blog | werkgroep caraïbische letteren

Pssst: Ieder zijn eetcultuur!

door Nellie Bakboord

“Let maar op, na 25 woorden beginnen Surinamers te praten over eten”, zegt Georgine en op haar lief gezicht verschijnt een innemende glimlach. Ik moet hier zo hartelijk om lachen, spreek haar niet tegen en denk zelf dat Surinamers het vijfentwintigste woord niet eens halen. We praten niet alleen graag over eten, we maken er met heel veel plezier ook een sport van.

‘Uitbundig eten’ neemt een heel belangrijke plaats in binnen onze cultuur. Een Surinaamse ‘verjaring’ zonder eten is geen verjaring, en ook bij een lezing, boekpresentatie of welke gelegenheid dan ook, Surinamers rekenen op een goedverzorgde lekkere hap. Bij Hollanders, vooral degene die nog niet ingeburgerd zijn, is het even anders. Zij houden niet van dat ‘gedoe’ dus organiseren zij een borrel. Compleet met osseworst, plakjes leverworst, stukjes kaas met augurk en hier en daar een nootje. Zij verwijten ons ook een beetje dat we altijd over eten praten en als je hoort hoe zij met eten omgaan lijkt het alsof zij “eten om te leven” en wij “leven om te eten”.

De opmerking van Georgine zit nog steeds in mijn achterhoofd wanneer ik bezig ben met het opscheppen van soep voor mijn kroost. We aten cassavesoep zoals mijn moeder die maakt. Wanneer de soep helemaal klaar is voegt zij een blikje cocosmelk om het áf te maken. “Extra smakelijk en lekker deftig”, zijn steevast haar woorden. Terwijl we samen intens van de soep zitten te genieten kan ik het niet nalaten even te grinniken omdat ik het gezicht van Georgine weer helemaal voor me zag. Toen Georgine zei dat Surinamers het altijd over eten hebben herkende ik het natuurlijk wel maar of het echt al na het vijfentwintigste woord is? Wij zijn wel altijd bezig met eten en misschien nog wel het meest in Suriname. Al moet je er een flink stuk voor omrijden of helemaal uit Holland laten halen, we hebben het ervoor over.

Vraag een willekeurige Surinamer hoe zijn of haar verblijf in Suriname was en je krijgt de prachtigste bloemlezing. “Meisje ik heb verschrikkelijk lekker gegeten. Ik ben vier keer naar Chi Min gegaan. Die Chinezen daar geven je verschrikkelijk veel vlees, je krijgt het gewoon niet op. Ik had na het eten echt moeite met opstaan. Elk weekend aten we laat in de nacht op Blauwgrond. Ik proef die bami van Pawiro nog steeds in mijn mond. Ken je Fa Tai? vooral die geroosterde kalkoen gevuld met nóg meer vlees, is om te smullen en voordat we zondags naar Boiti gingen stopten we bij Lelydorp om eerst wat te eten. Je weet toch dat je ‘s morgensvroeg al uitgebreid kan smullen van de Javaanse keuken? We kochten er extra porties voor later want op Boiti kan je niets kopen dus laat niemand je wat wijs maken. Hooguit wat suikerriet, uitgedroogde markoesa’s of lekkere bacoves, cassavebrood en dokun.”

Je kan je voorstellen dat na het aanhoren van zo een smakelijk klinkend reisverhaal je geneigd bent onmiddelijk een Surinaamse pot te starten. Op de valreep probeer je nog te vragen of ze ook foto’s hebben gemaakt maar het water loopt je ondertussen zo in de mond waardoor je die vraag ogenblikkelijk doorslikt. Aaybaya, ook ik heb situaties meegemaakt waar nog tijdens het nuttigen van de maaltijd discussies werden gevoerd over de volgende maaltijd. Ook de verscheidenheid aan gerechten die de Surinaamse keuken rijk is passeren de revue. Als ik hieraan terugdenk blijf ik lachen en ben ervan overtuigd dat Surinamers “leven om te eten” en Hollanders “eten om te leven”.

Toch worden Surinamers nog steeds niet moe van dezelfde gerechten op hun feestjes. Traditiegetrouw is er pom, pastei, kip, bami, nasi en natuurlijk voor de liefhebbers B.B. met R, bruine bonen met rijst. Wat je niet opkrijgt vul je een beetje aan en neem je mee in het alombekende chinese bakje, of je verlaat het feest met minstens een stuk gele of bruine cake verpakt in een stukje folie. De ingeburgerde Surinamer organiseert een koud buffet dus geen haar op je hoofd die eraan denkt een bakje mee te nemen. Het staat onfatsoenlijk dus zorg je ervoor dat de maag ter plekke wordt gevuld. Je eet tot je niet meer kan!

Over Nellie Bakboord:
Officieel heet ik Petronella Maria Bakboord en ik ben geboren op 6 januari 1954 in Paramaribo. Na de 5e klas, (st.Elisabethschool) vertrekken wij in 1965 met het hele gezin naar Nederland/ Amsterdam. Vervolgens studeer ik af aan de Sociale Academie in Amsterdam. Zonder de studie politicologie af te ronden, vertrek ik in januari 1986 met mijn man en 2 kinderen naar Paramaribo. Hier blijf ik wonen en werken tot december1996. Ik woon en werk nu weer in Nederland en heb inmiddels drie kinderen. Naast mijn werk als coördinator in Amsterdam-Zuidoost van een onderwijsondersteunend project schrijf ik in mijn vrije tijd tweewekelijks een column voor de Ware Tijd (Nederlandse versie). Ik hou van lezen, schrijven, theater, koken, van lol maken en lachen.

[overgenomen van RNW]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter