blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Balai Leo

Tentoonstelling slavenschip Leusden permanent naar Suriname

Paramaribo – De tentoonstelling ‘Het slavenschip Leusden’ wordt permanent naar Suriname gehaald. Een voorproef hiervan was tussen 3 november vorig jaar en januari dit jaar te zien in het Surinaams Museum, onder de naam ‘Smart van een Slavenschip-Scheepsramp op de Marowijne’. Dit maakt het museum vrijdag bekend in een persbericht. read on…

Slavernij verbeeld

door Hilde Neus  

De afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam heeft dit jaar een speciale tentoonstelling gehouden met boeken over de slavernij. Gastconservatoren waren Kenneth Boumann en Carl Haarnack, allebei van Surinaamse origine en verwoede verzamelaars van antiquarische werken over Suriname. Naast werken uit de collectie van de Universiteit van Amsterdam zelf, hebben zij ook boeken en andere zaken tijdelijk beschikbaar gesteld. Deze zijn afgebeeld in een publicatie van De boekenwereld, die voor ongeveer de helft is gevuld met informatie over historische Surinaamse (en andere) werken, gerelateerd aan de slavernij.

read on…

Caraïbisch vers in foto’s

Op donderdag 28 november kon het publiek in de Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam Zuidoost kennismaken met de nieuwste Caraïbische boeken en hun schrijvers. Maar liefst acht schrijvers en een uitgever kwamen aan het woord in tafelgesprekken met Michiel van Kempen. Een foto-impressie.
Journaliste Jeannette van Ditzhuijzen opende de avond met een portret in woord en beeld van Músika Curaçao, een boek over Antilliaanse muziek met schitterend fotowerk van Sinaya Wolfert, waarvoor Jeannette de tekst schreef.

De Antilliaans-Nederlandse schrijfster Giselle Ecury ging in op de familiebanden die aan haar romans binden, en dan met name aan haar nieuwe roman De rode appel. Eardly van der Geld schreef een roman over wat het slavernijverleden voor nu betekent: Curaçaos bloed; hij gaf een blik in de plannen die hij heeft om net nog met onderwerp door te gaan.

Karin Amatmoekrim bekende dat zij na alle commotie rond haar roman over Anton de Kom., De man van veel, het boek nog altijd exact zo zou schrijven. Historicus Leo Balai vertelde gepassioneerdieerd over het slavenschip Leusden en de moord op meer dan 650 slaven. Janny de Heer vertelde over de lange weg die zij ging om onderzoek te doen voor haar historische roman over het 19de-eeuwse Suriname Gentleman in slavernij.
 
 
In de laatste ronde spraken Ricardo MacNack en uitgever Franc Knipscheer. Ricardo MacNack vertelde levendig over zijn jaar in de DDR, waar hij ervaring op moest doen om een drukkerij op te zetten en hoe er tegen hem als vreemdeling werd aangekeken; Vervlogen dagen was daarvan het gevolg. Uitgever Franc Knipscheer van uitgeverij In de Knipscheer vertelde hoe de crisis ook voordelen kan bieden aan uitgeverijen die hun nek uitsteken.
Saxofoniste Sanne Landvreugd gaf een mooie muzikale sfeer met werk van onder meer de Braziliaan Jobim. Foto © Michiel van Kempen

Discussie rond perspectief Leusden-tentoonstelling

door Euritha Tjan A Way
 
Paramaribo – Econoom Armand Zunder is niet blij met de tentoonstelling Smart van een Slavenschip Scheepsramp op de Marowijne die vanaf begin november te zien is in Fort Zeelandia. De expo die in het kader van 150 jaar afschaffing van de slavernij naar Suriname gehaald is door de Nederlandse ambassade, vertelt niet de totale historie en is volgens de econoom een slachtofferverhaal.
“De geschiedenis van de tot slaafgemaakte begint bijvoorbeeld niet met slavernij. Dat is een historie van tienduizenden jaren waarin Afrikanen piramides gebouwd hebben, wetenschap ontwikkeld hebben en veel meer. De slavernij is slechts 500 jaar van die geschiedenis.” Ook is volgens Zunder niet verteld dat de Nederlandse regering deels eigenaar was van het gezonken schip Leusden en dat het land rijk is geworden door slavernij en slavenhandel.
Massamoord
Volgens Zunder is ook de naam incorrect. “Het is geen scheepsramp, het is massamoord op ongeveer 700 tot slaafgemaakten. De kapitein van het schip heeft massamoord gepleegd toen hij besloot de luiken dicht te spijkeren terwijl de gevangenen nog in het ruim waren.”
Ada Korbee die door de Nederlandse ambassade is aangetrokken om de tentoonstelling in Suriname op te zetten, is het eens met Zunder dat het verhaal vanuit een bepaald perspectief verteld is. “Maar het is een tentoonstelling die we hebben overgenomen van het Scheepvaartmuseum in Nederland. Hun museale belangstelling gaat dan ook uit naar het schip en we hebben wel wat kleine dingen aangepast, maar de teksten uit de panelen kunnen we niet veranderen natuurlijk.”
Cultuurbeleving
Volgens Zunder is het meer dan jammer dat Suriname het besef en het geld niet heeft om zulke projecten zelf te initiëren. “Je krijgt een situatie waarbij wie betaalt bepaalt. De Nederlandse ambassade betaalt en bepaalt daarmee de cultuurbeleving in dit land. En dat doen ze op steenworp afstand van het Kabinet van de President”, roept Zunder geïrriteerd.
De econoom kan het ook niet verkroppen dat kinderen die een rondleiding krijgen naast elkaar geplaatst worden om te aan te voelen hoe het eraan toe ging op zo een slavenschip. “Dat is vragen om trauma’s. Dat moet je niet doen.”
Zunder vergelijkt de slavernij met de Joodse holocaust wanneer hij zegt: “Zie je al dat Joodse kinderen gebracht worden naar Auschwitz en in de gaskamer geplaatst worden zodat ze kunnen ervaren wat hun voorouders hebben meegemaakt?”
Volgens Mildred Caprino, geschiedenisdocent op het Instituut voor de Opleiding van Leraren, haalt Zunder dat uit de context. “Wat gedaan wordt, is dat kinderen gesensibiliseerd worden voor wat zich heeft afgespeeld tijdens de slavernij. Daarvoor worden didactisch verantwoorde manieren gebruikt. De Joden hebben ook hun gedenkmonumenten waar ze een steen zetten toch?”
Volgens Korbee gaat de Nederlandse ambassade geen discussies uit de weg. “Daarom komt er in de tweede week van januari een debat bij de tentoonstelling. Daar mag iedereen aan meedoen en dan komen ook de gevoelige onderwerpen ter sprake.”
[uit de Ware Tijd, 29/11/2013]

Caraïbisch Vers!

 
Op donderdag 28 november 20.00 uur kan het publiek in de Bibliotheek Bijlmercentrum in  Amsterdam Zuidoost kennismaken met de nieuwste Caraïbische boeken en hun schrijvers. In een flitsend programma met beeld en geluid gaat Michiel van Kempen (bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam) in gesprek met maar liefst negen schrijvers:
 
* Karin Amatmoekrim: zij schreef een roman over een uiterst delicaat moment in het leven van de Surinaamse publicist, vrijheidsheld en geschiedschrijver Anton de Kom: De man van veel. Het boek deed al veel stof opwaaien: gaat het liggen of dwarrelt het door?
 
* Leo Balai baarde als historicus groot opzien met zijn proefschrift over het slavenschip Leusden, een wetenschappelijke studie waarvan inmiddels een editie voor het grote publiek is verschenen: het gruwelijke verhaal van de koelbloedige moord op een schip vol slaven.
 
* Jeannette van Ditzhuijsen is bekend van verschillende boeken over de Antillen, maar presenteert nu voor het publiek het schitterende fotoboek over de Antilliaanse muziek Músika Curaçao van Sinaya Wolfert, waarvoor Jeannette van Ditzhuijsen de tekst schreef.
 
* Giselle Ecury, Antilliaans evengoed als Nederlands, voegde een nioeuwe roman toe aan haar oeuvre: De rode appel, een roman over de morele, psychologische en seksuele groei van Elisabeth.

* Eardly van der Geld schreef een actuele roman over de gevolgen van het slavernijverleden: Curaçaos bloed.

 
*  Janny de Heerschreef een forse roman over een Duitse immigrant in het 19de-eeuwse Suriname: Gentleman in slavernij. Voor het boek verrichtte zij uitgebreid historisch onderzoek in  tal van archieven, maar wat telt is het romanverhaal.
 
 
*  Ricardo MacNacktekende voor het boek Vervlogen dagen in de voormalige DDR, een van de vele curiosa uit de Surinaams-Nederlandse letterkunde: een dagboek van een stage tussen 1982 en 1983 in het socialistische Oost-Duitsland.
 
*  Frank Ong-Alok maakte een multimediaal prenten-, liedjes- en verhalenboek met cd voor kinderen van 0 tot 100 jaar, veertien liedjes en zes verhalen onder de titel Bloemies.
 
* Stephan Sanders, tv-journalist en columnist van Vrij Nederland, schreef een aangrijpend relaas van zijn moeizame vriendschap met Anil Ramdas, een uiterst persoonlijk In memoriam onder de titel: Iets meer dan een seizoen.
 
U kunt boeken aanschaffen in de boekenstands en de schrijvers zullen hun werk signeren.
 
De muzikale begeleiding wordt verzorgd door Sanne Landvreugd.
 
Datum: donderdag 28 november
Aanvangstijd:  20.00 uur
Locatie: Bibliotheek Bijlmercentrum, Frankemaheerd 2, Amsterdam Zuidoost
 
Toegang gratis; reserveren gewenst via brc@oba.nl / 020-6979916
 
Organisatie: OBA en Werkgroep Caraïbische Letteren
 
 
 


Sanne Landvreugd. Foto © Michiel van Kempen

Veel onbekend over wel en wee slavenschepen

‘De bemanning was gewoon koopwaar’

door Euritha Tjan A Way
 
Paramaribo – Hij windt er geen doekjes om, de moord op 680 gevangenen aan boord van het slavenschip Leusden heeft hem getroffen. Onderzoeker Leo Balai kwam de grootste scheepsramp in de geschiedenis van slavenschepen per toeval tegen. “Het trof mij dat er behalve een paar zinnen niets zinnigs meer is gezegd hierover.” “Waar wel veel correspondentie over is, is de dat de bemanning die het heeft overleefd recht meende te hebben op bergingsloon. Zij zijn namelijk met gevaar voor eigen leven wel op zoek gegaan naar een kistje met een hoeveelheid goud dat zich in het ruim bevond.” Maar over de mensenlevens vind je niets meer dan een paar regels.”
Boeien en vrouwen
Balai hield zaterdagavond een lezing over zijn onderzoek naar de Leusden in de binnenplaats van het Fort Zeelandia. Hoewel de gruwel die de slavernij voorstelde de rode draad was door de lezing, roept Balai vooral op tot meer onderzoek. “Er is al veel onderzoek gedaan naar slavernij zelf, maar heel weinig naar het wel en wee op slavenschepen”, meent Balai. Hij noemt daarbij de boeien en de vrouwen. “Waren de mensen werkelijk de hele reis geboeid? Het zijn ijzeren boeien waar je voeten aan kapot gaan. En werden de vrouwen werkelijk verkracht en zo vaak?”
Hij legt uit dat de algemene veronderstelling was dat de slaven aan boord van zo een schip slecht werden behandeld. “Maar als je kijkt naar de feiten, dan zie je dat maar vijftien procent van de gevangenen het loodje liet. Het was niet in het belang van de eigenaar van de slaven om ze te laten sterven. Dan had je verlies”, legt Balai uit. Hij geeft ook aan dat de gevangenen op de Nederlandse schepen niet verzekerd waren. “Het gemiddeld verlies werd gewoon ingerekend in de prijs.”
Het vermoeden dat het de bedoeling was dat de slaven bleven leven, wordt versterkt door de journalen van de schepen die aangeven wat er allemaal werd ingeladen vanuit Afrika. “Zakken limoenen om in het water te zetten van de slaven en zakken tamarinden om op te zuigen om scheurbuik te voorkomen. In het ruim bevonden zich ook levende kippen en varkens voor voeding”, doet schrijfster Cynthia McLeod een duit in het zakje.
Kapitein
Waarom dan de onverschilligheid van de West Indische Company (WIC) wanneer zoveel ‘koopwaar’ verloren gaat? “De kapitein heeft het goed kunnen verkopen. Hij gaf de volgens mij volstrekt absurde reden dat hij de luiken deed dichtspijkeren terwijl het schip aan het zinken was omdat hij vreesde voor een aanval op de bemanning”, legt de onderzoeker uit. Saillant detail is dat de kapitein van de Leusden wel is aangesproken door de WIC voor een twijfelachtig verblijf thuis bij een ongetrouwde weduwe.
De lezing van Balai was onderdeel van de tentoonstelling Smart van een slavenschip. Scheepsramp in de Marowijne georganiseerd en opgezet door de Nederlandse Ambassade. Hoeveel het geheel heeft gekost wil de Nederlandse Ambassade niet kwijt aan de Ware Tijd. Duidelijk is wel dat het budget van 70.000 euro voor het jaar 2013 in verband met de herdenking van 150 jaar afschaffing slavernij, voor een groot deel hieraan is besteed.
Balai is verrast dat de tentoonstelling die na zijn onderzoek is gekomen ook werkelijk zo groot in Suriname is opgezet. Dat toont volgens hem dat Nederland werkelijk iets goed te maken heeft met Suriname. “Ze willen de zwarte bladzijde volgens mij ook werkelijk schoonvegen.” Tijdens de lezing werd ook de gepopulariseerde versie van het proefschrift van Balai ter verkoop aangeboden.
[uit de Ware Tijd, 05/11/2013]

Nederland toont ‘zwarte bladzijde’ via tentoonstelling Leusden

door Audry Wajwakana

Paramaribo – Met de tentoonstelling Smart van een slavenschip. Scheepsramp in de Marowijne in het Fort Zeelandia krijgen bezoekers een beeld van het verloop op en de ondergang van het slavenschip Leusden. In de indringende expo is ook de rol van Nederland in de slavenhandel zichtbaar gemaakt. De expo werd vrijdagavond officieel door de Nederlandse Ambassade in de persoon van zaakgelastigde Ernst Noorman geopend. De Ambassade organiseerde dit geheel om wat zij noemt ‘de zwarte bladzijde van de slavernij’ ook in Suriname te tonen.
 Voorafgaand aan de officiële opening bracht du uma Elly Purperhart een plengoffer bij de trap die leidt naar de tentoonstelling. Ze dankte onderzoeker Leo Balai voor het naar boven halen van het verhaal van de Leusden. Ook vroeg ze de Almachtige om bezoekers die met het slavernijverleden geconfronteerd zullen raken, te beschermen, te begeleiden en kracht te geven. De ramp met het slavenschip Leusden, waarbij 680 gevangen en geroofde Afrikanen omkwamen, heeft in de tijd toen het gebeurde nauwelijks aandacht getrokken en is ook nooit opgerakeld. Dit was het geval totdat Balai deze ramp bij toeval ontdekte en er jarenlang onderzoek naar deed. Na bijkans 270 jaar heeft hij met zijn onderzoek het gebeuren op de Leusden boven water gehaald. Het verhaal heeft zo een impact gehad dat het Scheepsvaartmuseum Amsterdam besloot in verband met de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij het verhaal middels de tentoonstelling De Zwarte Bladzijde te belichten.
Vergeten
Leo Balai zegt in zijn toespraak niet te kunnen vermoeden dat zijn boek zo een grote impact zou hebben. “Ik hoop dat we verder komen met het onderzoek van deze toch wel verschrikkelijke geschiedenis, waarvan ik vind dat het deel moet zijn van ons collectief geheugen van zowel mensen in Nederland als in Suriname en ook in Afrika”, zegt Balai. Nederlands zaakgelastigde Noorman onderstreepte de kwalijke rol van Nederland in de slavernijgeschiedenis. “We mogen niet vergeten dat onze voorouders in staat waren vrijheden van mensen af te nemen en hoe beschamend het is geweest dat slavernij goed werd gepraat”, zegt hij.
Bezoeker Rita Ravenberg ervaart na de rondgang in het geïmproviseerde schip heftige emoties. “Het dringt nu pas tot me door wat onze mensen hebben beleefd. De informatie heb ik tot me genomen en ik zal familie en vrienden deze tentoonstelling aanbevelen”, zegt ze bij de uitgang. Voor Pim de la Parra is de expo erg indrukwekkend en beklemmend tegelijk. Vooral het gedeelte van het ruim met nummers. “Dat gedeelte speelt nog tot de dag van vandaag. Deze expositie gaat over het verleden, maar zij is te relativeren met het heden, waar we nog steeds te maken hebben met mensenhandel. Slavernij betekent niet allen zwart wit, maar het is een menselijk verhaal.” De tentoonstelling loopt tot eind januari 2014.
[uit de Ware Tijd, 04/11/2013]

Slavernij in Afrika: overwinnaars en slachtoffers

Zondag 22 september werd de grote tentoonstelling Slavernij verbeeld in de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam afgesloten met een debat over wat er voorafging aan de Middle Passage, de overtocht van Afrikaanse mensen naar de Nieuwe Wereld: de slavernij in het continent Afrika. Hoe schrijven we die geschiedenis en welke rol speelt daar de orale geschiedschrijving in? Hoe kwamen de slavenhandelaren aan hun slaven? Hoe lang bestond er al Afrikaanse slavernij? Zijn de Afrikaanse volkeren mede schuldig aan de slavernij, of moeten we dit zien als een historisch gegeven: de Ashanti voerden oorlog en de overwonnenen werden tot slaaf gemaakt?

Marcel van Engelen, auteur van Het kasteel van Elmina, de Ghanees-Nederlandse journaliste Alberta Opoku, en historicus Leo Balai, auteur van Het slavenschip Leusden; moord aan de monding van de Marowijnerivier, debatteerden onder leiding van Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren.

Natuurlijk waren er uiteenlopende meningen, al dan niet vanuit het standpunt van de roots-zoekers/ de nakomelingen van de slachtoffers van die tijd, of vanuit een meer neutraal geschiedenis-beschrijvend standpunt, of zelfs vanuit de “overwinnaars” van toen. Emoties spelen in zo’n debat altijd een rol. Maar gedachte-uitwisselingen als deze kunnen er niet genoeg zijn.

Aangrijpende novelle Tutuba gepresenteerd

door Stuart Rahan

De nieuwe novelle Tutuba van Cynthia McLeod is woensdag gepresenteerd in het Bijlmer Parktheater. Historicus Leo Balai, bekend van het historisch onderzoek naar het slavenschip Leusden, mocht als eerste de boeken ontvangen. Tutuba is geschreven naar aanleiding van zijn onderzoek.
Bij deze gelegenheid was speciaal aanwezig de Surinaamse radiopersoonlijkheid Gerda Duttenhofer, die ook enkele exemplaren in ontvangst mocht nemen. Het boek is ook vertaald in het Engels. Op 19 november 1737 vertrok het slavenschip Leusden van Elmina, Ghana met een lading van 700 geroofde en gevangen Afrikanen, die als slaaf zouden worden verkocht in Suriname. Een van hen was het vijftienjarige meisje Tutuba.
Op 1 januari 1738, na een gunstige reis van zes weken, liep de Leusden op een zandbank in de Marowijnerivier en verging. De voltallige bemanning wist zich te redden, maar de 664 gevangenen in het ruim kwamen jammerlijk om omdat de bemanning de luiken had dicht getimmerd. Bij toeval overleven Tutuba en vijftien anderen deze vreselijke ramp. Haar verhaal en het relaas van de kapitein worden beschreven in deze aangrijpende historische novelle van Cynthia McLeod.

[uit de Ware Tijd, 19/09/2013]

door Diederik Samwel

Geen vrolijk boek

McLeod vertelde dat ze het verhaal in drie weken tijd ‘in grote lijnen’ had geschreven tijdens een verblijf op Bonaire. Daar vergezelde ze een van haar kleinkinderen die daar haar Nederlands staatsexamen moest afleggen. Een bizarre ervaring, vond McLeod. Ze was daar omringd door 16- en 17-jarigen terwijl zij in haar hoofd bezig was met het levensverhaal van een meisje van dezelfde leeftijd dat bijna 300 jaar eerder de gruwelijkste dingen had meegemaakt.

McLeod vertelde tijdens de presentatie dat ze in de loop der jaren nogal eens de kritiek had gekregen dat ze in haar bestseller Hoe duur was de suiker een te mild en te genuanceerd beeld had geschetst van het slavernijverleden. ‘Alsof het allemaal wel meeviel binnen de verhoudingen tussen blank en zwart. Mijn verhaal zou eigenlijk veel te mooi zijn. Nou, laat ik jullie dit zeggen: Tutuba is geen vrolijk boek.’

Beter geworden

Overigens schreef McLeod Tutuba tot twee keer toe. Na aankomst vanuit Bonaire op Zanderij bleek haar laptop te zijn verdwenen. Mét het manuscript. En dan kon haar kleindochter haar nog zo vaak voorhouden dat ze het document minstens elke dag naar zichzelf had moeten mailen, zo verstandig was ze dus niet geweest. ‘Ach, misschien is het wel ergens goed voor geweest en is het boek er juist beter op geworden.’ McLeod is volgende week woensdag aanwezig bij de première van de speelfilm Hoe duur was de suiker waarmee het Nederlands Filmfestival wordt geopend. Op 4 oktober presenteert ze Tutuba in Paramaribo, bij Vervuurt aan de Waterkant.

[uit Starnieuws, 19 september 2013]

Debat: de Afrikaanse rol in de geschiedenis van de slavernij

Leo Balai, Marcel van Engelen en Alberta Opoku in gesprek over slavernij

Gratis toegang tentoonstelling Slavernij Verbeeld en zondagmiddagsalon

Op zondagmiddag 22 september spreken Leo Balai, Marcel van Engelen en Alberta Opoku met elkaar over de Afrikaanse rol in de geschiedenis van de slavernij. De tentoonstelling Slavernij verbeeld is in het weekend van 21 en 22 september gratis te bezoeken.

read on…

Tutuba – Het meisje van het slavenschip Leusden

Voor het eerst sinds in 2005 Die Revolutie niet begrepen…! verscheen is er weer een nieuw boek van Cynthia Mc Leod. Een week voor de feestelijke première van de verfilming van haar beroemdste roman Hoe duur was de suiker? – als openingsfilm va het Nederlands Film Festival – presenteert uitgeverij Conserve met trots haar historische novelle Tutuba – Het meisje van het slavenschip Leusden.

read on…

Vertoning documentaire Slavenschip Leusden

Twee jonge Nederlandse filmmakers Carlien Megens en Erwin Veenstra zochten dit voorjaar mee naar de immateriële overblijfselen van de grootste Nederlandse scheepsramp aller tijden. Slavenschip Leusden verging in 1738 bij de monding van de Marowijnerivier. De bemanning overleefde de ramp, maar timmerde vóór het zichzelf in veiligheid bracht de luiken van het ruim dicht. Bijna 700 tot slaaf gemaakte mensen verdronken in de buik van het schip.

Begin april vertrokken Megens en Veenstra als onderdeel van een journalistentrainings- en uitwisselingsproject onder leiding van initiator van het project, journalist Henry Strijk, naar Suriname. Niet om de exacte coördinaten van de rampplaats te ontdekken, maar vooral om door te dringen tot de Surinaamse beleving van het slavernijverleden en om de slavernijgeschiedenis “eigen” te maken.

Megens en Veenstra zochten antwoorden op vragen als hoe het komt dat Nederlanders en Surinamers zo verschillen in hun perceptie rond dit deel van ons gezamenlijk verleden. Wat bedoelen Surinamers eigenlijk als zij zeggen te vechten voor erkenning? Is het zo dat Nederlanders niets weten van het verleden in de slavenhandel? Waarom ligt dit hoofdstuk nog zo dicht onder de oppervlakte in Suriname?

Speciale gast van de avond is wintipriesteres Elly Purperhart.

Vertoning documentaire Slavenschip Leusden
Vrijdag 26 juli 2013
Aanvang 19.30 uur
Vereniging Ons Suriname Zeeburgerdijk 19-A 1093 SK Amsterdam Oost (Let op: betaald parkeren tot 21.00 uur)
Toegang: vrij Aanmelden vooraf verplicht
Voor meer informatie en aanmelden: info@veronsur.org Tel: + 020 693 50 57

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter