blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Adhin Ashwin

In de ban van slavernij – Zo tolerant is Suriname helemaal niet

door Nancy de Randamie

De Surinaamse regering doet haar uiterste best om aan haar volk en de rest van de wereld te tonen dat het land een culturele en etnische melting pot is. Daarom werden het afgelopen jaar op grootse wijze alle herdenkingsdagen gevierd. Gezamenlijk, gecoördineerd en landelijk. Deze termen werden bedacht door de Nationale Commissie Herdenking Jubileumjaren, NatCom. Helaas blijft de intolerantie, segregatie, discriminatie en zelfs racisme hier dwars doorheen sijpelen.
 
Toen ik elf jaar geleden vanuit Nederland naar Suriname terugkeerde, haalde ik opgelucht adem. Pim Fortuyn was net twee weken voor mijn vertrek vermoord. Nederland stond aan het begin van een reeks rechtse kabinetten, dat weer symbool stond voor een meer openlijk intolerantere samenleving. De CDA-er Jan Peter Balkenende werd premier en partijen als de VVD en Fortuyn’s LPV regeerden mee. Geert Wilders maakte na de dood van Pim zijn politieke opmars en Mark Rutte werd premier.
Ik ben teruggekeerd naar Suriname omdat ik mijn geboorteland beter wilde leren kennen en een steentje wilde bijdragen aan de ontwikkeling. Maar het feit dat Nederland alsmaar verhardde, heeft zeker meegespeeld in mijn beslissing te remigreren.
Interkrasie
Ik raakte flink ontgoocheld  toen ik er al snel achterkwam dat Suriname lang niet zo tolerant en muliticultureel is als wordt beweerd. Ja, aan de oppervlakte is het pais en vree. En het klopt: in tegenstelling tot buurland Guyana in de jaren zestig bijvoorbeeld, zullen hier niet snel rassenonlusten uitbreken. Toch is er sprake van een behoorlijke dosis intolerantie, discriminatie en zelfs racisme. Deze zijn onderhuids aanwezig en juist dat is gevaarlijk.
Deze regering (en in feite alle regeringen aan hen voorafgaand) gaat er met zo’n beetje het hele Surinaams volk er prat op dat Suriname zo multi-etnisch en mulitcultureel zou zijn. De cabaretgroep 1+1=3 twijfelt hier, net als ik, aan. Op 10 november, de laatste dag van de door de NatCom uitgeroepen Jubileumdag, uitte 1+1=3 op ludieke wijze wat ik bedoel: een racistische opa van Creoolse komaf, zoals er zovele zijn in Suriname, wordt door twee buurtgenoten terechtgewezen. Het is zijn Hindostaanse buur die het op een gegeven moment heeft over interkrasie. Ras, etniciteit, het zal allemaal vervagen, als maar genoeg kinderen van gemengde komaf geboren worden. Dat is nou interkrasie. Krasi is Surinaams voor geil.
Voor Suriname is het niet moeiljk om multicultureel en multi-etnisch te zijn. De kolonisator heeft ons ooit samen gebracht. In mijn ogen is dit niet iets om trots op te zijn. We moesten noodgedwongen samenleven.
Remigrantendiscriminatie
Dat samenleven gaat tot op zekere hoogte goed, maar lang niet altijd. Zo word je als remigrant regelmatig gediscrimineerd. Op de werkvloer. In het voorbijgaan. In winkels, kantoren, discotheken. Zo hoorde ik vorige maand nog iemand in een verkeersincident tegen mij roepen “Ga terug naar je eigen land!”

 Mijn ervaring is niet uniek. Veel remigranten ervaren vaak een onwelkome behandeling bij terugkeer. Een vingerwijzing dat er wel degelijk iets niet goed zit en dat Surineds worden gediscrimineerd, blijkt uit de cijfers van het Algemeen Bureau voor Statistiek. Van de 13.000 Nederlanders (meerendeels Surinamers met een Nederlands paspoort, Surineds) die in de periode 2000 tot 2012 naar Suriname kwamen om zich te vestigen, keerde 40 procent terug naar Nederland.

Dat kan de regering Bouterse met haar diasporabeleid mooi in haar zak steken. De reden van terugkeer van deze groep is nog niet onderzocht. Maar ik ken een flink aantal van hen die terugkeerden en bij hun beslissing speelde niet zelden mee dat ze zich in Suriname onvoldoende welkom voelden. Een nog grotere groep aarzelt om naar Suriname terug te keren precies om deze reden.
Maar ik kijk er anders tegenaan. Men kan nog zoveel tegen mij zeggen of doen, maar mij laten ‘wegpesten’ uit mijn eigen geboorteland zal niemand lukken. Als ik wegga, is dat omdat ik het tijd vind. Dat wegpesten gebeurt heel subtiel. En het ergste is: veelal hebben de plegers het zelf niet goed door. Dat is natuurlijk typisch voor discriminatie. En ook kenmerkend voor het racisme in Suriname.
Hoezo multicultureel en multireligieus?
De verschillende bevolkingsgroepen leven in vrede naast elkaar, maar nog altijd niet echt met elkaar. Men proeft letterlijk van elkaars cultuur dankzij interkrasie en door elkaars gerechten te eten, maar daar blijft het in feite bij. De leus Eenheid in Verscheidenheid, bedacht door wijlen staatsman Jnan Adhin, lijkt wel een vloek te zijn geworden.
Waarom praat men nog over ‘ik ben een Hindostaanse Surinamer’ en ‘Ik ben een Javaanse Surinamer’? Dat hokjesdenken – overgenomen van een ooit verzuild Nederland? – houdt juist integratie tegen! Tijdens de afgelopen Divali, het belangrijkste Hindoefeest, werd door Christenen een duizendmannenmars gehouden. De loop had als eindpunt het Onafhankelijkheidsplein. Daar bevond zich ook het centrum van de nationale Divaliviering. De ambtenaar die de vergunning voor de loop had afgegeven, moet vast Christen geweest zijn. En de duizend mannen Christenen. Je vraagt je af waarom ze uitgerekend op het belangrijkste Hindoefeest van het jaar deze mars moesten houden.
Sommigen zagen deze gang van zaken als het summum van multiculturalisme en multireligiositeit. Ik niet. Ik zie het als het geen respect tonen aan een andere religie. Andersom zou geen Hindoe het in zijn hoofd halen om op Eerste Kerst op het Onafhankelijkheidsplein een pudja – een traditionele hindoeceremonie – te houden. Multicultureel en multireligieus betekent voor mij dat je elkaars hoogtijdagen samen viert of tenminste respecteert dat een andere religieuze groep haar hoogtijdag heeft. Die duizend mannen mars had op een andere dag of ten minste op een andere plek gehouden kunnen worden.
Etnische politiek
De verscheidenheid is er zeker. Maar echte integratie blijft uit. Een nieuwe Surinaamse cultuur is zeker aan het opkomen, maar veel te langzaam. En als het erop aankomt, maken teveel mensen zich schuldig aan racisme. Een mooi voorbeeld is het huidige kabinet. Terwijl de regering Bouterse met man en macht zegt te streven naar  integratie van culturen en natievorming, vindt de toedeling van ambtenarenposten op basis van etniciteit onverminderd plaats.
Etnische politiek, onderdeel van de Oude Politiek zoals Bouterse dat zelf ooit noemde, staat nog recht overeind. Etnische politiek is een systeem van samenwerking op basis van etnische segregatie. En dit systeem werkt op haar beurt racisme in de hand. Etnische politiek is weer een uitvloeisel van Verbroederingspolitiek. Voor mij is meer dan duidelijk dat verbroederingspolitiek haar langste tijd heeft gehad. Toen het door wijlen staatsmannen Jagernath Lachmon en Johan Adolf Pengel eind jaren zestig van de vorige eeuw werd ingevoerd, bewees het in eerste instantie haar nut. De twee grootste bevolkingsgroepen, de creolen en hindostanen, moesten verbroederen omdat er onderhuidse rassensentimenten sluimerden. Nu, meer dan 40 jaar later, blijkt dat Verbroederingspolitiek werkelijke integratie belemmert, omdat het zich heeft ontwikkeld tot etnische politiekvoering.
Depolitiseren
Een voorbeeld: op het ministerie van Transport zit nu een marronminister, dus zie je steeds meer ambtenaren op dit departement, van hoog tot laag, die van marron komaf zijn. Dit beeld voltrekt zich overigens op elk department. Laatst maakte Paul Somohardjo (leider van het Javaans partijblok Pertjajah Luhur in het parlement) zijn misnoegen bekend over het feit dat Ashwin Adhin (een jonge hindoestaanse minister op de post onderwijs) aan depolitisering van ‘zijn’ ministerie deed. Wat Somo bedoelde is dat ‘de mensen die op hem lijken’ niet automatisch meer aan de bak komen en zelfs ontslagen worden op dit ministerie. Wat er aan de hand is? Minstens 16 jaar zwaaide een Surinamer van Javaanse komaf de scepter bij het ministerie van Onderwijs en zo werden een aantal van de belangrijkste posten toebedeeld aan Javanen. Volgens Somohardjo moet Adhin het veld ruimen als hij zo doorgaat.

Ook buiten de politiek woekert het racisme welig. Het racisme is terug te vinden in de manier waarop men zich uitdrukt. Als men het hier in Suriname heeft over ‘Surinaams’ eten, bedoelt de gemiddelde Surinamer creools eten. Oftewel: Hindostaans, Javaans, Chinees, Marron en Indiaans etens is dus niet echt Surinaams? Dit is iets waar men niet bij stilstaat.Roy en Rubia
Toen Pim de la Parra in 1975 Wan Pipel maakte, over de liefde tussen de creoolse Roy en hindostaanse Rubia, kwam het onverholen racisme van Rubia’s familie aan het licht. Wie deze film nog niet heeft gezien, moet dat zeker doen. De thema’s uit de film waren kenmerkend voor het Suriname van toen, maar zijn helaas nog actueel.

Gelukkig gaan steeds meer jongeren en zeker ook remigranten multi-etnische relaties aan. Maar Suriname kent nog altijd haar Roy’s en Rubia’s. Racisme op basis van huidskleur is er ook. Als lichte creool wordt je door anderen anders bejegent dan een donkere creool.
In mijn periode hier, heb ik vaak genoeg meegemaakt hoe huidskleur een rol speelt bij intermenselijke relaties, zowel privé als op de werkvloer. Het zelfbeeld wordt vaak ook bepaald aan de hand van de kleur van de huid. Ik ken helaas heel wat donkergekleurde mensen die zich minder voelen en zich als zodanig gedragen ten opzichte van Surinamers met een lichtere huidskleur. Ook de autoriteiten discrimineren. In Nederland worden donkere jongens die in een groep op een hoek staan te lanterfanten eerder aangehouden door de politie. Dat geldt ook voor Suriname!
Tien Koeien
Tegelijkertijd is men overgevoelig voor discriminatie. Grappen over andere etnische groepen maken kan niet, vinden sommigen. Een mooi voorbeeld is het lied Tien Koeien, waar de succesvolle rapper Scrappy W op hilarische wijze de verboden liefde tussen hem en een hindostaanse verwoord. Scrappy W is van marron komaf. Hij zingt dat hij tien koeien en een Zundapp bromfiets zal kopen voor zijn aanstaande schoonvader om zo zijn liefje te schaken. Toen dit lied op de radio werd afgedraaid, vonden veel mensen dit niet kunnen. Enkele hindostanen, maar ook niet-hindostanen reageerden beledigd. Want: hindostanen zijn toch allang niet enkel landbouwers? Waarom dan zo denigrerend over hen praten? Het lied werd zelfs op een bekend radiostation verboden. Na protest werd dit verbod teruggedraaid. Een grote misstap van dit station. Juist als je niet kan lachen om elkaars eigenaardigheden of typische kenmerken, ben je aan het discrimineren. Wat een overgevoeligheid. Het is in mijn ogen precies hetzelfde als wanneer je iemand beoordeelt op de tint van diens huidskleur.
Geforceerde unificatie
Wat zou moeten gebeuren is dat je erkent dat er typische verschillen tussen de rassen zijn, maar dat deze er in the end helemaal niet toe doen, omdat wij nu eenmaal allemaal mensen én Surinamer zijn. Verschillen hoeven dan ook niet constant te worden benadrukt. Dat leidt tot segregatie en soms zelfs discriminatie. Behalve als 1+1=3 het doet of Scrappy W. Dan wordt het weer leuk.
President Bouterse heeft het op zich goed gezien dat de integratie van culturen in Suriname nog geen feit is. Het afgelopen jaar heeft hij via de viering van de jubileumdagen – 140 jaar Hindostaanse immigratie, 150 jaar afschaffing van de slavernij, 160 jaar vestiging Chinezen – angstvallig geprobeerd de groepen nader tot elkaar te brengen, via de instelling van de NatCom.
Je zag het terug op het podium op het Onafhankelijkheidsplein. Was het 140 jaar Hindostaanse immigratie? Dan dansten en zongen de creolen, marrons, javanen, chinezen, indianen mee. Elke jubileumdag was telkens weer een weergaloos mooi multicultureel spektakel. Maar daar bleef het helaas bij.
Onderhuids, zelfs binnen de organisatie van de NatCom en haar vertakkingen, was animositeit, zelfs discriminatie en racisme te bespeuren. Ik kan het weten. In april werd ik gevraagd zitting te nemen in de Commissie Afro Surinaamse Organisaties, dat resorteert onder de NatCom. Ik aarzelde, maar heb het toch gedaan. Mijn motivatie? Ik ben ook hier om iets terug te doen voor Suriname en helpen bijdragen aan natievorming doe ik graag.
Bondru
Racisme en discriminatie in Suriname is anders dan in Nederland. Het is heimelijk en onder de oppervlakte. Wat hetzelfde is, is dat ook hier discriminatie en racisme zo diep geworteld is, omdat het een erfenis is van de slavernij. Wij Surinamers discrimineren onze eigen mensen. Die bondru, eenheid die we zo graag zeggen te willen, helpen wijzelf om zeep. Jammer hoor!Een verandering zal er niet 1, 2, 3 komen. In ieder geval niet vanuit de politiek. Politiek Suriname gedijt op het etnisch sentiment. Ook al krijgen steeds meer mensen hier genoeg van. Ook binnen de politiek.
Natievorming en uitbanning van discriminatie en racisme is iets dat moet komen vanuit de mensen zelf. Er zijn er al genoeg die beseffen hoe het anders kan en die hiernaar leven. De verandering zal van onderop moeten komen. Het geld van al die commissies kan beter worden besteed. Ik richt mijn ogen op de organisaties, artiesten, kunstenaars en vele jongeren die het al wel hebben begrepen. De Scrappy W’s en de 1 en 1 is 3’s.
[van www.oneworld.nl, 11-11-2013]

Nieuwe editie Bhásá

De nieuwe editie van Bhásá is uit. Bhásá is een digitaal blad over cultuur en geschiedenis met het accent op de Hindoestaanse cultuur. Het blad is gratis per email te ontvangen. Aanvragen bij stgbhasa@hotmail.com.

Het blad bestaat al drie jaar. In dit nummer een artikel over de culturele ontwikkeling in verband met de toetreding van Suriname tot Unasur. Verder interviews met seniore Hindoestanen over het verleden. Een artikel over de violist Tiyaitram Ganga, iets over de kunstenaars Rahied Abdoel en George Ramjiawansingh, over André Loor, over de familie Pierkhan en over mevrouw Mahadei Jawahierkhan van Peperhol, Saramacca. Ook informatie over de Culturele Unie Suriname, waaruit o.a. zijn voortgekomen het assembleelid Asiskumar Gayadien en minister Ashwin Adhin.

Commissie moet cultureel erfgoed beschermen

Surinaams cultureel erfgoed wordt ernstig bedreigd door het feit dat er onvoldoende besef is van de waarde van het culturele erfgoed en de afwezigheid van de toepasselijke wetten. Om deze situatie te veranderen heeft de minister van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov), Ashwin Adhin, donderdag een commissie ingesteld die verantwoordelijk is voor het behoud van Suriname’s cultureel erfgoed op eigen bodem, zegt de Minov-voorlichting.De commissie wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Minov en zal aan de Minov-minister rapporteren. Afgevaardigden van de ministeries die onder meer verantwoordelijk zijn voor de culturele aangelegenheden, handhaving van de verordening van 7 Februari 1952 (G.B. 1952 no.14) en internationale betrekkingen, hebben zitting in de groep.De commissie bestaat uit A. Tjojosemito (Buitenlandse Zaken), S. Ponit (Defensie), A. Amirullah-Moeniralam (Justitie en Politie), J.Moestro (Financiën) en de voorzitter is J.Roozer (Minov/Directoraat Cultuur).

Wereldwijd zijn er steeds meer landen die nationale wetgeving maken tot bescherming en behoud van hun cultureel erfgoed. Deze wetgeving richt zich ter voorkoming van het verlies van voorwerpen van bijzondere cultuur historische en wetenschappelijke waarde. Op 7 februari 1952 is de laatste aanzet gegeven tot het behoud van Surinaams cultureel erfgoed. De voorlichting van Minov geeft aan dat de wet die toen in werking trad, sindsdien nooit is aangepast en niet voldoet aan de huidige internationale inzichten ten aanzien van het tegengaan van illegale handel en uitvoer van cultuurgoederen.

[uit Starnieuws, 24 januari 2014]

Concept Wet Basisonderwijs Suriname een feit……

Op maandag 6 januari is aan Minister Ashwin Adhin, de concept wet Basisonderwijs aangeboden door het platform Avos. Dit platform is bij het aantreden van de minister geïnstalleerd met het doel de onderwijswetten op alle niveau’s te inventariseren, screenen en  op basis daarvan na consultaties met terdege deskundigen in het veld het concept aan te passen, cq vernieuwen en aan te bieden aan de minister voor verdere verloop naar goedkeuring door DNA.

read on…

Adhin ingenomen met herziene versie boek Maikoe

Minister Ashwin Adhin van Onderwijs en Volksontwikkeling en directeur Kenneth Biervliet hebben hun waardering uitgesproken over de gewijzigde versie van het boek ‘Wegwijs in het economisch leven’ van Dewandra Maikoe. De bewindsman ontving een exemplaar van het herziene boek. Bij deze versie van het boek is alle commentaar op de eerdere publicatie meegenomen. De bedoeling is dat deze na screening door de afdeling Inspectie in het onderwijs wordt gebruikt. Maikoe is vrij lang bezig met het pennen van studieboeken en richt zich voornamelijk op het vak Economie. De auteur wees op het belang van boeken die op grond van Surinaamse standaarden zijn geschreven. Volgens de inmiddels gepensioneerde docent bestaat er een enorme behoefte aan boeken die gefocust zijn op de Surinaamse leer- en leefsituatie. “Studenten herkennen en begrijpen zaken uit hun eigen omgeving eerder”, zegt de schrijver. Adhin prees Maikoe voor zijn werk. Dit is het bewijs dat Surinamers in staat zijn om gefaseerd eigen boeken te schrijven. Hij dankte de schrijver voor zijn bijdrage aan het onderwijs, meldt het ministerie in een persbericht.

[uit Starnieuws, 24 november 2013]

Enver gedecoreerd voor inzet uitdragen Surinaamse cultuur

Een wel heel vreemde foto!

door Shanavon Gefferie
Paramaribo – “Enver kent zichzelf en waardeert zijn cultuur. Zodoende is hij in staat een betere bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de maatschappij”, vertelt Siegmien Staphorst, voorzitter van gemeenschapsorganisatie Naks.
Enver Panka werd op 10 november – jubileumdag – gedecoreerd tot grootmeester in de Ere-orde van de Palm. Deze onderscheiding kreeg hij uit handen van minister Ashwin Adhin van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling.
Hij werd voorgedragen door de organisatie, omdat hij jarenlang de cultuur op een positieve manier weet uit te dragen. Binnen Naks zit Enver in verschillende groepen. Zijn betrokkenheid bij Naks Kaseco Loco, Naks Okobua, Naks Wan Rutu/Ala Firi, Naks Kawina en Dron, Naks Kwaanza en Naks Kawina Loco geeft duidelijk aan dat de organisatie altijd een beroep op hem kan doen.
“Hij is voortreffelijk in wat hij doet”, vertelt Staphorst. Zij zegt dat deze multigetalenteerde jongeman Naks goed uitdraagt en daarom de decoratie verdient. “Enver is een voorbeeld om jong en oud te bewijzen dat cultuur belangrijk is.” “Het was voor mij een hele eer om naast grootheden waar ik zelf naar opkijk een onderscheiding in ontvangst te nemen. Het geeft mij een goed gevoel te weten dat mijn werk wordt herkend, alhoewel ik het niet daarvoor doe”, zei de trotse Enver. Toen hij de brief van de president ontving, drong het nog niet tot hem door wat voor grote betekenis het had. “Op de grote dag realiseerde ik me dat ik op het punt stond iets groots in ontvangst te nemen”, lachte hij nog een beetje verbaasd.
[uit de Ware Tijd, 16/11/2013]

Schrijversgroep ’77 bij minister Adhin

Op maandag 21 oktober wordt om 13:30 uur een vertegenwoordiging van Schrijversgroep ’77 ontvangen door minister Ashwin Adhin van Onderwijs en Volksontwikkeling. S’77 zal de minister een exemplaar aanbieden van Fri, een publicatie van S’77 ter gelegenheid van 150 jaar afschaffing slavernij. Verder zal de aandacht van de minister worden gevraagd voor de bijdrage die Surinaamse schrijvers kunnen leveren aan curricula voor ons onderwijs. Het gaat vooral om leesteksten voor de verschillende niveaus van onderwijs. In ons onderwijs is er een groot gebrek aan originele teksten die aansluiten op onze maatschappelijke beleving en onze maatschappelijke vraagstukken. In het verlengde hiervan zal de minister een uitgewerkt voorstel worden aangeboden om jaarlijks lokaal geproduceerde boeken binnen het bereik van scholen te laten komen. In het voorstel wordt ook aangegeven hoe het ministerie tot een geordende inventarisatie kan komen van lokaal geproduceerde boeken.

Belangstellenden die het voorstel willen inzien kunnen dit opvragen via ismene.krishnadath@gmail.com. Tot slot zal S’77 de minister informeren over de andere activiteiten van de vereniging. S’77 wil met deze activiteiten de literaire kunst in Suriname, waarbij het taalgevoel en taalbewustzijn een fundamentele plaats innemen, naar een steeds hoger niveau te tillen.

[Mededeling Schrijversgroep ’77]

Nazaten van de Indiase immigranten (5 en slot)

door Tascha Samuel

India, en specifiek Noord-India – waar de Hindostanen oorspronkelijk vandaan komen – kreeg de naam Hindostaan en de inwoners werden Hindostanen genoemd. Zij kwamen vanaf 1873 vanuit het toenmalige Brits-Indië´ naar Suriname. Tussen 1873 en 1916 kwamen ongeveer 35.000 Hindostanen naar het land. De contractanten lieten een armoedig bestaan in India achter zich, maar kregen het in eerste instantie in Suriname niet veel beter. Zij werden zeer slecht betaald, waardoor ze ook wel ‘centslaven’ werden genoemd. In verband met de viering van 140 jaar Hindostaanse Immigratie wordt vandaag de laatste nazaat belicht: Ashwin Adhin, voorzitter van de Culturele Unie Suriname.

read on…
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter