blog | werkgroep caraïbische letteren

Scholieren in trance: ‘In Jezus’ naam, ga weg uit het kind!’

Foto: Jason Leysner
door Nikki Mulder
Mulo Wageningen is de laatste school in rij die kampt met scholieren die in trance raken. Volgens past-life therapeut Pocornie zijn tieners bijzonder kwetsbaar voor belagingen door dolende zielen. “Pubers zitten tussen hun kindertijd en volwassenheid in. Ze zijn te oud voor een pop, te jong voor de liefde.”
Na Pikin Slee, Nieuw Aurora, Copieweg en Totness was het dan nu de beurt aan Wageningen. De Mulo is sinds februari in de greep van scholieren die, midden in de les, bezeten raken. Een stoet geestelijk leiders liet hun licht schijnen op de problematiek, maar had uiteindelijk geen succes. De laatste die zich eraan heeft gewaagd is theoloog Leendert Pocornie met zijn team van past-life therapeuten. De school is afgelopen week officieel weer begonnen, en het lijkt erop dat de rust is teruggekeerd…
Past-life therapeut Leendert Pocornie begeleidt personen die last hebben van spirituele belaging. “In de naam van Jezus, ga weg uit het kind”, zijn woorden die volgens de geloofsexpert absoluut uit den boze zijn. Foto: Irvin Ngariman
Alleen bidden zou hen kunnen helpen. Een aantal meisjes op de Mulo in Wageningen haalde vanaf begin februari het nieuws omdat ze regelmatig ‘in trance raakten’. Ze schoven en gooiden met stoelen, gilden en renden door de klas, waren agressief en niet aanspreekbaar en zakten na hun ‘toeval’ als vaatdoeken in elkaar. De school was ontregeld, mensen waren bang, leerkrachten en ouders zaten met hun handen in het haar. Schoolleider Sandra Fernand constateerde een ‘geestelijk probleem’ bij de leerlingen en nodigde leiders van verschillende geloofsrichtingen uit op de school. Zij hielden gebedsdiensten en hadden allemaal een ander oordeel over de meisjes. De dominee had het over kwade geesten, boze machten en amuletten. Voor de camera van SBS Nickerie drong hij bij de jongeren aan op een keuze; het zou beter zijn als ze Here Jezus zouden dienen. De hindoepriester stelde de volgende dag dat er veel toneel gespeeld werd en dat de kinderen niet echt bezeten waren.
Fiasco
Al die geestelijke assistentie mocht echter niet baten. Leendert Pocornie is onverbiddelijk over die eerste hulppogingen: “Het is op een fiasco uitgelopen. Door wat die geestelijken gedaan hebben, manifesteerde de negatieve energie zich nog sterker in de kinderen. Hetwerd erger.” De theoloog sluit zijn ogen en zoekt naar een voorbeeld. “Alsof je gewoon verliefd bent, maar er plots iets gebeurt waardoor je smóórverliefd wordt.” Op aanvraag van de gemeenschap trok hij daarom samen met pastlife therapeuten Harry Mungra, Armand Amatali en Ramsoemeer Nanden naar Wageningen om de kinderen, ouders en leerkrachten te begeleiden. Pocornie studeerde theologie in België en spitste zich toe op alle geloofsovertuigingen die in Suriname vertegenwoordigd zijn. Momenteel werkt hij niet meer, zegt hij. “Ik doe niets. Ik eet alleen de krenten uit de pap.” Hij zet zich nog wel in voor een radiostation, begeleidt mensen in “spirituele nood” en is pastlife therapeut. Naar zijn leeftijd mogen we enkel raden. De godsgeleerde leeft van moment tot moment en plant geen twee dagen vooruit. Dat moet, zegt hij, zodat hij direct beschikbaar is in geval van nood, bij zelfmoorden bijvoorbeeld. Hij schenkt een glas soft in voor zichzelf met een scheutje Mariënburg Rum, groengekleurd van kankantriebladeren (“Dit heeft een grote invloed op mijn hersenen”) en steekt een sigaar op (“Ik stop pas zodra de eerste indiaan overlijdt aan longkanker”).
Bidden
“Ik geloof wel in gebed”, verzekert hij. Pocornie staat op uit zijn stoel en gaat zijn mini bibliotheek af op zoek naar een “dikke pil”, een standaardwerk gebedsgenezing. Die staat ergens tussen de Bijbel, de Koran, een boek over ayurveda en de filosofieklassieker De wereld van Sofie, maar hij kan hem niet vinden. Wel stelt de theoloog dat bidden niet altijd op dezelfdemanier kan. “In de naam van Jezus, ga weg uit het kind”, zijn woorden die meestal gebruikt worden in zulke gevallen, maar die volgens de geloofsexpert absoluut uit den boze zijn. “Dat ding wordt heftiger, agressiever, omdat het in het nauw gedreven wordt”, doceert hij. Zoiets gebeurde in Wageningen, maar ook op andere scholen die de ‘trance’ van hun leerlingen in eerste instantie met gebed te lijf gingen.

Sterven
Hij ziet het vreemde gedrag van de meisjes niet als ‘trance’, maar als belaging of aanhechting door een entiteit, een ziel die nog niet naar het hiernamaals is overgegaan. Zo’n ziel of kra is volgens Pocornie in zijn of haar sterfproces onderbroken en is daardoor onbewust gestorven. “Sterven is een proces, dat moet niet brap – plotseling van het ene op het andere moment – gebeuren.” Wil je verwerkt sterven, dan ga je volgens Pocornie door vijf fasen. Eerst komt ontkenning. “Dat is wanneer de dokter tegen je zegt dat je het niet gaat halen en jij reageert met: nee, dat kan niet waar zijn.” Vervolgens word je boos: op de oorzaak van je overlijden, op God, op alles. Daarna begin je met marchanderen of afdingen: “Loven en bieden. Ik stort een deel van mijn spaargeld voor het Leger des Heils, maar dan moet ik wel beter worden.” Mensen worden daarna nog depressief als ze tot de conclusie komen dat er geen uitweg is, maar aanvaarden uiteindelijk hun lot. Voor iemand die niet bekend is met zijn wereldbeeld, zijn Pocornie’s ideeën en gedachtesprongen niet altijd even gemakkelijk te volgen. “Praten met ingewijden is gemakkelijker”, zegt hij. De theoloog doet daarom ook alle moeite om de rode draad van zijn verhaal niet uit het zicht te verliezen. Regelmatig sluit hij zijn ogen, zodat hij zijn argument in het donker terug kan vinden.
Ga weg!
Een ziel die onbewust of in ontkenning is gestorven, verblijft in wat de theoloog het ‘tussenbestaan’ noemt en is zich niet altijd bewust van het feit dat het dood is. Het blijft hangen en is op zoek naar rust. Dan kan het dus gebeuren, zegt Pocornie, dat zo’n entiteit bezit neemt van mensen, in dit geval leerlingen. Als je dan tegen zo’n belagende ziel zegt: “Ga weg!” zal je volgens hem weinig resultaat behalen. “Want waar gaat die naartoe? Die kan toch nergens heen. En dan gaat het protesteren.” Het enige recept tegen zulke bovennatuurlijke belagingen is contact leggen met die ziel, uiteraard via de mens waarvan het op dat moment bezit heeft genomen. Dat heeft Pocornie dus ook in Wageningen geprobeerd. Bij enkelen van de slachtoffers kon de ziel namelijk praten. “Ze vertellen over hun status vlak voor het fatale moment.” Hij wil niet ingaan op wat er precies aan de hand was met de entiteiten, maar geeft in plaats daarvan een voorbeeld. “Dat het in een auto zit bijvoorbeeld, even voor die aanrijding, en in een fractie is het gebeurd.”
Hamvraag
Wat zegt hij dan tegen die kra? “De hamvraag!”, kondigt hij aan, wijzend met zijn vinger: “Ben je gelukkig?” Natuurlijk zal de ziel eerst jokken, zegt de theoloog, want vaak is het onzeker. Hij weet echter wel wat het antwoord moet zijn. Als het dan eindelijk toegeeft dat het in zijn of haar huidige toestand niet gelukkig is, biedt hij aan: “Ik kan ervoor zorgen dat je je geluk hervindt. En dan pas leg ik uit: je bent dood.” Bij het horen van dat nieuws kan een ziel “behoorlijk tegenstribbelen”, “maar je moet zacht en diplomatiek proberen om het tot inzicht te laten komen dat het dood is.” Het doel van Pocornie’s sessies is dan ook om de dolende ziel te laten accepteren dat het is gestorven, zodat het eindelijk naar het licht kan gaan. “Dus”, benadrukt de theoloog, “niet het meisje heeft een probleem, maar dat ding!”Zijn wenkbrauwen gaan omhoog  en hij wijst nog eens, om dat laatste punt te onderstrepen. “Heb je ‘m? Bingo!”
Kwetsbaar
Dat het vaak Muloscholieren zijn die slachtoffer worden van deze dolende zielen is volgens hem heel logisch. “Pubers zijn kwetsbaar, ze zitten tussen hun kindertijd en volwassenheid in. Ze zijn te oud voor een pop, te jong voor de liefde.” In Wageningen werd het probleem door sommige mensen echter niet serieus genomen, en dat neemt Pocornie hen kwalijk. “Het zelfbeeld van die meisjes was aangetast. Ze stelden zich aan, werd er gezegd.” Toen de theoloog in beeld kwam, zaten de meeste meisjes die belaagd werden al twee weken thuis en konden weinig meer doen. “Ze waren geradbraakt.” Sommigen van hen hadden lichamelijke pijnen op de momenten van belaging. “Eén meisje had vaak urenlang het gevoel alsof iemand met twee handen haar benen probeerde te breken”, zegt hij terwijl hij dat met zijn handen uitbeeldt. “Het is niet just something, het is real.” Pocornie leunt achterover in zijn stoel en vouwt zijn handen, aan beide pronkt een ring met het yin-yangsymbool. “Na het debacle van het begin” verwacht hij nu, na alle sessiesmet zijn past-life team, dat de manifestaties niet terugkeren in Wageningen. Hij kijkt naar zijn telefoon en zegt, om zijn argument af te sluiten, “De school is vanaf vandaag weer open, en ik  ben nog niet gebeld.”
 [uit de Ware Tijd, 20/04/2013]

1 Trackback/Ping

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter