blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Berg Margot van den

Oso houdt op te bestaan

Aan de verschijning van Oso, Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch Gebied is een einde gekomen. Wat in 1981 begon als een initiatief waarbij vooral medewerkers van de Katholieke Universiteit Nijmegen (tegenwoordig Radboud Universiteit Nijmegen) betrokken waren, ontwikkelde zich tot een veel gelezen tijdschrift waarvan het kloppend hart zich in de jaren negentig verplaatste naar de Universiteit Utrecht. read on…

Workshop launching Jacques Arends’ posthumously published book Language and Slavery

At this seminar by the Amsterdam Center for Language and Communication, Jacques Arends posthumously published book Language and Slavery will be presented. Before the actual presentation, several colleagues will present their view on the field of Creole Studies and Surinamese Creoles. Programme, see below. read on…

Coding and decoding in Sranan; the writing-speaking controversity. A critical review of the Eddy van der Hilst spelling (I)

by brada Kwasi Koorndijk

Amsterdam, June 16, 2016
‘Brada’ is the label for males in the African-Surinamese tradition, while ‘Kwasi’ reflects not only my first name but also a west African tradition i.e. to say a male born on sunday. I am a transformationist par excellence. Some may describe me as a reformer in the sense of epistemology, ontology and ethics and as a consequence of methodology. These subjects i.e. epistemology, ontology and ethics will be addressed in detail in future performances. In this discourse I present myself as a transformationist in the field of the use and the study of Sranan. This presentation is only the introduction in the frame work of renewal. read on…

Talen leven in het leven, maar ook in de wetenschap?

door Els Moor

 
Na lange tijd ontvingen we weer een OSO en wel half oktober 2013 het nummer van mei 2013. Jaarlijks is het mei-nummer voor een groot deel gewijd aan het colloquium dat in november van het jaar ervoor gehouden werd door de stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek (IBS). In november 2012 was het thema ‘Taal Tori: Kultura den Boka’. Het uitgangspunt van het colloquium was dat taal levend is en dus verandert.
Drie artikelen zijn er waarin de Surinaamse taalsituatie een rol speelt en twee over die van Curaçao. Uiteraard bevat deze OSO recensies van recent verschenen werk en van Michiel van Kempen is er ‘In memoriam Jan van Donselaar’. We berspreken hier alleen de artikelen die te maken hebben met de taalsituatie in Suriname.
In de eerste bijdrage geeft Pieter Muysken – hoogleraar taalwetenschap aan de Radboud-universiteit Nijmegen – een overzicht van de ‘Meertaligheid in het Caraïbisch Gebied en Suriname’. Hij begint met een beeld van meertaligheid in het algemeen. Waarom is er niet één taal in de wereld? Een interessante vraag. Taal is een stuk identiteit en het ene volk is anders dan het andere. Zo is het gegroeid en zo gaat het nog steeds.
Twee opvattingen van Muysken doen vragen rijzen. Zo beweert hij dat creooltalen, ook het Sranantongo, ondergewaardeerd worden. Letterlijk zegt hij: ‘Een creooltaal wordt dan vaak ook als iets waardeloos beschouwd.’ Dit mede omdat creooltalen eenvoudiger zijn qua verbuigingen en vervoegingen dan de officiële talen, bij ons dus het Nederlands. Maar creooltalen horen toch juist heel sterk bij de ‘identiteit’? Is die identiteit dan minderwaardig? Muysken geeft tevens een schematische indeling van talen waarbij ze als het ware op een ladder te zien zijn. ‘Hoog’ zijn talen voor onderwijs en bestuur, ‘Midden’ talen op straat en op het werk en ‘Laag’ talen die thuis gesproken worden, onder vrienden en in intieme situaties. Ik zou ‘hoog’ als volgt willen interpreteren: hoe hoger op de ladder, hoe verder van de grond, van de dagelijkse werkelijkheid, van de identiteit. Maar of de wetenschappers ‘hoog’ en ‘laag’ ook zo uitleggen? Als professor ben je immers ‘hoog’ en als jager en kostgrondjeshouder in een dorp in het binnenland, die zijn eigen taal spreekt, ben je dan ‘laag’? Wel dicht bij je eigen grond! In Suriname is het Nederlands natuurlijk ‘hoog’, het Sranan en vaak ook het Sarnámi ‘midden’ en veel thuistalen van volken in het binnenland ‘laag’. Muysken geeft toe dat er nog veel onderzoek verricht moet worden om alle talen hun plaats te geven. Pieter Muysken heeft achter zijn bureau op de Nederlandse universiteit zijn betoog opgebouwd. Als talen inderdaad ‘levend’ zijn, moet je dat echter laten zíén. Hoe talen functioneren in Suriname, binnen de leefwereld van verschillende groeperingen, wat voor Nederlands ons Surinaams-Nederlands is… daarvan zien we niets. Talen hebben onderscheiden functies en sommige talen worden geschreven en andere niet. Het Nederlands is ook de onderwijstaal en voor heel veel kinderen hier is dat een probleem. Maar ook vanuit je eigen taal, identiteit en leefwereld, kun je die vreemde andere taal leren en gelukkig gebeurt dit al op sommige scholen in het binnenland. In ieder geval ‘leeft’ de taal dan voor degene die hem leert! In de wetenschappelijke artikelen vinden we heel weinig over de manieren waarop men in Suriname omgaat met de taalproblemen, met name in het onderwijs. Sommige thuistalen leven niet meer, gaan dood, zoals sommige inheemse talen in Suriname, Muysken noemt het Warao. Dat komt vaak doordat jongeren vervreemden van hun eigen taal en steeds meer een eigen taal met elkaar spreken, hier vaak een mengsel van Surinaams-Nederlands en de lingua franca het Sranan. Maar dat vermeldt de auteur niet.

Het tweede artikel van Sjaak Kroon & Kutlay Yagmur – ook hoogleraren – gaat over ‘Taalbeleidsonderzoek en taalbeleidsontwikkeling voor het onderwijs in Suriname’. Ze doen verslag van het landelijk thuistaalonderzoek in Suriname dat van 2007 tot 2009 werd uitgevoerd op initiatief van de Nederlandse Taalunie en het Minov door de universiteit van Tilburg. Bij dit onderzoek werden 22.643 leerlingen van de klassen 4, 5 en 6 van glo en van lbgo en mulo gevraagd naar hun thuistaalsituatie. Het doel was gegevens te verschaffen ten behoeve van het taalbeleid in Suriname: moeten ook andere talen dan het Nederlands een rol gaan spelen in het onderwijs? Leerkrachten ondersteunden de leerlingen en de antwoorden waren makkelijk te geven via het aankruisen van een bolletje. Wat de schrijvers op pagina 25 zelf ook aangeven is de vraag of deze methode, binnen de school en met hulp van de klassenleerkracht, wel leidt tot het weergeven van de werkelijke taalsituatie. Of geven de jongeren sociaal wenselijke antwoorden? In totaal hebben de leerlingen 52 talen genoemd die thuis gesproken worden. Dat is verrassend. Op grond van de resultaten hebben de onderzoekers een top 14 samengesteld. Daarin staat in bijna alle districten Nederlands op de eerste plaats als thuistaal. Alleen in Brokopondo niet, daar is dat het Saramakaans. Vaak staat het Sranan op de tweede plaats, in Saramacca en Nickerie het Sarnámi en in Sipaliwini het Saramakaans. Veel leerlingen geven via de vragen ook aan dat ze het Nederlands goed beheersen. Dit onderzoek is uitermate vaag. De meeste leerlingen wonen in de stad en nabije districten, waar het Nederlands inderdaad bijna door iedereen redelijk tot goed gesproken wordt. Hoe zit het met kinderen uit de volkswijken in de stad, in de verdere districten en vooral in het binnenland tot het uiterste zuiden, waar niemand meer Nederlands spreekt en de schooltaal dus zowat onmogelijk is voor de kinderen? En al die kinderen en vooral jongeren die niet meer op school zijn? Degenen die op lbgo en mulo terechtkomen, hebben de toets gehaald, zijn voornamelijk uit de stad en de nabije districten, maar hoe verderaf je komt, hoe meer het afneemt.

Het derde artikel is van Margot van den Berg. Zij is wetenschapper aan de universiteit van Nijmegen. Het is een verslag van een onderzoek naar contacten tussen talen en daarmee samenhangend taalveranderingen. Taal wordt daarbij aan identiteit gekoppeld. In het onderzoek wordt taalvariatie aangetoond in verschillende talen, het Sranantongo, het Sarnámi en het Aukaans. Het onderzoek laat zien dat de talen steeds meer op elkaar gaan lijken. De talen in Suriname veranderen wel degelijk. (Zoals overal: hoe is het Nederlands niet veranderd in de laatste dertig jaar. Het is veel meer aangepast aan de ‘platte’ taal van het volk, de elite spreekt vaak nog ‘netjes’.) Hein Eersel heeft in 1983 al gezegd: ‘Het systeem is aan het veranderen’. Dat doet het nog steeds, alles wat leeft verandert, meestal onder invloed van anderen. Taal leeft! De drie artikelen zijn helaas niet echt uit het ‘taal-leven’ gegrepen! OSO is een ‘Tijdschrift voor Surinamistiek’, maar helaas is die surinamistiek steeds meer vanuit Europese geleerde brillen. Dat zie je ook aan de literatuurlijsten bij de artikelen. En dat terwijl er ook vanuit Surinaams perspectief veel over geschreven is.
KIT Publishers: OSO Tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch Gebied; jaargang 32, nr. 1, mei 2013. ISSN 0167-4099
Opmerking van de redactie van dWTL: terwijl we bezig waren met deze pagina ontvingen we de nieuwe His/her TORI, Tijdschrift voor Surinaamse geschiedenis en cultuur, nummer 4 van juli 2013. We zullen het zo gauw mogelijk bespreken. Het gaat over ‘feestdagen’ in Suriname. Het onderwerp geeft hoop dat we actuele en historische informatie krijgen, vanuit Surinaams ‘levend’ perspectief!

Colloquium IBS: Taal Tori: Kultura den Boka

Meertaligheid in Suriname, Curaçao en de Caraïbische diaspora

Amsterdam, 17 november 2012
Het IBS colloquium 2012 gaat over taal en onderzoekt de relatie tussen taal en cultuur anno 2012. Uiteraard staan hierbij de talen van Suriname en de voormalige Antillen centraal. Het uitgangspunt van het colloquium is  dat taal een performatieve handeling is. De nadruk komt dan te liggen op  de constante verandering waaraan taal onderhevig is en op de opvatting dat  zij  een afspiegeling vormen van wat er gebeurt binnen een gemeenschap.
Het IBS colloquium brengt taal en cultuur samen en toont daarmee de flexibiliteit en dynamiek van Caraïbische gemeenschappen in verschillende thuislanden én Nederland. Taal- en cultuurwetenschappers zullen laten zien hoe de vorm, structuur, betekenis en functie van de talen van de Caraïbische gemeenschappen samenhangen met de complexe culturele identiteiten van verschillende bevolkingsgroepen. Wat je zegt, hoe je iets zegt en in welke taal, hangt af van je gesprekspartner, de omgeving, je achtergrond, je taalvaardigheid en wat je precies wil overbrengen. Deze samenhang is niet statisch maar dynamisch.
Ochtendprogramma
Dagvoorzitter: Hebe Verrest
10.15 – 10.45 uur Ontvangst en koffie
10.45 – 11.00 uur Opening door Peter Sanches, Voorzitter IBS
11.00 – 11.25 uur Pieter Muysken: Meertaligheid in het Caraïbisch gebied en Suriname
11.25 – 11.50 uur Guiselle Starink-Martha: Kultura den boka: de constructie van een Curaçaose identiteit
11.50 – 12.15 uur Margot van den Berg, Kofi Yakpo, Bob Borges: Talen in contact in Suriname en Nederland
12.15 – 12.20 uur Performance Walter Palm
12.20 – 12.40 uur Vragenronde/slotdebat aan de hand van stellingen
12.40 – 13.40 uur: Lunchpauze
Tijdens lunch schrijft men oude/nieuwe/grappige/vergeten woorden op een muur, die vervolgens plenair besproken worden

 

Middagprogramma
Dagvoorzitter: John Schuster
13.40 – 13.45 uur Performance Tipiko
13.45 – 14.00 uur Gracia Blanker: Vergeten woorden
14.00 – 14.25 uur Sjaak Kroon: Meertaligheid in het onderwijs in Suriname
14.25 – 14.50 uur Ruben Severina: Meertaligheid in het onderwijs in Curaçao
14.50 – 15.10 uur Vragenronde/slotdebat aan de hand van stellingen
15.10 – 15.20 uur Afsluiting
15.20 – 15.35 uur Performance Walter Palm + Tipiko
15.35 – 16.30 uur Informeel samenzijn
Locatie: Het Tropentheater
Adres: Linnaeusstraat 2, Amsterdam
Entree: E10,00
(vanaf CS Amsterdam tramlijn 9)
Antiquariaat Buku zal als vanouds aanwezig zijn met een uitgebreide boekenkraam. Dit jaar zal, met het oog op de aanstaande herdenking van 150 jaar afschaffing slavernij in 2013, als speciale actie het boek van Pater Rikken Ma Kankantrie, Een verhaal uit de Slaventijd voor de speciale actieprijs van eur15,– worden aangeboden (normale winkelprijs eur25,–; zolang de voorraad strekt). Dit verhaal speelt in Paramaribo rond 1800 en verscheen als feuilleton in de krant in 1907.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter