blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Amazone

WWF Guianas bezorgd om aantasting biodiversiteit

De afdeling Guianas van het Wereld Natuurfonds, WWF Guianas maakt zich bezorgd om de aantasting van de bio-diversiteit in Suriname door activiteiten van allerlei aard die onder meer in de kleinschalige goudsector ontplooid worden. Dit blijkt uit het Living Guianas Report 2012: State of the Guianas, dat enkele weken geleden is uitgekomen. Ook wereldwijd bezien spreken milieu-organisaties hun bezorgdheid uit over de toenemende bedreigingen van de biodiversiteit, zoals het toenemend urbanisme, de vervuiling en de overmatige bezoekersdruk in sommige natuurgebieden. Gezien het feit dat 22 mei de Internationale Dag van de Biodiversiteit is, wordt vandaag de gelegenheid aangegrepen om zich te buigen over de grote diversiteit aan plant- en diersoorten wereldwijd.

[uit De West, 22-5-2013]

Theo Hiemcke – In Memoriam

Ik heb het regenwoud gedood waarin

verborgen krachten wonen, de aarde
ligt nu kaal en bloot, de grond spoelt
weg in modderstromen –

toen zijn de dieren weggegaan of van
de honger omgekomen – de vissen konden
er niet leven, de zee was door het slib
vervuild – ze zijn al spoedig weggebleven,

de ranke vogels in de lucht vlogen
hen achterna – ik zag ze in hun laatste
vlucht boven de einder zweven,

toen – zijn de wolken heengegaan en ook
de regens weggebleven…
het was het eind van mijn bestaan.

Goudmijn. Foto © Theo Hiemcke

Illegale houthakkers bedreigen Amazonestam

De Awá-stam in Brazilië wordt met uitsterven bedreigd door houtkappers en uitheemse inwoners. De groepering voor rechten van inheemse volkeren Survival International trekt aan de alarmbel, want de immigranten zouden al sinds het eind van maart uit het gebied gezet moeten zijn.

Foto © Survival International
 De Awá-indianen zijn de meest bedreigde stam ter wereld. Ze zijn nog ongeveer met 450, waarvan er een honderdtal nog nooit in contact gekomen zijn met de buitenwereld. Ze leven als jager-verzamelaars in afgelegen gebieden in het regenwoud.
Het gebied waar ze wonen, in de Noord-Braziliaanse deelstaat Maranhão, heeft duizenden houtkappers en nieuwe inwoners aangetrokken. Het territorium is 120.000 hectare groot. Dertig procent van het gebied is al ontbost door de houtkappers.

In de jaren ’80 legde de Braziliaanse regering een spoorweg door het gebied van de Awá. Dat bracht nieuwe bewoners en boeren naar het land en wakkerde de ontbossing van het gebied aan. Het honderdtal Awá die in afzondering leven zijn steeds op de vlucht voor de houtkappers.

Vrachtwagens rijden dag en nacht op en af. ‘De Awá vertellen dat ze kettingzagen horen,’ zegt Alice Bayer van Survival International (SI) aan de BBC. ‘Dat lawaai jaagt hun prooien weg. De Awá merken ook op dat er minder dieren zijn door het lawaai.

Recht op hun land
Het recht op inheems land is een fundamenteel recht in de Braziliaanse grondwet. De Awá hebben al dikwijls de juridische strijd voor het recht op hun land gewonnen. In maart vorig jaar besliste een rechter, Jirair Aram Meguerian, dat alle immigranten  het gebied binnen de twaalf maanden moesten verlaten.

Die deadline is nu voorbij en er is nog steeds niemand uit het gebied gezet, zegt Survival International. Het Braziliaanse overheidsdepartement voor inheemse zaken (FUNAI) is verantwoordelijk voor het beschermen van inheemse volkeren, zoals de Awá-stam.

‘Als de nieuwe inwoners uit het gebied gezet worden en het land van de Awá beschermd wordt, dan zou alles in orde zijn met hen,’ vertelt Bayer van SI. ‘Er zijn heel wat inheemse volkeren in Brazilië die beschermde gronden bezitten en zij stijgen in aantal en maken het goed.’

Nu het regenseizoen in het Amazonegebied naar zijn einde loopt en de houtkap weer oprukt, slaat Survival International alarm. Ondanks het feit dat er geen vooruitgang zit in het nakomen van de gerechtelijke deadline vindt de groepering dat er toch hoop is voor de Awá. ‘Indien er genoeg druk gezet wordt op de Braziliaanse autoriteiten, kan de toekomst van de Awá verzekerd worden,’ stelt de drukkingsgroep.

Er werden al bijna 50.000 e-mails naar de Braziliaanse minister van Justitie gestuurd, nadat de Britse acteur Colin Firth, het gezicht van de campagne van Survival International, opriep om de Awá te redden. Het FUNAI wacht nog steeds op de steun van het Braziliaanse Ministerie van Justitie, de federale politie en de centrale overheid om de indringers uit te zetten.

[van Mondiaal Nieuws, 23 april 2013]

Nieuwe stekelvarkensoort ontdekt in Brazilië

Onderzoekers in Brazilië hebben een nieuw soort stekelvarken ontdekt. De nieuwe diersoort werd gevonden in een bebost gebied in de noordoostelijke deelstaat Pernambuco. Antonio Rossano Mendes Pontes van de Federale Universiteit van Pernambuco heeft het nieuwe diertje, dat in bomen leeft, de naam Condou speratus gegeven. De ontdekking van het stekelvarken, dat donkerbruine stekels met rode puntjes en een lange neus heeft, werd afgelopen week bekendgemaakt in het zoölogisch vakblad Zootaxa. (Lees hier.)

[van Novum]

Inheemsen en Marrons krijgen eigen goudader

Paramaribo – Inheemse en Marrongemeenschappen krijgen binnenkort eigen gebieden waar naar goud mag worden gemijnd. Volgens minister Ginmardo Kromosoeto van Ruimte Ordening Grond & Bosbeheer, gaat het om speciale afgebakende gebieden. Voorkomen moet worden onder andere dat de leefgebieden van deze gemeenschappen nog langer worden bedreigd.
Door de toename van het mijnen naar goud de afgelopen jaren, komt milieuvernietiging er steeds vaker voor. Een goed voorbeeld is het natuurpark Brownsberg, dat dicht bij een aantal Marrongemeenschappen staat. Het natuurpark is lelijk verminkt door goudwinning, illegale wel te verstaan. “We willen community gold mining concessies uitgeven”, zegt Kromosoeto tegenover de Ware Tijd. Als model gelden de generaties oude gemeenschappelijke houtkapvergunningen.
Volgens dit model mogen alle leden van de gemeenschap hout kappen in nabijgelegen bosgebieden. Het idee van gemeenschappelijke goudwinning wordt samen met het Wereld Natuurfonds, WWF, uitgewerkt. Ook de gemeenschappen zelf worden betrokken bij de uitvoering. De gemeenschappen rond Brownsberg zeggen geen moeite te hebben met de natuurbescherming. Wel moet de centrale overheid helpen zoeken naar alternatieven.
[van De Waterkant, maandag 25 maart 2013]

Suriname in Boedapest

Verentooi van de Piarao, Venezuela

door Michiel van Kempen

Als ik uitgenodigd word om colleges te komen geven in Hongarije, dan weet ik dat ik me erop moet voorbereiden dat alles wat ik over Suriname en de Antillen (jaja, de voormalige…) ga vertellen volstrekt nieuw is voor het toeluisterend publiek, voor de studenten evenzeer als voor de docenten. Wat creolen zijn en waar die vandaan komen, wat hindostanen zijn en dat die de meerderheid van de Surinaamse bevolking uitmaken, dat boeroes en protestant blanku niet hetzelfde zijn als witte Nederlanders, wat het verschil is tussen Papiamentu en Sranantongo enz. enz. enz. Het lijkt daar waarachtig Nederland wel!

Hoe veraf en vreemd ook in tal van opzichten, er is ook heel veel dat de Hongaren herkennen in de positie van landen met een kleine cultuur aan de periferie van de grote culturen. Grote groepen landgenoten buiten het land van herkomst: de Hongaren weten er alles van. Wat nationalisme is en wat dan kan teweegbrengen: vraag het de Hongaren. Het speet me dat er daags voor mijn aankomst een opvoering was van een zwaar-romantische opera van Erkel, maar mijn gastvrouwe, prof. Judit Gera van de Eötvös Lórand Universiteit in Boedapest, smeet direct het lid op mijn neus: die vreselijke opera’s van Erkel worden alleen misbruikt door rechts-nationalistisch Hongarije. Toen ik in de metro de affiches voor de opera zag met een agressieve adelaar, begreep ik dat mijn vraag of er nog sprake was van een enigszins kritische enscenering, volstrekt buiten de orde was. Dan hadden ze die afgrijselijke adelaar wel de kleuren van Greenpeace gegeven.

Prof. dr Judit Gera

De colleges lopen zoals wel te voorzien was: met een gretig-nieuwsgierig publiek en weinig respons; het Nederlands is een lastige taal voor Hongaarse studenten. Ze vinden het fascinerend om Pierre Lauffer te horen en Edgar Cairo en Michael Slory in beeld te zien. Hilariteit is er als ik vermeld dat in 1910 de Hongaar Franz Pavel Killinger een staatsgreep in Suriname wilde plegen. (‘Waar Hongaren komen, komt er chaos,’ reageerde twee jaar geleden een glunderende Gabór Pusztai van de universiteit van Debrecen al.) En grote verbazing is er als ik iedereen uitnodig naar zijn schoenen te kijken, voordat ik Slory’s gedicht over Jan Ernst Matzeliger behandel, de Surinaamse uitvinder van de schoenmachine.

 

Hoofdtooi Piaroa, Venezuela
Ik had niet verwacht dat ik in een van de tientallen musea of honderden boekwinkels van Boedapest enig spoor van de Caraïben zou vinden. Het zou wel weer blijven bij de cuba libreof de Curaçao blue in een cocktailbar. Op mijn eerste dag trof ik niets aan, behalve een tag op de rots achter het beroemde mineraalbadhotel Gellert: ‘Quito Nicolaas was here.’

Maar de tweede dag pakte heel anders uit. Ik stond wat besluiteloos op de Kosuth Tér, het plein voor het indrukwekkende gotische parlementspaleis aan de Donau: er waren geen kaartjes meer voor de rondleiding, en ik besloot het plein over te steken naar het Volkenkundig Museum. De kassajuffrouw keek mij enigszins meewarig aan toen ik vroeg of het museum ook  iets tentoonstelde over Zuid-Amerika. Ja, er was wel een tentoonstelling over Amazone-Indianen, mompelde ze enigszins gegêneerd, maar (nu brak er licht door in haar stem) ik zou toch zeker niet vergeten de prachtige collectie Hongaarse volkskunst te gaan zien, met hetzelfde ticket van 8 euro? Ik beloofde het, met twee vingers zwerend op de adelaar van Erkel.

Lajos Boglár tussen de Piaroa in Venezuela, 1967-1968

Al direct in de eerste zaal van de Amazone-tenoonstelling sta ik perplex van verbazing: zekere Lajos Boglár is geboren in Sao Paulo als zoon van de Hongaarse consul. Hij zal als antropoloog zijn hele leven wijden aan onderzoek naar de Zuid-Amerikaanse Indianen en komt te werken bij dezelfde universiteit waar ik nu gastcolleges geef. Omdat hij familie heeft in Brazilië, krijgt hij als een van de weinige wetenschappers tijdens de communistische periode toestemming om veldwerk te doen in het buitenland. Hij verzamelt gegevens, maakt foto’s en films en brengt een enorme collectie voorwerpen bijeen, waarvan een honderdtal uit Suriname, vooral van de Wayana! Het is zijn collectie,  samen met de verzameling van het Volkenkundig Museum, die het fundament van de tentoonstelling vormt. Suriname prominent aanwezig in het gigantische Romeins-pompeuze museumgebouw in hartje Boedapest!

Dansmasker van de Piaroa, Venezuela

Natuurlijk gaat de tentoonstelling over de bedreigingen voor de inheemse stammen in het Amazonegebied. Maar het lijkt alsof dat maar een side-line is, die de actualiteit nu eenmaal vraagt om sshoolkindertjes naar het museum te krijgen. De expositie geeft een volwaardig beeld van het leven van de Amazone-volkeren. Tal van pottenbakkersvoorwerpen zie ik voorbijkomen, voornamelijk uit 1896 maar bijna alsof ze door dezelfde hand zijn gebakken als de Karaïbse schaal uit Galibi van een eeuw later die ikzelf in huis heb staan. Er zijn prachtig geconserveerde hoofdtooien van kleurrijke vogelveren, er zijn armbanden, voetversieringen, halskettingen. Er zijn kunstige maskers, jachtvoorwerpen, landbouwwerktuigen, kledingstukken, danskostuums, draagbanden, voorwerpen voor het bereiden van cassave en ander eten. En al legt de begeleidende tekst me uit dat zowat elke stam en elk dorp zijn eigen karakteristieken heeft, mij valt toch ook vooral op hoezeer de techniek en de versieringen van volkeren die vaak heel ver uit elkaar wonen, met elkaar overeenstemmen.

Dansmasker van de Wayana, grensgebied Frans-Guyana/Suriname

Merkwaardig is dat de catalogus die de expositie begeleidt, met geen woord van Suriname rept, alsof de collectie van Lajos Boglár pas goed is bekeken toen de catalogustekst al af was. Maar wat geeft het: de prachtige kleurenfoto’s vermelden dan wel dat dit of dat voorwerp uit Venezuela komt, mijn hoofd is zo vrij om erbij te denken: het had evengoed uit Suriname kunnen zijn. Wetenschappelijk is dat niet, maar ik ben dan ook geen antropoloog, al zou ik graag een hele middag hier college geven aan die gretige Hongaarse studenten. Want als je enthousiast kunt worden voor het schoeisel van Jan Ernst Matzeliger, dan toch zeker ook voor de kolibriveertjes in de Indianentooien.

Het gebouw van de Letterenfaculteit van de Eötvös Lórand Universiteit, Rakoczi út 5, Boedapest
Alle foto’s © Michiel van Kempen

Reuzenslang



Zo zou de Titanoboa eruit hebben gezien zo’n 58 miljoen jaar geleden.

Hij kroop zo’n 58 miljoen jaar geleden uit de moerassen van Zuid-Amerika, en zaaide 10 miljoen jaar dood en verderf. Tot voor kort wisten wetenschappers niet van zijn bestaan af. Met een gewicht van meer dan een ton en een lengte van zo’n 14 meter was deze prehistorische slang, Titanoboa genaamd, echter een waar monster.

“Zelf in je wildste dromen kun je je geen boa constrictor voorstellen van 14 meter”, zegt Carlos Jaramillo van het Smithsonian Tropical Research Institute. Net als zijn hedendaagse familieleden, de boa en de anaconda, was de Titanoboa niet giftig. Het dier verpletterde zijn prooi in een dodelijke omstrengeling. “Alsof je anderhalf keer de Brooklyn-brug op je hebt liggen.”

De overblijfselen van het enorme dier werden gevonden in het noorden van Colombia. Daar, in een open kolenmijn, vonden onderzoekers in 2002 de resten van wat mogelijk ooit ‘s werelds eerste regenwoud moet zijn geweest. Naast gefossiliseerde bladeren en planten troffen de wetenschappers de reusachtige resten van reptielen aan.

[uit Amigoe, 4 april 2012]

Brommerstad Bolivia kiest visvrouw van het jaar

door Marcel Haenen

Dansend in voor de gelegenheid speciaal gemaakte klederdracht streden vijftien Indiaanse vrouwen afgelopen zondagavond in het Boliviaanse oerwoudoord Trinidad – de hoofdstad van de noordelijke provincie Beni – om de titel visvrouw 2007. Het was een spannend spektakel. Vijftien exotische vrouwen hielden een parade met tropische riviervissen. Ondertussen staken leden van de gemeenschap die de vrouwen vertegenwoordigden vuurwerk af en speelde het orkest Los Ases del Beni opzwepende muziek. Het publiek langs de kant genoot van heerlijk Boliviaans bier en veel gegrilde vis zoals pacú of tambaquí. En aan het eind van de avond slingerde iedereen zich op zijn brommer. Want in het ongeveer 90.000 inwoners tellende Trinidad verplaatst vrijwel iedereen zich op een knalpot. Het is heel gewoon om een voltallig helmenloos gezin op één motorfiets voorbij te zien flitsen.

Beni is indianengebied. De inheemse bewoners leven van hun kostgrondjes en van de vis die ze vangen in de grootste Amazone rivier van Bolivia de Rio Mamore. Daar zwemt ook de prachtige roze rivierdolfijn Inia geoffrensis humboldtiana die af en toe puffend aan de oppervlakte verschijnt. De indianen leven in kleine gemeenschappen zonder stromend water of elektriciteit. Hoewel, bij sommige bamboehutten hangt een zonnepaneel. De elektriciteit die zo wordt opgewekt, gebruiken de indianen onder meer om op een televisie naar DVD films te kunnen kijken.
Vooral door de aanwezigheid van vele verschillende indianenstammen is Bolivia een van de kleurrijkste landen van Zuid-Amerika. Het afgelopen weekeinde vierde Aymara indiaan Evo Morales dat hij anderhalf jaar aan de macht is. Hij is de eerste indiaan die het in Bolivia tot dit ambt heeft geschopt. Een feit waarop de meeste Bolivianen nog steeds reuze trots zijn.

Maar in Beni valt het wel mee met de bewondering voor Evo. De inwoners klagen over inflatie, gebrek aan werk en de falende hulpverlening nadat deze provincie begin dit jaar onder water liep. De indianen van Beni sluiten zich in meerderheid aan bij de relatief rijke buren in de provincie Santa Cruz die naar meer autonomie streven. In het centrum van Trinidad zijn de pilaren voor het gebouw van het openbaar ministerie vol gekalkt met teksten waarin Evo dood wordt gewenst. Evo is een hond, staat er. Evo is een communist. En Evo is een teringindiaan.
Het racisme is groot in Bolivia. Veel indianen leven nog steeds in grote armoede en worden uitgebuit als dienstmeisjes of boerenknechten. Morales zei dit weekeinde dat hij voor het einde van zijn ambtstermijn in 2011 een einde wil maken aan de slavernij waarin indianen op sommige plekken leven.
In het zuiden van het land – in de regio Chaco – wonen volgens onderzoek van de Organisatie van Amerikaanse Staten nog zo’n duizend Guaraní families onder middeleeuwse omstandigheden. Ze werken op boerderijen als landbouwers, hoeden het vee of zijn kindhoertjes. Tegen de grootgrondbezitters moeten de slaven papa of mama zeggen en meestal genieten ze alleen kost en inwoning en geen salaris. Ze hebben geen bewegingsvrijheid.
Veel indianen hebben de achternaam van hun ‘eigenaren’. Als ze hun werk niet naar behoren uitvoeren, krijgen ze zweepslagen. Sommige boerderijen worden in de Chaco verkocht met inbegrip van de slaven.
De strategie van de Boliviaanse regering bestaat eruit om land te onteigenen en ter beschikking te stellen aan de indianen. Zo krijgen ze niet alleen een eigen plek terug maar worden ook in staat gesteld hun eigen voedsel te verbouwen.
Maar indianenpresident of niet, volgens de Interamerikaanse Commissie voor de Mensenrechten van de OAS zijn de autoriteiten nog veel te laks in het uitvoeren van maatregelen die een einde moeten maken aan de indianenslavernij.
,,Apoita aiko chepiaguive cheyambae”, heet de studie waarin het treurige lot wordt beschreven. Het is guaraní en betekent: ik wil vrij zijn, zonder eigenaar.
Zo en nu gaan we weer het donkere, internetloze bos in. Kijken of het echt zo makkelijk is
piranha’s te vangen.

[uit NRC, dinsdag 24 juli 2007]

 

Surinaams regenwoud: weer 46 nieuwe diersoorten ontdekt

Waterkever uit Venezuela die sterk lijkt op een nieuwe soort uit Suriname

Drie weken onderzoek in een oerwoud in het zuidwesten van Suriname heeft 46 nieuwe diersoorten opgeleverd. De meest opvallende nieuwe dieren zijn de ‘cowboykikker’, de ‘gepantserde meerval’ en de ‘gekleurde sabelsprinkhaan’.

Drie afgelegen gebieden aan de Kutari- en Sipaliwini-rivier werden onderzocht. Hier zijn geen wegen en er komen nauwelijks mensen. In totaal troffen de onderzoekers van Conservation International ongeveer 1300 diersoorten aan in het oerwoud, waarvan er dus 46 nooit eerder waren gezien.

Eén van die 46 dieren is de ‘gepantserde meerval’ (foto hierboven). Bijna was deze vis in de pan beland, tot een van de onderzoekers het dier in de gaten kreeg en tot de conclusie kwam dat het een nieuwe soort is. De meerval heeft een pantser met scherpe punten. Volgens de onderzoekers geen overbodige luxe als je in een rivier zwemt samen met enorme piranha’s.

Aansporen

De ‘cowboykikker‘ heeft zijn naam gekregen vanwege een spoor op iedere hiel, dat lijkt op de metalen prikkers aan de hiel van de laars waarmee cowboys hun paarden aansporen. Ook vonden de onderzoekers een prachtig gekleurde sabelsprinkhaan (foto hieronder). Het is de enige sprinkhaansoort waarvan bekend is dat ze een chemische stof afscheiden om zichzelf tegen vogels en roofdieren te beschermen.

Het gebied bleek een paradijs voor entomologen, met prachtige en bijzondere insecten waar je maar keek. “Ik hoefde niet eens op zoek te gaan naar mieren, ze sprongen gewoon bovenop me”, vertelt Dr. Leeanne Alonso. “Ook de andere onderzoekers waren onder de indruk van de grote diversiteit van vogels en zoogdieren in het gebied. Je kunt heel dichtbij de dieren komen. Een camera legde zelfs een jaguar vast op zo’n 100 meter buiten ons kamp.”

Naast bijzondere diersoorten bestudeerden de onderzoekers ook rotstekeningen van de vroegste bewoners van het gebied. Uit recent onderzoek is gebleken dat er 5000 jaar geleden al mensen woonden in dit gebied.

[tekst van NOS.nl]

Baanbrekende Surinaamse bosbouwkennis gebundeld

door Eliézer Pross

Paramaribo – De rijkdom aan wetenschappelijke kennis die in Suriname sedert de zestiger jaren van de vorige eeuw is opgedaan op het gebied van duurzame bosbouw, is nu eindelijk vastgelegd in het boek Sustainable Management of Tropical Rainforests: The Celos Management System (CMS). Het gaat om baanbrekend werk dat internationaal wordt erkend en zijn verdiensten reeds bewijst.

“Het is inderdaad baanbrekend werk. Wij waren naar Brazilië in 2009 toen ik nog geen minister was. En daar mochten wij een groot bosbedrijf bezoeken dat geheel volgens het Celos Management Systeem werkt”, zei minister Simon Martosatiman van Ruimtelijke Ordening en Grond- en Bosbeheer (RGB) in gesprek met de Ware Tijd.

De bewindsman legt uit dat CMS, ondermeer, een strategie inhoudt waarbij bossen verantwoord worden geoogst en zodanig worden herbeplant dat er sprake is van “verbetering”. Het CMS-systeem is vooral in buurlanden en de regio bekend, en is over de jaren heen gezamenlijk ontwikkeld tussen Nederlandse en Surinaamse deskundigen. Het boek is de afgelopen vijf jaren voorbereid, en is tot stand gekomen uit de samenwerking tussen diverse organisaties als Tropenbos International Suriname, World Wildlife Fund (WWF) en het Centrum voor Agrarisch Onderzoek in Suriname (Celos).

Tijdens de officiële presentatie van het boek gisteren, waren naast Martosatiman en toppers van zijn ministerie, ook de Nederlandse Ambassadeur in Suriname, Aart Jacobi, de top van Celos, de Anton De Kom Universiteit van Suriname en ondernemers uit de bosbouwwereld aanwezig. De minister zegt dat er in Suriname vrij duurzaam wordt gewerkt in de bosbouwsector. “De meeste vernieling van bos vindt plaats in de kleinschalige goudwinning”, aldus de bewindsman die verder ervoor pleitte dat de onderzoekswerkzaamheden worden voortgezet.

[naar de Ware Tijd, 21/01/2012]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter