blog | werkgroep caraïbische letteren

Taalambassadeur Radna Fabias

De Week van het Nederlands zette dit jaar in op de veelzijdigheid van de taal. Taalambassadeur Radna Fabias (dichter uit Curaçao) helpt die meerstemmigheid en veelvormigheid mee uit te dragen: zij groeide meertalig op te Curaçao en verhuisde vervolgens naar Nederland. Fabias vertelt hoe zij het Nederlands heeft verworven en hoe zij die ervaart.

Radna Fabias, 9 november 2019 tijdens de 9de Caraibische Letterendag in de OBA. Foto @ Jet Budelman/Werkgroep caraïbische Letteren

Radna: ‘Mijn taalverwerving is nogal chaotisch verlopen. Op Curaçao werd ik als kind via grootouders en andere familieleden blootgesteld aan het Papiamentu, maar ik volgde Nederlandstalig onderwijs en sprak thuis ook Nederlands met mijn moeder. Op de basisschool had ik geen keus. Ik ben er weleens nogal koloniaal op gewezen dat de communicatie op de speelplaats in het Nederlands moest. Op die plek. Een vreemd soort dwang eigenlijk. Daarbij: het Nederlands dat ik op school leerde, werd nauwelijks op die manier gesproken in mijn omgeving. Het Nederlands buiten het onderwijs op het eiland was veel beweeglijker, veel vloeibaarder, liet veel meer invloeden uit de omgeving toe dan de rigide, wat archaïsche versie in het onderwijs. Daarbij sprak niet iedereen daar Nederlands. De taalbeheersing van het Nederlands hing vaak samen met de sociaaleconomische positie van de spreker. Dat zorgde ook voor spanningen.

Verder leerde ik op school naast Nederlands ook Brits -Engels, terwijl ik toen nooit een Brit had gezien of gesproken. Wel werd ik dagelijks blootgesteld aan muziek, films, series en mensen uit Noord-Amerika en Engelstalige eilanden in de regio. Dat was heel ander Engels. En ik leerde ook Spaans uit Europese boeken met Europese klanken en vocabulaire, maar consumeerde Midden- en Zuid-Amerikaanse media en sprak Spaans met mensen die verschillende varianten uit de regio spraken. Taal is voor mij heel vloeibaar. De grenzen tussen verschillende talen zijn zacht; voor mij dan.

In Nederland wordt er regelmatig van me gevraagd om hardere grenzen te hanteren. Soms voelt het alsof ik dan speelsheid moet inleveren om misverstanden te voorkomen. Ook zijn voor mij tongval, vocabulaire en dergelijke geen vanzelfsprekendheden. Dat zijn gewoon keuzes. In mijn hoofd zweeft alles door elkaar en ik pak wat ik nodig heb of wat zich als eerste aandient en soms wat mij de minste moeite kost. Taal is zo voor mij ook altijd een beetje een spel, waarmee ik niet zeg dat het spel onschuldig is. Taal is ook gewelddadig.’

Als je aan zoveel verschillende talen bent blootgesteld, op welke manier word je dan gevormd?

Radna: ‘Niets is vanzelfsprekend. Dat is ergens heel vermoeiend. Ook ken ik geen veiligheid in taal. Er is geen taal waarin ik mij echt stevig voel, waarin ik het idee heb dat ik echt over voldoende woorden beschik om te zeggen wat ik wil zeggen. Gevoelsmatig ligt overal miscommunicatie en onbegrip op de loer. Tegelijkertijd heb ik door diezelfde meertaligheid wel toegang tot meerdere bronnen en kan ik verbanden leggen, die mensen die slechts één taal spreken wellicht minder snel zullen leggen. Dat voelt rijk. En ik kan me op veel plekken redden. En een voor mij nuttige bijwerking van die chaotische taalverwerving is dat ik niet al te rigide met taal omga. Er is een zeker gebrek aan eerbied voor regels. Daar heb ik als schrijver veel aan.’

Op welke manier zou je werk veranderen, als je niet in het Nederlands zou schrijven?

Radna: ‘Dan zou ik waarschijnlijk minder de behoefte voelen om iets te slopen. Die neiging heb ik vaak als ik in het Nederlands poëzie schrijf. Alsof ik moet rommelen aan het ding, voordat ik erin pas zonder iets te worden wat ik niet ben. Ik heb niet per se een vriendelijke relatie met het Nederlands. Ik zie het niet als iets wat ik moet beschermen of heel erg moet koesteren. Misschien geef ik voor een deel in mijn werk terug wat ik van Nederland en het Nederlands heb gekregen? Mijn schrijfproces zou in een andere taal mogelijk wat relaxter zijn, maar het werk zelf? Ik kan me eigenlijk niet voorstellen wat ik dan zou schrijven.’       

je hoort verhalen
‘ze komen de vrouwen betasten de mannen verleiden goud oogsten hun nagels zijn zwart
Van de kuilen die ze voor anderen graven ze drinken’
‘ze drinken jenever om hun reptiellichamen op te warmen vangen hagel op in bekers
om hun frisdrank mee te koelen ze zijn bovennatuurlijk’
ze zijn bovenmenselijk hun navelstreng is nooit doorgeknipt is lang is dik is taai is 12.000 kilometer lang strakgespannen over de oceaan’
‘hun kinderen zijn koorddansers alleen de moedigste durven de weg naar huis af te leggen velen komen
er te laat achter dat het touw slap is’
‘slechts een enkeling thuis’

Radna Fabias, Habitus. Gedichten. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers. 2019. ISBN 978 90 295 2380 6

Link Week van het Nederlands hier

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter