blog | werkgroep caraïbische letteren

Sandew Hira ‘in denial’

door Rolf van der Marck

Hugo Essed 

Na mijn verontwaardigde reactie op de laatste column van Sandew Hira in 2012 op StarNieuws, getiteld Terugblik, was ik blij om vandaag op StarNieuws een weerwoord aan Hira te kunnen lezen van de hand van Hugo Essed, een van de Surinaamse juristen die de nabestaanden van de 8-december-moorden bijstaan, getiteld Amnestie vanuit welk perspectief?

Essed verwijt Hira, auteur van het boek Decolonising the Mind, het thema amnestie “vrijwel geheel te bekijken vanuit een Nederlandse bril”, een pijnlijk verwijt voor wie Sandew Hira ook maar een beetje kent. Waar Hira uitdrukkelijk de door Nederland in 1947 en 1971 verleende amnestie verwerpt voor de tussen 1945 en 1950 in Indonesië begane oorlogsmisdaden, concludeert hij volgens Essed ten onrechte dat Nederland zijn oorlogsmisdadigers beschermt “omdat macht geen moraal kent.”

Essed stelt daar tegenover dat het adagium “macht kent geen moraal” nu juist de eigenlijke rechtvaardiging is voor de Nederlandse regering en de ‘gemiddelde’ Nederlander voor hun amnestie aan zichzelf, “omdat het voor hun werkt als het sussen van een geest die zich historisch collectief schuldig voelt”, er onmiddellijk aan toevoegend dat dit hun amnestie natuurlijk niet minder verwerpelijk maakt. Na erop gewezen te hebben dat Nederland geheel anders staat tegenover Nederlanders die met de Duitsers hebben geheuld en die Nederlandse verzetsstrijders van het leven hebben beroofd, stelt Essed terecht dat een vergelijking met de in Suriname aangenomen Amnestiewet voor de 8-december-moordenaars met de Nederlandse amnestie inzaken Indonesië “behoorlijk mank gaat”, omdat in Suriname in 2012 amnestie is verleend aan Surinamers die Surinaamse verzetsstrijders hebben vermoord.

Concluderend stelt Essed: “De in Suriname in 2012 verleende amnestie wordt in Suriname totaal niet als het collectief dragen van een historische schuld beleefd. Duizenden hebben ondanks intimidaties gedurfd tegen die wet in verzet te komen en tot op heden werkt die wet gelukkig niet. (…) Ik betwijfel daarom of Suriname als natie bereid is voor de 8-december-moorden een collectieve schuld te dragen onder het adagium dat macht nu eenmaal geen moraal kent. Ik denk daarom dat in de traditie van denken van Anton de Kom, Frantz Fanon en Sandew Hira een heel ander kijk op de Amnestiewet 2012 open staat.”

Hira’s antwoord beneden de maat 

Esseds weerwoord werd vanmorgen om 07.00 uur gepubliceerd. Hira’s antwoord daarop kwam veel te snel, vanmiddag om 14.00 uur reeds, en mede daarom zeer teleurstellend. Inhoud en omvang zijn evenzeer teleurstellend, alsof hij er gedachten noch woorden vuil aan wil maken. Hij zegt getroffen te zijn (niet eens pijnlijk) door Esseds reactie, om vervolgens toe te geven dat deze met zijn kernargument dat macht moraal kan verslaan een punt heeft. Opmerkelijk is echter dat hij dan zegt: “Aan dat gevoel zouden we niet moeten toegeven.” Waarom hier opeens ‘we’, en wie zijn die ‘we’, en in welke stroming deelt hij zichzelf hier in?

Alhoewel hij het met twijfel uit, wéét hij dat hij en Essed het niet eens zijn “hoe je tegenover de hele amnestiekwestie moet staan”, om dan voor de zoveelste keer terug te komen op de drie door hem aangegeven mogelijk- heden: de weg van de huidige regering, de weg van een deel van de oppositie en zijn eigen voorstel, namelijk om amnestie laten geven door een waarheidscommissie en een proces van maatschappelijke en morele verwerking van de 8-december-moorden op gang brengen. In feite is het absurdistisch wat Hira hier stelt, want hij wil er kennelijk niet eens aan denken om het recht z’n gang te laten gaan, alsof hij het begrip ‘recht’ niet meer kent.

Al met al een hoogst onbevredigend antwoord van Hira, ik kan me niet aan het gevoel onttrekken dat hij laf probeert weg te kruipen, maar wat hij werkelijk denkt of van zins is blijft volstrekt duister.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter