blog | werkgroep caraïbische letteren

Suriname is Zuid-Amerikaans

door Jerry Dewnarain

Suriname maakt deel uit van het Zuid-Amerikaanse continent. Het is het enige land waar Nederlands gesproken wordt tussen de vele landen waar het Spaans de taal is en in het grote Brazilië het Portugees. Ondanks dit taalverschil kan de Surinaamse literatuur gerekend worden tot de Zuid-Amerikaanse, alleen al vanwege het feit dat deze vaak de orale literatuur als bron heeft. Verder zijn er thema’s die in de literatuur van veel Zuid-Amerikaanse landen voorkomen, in mindere mate in die van Suriname. Thema’s zoals militaire dictatuur, mensenrechtenschendingen, angst en terreur, overspel, grootgrondbezit, armoede en zwarte magie zijn enkele voorbeelden.

Paramaribo Michiel van Kempen

Paramaribo, Zwembad Eco Resort. Foto © Michiel van Kempen

Er is nog een overeenkomst waarom ons land Zuid-Amerikaans is: alle landen van dit continent hebben een koloniale geschiedenis en vele ook de dictatuur gekend; sommige landen zelfs langdurig, met gruwelijke mensenrechtenschendingen, angst en terreur. Suriname is dus hierin geen buitenbeentje.
De Surinaamse literatuur omvat – evenals de Zuid-Amerikaanse – orale en geschreven teksten, poëzie, proza en toneel, communicatieve uitingen die een aspect van literaliteit bezitten, fantasie bijvoorbeeld of klankeffecten. In Suriname komen de orale teksten voort uit de door verschillende bevolkingsgroepen gehanteerde talen. Door deze literatuur worden tradities en identiteit versterkt.

Paramaribo Michiel van Kempen (1)

Paramaribo. Foto © Michiel van Kempen

Nadat de voormalige koloniën zich in de periode van 1810 (Argentinië) tot 1824 om economische redenen hadden vrijgevochten van het Spaanse moederland – Cuba en Puerto Rico werden pas in 1898 onafhankelijk, om kort daarop afhankelijk te worden van de Verenigde Staten -, kan men spreken van een Spaans-Amerikaanse literatuur. Deze literatuur weerspiegelde tot ongeveer 1880 de sociale en politieke problemen waarmee de nieuwe republikeinen, die na de vrijheidsoorlogen in een fase van burgeroorlogen terechtkwamen, worstelden. Ook in Suriname wordt de literatuur vlak voor en na de onafhankelijkheid gekenmerkt door sociale en politieke thema’s zoals armoede, corruptie, grootgrondbezit en sociale strijd. Denk aan ‘Wie Eegie Sanie’. Later komt de militaire dictatuur met mensenrechtenschendingen. Daarover is helaas maar weinig geschreven. In een kleine gemeenschap is het moeilijker om over heikele onderwerpen uit de realiteit te schrijven.

 

el_dorado_2

Eldorado

Kort na de onafhankelijkheid werd de literaire context in de jonge vooral Spaanstalige republieken, uit Europa, vooral Frankrijk, overgenomen. Aangepaste romantiek in een continent dat geen middeleeuwen had om op terug te vallen bij het zoeken naar de wortels van het eigen nationaliteitsbesef, maar dat wel een inheems verleden bezat. Suriname heeft eveneens dit verleden. Schrijvers begonnen hun omgeving met andere ogen te zien. In de ex-Spaanse koloniën overwoekerde tot in de twintigste eeuw de rol van de natuur vooral in proza de ontwikkeling van romanfiguren.

Vanaf het einde der zeventiger jaren ontstond het ‘modernismo’. Dat modernisme manifesteerde zich vooral op het gebied van de poëzie en onderging sterke invloed van Franse bewegingen – parnasse en symbolisme -, terwijl het op het formele vlak grondig experimenteerde met de Spaanse versleer. Onze Trefossa deed dat ook met het Sranan. Hij wilde tonen dat het Sranan een volwaardige taal is waarin je ook sonnetten kunt schrijven.

4daf0852-1aee-11e4-879d-8dcf9314bc21

De prozaliteratuur van het einde van de 19de eeuw laat zien dat de oorspronkelijke bewoners, de inheemsen, een sterk ondergeschikte, marginale rol spelen. Pas vanaf de jaren veertig van de twintigste eeuw wordt deze bevolkingsgroep vooral in de literaturen van de Latijns-Amerikaanse landen opgenomen als mensen (behorend tot sterk uiteenlopende rassen en culturen van Midden- en Zuid-Amerika) die alleen beschreven kunnen worden als men hun taal en gewoonten, hun kosmos en folklore, hun geschiedenis en heden kent. Enkele grote voorbeelden zijn de Peruaan José Maria Arguedas met zijn roman uit 1958: Los rios profundos (De diepe rivieren) waarin de botsing tussen de ‘blanke’ en de ‘indiaanse’ cultuur de thematiek is. En ‘Het woord van de verteller’ uit 1987 van Mario Vargas Llosa over hoe orale indiaanse vertellingen verloren dreigen te gaan. En niet te vergeten de historische roman Malinche uit 2005 van de Mexicaanse Laura Esquivel over de indiaanse minnares van de veroveraar Cortés in het Mexico van de 16de eeuw. Dat zijn maar enkele voorbeelden. Typisch dat deze groep heel weinig voorkomt in de Surinaamse literatuur. Albert Helman mag tot een van de eerste twintigste eeuwse schrijvers gerekend worden die over de inheemsen in prozavorm heeft geschreven. Hoofden van de Oayapok! uit 1985 is een prachtige korte roman over de ondergang van een indiaans volk in Frans-Guyana in de eerste helft van de 20ste eeuw. Helman heeft de roman zelfs geschreven in ‘redevoeringen’, de stijl van de inheemsen.

 

En dan hebben we de grote Colombiaanse Gabriel García Márquez, de ultieme commentator van de dilemma’s van het menselijk bestaan. Zijn thema’s – liefde en dood, liefde en verraad, macht en achterdocht – zijn subtiel en gevoelig en hij toont een verbazingwekkend bewustzijn van de onoplosbare paradoxen en tegenstellingen. Net als bij Shakespeare, Proust en Faulkner (aan wie hij het meest te danken heeft) is zijn aantrekkingskracht universeel. Opvallend is het feit dat vele grote Zuid-Amerikaanse schrijvers zich lieten inspireren door Europese, met name Franse schrijvers. Velen van hen vestigden zich dan ook een tijdlang in Parijs.
Zo lees ik Márquez om de eenzaamheid en achtervolgingswaan van de almachtige negentiende-eeuwse, militaire caudillo te begrijpen, of de koppige vijandschap van dorpelingen die geslagen zijn door armoede en ziekte, geweld en angst van het ene decennium naar het volgende. Helaas zijn de meeste Surinaamse schrijvers nog niet zover en schrijvers uit de wereldliteratuur als voorbeeld nemen, dat is er niet bij!

proust

Marcel Proust

Astrid H. Roemer heeft in haar trilogie van eind vorige en begin deze eeuw wel gedurfd de militaire dictatuur en de terreur daarvan in Suriname aan de kaak te stellen. Zij woont in Nederland, op afstand dus, zoals ook veel grote Latijns-Amerikaanse auteurs in het buitenland woonden toen zij hun maatschappijkritische romans schreven.

 

Drieling

Macondo, het dorp dat centraal staat in Honderd jaar eenzaamheid van Márquez, werd een metafoor voor de welhaast middeleeuwse magie en achterlijkheid die synoniem zijn voor het Zuid-Amerikaanse dorpsleven, wat ook in Suriname herkenbaar is, maar waar hier geen roman over is. (Binnenkort komt er een uit bij Rappa!) Ten slotte nog een belangrijke overeenkomst tussen de Surinaamse en Zuid-Amerikaanse literatuur: de invloed die orale vertellingen hebben gehad op Zuid-Amerikaanse schrijvers. Het grootste deel van zijn jeugd bracht García Márquez luisterend door, met open mond, naar de onwerkelijke verhalen vol geesten en andere onwereldse schepsels die zijn grootmoeder hem vertelde. De verhalen bezorgden hem een opgewonden, angstige verrukking. Jaren later schreef hij het magisch realisme waarin hij zijn beroemde verhalen verwoordde, toe aan de vlakke, emotieloze wijze waarop zijn abuelita (oma) de meest vreemde, surrealistische vertellingen bracht. De grote Surinaamse schrijvers en vertellers zoals Cairo, Ferrier, Vianen en Roemer hebben ook geput uit de orale vertellingen van hun oma of opa.

 

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter