blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Brand Twan van den

De tekenaar van het strafkamp

Rolf Breier (1923-2015) kwam als 16-jarige terecht in gevangenkamp ‘Jodensavanne’ in Suriname. Vier jaar zat hij vast in de jungle zonder iets te hebben misdaan.

door Twan van den Brand

Op 7 augustus 1946 arriveert een schip met 138 gevangenen uit Suriname in de haven van IJmuiden. Hun komst veroorzaakt grote onrust, zo blijkt uit een telegram met het stempel ‘zeer geheim’ van een medewerker van de militaire inlichtingendienst: „Ik meen nauwelijks meer behoeven op te merken, dat het loslaten van het asociale schuim van de vooroorlogsche Indische maatschappij in Nederland, (…) hier te lande een groot gevaar oplevert”. read on…

Strafkolonie Jodensavanne

Eten koken onder bewaking in Jodensavanne.
Tekening uit besproken boek.

door Christine F. Samsom

De journalist Twan van den Brand schreef na veel speurwerk De Strafkolonie, Een Nederlands concentratiekamp in Suriname 1942-1946. Vanaf 1994 circuleerde al het boek De Groene Hel van A.G. Besier die zich als advocaat het lot van de in Nederlands-Indië gevangen genomen ‘NSB-ers’ aantrok. Besier had al vastgesteld dat veel gevangenen weliswaar lid waren (geweest) van de pro-Duitse NSB, maar dat die beweging in Indië niet verboden was. Veel andere gevangenen waren op grond van hun linkse, antikolonialistische sympathieën of zelfs vanwege een door hun buren opgevangen ongelukkige uitspraak, opgepakt. Toen de Japanners Nederlands-Indië dreigden aan te vallen, werden 146 gearresteerden na overleg met de strenge gouverneur Kielstra, met de boot overgebracht naar Suriname. In een speciaal voor dat doel gebouwd kamp bij Jodensavanne, onder een zeer streng regiem en zonder vorm van proces, moesten ze daar dwangarbeid verrichten. Acht overleefden het niet: ze stierven na een hongerstaking, of aan ziekte en ontbering. Twee mannen, Raedt van Oldenbarnevelt en Van Poelje, werden in Fort Zeelandia ‘op de vlucht’ doodgeschoten. Op 5 mei 1945 kregen de overgebleven 138 gevangenen te horen dat Nederland bevrijd was, maar zij werden pas op 15 juli 1946, ruim een jaar later, vrijgelaten.

 

In het boek van Van den Brand, dat trouwens voorzien is van prachtige tekeningen van de hand van de pas achttien jaar oude gevangene Rolf Breier, worden vier overlevenden geïnterviewd, evenals andere betrokkenen zoals een aantal bewakers, onder wie de bekende, in 2010 overleden sportman en -verslaggever Guno Hoen, die destijds bij de Schutterij diende. De Surinaamse gemeenschap sympathiseerde duidelijk met de gevangenen. Van den Brand heeft ook uitgebreid archiefonderzoek gedaan, waardoor een interessant stuk geschiedenis van Suriname wordt prijsgegeven. Nederland heeft na veel pogingen om de zaak in de doofpot te stoppen (dat gebeurt niet alleen in Suriname!) uiteindelijk via Joris Voorhoeve, in 1994 minister van Defensie in de regering Kok, erkend ‘dat er in die dagen dingen zijn gebeurd tussen Nederlanders die niet door de beugel konden. De regering betreurt dat ten zeerste’.

Twan van den Brand, De Strafkolonie. Een Nederlands concentratiekamp in Suriname 1942-1946. Amsterdam: Uitgeverij Balans, 2006. ISBN 90 5018 808 7

Het graf van Karel Raedt van Oldenbarnevelt

tekst en foto’s door Hijn Bijnen

Twan van den Brand, een Nederlandse journalist van het Brabants Dagblad, was bezig met het schrijven van een boek over de strafkolonie in Jodensavanne, waar tijdens de tweede wereldoorlog 146 mensen geïnterneerd waren die in 1940 in Nederlands Indië waren opgepakt, verdacht van NSB-sympathieën. Hij nam contact met mij op met de vraag of ik de grafstenen van twee geliquideerde gevangen zou kunnen vinden. Ik ben op zoek gegaan, maar voor ik succes had was Twan zijn boek klaar. Ik heb hier de medewerking gevraagd van iemand die hier begraafplaatsen liep te onderzoeken. Op een gegeven moment kreeg ik te horen dat de heren Karel Raedt van Oldenbarnevelt en Lo van Poelje begraven moesten liggen op Mariusrust. Navraag bij begrafenisondernemer Henri Hennep leverde op dat hij de graven had moeten ruimen voor de bouw van een crematorium daar. Uiteindelijk was de grond daar niet voor nodig, zodat hij er maar zoete patatten had geplant. ik ben verder op zoek gegaan naar de grafstenen en vond er een, zwaar gehavend liggend onder een boom waarvan geprobeerd was om die in brand te steken. Het was de steen van Raedt van Oldenbarnevelt. De letters waren er op bevestigd in metaal, zoals gebruikelijk zou zijn geweest bij gedetineerden. En de zoete patatten, mijnheer Hennep? Die hadden verrukkelijk gesmaakt, verzekerde hij me.

.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter