blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Buiren Rob van

Boeli

V.l.n.r. Boeli van Leeuwen,.Chris Engels, Aletta Beaujon, W.F. Hermans, Cola Debrot, Elis Juliana.


door Ko van Geemert

Net las ik de ingezonden brief (25 november) van Rob van Buiren, onder de titel: ‘Nalatenschap Boeli niet naar Den Haag’. Hij schrijft: “Als een van de grote schrijvers van Curaçao, van de Nederlandse Antillen hoort de nalatenschap vanzelfsprekend op Curaçao thuis.” Zeker!

Er blijken ‘concrete stappen te worden ondernomen tot oprichting van een eigen Curaçaos literair museum’. In de afgelopen jaren waarin ik me verdiepte in de literatuur op en over het eiland stuitte ik niet op een dergelijk initiatief, maar blijkbaar heb ik iets gemist. Tot de komst van dit Curaçaos Literair Museum ben ik blij dat de nalatenschap van zo’n bijzondere, in het Nederlands schrijvende auteur in een mooi archief/museum terecht is gekomen, al is dat in Nederland.
Curaçao
[uit Amigoe, 26 november 2013]

Boeli (3)

Trudi Guda. Foto © Michiel van Kempen

door Trudi Martinus-Guda

Hierbij steun ik graag het initiatief van de heer Van Buiren en anderen om te komen tot een Letterkundig museum op Curaçao, waar de literaire nalatenschap van Boeli van Leeuwen geheel of gedeeltelijk kan worden ondergebracht. Uiteraard als zijn erfgenamen het hiermee eens zijn. Ik hoop wel dat de oprichting van een dergelijk museum een eind zal maken aan de bestaande literaire ‘apartheid’. Ik bedoel hiermee het onderscheid in bejegening tussen schrijvers wier werk een vermeend pro-Nederlands (Europees) karakter zou hebben en die men beschouwt als representanten van de Nederlandse groep c.q. Nederland op Curaçao, en diegenen wier werk een vermeend anti-Nederlands (Europees, what about Curaçaos?) uitgangspunt zou hebben, die beschouwd worden als representanten van een eigenzinnige niet-Nederlandse bevolking, en om die reden met negatieve reserve tegemoet worden getreden. Hiertoe behoren overigens ook niet-Nederlandse schrijvers wier werk wel binnen het gewenste perspectief valt, of wier werk bruikbaar is voor de Nederlandse politiek van het moment, hetgeen de bejegening toch positief kan beïnvloeden.

Met name Aart Broek die kennelijk bezig is, geheel volgens bovengenoemde gedachtelijn, de onverdeelde literaire nalatenschap van Van Leeuwen in het Nederlands Letterkundig Museum onder te brengen, houdt zich al jaren bezig met Nederlands-nationalistische verdeel-en-heers activiteiten binnen het Curaçaose literaire domein. Al dan niet aangestuurd/gesubsidieerd door politiek Den Haag.

Het huwelijk van Boeli van Leeuwen met
Dorothy Debrot in 1947, ingezegend door
ds Eldermans.
Uit Drie Curaçaose schrijvers in veelvoud.
Ik hoop daarom van harte dat het initiatief om te komen tot een Curaçaos Letterkundig museum zal slagen. We hebben immers al musea voor postzegels en munten! Wat de schrijvers zelf betreft is een dergelijke onderneming, denk ik, zeker oké. Als echtgenote van Frank Martinus Arion moet ik helaas melden dat het kopje koffie waar Boeli van Leeuwen Frank voor uitnodigde, niet is doorgegaan vanwege Boeli’s overlijden. Ik herinner me verder dat, nadat hij zich weer op Curaçao vestigde (begin jaren tachtig) Frank, om de Curaçaose schrijvers bij elkaar te brengen, een barbecue organiseerde bij ‘kluizenaar’ Tip Marugg thuis op Pannekoek. Deze ontmoeting werd het begin van regelmatig contact, voorheen niet bestaand, tussen Tip en Boeli van Leeuwen. Volgens mij zouden/zullen de schrijvers zelf het wel eens zijn met de oprichting van een neutraal, bonafide Letterkundig museum waar zowel werk van Boeli als van andere schrijvers, alsook informatie over hun literaire activiteiten, een permanent thuis zullen kunnen vinden. In het belang van Curaçao en van de literatuur.
[uit Amigoe, 27 november 2013]

Archief Boeli van Leeuwen

door Brede Kristensen
Kortgeleden stelde Robert van Buiren in een ingezonden stuk dat de literaire nalatenschap van Boeli van Leeuwen ‘vanzelfsprekend op Curaçao thuishoort’. Dat lijkt mij ook. Deze dagen heb ik gemerkt (mijn mailadres werd erbij vermeld) dat een onverwacht groot aantal mensen hierop instemmend via mail, telefoon en ingezonden stukken heeft gereageerd.
Geboortehuis van Boeli van Leeuwen, Casa Blanca, op Curaçao.
Foto C.H.A. Uit: Drie Curaçaose schrijvers in veelvoud.
Kennelijk leeft dit onder de mensen. Natuurlijk heeft de familie het volste recht ermee te doen wat ze wil en adviseurs en bemiddelaars in de arm te nemen die haar daarin willen bijstaan. Inmiddels begrijp ik dat ook Boeli zelf het geen slecht idee vond dat zijn literaire nalatenschap in het Letterkundig Museum van Den Haag zou worden gedeponeerd. Dat betekent echter niet dat het publiek er verder niets mee te maken heeft.
Ooit heeft Boeli besloten met zijn literaire werk naar buiten te treden. Zijn romans werden gepubliceerd, gelezen en gewaardeerd. Zo is hij een publieke figuur geworden, deel van de Curaçaose culturele en literaire historie. Een persoon waar Curaçao terecht trots op is. Zijn romans zijn tot op de dag van vandaag een bron van inspiratie, reflectie en bewustwording voor zeer veel mensen hier. Tegen die achtergrond is het ongewenst dat het archief van een zo belangrijk schrijver naar het buitenland verdwijnt.
Nota bene is Curaçao bezig iets aan ‘natievorming’ te doen. Curaçao moet alles in het werk stellen hier een eigen Letterkundig Museum op te richten dat aandacht schenkt aan de uitzonderlijk grote letterkundige productie van Curaçao met zijn 130.000 inwoners (Cola Debrot, Pierre Lauffer, Charles Corsen, Louis Daal, Tip Marugg, Boeli van Leeuwen, Elis Juliana en dan de vele schrijvers en dichters nog in leven) Dat bij gebrek aan een goed onderkomen het archief van Boeli van Leeuwen in bruikleen wordt gegeven aan een museum in Den Haag, is als tijdelijke oplossing oké.
Maar het is in het Curaçaose publieke belang dat duidelijke afspraken worden gemaakt dat het archief teruggaat naar Curaçao zodra het hier beheerd kan worden. Indien de familie en hun adviseurs het daarmee niet eens zijn, dan zij het zo. Op zijn beurt heeft het publiek het volste recht te laten weten dit zeer te betreuren en de familie te verzoeken het besluit nog eens kritisch onder de loep te nemen. Het argument van de adviseurs dat het archief in Nederland voor meer mensen toegankelijk is, slaat nergens op.
Klein Kwartier, Curaçao, 1929. Uiterst rechts in matrozenpakje Boeli.
Foto Japa Beaujon
Ook op Curaçao wonen mensen die het archief willen inzien en van Nederlanders, die massaal naar Curaçao reizen voor een straaltje zonlicht, mag verwacht worden dat ze die reis ook willen maken om zich door dit archief te laten voorlichten. Dan de vraag of alle archieven van in het Nederlands schrijvende auteurs in Nederland thuishoren. Dit argument riekt naar inhaligheid. Wat is het meest wezenlijk van waarde? Het werk en de persoon inhoudelijk gezien, of de taal waarin de persoon zich uitdrukt? Mij dunkt het eerste.
In Nederland is Boeli vrijwel onbekend. Hier is hij een begrip. Daarbij komt dat de geschiedenis van Curaçao moeilijk kan worden los gezien van het Nederlands dat eeuwenlang als belangrijke taal werd gesproken. Overigens denk ik dat het Letterkundig Museum in Den Haag begrip ervoor heeft dat de nalatenschap van een Curaçaos schrijver op Curaçao thuishoort. In Nederland wordt alles gedaan om archieven van bekende schilders en schrijvers vanuit het buitenland naar Nederland terug te halen. Ik neem aan dat niet met twee maten wordt gemeten.[uit Antilliaans Dagblad, 29 november 2013]

 

Nalatenschap Boeli niet naar Den Haag

door Rob van Buiren

Geschokt door het artikel ‘Nalatenschap Boelie naar Den Haag’ in de Amigoe van afgelopen zaterdag [klik hier op CU] wil ik reageren op het bizarre idee om Boelie’s manuscripten, typoscripten en dergelijke in Den Haag op te slaan.
Beeld van Boeli van Leeuwen door Cornelis Zitman
Mijn reactie is die van een bewonderaar en genieter van Boelie’s boeken en essays. Maar tegelijkertijd die van een gesprekspartner van Boelie begin jaren tachtig en eind jaren negentig en begin jaren 2000.
Wij spraken af en toe over literatuur, over de Bijbel, over theologische vragen en over de diepste levensvragen waarmee je in Boelie’s boeken wordt geconfronteerd. Op literair gebied was Boelie zeker mijn meerdere; over theologische vragen kon ik met hem spreken als ware ook hij – zoals ik – theoloog. Voor mij waren die gesprekken altijd verrassend en uitdagend.
Als één van de grote schrijvers van Curaçao, van de Nederlandse Antillen hoort de nalatenschap van Boelie vanzelfsprekend op Curaçao thuis. In dit verband is het goed om te zeggen dat er op Curaçao ideeën/plannen bestaan voor de stichting van een bescheiden letterkundig museum. Zo’n museum zou gemakkelijk gevuld kunnen worden met veel waardevol materiaal. Ik hoop van harte dat binnen afzienbare tijd deze plannen gerealiseerd kunnen worden.
‘Nalatenschap Boelie naar Den Haag’: het artikel maakt niet goed helder welke afspraken met de familie van Boelie gemaakt zijn. Wel wordt duidelijk dat er door de familie niet gedacht is aan permanente overheveling van Boelie’s nalatenschap naar Den Haag. Evenmin blijkt de familie op de hoogte te zijn van het ‘heugelijke’ feit van de viering op 15 december in Den Haag, voor welke viering de familie ook niet blijkt uitgenodigd te zijn.
Hoe het ook gegaan is in de contacten tussen de familie en de heren Aart Broek en Klaas de Groot: van beide heren mag verwacht worden dat zijzelf de overheveling van Boelie’s nalatenschap naar Den Haag als ongewenst en bizar hadden onderkend. Wie kan er van mening zijn dat de nalatenschap van Curaçaose en/of Antilliaanse schrijvers niet op Curaçao en/of de Antillen thuis horen?
Aart Broek en Klaas de Groot
Deze reactie – waar meerdere mensen op Curaçao reeds achter staan – is dan ook bedoeld om beide heren ervan te overtuigen dat hun plan van overheveling bizar en absoluut ongewenst is: “Heren, laat dit ongepaste plan vallen en gun Curaçao de nalatenschap van eigen schrijvers!”
Velen in onze Curaçaose gemeenschap zullen de aangekondigde overheveling zeker niet wensen.
Het zou goed zijn als meerdere mensen op Curaçao bekend zouden maken dat ook zij willen dat er van dit bizarre, ongepaste plan wordt afgezien en dat er concrete stappen worden ondernomen tot oprichting van een eigen Curaçaos literair museum. Mocht u uw instemming met deze reactie kenbaar willen maken, doet u dat dan alstublieft per e-mail aan de volgende adressen: buiren39@gmail.com en bredekristensen@yahoo.com.
[uit Amigoe, 25 november 2013]
Het valt de redactie van dit blog op dat de heer Van Buiren de naam van de door hem bewonderde Boeli van Leeuwen consequent fout schrijft

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter