blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Beetz Freek van

Diversiteitsgedrein en Ramadangedram

door Freek van Beetz

“Dat kwaliteit ook tot gelding komt zonder ‘positieve actie’, maakte ik mee in mij werk op Curaçao. Het laatste kabinet van de Nederlandse Antillen telde 7 ministers: maar liefst 4 vrouwen, waaronder de minister-president. Capabele sterke politici, die hun positie op eigen kracht bereikten, zonder dat iemand had zitten turven of de gender verhouding wel klopte.” read on…

Kurá, nieuw boek van Willem van Lit (10 en slot)

Dit is deel 10 van de synopsis van Kurá, het nieuwe boek van Willem van Lit over de situatie op de Nederlands Caribische eilanden dat binnen afzienbare tijd zal verschijnen. Het draait daarbij om de oriëntatie op het goede leven. read on…

Uitzicht op Zee

Freek van Beetz schreef de roman Uitzicht op Zee. read on…

Het verhaal achter Uitzicht op Zee

door Freek van Beetz

Idee voor een roman: de tweede generatie
Ik liep er al heel lang mee rond. Ik wilde een boek schrijven. Een roman over verzwegen of verdrongen oorlogsherinneringen van Joodse ouders en hoe die het leven van hun kinderen kunnen raken; de ‘tweede generatie’. Dat heb lang voor me uitgeschoven. Ik twijfelde. Er verschenen al meer dan genoeg boeken over dit onderwerp. Wat had ik daar nog aan toe te voegen? En ik was op zoek naar een goede vorm voor het verhaal dat ik wilde vertellen. read on…

Voortdurende belofte (7 en slot)

Verslag van een verblijf op Curaçao van 9 tot 28 april 2016

door Willem van Lit

IX.
Boeken. Ook daarvoor zijn we hier. Altijd snuffelen tussen de boeken die over Curaçao en aanverwante gebieden gaan. We hadden zelf ook nog wat in onze koffer gestopt. Kruispunt van Jopi Hart en ook zijn Verkiezingsdans. Van Freek van Beetz Uitzicht op zee. read on…

Dushi Willemstad van Ko van Geemert

door Eric de Brabander

Recent las ik een blog van de auteur van het boek Het Einde van de Antillen, van Freek van Beetz. Van Beetz was tot 2010 adviseur van de regering van de Nederlandse Antillen. De uitgever van het boek van van Beetz had een recensie-exemplaar gestuurd naar de Nederlandse kwaliteitskrant het NRC. Het boek werd door de redactie teruggestuurd met de vermelding dat de politieke geschiedenis die samenhing met de ontmanteling der Antillen niet direct het interessegebied was van de lezers van het NRC. De volgende dag stond er een uitgebreid en diepgaand artikel in het NRC over vermeende corruptie op Bonaire en de afluisterpraktijken van Nederland. Het artikel ‘illegale spionage op Bonaire’ verscheen in de editie van 21 november. Klaarblijkelijk lag deze corruptie wel binnen het genoemde interessegebied van de NRC-lezers, meende van Beetz.

Hij noemt de gedragslijn van de Nederlandse media wat betreft de voormalige Antillen hardnekkig. De interesse gaat niet verder dan moord, doodslag en corruptie op onze eilanden. Afstand nemen van ingesleten beeldvorming vraagt kennelijk teveel, zo gaat van Beetz door. Teveel tijd, teveel energie, teveel inlevingsvermogen. Het steekt de eilandbewoners terecht als van de eilanden afkomstige succesvolle sportlieden steevast als ‘Nederlanders’ worden geprezen en criminelen het etiket ‘Antilliaan’ krijgen opgespeld. Met de literatuur is het niet veel anders.

Tip Marugg

Zo kreeg een in Nederland wonend neefje van een patiënt van mij het idee om een scriptie te schrijven voor het VWO- eindexamen Nederlands over de schrijver Tip Marugg. De Nederlandse leraar reageerde geïrriteerd. De Antillen, daar komen toch alleen streekromans vandaan, zei hij. Het neefje zette door en de leraar was groots genoeg zijn gebrek aan kennis toe te geven en beloofde de boeken van onze grote schrijvers te gaan lezen. Voor mij behoren Tip Marugg en Boeli van Leeuwen tot de groten der Nederlandse literatuur. Zij horen thuis in het rijtje Harry Mulisch, Willem Frederik Hermans, Louis Couperus, Karel van den Woestijne en Hugo Claus, om er maar een paar te noemen.

De enige die voor het Europees Nederlandse publiek doorgebroken is, is Frank Martinus Arion. En maar met een enkel boek, Dubbelspel. Dubbelspel heeft alle karakteristieken van een streekroman, een uiterst vernuftige streekroman. Het boek geeft de Europese Nederlander inzicht in het denken van de tropische koninkrijksgenoot, het lezen van het boek geeft de Hollander houvast in onze maatschappij. Denkt hij. Want Dubbelspel ontleent niet alleen de titel aan het op Curaçao populaire dominospel. Het is de dubbele gelaagdheid, die de niet ingewijde gemakkelijk mist. Zonder dat het deert want het ingenieuze van het boek is dat het op twee manieren leesbaar is. Het verhaal zelf is boeiend genoeg, ook als de intrinsieke boodschap niet begrepen wordt.

Jan Brokken schreef een aantal jaren geleden het boek Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin.Voor dit cultuurhistorische werk had Brokken tien jaar lang onderzoek gedaan. Op virtuoze wijze beschrijft hij in dit boek de historie van de Antilliaanse muziek. Muziekminnend Nederland was verbaasd. Antilliaanse muziek, dat was toch oorverdovend negergeroffel op olievaten, geblaas op koeienhoorns en gerinkel met hoefijzers. Daar hoorden folkloristische dansen bij, uitgevoerd door mannen gehuld in meelzakken en vrouwen in fleurige jurken.

Brokken legde het verband tussen de culturen, de smeltkroes, die Curaçao al vijf eeuwen is en de muziek die deze heeft voortgebracht. Hij zorgde ervoor dat de Hollanders aan de overkant van de oceaan een inkijkje hadden in de veelzijdige historie van de Antilliaanse muziek en haar componisten. Holland reageerde eerst verbaasd en direct daarna enthousiast. Klaarblijkelijk hebben we een Hollander nodig om aspecten van onze onderbelichte cultuur naar Europa te brengen.

En nu maken we kennis met Ko van Geemert. Het boek van Van Geemert is een wandeltocht door het Willemstad van vroeger. Al lopende door de straten van Punda en Otrobanda vertelt van Geemert over de geschiedenis van de Curaçaose literatuur en laat daarbij geen auteur, de bekende als ook de minder bekende, onbesproken. In het boek Dushi Willemstad wordt niet alleen Curaçaose literatuur besproken, maar komt ook de culturele en sociale structuur van het eiland aan bod, met al zijn dilemma’s en de voor de buitenstaander moeilijk te doorgronden verhoudingen. Het boek is een zeer uitgebreide feitenverzameling. Van Geemert is erin geslaagd dit materiaal zodanig samen te stellen dat het boek eenvoudig leesbaar is, en de verhaallijn voelbaar blijft, als ware het een roman. De uitgever Bas Lubberhuizen is samen met van Geemert en zijn echtgenote, en een aantal literatuurminnende Nederlanders afgereisd naar Curaçao om het boek te presenteren. Deze presentatie vond in Avila plaats, waar de geest van Boeli van Leeuwen nog voelbaar is. De eigenaar van Hotel Avila, de Deen Nic Moller, was een intieme vriend van Boeli van Leeuwen en heeft aan het boek Dushi Willemstad een bijdrage geleverd over Boeli. Anderen die aan het boek hebben bijgedragen zijn Lucille Berry, Carel de Haseth, Jan Brokken en Wim Rutgers.

Lucille Berry-Haseth. Foto © Aart G. Broek

Op de kaft prijkt een prachtige foto van het Avila van vroeger. Mijn goede vriend Chris Winkel herkende direct zijn opa Gungu Maal op de achtergrond, de zonderlinge oogarts die het gebouw in de Penstraat kocht om er een oogkliniek van te maken, maar die er na zijn pensionering een pier voor liet storten en het hoofdgebouw omtoverde tot een een guesthouse. Het boek zelf is geïllustreerd met talloze foto’s, van de auteurs waarvan velen allang op het kerkhof, van historische momenten, van gebouwen.

Caribisch-Nederlandse literatuur kreeg in Nederland zelf nooit de aandacht die ze verdiende, net zomin als Caribische muziek. Veel van het schrijfwerk is door de auteurs zelf uitgegeven daar het door onze kleinschaligheid vrijwel onmogelijk is om met een locale uitgeverij een boterham te verdienen. In Nederland zijn er maar enkele uitgeverijen die een fonds hebben voor Caribische literatuur. Uitgeverij Conserve in Amsterdam, In de Knipscheer in Haarlem, en nu dus de uitgever Bas Lubberhuizen die met eigen ogen heeft kunnen aanschouwen dat er op Curaçao meer is dan in de Nederlandse mist gezien wordt.
Van Geemert schreef eerder de literaire stedengids Paramaribo Brasa!. Ook publiceerde hij Amsterdam en zijn schrijvers, Het einde. Wandelen rond eindhaltes van de tram in Amsterdam, en Dum Vivimus Vivamus, over de gelijknamige serie schilderijen van zijn zwager Jeroen Krabbé, welke laatste ook geen onbekende op ons eiland is.
Het boek Dushi Willemstad van Ko van Geemert is naar mijn mening nu al een historisch document. Omdat het van Geemert gelukt is om in een enkel geschrift de geschiedenis vast te leggen van 150 jaar Curaçaose literatuurgeschiedenis. Ik mag hopen dat dit boek veelvuldig uit bibliotheken geleend zal worden, op scholen zijn weg vindt, gaat dienen als studiemateriaal voor scripties Nederlands maar ook dat u het onder de kerstboom gaat vinden.

[Ontleend aan Antilliaans Dagblad, 17 december 2013, pp. 14-5.]

Media laten een ingesleten beeld zien

door Freek van Beetz
.
Naar aanleiding van de recente aandacht rondom het Caribische deel van ons Koninkrijk hebben we auteur Freek van Beetz gevraagd een gastblog te schrijven.
 
“Voorlopig komt er geen recensie van uw boek”, kreeg ik dit voorjaar te horen van de NRC. Dat boek: Het einde van de Antillen, zou “alleen voor de echte liefhebbers van de politieke geschiedenis van de Antillen echt fascinerend zijn, maar de meeste lezers van NRC Handelsblad rekenen zich daar niet toe”. En zo serveerde de ‘kwaliteitskrant’ mijn met persoonlijke ervaringen doorweven kroniek van de recente politieke geschiedenis van het Koninkrijk af, een periode waar ook (Europees) Nederland politiek nauw bij betrokken was. Die staatsrechtelijk cruciale jaren culmineerden uiteindelijk op 10 oktober 2010 in de opheffing van het land de Nederlandse Antillen. Vanaf die datum zijn Sint Maarten en Curaçao ‘autonome landen’ binnen het Koninkrijk, dezelfde status die Aruba al vanaf 1986 geniet. De kleinere eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius gingen als ‘bijzondere gemeenten’ hechtere banden met Nederland aan.
Diezelfde NRC pakt deze weken groots uit met onthullende resultaten van onderzoeksjournalistiek: de betrokkenheid van Nederland en Nederlandse politici bij mogelijke corruptie op Bonaire. De eerste reportage “Illegale spionage op Bonaire” verscheen in de editie van 21 november. Dus nu niet alleen voor ‘echte liefhebbers’?
Dergelijke reportages passen in een bestendige, bijna hardnekkige gedragslijn in de media: de eilanden in de voormalige Antillen zijn toch vooral publicitair interessant als er moord, doodslag en corruptie te melden valt. Overigens moet gezegd worden dat aan deze NRC-reportage uitvoerig en gedegen bronnenonderzoek ten grondslag ligt.
De aandacht in de Nederlandse media voor de politieke actualiteit in het Caribische deel van het Koninkrijk, kenmerkt zich in het algemeen niet door een grote mate van diepgang, belangstelling en betrokkenheid. Journalistieke nieuwsgierigheid moet het nogal eens afleggen tegen de aandrang binnen de gebaande paden te blijven: afstand nemen van ingesleten beeldvorming vraagt kennelijk teveel. Teveel tijd, teveel energie, teveel inlevingsvermogen. Een enkele uitzondering (zoals Dick Drayer, correspondent ter plekke) daar gelaten. Het steekt de eilandbewoners in de Cariben terecht dat de van de eilanden afkomstige succesvolle sportlieden steevast als ‘Nederlanders’ worden geprezen en criminelen het etiket ‘Antilliaan’ krijgen opgespeld. Fraude, criminaliteit en integriteitsvraagstukken bepalen het negatieve beeld.
Gemiste kansen
Van 12 tot 21 oktober bezochten koning Willem Alexander en koningin Maxima het Caribisch deel van het Koninkrijk. De lijst met ‘geaccrediteerde pers’ in het officiële programma vermeldt 7 fotografen, 5 journalisten van de schrijvende pers en 25 medewerkers van radio, tv en video, waarvan 8 verslaggevers. Maar liefst 37 personen zouden het bezoek verslaan.
En wat hebben die ons allemaal laten zien? Vanzelfsprekend veel geijkte beelden: zon, zee, volksdans en vrolijke mensenmenigten. En een koningspaar dat duidelijk zichtbaar genoot van de inzet, het enthousiasme en de spontaniteit van hun onderdanen aan de andere kant van de oceaan.
Voor zover de meegereisde journalisten daarvoor al de ruimte kregen van hun redactiechefs en netmanagers, kregen we in het journaal en in de nieuwsrubrieken maar bar weinig te horen en te zien over de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen sinds de wijzigingen in de staatkundige verhoudingen op 10 oktober 2010.
Voor nieuwsgierige nieuwsgaarders zou de recente geschiedenis voldoende aanleiding moeten zijn om te onderzoeken hoe het de eilanden en eilandbewoners sedertdien is vergaan. Het koninklijk bezoek bood een mooie en gepaste gelegenheid om de bestaande stereotype beelden te nuanceren en de kennis over dit deel van het koninkrijk te verdiepen. Die kans hebben de nieuwsmedia voorbij laten gaan.
…overbodig vakantiereisje…
In het veelbekeken acht uur journaal kwamen slechts sporadisch beelden van het bezoek – en dan nog in een flits – voorbij. Correspondenten in ‘Verweggistan’ krijgen daar doorgaans meer zendtijd toebedeeld voor lang niet altijd even diepgravende reportages (dansende aapjes op straat in Djakarta!). In sommige programma’s, bijvoorbeeld in RTL Late Night (met Umberto Tan), maakte de redactie het zich wel erg gemakkelijk: de reis van het Koningspaar werd, met het tonen van enkele plaatjes, lacherig afgedaan als een overbodig vakantiereisje. De NTR beperkte zich tot overigens goed gemaakte reportages: ‘Koningspaar in de Nederlandse Cariben’, die op drie achtereenvolgende vrijdagavonden tussen zeven uur en half acht werden uitgezonden, jammer genoeg niet echt ‘prime-time’.
Tegen die achtergrond valt de kritiek op de eilanden op de wijze waarop zij door de Nederlandse media en de Nederlandse politiek worden bejegend goed te begrijpen: ze worden maar al te vaak met meewarige blik en houding weggezet als ontwikkelingslanden, waar financiële steun in zakken van corrupte politici verdwijnt; eilanden die in de greep van de maffia lijken te worden weggezogen en waarvan we beter vandaag dan morgen afscheid van moeten nemen.
De media hebben de kans om een genuanceerder beeld te geven van de eilanden en hun bewoners voorbij laten gaan. Dat doet geen recht aan de positieve sfeer waarmee het koninklijk bezoek was omgeven en evenmin aan de inzet van velen op die kleine eilanden die met energie, maar met vaak beperkte mogelijkheden en middelen werken aan hun toekomst.
Wél geïnteresseerd in de achtergrond van de voormalige Nederlandse Antillen? Lees het boek van Freek van Beetz: Het einde van de Nederlandse Antillen.
[van Eburon, 28-11-2013]

Een orgie van politiek en bestuurlijk vandalisme

door Eric de Brabander

Freek van Beetz. Foto @ René Roodheuvel
Freek van Beetz was tien jaar lang adviseur van de Minister President van de Nederlandse Antillen. In die hoedanigheid was hij ooggetuige van de moeizame relatie van de Antillen met Nederland, de opeenvolgende problemen binnen het landsbestuur, de interne politieke verwikkelingen en met name het langdurige proces dat uiteindelijk leidde tot de opheffing van het land de Nederlandse Antillen. Van Beetz werd door de  oppositiepartijen in die tijd gewantrouwd. Sommigen zagen hem als een spion binnen de regeringsgebouwen in Forti. Immers, hij was ‘uitgeleend’ door Den Haag voor assistentie bij het financieel economisch herstelprogramma van Pourier, dat moest resulteren in een akkoord met het Internationaal Monetair Fonds. En dat akkoord was voorwaarde voor financiële steun uit Nederland. Keiharde afspraken waren daarover gemaakt, die, naar later bleek, minister Gijs de Vries niet zou honoreren. Dit leidde uiteindelijk tot electoraal verlies van de PAR ten gunste van de FOL van Anthony Godett.
Van Beetz beschrijft in zijn boek Het einde van de Antillen: Kroniek van een adviseur op Curaçao hoe Gijs de Vries hiermee het podium creëerde waarop de PAR uiteindelijk politiek bijna ten onder ging en de populist Anthony Godett met de macht aan de haal ging, gebruik makend van slogans als ‘sin miedu, zonder angst,’ en ‘brood en een dak boven het hoofd’. En waar, na het ontstaan van het nieuwe land Curaçao een coalitie gevormd werd tussen de partij van Helmin Wiels, die radicale afscheiding van het moederland voorstond, en de door duistere figuren gefinancierde MFK van Gerrit Schotte. Dat de oppositiepartijen in de beginjaren van het nieuwe decennium dachten met Van Beetz het paard van Troje binnengehaald te hebben was op zich niet zo verwonderlijk. Ook in Den Haag werd gevonden dat de adviseur die door hun uitgeleend was aan het kabinet van Minister President Pourier schatplichtig was aan de Nederlandse regering. Dat kwam al snel aan het licht toen, tijdens het IMF traject, en de daarmee gepaard gaande bezuinigingen, het duidelijk werd dat de Antillen financiële hulp nodig hadden om het traject met goed gevolg te doorlopen. Deze hulp was ook toegezegd, met name sociale hulp aan al die ambtenaren (34%) die wegbezuinigd waren.
Van Beetz schreef namens Pourier een brief aan premier Kok waarin gemeld werd dat: ‘verdere bezuinigingen binnen de huidige Antilliaanse staatkundige structuur desastreus zullen zijn, niet alleen voor het effectief functioneren van het overheidsapparaat, doch ook voor de essentiële diensten en voorzieningen aan onze bevolking.’
…politiek op Curaçao… Foto @ Bea Moedt
De brief werd in Den Haag door BKZ niet in dank ontvangen. Ze hadden de hand van Van Beetz herkend en hij werd er op aangesproken. Van Beetz maakte daarop duidelijk dat hij uitgeleend was aan de Antilliaanse regering en verantwoording verschuldigd was aan Minister President Pourier en niemand anders. Veel begrip ontving van Beetz niet. De relatie met BKZ is er daarna jaren een geweest van koude oorlog.
Toen ik dit verhaal las moest ik onwillekeurig denken aan het boek van Aart Broek, Dwarsliggers. Wellicht zou dit boekje verplichte kost moeten zijn voor heel bestuurlijk Nederland.
In 2006, toen het voor de Antillen duidelijk was dat Nederland zijn financiële afspraken niet nagekomen was en ook niet zou nakomen, hield minister Brinkhorst in de aula van de Universiteit van de Nederlandse Antillen een lezing getiteld ‘een gezonde bestuursstructuur in een gezonde economie’. Brinkhorst hamerde op het belang van bezuinigingen en na afloop merkte van Beetz tijdens de staande receptie tegen een oud-collega uit Den Haag op, ‘een gemiste kans.’ Hij bedoelde dat politiek Den Haag de kans had laten liggen Pourier de nodige ruggensteun te geven ten tijde dat het kabinet Pourier daadwerkelijk met de bezuinigingen bezig was waar Brinkman het over had. De Antillen zouden er heel wat voortvarender hebben uitgezien als Gijs de Vries niet zo halsstarrig was geweest.
Deze opmerking werd doorgekletst en veroorzaakte in Den Haag een diplomatieke rel. Weer verwijs ik naar Dwarsliggers waarin Aart Broek beschrijft hoe moeilijk het is voor bestuurders om beleid over een andere boeg te gooien als duidelijk wordt dat een andere koers gevaren dient te worden. In dat soort gevallen, waar de cognitieve functies van de bestuurder dissoneren met de realiteit, is het helaas usance om eerst de boodschapper af te schieten. Van Beetz moet teruggeroepen worden, zo eiste Laurens Jan Brinkhorst. Dat is uiteindelijk niet gebeurd. Freek van Beetz heeft drie minister presidenten geadviseerd, Pourier, IJs en de Jong Elhage, waarna een einde kwam aan de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010.
Het einde van de Antillen is geen formele wetenschappelijke studie. Van Beetz wisselt de politieke gebeurtenissen van de afgelopen tien jaar af met passages uit zijn logboek, waarin hij al die gebeurtenissen van persoonlijke kanttekeningen voorziet. Die passages hebben een andere schrijfstijl, ze zijn als het ware een verademing na de delen van het boek waarin de politieke processen worden beschreven en waar Freek van Beetz zich ervan bewust is dat hij aan geschiedschrijving doet. De persoonlijke ervaringen zorgen ervoor dat het boek Het einde van de Antillen leest als een roman.
Ik genoot van de passage over de slotverklaring, een orgie van bestuurlijk en politiek vandalisme, zoals Freek van Beetz het noemde. Allereerst moest er gestemd worden  of Anthony Godett al dan niet uit Bon Futuro gehaald moest worden om hem aan het debat te laten deelnemen. Iedereen bemoeide zich ermee, en met name in de Papiamentstalige kranten ontstond een hetze, die versterkt werd door de nogal onhandige PAR zet  de overeenkomst inzake de slotverklaring geheel op het conto van de PAR te schrijven. Si en No werden toen geboren. Na een opeenvolging van scheldpartijen en holle retoriek werd de slotverklaring afgewezen. Men vierde dit besluit feestelijk. Weldenkende burgers vroegen zich af waar dit allemaal heen moest. Duidelijk was het dat de PAR door de coalitiepartij van Godett gezien werd als verlengstuk van Holland. Dat was al zo vanaf het verraad van de Vries. De FOL had hiermee een stok om de hond te slaan.
Het boek van Freek van Beetz verdient een plaats in de boekenkast van eenieder die begaan is met de Caribische eilanden, maar met name in de boekenkast van onze politici, ter lering ende vermaeck. ‘Het einde van de Antillen’ is bovenal een aanwinst voor onze nationale bibliotheek en de bibliotheken van onze middelbare scholen, daar het in een leemte voorziet wat betreft onze politieke geschiedenis.

Freek van Beetz, Het einde van de Antillen; Kroniek van een adviseur op Curaçao
ISBN: 9789059727564
Uitgever: Eburon
Jaar : 2013
Pagina’s : 336

[uit Antilliaans Dagblad,  (rubriek ‘Voor u gelezen’), zaterdag 18 mei 2013]

Over Dwarsliggers zie dit eerdere bericht.

Laatste kabinet voor Tjeenk Willink

Freek van Beetz heeft gisteren in Den Haag zijn boek Het laatste kabinet, Kroniek van de ontmanteling van de Nederlandse Antillen uitgereikt aan de vicevoorzitter van de Raad van State van het Koninkrijk, Herman Tjeenk Willink. Het boek, dat op 9 oktober 2010 officieel werd overhandigd aan kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima, beschrijft de politieke en staatkundige ontwikkelingen die leidden naar de opheffing van het land de Nederlandse Antillen. Volgens Tjeenk Willink is het een goede zaak dat de recente geschiedenis van de Nederlandse Antillen is vastgelegd, aldus auteur Frederik ‘Freek’ van Beetz,die lange tijde op Curaçao werkzaam was, maar tegenwoordig in Oegstgeest in Nederland woont.

Van Beetz was vanaf begin 2001 tot 10-10-10 adviseur van de minister-president van de Nederlandse Antillen, achtereenvolgens van Miguel Pourier en Etienne Ys (zijn eerste kabinet). Met de regering van Myrna Godett was hij tijdelijk terug in Nederland. Ys vroeg hem terug voor ‘Ys II’ en daarna heeft de adviseur de beide periodes van Emily de Jongh-Elhage uitgediend. Dus alles bij elkaar bijna tien jaar Curaçao.

Vicevoorzitter van de Raad van State van het Koninkrijk, Herman Tjeenk Willink, bekijkt het boek Het laatste kabinet, Kroniek van de ontmanteling van de Nederlandse Antillen geschreven door Freek van Beetz.

Het laatste kabinet en kroniek van de ontmanteling van de Nederlandse Antillen heeft Beetz samen met Jefka Martha-Alberto als producente geschreven in opdracht van de (laatste) regering van de Nederlandse Antillen. De rest van de oplage behoort tot de boedel van het land Nederlandse Antillen dat is overgegaan naar het Land Curaçao. Die heeft daarover geen beslissing genomen. Daarom is het boek op Curaçao niet of nauwelijks verkrijgbaar.

De auteur heeft overigens een boek in manuscript gereed over het ‘IMF-traject’, de laatste periode van het kabinet Pourier, dat hij schreef in de periode dat hij in Nederland terug was (november 2003 – juni 2004) en Van Beetz verklapt nu te werken aan een boek over de laatste tien jaar van de Nederlandse Antillen ‘vanuit de optiek van een adviseur die dat allemaal van nabij heeft meegemaakt’. De werktitel van het manuscript over de periode 2001-2004 is Met lege handen, een verwijzing naar de wijze waarop de toenmalige Nederlandse regering Pourier in de kou liet staan.

[uit Antilliaans Dagblad, 15 juli 2011]

Freek van Beetz bij Curaçaosche Kunstkring

De Curaçaosche Kunstkring ontvangt in zijn Cultureel Cafe op 18 november 2010 Freek van Beetz.

Eind februari 2001 kwam drs. Freek van Beetz op verzoek van de Antilliaanse regering naar Curaçao. Hij zou voor ongeveer een jaar, tot aan het eind van diens regeerperiode, toenmalig minister-president Miguel Pourier als adviseur bijstaan bij de uitvoering van het financieel-economisch herstelprogramma. Na dat jaar keerde hij (nog) niet terug. Hij heeft vervolgens ook de premiers Ys en De Jongh – Elhage als adviseur mogen dienen.

Vanaf het begin was hij nauw betrokken bij het staatkundig proces dat uiteindelijk resulteerde in de ontmanteling van het land de Nederlandse Antillen en de totstandkoming van de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten. Daarnaast was Freek van Beetz o.a. actief als secretaris van de Curacaosche Kunstkring, klarinettist in de politieharmonie en lid van het koor van de Snoa. In 2008/ 2009 produceerde hij samen met Michel Drenthe de veelbesproken film United by Music, het wervelende verslag van de tournee van het Nederlandse Ricciotti Ensemble en Izaline Calister op het eiland.

Afgelopen maand werd het boek: Het laatste kabinet en Kroniek van de Ontmanteling van de Nederlandse Antillen, dat hij samen met Jefka Martha Alberto in opdracht van de laatste regering van de Nederlandse Antillen schreef, aangeboden aan o.a. ZKH. Prins Willem Alexander en prinses Maxima en tal van andere hoogwaardigheidsbekleders.

Nu het Land de Nederlandse Antillen is opgeheven komt er ook een eind aan zijn verblijf hier op het eiland. Freek van Beetz kan terugzien op veelbewogen, boeiende jaren hier op Curacao. Reden voor de Curacaosche Kunstkring om hem uit te nodigen voor het Cultureel Café op donderdag 18 november in Landhuis Bloemhof om te vertellen over zijn ervaringen en (culturele) passies.

Datum: 18 november 2010
Aanvangstijd: 20.00 uur
Locatie: Landhuis Bloemhof

De toegang bedraagt voor leden van de Kunstkring NAf 15 en voor overigen NAf 20, inclusief een drankje.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter