blog | werkgroep caraïbische letteren

“Spelen met taal zit in het DNA van Surinamers”

Op 21 september vulde TivoliVredenburg zich tot de nok met bezoekers voor een bijzonder programma rond 50 jaar Srefidensi – de onafhankelijkheid van Suriname. Schrijver Karin Amatmoekrim ging in gesprek met Chris Polanen, Guus Pengel en Xillan Macrooy. Moderator Shantie Singh leidde het gesprek vakkundig in drie delen: de tijd rond de onafhankelijkheid, de roerige jaren tachtig en negentig, en tenslotte het heden en de toekomst. Wat volgde was een rijk, gelaagd gesprek tussen drie generaties Surinaamse Nederlanders over literatuur, identiteit en verandering.

Polanen en Pengel, die de onafhankelijkheid bewust meemaakten terwijl ze in Nederland woonden, deelden persoonlijke herinneringen. Kort na 1975 reisden hun gezinnen allebei naar Suriname — de één uit patriottisme, de ander door familieomstandigheden. Wat hen bijbleef: elke schooldag begon met het Surinaamse volkslied. Het land ademde onafhankelijkheid, ook in de literatuur. Grote namen als Cairo, Roemer, Dobru en Shrinivasi sierden de leeslijsten — voor pubers misschien zware kost, maar een onmiskenbare inspiratiebron voor hun eigen schrijverschap.

Kijk hier het gesprek terug


Voor Amatmoekrim was de kennismaking met Surinaamse literatuur minder vanzelfsprekend. Op de middelbare school in Nederland las ze uitsluitend Europese auteurs. Pas tijdens haar studie Nederlands ontdekte ze schrijvers van eigen bodem. “Kunst moest verbinden, hoop bieden — misschien té veel,” reflecteerde ze. “Maar literatuur mag ook kritisch zijn. Een spiegel.”
In Paramaribo bracht dichter Michael Slory de literatuur letterlijk het klaslokaal in. Door zijn eigen werk voor te dragen en te verkopen, liet hij een onuitwisbare indruk achter. Amatmoekrim prees zijn lef, ondernemerschap en eigenheid. “Voor veel Surinaamse schrijvers was kunst geen carrière-optie. Je diploma was je man.” Ook de levenslopen van de andere panelleden bevestigen dat. Schrijven gebeurde náást studies psychologie, economie of diergeneeskunde — vaak pas op latere leeftijd. Polanen: “Schrijven hield me overeind in Holland. Mijn lijf was hier, maar mijn hoofd bleef in Suriname.” Alleen Macrooy koos direct voor een kunstopleiding.
Na de militaire coup viel het literaire leven in Suriname grotendeels stil. Overleven kreeg voorrang. Slechts enkelen, zoals Orlando Emanuels en Gerrit Barron, bleven schrijven. Pas met Hoe duur was de suiker van Cynthia McLeod keerde de literaire energie terug.
Eén naam keerde steeds terug in het gesprek: Edgar Cairo. Zijn taalvirtuositeit, postkoloniale visie en eigen stijl maakten diepe indruk. Terwijl het Surinaams-Nederlands toen nog werd gemarginaliseerd, durfde hij zijn eigen taal te creëren.
Voor Macrooy, inmiddels zelf schrijver en muzikant, bleef het gebrek aan queer representatie op de middelbare school wringen. “Toch zat het er al wél in, bij Cairo.” Met een groep dertigers duikt hij nu in het werk van Cairo, Astrid Roemer, Bea Vianen, Leo Ferrier en Joanna Werners’ Droomhuid, op zoek naar queer perspectieven. “Die meervoudigheid verdient ook een plek in de literatuur.”
Een van de hoogtepunten van de middag was Macrooys voordracht uit zijn fonkelnieuwe roman Mensen als zonnen en mensen als manen. Het boek is het eerste deel van een drieluik. Vanaf november staat hij op de planken met zijn voorstelling A Coming of (R)age Ritual, en verschijnt zijn muziekalbum Son. Als queer schrijver voelt hij zich onderdeel van een literaire erfenis. “Ik sta op de schouders van Cairo en Werners. Mijn hoop? Schrijven vanuit joy, in plaats van alleen vanuit pijn.”
Aan het eind van het programma kijkt Singh vooruit: hoe ziet de Surinaams-Nederlandse literatuur eruit over 50 jaar? Polanen is optimistisch: “Die blijft bestaan. Schrijven is de ultieme manier om je identiteit te laten zien.” Amatmoekrim voorspelt dat Surinaams-Nederlandse schrijvers de Nederlandse literatuur zullen verrijken met magisch realisme en nieuwe vertelvormen.
Taal blijft daarbij een krachtig instrument. De jongerentaal in Nederland wordt steeds meer beïnvloed door het Surinaams-Nederlands. Macrooy vatte het treffend samen: “Spelen met taal zit in ons DNA. In Suriname werd door ontmoeting van mensen met verschillende taalachtergronden een nieuwe taal gesmeed en het is spannend wat er door de ontmoeting met 170 nationaliteiten met de taal gaat gebeuren.”
Wie had 50 jaar geleden gedacht dat de taal van een net onafhankelijk geworden land het fundament zou vormen van hoe jongeren in Nederland nu spreken?

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter