blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Boni

Directoraat Cultuur stopt verkenningsonderzoek Fort Boekoe

PARAMARIBO – “Wanneer toestemming is verleend, mag op basis van de voorwaarden onderzoek worden verricht, waarbij een team van Surinamers aanwezig is”, reageert Cultuurdirecteur Roseline Daan tegenover de Ware Tijd op het besluit van haar directoraat om begin november een expeditie terug te fluiten. De groep Nederlanders onder leiding van John Pel, die op verkenningsonderzoek naar Fort Boekoe was, bevond zich in het dorp Pikin Santi in het district Marowijne, de uitvalbasis voor de expeditie. Volgens Daan had het gezelschap de instituten die hiervoor toestemming moeten geven noch het directoraat gekend.

read on…

Over fictie en feiten

door Nico Eigenhuis
In veel van de Surinaamse volksverhalen zijn geestverschijningen terug te vinden. Het maakt dat ze veelal niet al te serieus worden genomen. Bij een analyse blijkt dat ze een schat aan feiten bevatten met betrekking tot de Surinaamse geschiedenis, immers niets is zo hard als zachte informatie.

read on…

Bij herdenking Boni: Samenwerken en eerlijkheid centraal

De Feydrasi Fu Afrikan Srananman (FAS) gedenkt de Surinaamse verzetsstrijder Boni. Op 20 februari is het 228 jaar geleden dat deze karaktervolle Surinaamse verzetsstrijder om het leven is gebracht. De stichting legt uit wat het belang van Boni is in de Surinaamse geschiedenis.

read on…

Onderschatting van alles waar een marron aan begint (III)

PARAMARIBO – De dagelijkse praktijk doet vermoeden dat er nog steeds stedelingen zijn die denken dat de marrons uit het binnenland van Suriname aan de onderkant van de samenleving behoren te zijn. In een serie artikelen met als thema ‘Onderschatting van alles waar een marron aan begint’ zullen de identiteitsvormingsprocessen en de zichtbare bijdragen van de marrons aan de ontwikkeling van Suriname nader toegelicht worden.

read on…

Op zoek naar Boni, Suriname maart/april 2016

door Nico Eigenhuis
Inleiding

 

In de Suriname was ten tijde van de slavernij Boni onbetwist de grootste verzetsstrijder. Anders dan bij tijdgenoot Tula op Curacao is van de invloed van Boni in het hedendaagse Suriname weinig zichtbaar. De tijd lijkt rijp om daar nu definitief verandering in te brengen, vandaar staat onderstaand het een en ander over hem vermeld. read on…

Veel kwaliteit weinig volk bij Boni Puwema Neti

door Donovan Mijnals

Paramaribo – Iwan Wijngaarde ziet er ietwat teleurgesteld uit; maar niet gebroken. De Puwema Neti die zaterdag in verband met de herdenkingsdag van de Surinaamse verzetsheld Boni werd gehouden, was veel minder druk dan de voorzitter van de organiserende Feydrasi Fu Afrikan Srananman had verwacht. read on…

Geschiedenis kan je weerbaar maken!

door Els Moor

De geboorte van Boni is een toneelstuk van Eddy Bruma dat hij nooit heeft uitgegeven, maar dat wel verschillende keren is opgevoerd. Het instituut voor kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking, Matoekoe in Lelydorp, speelde een eigen versie van De geboorte van Boni’ter gelegenheid van ‘Keti Koti’ in 2007, pupillen samen met hun begeleiders. read on…

Boekpresentatie Boni, Meester der Slaven in Bibliotheek Rotterdam

Dit jaar wordt in Nederland en Suriname 150 jaar afschaffing van de slavernij herdacht. In het kader hiervan wordt op 22 juni a.s. het boek Boni, meester der slaven gepresenteerd aan het publiek.

Dit boek neemt de lezer op avontuurlijke wijze mee naar 1776, de tijd van de Boni oorlogen tussen plantagehouders en weggelopen slaven in Suriname. De auteur, U.J.H. Cairo, brengt de geschiedenis van de strijd tegen de slavenmeesters door Aguso Boni en zijn gevolg (Baron en Soliceur) in beeld. Daarbij krijgt de lezer ook een kijkje in de Surinaamse mystiek, Winti. Het verhaal laat de lezer ervaren hoe de werkelijkheid van de slaven en de drang naar vrijheid verbonden werd door de krachten uit de mystieke wereld.
De avond zal op Afro-Surinaamse wijze met de drum worden ingeleid door master drummer André Mosis. Daarna volgt dans, poëzie, een voordracht uit het boek en een kort interview met U.J.H. Cairo. Daarop volgt een signeersessie. De avond zal worden afgesloten met een drankje.
De boekpresentatie vindt plaats op 22 juni 2013 van 19:00 – 21:00 in de Centrale Bibliotheek Rotterdam aan de Blaak. Toegang is gratis.

Vandaag 220ste sterfdag Boni

Held die niet vergeten mag worden

 
door Eric Mahabier
 
Den Haag – Boni was een held en mag niet vergeten worden. In tegenstelling tot vele andere ondergedoken slaven heeft Boni zich niet laten omkopen door de koloniale machthebbers, maar hij bleef vechten voor de vrijheid van marrons. Dit is een heel bijzondere prestatie, zegt schrijver Nizaar Makdoembaks. Vandaag is het 220 jaar geleden dat Boni stierf. Makdoembaks doet een onderzoek naar deze vrijheidsstrijder. Hij is in de archieven van het Nationaal Archief in Den Haag gedoken.
De schrijver, die eerder andere boeken heeft geschreven, zegt dat uit de archiefstukken blijkt dat Boni niet doodgeschoten is. Hij is doodgeslagen in zijn hangmat. Vandaag zouden Surinamers en Nederlanders moeten herdenken dat 220 jaar geleden de leider van de marrons, de weglopers, sneuvelde in de strijd tegen troepen van de prins van Oranje, de stad Amsterdam [de Sociëteit van Suriname (SS)] en anderen, zegt de onderzoeker.
Uitroeiing
De marrons werden volgens Makdoembaks als Untermenschen beschouwd en mochten in opdracht van de prins van Oranje en de SS door eenieder worden uitgeroeid, met als beloning een premie van vijftig Hollandse guldens. Boni was lange tijd hun leider en werd door het koloniale gouvernement en de Nederlandse troepen zeer gevreesd. Dit soort bloedige acties, de doodstraffen die veelvuldig werden uitgevoerd (vaak zonder rechtspraak overigens), de zware arbeid bij het omvormen van oerwouden van hardhout tot ruim 400 vlakke plantages, de ondervoeding en de ziekten verklaren in belangrijke mate waarom van de bijna 600.000 tussen 1660 en 1860 geïmporteerde Afrikanen in Suriname, er in 1863 nog amper 50.000 in leven waren, zegt Makdoembaks verder.
Boni doodgeslagen
Opperhoofd Boni is het ondanks zijn verwoede strijd niet gelukt het tij te keren voor zijn lotgenoten. Op 19 februari 1793 werd Boni in zijn hangmat doodgeslagen, waarna zijn hoofd en hand werden afgehakt. De invasie van het leger van Oranje en de daaropvolgende oorlog in de binnenlanden duurden ruim dertig jaar en ging ten koste van vele mensenlevens. Het zou nog tot 1863 duren voordat de slavernij in Suriname afgeschaft kon worden, blijkt verder uit de archiefstukken zegt Makdoembaks. Hij vindt dat Suriname bewust gemaakt moet worden van haar eigen geschiedenis en van de heldendaden als die van Boni. Hij hoopt met zijn boek, dat later dit jaar uitkomt, een bijdrage daartoe te kunnen leveren.
[uit de Ware Tijd, 19/02/2013]

Algemene Surinaamse geschiedenis tot begin 2012

door Jerry Egger

Mijn eerste reactie is een diepe zucht. Daar gaan we weer. Op het omslag is er een tafereel uit het binnenland. Kinderen zitten bij elkaar en hebben zo weinig mogelijk kleren aan. Het gaat immers om een maagdelijke en onschuldige wereld. Dat verkoopt. Het boek heet dan ook DE geschiedenis van Suriname, want dit is uiteraard het standaardwerk en we zullen het weten ook. Het woordje ‘een’ gebruiken zou een beetje te voorzichtig zijn en dat hoort niet in een dergelijk boek. Hans Buddingh’, journalist bij NRC Handelsblad in Nederland, heeft een herschreven en aangevulde versie uitgegeven van zijn boek dat voor het eerst verscheen in 1995. Toen was de ontwerper van het omslag wat terughoudender. Een tafereel, getekend door Benoit uit het begin van de 19de eeuw werd geplaatst tegen een lichtgroene, zachte kleur. Nu staan de Marronjongeren groot en duidelijk de lezer recht in het gezicht aan te staren. Het kader erom heen is een harde, zwarte kleur. Titel en auteur zijn in schreeuwerige rode, groene en gele letters. Een journalist die in het verleden goede, degelijke en analytische stukken in de krant over Suriname heeft gepubliceerd, laat zich kennelijk verleiden door de uitgeverij om op een dergelijke manier zijn boek aan de mens te brengen. Voor sommigen is dit misschien een reden om met een grote bocht om het boek heen te lopen. Dat zou jammer zijn. Bij het lezen wordt al gauw duidelijk dat de meest recente historische werken zijn geraadpleegd. Het is de enige publicatie met een algemene geschiedenis van Suriname vanaf de komst van de eerste Inheemsen tot de verkiezingen van 2010, inclusief ontwikkelingen tot begin 2012. Vandaar dat het goed is voorbij het onterechte omslag te kijken.
Enkele positieve zaken worden al direct duidelijk bij het voorwoord: Buddingh’ gebruikt in deze druk het woord Inheemsen voor de oorspronkelijke bewoners en het wordt met hoofdletter geschreven. Dat geldt trouwens ook voor de andere bevolkingsgroepen. Dus Creool en Hindostaan krijgen een hoofdletter en de spelling is Ndyuka en geen Djoeka. Maar dan beginnen de tenen weer te krommen wanneer op de eerste bladzijde van het eerste hoofdstuk het woord ‘ontdekken’ wordt gebruikt. Hij schrijft: ‘De ontdekking van Guyana…’. (p. 13) Wat valt er te ontdekken als al enkele duizenden jaren mensen in het hele gebied hebben gewoond en bij de komst van de eerste Europeanen dat nog steeds doen, zoals hij zelf schrijft? Maar goed ook deze horde moet worden genomen voordat het verhaal op gang komt.     
Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck
De beginperiode van de Europese aanwezigheid in Suriname geeft een goed beeld van een periode,toen het niet snel lukte om er een wingewest van te maken. De Engelsen hadden redelijk succes, totdat in 1667 de Zeeuwen kwamen opdagen om hen te verjagen. Buddingh’ baseert zich vooral op het werk van Van der Meiden om aan te geven dat er constant strijd is geleverd om de macht. Inheemsen en Marrons speelden daarbij een belangrijke rol, maar ook de tegenstand vanuit de eigen blanke groep die gouverneurs ondervonden om hun gezag te doen gelden. Het beeld in de geschiedenisboeken dat bestaat over Van Sommelsdijck, wordt onderuit gehaald. ‘Een man van goede beginselen’, zoals Van Dijk en Getrouw hem beschrijven, blijkt een opportunist te zijn, die aan zijn eigen belangen in de kolonie denkt en niet vies is van het plegen van frauduleuze handelingen. Buddingh’ heeft de meest recente werken geraadpleegd naast de klassieke en standaardwerken en presenteert de laatste opvattingen over belangrijke tijdvakken in de Surinaamse geschiedenis. Dit maakt het boek ook geschikt voor het onderwijs.
De strijd van de Marrons – een andere belangrijke periode – is in de decennia na de Tweede Wereldoorlog vaker eruit gelicht om aan te geven dat slaven niet zonder meer slachtoffers waren van een onmenselijk systeem. Hij staat uitgebreid stil bij diverse aspecten van marronage zoals het tot stand brengen van de vrede met enkele groepen. Daarbij zegt hij: ‘De Marrons toonden zich zelfbewuste en intelligente onderhandelaars’ (p. 133). Met de Boni werd geen vrede gesloten. Gebruikmakend van Hoogbergens publicaties, schrijft hij uitgebreid over de strijd die tussen 1770 en 1793 woedde om de Boni te verslaan. Recent werk stelt hem in staat om een beeld te geven van Marrongemeenschappen die in de binnenlanden van Suriname werden gevormd. Hij concludeert terecht dat de Marrons hun eigen samenleving konden inrichten in de Surinaamse binnenlanden. De koloniale overheid probeerde wel greep te krijgen op deze groepen, maar het lukte niet. Hier en daar maakt hij vergelijkingen met andere Caraïbische landen zoals Jamaica, waar ook op grote schaal marronage is geweest. Daar zijn Marrons veel meer dan in Suriname en ook sneller opgenomen in de koloniale, Engelse maatschappij aangezien zij veel minder ruimte (grond) hadden om zich af te zonderen; iets wat in Suriname gemakkelijker was door de uitgestrekte bossen. Dat neemt niet weg dat ook hier Marrons afhankelijk waren van de koloniale economie voor sommige van hun producten en voor de afzet van het hout dat zij produceerden.
Buddingh’ gaat ook in op de vraag wat de economische betekenis was van de kolonie voor het moederland. Het interessante is dat hij daarbij de studie van Armand Zunder gebruikt. Zunder maakte duidelijk dat het vooral kooplieden-bankiers, slavenhandelaars en administrateurs waren die profiteerden van de opbrengsten. Bovendien werden de plantageproducten in Nederland verwerkt en doorverkocht. Er werd dus wel degelijk geprofiteerd en het beeld van een armlastige kolonie kan zonder meer onderuit worden gehaald. Zunder berekent niet alleen wat er aan winsten naar Nederland is gegaan, maar hij stelt ook herstelbetalingen voor. In de Nederlandse academische wereld wordt er nauwelijks aandacht besteed aan het werk van Zunder; dus het is zonder meer een compliment waard aan Buddingh’ dat hij dit wel doet.
De periode na de afschaffing van de slavernij komt het uitvoerigst aan de beurt. Aangezien hij ook hier kijkt naar recente opvattingen, beschrijft hij de neergang van de Creoolse kleinlandbouw, wanneer aan het eind van de 19de eeuw de krullotenziekte toeslaat bij de cacao-aanplanten. Het beeld dat de voormalige tot slaaf gemaakten direct na 1863 de landbouw verlieten, klopt dus niet.
Boni-vrouw uit het dorp Cottica ten tijde van de Gonini-expeditie, 1903-1904. Foto: C.H. de Goeje.
De introductie van contractarbeid om de plantagelandbouw te redden is een andere episode in de Surinaamse geschiedenis. De grootlandbouw kon uiteindelijk niet van de ondergang worden gered, maar de landbouw van de kleine boeren zou een belangrijke impuls geven aan het voeden van de eigen bevolking. Het besluit in 1895 om vooral Hindostanen grond te geven zonder het recht op terugkeer te verliezen, heeft heel goed gewerkt. Het zorgde ervoor dat velen uiteindelijk besloten in hun nieuwe vaderland te blijven.
De verdere ontwikkelingen in de 20ste eeuw zijn wat bekender. Problemen in de jaren dertig met als gevolg arbeidsonlusten, Anton de Kom en zijn pogingen tot organisatie, de Tweede Wereldoorlog en de opkomst van het nationalisme en uiteindelijk de onafhankelijkheid worden allemaal behandeld met gebruikmaking van de boeken en artikelen van deskundigen. Een punt wordt hieruit gelicht. In 1935 verklaart de minister-president van Nederland, Hendrik Colijn, dat alles wat geprobeerd is in Suriname gedoemd was te mislukken. Tegelijkertijd beschrijft Buddingh’ hoe Nederland de toen bekende bauxietvoorraden voor een habbekrats overdeed aan de Amerikaanse maatschappij ALCOA. Deze maatschappij wist daar wel raad mee. Buddingh’ concludeert: ’De investeringen die het bedrijf tussen 1916 en 1935 had gedaan waren zo in één jaar reeds terugverdiend’ (p. 277). Nederland wist zich geen raad met Suriname, anderen wel.
De meeste aandacht zal wel uitgaan naar de militaire coup van februari 1980 en daarna. Buddingh’ heeft het bewust meegemaakt. Hij schreef rapportages in NRC Handelsblad en enkele boeken. De vraag is of nu al een afgewogen oordeel over 1980-2010 kan worden geschreven. In elk geval geeft hij de contouren aan van wat nu bekend is. Nederlandse vertegenwoordigers hebben een rol gespeeld bij de coup, de ‘revo’ is uit de hand gelopen en dat heeft geleid tot moorden in 1982 en een binnenlandse oorlog van 1986 tot de officiële vrede in 1992. Het land raakte betrokken in het hele netwerk van drugssmokkel en de economie ontaardde compleet, totdat drastische maatregelen voor verbetering zorgden. Toch is er ook een ander verhaal. Op pagina 467 geeft de auteur aan de hand van cijfers van het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) het aantal banen per sector. In 2000 waren er bij de overheid 34.206 mensen in dienst en in 2010 41.414. In de landbouw bleef het aantal in dezelfde periode stabiel; in 2000 11.646 en in 2010 11.643. Deze cijfers geven meer dan welke gegevens dan ook aan waarom de ontwikkeling van Suriname zo moeizaam verloopt. We slagen er niet in onze menselijke hulpbronnen productief in te zetten. Ook tijdens de ‘revo’ lukte dat niet.
Op basis van het omslag zou je verregaande (negatieve) conclusies kunnen trekken. Dat is onterecht want het boek zelf biedt een degelijk en nuttig overzicht van de Surinaamse geschiedenis. Daarbij gebruikt Buddingh’ ook werken die in Suriname in de laatste twee decennia werden geschreven en geproduceerd zoals stukken van Jack Menke, publicaties van Stichting Wetenschappelijke Informatie (SWI), verder Maurits Hassankhan, Hans Breeveld, gedenkboeken van André Loor, Marten Schalkwijk, Lila Gobardhan-Rambocus, Armand Zunder en nationale en internationale rapporten. Hij staat ook stil bij begrippen die hier zijn ontwikkeld,zoals natiecreatie van Menke. Dat is niet altijd het geval bij buitenlandse wetenschappers die soms ‘vergeten’ dat in Suriname zelf ook belangrijke kennis wordt geproduceerd. Kortom, haal desnoods het omslag van het boek, maar lees het wel.
span>
Hans Buddingh’: De Geschiedenis van Suriname. Nieuw Amsterdam/NRC Boeken, 2012. ISBN 978 90 468 1103 0.
Het citaat van Van Sommelsdijck komt uit W. van Dijk en C.F.G Getrouw: De ontwikkeling van de Surinaamse geschiedenis, 10de druk, p. 17. Zeist: Dijkstra Uitgeverij, 1978
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter