blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Aruba

Boy Ecury, een vergeten verzetsheld

De Nationale Herdenking op 4 mei en de Viering van de Bevrijding op 5 mei zijn voor gevolmachtigd minister van Aruba Edwin Abath reden om aandacht te vragen voor wat hij noemt ‘een stukje vergeten geschiedenis’. Hij doelt daarbij op Boy Ecury, een jonge student uit Aruba die actief is geweest in het Nederlandse verzet.

Deze moed heeft Ecury moeten bekopen met zijn leven. De jongeman werd op 6 november 1944 in de duinen bij Scheveningen door de Duitsers gefusilleerd, na te zijn verraden. Abath zegt dat niemand het hem kwalijk zou hebben genomen als hij bij het uitbreken van de oorlog was teruggekeerd naar zijn familie op Aruba.

Carrière
Een jongeman, in de bloei van zijn leven, die naar het verre Nederland was gekomen om de basis te leggen voor een glanzende carrière, die thuis op de eilanden voor hem in het verschiet lag. Hij heeft geen moment geaarzeld om zich aan te sluiten bij het verzet en was bereid zich op te offeren voor Nederland. ”Niet eens zijn vaderland, maar zoals wij dat noemen moederland”, aldus de minister.

Ecury was Arubaan, trots op zijn afkomst. Maar hij voelde zich ook burger van het Koninkrijk en koos er in volle overtuiging voor zijn mede Koninkrijksburgers te helpen om zich te bevrijden van de bezetters. ”Dat zegt iets over hoe de mensen op Aruba en de andere eilanden zich verbonden voelden met Nederland en dat ook vandaag de dag nog doen. Je deelt tenslotte niet voor niets één koninkrijk met één koningin” zegt Abath.

Luchtmacht
Die betrokkenheid uitte zich ook op een ander vlak: De raffinaderijen op Aruba waren samen met die van Curaçao de belangrijkste leverancier van brandstof voor de geallieerde luchtmacht. Abath merkt op dat het Koninkrijksgevoel in Nederland kennelijk anders wordt beleefd.

Er is weliswaar terecht veel aandacht voor de oorlog van 1940-1945, zegt Abath, maar de heldendaden van Boy Ecury en de steun vanuit het Caribische deel van het Koninkrijk blijven onderbelicht. Hij zegt dat ‘dat de reden is waarom wij hebben besloten om op verschillende manieren aandacht te vragen voor dit stukje vergeten geschiedenis’.

Monument
Tijdens de herdenking, woensdag 4 mei, legden zo’n twintig Arubaanse studenten namens de regering en bevolking van Aruba een krans bij het monument op de Waalsdorpervlakte bij Scheveningen, vlakbij de plaats waar Boy Ecury werd gefusilleerd. Vrijdag 6 mei wordt in De Balie in Amsterdam in samenwerking met de Vereniging Antilliaans Netwerk en het Genootschap Vrienden van Aruba de film Boy Ecury vertoond. Voorafgaand daaraan zullen korte inleidingen worden gehouden door gevolmachtigd minister Abath en schrijfster Giselle Ecury.

”Wij willen met deze activiteiten een stap maken, van de student Boy Ecury naar de jongeren van nu”, vervolgt Abath. ”Die groeien op in een maatschappij die steeds verder verruwt, waar tolerantie en solidariteit onder druk staan. Die trend moeten wij als Koninkrijk een halt toeroepen, door jongeren in Nederland te vertellen over Boy Ecury. Wij willen daarvoor een lespakket ontwikkelen.”

Jonge generaties
Wat de minister betreft zou het goed zijn als de jongere generaties – zowel op Aruba als in Nederland – Boy Ecury beter leren kennen en gaan nadenken wat het Koninkrijk ‘voor ons allen kan betekenen. Daarvoor is het nodig dat we ons meer richten op wat ons verenigt dan op wat ons scheidt. Voor Boy Ecury was dat een vanzelfsprekendheid. Hij was een voorbeeld-Koninkrijksburger, en dat is hij nog steeds’, aldus de gevolmachtigd minister.

[van RNW, 4 mei 2011]

Portret van Nono Maduro

Detail of a portrait of Nono Maduro smoking his cigar
by Bill de la Vega – Pen and ink on paper, 1974.
The Bill de la Vega Art Calendar, March page, gepubliceerd door de William de la Vega Art Foundation die het werk van de Arubaanse kunstenaar beheert.

Fikkie in de Caraïben (5)

door Fred de Haas

Respect voor minderheidstalen
Omdat taal onlosmakelijk is verbonden met identiteit is het ook vanzelfsprekend dat men respect heeft voor minderheidstalen. Dat is een absolute voorwaarde voor goed samenleven. In dit verband is het wijs om te beseffen dat het Nederlands op Curaçao, Aruba en Bonaire (gezien de huidige politieke status van Bonaire laten we dit eiland in dit artikel verder buiten beschouwing) de taal van een minderheid is. Het aantal native speakers Spaans (ook een minderheidstaal op Curaçao) is op Curaçao zelfs tweemaal zo hoog als het aantal native speakers Nederlands. Aangezien het omvangrijke minderheden betreft is het niet meer dan logisch dat er voorzieningen getroffen blijven worden die het mogelijk maken dat deze minderheden ook onderwijs krijgen in hun eigen taal. Tenminste, zolang dat nodig is en het binnen de praktische (financiële) mogelijkheden past. Als er privé scholen worden opgericht voor die minderheden, dan kan men daar m.i. redelijkerwijs niets op tegen hebben zolang de kosten voor dat privé onderwijs niet ten laste van de overheid komen. Maar voorlopig is het nog niet zover en moeten er eerst andere problemen worden opgelost.

Regering en Schoolbesturen: Curaçao
Volgens de UNESCO is het niet de taak van een schoolbestuur, maar het privilege en de taak van een regering om te bepalen welke taal de taal van instructie is in het openbaar onderwijs. Als de moedertaal – het Papiaments – taal van instructie is dan zijn de volgende overwegingen van belang:

– Het is de taak van een regering ervoor zorg te dragen dat docenten kunnen beschikken over adequaat lesmateriaal in het Papiaments. Je kan geen hervormingen introduceren en tegen leerkrachten zeggen ‘Kijk maar hoe je die hervormingen doorvoert op je school’. Het Kolegio Erasmo is indertijd het bekende slachtoffer geworden van het gebrek aan visie van de toen verantwoordelijke politici en van de verregaande veronachtzaming van deze taak door de regering.
– Docenten kunnen en mogen niet extra worden belast met het ontwikkelen van teveel ontbrekend lesmateriaal. Dat is specialistisch werk. Leerkrachten kunnen die extra druk niet aan. N.B. Het was onverantwoord om een Papiamentstalige school als Kolegio Sarto in Soto maar te laten aanmodderen. Het schoolhoofd hoopte het gebrek aan Papiamentstalige schoolboeken met de acht andere Papiamentstalige scholen op te kunnen lossen (zie op Internet: NRC,11 augustus 2008, artikel ‘Curaçao schakelt terug op het Nederlands’; nrc.nl – nieuwsthema’s – antillen).
– Het is de taak van de regering om er zorg voor te dragen dat er zeer goede opleidingen zijn voor het lesgeven in en over de moedertaal. Opleidingen moeten worden afgesloten met een volwaardig examen. De focus moet gericht zijn op analytisch en synthetisch denken in de moedertaal.
– Leerkrachten hebben het recht en de plicht om zich te laten bijscholen en nascholen.

Onderwijs in gevaar?
Niet zolang geleden viel mijn oog op een ingezonden stuk dat op 26 en 27 januari 2011 in de Nederlandstalige Curaçaose kranten verscheen. De titel van het stuk luidde: ‘Onderwijs in gevaar’ en het was geschreven door de vorige minister van Onderwijs (nog van de Nederlandse Antillen), mevrouw O.V.E. Leeflang (foto rechts) (ik herinner me haar ook als performer in de opnieuw bewerkte tumba ‘Brisa Positivo- Papiamentu’ waarin zij op onovertroffen ritmische manier ‘papia….papia Papiamentu’ zong).
Mevrouw Leeflang reageerde hierin – bezield van twijfels – op een ‘aan haar toegestuurd document’ dat 118 actiepunten bevatte over het voorgenomen beleid van de huidige regering. Zij beschouwt in haar ingezonden bericht sommige van die actiepunten als ‘een serieuze bedreiging voor de democratische rechtsstaat’ en ‘een gevaar voor het Onderwijs’.

Ik heb enkele van de door haar vermelde actiepunten betreffende het onderwijs in en over de moedertaal en in de vreemde talen op Curaçao eens nader bekeken. Het betreft de volgende punten uit het document (het commentaar van Mevrouw Leeflang staat tussen haakjes, achter het woord ‘Lees:’).

1.Instellen van een raad voor de bescherming van de populaire Afro-Curaçaose cultuur (lees: instelling van discriminatie en etnische verdeeldheid.)
2. Oprichten van een cultureel-educatief televisiestation om de meerderheidscultuur van Curaçao te bevorderen (lees: met belastinggeld van de multiculturele gemeenschap).
3. Onderwijs nationaliseren; afschaffing van privé-onderwijs (lees: tegen de vrijheid van onderwijs).
4. De instructietaal van het onderwijs is Papiaments (lees: nu bij wet Papiaments, Nederlands en Engels en schoolbesturen zijn vrij om één van de drie talen of een combinatie te gebruiken als instructietaal).
5. Spaans en Engels worden vaktalen op school (lees: Nederlands wordt helemaal afgeschaft).
6. Voor specialisatie en professionalisering moeten de beste studenten studeren in de regio in landen zoals Cuba, Venezuela, Trinidad en Colombia (geen commentaar van de ex-minister).
7. Leerkrachten voor het voortgezet en hoger onderwijs moeten uit de regio worden gehaald en de komst van specialisten uit Nederland moet worden stopgezet (lees: een Curaçaos reisverbod voor Nederlandse specialisten op komst?)

Algemeen commentaar van de ex-minister: “Een troost is het feit dat het gehele onderwijs en daarbij ook het meertalig beleid in wetgeving is vastgelegd tijdens het kabinet de Jongh-Elhage”.

Eerlijk gezegd vond ik het commentaar van Mevrouw Leeflang nogal pessimistisch. Mijn eerste reactie op de in het document genoemde actiepunten was eerder positief. Zij voldoen namelijk globaal aan de principes zoals deze zijn uiteengezet door de UNESCO (waar Curaçao al sinds jaar en dag lid van is) en die door vele landen worden erkend:

Principe 1: UNESCO is voorstander van instructie in de moedertaal als een middel om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren door voort te bouwen op de kennis en ervaring van leerlingen en leerkrachten.
Principe 2: UNESCO is voorstander van tweetalig en/of meertalig onderwijs op alle nivo’s als middel om sociale gelijkheid (voor mannen en vrouwen) te promoten en als een van de voornaamste elementen van samenlevingen waar meerdere talen worden gesproken.
Principe 3: UNESCO is voorstander van taal als wezenlijk onderdeel van interculturele opvoeding om begrip aan te moedigen tussen verschillende bevolkingsgroepen en om respect te waarborgen voor fundamentele rechten.

Onder het eerste principe voegt UNESCO er nog aan toe dat onderwijs in de moedertaal zo lang mogelijk op de scholen moet worden voortgezet. Als er binnen een gemeenschap meerdere talen worden gesproken dan moet er naar worden gestreefd om die groepen onderwijs te geven in hun moedertaal en te helpen met het leren van de officiële taal van instructie. Ook dient er te worden gezorgd voor een goede productie en distributie van lesmateriaal (N.B. dat was op Curaçao dus absoluut niet het geval! FdH). Leerkrachten moeten een degelijke opleiding hebben genoten, in staat zijn om in hun moedertaal les te geven en op de hoogte zijn van de leefcultuur van hun volk (N.B. van de eerste twee vereisten was geen sprake! FdH).

Ik kan me in het licht van bovenstaande ook niet voorstellen dat het Nederlands, zoals de ex-minister suggereert, zomaar verdwijnt. Er zullen ongetwijfeld door de regering adequate voorzieningen worden getroffen om het Nederlands sprekende deel van de bevolking van onderwijs in de moedertaal te voorzien. Voor zolang dat nodig is. Men zou zich ook kunnen voorstellen dat het onderwijs op een gegeven ogenblik in het Engels wordt gegeven.

UNESCO is er ook voorstander van (principe 2) dat men al gauw begint met het – in oplopende intensiteit – aanleren van een tweede en derde taal zonder dat de moedertaal hierdoor in het nauw komt. Als men de tweede taal tot taal van instructie wil maken, dan kan dat pas als de leerlingen met deze tweede taal voldoende vertrouwd zijn.

Dat het Caribisch gebied in het aan de ex-minister toegestuurde document wordt gezien als een belangrijke bron van het verwerven en uitwisselen van kennis is zonder meer voor de hand liggend. Ik zou me, bijvoorbeeld, heel goed kunnen voorstellen dat er leerkrachten uit Jamaica, Colombia, Puerto Rico of andere Engels- en Spaanstalige landen worden geworven die op Curaçao lesgeven in hun moedertaal (Engels, Spaans). Deze docenten zouden dan vanzelfsprekend de juiste bevoegdheid moeten hebben, in staat zijn over de grenzen van hun eigen (moeder)taalgebied heen te kijken, een Curaçaose inburgeringscursus moeten volgen en bereid zijn om Papiaments te leren.

UNESCO legt er nog eens de nadruk op (principe 3) dat het leerplan erin moet voorzien dat de cultuur, de geschiedenis, de taal en de identiteit van minderheden de nodige aandacht krijgen. Natuurlijk binnen realistische en praktische grenzen.

Wat het algemene commentaar van de ex-minister betreft: het feit dat het hele onderwijs door de vorige regering in wetgeving is vastgelegd is geen wet van Meden en Perzen. Wetten kunnen net zo democratisch worden veranderd als ze worden ingevoerd.

Foto: @ René Roodheuvel

Eerste Lampe-prijs voor Ryan Oduber

Oranjestad — Kunstenaar, videoartiest en mede-eigenaar van Suave TV, heeft afgelopen maandag de J.C. Lampe-prijs ontvangen. Het is de eerste keer dat deze culturele prijs – vernoemd naar Padu Lampe – werd uitgereikt. De prijs werd vorig jaar tijdens zijn verjaardag in het leven geroepen door Cultuur-minister Michelle Winklaar (AVP) om de Arubaanse cultuur te stimuleren. “Ik ben hartstikke blij om dit te mogen ontvangen”, reageert Oduber.

De kunstenaar is echter nog verheugder dat de prijs bestaat. “Liliana Erasmus verwoordde dat tijdens de uitreiking goed: Het gaat niet om het winnen, maar dat de kunstdisciplines gewaard worden en een positie krijgen in onze maatschappij.” Want Oduber vindt dat het nog steeds schort aan erkenning en waardering voor de kunst. “Je ziet die waardering wel voor muziek, maar voor de moderne kunst onvoldoende.” Een oplossing zou volgens hem kunnen zijn om een centrale denktank te creëren en de ‘vele leuke ideeën’ te bundelen, waaruit creatieve projecten ontstaan waaraan iedereen kan meewerken. Ook vindt de kunstenaar dat kunst veel beter geïntegreerd kan worden met het toerisme. “Waarom de ministeries van Toerisme en Cultuur hier niet een pot voor hebben, begrijp ik nog steeds niet. Wat is het product Aruba immers? Dat is ontstaan uit cultuur. Toerisme bestaat niet zonder cultuur. Je kan het niet gaan fabriceren, het was er altijd en dat is de kracht ook van het Arubaanse product; muziek, kunst, theater, caha di orgel. Dat is de Arubaan.”

Oduber verwijst in dit verband ook naar de studie van studenten van de faculteit Toerisme die onder leiding van professor Ryan Peterson inzichtelijk hebben gemaakt dat door meer aandacht en investeringen in de culturele sector en ‘creatieve industrie’ het mogelijk is om met toerisme meer dan 100 miljoen dollar op te brengen. “Dat is zelfs zonder de groei van het aantal toeristen mee te rekenen, de potentie om de kwaliteit van bestaande producten en diensten te verbeteren en een gespecialiseerde markt om de cruisetoerist die meer geld uitgeef te trekken. Het is aan ons om te bepalen welke kant we opwillen”, aldus Peterson. Hij is er dus van overtuigd dat investeringen in de cultuur met name het cruisetoerisme hier kan versterken.

Kunstenaar Oduber zegt verder gehoord te hebben van plannen van de overheid om met een museum voor moderne kunst (op de plek van het onlangs gesloopte Texas-pand in Oranjestad) te komen. “Ik hoorde ook dat ze een voorkeur hebben voor mijn ontwerp voor dat museum. Maar het is nog te bezien. Bovendien moet de overheid dan ook met een heel programma komen. Want Aruba heeft een kunstdepot. De werken zijn allemaal in bezit van particulieren, de kunstenaars zelf of bevinden zich in het buitenland doordat toeristen deze gekocht hebben. Heeft de overheid zelf wel een kunstwerk van Elvis Lopez, Osaira Muyale, Ciro Abath, noem maar op? Ik denk van niet.” Een museum, zegt Oduber, moet namelijk ook kunnen laten zien wat er is en is geweest aan Arubaanse kunst en het belang ervan in de regio en de rest van de wereld.

Toch is de kunstenaar blij met de Lampe-prijs als waardering. “Het is geen vetpot voor kunstenaars, je doet het vanuit je hart en ziel. En je hoeft er ook niets voor terug, maar wel waardering. Want als kunstenaar vraag je je toch al heel vaak af, waar doe ik het voor.” Behalve waardering heeft Oduber maandagavond ook een schilderij van Frank Croes – “die had ik nog niet” – en 5.000 florin gekregen. “Met het geld moet ik iets positief doen voor mezelf en het Arubaanse volk, is mij gezegd. Ik heb nog geen idee, maar misschien gebruik ik het voor een eigen atelier. Want dat heb ik nog niet. En een blijvende plek heb je toch nodig om te blijven creëren.”

Voor de Lampe-prijs waren ook muzikant en producer Michael Lampe (bekend onder meer van zijn band Datapanik), pianist Armand Simon, schrijfster Liliana Braamskamp-Erasmus en het dansechtpaar Oslin en Janice Boekhoudt van Pachanga genomineerd. De prijs wordt om de twee jaar uitgereikt.

[uit Amigoe, 27/28 april 2011]

Fikkie in de Caraïben (2)

door Fred de Haas


Eenzaam maar niet alleen

Het waren niet alleen de kinderen van de ABC eilanden die niet begrepen wat er met hen aan de hand was. Dezelfde problemen werden, bijvoorbeeld, ondervonden door de kinderen in de Frans-Caribische gebieden die in 1947 departementen van Frankrijk zouden worden. Van huis uit spraken die kinderen Krèyol (Frans Creools), maar op school kregen zij les in het Frans, dat voor hen praktisch een vreemde taal was. Alleen de allerbeste leerlingen begrepen de taal van de schoolboeken, haalden het eindexamen en konden in Frankrijk gaan studeren. Pas in 1984 was het wettelijk mogelijk om wat plaats in te ruimen voor onderwijs in het Creools, maar het bleef een keuzevak en het ‘normale’, door Frankrijk gedicteerde onderwijs mocht er in geen geval door worden ‘verstoord’. De meeste ouders gaven bovendien de voorkeur aan Engels boven het Creools als vreemde taal. Immers, net als het Nederlands op de ‘Nederlandse Antillen’ bood het Engels, net als het officiële Frans, een weg die naar een beter leven zou leiden.

Op het Franse eiland Guadeloupe ging het al niet veel anders. Je vond daar, net als op Curaçao, óók mensen die zich inspanden voor onderwijs in de moedertaal en die in dit streven door ‘hogerhand’ danig werden gefrustreerd. In 1957 werd Gérard Lauriette (foto links) door de Franse regering op non-actief gesteld en voor niet goed wijs verklaard omdat hij ernaar streefde het Creools officieel erkend te krijgen door het onderwijssysteem. Lauriette begon later zijn eigen school, dertig jaar vóór Frank Martinus op Curaçao.

In 1992 stelde het Europees Handvest de erkenning van minderheidstalen en regionale talen verplicht. ‘Regionale talen en culturen’ werd een ‘vak’ op de middelbare school en kon ook deel uitmaken van het eindexamen. Docenten konden officieel examen doen in het Creools. De resultaten van de leerkrachten waren bedroevend. Zij beschikten niet over voldoende creools vocabulaire en vercreoliseerden naar hartenlust dan maar bestaande Franse woorden.

Na de sociale onlusten van 2009 in de Caribische departementen (de ‘Franse’ eilanden verkeren op dit moment in een diepe sociale en geestelijke crisis, ook het Franse deel van Sint-Maarten) werd Frankrijk ineens wakker en begreep men dat er nodig iets moest worden gedaan aan de sociale, economische en taalkundige behoeften van de lokale Caribische bevolking. Overal in de Franse Départements en Collectivités (in het Caribische gebied waren dit Guyane, Martinique, St. Martin en Guadeloupe) werden er onder deskundige leiding workshops gehouden waar de deelnemers (specialisten en niet-specialisten) de balans op konden maken van wat er mis was en wat er moest worden gedaan om de situatie te verbeteren. Tal van plannen werden in de steigers gezet en verschenen, verpakt in de bekende, gezwollen Franse bewoordingen, in allerlei rapporten. De voorgestelde hervormingen waren voor een eiland als Martinique echter veel minder vergaand dan, bijvoorbeeld, de hervormingen die de Curaçaose regering – te snel en te onnadenkend – had doorgevoerd. In een officiële circulaire d.d. 24 juni 2010 van de Directeur van de Departementale diensten voor het Nationale Onderwijs stond dat volgens de (Franse) Wet op het Onderwijs ‘les kan worden gegeven in de regionale talen en culturen tijdens de hele schoolopleiding volgens modaliteiten die gemeenschappelijk zijn vastgesteld tussen de (Franse) Staat en de territoriale gemeenschappen waar die talen worden gebruikt’. Fraaie taal, maar de praktijk was dat het onderwijs in het Creools facultatief was en er per week voor de Creoolse taal of een andere (vreemde) taal maar drie lesuren beschikbaar waren. Creools werd geen taal van instructie. Het werd een ‘vak’. Het ‘normale’ onderwijs werd er niet door ‘verstoord’.

We moeten hierbij wel bedenken dat Martinique, net als de andere Frans-Caribische gebieden – bij Frankrijk horen en dat de Franse regering als een terriër het Frans als officiële onderwijstaal bewaakt en bevoordeelt. Voor Curaçao en Aruba is deze situatie anders. Nederland kan zich nauwelijks meer met het Onderwijs daar bemoeien. Beleid voeren en verantwoordelijkheid nemen voor dat beleid is daar de taak van de autonome regering. Voor de BES-eilanden gelden andere spelregels.

[Voor vervolg, klik hier]

Spancocho Dominicano

Oranjestad — Afgelopen dinsdag maakten Biblioteca Nacional di Aruba en het Instituto Pedagogico Arubiano, bij monde van respectievelijk Astrid Britten en Mirto Laclé bekend dat op 15 mei de Dominicaanse Republiek en haar cultuur centraal zullen staan in een mixture van muziek, zang, dans, film en literatuur. Dit onder de naam Spancocho Dominicano.

Hoewel het programma nog niet helemaal bekend kon worden gemaakt, is al wel zeker dat Banda Esquema, bestaande uit vier zangers en nog eens zes of zeven muzikanten, de hoofdrol zullen spelen in dit Dominicaanse eerbetoon op Aruba. Al sinds de opkomst van de olie-industrie begin vorige eeuw op Aruba kwamen veel mensen uit de Dominicaanse Republiek hun economische geluk zoeken op ons eiland. Velen bleven, een aantal vertrok weer, al of niet met hun Arubaanse geliefden. Vanuit de Dominicaanse gemeenschap op Aruba worden nog steeds veel activiteiten georganiseerd om hun cultuur te bewaren en te herscheppen. Naast Banda Esquema zal ook Club de Movimiento onder leiding van Samantha Westera acte de présence geven met hun folkloristische dansen.

Spancocho Dominicano – wat een bekend Dominicaans gerecht is, bestaande uit zeven verschillende soorten vlees, waarbij soep en rijst wordt gegeten – zal dus plaatsvinden op zondag 15 mei in Cas di Cultura. Het begint om vier uur ‘s middags. Kaarten kunnen worden besteld of gereserveerd bij Cas di Cultura en de entree kost 10 florin per persoon.

[uit Amigoe, 21 april 2011]

Aan de slag voor perfecte coverfoto


Voor de mei-editie van het tijdschrift Focus was Aruba even getuige van een glamour ‘fotoshoot’ waarbij model Shandeeh Arends mocht poseren in een klassieke open wagen uit 1971.

Om letterlijk de vaart in de sessie te houden werd de wagen onder meer op een trailer gezet zodat de fotograaf Angelo Trimon mooie actieplaatjes kon maken. Hard werken was het wel en het duurde uiteindelijk een hele werkdag voordat de perfecte voorpaginafoto werd geschoten. Het maken van de hele fotoreportage duurde overigens een week.

[uit Amigoe, 21 april 2011]

Belonging, bonding of bridging? Het is, zoals het is

door Giselle Marie Ecury

Wim Rutgers boeit mij altijd met zijn interessante wetenswaardigheden over de literatuur in het Caribisch Gebied. Geïnteresseerd heb ik alles gelezen over de auteurs van Aruba. Bijzonder, dat ik daartoe mag behoren. Tegelijkertijd zette het me aan tot nadenken. Op zijn vragen [zie artikel op deze blogspot, klik hier] is dit mijn antwoord.

Foto rechts: Giselle Ecury met de Nederlandse auteur Arthur Japin. Hij schreef onder meer het scenario voor de film Boy Ecury, een Arubaanse jongen in het verzet, die gemaakt werd door de cineast Frans Weisz.

In de jaren ’50 van de vorige eeuw werd ik geboren in Oranjestad uit een Arubaanse vader en een Nederlandse moeder. Daar aarzel ik al. Want mijn moeder was eveneens een kind uit een “gemengd” huwelijk. Háár vader was een zoon van een Duitse bosbouwer, die jong weduwnaar werd en zelf overleed, toen zijn kinderen 19 en 17 jaar waren. De economie in Duitsland was tanende. De jonge Franz Joseph Athmer verkocht in overleg met zijn zuster alle grondstukken, die zij erfden. De huishoudster van het gezin, Marie, werd aangehouden en kreeg een toelage. Franz ging studeren in Leipzig. Medicijnen en Tandheelkunde. Hij trouwde met de Groningse Marie-Antoinette Kessener. Zij gingen – met Marie – wonen in Wissen, waar mijn moeder in 1923 geboren werd als Anna Liese Athmer. Nog altijd was het economisch zeer moeilijk in Duitsland. Hitler liet van zich horen. Mijn grootvader keek vooruit en voorzag, dat het helemaal fout zou lopen. Hij wilde weg uit Duitsland, wilde zelfs geen Duitser meer zijn. Het gezin vertrok naar Nederland, waar nog 2 dochters werden geboren.

Mijn grootvader werd officieel Nederlander, sprak accentloos Nederlands, distantieerde zich van het Duitsland, zoals zich dat ontwikkelde: Nazi-Duitsland, hoofdrolspeler in de Tweede Wereldoorlog. In zijn praktijk hielp hij vaak voor niets patiënten die geen geld, maar wel kiespijn hadden. En gedurende het laatst jaar van de oorlog waren er zes Amerikaanse soldaten, o.a. betrokken bij het Ruhr-offensief, in zijn huis ingekwartierd.

.Met de Nederlandse auteur Eric Abbas, die drie jaar leraar Engels geweest is op Aruba, kreeg ik sinds begin 2007 in korte tijd een vriendschappelijke band. Hier ontvang ik in de Ruïnekerk te Bergen het eerste exemplaar van zijn roman Bruha? (2007, uitgeverij Servo). Kort daarna werd bij hem de ziekte ALS geconstateerd. In 2010 overleed hij. Ik hield tijdens de afscheidsdienst, wederom in een overvolle Ruïnekerk, een toespraak.

Maakte de afkomst van mijn moeder haar tot een Duitse, die vanaf haar tweede levensjaar in Nederland opgroeide? Of zijn die jaren te verwaarlozen en was zij een Nederlandse? En hoe zit dat dan met mij?

Toen ik ruim zes jaar was, vertrokken wij als gezin naar Holland. Mijn vader, geboren in 1911, was van de generatie die leerde, dat Nederland het heel goed met Aruba voorhad. Als je vooruit wilde komen, moest je de taal goed leren. Op alle Arubaanse scholen werd onderwezen in het Nederlands. Je kon in “het moederland” een vervolgopleiding doen.

Wij hebben altijd Nederlands gesproken, ook toen we nog op Aruba woonden. Mijn beide ouders waren zeer taalvaardig. Zij beheersten de grammatica en mijn vader heb ik nooit kunnen betrappen op enige vergissing in zijn Nederlands, bijvoorbeeld met de lidwoorden. Wel vond hij in het begin de lange a- en o-klanken lastig. Zo noemde hij in onze woonplaats Bergen de kolenboer, die meneer Akerboom heette steevast “meneer Akkerbom”.

Op school en later in mijn werkzame leven was ik altijd “één van de anderen”. Maar wél hadden wij een afwijkende achtergrond: een licht gekleurde vader, rijst en pittig gekruide gerechten op het menu, de ervaring van het reizen per vliegtuig en een verblijf in Amerika (Florida en New York) en London, terwijl toen de meeste Hollandse kinderen niet verder gekomen waren dan Amsterdam of de kust.

Nu komt de hamvraag. Mag ik mijzelf nog Arubaanse noemen? Of ben ik eigenlijk gewoon een Nederlandse met Arubaanse achtergrond?

Toen ik het manuscript voor de roman Erfdeel opstuurde naar diverse Nederlandse uitgeverijen, had ik er geen flauw benul van ooit terecht te komen tussen de West-Indische auteurs. Het is zéér moeilijk iets officieel uitgebracht te krijgen in Nederland. De eerste reactie van uitgeverij De Geus was dus bemoedigend: Twee redacteurs hadden getwijfeld aan uitgave. Men besloot uiteindelijk het niet te doen: “Het was té mooi.” Ik begreep direct wat bedoeld werd, heb een heleboel veranderd, weggelaten, toegevoegd. Uitgeverij Atlas vond het vervolgens “Een prachtig verhaal, met veel gevoel voor drama.” Ze dachten echter dat de markt er te klein voor was en wezen me af.

Mijn moeder was in die tijd zwaar dement geworden. Ze zou haar laatste maanden ingaan. Aan haar bed schreef ik gedichten, die ik onder leiding van grafisch vormgever Wil Schipper (Grafische Zaken, Den Haag) na haar overlijden uitgaf in eigen beheer. In 2005 verscheen er een prachtig artikel over Terug die tijd in De Telegraaf (zie www.sfeervoltrouwen.nl ), waarna ik werd uitgenodigd om bij Andries Knevel (EO) in zijn programma Het Elfde Uur over de totstandkoming van mijn dichtbundel te spreken. Diezelfde avond had ik een uitgever voor de handelseditie en voor de roman Erfdeel.

Tot mijn verrassing kwam ik terecht tussen de auteurs van het Caribisch Gebied. Het bracht me in contact met de cultuur die ik in me draag, alsof de slotwoorden van een van mijn gedichten bewaarheid werden: Vaarwel, je komt terug.

Maar Aruba heeft zich ontwikkeld, zoals ikzelf mij ontplooid heb in Nederland. De basale dingen zijn direct “eigen”: de zon, de wind, de geuren en die prachtige zee. Ik spreek de taal echter niet, herken de bouwstijl niet. Ik begrijp, dat men zich richt op de Amerikaanse toeristenmarkt, maar zie niet veel meer terug van “vroeger”. Ik geniet van de mensen, maar kán de huidige samenleving niet kennen. Hoe zou het zijn, wanneer de kaarten anders gelegen zouden hebben?

Toch is het goed, zoals het is. In Nederland voel ik me thuis. Op Aruba en Curaçao ook. Tóch. Het ontroert me, wanneer mensen zeggen: “Je bent één van ons.”
In zijn recensie van mijn roman Glas in lood bespreekt Wim Rutgers de beperkte manier, waarop ik de Arubaanse elementen aanhaal, als toeristische impressies. Allereerst zijn die omschreven vanuit het kinderperspectief van een personage, een Hollands kind. Zij beziet alles vanuit haar achtergrond en dus beperkt ze zich tot de attracties, waar haar Arubaanse moeder haar heenbrengt.

Soms realiseer ik me niet helemaal Hollands te zijn. Zoals mijn hoofdpersonage in Erfdeel zegt: “Ik ben niet van hier en niet meer van daar.” Door zo’n opmerking lijkt het, alsof ikzelf altijd met mijn ziel onder de arm rondloop. Dat is niet zo. Ik geniet van alle dagen en dingen, die mijn pad kruisen. Ik zou de duinen en de wandelingen door onze grote Schoorlse bossen niet willen missen – hé, zit daar dan toch nog iets van mijn Duitse overgrootvader, de bosbouwer? Ben ik daarom graag in Duitsland? Ik houd van de “Gründlichkeit” van de Duitser, zijn hoffelijkheid. Maar hoffelijk is de Arubaan ook. Ach, en ik houd eveneens van Curaçao, draag de mooiste herinneringen aan mijn logeerpartijen bij mijn tante Nydia aan de Carawaraweg.

Als lid van de Vereniging van Letterkundigen en van de Freelancers Association (FLA) ga ik naar veel bijeenkomsten toe, bijvoorbeeld over hoe je naamsbekendheid kunt verwerven (Geert Mak), over “Feiten of fictie” (Nelleke Noordervliet), over “Variatie en vernieuwing” (P.F. Thomese en Renate Dorrestein). De leden zijn Nederlandse journalisten, schrijvers, dichters, schrijvers van jeugdliteratuur. Het is altijd leuk om met hen van gedachten te wisselen en ook zij staan heel open voor mij. Zomaar wat voorbeelden: Ik spreek graag voor welk publiek dan ook, soms in samenwerking met bijvoorbeeld “kinderdichter” Theo Olthuis, auteurs Kester Freriks, Aliefka Bijlsma, Karel de Vey Mestdagh. Publicist Frits David Zeiler stuurde me een foto waaruit bleek, dat ik “deel uitmaak” van zijn boekenkast. Onlangs heb ik in Madrid gesproken voor een groep jonge zakenvrouwen die uit Nederland afkomstig zijn. Soms lees ik poëzie voor tussen het winkelende publiek in een boekhandel in Bergen. Iedereen is aangenaam verrast, net als ik.

Belonging, bonding of bridging? Ik hoef niets te overbruggen, voel me volkomen opgenomen tussen de Nederlanders. Me bewust van mijn bijzondere achtergrond, streef ik hier in Nederland niet naar het versterken van de samenhang binnen de groep Antillianen/Arubanen of Nederlanders. Wel ben ik altijd geïnteresseerd in wat ieder mens drijft, kom ik graag in het Arubahuis of in het Curaçaohuis.

In september wacht mij The 2011 Conference on Colonial and Post-Colonial Connections in Dutch Literature, georganiseerd door the University of California, Berkeley, en o.a. Michiel van Kempen. Ik citeer: “The Program Committee is pleased to inform that your paper proposal has been accepted for presentation. However, due to the literary character of your abstract, we would like to request you to inaugurate our conference on Sept. 15th, with a literary, autobiographical evening lecture.” Ik heb een rijke achtergrond, waaruit ik volop kan putten! Bijzonder, dat dit plaatsheeft vlak voordat mijn vader 100 zou zijn geworden.

Inmiddels heb ik een leuk platform via de oer-Hollandse website www.damespraatjes.nl . Glas in lood heeft vrijwel meteen gestaan in de agendatips van damesblad Margriet, dat mij ook geïnterviewd heeft, omdat in Erfdeel het onderwerp “ongewenste kinderloosheid” zo mooi naar voren kwam. En ik vind het heel leuk af en toe iets te schrijven voor het Antilliaans Dagblad en ben graag lid van Simia Literario.

Ben ik niet gewoon een wereldburger? Ben ik misschien zelf dat “island in-between”, zoals ik mij tijdens mijn presentatie voor de op Curaçao gehouden Islands-in-Between Conference 2008 afvroeg. Belonging, bonding of bridging? Het is, zoals het is. Ik ben er blij mee.
Foto links: Giselle Ecury signeert haar bundel Vogelvlucht in het Arubahuis, 28 januari 2011

[Eerder verschenen in Antilliaans Dagblad, 18 april 2011]

Bovenste foto: @ Usha Marhé, onderste: @ Max Prins

Bikinikalender Patriot cheerleaders

Oranjestad — De cheerleaders van New England Patriots, een American football team uit Boston, zijn volgende maand op ons eiland om foto’s te maken voor hun jaarlijkse cheerleader bikinikalender. Het Marriott hotel nodigt de grootste Patriots fans uit om ‘deel uit te maken van deze ervaring’.

Het hotel is daarom een wedstrijd begonnen via Facebook. Fans van het football team wereldwijd worden opgeroepen om een videoverklaring op te nemen waarom juist zij de ‘grootste Patriots fans’ zijn. De video mag maximaal 30 seconden duren en iedereen kan stemmen op hun favoriete video. De clip die aan het einde van de maand de meeste stemmen heeft, wint de hoofdprijs: twee retourtickets naar Aruba en een vierdaags verblijf in het Marriott hotel.

Antoinette van den Berg, Marketing en Verkoop directeur van Marriott Aruba, zegt dat inzendingen ‘creatief, leuk en meeslepend’ moeten zijn. Als voorbeelden noemt ze een levensgrote Patriot tatoeage, een groep mannen die de Patriots cheerleader dans doen of een enorme verzameling aan Patriots memorabilia. Om mee te dingen naar deze prijs moeten deelnemers een Facebook account hebben en fan zijn van de pagina van Marriott Aruba. De winnaar wordt op 15 mei bekendgemaakt. De Patriots cheerleaders zijn van 22 tot en met 29 mei op het eiland om foto’s te laten maken s voor de kalender.

Overigens is het niet de eerste keer dat de Patriots cheerleaders naar ons eiland komen voor een fotoshoot. Ook in 2009 waren de dames op het eiland voor hun befaamde bikinifoto’s. In 2008 kwamen de cheerleaders van het Redskins footballteam naar Aruba voor opnames voor hun jaarlijkse kalender.

[van Amigoe, rubriek Kunst & Cultuur, 20 april 2011]

 

 

Graf Betico Croes verwoest

Oranjestad – Het graf van politicus Betico Croes is in het afgelopen weekend door onbekenden ernstig geschonden. Het graf op de begraafplaats van Santa Cruz op Aruba werd opengebroken waarna de kist eruit getrokken en vervolgens zwaar beschadigd werd. De deksel van de grafkist werd gedeeltelijk gelicht waardoor de stoffelijke resten van Aruba’s belangrijkste politicus aan het daglicht werd blootgesteld. Betico Croes overleed in 1986.

,,Een laakbare daad”, zo noemde de huidige minister-president van Aruba Mike Eman de grafschending. Het is walgelijk. Hoe je ook over dingen denkt.Met de dood hoor je respectvol om te gaan. Dit is echt walgelijk.”

[uit Antilliaans Dagblad, 18 april 2011]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter