blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Andel Tinde van

Een vergeten Surinaamse schat uit de schatkamer van NCB Naturalis

Tijdens de verhuizing van de 800.000 collecties van het Utrechtse Herbarium naar NCB Naturalis, kwam ook het ‘vergeten Hermann Herbarium’ mee naar Leiden. Dit boek met 50 plantencollecties, verzameld rond 1687 door de mysterieuze Hendrik Meyer, een onbekende inwoner van Suriname, was eigenlijk nooit goed onderzocht. Het was in het bezit van de Leidse hoogleraar botanie Paul Hermann.

Slangenkruydt (Eryngium foetidum), slangenverjager, met sterk zoete smaak en zware geur, voor hysterie gebruikt

Onlangs is deze waardevolle historische collectie gedigitaliseerd, geïdentificeerd en de Latijnse teksten vertaald en geïnterpreteerd. Nu blijkt dat het de oudste bewaard gebleven natuurhistorische collectie uit Suriname is. Hendrik Meyer moet met lokale Indianen het bos in zijn gegaan: vrijwel alle planten dienen als medicijn, voedsel of constructiemateriaal en de meeste lokale namen zijn in de inheemse Carib taal.

Opvallend is dat er twee Afrikaanse planten tussen zitten: okra en sesam. Die werden eind 17e eeuw al verbouwd door slaven, die de zaden mee smokkelden uit slavenschepen. Deze collectie laat zien hoe lokale namen en plantgebruik in de loop der eeuwen zijn veranderd, maar soms ook verassend gelijk zijn gebleven.

Meer informatie: http://www.hermann-herbarium.nl/ Tinde van Andel (andel@nhn.leidenuniv.nl)

Seksualiteit en Erotiek in Suriname (3)

door Chris Polanen

 Wasi ondrosei, vaginale stoombaden in Suriname
Tinde van Andel, onderzoekster verbonden aan het Nationaal Herbarium en de Universiteit van Utrecht gaf een lezing over: ‘Wasi ondrosei’, het gebruik van vaginale stoombaden in Suriname.
Haar team vond op de markt in Suriname 96 plantensoorten die voor vaginale stoombaden gebruikt werden. Buiten het commerciële circuit vonden ze nog eens 70 soorten en ze was ervan overtuigd dat ze meer soorten gevonden hadden als ze dieper het binnenland in gegaan waren. Marronvrouwen zijn de verzamelaars, handelaren en belangrijkste consumenten van deze planten. Er wordt ongeveer voor 42000 $ per jaar aan deze planten verhandeld.
Het vaginale stoombad, ook wel genoemd, uma wasi, faya watra of wasi poentje, wordt
twee maal per dag aanbevolen. De bladeren of bast worden aan de kook gebracht en de vrouw gaat erboven zitten. Nadat het brouwsel afgekoeld is, wast de vrouw zich er mee.
Van Andel onderzocht waarom vrouwen dit doen en hoeveel plantensoorten voor elk doel gebruikt worden.
-schoonmaken van de vagina – 97 soorten
-strakker maken van de vagina-97 soorten
-baarmoeder schoonmaken na bevalling – 51 soorten
-meer plezier bij seks- 46 soorten
– tegen vieze geur vrouw – 46 soorten
-droogmaken van de vagina-45 soorten
-tegen kraamvrouwenkoorts-44 soorten
-aansterken kraamvrouw-31 soorten
Het droogmaken van de vagina is geen specifiek Surinaams gebruik, maar is afkomstig uit Afrika, waar dit ‘dry sex’ wordt genoemd.
Van Andel benadrukt dat het droogmaken van de vagina en dry sex gevaren met zich mee brengt. Droogmaken onderdrukt de natuurlijke bacteriegroei in de vagina en beschadigt het vaginale slijmvlies. Condooms kunnen makkelijker scheuren en door kleine wondjes kunnen SOA’S, waaronder HIV makkelijker overgedragen worden.
Onder de Marrons is een groter percentage mensen besmet met HIV dan onder andere bevolkingsgroepen. Waarschijnlijke oorzaken hiervoor zijn: veel seksuele partners, weinig condoomgebruik en en volgens van Andel ook de vaginale stoombaden.
Aangezien meer dan 1 % van de Surinaamse bevolking met HIV besmet is, moet men officieel spreken van een epidemie.
Er is echter wel een voordeel van het gebruik van vaginale stoombaden na de bevalling.
Vooral als deze onder onhygiënische omstandigheden heeft plaatsgevonden, kunnen stoombaden wel degelijk de kans op infecties verlagen. Er is dus goede voorlichting nodig over het gebruik van vaginale stoombaden. In Suriname, maar ook in Nederland. Jaarlijks wordt er 55000 kgplanten voor dit doel vanuit Suriname met luchtpost naar Nederland vervoerd. Nederlandse medische instanties zijn echter geheel niet bekend met deze materie.

Medicinale en Rituele Planten van Suriname

door Peter Douma

Suriname is aan de ramp ontsnapt. Nou ja, de ramp is door dit boek wat afgenomen. Een schat aan traditionele kennis, die mondeling van generatie op generatie werd doorgegeven, dreigt verloren te gaan. Een groot deel van de kennis over medicinale en rituele planten is nu vastgelegd in een prachtig boek. Onderzoeksters Tinde van Andel en Sofie Ruysschaert deden veldwerk naar het gebruik van planten in Suriname. Hun resultaten legden ze wetenschappelijk verantwoord neer in een boek van meer dan vijfhonderd pagina’s, rijk geïllustreerd met tekeningen en foto’s. Die wetenschappelijke inslag is noodzakelijk en te prijzen, het boek wordt er helaas niet toegankelijker door.

De planten staan op alfabetische volgorde, op hun Latijnse soortnaam. Zoek je bijvoorbeeld de fayalobi, dan ben je veroordeeld tot het register, waarin Surinames meest geliefde plant vijf keer vermeld staat. Een van die vijf verwijst naar het betreffende lemma, de Ixora Coccinea. Een kniesoor echter die daar op let, want de schrijvers ontsluiten zo’n schat aan informatie, dat de lezer zich wel moet overgeven aan bewondering. Van honderden planten legden zij vast hoe ze gebruikt werden en vooral ook door wie. Want natuurlijk, het is aardig te weten welk blaadje tegen koorts helpt, welk tegen voetschimmel en welk tegen boze dwergen.
Medicinale en Rituele Planten van Suriname geeft ons via een boro pasi meer inzicht in de Surinaamse samenleving. Die fayalobi komt bijvoorbeeld oorspronkelijk uit Zuidoost Azië. Dat Hindoestanen de bloemen gebruiken bij offers wekt dus misschien geen verbazing. Marrons passen het toe bij een stoombad om de edele delen mee te verzorgen. Het zaad van de tamarinde werd meegesmokkeld op slavenschepen (de bomen op het Onafhankelijksheidsplein stammen daar rechtstreeks van af). Rond 1800 dronk Stedman er al een verfrissende drank van en later gebruikten Javanen het vruchtpulp tegen menstruatiepijn.

De lezer ziet niet alleen in de mensen maar ook in de planten van Suriname de geschiedenis. Een groot deel van ‘wat groeit en bloeit’ is resultaat van slavernij en migratie. Het merendeel van de planten is natuurlijk inheems, maar ook die worden intussen door niet-inheemse bevolkingsgroepen toegepast. Slangenkruid groeide altijd al in Suriname, maar plantersvrouwen gebruikten het tegen paniekaanvallen en Marrons benutten het om kraamvrouwenkoorts te voorkomen.
Het boek is geen medisch handboek of een gebruiksaanwijzing voor het uitvoeren van rituelen. De schrijvers doen geen uitspraken over de werkzaamheid van de planten. Geen garantie dus dat de boze dwergen inderdaad weg blijven. Voor (etno-) biologen en geïnteresseerde leken is het niet alleen een belangrijk overzicht, maar ook een onverwachte spiegel van de samenleving.

Medicinale en Rituele Planten van Suriname, Tinde van Andel en Sofie Ruysschaert, 2011, KIT Publishers, ISBN 9789460221392

[uit Parbode, 1 november 2011]

Medicinale en Rituele Planten van Suriname

Klik op afbeelding voor groot formaat

Kruidendrankjes ter bevordering van potentie

Foto: Gloria Wekker en Tinde van Andel, @ Sam Jones


Wat is nou het beste kruidendrankje om de mannelijke potentie op te krikken? En hoe komen die drankjes eigenlijk in het Caribisch gebied terecht? Met flesjes, opgedroogde blaadjes en takjes hield kruidenkenners Gloria Wekker en Tinde van Andel onlangs een spannende inleiding in het Museum Volkenkunde in Leiden.

Ze begon met de zoektocht naar het perfecte zogeheten afrodisiacum, ofwel liefdesdrankje. Dat afrodisiac is in elk land weer anders, zegt ze. Ze toont enkele drankjes uit onder anderen Suriname en Ghana, maar een echt Antilliaans drankje kon Van Andel niet vinden. Ze spreekt van een ‘zwart gat in haar onderzoek’. Maar de flessen met alcohol en stukjes hout moeten volgens haar zeker ergens op de Antillen zijn te vinden.

Bitter
Het drankje uit Suriname heeft in ieder geval qua smaak niet de voorkeur van Gloria Wekker, ‘die smaakt verschrikkelijk bitter, maar Surinamers vinden dat weer erg lekker’. Het hangt af van de ingrediënten die de kracht van het disiacum bepalen, en in elk land is dat dus weer anders, benadrukt de onderzoekster. De alcohol waarmee wordt gecombineerd kan variëren van rum tot wodka. Sommige flessen zijn voorzien van een inspirerend plaatje van een man en vrouw.

Internet
De drankjes zijn overigens ook gewoon via internet te bestellen, waar ze onder allerlei exotische namen worden aangeprezen, al dan niet voorzien van stimulerende afbeeldingen.

Klik hier voor een uitgebreid interview met Gloria Wekker en Tinde van Andel, door Sam Jones op Radio Nederland Wereldomroep.

Seksualiteit in Indonesië en de Caraïben

Op vrijdag 17 juni vindt van 13.00—18.00 in het Museum Volkenkunde in Leiden de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering en lezingenmiddag van het KITLV. Het thema van de lezingenmiddag (aansluitend op de Algemene Ledenvergadering) is: ‘Seksualiteit in Indonesië en de Caraïben’.

Voorlopig programma:

Op zoek naar het perfecte afrodisiacum; het gebruik van alcoholische bitters in West-Afrika en het Caraïbisch gebied, Dr. Tinde van Andel (Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis)
Wie kent ze niet, de flessen vol bittere stukjes hout, bast en zaden die overal in Suriname en het Caraïbisch gebied worden verkocht voor de mannelijke potentie? Gedrenkt in sterke rum geven deze kruiden de Caraïbische man zijn legendarische ‘power’. Het gebruik van alcoholische bitters komt echter uit West-Afrika. Slaven hebben in elk land waar ze te werk werden gesteld nieuwe ingrediënten moeten zoeken om hun favoriete drankje opnieuw uit te vinden. En dat is ze gelukt.

‘Van mati-werk tot kabula-feesten’; een zoektocht naar Surinaamse seksualiteit, Dr. Gloria Wekker (Universiteit Utrecht)
Een interessante vraag in de studie naar Surinaamse/ Caraïbische seksualiteit is: waarom is de blik juist op Creolen gericht geweest en niet of nauwelijks op andere groepen in de Surinaamse samenleving? Een lange lijn van onderzoekers, van de Herskovitses (1936) tot Groenfelt (2009), heeft zich beziggehouden met Creoolse seksualiteit, terwijl er tot voor kort nauwelijks aandacht was voor de wijzen waarop seksualiteit in andere etnische groepen vorm kreeg. Wat zegt dit over de Nederlandse psyche, en de plaats die de seksualiteit van zwarten daarin inneemt?

Goddelijke genade en animistische wih; de ontmoeting tussen twee heilseconomieën aan de zuidkust van Nieuw Guinea, ca. 1910, Dr. Raymond Corbey (Universiteit van Tilburg)
De afgelopen jaren verdiepte Raymond Corbey zich in teksten en etnografische foto’s van de hand van missionarissen van het Heilig Hart met betrekking tot sterk seksueel geladen rituelen van de Marind Anim van Nieuw-Guinea van ongeveer honderd jaar geleden. Deze middag presenteert hij dit boeiende historisch beeldmateriaal en analyseert hij de worsteling van de missionarissen met deze materie. Hiervoor maakt hij ondermeer gebruik van de narratologie en de analyse van metaforen.

Tussen hoofddoek en hotpants; kledingkeuze en identiteitsvorming onder jonge moslima’s in Yogyakarta, Lisa Storms, MA
Indonesische jongeren hebben steeds meer mogelijkheden om over de eigen landsgrenzen heen te kijken, onder andere door het internet. Dat dit echter niet automatisch leidt tot het overnemen van andere waarden, zoals, bijvoorbeeld seksuele waarden, blijkt uit het onderzoek dat Lisa Storms enkele jaren geleden uitvoerde onder jonge islamitische vrouwen in Yogyakarta. Zij stelde vast dat een deel van deze vrouwen zich afzet tegen westerse noties over seks, niet door terug te grijpen naar Indonesische normen en waarden over seks, maar door zich in hun kledingkeuze en omgangsvormen met de andere sekse te laten leiden door islamitische richtlijnen.

Wilt u zich alvast aanmelden? Dat kan via: kitlv@kitlv.nl of 071 527 2295.

Jagen op geneeskracht uit het oerwoud

door Karin Anema

Het is groen, geneeskrachtig en er valt geld mee te verdienen. De Surinaamse jungle is een schatkamer van medicinale planten waarvan het effect wetenschappelijk vaststaat. Hoe ze precies werken weten alleen medicijnmannen. Naar die kennis speurt de farmaceutische industrie het oerwoud af.

Mijn zoon had een botziekte die niet met westerse geneeskunde te behandelen was. In Suriname legde marronmedicijnman Pake (marron: afstammeling van gevluchte plantageslaven – red.) kruidencompressen bij hem aan, waarna mijn zoon zonder rolstoel naar huis kon terugkeren. Nadat in het VPRO televisieprogramma Boeken dit verhaal aan de orde kwam tijdens het interview naar aanleiding van mijn boek De groeten aan de koningin. Reis door Suriname, volgde een stroom van reacties. Ze kwamen vooral van patiënten die er al hun geld voor over hadden om ook naar Suriname te gaan.

Dat vond ik even fascinerend als zorgwekkend. Want ondanks deze geslaagde genezing door de betreffende ‘bottendokter’ is Suriname niet het land van belofte, waar een medicijnman een blik vol kruiden opentrekt. Bovendien is van die wereld van traditionele genezers en de precieze geneeskrachtige werking van de planten nog maar weinig bekend. Wel groeit het besef dat deze geneeskrachtige planten een waardevolle aanvulling kunnen zijn op de westerse geneeskunde. En dus neemt de belangstelling toe. Niet alleen van patiënten, maar ook van de medisch-wetenschappelijke wereld. In dat opzicht kwam de mooiste reactie van een Surinaamse huisarts uit Den Haag: ‘Als medicus ben ik tegen inheemse medicijnmannen. Maar ik ben je heel dankbaar dat je dit boek hebt geschreven, het werd tijd dat de waarheid op schrift werd gesteld.’

Vaststaat dat het Surinaamse oerwoud een schatkamer is van geneeskrachtige planten en dat daarin een aardige handel wordt gedreven. Die speelt zich vooral af binnen de marrongemeenschap. Veel marrons drijven als kenners, verzamelaars en verkopers eenmansbedrijfjes. Etnobotanicus Tinde van Andel, van het Nationaal Herbarium Utrecht, die onderzoek doet naar geneeskrachtige planten in onder andere Suriname, schat dat er 245 soorten medicinale planten worden verhandeld, die jaarlijks een marktwaarde van ongeveer 1 miljoen US dollar vertegenwoordigen. Per jaar wordt 55 duizend kilo kruiden geëxporteerd naar Nederland, vertelt zij. ‘Marktventers vertellen graag dat de kruiden diep uit het bos komen, maar de meeste planten groeien als onkruid rondom Paramaribo. Daar hebben wij ze ook voor ons onderzoek verzameld.´

Voetballers en politici

Soms is de kennis van medicinale kruiden het visitekaartje van een gemeenschap. Zo is Pake, de marron die mijn zoon genas, niet zomaar een medicijnman. Zijn faam reikt tot ver over de Surinaamse grens: van voetballers uit het Nederlands elftal tot parlementsvoorzitter Lachmon kwamen op zijn erf.

Vaak ook lijkt kennis door het uitsterven van medicijnmannen te verdwijnen.

De neef van Pake is Frits van Troon (70), veldbotanicus, geboren in het district Saramacca in het noorden van Suriname. Volgens Van Troon is het verlies van de expertise van medicijnmannen vaak ook gewoon toeval. ‘Het gaat om kennis binnen een familie. Als clans ruzie met elkaar krijgen, zoekt een van de partijen zijn toevlucht elders. Als dat de familie is die veel weet van medicinale planten, verlies je die kennis meteen ook.’

Hoe het in dit opzicht is gesteld met inheemse bevolking van Suriname, de indianen, is vaak nog onduidelijker. Deels komt dit doordat hun knowhow van de ene op de andere dag werd afgeschreven door zendelingen die de pil van de blanken superieur verklaarden. Toch zijn er indianen die hun kennis hebben weten te behouden. Ook al doen ze soms alsof ze er niets meer van weten, omdat traditioneel genezen not done is in de ogen van ‘de kerk’ en ‘de blanken’.

Veldbotanicus Van Troon is een van de laatst levende traditionele bomen- en plantenkenners van Suriname. In samenwerking met het Nationaal Herbarium in Utrecht en Leiden en met etnobotanicus dr. Tinde van Andel determineert hij planten in Suriname en ook in Guyana (voorheen Brits) en Frans Guyana. Ook legt hij vast welke planten voor welke kwaal worden gebruikt. Het resultaat van dat speurwerk wordt de plantengids van het Nationaal Herbarium, die in 2008 verschijnt en die is bedoeld als een consumentengids van welke planten voor welke kwaal kunnen worden gebruikt.

Al decennialang bestudeert het Nationaal Herbarium, samen met het Nationaal Herbarium van de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo, de flora van Suriname en inmiddels liggen zo’n 50.000 gedroogde exemplaren in Utrecht opgeslagen. Zo’n onderzoek hangt volledig af van een goede bomenkenner ter plaatse, zegt Tinde van Andel. Bovendien kent Van Troon tientallen medicijnmannen in Suriname, onder marrons, en ook onder indianen, Hindoestanen en Javanen. Van Troon: ‘Ze hebben allemaal hun eigen planten, medicijnen en specialisme: van botziekten tot onvruchtbaarheid, van potentieklachten tot vrouwenkwalen. De marrons zijn meester in het mixen van kruiden voor het genezen van de meest ingewikkelde bot- en gewrichtsziekten.’

Ik herinner me hoe Pake bij zijn kookpot vol pruttelende kruiden vertelde dat de exacte hoeveelheid van de afzonderlijke ingrediënten heel nauw luisterde. De ene plant heeft effect op de botgroei, een andere doet een schadelijke bijwerking teniet, en weer een andere zorgt voor het transport van de werkzame stof.

Westerse belangstelling

Voor die kostbare kennis komt steeds meer belangstelling van westerse bedrijven. Zo doet het Amazon Conservation Team onderzoek naar geneeskrachtige planten in Suriname. Het Noord-Amerikaanse ACT probeert volgens hun mission statement, samen met de inheemse bevolking de biodiversiteit in tropisch Zuid-Amerika te onderzoeken én te behouden. Het gebeurt lang niet altijd dat de verdiensten daarvan terugvloeien naar de gemeenschap waar de plantenkennis vandaan komt.

Zo werkte Frits van Troon jarenlang voor het ACT. Van Troon bracht de directeur overal heen en wees hem de weg in Suriname. Honderden inheemse planten werden naar een Amerikaans laboratorium gestuurd. Bij deze onderneming was ook het grote Noord-Amerikaanse farmaceutische bedrijf Bristol-Myers-Squibb betrokken. Tijdens een reis door Suriname sprak ik met Skapie, een Javaan en de opvolger van Frits van Troon bij ACT. Hij vertelde dat ACT ook in Brazilië, Colombia en Venezuela actief is en dat het bedrijf de activiteiten in Suriname uitbreidt naar de Saramaccaanse dorpen.

Ook Rudi Labadie kent de commerciële interesse voor de planten en voor de traditionele geneeskunde. Hij is emeritus hoogleraar in de farmacie met als specialisatie biogene geneesmiddelen. (biogeen: door levende organismen gevormd – red.) ‘Als de werking van een stof bekend is, kan een fabrikant via een chemisch proces vervolgens stoffen maken die er sterk op lijken: het synthetiseren. Het vereist veel integriteit van wetenschappers om zorgvuldig om te gaan met, bijvoorbeeld, de stoffen die Pake heeft gebruikt bij het genezen van je zoon.

Ook Frits van Troon was zich daarvan bewust, reden waarom hij tijdens zijn samenwerking met het ATC dan ook niet alle kennis zomaar heeft overgedragen: ‘Ik had de planten gecodeerd. Want als het laboratorium de plantennaam krijgt te zien, komen ze niet bij mij terug. Als ze bijvoorbeeld om ‘B29′ vroegen, dan wist alleen ik om welke schors het ging. Slotsom is dat het laboratorium niets meer van zich heeft laten horen. Het ACT houdt haar onderzoek geheim.’ Patenten zijn voor zover bekend nog niet aangevraagd.

Ook ik heb het ACT diverse keren benaderd om te vernemen hoe het ervoor staat, maar de geslotenheid van het bedrijf is uiteindelijk alleen uit te leggen als eigenbelang. Organisaties als het World Wildlife Fund en Conservation International doen vergelijkbaar onderzoek en proberen de inheemse kennis vast te leggen. Maar iedereen lijkt angstvallig op zijn eentje te werken. De inheemsen die in Suriname met het ACT samenwerken, sluiten – vermoedelijk op aandrang van het ACT – hun territorium voor andere onderzoekers. Het wordt steeds lastiger het binnenland in te komen en daar research te doen.

Ander nadeel: de orale dynamiek en het aloude proces van trial and error dreigen te verdwijnen in het proces van vastleggen. Het bevriest als het ware de traditionele, holistische, kennis. Terwijl ik juist die holistisch waarde sterk heb ervaren bij de behandeling van mijn zoon: Pake behandelde niet alleen de zieke heup, maar het hele lichaam om het weer in balans te krijgen. Labadie beaamt dat de holistische benadering niet verloren mag gaan: ‘Je moet de kennis niet alleen op schrift stellen, maar ook levend houden door die traditie over te dragen aan bijvoorbeeld een etnofarmacologisch centrum.’

Lichaamssappen en merg

Valt die traditionele kennis wel te combineren met de westerse reguliere geneeskunde? Zelf vond ik die twee werelden onverenigbaar. Van Pakes uitleg over lichaamssappen en merg begreep ik niets. Farmacoloog Labadie, die ook onderzoek deed naar grondstoffen uit de natuur om daar geneesmiddelen van te maken, weet uit ervaring hoe traditionele geneeskunst kan botsen op westerse regelgeving en op de eis van gestandaardiseerde receptuur. Toch ziet hij wel degelijk aanknopingspunten: ‘Pake heeft een bepaald beeld van wat hij aan het doen is. In feite beoefent hij gewoon een andere manier van kijken naar dezelfde dingen. In mijn wetenschappelijke veldwerk heb ik ervaren dat, zodra je in detail met deze kenners gaat praten, je verband kunt leggen tussen wetenschappelijke theorie en traditionele voorstellingsbeelden. Pake heeft van een aantal planten een extract gemaakt en kompressen aangebracht op het afstervende bot. Wat zijn dan die werkzame stoffen die de botgroei stimuleerden? In de reguliere geneeskunde zoek je naar één stof. In een plant gaat het altijd om meerdere stoffen. De wetenschap moet dat spoor gaan volgen: in meerdere stoffen gaan denken. Bovendien: geluk is zowel in de wetenschap als in de traditionele kennis belangrijk. Op beide terreinen wordt inzicht met vallen en opstaan verworven. De kennis van mensen als Pake en Frits is opgebouwd uit heel kleine stapjes, overlevering en praktische oefening, het is evolutie. Achter hun traditionele kennis zit geen magie maar intelligentie.’

Genezend gif

De natuur is de bron van alle geneesmiddelen. Denk aan morfine (uit papaver) en aan aspirine (uit wilgenbast). In één plant zitten duizenden stoffen. Slechts een klein deel van de geneeskrachtige planten is onderzocht op hun medicinale efect, dat sterk afhankelijk is van de toegepaste hoeveelheid. Een beetje meer en de stof werkt als gif. Wat indianen vroeger in hun pijlen deden, gebruiken anesthesisten nu in een kleinere hoeveelheid.

De farmaceutische industrie probeert niet alleen de werkzame chemische stoffen van een plant te ontrafelen, maar geneeskrachtige planten ook genetisch te manipuleren, als het synthetisch vervaardigen van een plantaardige stof te moeilijk of te kostbaar is. Of als voor het genezen van één patiënt zes bomen nodig zijn. Dan kunnen via mutaties de werkzame stoffen snel worden vermeerderd. Dat gebeurt met taxol, een werkzame stof tegen borstkanker die in de taxusboom zit. Ook een maagdenpalmsoort uit Madagascar, waarvan in de jaren tachtig werd ontdekt dat deze plant twee zeer effectieve stoffen produceert tegen kinderleukemie en de ziekte van Hodgkin, wordt in gemuteerde vorm in Texas verbouwd.

onzeWereld Media september 2007]

Foto: binnenland van Suriname, @ Karin Anema
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter