blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Aruba

Unoca: Culturele expressie van en voor het volk

door Yvonne Leijdekkers

Orajestad — Unoca-directeur Lupita Gil blikt terug op 25 jaar. “We hebben de afgelopen jaren moeilijke projecten gehad, maar we geloofden er in en dan lukt het. Culturele expressie is van het volk en voor het volk.”


Vol trots vertelt Gil dat Unoca in 2008 Scol di Arte kocht. “Toen bleek dat het niet goed ging met Scol di Arte en het pand op de veiling zou komen, zijn we in eerste instantie gaan lobbyen bij de minister of de overheid het niet wilde kopen. De regering heeft daar uiteindelijk nee tegen gezegd. Voor ons was het gebouw van grote waarde, omdat het een houten vloer heeft. En de grote ruimte van Scol di Arte is zeker geschikt voor 100 mensen. Dus het is een multi-functioneel gebouw. Vandaar dat wij vonden dat het een grote aanwinst voor ons zou zijn.” Na de aankoop heeft Unoca het pand helemaal verbouwd. “Sinds de opening proberen wij er nieuw leven in te blazen, wat overigens erg succesvol verloopt. We organiseren er veel workshops en zullen er ook vakantiekampen houden. Scol di Arte is een goede aanvulling op onze prioriteiten”, meent de directeur.

Permanente expositie
Unoca probeert zoveel mogelijk toe doen voor de cultuur op Aruba. Ze ondersteunen ook artiesten die hun werk willen exposeren. Dat kan zijn met het uitbrengen van een catalogus of door het verlenen van subsidie om een ruimte te huren waar kan worden geëxposeerd. Het eigen gebouw van Unoca aan de Stadionweg is toegankelijk voor iedereen. In het gebouw is een tentoonstelling van Arubaanse kunstenaars ingericht. “Het is een permanente tentoonstelling. We laten werken zien uit de Sticusa-collectie. Dit zijn werken die tussen 1950 en 1989 zijn gemaakt”, aldus Gil. Ze hebben ook werken uit de Unoca-collectie. “Dit zijn werken vanaf 1986. Het is een unieke tentoonstelling.” Het is volgens Gil een goed en compleet overzicht van de werken van Arubaanse kunstenaars. Unoca wil graag een ruimte hebben waar Arubaanse kunstenaars, vooral die ze zelf ondersteunen, de mogelijkheid hebben om hun werk te exposeren.

Economisch rendabel
In het gebouw aan de Stadionweg is een vergaderzaal beschikbaar is. “Deze zaal is tegen een kleine vergoeding te huur. We hebben zelfs buiten voldoende ruimte om allerlei evenementen te organiseren. Iedereen is bij ons welkom. Het is ook mogelijk om in het weekend gebruik te maken van onze ruimtes.” De directeur wil economisch rendabeler werken. “We richten ons niet alleen op de Arubaanse bevolking, maar we willen ook toeristen die ons eiland bezoeken laten kennismaken met de cultuur van Aruba. We zijn daarom onder andere bezig met een touroperator die onze tentoonstelling wil opnemen in één van hun routes. We hopen echt dat dit doorgaat, want hoe meer mensen kunnen kennismaken met onze cultuur hoe beter.” Unoca verhuurt daarnaast ook lokalen bij Scol di Arte. “Het idee hierachter is dat Unoca voor iedereen is en dat betekent dat onze ruimtes ook voor iedereen toegankelijk.”
Als we kunnen bijdragen aan de culturele ontwikkeling van Aruba, dan zullen we dat zeker niet nalaten, zegt Gil. Voor 1986 was cultuur vooral iets voor de elite van Aruba. Maar Unoca stelt cultuur voor iedereen toegankelijk moet zijn. “Iedereen heeft recht op culturele vorming, en wij willen niemand dat recht ontnemen.”

Jonge talenten op banners
Zo kwam Unoca in april met een expositie van banners waarop jonge talenten van Aruba waren afgebeeld. Deze banners waren te zien op de rotonde voor Cas di Cultura. Met deze actie werden jonge mensen in het zonnetje gezet die zich bezighouden met kunst. Ook sporttalenten werden dankzij de banners geëerd. Door het project zijn de jonge talenten die Aruba rijk is, herkenbaar geworden voor het grote publiek. Het project is een onderdeel van de festiviteiten rondom 25 jaar Status Aparte.
“Ik geloof niet in nee, ik ga ervoor, mijn uitgangspunt is dat alles mogelijk is. Als je dingen op een positieve manier benadert en iedereen gelooft er in, dan lukt het zeker.”

[uit Amigoe, 27 juni 2011]

Afbeelding rechts: werk van Stan Kuiperi (Aruba 1954), een kunstenaar die studeerde met een Sticusa-beurs

Dera Gai op Aruba

Oranjestad — Over het hele eiland werd gisteren in vooral wijkcentra en op sportvelden de traditionele spelletjes en dansen uitgevoerd die horen bij de viering van San Juan/Dera Gai.

Favoriet is geblinddoekt vlaggen zoeken, dansen en vooral de haan proberen te slaan dan wel ophangen. Deze deelneemster zocht tijdens de viering op het veld van Sport Boys in St. Cruz tevergeefs naar de gele vlag, maar ‘vond’ wel de fotograaf van Amigoe. Naast feesten is de traditie op 24 juni ook om wat in brand te steken. Hoewel er regen viel, was het gisteravond droog genoeg om het vuur gaande te houden. Voor de brandweer betekende dat wederom veel werk aan de winkel.

[uit Amigoe, 25 juni 2011]

Aruba: Cultuur voor iedereen


door Yvonne Leijdekkers

Oranjestad — Na de verwezenlijking van de Status Aparte had Aruba behoefte aan een eigen cultureel fonds zonder politieke inmenging. Dat werd Union de Organisacionnan Cultural Arubano (Unoca). Deze maand bestaan ze 25 jaar. Jaarlijks ontvangen ze 1,3 miljoen florin om te investeren in de cultuur van Aruba.

Directeur Lupita Gil vertelt dat Unoca drie prioriteiten heeft: het versterken van de Arubaanse identiteit, het voor iedereen toegankelijk maken van diverse culturele activiteiten en het optimaliseren van culturele gebouwen en ruimtes. “Voor 1986 was dit in handen van de Stichting Culturele Samenwerking Nederland en Nederlandse Antillen (Sticusa). Deze stichting bestond omdat Nederland na de oorlog de banden met de koloniën zo snel mogelijk wilde herstellen, ook cultureel. Van beide zijden werd erkend dat de overheid een culturele taak had. Dat was toentertijd overigens een geheel nieuw gegeven. Deze verantwoordelijkheid resulteerde in de in 1948 opgerichte, geheel door de Nederlandse overheid gefinancierde Sticusa. Met de komst van de Status Aparte in 1986 is deze taak overgenomen door Unoca.”

Volgens vast protocol
Gil is ervan overtuigd dat ze in de afgelopen 25 jaar hebben laten zien dat ze een belangrijke rol op cultureel gebied voor de gemeenschap vervullen. “We zijn een klein eiland, iedereen kent elkaar. Daarom is het voor ons heel belangrijk dat we zo zakelijk en transparant mogelijk te werk gaan en dat we ons niet laten verleiden tot vriendjespolitiek. Als één van onze mensen een aanvraag moet beoordelen en de betrokkene in kwestie kent, dan is deze medewerker uitgesloten van stemrecht en verlaat de vergadering als we de aanvraag bespreken. Zo voorkomen we iedere schijn van partijdigheid.”

De directeur vertelt dat projecten die precedentwerking in de hand werken, worden afgekeurd. “Ook aanvragen voor muziekinstrumenten keuren wij af. Dat is te onzeker, vaak gebeurt het dat een muziekvereniging wordt opgeheven en dat niemand meer weet wat er met de instrumenten is gebeurd. We geven ook geen subsidies aan sociale of religieuze projecten. Ook meerjarenprojecten worden meestal afgewezen, want het is niet de bedoeling dat iemand financieel afhankelijk van Unoca wordt.” Unoca steunt wel projecten die innovatief zijn. “Zo kan het zijn dat we aan iemand van 50 jaar een subsidie geven omdat hij nooit de kans heeft gehad om een bepaalde cursus te volgen, maar met hulp van ons dat nu wel kan gaan doen. Of we steunen iemand die de mogelijkheid heeft om in het buitenland te gaan studeren. We verstrekken ook subsidies aan mensen die in het buitenland een auditie moeten doen.” Volgens Gil is het belangrijk dat een studie raakvlakken heeft met de doelstelling van Unoca. “Een project dat bij voorbaat geen kans bij ons heeft, is bijvoorbeeld een aanvraag van iemand die in China een spreekbeurt van tien minuten in het Papiaments wil houden. Dat heeft voor Aruba geen toegevoegde waarde.”

Unoca gaf het afgelopen jaar wel subsidie aan de commissie die de feestelijkheden organiseerde rondom de 90ste verjaardag van Padu Lampe. Ook het Caribbean Sea Jazz Festival kon rekenen op een financiële bijdrage. De subsidies die Unoca geeft, variëren van 1000 tot 100.000 florin. In totaal heeft Unoca vorig jaar 42 aanvragen goedgekeurd en een totaalbedrag van 585.589,80 aan subsidies uitgekeerd.

Om ervoor te zorgen dat iedereen weet waar het geld naar toe is gegaan, komt er ieder jaar een jaarverslag uit waarin alle projecten beschreven worden. Ook de projecten die zijn afgewezen, worden daarin vermeld. “Dit bevordert de transparantie en zo kan iedereen zien dat we volgens een vast protocol beoordelen en dat iedereen daarom evenveel kans maakt om een subsidie van ons te krijgen. We werken tenslotte met geld van de gemeenschap”, aldus Gil.

Boeken
Unoca ondersteunt ook auteurs. “Mensen die van plan zijn een boek uit te brengen, kunnen wij deels of zelfs volledig subsidiëren. Dit doen wij zowel op financieel vlak als met expertise. Zo kunnen wij bijvoorbeeld een auteur en een illustrator bij elkaar brengen of helpen we bij het vinden van een uitgeverij.” Ook hierbij is het belangrijk dat een boek culturele waarde heeft voor het eiland, legt Gil uit. “Deze boeken worden onder andere aan scholen beschikbaar gesteld. Maar het is ook mogelijk dat wanneer iemand voor een officieel bezoek naar het buitenland gaat en daarbij Aruba vertegenwoordigt, een boek bij ons kan komen halen dat ze kunnen aanbieden. Dit is allemaal goede reclame voor Aruba.”

Mensen die geïnteresseerd zijn in boeken van eigen bodem, kunnen terecht bij het Unoca-kantoor aan de Stadionweg. Om een boek te kopen of om gewoon rustig te zitten en zo’n boek door te bladeren. De boeken die met behulp van Unoca worden uitgegeven zijn zeer divers. Zo is er een jeugdboek uitgebracht van Jacques Thönissen getiteld Spoken, schurken en goudzoekers. Het unieke aan dit project, aldus Gil, is dat het boek met Arubaanse griezelverhalen zowel in het Nederlands als in het Papiaments is gepubliceerd.

Maar ook de serie Edicion Educativo is via Unoca uitgebracht. Dit is een uitgavenreeks waarin informatie is gebundeld over de Arubaanse natuur, cultuur en geschiedenis. “Op Aruba is een grote behoefte aan achtergrondmateriaal waarmee leerkrachten lessen over Arubaanse onderwerpen kunnen voorbereiden. Deze serie probeert in deze behoefte te voorzien”, aldus de directeur.

Unoca werkt ook nauw samen met het Archeologisch museum van Aruba. Zo is er in samenwerking met het museum onder ander het boek The Marine Shell Heritage verschenen en het boek Toen de Indianen op Aruba woonden…. Twee zeer informatieve boeken over het rijke verleden van Aruba. Zo heeft Unoca in de loop der jaren geholpen meer dan 100 boeken uit te brengen. In veel kleinere aantallen subsidiëren ze ook cd’s en dvd’s.

[uit Amigoe, zaterdag 25 juni 2011]

Herlezen: Delft blues van Denis Henriquez

Vandaag begint Caraïbisch Uitzicht een nieuwe rubriek: Herlezen. De nieuwe rubriek vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres.

*****

Verzet tegen ideologieën

door Wim Rutgers

Om twee redenen is de roman van Denis Henriquez van belang. In Delft blues bepaalt de in 1945 op Aruba geboren auteur, die inmiddels al jarenlang docent op een Rotterdams gymnasium is, zijn houding ten opzichte van enkele dominante thema’s in enerzijds de Nederlandse en anderzijds de Caraïbische literatuur.

Delft blues zou je een ‘mei-boek’ kunnen noemen omdat elk van de drie delen in drie opeenvolgende mei-maanden van 1967 tot en met 1969 speek. Het verhaal gaat over een centrale hoofdfiguur, de Arubaanse student Bernardo Rincones, en begint als deze op de dag van de dodenherdenking het joodse meisje Katinka Roos ontmoet. Dat betrekt hem persoonlijk bij een oorlog waarmee hij eigenlijk helemaal niets te maken wil hebben: ‘De oorlog was het privé-domein van Nederland, dat verleden hoorde bij het land net als de klompen en de bollen, het had met zijn eigen leven niets te maken. Het gebied waar hij vandaan kwam was door die oorlog hoogstens licht geschampt. Op school was die oorlog droge leerstof uit een boek, snel geleerd en snel vergeten; de ernst ervan was niet bestand tegen de lichtheid van een jeugd die zich voltrok onder de tropenzon. De joden die hij op zijn eiland kende waren stuk voor stuk geslaagde zakenlieden die in grote huizen woonden; oorlogsleed had hij achter zulke mensen nooit vermoed.’

De Nederlandse Katinka Roos heet eigenlijk Wacjberg. Zij raakt haar verleden niet kwijt, waarmee ze op vijftienjarige leeftijd door haar pleegouders werd geconfronteerd toen die haar de waarheid vertelden dat haar joodse ouders in de oorlog zijn omgekomen. Ze vertrekt na de Zesdaagse Israëlisch-Arabische Oorlog naar een kibboets, kan daar evenmin aarden, keert naar Nederland terug, maar kan het leven niet meer aan. Katinka is het slachtoffer van een verleden dat ze niet van zich kan afschudden.

Ten opzichte van de Caraïbische literatuur verzet Denis Henriquez zich in Delft blues tegen ideologieën die individuen de baas worden. Daarvan wil ik een paar voorbeelden geven uit de vele die voorkomen. Bernardo’s Curaçaose vriend Ito Gums is van een Delfts corpslid in driedelig grijs onder invloed van de geest van de jaren zestig een echte linkse activist geworden die tegen de Vietnam-oorlog protesteert, die tegen Israël is, die zich met de Cubaanse Revolutie identificeert en tenslotte een werkgroep ‘Kambio’ (Verandering) opricht om tegen de koloniale en imperialistische uitbuiting van zijn geboorte-eiland te protesteren: ‘Als ze hier [in Nederland op 4 mei] bezig zijn te weeklagen over hun doden zal ik een minuut stilte houden voor de slaven op Curaçao die gevallen zijn onder het racisme van de Hollanders.’ Zodra hem het nieuws van de Curaçaose opstand op dertig mei 1969 bereikt, vertrekt hij onmiddellijk naar zijn geboorte-eiland.

 

Daar raakt hij echter al spoedig compleet ingekapseld in een streven naar geld en macht. Weg ideologie! Een andere vriend, de op Curaçao geboren Rakish Assang, zoon van een rijke handelaar, die zich meer voor zijn studie wiskunde dan voor politiek interesseert, wordt met heel wat meer sympathie beschreven: ‘Ik ben op Curaçao geboren en opgegroeid, maar daar vinden ze me een vreemdeling; in Nederland hoor ik ook niet thuis. Ik hoor nergens bij, lullig, ik kan me daar niet druk om maken. Je hechten aan een stukje grond vind ik banaal, beter gezegd: ik kan het niet. Mensen als ik zullen hun gezicht zelf moeten bepalen.’ Denis Henriquez verzet zich in Delft blues steeds weer tegen alle eenzijdig gedweep zonder nuchter verstand. De Nederlandse onderwijzeres Janine wordt verliefd op een Ecuadoriaan, raakt zwanger, maar heeft geen schijn van kans op een huwelijk. Vanuit die persoonlijke ervaring slaat ze van bewondering voor alles wat des Derde Werelds is, helemaal door naar een even eenzijdige anti-buitenlanderhouding: ‘Ik wil niks meer met buitenlanders te maken hebben! Jullie buitenlanders zijn geil. Jullie zijn allemaal hetzelfde.’

Tussen de personages die zich op een of andere wijze ideologisch vastzetten, beweegt Bernardo Rincones zich als een individu dat vooral ook graag individu wil blijven: ‘Hij was te veel een eenling om idolen te aanbidden, om bedwelmd te raken door het gregoriaans van welk geloof dan ook.’ Hij gelooft niet in De Mens maar wel in mensen met al hun goede en slechte eigenschappen: ‘Ik heb schijt aan het volk, ik heb schijt aan de massa; de mens is een individu of hij is niks!’ In een discussie zegt vriendin Janine: ‘Je bent gewoon een ongelovige Thomas, dat is alles. Weet je wat er aan jou schort? Je bent van nature een pessimist, je vertrouwt de mensen niet.’ Bernardo antwoordt op die aantijging: ‘Iemand zei eens tegen me: ik ben geen pessimist, ook geen optimist, want beide hebben “mist” gemeen en in een mist kan je de werkelijkheid niet onderscheiden.’

Terwijl Denis Henriquez’ Nederlandstalige debuut Zuidstraat (1992) vol was van melancholieke herinnering aan een voorbije jeugd, is de tweede roman Delft blues een veel harder en kritischer verhaal dat afrekent met de geest van verzet van de jaren zestig in Nederland en met ideologisch gedweep over ‘roots’, verleden en uitbuiting zoals dat in veel Caraïbische literatuur nog steeds in zwang is. Denis Henriquez zweert de ‘held’ – of die nu negatief is of positief – compleet af en stelt daar een nuchter individu tegenover.

Delft blues bevat veel aspecten die in het verhaal uitwaaieren en mooie fragmenten opleveren. Terwijl Zuidstraat nog sterk de kenmerken van een aantal aan elkaar geplakte verhalen vertoonde, toont de auteur zich in zijn tweede boek een echte romancier, die niet alleen de personages goed in de hand heeft, maar ook een uitgebalanceerde compositie weet te construeren. Het verhaal leest bovendien heel plezierig wegens een ongewoon beeldgebruik.

Denis Henriquez: Delft blues, De Bezige Bij, Amsterdam, 1995, 213 p.

[bespreking verschenen in Ons Erfdeel, 1997]

Claus! naar Aruba en Curaçao

Na de succesvolle eenmalige voorstelling Claus! in Koninklijk Theater Carré met Thom Hoffman als prins Claus brengt Stichting Julius Leeft! deze muzikale theatrale reading naar Aruba en Curaçao. Vanaf 16 juli zal de Nederlandse cast en crew, aangevuld met lokale talenten, zes keer een voorstelling geven over het leven van de markante prins.

John Leerdam, regisseur en initiatiefnemer van SJL, bracht het stuk in 2009 in Carré met een spraakmakende cast van politici, prominente Nederlanders en professionele artiesten. De voorstelling, die werd bijgewoond door koningin Beatrix en haar zoon prins Constantijn en schoondochter prinses Laurentien, mocht zich verheugen in een massale belangstelling.

Claus! is gegoten in de vorm van een theatrale reading met muzikale omlijsting. Ze vertelt niet alleen de geschiedenis van het leven van Prins Claus. Ze vertelt het verhaal over menselijkheid, hoop, teleurstelling en de zoektocht naar liefde. Het verhaal gaat over zijn band met Afrika, de Nederlandse Antillen en Suriname. En Claus! gaat natuurlijk over zijn relatie met de vorstin.

Opnieuw heeft John Leerdam met zijn stichting bijzondere mensen om zich heen verzameld voor een bijzonder theaterproject. Eerder waren er voorstellingen over Suriname (2005), de Nederlandse Antillen (2006), de Molukken (2007) en Zuid-Afrika (2008). Vorig jaar vierde de stichting haar jubileum met de boekpresentatie van Onverwerkt verleden, vijf jaar theatrale verbeelding door Stichting Julius Leeft!

Nu reist het Nederlandse gezelschap dus af naar Aruba en Curaçao. De cast en musici bestaan onder anderen uit Kenneth Herdigein, Denise Jannah, Gerda Havertong, Maartje van Weegen, Izaline Calister, Giovanca, Bert Koenders, Paulette Smit (rol van Máxima), Bo Bojoh, en Thom Hoffman (rol van Claus). En deze keer doen ook mee de gevolmachtigd minister van Aruba Edwin Abath, Eugene Maduro én Omayra Leeflang, de oud-minister van onderwijs van Curaçao. Opnieuw tekende Harto Soemodihardjo voor de muzikale leiding en composities. De teksten zijn van Paulette Smit, Pieter Hilhorst, Yoeri Albrecht, Manoushka Zeegelaar Breeveld en Guus Pengel, naar een idee van John Leerdam. Regie: John Leerdam, oud-Tweede Kamerlid voor de PvdA en oud-directeur van Cosmic Theater.

De voorstellingen op Aruba vinden plaats op uitnodiging van het eiland dat dit jaar zijn 25 jaar status aparte viert, in nauwe samenwerking met Cas di Cultura. Op Curaçao heeft SJL een samenwerkingspartner gevonden in Luna Blou en vinden de voorstellingen plaats in het auditorium van het World Trade Centre. Op beide eilanden geeft SJL daarnaast een benefietconcert (in Cas di Cultura, Aruba, en De Brakkeput Mei Mei, Curaçao), ten bate van projecten die jongeren in contact brengen met cultuur.

Speeldata

Aruba:

18 juli Benefietconcert, Cas di Cultura
19 juli Première, Cas di Cultura
20 juli Voorstelling, Cas di Cultura

Curaçao:

22 juli Première, World Trade Center, auditorium
23 juli Avondvoorstelling, World Trade Center, auditorium
24 juli Middag- en avondvoorstelling, World Trade Center, auditorium
26 juli Benefietconcert, Brakke Put Mei Mei

In het kader van de theatervoorstelling Claus!, een ode aan prins Claus, worden van 11 tot en met 20 juli verschillende (gratis) artistieke en educatieve activiteiten georganiseerd op Aruba. Belangstellenden kunnen onder meer workshops theater, dans en zang volgen in Cas di Cultura. Bovendien maken deelnemers kans om mee te spelen in het theaterstuk en dus op het podium te komen staan naast bekenden als zangeres Izaline Calister, de ministers Arthur Dowers en Edwin Abath en advocaat Dello Gomez.

De producent van de theatrale lezing Claus!, zijnde stichting Julius Leeft! (SJL) heeft samen met partner Cas di Cultura besloten om deze evenementen rondom de voorstelling te organiseren. Het publiek krijgt de kans om via workshops, lezingen en exposities kennis te maken met de organisatie. Bovendien wordt er bij de workshop zang en dans een auditie gehouden. Degene die succesvol door deze auditie heen komt, krijgt een rol in de voorstellingen op 18, 19 en 20 juli. De voorstelling van 18 juli is een benefietvoorstelling. Doel van deze activiteiten is het ‘verrijken, inspireren en professionaliseren’ van alle betrokkenen en de banden tussen Koninkrijksgenoten aan te halen. Alle personen die meespelen met het theaterstuk, doen dit overigens belangeloos.

Bo Bojoh

Regisseur en initiatiefnemer Leerdam geeft op 15 juli een informatieve lezing over ‘theater als instrument’ om allerlei thema’s en maatschappelijke issues op een creatieve manier onder de aandacht te brengen van een breed publiek. Hij gaat in op de voorstelling Claus! en het motto van de overleden prins dat ‘cultuur een basisbehoefte is’. De lezing wordt gehouden van twee tot vier uur ’s middags en is toegankelijk voor iedereen vanaf veertien jaar. Verder is er van 13 tot en met 20 juli een expositie te zien van fotograaf Jean van Lingen. De fototentoonstelling, gepresenteerd door Theater Instituut Nederland (TIN), werpt een blik achter de schermen van het multiculturele theater.

Workshops
Van 11 tot en met 14 juli wordt een workshop theater gegeven door directeur van SJL en regisseur van Claus!, John Leerdam. Deze activiteit is van vijf tot zeven uur ’s middags en is toegankelijk voor jongeren vanaf 16 jaar, docenten, acteurs en andere geïnteresseerden. De dansworkshop wordt gegeven door Ayaovi Kokousse en Faizah Grootens. De auditie en de eerste training wordt op 12 juli gehouden. De workshop loopt tot 18 juli en neemt dagelijks plaats van half negen ’s morgens tot half een ’s middags. Degene die door de auditie komen, mogen dus meedoen met de show op 19 en 20 juli. Leeftijdsgrens voor deze workshop ligt op vijftien jaar en ouder. De zangworkshop wordt gegeven door Denise Jannah. Deze lessen beginnen op 11 juli en lopen tot en met 15 di juli. Dagelijks van half drie tot half vijf ’s middags. Drie personen wordt uiteindelijk geselecteerd en mogen meedoen met de voorstellingen. Ook bij deze workshop is de leeftijdsgrens vijftien jaar.

Op 20 juli, van negen tot half twaalf ’s morgens is de workshop theaterproductie. Tijdens deze ‘interactieve workshop’ moeten de deelnemers een actieplan maken voor een theatervoorstelling. Deze workshop is alleen toegankelijk voor personen van achttien jaar en ouder. De hands on workshop theatertechniek (licht, geluid en decor) wordt gegeven op 20 juli van vier uur ’s middags tot zes uur ’s avonds. Leeftijdsgrens voor deze activiteit is 16 jaar. De workshop publiciteit en markteing wordt gegeven door Ingrid Lochum en Mitsui Maduro. Hierin wordt uitgelegd hoe de theaterzaal gevuld kan worden met publiek en hoe de productie aantrekkelijk gemaakt wordt voor de pers. Deze workshop is ook op 20 juli van half twee tot vier uur ’s middags. Tenslotte wordt op 20 juli ook de workshop camera- en videotechniek gegeven. Deze is van een uur tot drie uur ’s middags.

Hoewel de workshops gratis zijn, is vooraf inschrijven wel verplicht. Dit kan bij Cas di Cultura via het telefoonnummer 582-1010 of info@casdicultura.aw.

Nieuw documentatiecentrum Universiteit Aruba

De Universiteit van Aruba (UA) heeft vrijdag een nieuw documentatie- en archiefcentrum geopend in haar afdeling Onderzoek en Ontwikkeling. Deze afdeling zit in het pand van UA aan de LG Smith Boulevard, naast Superfood.

In het documentatiecentrum wordt documentatie bewaard dat direct gebruikt kan worden voor onderzoek op het eiland in het kader van onderwijs, Papiamento en maatschappelijke en culturele kwesties. De documentatie bestaat uit statistische informatie, publicaties van onderzoeken en ander academisch materiaal. Het documentatiecentrum is opgedragen aan TV-maker Demetrio Maduro en heeft ook zijn naam gekregen. De vorig jaar overleden Maduro was vooral bekend van de programma’s ‘Nos Grandinan na Palabra’ en ‘Nos Grandinan, Nos Tesoronan’, waarin ouderen uitgebreid aan het woord kwamen over het Aruba van vroeger en de oude gebruiken en tradities van weleer. Ter gelegenheid van de opening van het documentatiecentrum hebben zijn nabestaanden de complete archieven van die programma’s aan de universiteit geschonken. Documentatiecentrum Demetrio Maduro komt onder leiding te staan van de voormalig rector van UA, Lydia Emerencia. Zij wordt ondersteund door Herbert Diaz, Joyce Pereira en Ruby Eckmeyer. Het documentatiecentrum is voor iedereen toegankelijk en bereikbaar via telefoonnummer 588-9946 en crd@ua.aw.

[uit Amigoe, 20 juni 2011]

Samenwerking Aruba – Martin Luther King Center

De Arubaanse overheid heeft een partnerschap gesloten met The King Center in de Verenigde Staten om ideeën en mensen uit te wisselen voor projecten voor een harmonieuze en geweldloze samenleving. Premier Mike Eman (AVP) zei dit vanmorgen in gezelschap van de zoon van de befaamde Martin Luther King jr., die was uitgenodigd voor de onthulling van het standbeeld van Anne Frank in het Wilhelmina Park (zie bericht verder op deze blogspot).

The King Center is in 1968 opgericht en zet de geweldloze strijd voort van de wereldberoemde burgerrechtenactivist Martin Luther King voor eerlijkheid, gelijkheid en vrede. Ze zijn nu ook actief in Haïti, Colombia en Zuid Afrika. Één van de programma’s van deze vrijwilligersorganisatie is Beloved Community en de premier wil de ervaringen van dat project op Aruba gebruiken. Zoon Martin Luther King III vertelde vanmorgen aan de pers hoe met dit project mensen worden geleerd om samen te leven zonder geweld. Dit doen ze door positieve ontwikkelingen die in een samenleving bestaan, te versterken en te promoten, aldus King III. Hiervoor organiseren ze trainingen en lezingen. “Het lijkt erop dat Aruba geen heel groot probleem heeft met geweld, maar het positieve moet altijd worden gepromoot”, aldus King III. “Helaas hebben we dat in de Verenigde Staten niet genoeg gedaan.” King III doelt hiermee op alle geweld op tv, in films, in sommige muziek en culturen en in videospelletjes. “Dit beïnvloedt de jonge samenleving. Vroeger hadden wij maar een paar kanalen op tv en niet alles was zichtbaar voor kinderen. Nu zijn er heel veel kanalen en de jeugd kan overal bij.”

De samenwerking met The King Center houdt dus in het uitwisselen van ideeën, van medewerkers. Ook is er gesproken over de mogelijkheid voor eventuele stageplaatsen bij de Amerikaanse organisatie. Het is nog een intentie en de concrete invulling van die samenwerking moet dan ook nog plaatsvinden. Premier Eman is in ieder geval uitgenodigd om het centrum in Atlanta te komen bezoeken, het team van Beloved Community te ontmoeten en de samenwerking op te bouwen, zo liet King III ook weten. Vervolgens is hij weer uitgenodigd om te komen spreken op de conferentie Happy Community die op 6 december op Aruba wordt georganiseerd. Dit initiatief vanuit de overheid is bedoeld om de samenleving en met name wijken op een hoger plan te trekken.

[uit Amigoe, 13 juni 2011]

Beeld Anne Frank in Oranjestad


Op zondag 12 juni werd een standbeeld van Anne Frank onthuld in het Wilhelminapark, Oranjestad, Aruba. Daarvoor waren uit Nederland overgekomen rabbi Awrahan Soetedorp en de ontwerper Joep Coppes die het beeld in Nederland vervaardigde. De datum van de onthulling van het beeld was niet toevallig: 12 juni is de geboortedag van Anne Frank.

Breed aanbod in Caribbean Spotlight Series

De Spotlight Series van Aruba International Film Festival (AIFF) is vanwege het grote succes van vorig jaar dit jaar uitgebreid naar twee dagen. Zowel zaterdag als zondag worden films uit de regio getoond en voor de makers valt er een publieksprijs te winnen. De programmering bevat, naast twee producties van eigen bodem, ook films uit Cuba, Puerto Rico, Bahamas, Bermuda, Jamaica en Montserrat. Dit jaar heeft de Spotlight Series een competitief element. Vijf films dingen mee voor een publieksprijs.

Voices From Mariel van regisseur Jim Carleton doet mee aan de competitie. In deze film wordt het verhaal verteld van 125.000 Cubaanse ballingen die in 1980 uit onvrede met de politieke en economische onderdrukking in hun land Cuba via de haven van Mariel ontvluchtten en naar de Verenigde Staten vertrokken. Dertig jaar later en met alle risico’s van dien, keert een ‘Marielito’ terug naar huis naar het land dat hem had afgewezen om opnieuw binding te vinden met de vrienden en geliefden die hij achterliet. Met de Mariel Boatlift als achtergrond, vertellen José García en andere Marielitos hun verhalen over het verlaten van hun thuisland en hun nieuwe leven in Amerika.

Fire Burn Babylon, die ook meedingt voor de publieksprijs, gaat over een drietal Rastafari’s uit het eilandje Montserrat, die na de vulkanische uitbarsting die het eiland nagenoeg verwoestte naar Londen verhuisden. Daar veranderden hun levens drastisch. Filmmaker Sarita Siegel, ook uit Montserrat, volgt de drie mannen – de stamoudsten- die hen begeleiden en de vrouwen die van hen houden.

Children of God van Kareem Mortimer uit de Bahama’s vertelt het verhaal van twee personen die hun ware gevoelens leren uiten in een land dat worstelt met gewelddadige homofobie. Jonny, een homoseksuele kunstenaar, dreigt zijn baan op de universiteit kwijt te raken, terwijl de conservatieve religieuze Lena kampt met haar afbrokkelende huwelijk. Beiden ontsnappen het stadsleven in Nassau en komen terecht op Eleuthera waar hun werelden op dramatische wijze botsen.

In het voorprogramma van deze film wordt 10 Ave Maria van de Arubaanse filmmakers Ryan Oduber en Francisco Pardo getoond. Ook deze korte film heeft als thema de (zelf-)acceptatie van homoseksuelen in een Caribische gemeenschap.

100.000 van Juan Agustín Márquez gaat over het overschot aan honden in Puerto Rico. In het stadje Barceloneta werden 80 honden op last van de burgemeester door sociale woningbouw van hun eigenaren ontnomen, om te worden afgemaakt. Het bedrijf dat de klus moest klaren, wilde het geld dat apart was gezet voor de spuitjes van de honden in eigen zak stoppen en besloot, tot grote schok van de eigenaren van de honden en de lokale bevolking, om de honden levend en wel van een brug af te gooien. Tot overmaat van ramp werden zij vrijgesproken door de rechter voor deze daad.

Hoge verwachtingen zijn er voor de film Curaçao van Sarah Vos en Sander Snoep. De makers doken onder in de Nederlandse gemeenschap op het eiland en filmden mee tijdens een cursus in de lokale vestiging van Albert Heijn. Het beeld dat de kijker krijgt is ontluisterend. De zwarte en witte eilandbewoners op Curaçao spreken elkaar nauwelijks en in de film wordt langzaam duidelijk dat de Nederlanders nauwelijks een idee hebben van hun eigen aandeel in de geschiedenis op het eiland. En al helemaal niet van de verstrekkende gevolgen daarvan op de huidige samenleving.

Als voorprogramma wordt de korte experimentele film van Arubaanse bodem Muhe Frida vertoond. Hierin wordt door de lokale kunstenaar Alydia Wever een visuele ode gebracht aan de Mexicaanse schilderes Frida Kahlo. De film wordt vertoond in de aanloop naar een multidisciplinaire theatervoorstelling met dezelfde titel.

Niet meedingen voor de publieksprijs
Muhe Frida wordt ook vertoond als voorprogramma voor de documentaire Mr. Happy Man uit Bermuda, van regisseur Matt Morris. In deze film, die buiten de competitie om wordt getoond en dus geen kans maakt op een publieksprijs, maakt de kijker kennis met Johnny Barnes. Barnes is een begrip in Bermuda. Hij heeft namelijk als levensdoel anderen gelukkig te maken en schijnt daar erg goed in te zijn. Maar de centrale vraag in de film is verraderlijk. Wat nou als iedereen altijd van elkaar hield?

La Fuga van de Portoricaanse regisseur Edmundo H. Rodriguez vertelt het verhaal van de familie Orama, trotse eigenaren van een succesvolle koffieplantage. De jongste dochter Isabel staat op het punt om te trouwen met haar verloofde Gerardo, maar overweegt te vluchten.

De laatste film die niet voor een prijs meedingt is Rise Up van Luciano Blotta. In deze documentaire gaat de maker diep in de wereld van de Jamaicaanse reggae- en dancehallmuziek. Geen kleiner of armer land heeft een grotere bijdrage geleverd aan de muziek dan Jamaica sinds de afgelopen eeuw. In deze film wordt het verhaal verteld van drie jonge beginnende artiesten.

Caribbean Spotlight Series van AIFF vindt morgen en zondag plaats in Paseo Herencia, tussen elf uur ’s ochtends en half vier ’s middags.

[uit Amigoe, 10 juni 2011]

Nieuwe website Edmond Tujeehut


Big Bang Express realiseert website van Arubaanse kunstenaar Edmond Tujeehut

Surf naar The Art & World of Edmond Tujeehut: klik hier

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter