blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Abrahams Cynthia

De dichter en het woord

door Jerry Dewnarain

 
Bij uitgeverij In de Knipscheer is Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord verschenen, een multimediaal eerbetoon aan drie Surinaamse dichters: Trefossa, Shrinivási en Dobru.
In een opstel ‘Over nationale letterkunde’, gepubliceerd in Sticusa-Journaalvan 1974 ontvouwde Albert Helman zijn visie op de vijf ontwikkelingsfasen in het ontstaan van een eigen literaire productie in de dekoloniserende landen. In de derde fase kenmerkt Helman de Surinaamse poëzie als volgt: ‘Er ontstaan sterker op het lokale milieu betrokken gedichten en echte streekverhalen en streekromans, al dan niet in de algemeen gangbare cultuurtaal of in een van de “vernaculars”. Gemakshalve worden beide taalsoorten (het Nederlands en het Sranan) vaak dooreengemengd, of opzettelijk, terwille van de lokale kleur, incidenteel of exclusief gebruikt. De gedichten zijn meest van lyrisch-protesterende aard of illustreren populaire slogans.’ De derde fase is de periode van eind jaren ’50 en de jaren ’60: veel protestliteratuur, volop ontplooiing van de volkstalen, verdieping in de historische anekdotiek. Voorbeelden hiervan zijn: ‘gronmama’ (Trefossa), ‘Suriname’ of ‘De dichter en het woord’ (Shrinivási) en ‘Holi Phagwa 1973’ of ‘geen plaats’ (Dobru).
Buste van Trefossa op de hoek van het Onafhankelijkheidsplein in Paramaribo.
Foto © Michiel van Kempen

 

Met andere woorden de periode 1957-1975 stond in het teken van het engagement met het volk, de strijdliteratuur en de nationale of nationalistische literatuur. Daarbij moet ook worden aangetekend dat deze periode verrassend veel werk opleverde dat meer dan een kwart eeuw later als gecanoniseerd zou gelden. Trefossa, Shrinivási en Dobru maken zeker deel uit van de Surinaamse poëziecanon. Dat bewijst ook de keuze van de dichters. Maar deze drie ‘groten’ zijn niet de enige grote Surinaamse dichters… er zijn er veel meer in dit poëzieland. In de inleiding van Cynthia Abrahams staat: ‘De gedichten zijn gekozen uit het werk van de drie meest geliefde dichters van Suriname, Trefossa, Shrinivási en Dobru.’ (p. 12) En Mavis Noordwijk zegt in een interview: ‘De manier waarop Trefossa typische Sranan-woorden en uitdrukkingen in zijn poëzie gebruikt, geeft een meerwaarde aan het Sranan. Hij is voor Suriname van buitengewoon grote betekenis zowel voor de literatuur als voor de cultuur geweest. Trefossa gebruikte in zijn vertalingen vaak beelden die aansluiten bij de Surinaamse belevingswereld’. (p. 28)
Shrinivási, april 2014
Foto © Michiel van Kempen

Shrinivási is de dichter die tegenstellingen overbrugt of met elkaar verzoent: die tussen het district en de stad of die tussen religies (hindoeïsme en christendom). Maar hij brengt ook talen bijeen, want hij schrijft in het Nederlands, Hindi, Sarnámi, wat hij steeds vergezeld doet gaan van een eigen vertaling in het Nederlands. Shrini is eigenlijk ook de dichter van ballingschap en vervreemding. Een terugkerend thema is de pijn van ballingschap en vervreemding. Het gedicht ‘Deháti’ uit Anjali is zo een voorbeeld (p. 48). Dobru is het Sranan-woord voor dubbel en is afgeleid van zijn initialen R(obin) R(aveles). Terugkerende thema’s in zijn werk zijn: vaderlandsliefde, het bekritiseren van sociale wantoestanden, de eenwording van het Surinaamse volk, liefde en armoede. Al in 1965 schreef hij zijn gedicht ‘Wan’ of ‘Wan bon’, geïnspireerd door het nationaal jeugdcongres dat in Paramaribo werd gehouden. Dit gedicht is intussen uitgegroeid tot het nationale gedicht en neemt in de multiculturele Surinaamse maatschappij een centrale plaats in (p. 76). De boom staat symbool voor Suriname en de bladeren voor de diverse bevolkingsgroepen in het land, dat één moet worden.

Saxofoniste Sanne Landvreugd speelt mee op de cd.
Foto © Michiel van Kempen

Kortom Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord is een mooie, informatieve en zeer creatieve uitgave waarin poëzie van drie stonfutu Surinaamse dichters Trefossa (Henny de Ziel), Dobru (R. Raveles) en Shrinivási (Martinus Lutchman) is verwerkt tot prachtige muziek op dvd. Dave MacDonald (singer/songwriter) componeerde muzikale gedichten die worden vertolkt door een groep artiesten, onder wie Desiree Manders, Claudio Ritfeld, Julya Lo’ko, Martin Buitenhuis, Zanillya Farrell, Raj Mohan, Sim’Ran, Norman van Geerke, Sarah-Jane Wijdenbosch en Sanne Landvreugd. Er is gestreefd naar een harmonieus samengaan van woord en muziek, een ‘blend’ van literatuur en muziek; zo verwoordt Cynthia Abrahams het in haar inleiding (p. 12). Het is ongetwijfeld een bijzondere manier van documenteren van de rijkdom van gemeenschappelijk Surinaams cultureel erfgoed. Ieder van de drie dichters heeft zijn eigen prachtig vormgegeven deel van het boek gekregen, met veel foto’s, informatie over hun leven en werk door kenners en uiteraard een keuze uit hun gedichten.

De invloed van de drie behandelde dichters op de Surinaamse literatuur is bijzonder groot. Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord is een sieraad voor elke liefhebber van de Surinaamse literatuur. Ook jongeren kunnen op een moderne manier kennis maken met dit muzikaal bewerkte culturele erfgoed en zelfs aangespoord worden werken van Surinaamse dichters te gaan lezen en deze creatief te gebruiken.
Cynthia Abrahams

 

Cynthia Abrahams, Hein Eersel, Geert Koefoed (samenstelling en inleidingen): Tiri fu den wortu … di no taki. De Stilte van het Ongesproken Woord. Dobru, Shrinivási, Trefossa. Drie Surinaamse dichters op muziek gezet. Boek en dvd. Haarlem: In de Knipscheer i.s.m. IKO Foundation, 2014. ISBN 978 90 6265 852 7

 

Muzikaal Educatief Dichtersproject Silence of the unspoken Word

De band met tweede van links Dave MacDonald en rechts Robert-Hardam Sordam
Foto © Michiel van Kempen

Binnenkort wordt het project Silence of the unspoken Word wereldkundig gemaakt. Het project werd in 2006 geïnitieerd door componist Dave MacDonald en wordt gerealiseerd onder auspiciën van de IKO Foundation in nauwe samenwerking met de R. Raveles Dobru Stichting, de H.F. de Ziel Trefossa Stichting en Dhr. M. Lutchman.

Het project bestaat uit de vervaardiging en distributie van een dvd-in-boek (Tiri fu den wortu di no taki), en Theater- en Schoolconcerten (De Stilte van het ongesproken Woord) gebaseerd op gedichten van Dobru (R. Raveles), Trefossa (Henri de Ziel) en Shrinivasi (Martinus Lutchman).
IKO Foundation erkent het belang van de drie dichters bij het ontstaan van het geloof in eigen kunnen en onafhankelijkheid, en wil deze voor het voetlicht plaatsen.
Dave MacDonald. Foto © Michiel van Kempen

DVD

Door componist Dave MacDonald en arrangeur Robin van Geerke zijn gedichten van de drie roemrijke Surinaamse dichters verwerkt tot prachtige muziekcomposities en deze zijn vertolkt door een unieke en zeer diverse groep artiesten, waaronder DesRay Manders, Claudio Ritfeld, Julia L’oko, Martin Buitenhuis, Zanillya Farrell, SimRan, Raj Mohan, Norman van Geerke, Robby Harman, Sanne Landvreugd, Sarah-Jane Wijdenbosch. Onder regie van Vincent Soekra is een concertregistratie met deze artiesten met vier camera’s vastgelegd voor DVD.
Shrinivasi en Giselle Ecury

Boek

Onder eindredactie van Cynthia Abrahams is een Boek tot stand gekomen waarin de dichters en hun werken worden gekarakteriseerd door een aantal prominente kenners en liefhebbers van literatuur, waaronder Ismene Krishnadath, Hans Breeveld, Cynthia McLeod, Satya Jadoenandansing, Mavis Noordwijk, Lila Gobardhan, Geert Koefoed, Hein Eersel, Rutu Raveles, Gerrit Barron, Chandra van Binnendijk.
Educatie
Doel van dit muzikaal bewerkte cultureel erfgoed is om – via het onderwijs in de Nederlandse taalgebieden – vooral jongeren op interactieve wijze kennis te laten maken met literatuur en dichtkunst in het algemeen en met de drie grote dichters in het bijzonder, zodat zij het op hun beurt weer over zullen willen dragen aan volgende generaties. In Nederland wordt een “De Stilte”-Lesbrief gemaakt in samenwerking met de School der Poëzie. Het plan is om in samenwerking met locale deskundigen ook in Suriname een Lesbrief te laten vervaardigen en door middel van workshops docenten te ondersteunen bij het verzorgen van het “Tiri”-lesprogramma.
R. Dobru

Release

Lange tijd is gestreefd naar simultaneïteit in de implementatie van het project in Nederland en Suriname. Omdat er op dit moment in Suriname nog hard geïnvesteerd moet worden in de relatie met sponsors en onderwijsinstellingen, is besloten alvast een 1e oplage dvd-in-boek te persen speciaal voor de Nederlandse markt.
Op 6 april 2014  hopen wij het eerste exemplaar dvd-in-boek te overhandigen aan de portefeuillehouders Onderwijs en Cultuur van het Stadsdeel Amsterdam Zuidoost, tijdens een muzikale presentatie van het “Silence”-project in het Bijlmerpark theater.
Saxofoniste Sanne Landvreugd
Foto © Michiel van Kempen

Optredens

4 april, MC Theater, Amsterdam  20:30 uur
 www.mconline.nl  € 12,50 / €10,- 
6 april, Bijlmer Parktheater, 15:00 uur 
Première en release DVD-in-Boek
 www.bijlmerparktheater.nl  € 13,50 

8 april, Corrosia Stad, Almere 20:30 uur
 www.corrosia.nl  € 15,- / €13,-

www.unspokenwordcrossover.nl
www.iko-foundation.nl
IKO Foundation
Postbus 2725
1000 CS Amsterdam
+31(0)653157596

Srefidensi Puwema Dey Award 2013 voor Orsine Walden

De Evangelische Broeder- en Zustergemeente Rotterdam heeft recentelijk de Srefidensi Puwema Dey Award 2013 uitgereikt aan de Nederlands Surinaamse voordrachtskunstenaar Orsine Walden. Volgens de organisatie is dit een bevestiging van waardering voor haar bijdrage op het gebied van de poëzie. De artiest doet het heel goed als dichter en haar maatschappelijke betrokkenheid binnen de Surinaamse gemeenschap speelde ook een rol om haar de prijs toe te kennen. Naast Walden waren Romeo Grot en Cynthia Abrahams genomineerd voor de award. Oscar Harris is tevens gehuldigd door de organisatie. Het jaar daarvoor was het Denise Jannah.
Orsine Walden
Walden, meer bekend als Hansemuye Oheema Amba, is al jaren een wel geziene artiest bij (bewustwordings)activiteiten van voornamelijk Nederlandse Surinamers en Afrikaners. Met passie en overgave brengt zij zalen vaak in ademloze ontroering. Haar poëzie en spoken words zijn overwegend doordrenkt van het ‘zwarte’ bewustzijn. Wie haar ooit eens heeft horen dichten kan dit alleen maar beamen. Zij is een eigenzinnige dichteres met een missie. Zij draagt voor uit eigen werk en is tevens te boeken als host voor events. Walden beschrijft zichzelf als ‘een boodschapper met de dankbare taak woorden door te geven aan de mensheid’. Zij draagt voor in het Saamaka, maar ook in het Sranangtongo, Engels en Nederlands. ‘Juist omdat ik vroeger de taal (Saamaka..red) niet mocht spreken, ben ik door een vriendin aangemoedigd om een rap in het Saamaka te schrijven. Ik rapte vroeger, en na de eerste rap over huiselijk geweld is de deur opengegaan en komen de woorden die ik soms niet eens begrijp. Later merkte ik dat die woorden iets met mensen doet en ook met mij. Ik ben dankbaar te mogen dienen als boodschapper’, zegt Walden. Sinds 2005 timmert deze eigenzinnige dame aan de weg als “puwema uma”. Haar missie is het op de kaart zetten van de Saamaka taal en cultuur en mensen door middel van ‘woorden die tot haar komen, te versterken’. Naast het dichten is Walden actief als spiritueel begeleider, verzorgt vooroudergebeden en geeft onder andere hierover lezingen. In 2011 bracht zij samen met twee andere dichters een dichtbundel uit genaamd Qererto geïnspireerd door Rastafari. Verder is Walden al langer dan twee jaar actief op Radio Mart, waar zij maandags en vrijdags in het ochtendprogramma Start met Mart empowerment gedichten voordraagt. Sinds enkele jaren organiseert zij onder de naam Ibuntu events cultureel-educatieve evenementen voor jong en oud om Afrika en de diaspora positief onder de aandacht te brengen. Het is de eerste keer dat de Srefidensi Puwema Dey Award  is uitgereikt.
[uit De West, 24 december 2013]

De Kom en Dobru onsterfelijk gemaakt op Cuba

door Donovan Mijnals

Paramaribo – Met gepaste trots vertelt Ike Antonius dat binnenkort maar liefst twee Surinaamse grootheden in Cuba worden vereeuwigd. Surinames ambassadeur op het Caribische eiland zegt dat twee afzonderlijke projecten erin hebben geresulteerd dat zowel Anton de Kom als Dobru een gezicht krijgt op het eiland.
Ambassadeur Ike Antonius bij de eerste aftastende gesprekken om een borstbeeld van Dobru bewerkstelligd te zien.  Foto © Surinaamse Ambassade in Cuba.
De Kom is in andere landen vaker uitgehouwen, maar de kritiek dat hij in eigen land niet genoeg wordt geëerd is niet uitgebleven. Wat Dobru betreft is het de eerste keer dat een beeld van hem wordt vervaardigd.
Anton de Kom voor het huis van zijn schoonmoeder met hond Alex, 1932
Wederzijdse interesse
“Het idee is ontstaan nadat ik de biografie van Cynthia Abrahams over Dobru had doorgenomen”, zegt Antonius. Het verhaal van de patriottische dichter greep hem zo aan dat hij samen met de ambassade er meteen werk van maakte om te bewerkstelligen dat daar een Surinaamse held zou prijken. “Er volgden aftastende gesprekken met het ministerie van Cultuur en de provincie Santiago de Cuba.” Daarbij kwam aan het licht dat de interesse om een beeld van Robin Raveles de echte naam van de dichter in Cuba op te zetten wederzijds was.
De keus voor Santiago de Cuba als standplaats van de sculptuur kwam niet zomaar. “Hij had een speciale band met de heldenstad en heeft er ook gedichten over geschreven”, weet de ambassadeur. Raveles was tevens de grondlegger van het vriendschapscomité dat de banden tussen beide landen moest aanhalen. Bovendien hebben zijn ideeën over het Caribisch Gebied ervoor gezorgd dat de definitie daarvan een andere werd. “Het was een bijdrage van Dobru waardoor de niet Engelssprekende landen toegang kregen tot Carifesta”, zegt de diplomaat.
Ambassadeur Ike Antonius overhandigt documentatie over Dobru aan autoriteiten in Santiago de Cuba

Het beeld wordt in juli volgend jaar onthuld. Er wordt gebruik van de gelegenheid gemaakt van het Festival de Fuego, dat in die zelfde periode gehouden wordt en aan Suriname gewijd is.
Yvonne Raveles-Resida is enthousiast dat het beeld er komt. “Ik vind het een mooie geste. Het is natuurlijk grappig dat de Surinaamse overheid dat nog niet heeft gedaan”, luidt de ongezouten mening van Dobru zijn weduwe. Ze duidt op zijn verdiensten over onder meer het eenheidsbesef bij het Surinaamse volk. Zijn gedicht ‘Wan’ dat die gelijkheid uitbeeldt is bijzonder populair. Ook De Surinaamsche Bank heeft dat werk geadopteerd en deel gemaakt van haar identiteit. “Robin had er veel eerbied en respect voor hoe de Cubanen zich altijd wisten te redden in deze Cuba onvriendelijke wereld en heeft daar ook een heleboel vrienden gemaakt.” Raveles Resida verzekert dat de familie er alles aan zal doen om aanwezig te zijn bij de onthulling. “Misschien niet met zijn allen, want de reis is wel duur.”
Cynthia Abrahams met haar proefschrift over Dobru. Foto © Sam Jones
Ook wordt gewerkt aan een Spaanse vertaling van de biografie over Dobru, die tijdens het 21e internationale boekenfestival van Havana (Feria Internacional del libro) in februari dit jaar werd gepresenteerd door schrijfster dr. Cynthia Abrahams.
[uit de Ware Tijd, 16/04/2013]

‘Surinaams Nationalisme wordt beïnvloed door literatuur’

Ismene Krishnadath bezig met haar lezing over de invloed van literatuur op natievorming en volksnationalisme. Foto © Stefano Tull
Paramaribo – ‘Literatuur, nationalisme en politiek, oftewel de invloed van schrijvers op het maatschappelijk denken in Suriname vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw tot heden.’ Een lange titel voor een lezing van de Schrijversgroep ’77. De inleider was voorzitter Ismene Krisnadath. Ze gaf in vogelvlucht een korte weergave van de geschiedenis van de Surinaamse literatuur. De panelleden waren schrijvers Robby ‘Rappa’ Parabirsingh, Cynthia Abrahams en Gerrit Barron.
Vastleggen
Gerrit Barron. Foto @ Nicolaas Porter

Krisnadath begon haar lezing door Cynthia Mc Leod, Gerrit Barron en Rappa voor te stellen als de schrijvers die tot de populairste zijn uitgeroepen in 2012 door VOS-studenten. Volgens de voorzitter komt de bekendheid doordat zij de Surinaamse identiteit bevestigen en daarom geliefd zijn. Zij schrijven soms ronduit nationalistisch zoals Barron en hebben een bijdrage willen leveren aan de eenheid en verbondenheid van het volk door hun werk. “Dus aan het proces van natievorming”, stelde de inleider.

Nationalistische beweging
“Schrijvers hebben vanaf het begin een duidelijke rol gehad in de nationalistische beweging. Al in 1933 presenteerde Anton de Kom een politiek programma waarin de staatkundige onafhankelijkheid was opgenomen. Vanaf 1959 toonde ook politiek activist/dichter Dobru zich een voorvechter van onafhankelijkheid. Hij was lid van de Partij Nationale Republiek (PNR). Deze politieke partij kwam voort uit de culturele vereniging Wie Eegie Sanie (Ons eigen ding), die algemeen beschouwd wordt als het thuisfront van de groep nationalisten van de zestiger jaren,” legde Krishnadath uit.
Surinaamse identiteit
Taal was een belangrijk element in het nationalistisch denken. Het Sranan was de taal die stond voor de strijd voor het eigene, omdat die taal vanaf 1876 na de invoering van verplicht onderwijs in het Nederlands systematisch was onderdrukt. De inleider roemde hoe de schrijvers toen met woorden de eigen Surinaamse identiteit trachtte te creëren. “Zoals Cynthia Mc Leod met Hoe duur is de suiker?. Zij nam hele dialogen in het Sranan op in het boek.”

 

Jaren tachtig

Uiteraard kon de inleider er niet onderuit om te spreken over de jaren tachtig. De Decembermoorden en de pamfletten die diverse schrijvers uitgaven als protest tegen het gebeuren. Maar ook hoe Surinamers in het begin nog sympathie hadden voor de revolutie en dat enkele schrijvers zich aansloten bij de ideologie, zoals Dobru die minister werd. De inleider eindige met de stelling: kritiek van Nederlandse critici werkt versterkend op de populariteit van schrijvers en personen in Suriname’. Ze haalde als voorbeeld aan Hoe duur was de suiker? van Cynthia Mc Leod dat sterk bekritiseerd is door de Nederlandse Michiel van Kempen. “Ik denk dat de populariteit van Bouterse ook op die manier gestuwd wordt. Het is bekend dat hij niet gelust wordt door de Nederlandse regering. En wat zien we? Bouterse wordt gekozen tot president. Misschien heeft hij dit aangevoeld en gevoed met zijn slogan ‘Neks no fout’. In ieder geval zien we dat hij momenteel als president functioneert en zijn functioneren als zodanig vrij algemeen geaccepteerd is in ons land.”

[uit de Ware Tijd, 30/11/2012]Voor een reactie van Rolf van der Marck, klik hier

Vrouwenempowerment: Dobru!

Op zondag 4 november 2012 organiseert het Vrouwen Empowerment Centrum in Amsterdam-Zuidoost een lezing door Dr Cynthia Abrahams over de Surinaamse dichter, schrijver en politicus R. Dobru (ps. van Robin Raveles). Cynthia Abrahams beschrijft het literaire klimaat in Suriname in de jaren 60 en 70 van de twintigste eeuw met als uitgangspunt het leven van de Dobru, één van de centrale figuren uit de literaire beweging Moetete.

Amsterdam, 20 maart 1971. Anti-koloniale manifestatie met v.l.n.r. R. Dobru ( secretaris PNR Suriname), Pieter de Feyter (algemeen secretaris Nederlands Komitee Internationaal Jongerenwerk) en Godfried van Benthem van den Bergh (lector Institute of Social Studies).  Rijksfotoarchief: Collectie Algemeen Nederlands Fotopersbureau (ANEFO), 1945-1989.

Over de auteur : Cynthia Abrahams groeide op in Paramaribo, Suriname. Zij voltooide haar studie Engelse taal- en letterkunde en literatuurwetenschappen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In november 2010 promoveerde zij aan de Universiteit van Amsterdam als eerste Surinaamse letterkundige op een onderwerp binnen de Surinaamse literatuur.

Met muziek van Dave MacDonald
Datum: zondag 4 november 2012

Tijd: 14. 00
Plaats: Vrouwen Empowerment Centrum, Bijlmerdreef 1301, 1102 TV Amsterdam ZO (schuin tegenover het metrostation Ganzenhoef)
De organisatie is in handen van: SVB en LOSV  (stichting Surinaamse Vrouwen Bijlmermeer met medewerking van de stichting Landelijke Organisatie van Surinaamse Vrouwen )

Website Cynthia Abrahams: www.cabrahams.nl

Geslaagd eerbetoon aan Dobru

door Hans Ramsoedh

R. Dobru
Wan Bon riepen wij hem altijd na als hij op zijn bromfiets voorbij reed of in de Chinese winkel kwam tegenover de A.T. Calorschool op de hoek van de dr. Sophie Redmondstraat en de Rust en Vredestraat. Hij balde dan zijn rechtervuist in de lucht als teken van herkenning of misschien trots. Raveles woonde naast de Chinese winkel en kwam op uitnodiging van de docente leerkracht Nederlands regelmatig op onze school om zijn gedichten voor te dragen. Dat zijn gedicht Wan Bon later uitgroeide tot het nationale gedicht van Suriname hangt voor een zeer belangrijk deel samen met zijn schoolbezoeken waar hij veel jongeren voor het eerst kennis liet maken met poëzie in het Sranan en zelfbewust denken en nationale trots bijbracht.

De biografie over Raveles,
Robin ‘Dobru’ Raveles; Surinamer, dichter, politicus 1935-1983. Wan Bon – Wan Sranan – Wan Pipel, is de handelseditie van het proefschrift waarop Cynthia Abrahams in november 2010 aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde. Dobru, pseudoniem van Robin Raveles en Srananwoord voor dubbel, een verwijzing naar de initialen van zijn voor- en achternaam, was een geëngageerde schrijver die kritiek uitoefende op maatschappelijke misstanden en de personificatie werd van het cultureel en politiek nationalisme in Suriname. Deze studie is geen literaire analyse van Raveles’ werk, maar een aanzet zijn levensloop te beschrijven. Deelvragen in deze studie zijn: welke factoren speelden een rol bij zijn culturele en politieke bewustwording, welke positie nam hij in binnen het cultureel nationalisme in de jaren zestig en zeventig, wat is de relatie tussen zijn dichterschap en zijn bestaan als politicus, wat betekenden nationalisme en revolutie voor hem, hoe bracht hij zijn gedachtegoed naar het Caraïbisch gebied en werd hij door zijn contacten beïnvloed, hoe ziet zijn literaire oeuvre eruit, hoe kan de populariteit van Dobru’s werk tijdens zijn leven worden verklaard en waaruit bestaat de erfenis die Dobru heeft achtergelaten?
Cynthia Abrahams met promotor Michiel van Kempen; foto Rudy Bedacht
Deze studie telt naast de inleiding acht hoofdstukken. In hoofdstuk 1 behandelt de auteur de jeugdjaren van Raveles tussen 1935 en 1955 toen hij het diploma voor de Algemene Middelbare School (laatste drie jaren vwo) behaalde. In tegenstelling tot veel van zijn medestudenten vertrok hij niet naar Nederland voor verdere studie, maar werd ambtenaar bij het Ministerie van Sociale Zaken en volgde in deeltijd de rechtenstudie aan de Surinaamse Rechtsschool.
In het tweede hoofdstuk gaat Abrahams in op zijn kennismaking met en inwijding binnen de culturele beweging Wie Eegie Sanie (wes) in 1957, zijn rol bij de oprichting in 1958 van de nationalistische discussiegroep Kra waaruit een jaar later de Nationalistische Beweging Suriname (nbs) zou voortkomen en zijn ontwikkeling tot nationalistische activist. Raveles zou zich met veel bevlogenheid inzetten voor de ideeën van wes en groeide uit tot een van de grootste idealisten van deze beweging. In zijn rol als activist raakte hij betrokken bij een tweetal incidenten met grote gevolgen voor zijn maatschappelijke loopbaan. Het eerste incident betrof de ‘portrettenaffaire’ in 1960. Een als cadeau aangeboden portret van het Nederlands koninklijk paar aan de rechtenstudentenvereniging bij de opening van haar sociëteitsgebouw werd door nationalistische studenten als een belediging gezien en vervolgens vernield. De verantwoordelijke studenten waaronder Raveles werden door de Surinaamse Rechtsschool voor een maand geschorst. Het tweede incident betrof een mede door hem in 1963 ondertekende communiqué waarin werd geprotesteerd tegen het overheidsbeleid om nationalisten uit overheidsdienst te weren. Raveles belandde een maand in de gevangenis en werd vervolgens vanwege het subversieve en opruiende karaker van het communiqué voor het leven geschorst van de Surinaamse Rechtsschool. Hij stond op het punt van afstuderen en heeft als gevolg hiervan zijn rechtenstudie niet kunnen voltooien. Het betekende ook zijn ontslag uit overheidsdienst, waarin hij tot aan zijn verkiezing in het Surinaamse parlement in 1973 geen enkele functie heeft bekleed.
Zó gaan wij het samen doen (1980) van onderminister Raveles
In hoofdstuk 3 bespreekt Abrahams zijn werkzaamheden als journalist en fulltime dichter/schrijver in de periode 1963-1970. Na zijn ontslag uit de gevangenis werd Raveles journalist bij het weekblad De Vrije Stem en het dagblad Suriname. In dit hoofdstuk is er voorts aandacht voor zijn rol binnen de nationalistische schrijversgroep Moetete (1967-1970) die zich verzette tegen de invloed van de koloniale cultuurpolitiek van het Cultureel Centrum Suriname (CCS) en de ontwikkeling van de vriendschap met Stanley Brown van de linkse Frente Obrero op Curaçao.
Raveles’ tot nu toe relatief onbekende rol als Surinames cultureel ambassadeur in het Caraïbisch gebied tussen 1968 en 1981 is het centrale thema in hoofdstuk 4. Door zijn optreden en het uitdragen van zijn ideeën vond Suriname in cultureel opzicht aansluiting bij de regio. Werd tot begin jaren zeventig het Caraïbisch gebied beperkt tot de Engelssprekende gebieden, Raveles’ inspanningen hebben ertoe bijgedragen dat behalve Suriname en de Nederlandse Antillen ook de Frans- en Spaanstalige landen aansluiting vonden bij Carifesta, het Caraïbisch cultureel festival. Hij wordt daarom gezien als een van belangrijkste voorvechters van de Carifesta-gedachte waaruit de grote Caraïbische familie zou ontstaan. Suriname werd voor Caraïbische schrijvers synoniem met ‘Dobru land’. In dit hoofdstuk besteedt Abrahams ook ruime aandacht aan Raveles’ liefde voor Cuba.
In hoofdstuk 5 staat Raveles’ politieke carrière tussen 1961 en 1980 centaal. In 1961 werd de eerdergenoemde nbs getransformeerd tot de Partij Nationalistische Republiek (PNR) met als belangrijkste doelstelling de onafhankelijkheid van Suriname. Raveles was vanaf het eerste uur de partijsecretaris/ secretaris-generaal van de partij. In 1973 werd Raveles namens de pnr verkozen als parlementslid waarbij hij zich als nationale ombudsman ontpopte. In de Handelingen van de Staten zijn er nauwelijks redevoeringen van Raveles als parlementariër terug te vinden. Volgens Abrahams had hij weinig op met breedvoerige redevoeringen. Dikwijls schreef tijdens parlementsvergaderingen gedichten terwijl hij naar collega-Statenleden luisterde. Zijn Statenlidmaatschap duurde tot 1977. De staatsgreep in februari 1980 bood nieuwe kansen aan nationalisten van de PNR die sedert 1977 geen zetel meer hadden in het parlement. Raveles werd benoemd tot onderminister van Cultuur, een functie die hij slechts vijf maanden bekleedde waarna hij na zijn aftreden werkzaam bleef op de afdeling Cultuur. Hij steunde vanaf het begin de militaire staatsgreep omdat dit de omwenteling was waar hij met zijn nationalistische kompanen vanaf de beginperiode van de NBS en de PNR naar hadden gestreefd. Ook na de Decembermoorden in 1982, waarbij enkele getrouwe literaire en politieke vrienden van hem tot de slachtoffers behoorden, bleef hij trouw aan de ‘revolutie’ van de militairen. Door deze loyaliteit werd Raveles een omstreden figuur en door velen beticht van politieke naïviteit en verdediger van een autocratisch regime. Jammer is dat Abrahams niet dieper is ingegaan op het waarom van de onvoorwaardelijke steun van Raveles aan de militairen na de decembermoorden in 1982. Hadden de echtgenote, familie en vrienden van Raveles die zij geïnterviewd heeft over zijn opstelling met betrekking tot de decembermoorden niet meer te vertellen dan de door hem achtergelaten geschreven teksten?
In hoofdstuk 6 gaat Abrahams in op Raveles’ ziekte, zijn behandeling op Cuba en zijn overlijden op 17 november 1983. Raveles’ poëzie en proza staan centraal in het voorlaatste hoofdstuk. Zijn oeuvre wordt beschreven om te illustreren hoe de tijdgeest hem motiveerde tot het kiezen van zijn onderwerpen. Het laatste hoofdstuk is samenvattend en concluderend van aard.
Deze studie is een geslaagde eerbetoon aan een Surinaamse griot en de dichter des vaderlands in Suriname die (in de woorden van de PNR-nationalist Eugène Gessel) een biografie verdiend heeft. Informatief in deze studie zijn de Caraïbische contacten van Raveles die in zijn eentje Suriname op de Caraïbische literaire kaart plaatste en een van de eerste Surinaamse schrijvers was die zich manifesteerden binnen het Caraïbisch gebied. Abrahams heeft met haar proefschrift over Dobru een voor het brede publiek lezenswaardige studie geschreven over een van de belangrijkste cultuurdragers van Suriname in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Cynthia Abrahams, Robin ‘Dobru’ Raveles; Surinamer, dichter, politicus 1935-1983. Wan Bon – Wan Sranan – Wan Pipel. Amsterdam: Rozenberg Publishers, 2011. 427 p., isbn 9789036102070, prijs € 24,95.
[uit Oso 2012.1]

Abrahams in Cuba

Schrijver en dichter Robin ‘Dobru’ Raveles krijgt meer bekendheid tijdens het 21ste Internationaal Boeken Festival van Cuba. Vandaag presenteert Cynthia Abrahams namelijk haar eigen publicatie over Dobru in Casa de Las Americas, één van de voornaamste instituten voor cultuuronderzoek te Cuba. Abrahams maakte eerder tijdens dit festival deel uit van een panel bestaande uit wetenschappers en schrijvers uit het Caribisch Gebied en Latijns-Amerika.

Dr. Cynthia Abrahams naast schrijver Lenito Robinson van Columbia tijdens haar presentatie over Cultuur en Identiteit. Foto: Directoraat Cultuur

Tijdens haar bijdrage sprak zij over cultuur en identiteit vanuit het Surinaams historisch perspectief. Zij gaf aan dat etnische groepen in de multi-etnische en multi-linguale Surinaamse maatschappij zich ervan bewust zijn dat nation building en nationale eenheid van groot belang zijn. Ze besprak eveneens de rol die voor de Surinaamse schrijvers is weggelegd bij de creatie van deze eenheid. Haar presentatie werd bijgewoond door de president van Casa de Las Americas Roberto Fernandez Retamar en Yolanda Wood, Directeur van het Centrum voor Caribische studies, terwijl Surinames Ambassadeur te Cuba, Ike Antonius, en de ambassadestaf ook aanwezig waren.

Dobru boekpresentatie op Cuba Bookfair

Dobru als jongeman

Binnenkort vertrekt dr. Cynthia Abrahams naar The Havana Book Fair, die van 9 – 19 februari in Cuba wordt gehouden. De beurs is een van de grootste en druk bezochtste evenementen op het eiland. Dit jaar wordt speciale aandacht besteed aan de volkeren van het Caribisch gebied. Er zal een delegatie van Cultuur uit Suriname naar Cuba afreizen. Dr. Abrahams zal op de bookfair een presentatie verzorgen over Dobru en de boekversie presenteren van haar proefschrift Biografie Wan Bon – Wan Sranan – Wan Pipel; Robin ‘Dobru’ Raveles, Surinamer, dichter, politicus (1935-1983). Dobru was erg bekend in het Caribisch gebied en had veel vrienden op Cuba. Dr Abrahams zal ook een lezing zorgen voor de Cubaanse uitgeverij Casa de las Americas. Haar bezoek aan Cuba is een mooie gelegenheid om het boek ook daar aan te bieden, aangezien Abrahams voor haar proefschrift onderzoek over Dobru heeft gedaan bij de Casa de las Americas.

Dobru-biografie gedoopt

Op 29 november j.l. werd in het Nationaal Archief in Paramaribo de biografie van dichter-politicus R. Dobru door Cynthia Abrahams ten doop gehouden. Een foto-impressie.
Cynthia Abrahams met kunstenaar Erwin de Vries, die het portret van Dobru op het voorplat van het boek maakte

 

Cynthia met Jenny Simons, voorzitter van DNA

 

Op de eerste rij de familie-Raveles

Cynthia Abrahams met de weduwe van Dobru, mevr. Wonny Raveles-Resida

 

Met taalkundige Hein Eersel

Met dichter Celestine Raalte

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter