blog | werkgroep caraïbische letteren
0
 

door Walter Palm

 

Op de dag dat het NOS-journaal aandacht besteedde aan de eenzaamheid van paarden, op 13 februari jongstleden dus, landde een Amerikaanse admiraal op Curaçao. Deze Amerikaanse admiraal, een zekere Craig Faller, heeft sinds vorig jaar de leiding van het in Florida gevestigde ‘U.S. Southern Command’. Officieel was dit bezoek een kennismakingsbezoek. Formeel niets aan de hand dus. Ook bracht de onlangs geïnaugureerde Colombiaanse president Iván Duque op dezelfde dag een kennismakingsbezoek aan de Amerikaanse president.

Foto © Michiel van Kempen

 

Humanitaire hulp
Deze ‘kennismakingsbezoeken’ zijn een stuk minder onschuldig in het licht van de geplande ‘humanitaire hulp’ op zaterdag 23 februari aanstaande aan Venezuela. Op die dag zal er vanuit twee kanten (Brazilië en Colombia) ‘humanitaire hulp’ worden geboden aan Venezuela. Ook Curaçao wordt beoogd als logistieke hub voor deze ‘humanitaire hulp’.
Deze ‘humanitaire hulp’ heeft een politieke kleur. Het is het stokpaardje van de door Nederland erkende interim-president Guaidó die hiermee een daad wil stellen precies één maand nadat hij zichzelf heeft uitgeroepen tot interim-president. President Maduro is om politieke redenen sterk tegenstander van deze ‘humanitaire hulp’ en hij heeft zijn leger opdracht gegeven om onder meer de grensovergang bij Cucutá (Colombia) waar inmiddels veel hulpgoederen zijn gearriveerd, te blokkeren.
De politieke kleur van deze ‘humanitaire hulp’ is de reden waarom het Colombiaanse Rode Kruis zich gedistantieerd heeft van deze ‘humanitaire hulp’. Deze organisatie is politiek neutraal en wil daarom ver blijven van dit politieke gekissebis.

Wat is de bedoeling op 23 februari? De sympathisanten van de door Nederland erkende interim-president Guaidó moeten aan de Venezolaanse grens van Brazilië en Colombia het militaire cordon doorbreken en de door de Verenigde Staten gezonden hulpgoederen in ontvangst nemen en deze verspreiden onder hun aanhang. Van een ‘humanitaire hulp’ zonder onderscheid naar politieke kleur is dan natuurlijk geen sprake.
Deze ‘humanitaire hulp’ heeft naast de politieke, ook een militaire kleur. Deze civiele operatie kan uitlopen op een militair treffen als deze hulpgoederen met militair geweld door een buitenlandse mogendheid Venezuela worden binnengebracht. Er zijn signalen dat de zogenaamde ‘humanitaire hulp’ een voorwendsel is voor een Amerikaanse invasie in Venezuela. Zo berichtte op 14 februari jongstleden de Cubaanse staatstelevisie dat Amerika bezig is met militaire opbouw in Santo Domingo en Puerto Rico.

 

Venezolaans raketsysteem

Invasie
Amerikaanse invasies in het Caribisch gebied zijn, net als orkanen, een bekend fenomeen. Zo vond in april 1961 de mislukte Varkensbaai-invasie plaats waarbij Cubaanse ballingen, gesteund door de CIA, een poging deden om het linkse bewind van Fidel Castro omver te werpen. Op 25 oktober 1983 vond in opdracht van President Reagan een geslaagde invasie van Grenada plaats waarbij de marxistische regering van Benard Coard werd afgezet. Later verklaarde President Ronald Reagan dat hij zijn ontbijt niet had laten onderbreken voor de invasie. De laatste Amerikaanse invasie in het Caribisch gebied was bijna dertig jaar geleden, namelijk op 20 december 1989 in Panamá nadat de toenmalige Panamese president Manuel Noriega de oorlog had verklaard aan Amerika.

Niet alleen zijn Amerikaanse invasies in het Caribische gebieden een bekend fenomeen, maar ook duikt één naam altijd op als er sprake is van een Amerikaanse invasie waar ook ter wereld en de term ‘regime change’ valt. En dan doel ik op John Bolton, tegenwoordig nationale veiligheidsadviseur van de Amerikaanse regering. Toen President George Bush junior een pakkende leuze zocht om het olierijke Irak binnen te vallen bedacht John Bolton ‘de as van het kwaad’, namelijk Irak, Iran en Noord-Korea. Nu heeft hij in een speech op 1 november 2018 bij de Miami Dade College’s Freedom Tower een nieuwe as van het kwaad geïntroduceerd, namelijk Cuba, Nicaragua en Venezuela, die alle drie een links bewind hebben. Toen het Venezuela economisch nog voor de wind ging, steunde dit land Cuba en Nicaragua met goedkope olie. Kennelijk is de strategie van John Bolton er nu op gericht om desnoods met militair geweld een ‘regime change’ te bewerkstelligen in Venezuela, waardoor ook de linkse regeringen in Cuba en Nicaragua als dominostenen zullen omvallen als zij hun financiële weldoener kwijt zijn.

In Latijns-Amerika is het maatschappelijk draagvlak voor Amerikaanse invasies buitengewoon beperkt. Toen de Amerikaanse president op 11 augustus 2017 bijvoorbeeld twitterde dat hij een Amerikaanse invasie in Venezuela niet uitsloot beleefde de met President Donald Trump sympathiserende Venezolaanse oppositie een ‘bijna-doodervaring’ want ze werden gezien als landverraders.

 

De Venezolaanse marine

Risicovol
In zijn toespraak bij de Florida International University op 18 februari jongsleden bevestigde de Amerikaanse president opnieuw dat de militaire optie voor Venezuela niet is uitgesloten. Er zou dus een Amerikaanse invasie in Venezuela kunnen plaatsvinden.
Militair gesproken is een eventuele invasie in Venezuela risicovol. Dat ondervond Simón Bolívar al in de negentiende eeuw toen hij Venezuela wou bevrijden van het Spaanse koloniale juk. Zijn eerste poging in 1810 mislukte. Het was de op Curaçao geboren Generaal Piar die hem ervan overtuigde om van strategie te veranderen en eerst het platteland van Venezuela alvorens een poging te doen om de hoofdstad Caracas te veroveren. Venezuela is geen Panamá met drie miljoen inwoners of het piepkleine Grenada met honderdduizend inwoners. Met ruim 32 miljoen inwoners en een sterk leger is Venezuela echt van een andere orde.

Een invasie in Venezuela kan grote geopolitieke gevolgen hebben want zowel Rusland als China hebben grote economische belangen in dit land. De gigantische oliereserves van Venezuela dienen als onderpand voor de omvangrijke leningen die Rusland en China hebben verstrekt aan Venezuela. Gegeven de grote economische belangen van deze twee landen in Venezuela, is het onwaarschijnlijk dat zij bij een invasie zullen wegkijken. De tijd dat het Caribisch gebied de achtertuin van Amerika is, is al lang voorbij. In het verleden hebben reeds gezamenlijke militaire oefeningen van Rusland en Venezuela plaats gevonden. Ook Cuba en Nicaragua zullen niet passief toekijken bij een Amerikaanse invasie in Venezuela. Er zijn geruchten dat er in het Venezolaanse leger Cubaanse adviseurs zijn. Ook zouden volgens onbevestigde berichten tienduizend Russische soldaten aanwezig zijn in Venezuela. Met andere woorden. Een Amerikaanse invasie in Venezuela kan zo maar uitlopen op een geopolitiek conflict met aan de ene kant de Verenigde Staten, Colombia en Brazilië. En aan de andere kant Venezuela, Rusland, China, Cuba en Nicaragua.

De geschiedenis leert dat een militair conflict tussen de twee kernmachten Rusland en Amerika altijd linke soep is. Eerder al, namelijk in oktober 1962, had het niet veel gescheeld of de Derde Wereldoorlog was uitgebroken door een conflict tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie over het plaatsen van kernraketten in Cuba.

En Nederland dan? Een invasie van Venezuela door de Verenigde Staten kan ook Curaçao en dus het Koninkrijk der Nederlanden betrekken bij deze oorlog. Op Curaçao is een Forward Operation Location (FOL) gevestigd van de Amerikaanse luchtmacht. Officieel is de USFOL gericht op het tegengaan van drugshandel vanuit het Caribisch gebied naar de Verenigde Staten door het detecteren en monitoren van verdachte vliegtuigen en schepen. Maar Venezuela heeft de USFOL er meerdere keren van beticht dat het onder de dekmantel van drugsbestrijding Venezuela aan het bespioneren is. Deze verdenking zou een reden kunnen zijn om de USFOL en dus ook Curaçao aan te vallen.

De hub
De beoogde logistieke hub op Curaçao voor de door president Maduro zo verfoeide ‘humanitaire hulp’ aan Venezuela zou als een rode lap op een stier kunnen werken, en een extra reden voor Venezuela kunnen zijn om Curaçao aan te vallen. In het ‘worst case scenario’ zou Curaçao en dus ook het Koninkrijk der Nederlanden een oorlog in kunnen rommelen.
De vrees dat de beoogde hub een aanval van Venezuela zou uitlokken heeft tot veel commotie geleid op Curaçao. De vakbonden waren er tegen en er werd gesproken over een algemene staking als de regering niet aan hun wens tegemoet zou komen. Er dreigde ook een kabinetscrisis omdat de regeringspartij MAN zich voorstander toonde van absolute neutraliteit.
De Nederland bezoekende Venezolaanse staatssecretaris Yvan Gil (van de regering Maduro), verzekerde tegenover de NOS op 18 februari jongstleden dat Curaçao niet hoefde te vrezen voor een Venezolaanse aanval als er een hub zou worden gevestigd op dit eiland. Maar voegde hij er aan toe: “Als Curaçao en Nederland een hub willen creëren om Venezuela te destabiliseren, accepteren we dat niet”. En dat had toch een dreigende ondertoon.

[Dit is een geactualiseerde versie van het artikel dat is verschenen in het Antilliaans Dagblad van 18 februari 2019.]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter