blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Allende Isabel

Het Open Boek van Marisa Pieplenbosch – Directeur Nationale Volksmuziekschool

door Chandra van Binnendijk

Wat ligt er momenteel naast uw bed?
Een puzzelboek met Woordzoekers waarbij ik in slaap kan vallen en De verjaardag van Kikker van Max Velthuijs. Kikker is groen en hij heeft de beste vriendjes van de wereld. Hij kan nog niet lezen, maar hij tekent, zwemt en springt heel hoog. Ik heb het pas voor mijn kleindochter gekocht en ik moet het nog naar haar opsturen. read on…

Driemaal de slavernij in de literatuur

door Eric de Brabander

Eric de Brabander
150 Jaar geleden werd de slavernij op onze eilanden afgeschaft. Ik kan me het honderdjarige jubileum nog voor de geest halen alsof het gisteren was. Ik zat in de vierde klas van de lagere school bij meester Larmonie. Een bevlogen, levendige man, onderwijzer in hart en nieren. Hij liet zijn leerlingen toneelstukjes opvoeren die van doen moesten hebben met het slavernijverleden. Ik was een van de twee blanke jongetjes in de klas dus voor mij was er altijd wel een rol te vervullen, een rol die later, in de pauze, op de speelplaats bestraft werd. Toen al was het rollenpatroon dat opgelegd werd omdat het toneelstukje dat vereiste, niet geheel helder, ondanks dat duidelijk werd gemaakt dat het ging over goeden en slechten, zwart en wit, cowboys en indianen. En ook nu ik ruim volwassen ben heb ik moeite met deze zaken uit ons gezamenlijk verleden een etiket op te plakken. Wat zou het mooi zijn als we jaarlijks een krans bij het Tula-monument konden leggen, en het daarbij te laten, ons te concentreren op onze gezamenlijke vooruitgang nu. En te waken voor discriminatie in welke vorm dan ook, homo’s joden, lesbo’s, blank en zwart, ga zo maar een tijdje door. Om bij sollicitaties te gaan voor kwaliteit en niet voor ras of stand of een of andere 80-20-regeling.
Boeken over het slavernijverleden zijn er in de Amerikaanse literatuur te kust en te keur. Wie kent niet The saga of an American familyvan Alex Haley, in de jaren tachtig ook een populaire televisieserie. Of Uncle Tom’s cabin van Harriet Beecher Stowe. Of, om een minder populaire maar zeker niet mindere te noemen: The Journal of Darien Dexter Duff, an emancipated slave, van K.J. McWilliams. In het Nederlands beperkt hetgeen over slavernij geschreven is zich tot non-fictie, enkele uitzonderingen daargelaten. De Surinaamse auteur Cynthia McLeod schreef met Hoe duur was de suiker? een zinderende roman waar gedegen historisch onderzoek aan vooraf ging. En onze Curaçaose Carel de Haseth schreef de prachtige novelle Slaaf en Meester, ook in het Papiaments uitgebracht onder de titel Katibu di Shon, een boek dat omgewerkt wordt tot een opera met in de hoofdrol Tania Kross en muziek geschreven door Randal Corsen.
Het eiland onder de zee
Van een vriendin kreeg ik onlangs een boek cadeau, als dank voor een noodreparatie aan een voortand, die er vlak voor een reis naar het buitenland uitviel. Isabel Allendes roman, Het eiland onder de zee, in het Spaans getiteld  La isla bajo el mar, kwam in 2010 uit. Nu had ik me jaren geleden voorgenomen nooit meer iets van Isabel Allende te lezen. Toentertijd vond ik dat ze met Het huis van de geesten haar top bereikt had, en dat wat daarna volgde een hoog keukenmeidenromangehalte had.  Ik had me vergist. Het lijvige boek van de nicht van de afgezette president van Chili had ik in enkele avonden uit. Het eiland onder de zee speelt zich grotendeels af op Hispanola, het deel van het eiland dat nu Haïti heet, aan het einde van de 18de eeuw, in de tijd van de slavenopstand van Toussaint Louverture, die uiteindelijk leidde tot het eerste Caribische land waar de voormalige slaven het voor het zeggen hadden. Zarité wordt op haar negende als slavin verkocht aan de Fransman Toulouse Valmorain, de eigenaar van een grote suikerplantage, zo vermeld de achterkant van het boek. Ze werkt voor zijn zenuwzieke Cubaanse echtgenote, verzorgt zijn zoontje en wordt zijn concubine. Algauw verwekt hij een kind bij haar. Als de slaven in opstand komen tegen de plantagehouders moet Zarité kiezen. Ze kan zich ontdoen van het juk van haar meester, of ze kan hem omwille van zijn kinderen helpen het eiland te ontvluchten.Met de steun van sterke vrouwen, van wie sommigen magische krachten bezitten, neemt ze uiteindelijk de juiste beslissing. De familie Valmorain vlucht uiteindelijk via Cuba naar Louisiana waar Toulouse Valmorain een nieuwe plantage opzet.
Allende heeft ervoor gekozen om om de paar hoofdstukken Zarité aan het woord te laten  en is er op die manier in geslaagd het tijdsbeeld zowel een Europese als een Afrikaanse kleur te geven.Het is ontzettend knap dat ze de hoofdpersonen heel aannemelijk achttiende-eeuws maakt in hun denken, hun handelen en in hun levensfilosofie.Maar wat bovenal opviel is de geweldige historische onderbouwing.  
Tula – Verloren vrijheid
En dat is nou precies wat mist bij het boek Tula-verloren vrijheid van Jeroen Leinders dat deze maand uitkwam bij de Nederlandse uitgeverij Conserve. Jeroen Leinders schreef Tula niet uitsluitend als boek, maar ook als filmeditie. En aan de film wordt momenteel gewerkt met grote namen als Derek de Lint en Jeroen Krabbé.Over Tula is eerder geschreven. De Curaçaose schrijver en dichter Guillermo Rosario schreef in 1969 in het Papiaments E raȉs ku no ke muri, uitgegeven door de Bezige Bij. En Carel de Haseths Katibu di Shon is geïnspireerd door het verhaal van Tula. Ik vermoed dat de Haseth gekozen heeft de novelle een volledig fictief karakter te geven omdat over het werkelijk verhaal zo weinig bekend is, en dat hem dit de vrijheid gaf zijn eigen draai aan het boek te geven. Het is Leinders grote verdienste dat hij het verhaal van Tula internationaal onder de aandacht brengt op het witte doek.  Maar over de novelle waar het filmscript op gebaseerd is, heb ik mijn bedenkingen, met name wat betreft de historische context . Zo maakt Leinders in zijn nawoord een vergelijking tussen het neerslaan van de opstand van Tula en de gebeurtenissen na 30 mei 1969. ‘Hoewel het verhaal van Tula belangrijk is in de geschiedenis van Curaçao werd het verhaal lang genegeerd door de Nederlandse machthebbers.Op de scholen op het eiland werd niet over Tula gesproken. De staking van 1969 op Curaçao, waarin nog steeds werd gestreden voor gelijke rechten voor blank en zwart, is opnieuw door Nederland hard neergeslagen….’ Nou, zo kan die wel weer.   
   
Slavenpaar. Johann Moritz Rugendas (1802-1858). Collectie Buku Bibliotheca Surinamica
                  
Het verhaal begint met een voorwoord waarin de gebeurtenissen op Curaçao aan het einde van de 18de eeuw in verband worden gebracht met de mondiale situatie van die tijd. ‘De wereld aan het einde van de eeuw wordt gekenmerkt door grote onrust en een drang naar vrijheid en zelfbeschikking. Amerika zal zich in 1776 losmaken van Engeland, de Franse revolutie vindt plaats in 1792. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden heeft net de laatste oorlog met Engeland achter de rug, terwijl het land intern verscheurd wordt door de strijd tussen de patriotten en de koningsgezinden. In 1795 wordt deze strijd in het voordeel van de patriotten beslecht. Het jonge patriottische Frankrijk bezet Utrecht, het laatste bolwerk van de koningsgezinden. De Bataafse Republiek onder Frans regime is nu een feit. Stadhouder Willem V vlucht naar Engeland. Frankrijk verklaart Engeland de oorlog.’ Tot zover het boek. Wat dan volgt is een verhaal dat qua stijl, woordgebruik en compositie misschien beantwoordt aan de voorwaarden van een filmscript, maar dat als novelle tamelijk kleurloos overkomt. De hoofdpersonen geven niet het gevoel achttiende-eeuws te zijn, iets wat misschien moeilijk is maar waar Isabel Allende wel in is geslaagd. Op de kaft is een foto te zien van een weldoorvoede mulat die zeker niet lijkt op de Tula die ik voor ogen heb. Op de tweede pagina van Leinders boek staat: Tula – verloren vrijheid. Filmeditie.Dat is wat verwarrend, omdat nergens vermeld wordt dat de Amerikaan Curtis Hawkins het script geschreven heeft. Nu vertelde de Curaçaose cineaste Sherman de Jesus me tijdens een bezoek van hem aan zijn eiland, dat het een misverstand was om boek en filmscript te vergelijken. Volgens hem kan dat helemaal niet omdat de scriptschrijver alle vrijheid moet hebben om dialogen te scheppen, dialogen die in het boek vaak niet nodig zijn omdat het verhaal spreekt. En om de film tastbaar te maken met de audiovisuele middelen die hem ter beschikking staan en die de auteur van het boek niet heeft. Wat er toe leidt dat boek en script vaker dan niet weinig met elkaar van doen hebben, met uitzondering van het onderwerp en de verhaallijn. Ik heb het script van Hawkins niet gelezen en ben dan ook zeer benieuwd naar de film. Ik hoop dat die behalve spanning en sensatie ook didactische kwaliteiten zal hebben, zodat onze schoolgaande jeugd er zijn voordeel mee kan doen.
Verhalen uit Gabon, Oman, Curaçao
Het debuut Verhalen uit Gabon, Oman, Curaçao van de huisarts Bob Schuringa werd onlangs gepresenteerd. Op de voorkant prijkt een mysterieuze foto van de schrijver zelf, gehuld in muskietengaas. In het boek zijn twee novellen opgenomen en enkele korte verhalen. De verhalen zijn, zoals de achterflap vermeldt, semi-autobiografisch en spelen zich af in landen waar Bob Schuringa werkzaam was als Shell-bedrijfsarts. De laatste novelle speelt zich af op Curaçao, waar de Nederlandse Titia Aggenbach, een pas afgestudeerde kunstenares, komt te wonen op het godverlaten landhuis Ronde Klip. Op een avond hoort ze in de mondi (de auteur heeft het abusievelijk maar halsstarrig over kunuku) het gehuil van een kind. Ze besluit de volgende ochtend op onderzoek uit te gaan. Op de speurtocht belandt Titia in een verlaten huisje aan de Sint Jorisbaai. Het huisje blijkt toch niet zo verlaten te zijn en Titia wordt deel van een magisch verhaal waarin ze teruggaat in de tijd, en voor haar ogen het verleden van haar voorouders zich ontrolt, die in de slaventijd het landhuis Ronde Klip en de plantage bezaten. Het kind van Landhuis Ronde Klip is een kunstig in elkaar gezette novelle die zeker geschikt is voor de literatuurlijsten van onze middelbare scholieren.

Prachtig vond ik de novelle Het achtste graf, een verhaal dat zich afspeelt nadat een mengvorm van het HIVvirus en het Ebolavirus de wereldbevolking gedecimeerd had. Paul, een Shell-arts in Gabon was met zijn zeiljacht de Fuyard de zee opgevaren om aan besmetting te ontkomen. Terwijl hij op zijn boot aan het overleven was, verspreidde het dodelijke virus zich over Afrika. Dorpen en steden hielden op te bestaan en werden overwoekerd door het oerwoud. En al gauw bereikte de epidemie de rest van de wereld. Uiteindelijk komt Paul aan in Australië waar hij verliefd wordt, en zijn nieuwverworven vrouw aan het virus prijs moet geven. Uiterst beklemmend beschrijft Schuringa de onoplosbare eenzaamheid van Paul op zijn schip de Fuyard, nadat hij zijn zwangere geliefde aan de golven prijs heeft gegeven. Paul besluit terug te zeilen naar daar waar alles begonnen was, Gabon. Hij verliest zijn jacht en gaat over land verder, vergezeld van een hond die hij Kwark noemt. Aangekomen bij de mysterieuze en verlaten plantage Margraff lijkt het erop dat Paul zijn  eindbestemming heeft bereikt. Hij beseft dat pas nadat hij door een dodelijk giftige slang gebeten wordt. Ook hier weet Schuringa de magie in zijn novelle wonderschoon gestalte te geven. Kwark blijft alleen achter. Wat te denken van de slotzin: ‘De wereld staat stil, hier op de afgelegen landtong. Alleen de zon beweegt met tegenzin. Dan omsluit de natuur het trouwe beestje met een deken van genegenheid.’ Chapeau! 

         

Er is een ding dat me zal blijven verbazen in de schrijfsels van Nederlandstaligen als het over Curaçao gaat. Het gebruik van het Papiaments. Als ik een verhaal over Duitsland zou moeten vertellen en daarbij een en ander onvertaald laat, dan zorg ik er natuurlijk voor dat het gebruikte Duits foutloos is. Daar heb je woordenboeken voor, of leraren Duits. Of vertalers. Zowel Jeroen Leinders als Bob Schuringa maken zich schuldig aan fouten in het Papiaments die de taal maken tot een soort apentaal. Ik noemde al ‘kunuku’, dat landbouwgrond betekent, en geen wildernis. Wildernis is ‘mondi’. Of het gebruik van het woord pika, als doorn of ander scherp uitsteeksel bedoeld wordt. Een doorn is een sumpiña. Pika is een werkwoord. E ta pika, het prikt. Aan dit soort taalgebruik maken beslist niet alléén Jeroen Leinders en Bob Schuringa zich schuldig. Ik ben bang dat het Papiaments in het Nederlands een eigen leven is gaan leiden, en misschien heeft dit ongeëigende gebruik van Papiaments met de jaren bestaansrecht verworven. Misschien bestaat er zoiets als Papiaments voor Nederlanders, die door de knoek lopen, in pika’s trappen en koño zeggen zonder de intrinsieke beledigende betekenis van het woord in te voelen. Want Miep Dieckman deed het ook al, in De boten van Brakkeput, en Marijn bij de lorredraaiers. En dat is toch een hele tijd geleden.

Slavenliefde bij John de Bye en Isabel Allende

door Hilde Neus

Op de achterflap van het nieuwe boek van John H. de Bye, Liefde in slavernij, staat: ‘Deze roman speelt zich af in Suriname tijdens de slavernij’, terwijl de auteur zelf in zijn nawoord beweert dat het boek niet primair een literair document is. Kunnen we het dan een roman noemen? Vlees noch vis? Dit is het centrale probleem van dit boek: de auteur heeft geen keuzes gemaakt. Fictie en non-fictie, hij husselt het door elkaar en er zit geen lijn in. Wat de centrale romanstof zou moeten zijn, de liefde van een der stamvaders, wordt steeds weer onderbroken door andere verhalen. De Bye heeft uit de vele historische stof die hij verzameld heeft, geen keuzes gemaakt die functioneel zijn voor de plot van de roman.

De Bye heeft eerder historische romans geschreven (Ter dood veroordeeld in 1999 en Geloof, Hoop en Liefde in 2002). Daarnaast publiceerde hij ook Historische schetsen uit het Surinaamse jodendom (2002). Een duidelijke scheiding in genre.
De auteur wil het verhaal vertellen van de liefde tussen een van zijn voorvaderen en een gekleurde vrouw, voormalige slavin. We lezen over het leven van de stamvaders van de familie De Bye, Pieter Hendrik en Jan Willem de Bye, die allerlei wederwaardigheden meemaken in het achttiende-eeuwse Suriname. De centrale liefde in de roman is die tussen Pieter en de vrije mulattin Marianne die huishoudster was bij zijn broer, toen hij na zijn aankomst in Paramaribo bij hem woonde en die met hem meeging toen hij zijn eigen huis betrok. Ze werd de moeder van zijn kinderen. Had hij het daar maar bij gelaten.
De titel Liefde in slavernij dekt de lading dus niet. De liefdesgeschiedenis is maar een klein gedeelte van het verhaal, waarin veel, veel facetten van het leven in de kolonie van die tijd worden beschreven, ook middels andere personages. Bovendien verwerkt De Bye een grote hoeveelheid geschiedenisfeiten in de tekst, als saaie opsommingen. Hij voert personages en genealogische lijnen op die niets aan het verhaal toevoegen omdat ze verder geen rol spelen. In het boek staat een afbeelding van Mauricius die allang vertrokken was uit de kolonie toen Pieter aankwam. Verder geeft hij in een essayachtig nawoord zijn visie op de vroegere en huidige slavernij, met als conclusie dat de nazaten van Surinaamse slaven zich beter druk kunnen maken over de mensenhandel en de vele miljoenen slaven die heden ten dage in deze wereld nog worden uitgebuit.
Onderaan de pagina’s staan veel noten. Die doen mij de wenkbrauwen fronsen. Je plaatst ze normaliter om aan te geven waar je bepaalde informatie vandaan hebt (de bronnen) of om een begrip of zaak toe te lichten. Als De Bye op pagina 158 bijvoorbeeld in een noot zegt dat in de notulen van de Raden (van politie) door de geestelijkheid geklaagd wordt over de losbandigheid van de mulattenmeisjes maar dat trouwen met zo’n meisje verboden was, is dat natuurlijk interessante informatie. Ik zou dat door het verhaal gevlochten hebben, plus dat ik hier ook zeker zou willen weten waar De Bye die informatie vandaan heeft. Zulke noten hebben geen enkele toegevoegde waarde voor de ‘roman’.Het boek bevat zeker interessante stof over de historie van de 18de eeuw. De kwaliteit is echter beneden peil. Een de plot ondersteunende structuur en spanning ontbreken, en die zijn toch bepalend voor de kwaliteit van een roman. Verder is de taal vaak te wijdlopig en zijn er zelfs fouten. Ik vraag me af of de auteur is begeleid door een redacteur van de uitgeverij. Een deskundige uitgever begeleidt de schrijver op beide fronten: het romantechnische, maar ook het aanmaken van een zinvol notenapparaat.

Het eiland onder de zee door Isabel Allende
Nee, dan Het eiland onder de zee (2010) van Isabel Allende! Zij is een groot romanschrijfster afkomstig uit Chili, het land dat ze moest verlaten vanwege de politieke situatie in de zeventiger jaren. Tegenwoordig woont ze in Californië-U.S.A.. Haar eerste zeer bekende roman was Het huis met de geesten (1982), waarna er vele volgden. Is het eerlijk twee schrijvers van zo’n divers kaliber te vergelijken? Ik vind van wel, omdat de thematiek van de boeken dezelfde is. Allende bouwt literaire kunstgrepen in om de lezer te boeien. Zo verwisselt ze het perspectief van de hoofdstukken. De titels geven normaliter het verloop van de fabel aan. Maar er zijn hoofdstukken onder de kop ‘Zarité’ waarin het hoofdpersonage van dezelfde naam haar versie van de gebeurtenissen belicht. Dit geeft een spanningsveld tussen de blanke, alwetende verteller en het persoonlijke woord van de slavin, de mulattin Zarité, die als klein meisje (Tété) bij een slavenhouder terechtkomt en de revolutie op Haïti meemaakt met al zijn verschrikkingen. Uiteindelijk strijken ze neer in New Orleans waar haar meester haar na bijna dertig jaar slavernij en oneindige manipulaties de vrijbrief geeft.

Allende vertelt het verhaal chronologisch, maar houdt de lezer op het puntje van de stoel door Zarité in haar versie van het verhaal de pijn van de slavernij weer te laten geven, maar tevens terug te laten blikken naar het verleden (Zo herinner ik het me. Zo is het gegaan). En om het helemaal spannend te maken, kijkt ze af en toe ook vooruit, zonder prijs te geven waar het over gaat (En zo heb ik het gedaan). Je bent als lezer zo benieuwd naar hóé ze het gedaan heeft, dat je bereid bent dit 450 pagina’s tellende boek te lezen. De personages zijn allemaal functioneel met elkaar verbonden. Nevenpersonages zijn historische figuren waar iedereen die een beetje thuis is in de Caraïbische geschiedenis wel van heeft gehoord. Allende houdt het in een kleine kring, waardoor het verhaal goed te volgen is. Naast het verwerken van geschiedenis op een heel prettige wijze, benadert ze ook alle facetten van de slavernij. Verkrachting met als resultaat ongewenste kinderen, maar ook kinderen uit liefde geboren. Verloren liefdes, foute liefdes maar ook liefdes die niet kapot te krijgen zijn. Toch heeft de titel het niet over liefde. Zarité vertelt over de Place Congo in New Orleans waar de slaven dansen. Tijdens de trance bezoeken ze de gestorvenen op het eiland onder de zee. Dit is de titel en tevens de afsluitende zin van de roman.
Ik hoop dat John de Bye dit boek leest, ziet hoe je een literaire roman opbouwt en welke elementen je kunt gebruiken om de lezers een aangenaam verpozen te bezorgen. We kunnen per slot van rekening slechts leren over kwaliteit door te vergelijken.

John de Bye: Liefde in slavernij. Een familiegeschiedenis in het achttiende-eeuwse Suriname. Schoorl: Uitgeverij Conserve, 2010. ISBN 978 90 5429 302 6
Isabel Allende: Het eiland onder de zee. Amsterdam: Uitgeverij De Wereldbibliotheek, 2010

[eerder in de Ware Tijd Literair, 29 januari 2011]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter