki si ta ku e pelíkula por kaba ku un fruta di nan dos. Esaki ta duna bèrdat, speransa pa un mihó futuro i ku mas Tula lo nase pa sigui ku e proseso largu i importante di emansipashon di hende en general i di e Yu di Kòrsou en partikular. En todo kaso un bon pelíkula, bon filmá, bunita paisahe, informativo i edukativo i ku sigur ta bale la pena pa mira. Pabien na tur ku a aportá di un òf otro manera na su realisashon. Ken ta sigui ku e siguiente pelíkula òf obra di teatro riba Tula?

Landhuis Karpata

Commentaar Artwell Cain:
Ik heb de film Tula de revolt vanavond gezien. Het is oké. De makers lijken zich aan het beschikbare historische materieel te houden. Het verhaal komt bekend voor. Hier en daar zijn scènes gedramatiseerd. Dat maakte het geheel spannender, maar de uitkomst was al bekend. De film heeft een zeker documentaire gehalte . Ieder die over Tula gelezen heeft, kan slechts zeggen dat het min of meer zo is gegaan, volgens het historische relaas. Uiteraard zal het verhaal anders te vertellen zijn op het moment dat meer informatie en gegevens worden ontdekt. De rol van Louis Mercier gaf veel dekoloniaal plezier. Dit in tegenstelling tot de rol van Koro, de verrader die slechts aan zijn eigen vrijheid dacht en zodanig handelde. Het spreekt voor zich dat er meer Koro’s dan Tula’s in de samenleving te vinden zijn toen en nu.

[overgenomen van Facebook]

Poëziemiddag Simia Literario

[Bericht van Wendela de Vries]

Beste Simiavrienden,

Het is bijna zover. Op 15 juni, om 15.30 u in het prachtige lichte kerkje van Sloten (A’dam), gaan gedichten die door 5 van ons zijn geschreven het levenslicht zien! Alida Kock, Artwell Cain, Joan Lesie, Quinsy Gario (T. Martinus) en Olga Orman dragen hun eigen werk voor, afgewisseld met bijzondere koorzang door het Koor van Meneer de Wit en solozang uit de 20ste eeuw.

De muziek en de gedichten zullen heel lieflijk en stralend als de zomerzon zijn, maar soms ook rauw, somber of confronterend, zoals het leven zelf.

Ik hoop echt dat iedereen van Simia, met partners en kennissen en familie kan komen! In de flyer staan alle gegevens mbt adres, kaartverkoop. Wees er snel bij, want er kunnen maximaal 180 mensen in de kerk. We hopen allen te ontmoeten die middag!

Hartelijke groet, Wendela

Clark Accord’s Plantage d’Amour gepresenteerd

Onder aanwezigheid van veel familie, vrienden en enkele notabelen is vrijdag het laatste boek Plantage d’Amour van Clark Accord gepresenteerd in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam. “Een geliefde plek waar Clark kind aan huis was”, lichtte de directeur van de bibliotheek toe, “en hij was ook nog bezig met de organisatie van een internationaal literatuurfestival.”

De Surinaams-Nederlandse schrijver overleed in mei van dit jaar op vijftigjarige leeftijd. Zijn laatste boekwerk was niet af, maar Accord heeft nog tot zijn dood geschreven. Toen hij er zelf te zwak voor werd, heeft hij aan de redacteur van zijn uitgever verteld, hoe het verhaal zou moeten aflopen. Plantage d’Amour had de eerste van een drieluik van de familiegeschiedenis van Clark Accord moeten worden. Of inderdaad de twee resterende delen ooit geschreven worden, is niet duidelijk. Uitgever Nijgh en Ditmar speelt met de gedachte om een ‘ghostwriter’ in te huren. Het is koffiedik kijken of iemand zich wil waagt het verhaal van de familie Accord af te maken en ook nog in de stijl van de overleden schrijver.


De ‘Clark Tafra’ met op de achtergrond de in mei dit jaar over leden Surinaams-Nederlandse schrijver, Clark Accord en zijn laatste boek
Plantage d’ Amour.

Philipus Andro Macknack

Verschillende sprekers roemden de persoon van Clark Accord met als absolute hoogtepunt zijn bestseller De Koningin van Paramaribo, waarvan ruim 120.000 exemplaren zijn verkocht. Directeur van NiNsee, dr. Artwell Cain, vertelde over zijn ontmoetingen met Accord en zoals hij het noemde culturele misverstand vorig jaar ontstaan tijdens zijn bezoek aan Suriname. In Para deed hij sociologisch onderzoek en zijn gids vroeg hem, aangekomen bij een kreek, zijn handen te wassen. Dat werd hem en andere onderzoekers enkele keren gevraagd zonder er de precieze bedoeling van te vertellen. Terug in Nederland gaf een Paraanse oud-bewoner hem de reden. “Het is traditioneel gebruik. Jullie zijn dom”, kreeg Cain te horen. Dat ritueel las Cain terug in het hoofdstuk over de watramama in Plantage d’Amour. Volgens de directeur van NiNsee heeft Clark Accord met zijn boek de tot slaaf gemaakten een menselijke identiteit gegeven. “Het zijn mensen van vlees en bloed geworden.” De zoektocht naar zijn familieverleden ziet Cain als een terechte. “Een boom zonder wortels bestaat niet”, bestempelde Cain dan ook de zoektocht van Clark Accord naar zijn wortels. “Afrikaanse koning, Surinaams verlangen, Nederlands vervolg en kosmopolitische keuze”, zijn enkele waarderingen die Nicole Terborg aan haar bloedverwant toeschrijft. Terborg, dochter van theatermaker Jetty Mathurin, en Clark Accord delen namelijk dezelfde betovergrootvader, Philipus Andro Macknack, die de boom is waar de schrijver naar op zoek gaat. In Plantage d’Amour gaat hoofdpersoon Kenneth Campbell na zevenentwintig jaar terug naar zijn geboorteland Suriname om zijn wortels te ontdekken. In die zoektocht ontmoet hij de taxichauffeuse Nadira, die hem als het ware bij de hand meeneemt en rondleidt op plantage Berlijn in het district Para. Daar maakt hij kennis met niet alleen zijn voorvaderlijke wortels, maar ook met de rijke cultuur die de tot slaaf gemaakten hun nazaten nalieten.-.

[uit de Ware Tijd, 31/10/2011]

Start leerstoel slavernijverleden

Het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) houdt donderdag 19 mei 2011 een minisymposium om Dr. Stephen Small te verwelkomen als bijzonder hoogleraar ‘Nederlands slavernijverleden en erfenis’ aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Dr. Small zal een lezing houden over de behoefte aan en het gebruik van veelzijdig bronnenmateriaal bij het slavernijonderzoek. Dit is van essentieel belang voor een uitgebreidere en veelomvattende analyse van slavernij en haar erfenis.

Dr. Alex van Stipriaan, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad van NiNsee en hoogleraar Caribische Geschiedenis aan de Erasmus Universiteit, zal ook een inleiding houden over ‘Slavernijonderzoek en het debat in Nederland: De stand van zaken.’

Programma
15:00-15:30 Inloop en ontvangst
15:30-17:30 Welkomstwoord en Introductie – Dr. Artwell Cain, Directeur NiNsee
De betekenis van de leerstoel Slavernijverleden en Erfenis voor het NiNsee – Dr. Eddy Campbell, Voorzitter NiNsee
De betekenis van de leerstoel Slavernijverleden en Erfenis voor de UvA – Prof. dr. James Kennedy, Hoogleraar Nederlandse Geschiedenis, UvA
Slavernij-onderzoek en debat in Nederland: Een stand van zaken – Prof. dr. Alex van Stipriaan, Voorzitter WR NiNsee
Black Voices and Visions in the Path to Slavery Memory in the Dutch Orbit- Prof. dr. Stephen Small (Engelstalige lezing)
Discussie en Rondvraag – Dr. Dienke Hondius, lid WR NiNsee
Met muzikaal intermezzo van Robby Alberga en Dana Fung Loy
17:30-19:00 Welkomstborrel voor de nieuwe hoogleraar (Café Krater)

Datum: donderdag 19 mei, 2011
UvA Roeterseiland Complex, Bldg. A, Room A
Roetersstraat 15
1018 WB Amsterdam

Graag aanmelden voor dit symposium. U kunt dit doen door contact op te nemen met Amy Abdou, e-mail a.abdou@ninsee.nl of bel 020-568-2079

Edgar Cairo: de schrijver als schilder

Eerbetoon aan Edgar Cairo

door Connie van Gils

Foto © Michiel van Kempen

De eerste keer dat ik met het werk van Edgar Caïro in aanraking kwam, was tijdens de Suriname-tentoonstelling bij IHLIA twee jaar geleden. Het was een sobere, maar indringende tentoonstelling die de weinige donkere bezoekers urenlang deed blijven rondkijken en lezen. Edgar Cairo hing er ook, o.a. met het mij bij de kladden grijpende Dat boelgedicht (Ik ben een boeler) waarin hij blijk geeft zich verscheurd te voelen tussen de liefde van/voor een man en een vrouw. Naar aanleiding van het gedicht en vragen van klanten heb ik gezocht naar boeken van hem. IHLIA heeft er een aantal in haar collectie, maar verder zijn ze bijna niet meer te vinden.

Enige maanden later bezocht ik het Dolhuys te Haarlem, het nationaal museum voor psychiatrie. Tot mijn verrassing kwam ik Cairo daar weer tegen en wel als een van de beroemdere psychiatrische patiënten (die zelfmoord hadden gepleegd, meen ik, maar dit wordt niet bevestigd in dit boek [Edgar cairo stierf aan een maagbloeding – red. CU]). Er was een herinneringsplekje voor hem ingericht. Er stond bij de informatie over hem, zijn werk en zijn leven niets over zijn homo/biseksualiteit.

Tien jaar na zijn dood in 2000 is er een ode aan hem en zijn kunstenaarschap in de vorm van de documentaire Ik ga dood om jullie hoofd van Cindy Kerseboom, een tentoonstelling van zijn schilderijen en dit bijbehorende boek. De tentoonstelling is inmiddels afgelopen en het spijt mij dat ik deze niet heb bezocht.
Edgar Cairo, de schrijver als schilder bevat, naast een gul aantal reproducties van zijn schilderijen, essays van de schrijvers Van Weelden, Sanders en Van Kempen. Opvallend is de kwaliteit van schrijven. Er is met zó veel zorg geschreven dat het bijna angstvallig lijkt. Alsof één verkeerd geplaatst of gekozen woord een andere waarheid zou kunnen onthullen.

Van Weelden gaat in zijn ‘Eenzame koning’ los op drie schilderijen van Cairo. Het is een verhelderend beeldend verhaal geworden dat je op een andere manier laat kijken naar de besproken schilderijen, langer en vaker ook.

Stephan Sanders laat zijn ijdelheid deze keer thuis en heeft met zijn ‘Creool en creolismen’ een fantastisch en liefdevol betoog geschreven over taalpolitiek en de taal van Caïro, een combinatie van Sranang, Creools en Nederlands, van straattaal en academische taal, rap avant la lettre, een taal vol swing en expressie die ertoe neigt uit te monden in onbegrijpelijkheid.

Michiel van Kempen die Caraïbische literatuur doceert aan de universiteit besluit met een essay over het schrijverschap van Caïro dat een enorme productie opleverde, maar onvoldoende erkenning kreeg in de ogen van Caïro zelf.

Neger zijn was Cairo’s belangrijkste thema, van negerprins op de kust van Afrika naar negerslaaf, van plantageneger naar stadsneger, van negerstudent in Nederland naar gevierd negerschrijver/columnist en vervolgens weer afgeserveerd, van negerhetero naar negerhomo en weerom. Cairo droeg dit alles in zich en wilde dit alles ook uitdragen in zijn kunst. Een man was hij die veel identiteiten in zich herbergde en deze probeerde met elkaar te verenigen. Uiteindelijk is hij psychotisch geworden.

Edgar Cairo, de schrijver als schilder is een prachtig dun boekje. Wat mijns inziens ontbreekt is een aantal bijdragen van jongeren van nu die zich verwant voelen met zijn werk. Daarover wordt wel uitgebreid gerept, maar er wordt niets mee gedaan. Zij krijgen geen stem, nog geen bladzijde. Het enige Surinaams in het boek is daarom van Cairo zelf, waardoor het geheel nogal Bakra is geworden. Dat is jammer. Iets meer homo had trouwens ook wel gemogen. Cairo had niet alleen een huid en een verleden, maar ook een hart en een tollie die hij beide in zijn werk liet spreken.

Meer over Cairo en zijn homoseksualiteit in de IHLIA-collectie:

Dat boelgedicht (1980)/ Edgar Cairo
Nijmegen: Homoseksuele Uitgeverij Nijmegen (HUN). – 2 p.
Homodok: cat. (cairo/dat) fk

Edgar Cairo: eigenlijk ben ik geen homo; ik ben boeler (1982)/ Klaas Breunissen ; Edgar Cairo
Sek, 12, 5 (mei), p. 3-5
Gesprek met de schrijver Edgar Caïro over homoseksualiteit.

Edgar Cairo: de schrijver als schilder

Voorwoord: Abram de Swaan
Tekst: Dirk van Weelden, Stephan Sanders, Michiel van Kempen
Nawoord: Artwell Cain
Amsterdam: Stichting Cinemaké Foundation, 2010

ISBN: 9078909170

[overgenomen IHLIA]

Lancering VN Internationaal Jaar voor Mensen van Afrikaanse Afkomst

Onder de titel, Met de menselijke waardigheid voor ogen: Bezinning, Rechtvaardigheid en Erkenning, vindt op vrijdag 4 februari a.s., in de Raadzaal van Stadsdeel Amsterdam Zuid Oost, de Nationale lancering plaats van het VN Internationaal Jaar voor Mensen van Afrikaanse Afkomst. Initiatiefnemers zijn: het Landelijk Platform Slavernijverleden, Tiye International en de samenwerkende Afrikaanse Diaspora netwerken in Nederland. De officiële opening wordt verricht door Mevrouw Drs. Andrée van Es, Amsterdamse (Groenlinks) wethouder ’Burgerschap en Integratie’. Voorafgegaan door het welkomstwoord door (PVDA) Stadsdeelvoorzitter Amsterdam Zuid Oost, Drs. Marcel Larose. Verder is er een toespraak van mevrouw Anna Maria Jojozi, diplomatieke vertegenwoordiger van de Republiek Zuid-Afrika, alwaar in 2001 de VN Wereld Anti Racisme Conferentie in Durban plaatsvond.

Dit jaar vindt, onder de VN-slogan: From rhetoric to reality. A global call from the UN for concrete action against racism, racial discrimination, xenophobia and related intolerance, de tienjarige herdenking plaats van deze historische VN-wereldconferentie. Het huidige VN-Plan is om in navolging van de Durban Review Conferentie van april 2009, een “VN High Level”-Conferentie annex Panel te realiseren, waarbij stilgestaan gaat worden bij de tot nu toe bereikte resultaten in de verschillende VN-lidstaten betreffende de implementatie van de DDPA.

In april 2009 heeft de VN-Algemene Vergadering, haar eerste Follow UP Durban Review Conferentie in Genève gehouden. Onderwerp van de Review was de evaluatie van de bereikte resultaten voortvloeiende uit de afspraken van de VN‐lidstaten in 2001 op de in Durban georganiseerde Wereldconferentie betreffende Racisme, Discriminatie, Vreemdelingenhaat en aanverwante Onverdraagzaamheid. Tijdens de Review in april 2009 hebben de VN-lidstaten de UN WCAR DDPA (Durban Declaration and Program of Action) in artikel 1 van de Durban Review Slotresolutie, herbevestigd.

Verder is bij resolutie nr. 64/169, van 18 december 2009 door de Algemene Vergadering van de VN besloten om 2011 te verklaren tot het VN Internationaal Jaar voor Mensen van Afrikaanse Afkomst. Doelstelling is om de VN-lidstaten vooral aan te sporen tot de ontwikkeling van een nationaal actieplan racismebestrijding. In Nederland is aan de uitvoering van de resoluties nog geen gevolg gegeven, evenmin aan de aanbevelingen van de CERD, het hoogste VN-toezichthoudende orgaan op het gebied van Racismebestrijding. Onder andere zijn er aanbevelingen gedaan ten aanzien van mensen van Afrikaanse afkomst en specifiek de Antilliaanse gemeenschap die door Nederland vanwege het buitenlandse beleid wordt vertegenwoordigd.

Hoewel uitgangspunt is dat VN-lidstaten op eigen wijze gevolg geven aan de implementatie van de VN-resolutie inzake het VN-jaar voor mensen van Afrikaanse afkomst, is het duidelijk dat VN-lidstaat Nederland niet staat te springen om aan de oproep van Ban Ki Moon, gedaan op 10 december jl, gevolg te geven en evenmin aan de uitvoering van de resoluties terzake de ontwikkeling van een nationaal actieplan racismebestrijding. Dit zegt, mevrouw Drs. Barryl Biekman, voorzitter van het Landelijk Platform Slavernijverleden. Wij zijn daarom blij met het initiatief van samenwerkende netwerken in Nederland om de launching zelf ter hand te nemen. Want als het aan de politiek bestuurlijke autoriteiten in Nederland ligt, gebeurt er niets. Liefst willen ze het low profile houden. Maar dat laten wij ons niet overkomen, zegt Biekman. In de aanloop naar de WCAR in 2001 hebben wij ons wereldwijd intensief ingezet, en gelobbyed bij staten om de Transatlantische Slavenhandel, Slavernij en Kolonialisme, vanwege de omvang, de eeuwenlange duur, en het niet te beschrijven misdadig karakter, tot misdaad tegen de mensheid te verklaren. In 2009 probeerde voormalig Buitenlandse Zaken minister Verhagen de Review te boycotten. Het is hem niet gelukt. Integendeel, de Durban Verklaring is herbevestigd. Dat betekent dat Nederland hoe dan ook verplicht is om de resolutie uit te voeren.

Verdeeld over vier thema’s zullen de volgende sprekers hun zegje doen: directeur van het Nationaal instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis, Dr. Artwell Cain; Bestuursvoorzitter van het Orgaan Caribische Nederlanders, Drs. Glenn Helberg; mevrouw Drs. Hellen Felter, vice-bestuursvoorzitter van Tiye International; Ludwich van Mulier, uitgever, publicist en opinionleader. SP Tweede Kamerlid Harry van Bommel. De Slotrede wordt uitgesproken door Drs Frank King, internationaal expert en advocaat op het gebied van Immigratierecht en Aanverwante Vraagstukken. Het vertonen van een documentaire over de VN-Wereld Anti Racisme Conferentie in 2001 is onderdeel van het programma.

Aanmeldingen om de bijeenkomst bij te wonen kunnen tot uiterlijk 26 januari a.s. Registratieformulieren op te vragen via secretariaat LPS lanplatf@xs4all.nl.
Nadere informatie bij de heer Iwan Leeuwin +31 (0)651367547

[bericht van de Coördinatie- en Strategie Groep AD Platform]

Representation of Slavery Museums, Memorials and Monuments

The National Institute for the Study of Dutch Slavery and its Legacy (NiNsee) invites you to participate in a two day International Symposium on June 29 & 30, 2010 in Amsterdam entitled: Public History and Collective Memory: Representation of Slavery Museums, Memorials and Monuments in the 21st Century. The planned symposium is designed to interrogate the meaning and significance of public history and collective memory in relation to the Trans Atlantic slave trade and slavery.

The objectives for the planned symposium are three-fold; First, to bring together scholars of slavery to interrogate and discuss the meaning and significance of public history and collective memory in relation to Trans Atlantic slavery. Second, to bring together experts to share experiences with and knowledge of slavery museums, memorials and monuments. Third, to use the knowledge gained from this symposium as background information for the commemoration of the 10 year anniversary of the slavery monument in the Netherlands.

Programme: Trajectories of Emancipation
Public History and Collective Memory: Representation of Slavery Museums, Memorial and Monuments in the 21st Century

Opening
Monday June 28th, 2010
Location: NiNsee
16.00-17.00 Guests are welcome to visit the NiNsee exhibitions, Child in Chains and Breaking the Silence
17.00-19.00 First day, arrivals, registration and reception

Day One
Tuesday, June 29th, 2010
Location: Vrije Universiteit Amsterdam
hoofdgebouw room 14 A-05
Morning Session- 9:30-12.45
Welcome Address: Artwell Cain

First Session:
Chair: Artwell Cain
Theme: Shared History, Multiple Meanings

Stephen Small – Keynote Address
“Back to the future from the back of the big house: Museums, Public History and Collective Memory”

This paper considers the mobilization by African Diasporic communities in the United States and Europe, to remember, commemorate and protest slavery and its legacy. This mobilization is placed in the context of broader protest and/or commemorative movements (such as the Holocaust, the Alamo, Japanese internment as well as other incidents of (inter-)national shame or guilt. In the paper I raise a series of questions concerning the role of academics, community mobilization, migration, and museums, all in the context of unequal access to resources (financial, political, and cultural) in struggles for collective representations. And for the legacy of slavery in particular, I make the case for serious consideration to be given to alternative sources of knowledge and insights as we draw on the voices and visions of Black men and women who have been historically marginalized.

Kwame Nimako
“Conceptual Clarity, Please!
On the uses and abuses of the concepts of ‘slave’ and ‘trade’ in the study of the Trans-Atlantic Slave Trade and Slavery”

This paper reflects on the way the concepts of ‘slave’ and ‘trade’ have been used in the study of the Trans-Atlantic Slave Trade and Slavery. There seems to be a disjuncture between the concepts of slave and trade and the empirical basis for those concepts. The concept of slave suggests that slaves were traded; we will argue that the empirical bases hereof are weak. The concept of trade is also based on collaboration theory. Here also we will argue that the empirical bases hereof are weak.

Coffee Break

Second Session
Chair: Ramon Grosfoguel

Dmitri van den Bersselaar
“A shared history of the transatlantic slave trade?”
Co-Authored with Thomas Thurston from the Gilder Lehrman Center at Yale

This paper will introduce and discuss the first ‛Middle Passages’ International Teachers Institute. The institute was held in Ghana in August 2009 and brought together teachers from the United Kingdom, Ghana and the United States with leading slave trade historians and education specialists. The aim of the institute was to bring together, and reflect on, the different ways in which the slave trade is taught in each of the three countries from which our teachers came.

Alan Rice
“Guerrilla Memorialisation: The Politics of 21st Century Slave Remembrance Memorials in Europe”

This paper will discuss Lubaina Himid’s satirical performance piece. What are Monuments For … Possible Landmarks on the Urban Map (2009). In this she manipulates a glossy guide book to the world cities of London and Paris to imagine what might have been if the contributions of African diasporan peoples to the capitals had been fully taken on board in the memorial landscape over the last three centuries.

Lunch 13.00-14.00

Afternoon Session 14.15- 17.00
Chair: Kwame Nimako
Theme: Inclusion of voices (African, Caribbean) who have been traditionally absent from the discussion on commemoration, representation, and teaching in the realm of slavery and the Trans-Atlantic slave trade.

Sadri Khiari
The Issue of Memory in Decolonial Struggles in France

Veronique Helenon
“The Commemoration of the abolition of slavery in the French Context”

This paper examines the steps taken by Black French to organize the abolition of slavery in France. Aspects of the situation in the French Caribbean will also be included. How does this commemoration inform the current situation of Blacks in the French Republic today? Special attention will be paid to the meaning and limits of this event.

Ramon Grosfoguel
Memory, Slavery and Epistemic Racism
Elviera Sandi
The case of Suriname

.

Day Two
Wednesday June 30th, 2010
Location: Vrije Universiteit Amsterdam
hoofdgebouw room 7 A-06
Morning Session-9.30-12.45
Theme: Belonging, visual representations and the legacy of colonialism
First Session
Chair: Dienke Hondius

Susan Legêne
“Detached inclusion: Belonging, the legacy of migration experiences and their public representation”

In the normative Dutch discourse on the integration of immigrants in Dutch society, good (cultural) citizenship is linked to affinity with the national history of the Netherlands. The Dutch history of slave trade, slavery and abolition is acknowledged as part of this national history. However, as far as this acknowledgement also integrates (part of) the history of Dutch people of Surinamese descent into the history of the Netherlands, this historical inclusion creates new detachments in the present as well. Is there a continuity with respect to the notion of cultural citizenship, between colonial Surinamese society and current public representations of a shared migration past in the Netherlands? What could be the value of historicizing this notion of cultural citizenship? This will be the leading question in this paper that will focus on legacies of slavery and indentured labour.

Cheryl Bolden
“Collective memory , Collective responsibility . Why it is important to include the youth in the conversation concerning the legacy of slavery.”

Coffee Break
Chair: Kwame Nimako

Hardy Frye
” Slavery Legacy and the Civil Rights and Black Power Movements,”

Rael Salley
“Exhibiting Memory: Visuality, Museums and Black Diaspora”

Lunch 13.00-14.00

Afternoon Session 14.15-17.00
Theme: Debate on social responsibility and wrestling with issues of public commemoration

Moderator: Léontine Meijer-van Mensch

Three key stakeholders can be indentified with regard to the preservation of heritage in general and intangible heritage in particular, i.e. the source community itself, local and national authorities, and (heritage) professionals. In the Netherlands, the debate on intangible heritage is rather recent. The UNESCO Convention of 2003 has stimulated discussion among professionals, but in a limited sense. The last few years, however, the topic has been addressed by politicians and as a consequence, intangible heritage became subject of a public debate. Much more than tangible heritage, intangible heritage became the focus point of a national debate on identity. This political instrumentalisation of (intangible) heritage by appropriation and rejection, introducing the dichotomy between ‘us’ and ‘them’ is clearly illustrated by the speech delivered by the Dutch politician Rita Verdonk in 2008. Is the memory of slavery still not perceived as an intrinsic part of Dutch society? What is the role of the heritage professional and the source community in this? Do on the one hand, professionals create meaning and visibility, but on the other hand, however, does professional involvement not tend to exclude source communities from the process of signification and appropriation?

Guest Participants:
Andrea Kieskamp
Wayne Modest
Stephen Small
Dmitri van den Bersselaar

17.00- Closing conversations over drinks on the terrace of the Vrije Universiteit

This event has been organised by the National Institute for the Study of the Dutch Slavery and its Legacy (NiNsee) in collaboration with the Vrije Universiteit.

To register for this event, please contact Amy Abdou at a.abdou@ninsee.nl

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter