blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Brokken Jan

Eric de Brabander presenteerde vijfde roman

Op vrijdag 30 november 2018  hield Eric de Brander zijn vijfde roman, De Vergankelijkheid der Dingen, ten doop in het Amsterdamse Pinto-huis aan de Sint Antoniebreestraat. Feestspreker was Ko van Geemert. Voorafgaand presenteerde Sidney Joubert de Engelstalige editie van Nilda Pinto’s Nanzi-vertellingen en bood het boek aan nazaten van Nilda Pinto aan. De belangstelling was zo groot dat vanavond, zaterdag 1 december, nogmaals een presentatie op dezelfde plek plaatsvindt, nu met Jan Brokken en Bob Pinedo. Een beeldverslag van Michiel van Kempen. read on…

Presentatie De rechtvaardigen

door Eric de Brabander

Afgelopen donderdag vond in het voormalige gebouw van de Nederlandsche Handelsmaatschappij aan de Vijzelstraat in Amsterdam de spetterende boekpresentatie plaats van De rechtvaardigen, het nieuwste boek van Jan Brokken. De in Nederland gevierde auteur Geert Mak verzorgde de boekbespreking. read on…

De Engel van Curaçao: Consul kreeg reprimande voor redden duizenden Joden

Jan Zwartendijk, tijdens de Tweede Wereldoorlog de Nederlandse consul in Litouwen, heeft destijds voor het redden van duizenden Joden een reprimande gekregen van het Buitenlandse Zaken. read on…

Ach Joost, waarom juist jij

door Jan Brokken

Geschokt en verschrikkelijk verdrietig door het plotselinge overlijden van Joost Karhof. In de bloei van zijn leven, op de toppen van zijn journalistieke kunnen. Hij heeft me vaak geinterviewd. Op een gegeven moment leek het wel traditie dat ik bij ieder nieuw boek in Kunststof zat. read on…

Antilliaanse klassieke muziek

Op zondagmiddag 17 april 2016 gaven schrijver Jan Brokken, auteur van Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin, en pianist Gustavo Corrales een lezing-concert in Het Veem in Amsterdam, met pianowerk van Caraïbische en Latijns-Amerikaanse componisten. Een kleine foto-impressie van dit Toets des Tijds-concert. read on…

Van Cuba naar Curaçao, Caracas en Aruba

Schrijver Jan Brokken’s warme ode aan Antilliaanse muziek, zijn boek Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin bestaat al sinds 2005. De aan het boek verbonden traditie lezing-concert bestaat al bijna net zo lang: het wordt al zo’n 10 jaar met diverse pianisten uitgevoerd, onder andere met Randal Corsen en Marcel Worms.

Salon Toets Des Tijds in Amsterdam vond het een mooi idee om het lezing-concert van 10 jaar geleden nu op zondag 17 april in een ander jasje te herhalen. Het uitnodigen van concertpianist Gustavo Corrales Romero lag – gezien zijn specialisatie in Latijns-Amerikaanse muziek – voor de hand, zeker gezien zijn voorgaande succesvolle optredens bij Toets Des Tijds. Hij trad er in 2010 op in een gecombineerd concert met de Cubaanse jazz pianist Ramón Valle en vorig jaar nog in het kader van het Cuba Goes Tap project van Keyla Orozco. read on…

The Music of the Netherlands Antilles

In October 1999, eleven Antilleans attended the service held to commemorate the 150th anniversary of Frédéric Chopin’s death. This service, held in the Warsaw church where the composer’s heart is kept in an urn, was an opportunity for these Antilleans to express their debt of gratitude to Chopin, whose influence is central to Antillean music history. Press coverage of this event caused Dutch novelist and author Jan Brokken to start writing this book, based on notes he took while living on Curaçao from 1993 to 2002. read on…

Dushi Willemstad van Ko van Geemert

door Eric de Brabander

Recent las ik een blog van de auteur van het boek Het Einde van de Antillen, van Freek van Beetz. Van Beetz was tot 2010 adviseur van de regering van de Nederlandse Antillen. De uitgever van het boek van van Beetz had een recensie-exemplaar gestuurd naar de Nederlandse kwaliteitskrant het NRC. Het boek werd door de redactie teruggestuurd met de vermelding dat de politieke geschiedenis die samenhing met de ontmanteling der Antillen niet direct het interessegebied was van de lezers van het NRC. De volgende dag stond er een uitgebreid en diepgaand artikel in het NRC over vermeende corruptie op Bonaire en de afluisterpraktijken van Nederland. Het artikel ‘illegale spionage op Bonaire’ verscheen in de editie van 21 november. Klaarblijkelijk lag deze corruptie wel binnen het genoemde interessegebied van de NRC-lezers, meende van Beetz.

Hij noemt de gedragslijn van de Nederlandse media wat betreft de voormalige Antillen hardnekkig. De interesse gaat niet verder dan moord, doodslag en corruptie op onze eilanden. Afstand nemen van ingesleten beeldvorming vraagt kennelijk teveel, zo gaat van Beetz door. Teveel tijd, teveel energie, teveel inlevingsvermogen. Het steekt de eilandbewoners terecht als van de eilanden afkomstige succesvolle sportlieden steevast als ‘Nederlanders’ worden geprezen en criminelen het etiket ‘Antilliaan’ krijgen opgespeld. Met de literatuur is het niet veel anders.

Tip Marugg

Zo kreeg een in Nederland wonend neefje van een patiënt van mij het idee om een scriptie te schrijven voor het VWO- eindexamen Nederlands over de schrijver Tip Marugg. De Nederlandse leraar reageerde geïrriteerd. De Antillen, daar komen toch alleen streekromans vandaan, zei hij. Het neefje zette door en de leraar was groots genoeg zijn gebrek aan kennis toe te geven en beloofde de boeken van onze grote schrijvers te gaan lezen. Voor mij behoren Tip Marugg en Boeli van Leeuwen tot de groten der Nederlandse literatuur. Zij horen thuis in het rijtje Harry Mulisch, Willem Frederik Hermans, Louis Couperus, Karel van den Woestijne en Hugo Claus, om er maar een paar te noemen.

De enige die voor het Europees Nederlandse publiek doorgebroken is, is Frank Martinus Arion. En maar met een enkel boek, Dubbelspel. Dubbelspel heeft alle karakteristieken van een streekroman, een uiterst vernuftige streekroman. Het boek geeft de Europese Nederlander inzicht in het denken van de tropische koninkrijksgenoot, het lezen van het boek geeft de Hollander houvast in onze maatschappij. Denkt hij. Want Dubbelspel ontleent niet alleen de titel aan het op Curaçao populaire dominospel. Het is de dubbele gelaagdheid, die de niet ingewijde gemakkelijk mist. Zonder dat het deert want het ingenieuze van het boek is dat het op twee manieren leesbaar is. Het verhaal zelf is boeiend genoeg, ook als de intrinsieke boodschap niet begrepen wordt.

Jan Brokken schreef een aantal jaren geleden het boek Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin.Voor dit cultuurhistorische werk had Brokken tien jaar lang onderzoek gedaan. Op virtuoze wijze beschrijft hij in dit boek de historie van de Antilliaanse muziek. Muziekminnend Nederland was verbaasd. Antilliaanse muziek, dat was toch oorverdovend negergeroffel op olievaten, geblaas op koeienhoorns en gerinkel met hoefijzers. Daar hoorden folkloristische dansen bij, uitgevoerd door mannen gehuld in meelzakken en vrouwen in fleurige jurken.

Brokken legde het verband tussen de culturen, de smeltkroes, die Curaçao al vijf eeuwen is en de muziek die deze heeft voortgebracht. Hij zorgde ervoor dat de Hollanders aan de overkant van de oceaan een inkijkje hadden in de veelzijdige historie van de Antilliaanse muziek en haar componisten. Holland reageerde eerst verbaasd en direct daarna enthousiast. Klaarblijkelijk hebben we een Hollander nodig om aspecten van onze onderbelichte cultuur naar Europa te brengen.

En nu maken we kennis met Ko van Geemert. Het boek van Van Geemert is een wandeltocht door het Willemstad van vroeger. Al lopende door de straten van Punda en Otrobanda vertelt van Geemert over de geschiedenis van de Curaçaose literatuur en laat daarbij geen auteur, de bekende als ook de minder bekende, onbesproken. In het boek Dushi Willemstad wordt niet alleen Curaçaose literatuur besproken, maar komt ook de culturele en sociale structuur van het eiland aan bod, met al zijn dilemma’s en de voor de buitenstaander moeilijk te doorgronden verhoudingen. Het boek is een zeer uitgebreide feitenverzameling. Van Geemert is erin geslaagd dit materiaal zodanig samen te stellen dat het boek eenvoudig leesbaar is, en de verhaallijn voelbaar blijft, als ware het een roman. De uitgever Bas Lubberhuizen is samen met van Geemert en zijn echtgenote, en een aantal literatuurminnende Nederlanders afgereisd naar Curaçao om het boek te presenteren. Deze presentatie vond in Avila plaats, waar de geest van Boeli van Leeuwen nog voelbaar is. De eigenaar van Hotel Avila, de Deen Nic Moller, was een intieme vriend van Boeli van Leeuwen en heeft aan het boek Dushi Willemstad een bijdrage geleverd over Boeli. Anderen die aan het boek hebben bijgedragen zijn Lucille Berry, Carel de Haseth, Jan Brokken en Wim Rutgers.

Lucille Berry-Haseth. Foto © Aart G. Broek

Op de kaft prijkt een prachtige foto van het Avila van vroeger. Mijn goede vriend Chris Winkel herkende direct zijn opa Gungu Maal op de achtergrond, de zonderlinge oogarts die het gebouw in de Penstraat kocht om er een oogkliniek van te maken, maar die er na zijn pensionering een pier voor liet storten en het hoofdgebouw omtoverde tot een een guesthouse. Het boek zelf is geïllustreerd met talloze foto’s, van de auteurs waarvan velen allang op het kerkhof, van historische momenten, van gebouwen.

Caribisch-Nederlandse literatuur kreeg in Nederland zelf nooit de aandacht die ze verdiende, net zomin als Caribische muziek. Veel van het schrijfwerk is door de auteurs zelf uitgegeven daar het door onze kleinschaligheid vrijwel onmogelijk is om met een locale uitgeverij een boterham te verdienen. In Nederland zijn er maar enkele uitgeverijen die een fonds hebben voor Caribische literatuur. Uitgeverij Conserve in Amsterdam, In de Knipscheer in Haarlem, en nu dus de uitgever Bas Lubberhuizen die met eigen ogen heeft kunnen aanschouwen dat er op Curaçao meer is dan in de Nederlandse mist gezien wordt.
Van Geemert schreef eerder de literaire stedengids Paramaribo Brasa!. Ook publiceerde hij Amsterdam en zijn schrijvers, Het einde. Wandelen rond eindhaltes van de tram in Amsterdam, en Dum Vivimus Vivamus, over de gelijknamige serie schilderijen van zijn zwager Jeroen Krabbé, welke laatste ook geen onbekende op ons eiland is.
Het boek Dushi Willemstad van Ko van Geemert is naar mijn mening nu al een historisch document. Omdat het van Geemert gelukt is om in een enkel geschrift de geschiedenis vast te leggen van 150 jaar Curaçaose literatuurgeschiedenis. Ik mag hopen dat dit boek veelvuldig uit bibliotheken geleend zal worden, op scholen zijn weg vindt, gaat dienen als studiemateriaal voor scripties Nederlands maar ook dat u het onder de kerstboom gaat vinden.

[Ontleend aan Antilliaans Dagblad, 17 december 2013, pp. 14-5.]

Een ijsje met dubbel slagroom

door Ezra de Haan

Zeedrift is een verhalenbundel zoals alleen Jan Brokken die schrijven kan. Met oog voor detail heeft hij ieder verhaal in het boek onder handen genomen. Juist die kleine veranderingen maken ze helemaal af. Het verschil tussen de vorige versie en die in Zeedrift kent alleen de auteur. In zijn verantwoording lees je waarvoor hij het schreef en wanneer het herschreven is. Soms zijn wat retouches voldoende of wordt het juist geheel herzien, dan weer vraagt het verhaal om een uitbreiding, verkorten kan ook, en slechts een enkele keer lees je de definitieve versie.

Brokken wil het verhaal schrijven dat helemaal af is. Perfect, zoals het bureautje van de ss Rotterdam in zijn verhaal ‘Het droomschip’ had moeten zijn:

‘In de erker van zijn huis stond een bureautje van licht mahoniehout. Het had in de tweedeklashut van het ss Rotterdam moeten komen, maar tijdens het installeren was een hoekje van het blad afgebroken. Alles aan boord van het schip moest perfect zijn; het bureautje was bij de laatste inspectie afgekeurd. De scheepstimmerman had het mogen meenemen.’

In zijn verhalen neemt Jan Brokken je mee. Even mag je ontdekkingsreiziger zijn. Met zijn ogen bekijk je Egypte in het voorjaar van ’74, zie en hoor je het concert dat Padú Lampe op zevenentachtig jarige leeftijd op Aruba gaf en ontmoet je Gabriel García Márquez. De manier waarop hij vertelt zou je bijna lichtvoetig noemen. Het leest immers heerlijk. En juist daaraan herken je de goede verhalenschrijver. Brokken grossiert in goede zinnen maar loopt er niet mee te koop. Ik zal wat voorbeelden daarvan geven. Al voelt het als het slopen van wat planken uit een naadloos in visgraat gelegd parket. De schrijver ging het immers om het componeren van het verhaal en dat valt hier weg…
‘Het zand en het scherpe licht deden mijn vader aan de Rode Zee denken, een langgerekte zee die zich aan beide uiteinden tot een flessenhals vernauwt.’ ‘Een Arubaanse neemt nooit een halve maatregel: als ze iemand met een bezoek vereert, dost ze zich uit alsof ze taartjes gaat eten in een winters Parijs.’ ‘Iemand die op het uur van de zonsondergang door melancholie wordt overvallen, die als de Curaçaose dichter Joseph Sickman Corsen vreest dat hij tegelijk met de zon zal ondergaan, kan twee uur later uitbundig feesten, juist omdat hij doordrongen is van het nabije vertrek.’

Mooie zinnen die deel van een compositie uitmaken. Het is niet verbazingwekkend dat juist een schrijver met een goed oor voor muziek zich daarmee bezig houdt. Jan Brokken weet van kleine anekdotes grote verhalen te maken. In ‘De Turkse knoop’, een verhaal van vijftien pagina’s, laat hij zijn eigen ervaring op zee voorafgaan door spookachtige nieuwsberichten over schepen die zonder reden vergingen en op klaarlichte dag verdwenen. Het is een truc die voor spanning zorgt, een truc die werkt. Haast het omgekeerde doet hij in ‘Crusoe en Co’, een essay over Robinson Crusoe. Hier begint een met Boudewijn Büchiaans plezier geschreven epistel met een overnachting op een onbewoond eiland. Jan Brokken strandt met zijn buurman, een visser, op een van de Aveseilanden als die uit vrees voor een tropische storm een nauwelijks begroeid koraaleiland verkiest boven de vijf meter hoge golven. Amper vier bladzijden heeft hij nodig voor het etmaal op zijn onbewoonde eiland. Dat is genoeg om de lezer op het puntje van zijn stoel te krijgen en hem vervolgens mee te voeren naar de oorsprong van de Robinson Crusoe-verhalen. En op deze manier voel je mee met de ‘ware’ historische verhalen die Brokken vervolgens met verve weet te vertellen.

Niet voor niets draagt de verhalenbundel de titel Zeedrift, het gelijknamige verhaal is een voorbeeld van vertelkunst. Het begint met een beschrijving van de noordkust van Curaçao. Dan komt de Sint-Jorisbaai in zicht en alles wat daar aanspoelt. Brokken schrijft: ‘Vuil of zeedrift. Ik houd van dat woord. “Strandvondst” is mij te nuchter, bij “zeedrift” zie ik een boze zee voor me en schepen die hun lading verliezen.’ Vervolgens bezoekt hij de begraafplaats bij het dorpje Soto om daar het Russisch-orthodoxe graf van Serge Alexenko te zien. Het groene graf met uivormig ornament en Byzantijns kruis verheft zich boven alle witte huisjes. Het intrigeert Brokken: een in de tropen verdwaalde Rus.

Het verhaal dat volgt beschrijft die bevlogen Rus, een beeldhouwer en architect die ervoor zorgde dat diverse monumenten van Curaçao behouden bleven. De landhuizen Jan Kock, Ascensión, Cas Abao en Girouette waren er zonder zijn inzet en kennis niet meer geweest. Met het verhaal schrijft Brokken een monument voor Serge Alexenko. Uit flarden van verhalen en herinneringen probeert hij de man te reconstrueren. En dat lukt hem. Iedere anekdote vult een hiaat van de puzzel waarvan helaas al teveel stukjes verloren zijn gegaan. Dan krijgt hij bezoek van een vrouw die hem, naar aanleiding van zijn artikel over Alexenko, een vraagt stelt. ‘U houdt toch van meneer Alexenko?’ Met de schrijver stel je jezelf meteen de vraag of je van iemand kunt houden die je nooit hebt gekend.

Brokken bewijst dat dit mogelijk is. Het levert hem een foto van Alexenko op, de enige foto wellicht, die hij later bij een verhuizing kwijtraakt. De foto is verdwenen als zeedrift door springtij. En daarmee is het verhaal rond, een verhaal over Alexenko maar ook over al die andere aangespoelde en weer meegenomen bewoners van het eiland. De mensen die in het verhaal ‘Willemstad’ ook al zo goed werden neergezet in de passage: ‘…bedacht ik dat voor iedereen in het Caribisch gebied de geschiedenis met verlies is begonnen. Verlies van vrijheid. Verlies van de vertrouwde omgeving. …voor wie de emigratie naar Curaçao de enige mogelijkheid was om te overleven. Verlies. Misschien is dat wel de belangrijkste oorzaak van de Caribische melancholie.’

Nog zo’n geschreven monument is het verhaal ‘Het droomschip’. Hierin brengt de auteur zijn vader weer tot leven en met hem de jaren vijftig in Rotterdam. Zonder ook maar een moment sentimenteel te worden geeft hij vorm aan zijn jeugdjaren. Hoe hij met zijn vader op een brommer naar de monding van de Eerste Petroleumhaven reed en daar samen met hem naar de voorbijvarende schepen keek. De tewaterlating van de ss Rotterdam brengt de hoop die Rotterdam kreeg fantastisch in kaart. De beschrijving is een ooggetuigenverslag dat op je inwerkt alsof je een film te zien krijgt. Je leest niet langer, je ziet het voor je. Het is de grandeur van de tuttigheid, je ziet de burgerman en arbeider van die dagen juichend fietsen en brommen, het is een Polygoonjournaal in woorden. Brokken bereikt hier eigenlijk iets wat niet mogelijk is.

‘Voor de ouderen, zoals mijn vader, was het schip een pleister op de wond die het bombardement in het centrum van Rotterdam had geslagen; de reden misschien waarom het schip boven de grijze romp geheel wit was, als een vredesduif. De Rotterdam was de toekomst, de voorspoed die ons allen in de jaren zestig zou wachten, de moderniteit. Nogmaals, ik kon dat op de dijk van Maassluis naar Hoek van Holland nog niet benoemen, maar ik zag de glunder op de gezichten.
Geen van de mannen die daar reden, in een leren bromfietsjas, met een zwarte pet op het hoofd en een sjekkie tussen de lippen, kon vermoeden dat de roem van het schip een kortstondige zou zijn.’

Absoluut hoogtepunt in dit verhaal is voor mij de volgende passage:

‘Op de pier van Hoek van Holland zagen we het, zonder sleepboten, helemaal frank en vrij, in de mist verdwijnen. Het was alsof we insliepen na een magistrale droom. Mijn vader trakteerde me op een ijsje met dubbel slagroom.’

Hier zit alles in: de melancholie, de verloren jeugd, het mystieke van dat enorme droomschip en het geluksgevoel dat vader en zoon gekend moeten hebben tijdens het kijken naar schepen dat in de metafoor ‘een ijsje met dubbel slagroom’ vorm krijgt.

Zeedrift is een voorbeeldige verhalenbundel, Jan Brokken op zijn best.

 

222 pagina’s | Amstel Uitgevers | oktober 2009

prijs € 19,90

[Bron Literatuurplein.nl]

Een muzikale trip anno 2010

door Nico Eigenhuis

Amsterdam, Brussel, Oranjestad, Paramaribo

Brazilian jamsessies (Amsterdam april 2010)
Door de Surinaamse pianiste Ferial Karamat Ali wordt in de Amsterdamse Badcuyp (bij de Albert Cuyp) een wekelijkse jamsessie geleid met steeds wisselende muzikanten als Robert Sordam (zang en toetsen), Glenn Gaddum jr (bas) en Walther Muringen (drums). De sessies bieden jonge muzikanten als zangeres Urcy Miranda de gelegenheid zich ter plaatse te presenteren. Voor wie belangstelling heeft: de sessies starten woensdags om 20.30 uur.

Paramaribop Rejuvenated (Amsterdam mei 2010)

Paramaribop is een Surinaamse jazz-variant met invloeden van o.a. de kaseko-muziek. Op 21 mei 2010 presenteerde Paramaribop grondlegger Pablo Nahar (bas) zijn nieuwe band “Paramaribop rejuvenated” in het Bijlmerparktheater. De band bestaat naast Pablo uit de jonkies Yoran Vroom (drums), Danny van Kessel (piano), Randell Heye (trompet) en Tim West (sax). Gasten die avond waren zangeres Denise Jannah en fluitist Ronald Snijders. In de zaal zaten o.a. Vincent Henar en Robin van Geerke van de band Frafra sound, die er getuige van waren dat het Paramaribop-virus een nieuwe generatie muzikanten heeft bereikt.

Bon Voyage (Brussel mei 2010)
Het is geen toeval dat in Brussel de film White material draait over een blanke plantagehoudster (Isabelle Huppert), en dat gelijktijdig de Congolese zanger Sam Mangwana optreedt in het Amsterdamse Tropeninstituut; 50 jaar onafhankelijk Congo leidt namelijk tot de nodige activiteiten. De CD Bon voyage die ik bij de Media Markt in Brussel koop is van het Ry-co label; het bevat opnamen van Congolese Rumba/Soukous muzikanten die eind jaren zestig in het Caribisch gebied actief waren en daar de huidige Zouk introduceerden. Anno 2010 is er wel meer kruisbestuiving op muzikaal gebied , bijvoorbeeld in de Champeta, een mix van Soukous met Colombiaanse stijlen als Cumbia en Vallenato.

Padu Lampe (Aruba juni 2010)
De Arubaanse pianist Padu Lampe, ook wel bekend als Padu del Caribe werd 26 april 2010 maar liefst 90 jaar, reden om zijn hele straat af te zetten in verband met de feestelijkheden. Padu heeft een interessant levensverhaal en speelde met alle muzikale grootheden uit de regio. Hedentendage is hij een inspiratiebron voor een nieuwe generatie Antilliaanse muzikanten, zoals bijvoorbeeld de Curaçaose pianist Randal Corsen.

Chopin (Aruba juni 2010)
Jan Brokken schreef het boek (met CD) Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin. Ik zou zeggen koop het boek, lees het en geniet daarbij van de tijdloze muziek van o.a. Wim Statius Muller een toppianist van 84 jaar waarover een dezer dagen een documentaire verschijnt. Overigens is Chopin thans ook een inspiratiebron voor de Surinaamse pianiste/zangeres Lisibeti (Liesbeth Peroti) die zijn Prelude speelt op haar intrigerende CD Sounds of my soul.

Euson (Aruba juni 2010)
Door Matthijs van Nieuwkerk en Leo Blokhuis is van de zoetgevooisde Arubaan Euson een cultheld gemaakt, tijdens de zogenaamde Nacht van de Nederpop. Deze in de jaren zeventig actieve zanger scoorde hits als bijvoorbeeld Leon en gaf Joni Mitchell’s Both side now een ultieme uitvoering. Wie nog eens naar zijn muziek luistert kan Matthijs en Leo wel begrijpen.

Surinaamse Rock (Aruba juni 2010)
Een aparte ontmoeting op Aruba is die met de aldaar woonachtige Surinaamse gitarist Ricardo Tjon Man Tsoi. Hij heeft als onverwachte muzikale helden gitaargrootheden als Yngwie Malmsteen en Pat Metheny. De band waar Ricardo kwa stijl wellicht het best bij past is de Surinaamse rockband Apoplectic met zangeres Audrey Bakrude. Apoplectic speelde in Paramaribo als voorprogramma bij de Nederlandse band De Dijk.

Partybus (Aruba 2010)
Naar aanleiding van het superromantische huwelijk van nichtje Naomi met haar Paul stappen we in de Kunuku Partybus (iets soortgelijks is er inmiddels trouwens ook in Suriname). Lekker meebrullen met hits als Tonight’s gonna be a good night, Who let the dogs out en I love rock and roll levert ons een aanhouding op van de politie te fiets. Lachend verzoeken ze ons harder te zingen en meer te schudden met de maracas. Dat het er heftig aan toe kan gaan is ook op youtube te zien, check daarvoor de videos op “Kukoo Kunuku Party Bus”.

Branti Maka (Aruba juni 2010)
Het optreden van de Surinaams/Javaanse band Branti Maki is een mooie voorbereiding op de vervolgtrip naar Suriname. Ik vraag ze om Ragmad Amatstam’s Mi lobi Sranan te spelen, hetgeen ze uiteraard feilloos doen. Al jaren zijn op de Antillen Surinaamse muzikanten te vinden, een van de succesvolste was/is Hortance Sarmaat.

Izaline (Aruba juni 2010)
Op de luchthaven van Aruba staat Izaline Calister met haar band. Ze heeft een optreden verzorgd in het Casa di cultura. Izaline heeft inmiddels 5 CD’s op haar naam en had op de Antillen een nummer 1 hit. Met haar bespreek ik de beperkte beschikbaarheid van CD’s van mensen als Oswin Chin Behilia, Doble R., Edgar Palm en Rudy Plaate. Gelukkig is het werk uit de jaren vijftig in goede handen bij muziekrestaurateur Tim de Wolf (foto links). Hij verzamelde het nodige prachtige werk op de CD Riba Dempel.

Mi kondre tru (Paramaribo juni 2010)
Naast Trefosa’s (Henny de Ziel) officiële volkslied Opo kondreman is er het lied Mi kondre tru (mijn ware land) van de Surinaamse klassieke pianist Johannes Nicolaas Helstone (foto rechts). Jarenlang heb ik geklaagd dat dit lied op geen enkele CD is te vinden, dit bleek ten onrechte te zijn. In 2004 bracht de jazz-pianist Sonny Khoebal het al uit onder de titel Na bun fu yu.

Time Out (Paramaribo juni 2010)
Nog altijd speelt vrijdagsavonds – m.u.v. de laatste vrijdag van de maand – in cafe Rumors bij Krasnapolski de band Time Out een sessie onder leiding van gitarist Jim Westfa. Zoals te doen gebruikelijk kan ik de verleiding niet weerstaan om wat liedjes te zingen. Dit keer zijn het Mi kanto en Poenta. Het levert me in dit geval zelfs een lokale fan op. Hij vindt het echt leuk wat ik doe, en ik vraag me even af of het al tijd wordt om eens iets uit te brengen (maakt u zich geen zorgen).

Owru Poku Man (Paramaribo juni 2010)
Met Carline als sponsor en Henk van Vliet als presentator worden de oude Surinaamse muzikanten in het zonnetje gezet. Muziekdocumentaires over en optredens van mensen als Oscar Harris, Max Nijman en de 86 jarige Johnny de Miranda trekken de nodige bezoekers en leveren veel enthousiasme op.

Pop java (Paramaribo juni 2010)
Door Podiumkwakoe werd eens een middag georganiseerd met de belangrijkste Javaans-Surinaamse zangers, Ragmad Amatstam, Eddy Assan en Oesje. Ze bekenden eerlijk destijds een popvariant te hebben geïntroduceerd om in Suriname een groter publiek aan te spreken. Ze kunnen in Suriname inmiddels niet meer gewoon over straat, maar door alle originele kopieën heeft het ze weinig geld opgeleverd. De band Kasimex zien we in de Wilhelminastraat een succesvol optreden verzorgen tijdens vaderdag. Het levert mij de lastige vraag op waar het lied Rosina toch vandaan komt.

Henk MacDonald & Friends(Paramaribo juni 2010)
Surinames muzikaalste dokter komt mij bij aankomst en vertrek op mijn logeeradres opzoeken. Ik bezoek uiteraard zijn optredens op de laatste woensdag van de maand bij Torarica en laatste vrijdag van de maand bij Rumors (hij neemt dan de plek in van vaste band Time Out). Belangrijke troef in zijn band is zanger Rudolf Heidanus, die moeiteloos liedjes als Tell it like it is en How can you mend a broken heart vertolkt.

Fete de la Musique (Paramaribo juni 2010)
Jaarlijks wordt ook in Suriname het Franse muziekfeest Fete de la Musique gehouden. Speciaal daarvoor worden Frans-Guyanese bands ingevlogen en de binnenstad afgezet. Ik zie in dit verband o.a. de lokale Jantje Smit Damaru en Suriname’s top-band Naks Kaseko Loko.

Majoie Hajary (Amsterdam juli 2010)
Na mijn vakantie ontvang ik thuis van het IISG een exemplaar van het werk Le passion selon Judas van de nu 89 (?) jarige Majoie Hajary. Hoewel het wat piept en kraakt ben ik dolgelukkig dat ik dit werk ontvang van deze nu ook in Suriname alom erkende pianiste. Haar muzikale erfgoed is bij Liesbeth Peroti in goede handen. Naast de tribute-avond in Thalia zorgt ze eerstdaags ook voor een muziekbundel rond Majoie’s werk Da Pinawiki.

De culturele oogst:
1. CD Padu del Caribe (Padu Lampe)-Receurdonan Stima bij CD’s & more Aruba
2. CD Euson – the best of bij Disco Amigo Paramaribo
3. CD Lisibeti (Liesbeth Peroti – foto links) – Sounds of my Soul bij Virolastraat 63 Par’bo
4. CD Eddy Assan en Silvy bij Javaanse markt Par’bo
5. CD Oesje – the best of bij Javaanse markt Par’bo
6. CD Sonny Khoeblal – Wings of Peace bij Faranaz HermitageMall Par’bo
7. CD Man Tosi (Ricardo Tjon Man Tsoi) op Aruba
8. DVD Spokendansen en Land te koop (revisited2010) bij Apintie Par’bo
9. Boek Het Kamp van Broos en Kaliko (over Roorak) bij Vaco Par’bo
10. CD Majoie Hajary – Le passion selon Judas bij IISG Amsterdam
11. CD Bon Voyage bij Media Markt Brussel

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter